B4 VVD - Vragen Blink Investeringsvoorstel nieuwbouw en zienswijze
Tekst van het document
Aan:
College van B&W van de gemeente Nuenen CA Ter attentie van wethouder Löwik
CC:
College B&W, Gemeenteraadsleden gemeente Nuenen CA
Geachte heer Löwick, beste Sandor, Enige tijd geleden heb ik, in een raadsvergadering, het gedrag van het bestuur van Blink vergeleken met een “cowboy”-manier van besturen. U heeft mij er toen van overtuigd dat alles in orde was en conform de wet en de eigen regelementen. Op de agenda de AB vergadering van Blink van 30 oktober 2024 staat bij punt 8. Het Investeringsvoorstel nieuwbouw GR Blink en bij punt 9. Zienswijze inzake investering nieuwbouw. Over beide punten heeft de VVD een aantal vragen aan u als AB lid van de GR Blink en als vertegenwoordiger van de gemeente Nuenen. Allereerst, over punt 8 en de daarbij horende bijlage 5a, het investeringsvoorstel Nieuwbouw locatie Blink: In punt 1 van het investeringsvoorstel nieuwbouw locatie Blink wordt gevraagd aan het AB van de GR Blink “te besluiten onder de opschortende voorwaarde van de te ontvangen zienswijzen en het te nemen besluit daarover begin januari 2025”. Navraag leert dat dit niet conform de WGR en eigen regelement is. Een voorstel dient door het DB naar de aangesloten gemeenteraden gestuurd te worden met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Pas daarna wordt het voorstel, voorzien van de zienswijzen naar het AB gestuurd.
Het nemen van een besluit, “onder opschortende voorwaarden van de te ontvangen zienswijzen” klinkt als “we nemen alvast een besluit en gaan aan de slag, want we verwachten niet dat iemand bezwaar zal maken”. In punt 2 van het voorstel wordt aangegeven dat een zienswijze procedure niet nodig is, aangezien het investeringsbesluit van zo’n € 11,5 miljoen euro geen invloed zou hebben op reeds vastgestelde begroting, noch voor de vastgestelde begrotingswijziging van 2024. De voorbereidingskosten, de rentekosten van de van te kopen grond en rentekosten van de bouwkosten kunnen worden gedragen in de bestaande begroting. We praten hier over voorbereidingskosten van Royal Haskoning van zo’n € 183.000,-, rentekosten van de aan te kopen grond (à € 2,8 mlj, rente 3,3%) van zo’n € 92.000 en dan nog de rentekosten van de bouwkosten (€ 8,2 mlj, rente 3,3%) van zo’n € 270.000. Dat is bij elkaar € 545.000,-. Hoe kan het zijn dat er zo veel ruimte in de begroting van Blink zit, dat dit zonder een zienswijzeprocedure gefinancieerd zou kunnen worden? Dit kan alleen als er een veel te ruime begroting is gemaakt. Dat lijkt me niet wenselijk, aangezien we werken met publiek geld. Wie hoort hier toezicht op te houden? Een dusdanige ruimte komt op ons over als begroten met de natte vinger… In punt 5 wordt aangegeven dat er geen geschikte locatie te vinden zou zijn.
De onderbouwing hiervan ontbreekt echter. Binnen het SGE en MRE hebben we afspraken gemaakt, maar deze lijken niet gevolgd te zijn. Waarom niet? Wordt er, na een paar telefoontjes naar makelaars en eigenaars, maar snel voorgesorteerd op beschikbare grond in Helmond? Worden daarbij afgesproken procedures in SGE en MRE verband genegeerd? Het feit dat daar niet eens iets over vermeld wordt, verbaasd ons. In punt 6 wordt een mogelijke locatie aangegeven. Er wordt echter niet aangegeven om welke locatie het gaat. Apart, aangezien het om eigendom van de gemeente Helmond gaat. Als we het hebben over helderheid en transparantie zou gewoon aangegeven moeten kunnen worden, toch? Hoe kan een voorstel waar vele miljoenen mee gemoeid zijn dergelijke informatie achterhouden? In punt 8 wordt aangegeven dat “Met het nemen van het investeringsbesluit kan direct gestart worden met het nader uitwerken van het ontwerp voor de vergunningaanvragen.” Daarbij wordt aangegeven dat dit besluit in Q1 of Q2 van 2024 wordt genomen. Maar dit is natuurlijk niet zo. De zienswijzeprocedure moet eerst doorlopen worden, voor het AB een besluit kan nemen.
