CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Begroting - VVD - Technische vragen en antwoorden

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-20272.737 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen bij de begroting 2024 Nuenen VVD Peter Uipkes. Alle bedragen in dit document zijn in € 1.000. Algemene opmerking De programma's bestaan feitelijk uit taakvelden. We zien dit terug in de rubriek "wat gaat het kosten" die bij elk programma is opgenomen. In de tekst bij elk programma staan doelstellingen en te ondernemen aktie vermeld. Het is echter vrijwel onmogelijk om hier de relaties te leggen tussen de teksten en de taakvelden. Financiële ontwikkelingen in de taakvelden zijn hierdoor moeilijk te begrijpen of te duiden. Antwoord Het college heeft een voorstel tot aanpassing van de Financiële verordening voorgelegd aan de Auditcommissie. In die verordening is in artikel 5, lid 1 opgenomen: De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. Uit het advies van de Auditcommissie bij de Financiële verordening blijkt dat zij het autoriseren op programmaniveau overnemen. Vraag 1: Is het mogelijk om in de toekomst de tekst per programma in te delen naar taakvelden zodat de relatie tussen doelstellingen/acties met de financiële ontwikkeling duidelijker is? Antwoord Omdat doelstellingen/acties vaak taakveld- en soms zelf programma-overstijgend zijn, is gekozen voor een toelichting per doelstelling.

Vraag 2: Is het vervolgens ook mogelijk om de begrotingsaanpassingen zoals aangegeven op de pagina's 4 en 5 ook te vermelden in de tekst bij de taakvelden zodat we niet telkens moeten terugzoeken om de financiële ontwikkelingen per taakveld te duiden? Antwoord Los van de autorisatie op programmaniveau geldt ook hiervoor dat die mutaties vaak taakveld- en programma-overstijgend zijn. Programma 1. Bestuur, Samenwerking & Dienstverlening. Taakveld 0.1 Bestuur We zien op pagina 4 een wijziging in de personele kosten (autonome wijzigingen). Vraag: Waaruit bestaan deze autonome wijzigingen en waarom nemen die na 2025 af? Antwoord Dit betreft grotendeels wachtgeld van wethouders, dat tot 2024/2025 doorloopt. Voor zover er sprake is van indexering is dit ten laste gebracht van de stelpost inflatie. Taakveld 0.2 Burgerzaken In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 16 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen:

Deze getallen zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De baten minus de lasten geven de hiernaast weergegeven grafiek. De VVD is van mening dat “de baten minus de lasten” niet gezien kan worden als een ‘nieuwe analyse’ of als ‘nieuwe informatie’. Geen additionele informatie is gebruikt voor de visuele weergave van de hiernaast staande grafiek. De financiële trend is duidelijk oplopend. Na het begrotingsjaar zijn de cijfers constant gehouden. Vraag: Waarom is hier voor gekozen in plaats van de trend te volgen? Antwoord De bestendige gedragslijn is dat deze “trend” gevolgd wordt voor de totale begroting via de stelpost loon- en prijsstijging. Dit is niet geraamd op de individuele taakvelden. Nadere onderbouwing antwoord: Omdat de indexcijfers bij het opstellen van elke begroting wijzigen, wordt de raming op de betreffende taakvelden alleen aangepast met het indexcijfer van het eerste begrotingsjaar. Voor de jaren daarna wordt raming van de taakvelden niet aangepast aan de individuele indexcijfers. Hiermee wordt voorkomen dat elk jaar de begrote bedragen op de taakvelden voor de gewijzigde indexering bij- of afgeraamd moeten worden. Voor de toekomstige indexeringen wordt voor elk jaar een stelpost geraamd.

Dit staat toegelicht op pagina 120 van de begroting 2024 bij “Stelposten en taakstellingen”: Ook voor inflatie, voor zover nog niet in de taakvelden zelf is doorgerekend, beschikken we over een stelpost. Taakveld 0.4 Overhead In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 16 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen:

Deze getallen zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De baten minus de lasten geven de hiernaast weergegeven grafiek. De VVD is van mening dat “de baten minus de lasten” niet gezien kan worden als een ‘nieuwe analyse’ of als ‘nieuwe informatie’. Geen additionele informatie is gebruikt voor de visuele weergave van de hiernaast staande grafiek. In 2025 vind een flinke stijging van de lasten plaats. Wellicht is die al ingezet in 2023. Vraag: Kunt u toelichten wat deze stijging heeft veroorzaakt?

Antwoord Dit houdt verband met de gestegen salariskosten (cao-stijging), en specifiek in 2024 het budget voor organisatie- en competentie-ontwikkeling (zie ook de tabel Voorgestelde aanpassingen). Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken voor het op hetzelfde niveau blijven van de kosten na 2024. Programma 2 Veiligheid en Handhaving. Taakveld 1.1 Crisisbeheer en Brandweer. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 20 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen:

Deze cijfers, ook door de PoHo Financiën verstrekt, geven de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. Uit de ontwikkeling van de kosten zien we dat die licht stijgen verloop heeft tot de begroting 2023 waarna in 2024 een stijging optreed van 21%. Daarna blijven de kosten op het zelfde niveau. Vraag: Kunt u hier een verklaring voor geven? Antwoord Zie toelichting in de tabel op pagina 21 van de begroting 2024: “Stijging bijdrage VRBZO; Voor de helft bestaat deze stijging uit inflatie, dit deel brengen we ten laste van stelpost inflatie (budgettair neutraal), zie programma 8.” Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken voor het op hetzelfde niveau blijven van de kosten na 2024. Programma 3 Werk (participatie), Zorg, & Jeugd. Taakveld 4.1 Openbaar basisonderwijs. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 27 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen:

Deze cijfers, ook door de PoHo Financiën verstrekt, geven de hieronder weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. De tijdreeks van de kosten basisonderwijs toont een duidelijk stijgende tendens.

Vraag: Waarom een sterke stijging in 2024 en voor de volgende jaren de zelfde waardes als voor 2024? (deze vraag kan ook gesteld worden voor taakveld 4.3 Onderwijsbeleid en leerling zaken)

Antwoord Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken. Taakveld 6.2 Toegang eerstelijnsvoorzieningen. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 27 en 28 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor baten en lasten in de de begrotingen van de komende jaren:

Deze cijfers zijn ook door de PoHo Financiën verstrekt. De baten minus de lasten geven de hiernaast weergegeven grafiek. De VVD is van mening dat “de baten minus de lasten” niet gezien kan worden als een ‘nieuwe analyse’ of als ‘nieuwe informatie’. Geen additionele informatie is gebruikt voor de visuele weergave van de hiernaast staande grafiek. De tijdreeks geeft een flinke piek in de kosten in de periode 2021-2023. Vervolgens een meer dan halvering in 224 en voor de volgende jaren een herhaling van dat kosten cijfer. Vraag: Graag een verklaring voor dit kostenverloop. Een vergelijkbaar beeld zien we bij taakveld 6.3 Inkomensregelingen. Hier ook graag een toelichting. Antwoord Op taakveld 6.2 betreft dat subsidie aan de LEV-groep voor jeugdhulp preventie die in 2024 geraamd zijn op een ander taakveld dan in de oorspronkelijke begroting 2023. De verklaring voor taakveld 6.3 is te vinden in actualisatie zoals opgenomen de Turap voorjaar 2023 en de raming voor de energietoeslag. Taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (WMO) In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 27 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen:

Deze cijfers, ook door de PoHo Financiën verstrekt, geven de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. Het taakveld 6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo) laat een duidelijk stijgende kosten lijn zien. Vraag: Kunt u toelichten waarom er een aanzienlijke kostenstijging optreedt in 2023-2024 en waarom vervolgens het cijfer van 2024 wordt herhaald in de daaropvolgende jaren? Antwoord Wordt verklaard door hogere kosten voor woningaanpassingen en een hogere toerekening van salariskosten aan dit taakveld. Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken voor het op hetzelfde niveau blijven van de kosten na 2024. Taakveld 6.82 Geëscaleerde zorg 18-. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 28 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de taakvelden 6.82A Jeugdbescherming en 6.82F Jeugdreclassering. Deze taakvelden bij elkaar opgeteld geeft het totaal van de Geëscaleerde zorg 18- in de begrotingen voor de jaren 2023 - 2027:

Deze cijfers zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De VVD ziet het optellen van 2 taakvelden niet als een ‘nieuwe analyse’ of ‘nieuwe informatie’. De optelsom geeft de totale kosten van Geëscaleerde zorg 18-. Deze kosten, uitgezet in de tijd geeft de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. Het taakveld 6.82 vertoont een licht stijgend beeld in de kostenontwikkeling. Vraag: waarom wordt ook hier voor de jaren 2025-2027 hetzelfde kostencijfer gehanteerd als voor 2024? Antwoord Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken. Programma 4 Verenigingen en Accommodaties. In programma 4 lopen de kosten vrijwel in lijn met de trends. Daarom over dit programma geen vragen.

Programma 5 Wonen en Leefomgeving. Taakveld 8.1 Ruimte en Leedomgeving. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 37 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de lasten en baten. De lasten minus de baten geeft de volgende kosten in de begrotingen voor de jaren 2023 - 2027:

En wederom: deze cijfers zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De VVD ziet de lasten minus de baten niet als een ‘nieuwe analyse’ of ‘nieuwe informatie’. Deze lasten minus de baten vormen de kosten en uitgezet in de tijd geeft de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. Taakveld 8.1 Ruimte en leedomgeving laat een sterk stijgende trend zien. In 2023 (begroting) is een eind gekomen aan deze stijging, waarna voor de jaren 2024-2027 het zelfde cijfer wordt herhaald. Bovendien worden voor de jaren 2023 -2027 geen baten voorzien. Vraag: Graag een toelichting waarom dit zo wordt begroot. Antwoord De baten op dit taakveld hebben betrekking op anterieure overeenkomsten, die zijn niet vooraf te ramen. Ook de hiermee samenhangende lasten niet. Zie het antwoord bij Taakveld 0.2 Burgerzaken voor het op hetzelfde niveau blijven van de kosten na 2024. Taakveld 8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 37 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de lasten en baten. De lasten minus de baten geeft de volgende kosten in de begrotingen voor de jaren 2023 - 2027:

Deze cijfers zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De baten minus de lasten geven de hiernaast weergegeven grafiek. De VVD is van mening dat “de baten minus de lasten” niet gezien kan worden als een ‘nieuwe analyse’ of als ‘nieuwe informatie’. Geen additionele informatie is gebruikt voor de visuele weergave van de hiernaast staande grafiek.

Taakveld 8.2 Grondexploitatie niet bedrijventerreinen toont een trend van sterk afnemende opbrengsten en vanaf de begroting 2023 zien we dat kosten en baten vrijwel gelijk worden en tot en met 2027 een klein positief resultaat (jaarlijks € 175 duizend ) laten zien.

Vraag: Wat veroorzaakt dit beeld? Antwoord Baten en lasten van grondexploitaties gaan naar de balans (voorraad onderhanden werk) en verlopen daarom voor de begroting neutraal. Het bedrag van € 175.000 dat achterblijft betreft geschatte stortingen in de fondsen bovenwijks en sociale woningbouw. Alleen achteraf, dus in de jaarrekening kunnen er winsten of verliezen gerealiseerd zijn dan wel tussentijdse winsten, conform verslaggevingsregels. Programma 6 Ruimtelijk Beheer, Milieu & Verkeer. Taakveld 7.2 Riolering. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 43 en pagina 55 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de lasten en baten. De lasten minus de baten geeft de volgende kosten in de begrotingen voor de jaren 2023 -2027:

Deze cijfers zijn door de PoHo Financiën verstrekt. De baten minus de lasten geven voor Riolering en Afval de hiernaast weergegeven grafieken. De VVD is van mening dat “de baten minus de lasten” niet gezien kan worden als een ‘nieuwe analyse’ of als ‘nieuwe informatie’. Geen additionele informatie is gebruikt voor de visuele weergave van de hiernaast staande grafieken. Overigens heeft de vraag van de VVD niets te maken met de grafieken.

Aan de taakvelden 7.2 Riolering en 7.3 Afval worden kosten toegerekend vanuit andere taakvelden. Voor riolering bedragen die kosten ongeveer evenveel als de werkelijke kosten die rechtstreeks voor riolering worden gemaakt. Voor afval is dat ongeveer 39%.

Vraag: Is er een wettelijke basis voor de toerekening van deze kosten en zijn er voorschriften voor de hoogte van deze toerekening?

Antwoord Zoals toegelicht in de paragraaf lokale heffingen is de basis voor afval de Wet milieubeheer en voor riolering de Gemeentewet. De hoogte van de toerekening moet uitlegbaar zijn omdat beide heffingen niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Programma 7 Economie, Toerisme en Recreatie. Kosten en baten lopen voor de taakvelden in dit programma vrijwel in overeenstemming met de trends. Er is daarom geen reden om hier technische vragen te stellen. Programma 8 Financiën en Belastingen. Taakveld 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 50 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen voor de jaren 2023 -2027:

Deze cijfers, ook door de PoHo Financiën verstrekt, geven de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. De jaarrekeningen geven jaarlijks aanzienlijke positieve resultaten die niet begroot worden. Ook voor de begroting 2024-2027 zien we lage en zelfs negatieve begrote resultaten. Vraag: Wat is de oorzaak voor deze verschillen en waarom kunnen die niet worden voorzien in de begroting?

Antwoord De resultaten in de jaarrekening zijn voor het merendeel incidenteel zoals ook toegelicht in de betreffende jaarrekeningen. Taakveld 0.8 Overige lasten. In de jaarrekeningen van 2017 t/m 2022 zien we de volgende cijfers voor de jaarrekeningen. Op pagina 50 van de Programmabegroting 2024 en meerjarenraming van 2025-2027 zien wij de volgende cijfers voor de begrotingen voor de jaren 2023 - 2027:

Deze cijfers, ook door de PoHo Financiën verstrekt, geven de hiernaast weergegeven grafiek. Ook hier weer geen additionele cijfers uit andere bronnen, geen analyses, geen extrapolatie of wat dan ook. De jaarrekeningen geven nauwelijks lasten weer voor het taakveld 0.8 Overige lasten. In de begrotingen zien we wel bedragen vermeld en voor de komende jaren zelfs snel stijgend tot bijna 3.7 miljoen in 2027. Vraag: Kunt u aangeven waaruit deze lasten bestaan? Zijn deze lasten niet toe te rekenen aan andere taakvelden? Antwoord Taakveld 0.8 bestaat uit de post onvoorzien incidenteel en de stelpost beleidsvoornemens en inflatie. Hierop wordt alleen begroot en (vrijwel) niets gerealiseerd. Deze post wordt juist gebruikt voor lasten die we wel moeten begroten maar die nog niet toe te rekenen zijn aan taakvelden. In de loop van het jaar kunnen deze met begrotingswijzigingen (bij raadsbesluit) worden overgezet naar de betreffende programma’s/taakvelden. Voor zover niet ingezet vallen de stelposten vrij in het resultaat in de jaarrekening. Schuldenlast

Op bldz. 76 wordt de langlopende schuld op 3112-2024 gegeven als € 35.323 (incl. woningbouwleningen). In de geprognotiseerde balans worden de langlopende leningen per 1-12025 (gelijk aan 31-12-2024) gesteld op € 87.005 Dit vinden we verwarrend. Kunt u ons uitleggen waarom dit zo in de begroting staat? Deze vraag is beantwoord in overleg met secretaris, Sacha en Henk Meulendijks.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13568110/1