Gezien het feit dat het hele traject op zijn vroegst de dag van de vergadering van 30 oktober 2024 van start zou kunnen gaan en een zienswijzeprocedure 12 weken duurt conform het eigen regelement en de WGR, betekent dat de beslissing op zijn vroegst 23 januari 2025, maar in praktijk pas in februari of maart
2025 genomen kan worden. De planning onder punt 8.1 is dus niet realistisch en loopt dus minimaal een jaar uit. In punt 8.4 worden de risico’s aangegeven. Daarbij wordt aangegeven dat een aantal preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Hieronder wordt o.a. genoemd: • besluitvorming eenvoudig en zo klein mogelijk houden, • afdeling vergunningen bij de gemeente verzoeken om dit project met prioriteit te beoordelen, • aanbestedingen eenvoudig en to-the-point insteken, zodat marktpartijen willen inschrijven en zich willen committeren om vóór 1-1-2026 de uitvoering gereed te hebben. Besluitvorming binnen de GR valt binnen de WGR en haar eigen regelement. Hier bochten afsnijden of “short-cuts” nemen is niet alleen niet wenselijk, het zorgt voor niet zorgvuldig genomen besluiten kan zelfs illegaal zijn. De afdeling vergunningen bij de gemeente verzoeken om dit project met prioriteit te beoordelen druist volledig in tegen gelijkwaardigheid en een betrouwbare overheid. Aanbesteding eenvoudig en to-the-point insteken met een dergelijke investering lijkt lastig aangezien Europese aanbestedingsregels gevolgd zullen moeten worden. Al met al worden de risico’s in punt 8.4 grotendeels afgedaan als iets wat omzeild kan worden of versneld kan worden. Dit lijkt ons niet. In punt 9 wordt aangegeven dat deze stap onvermijdelijk is, als gevolg van de ontvlechting met Prezero.
De alternatieven en het onderzoek daarnaar ontbreekt volledig. Waarom zou deze stap onvermijdelijk zijn? Welke alternatieven zijn bedacht en welke zijn onderzocht? Hoe is dat onderzoek verlopen en op basis waarvan is besloten dat dit de enige mogelijke stap is? Dan, over bijlage 5b, het besluit investering nieuwbouw Blink staat in het besluit: • De investeringsbegroting vast te stellen • De kwartiermaker te mandateren om binnen deze begroting besluiten te nemen • De kwartiermaker te mandateren om een kredietfaciliteit aan te gaan, met een maximum van de investering zoals hierbij goedgekeurd • Dit besluit kent de opschortende voorwaarde, eerst een zienswijze procedure te volgen en daarna te bekrachtigen in een extra AB begin januari 2025 • De voorbereidende werkzaamheden voort te zetten Gezien het feit dat er een zienswijzeprocedure opgestart wordt -ongeacht of deze conform de regelementen noodzakelijk is- kan een dergelijk besluit niet genomen worden. Immers, het voorstel kan pas aan het AB voorgelegd worden als alle zienswijzen binnen zijn en bij het voorstel gevoegd zijn. Verder, het mandateren van een enkel persoon, de kwartiermaker, lijkt ons, gezien grootte van de investering, maar ook gezien de twijfelachtige voorbereiding en aanpak van dit project en de voorbereiding tot besluitvorming rondom dit project, niet wenselijk.
Een projectteam van minimaal 3 mensen, waar de kwartiermaker niet noodzakelijk deel van uitmaakt, lijkt ons meer passend om een project van dergelijke omvang te leiden. Dan wordt gesproken over een “opschortende voorwaarde”. Een opschortende voorwaarde van een zienswijze procedure kent de Nederlandse wet niet. Niet binnen de WGR, niet binnen de bestuurlijke wetgeving, niet binnen het regelement van de GR Blink, nergens. Dit kan en mag dan ook niet besloten worden. De voorbereidende werkzaamheden kunnen voortgezet worden, mits dit past binnen de bestaande begroting. Daarbij moet opgemerkt worden dat de post Onvoorzien natuurlijk niet voor de voorbereiding van een investeringsvoorstel gebruikt kan worden. Wij zijn dan ook zeer benieuwd vanuit welke post de voorbereidende werkzaamheden gedekt worden. In bijlage 6, welke gaat over de zienswijze procedure, wordt op pagina 4 aangegeven dat raden maximaal 8 weken de tijd hebben om wensen en bedenkingen te versturen. In haar eigen statuten (artikel 23, lid 2) staat een periode van 12 weken als reactietijd voor de zienswijze procedure. Aangezien het AB pas 30 oktober 2024 besluit over de zienswijzeprocedure, zijn zienswijzen van de aangesloten gemeenten tot 23 januari 2025 mogelijk.
In het hele plan wordt het risico van het niet gereed zijn in januari 2026 als belangrijkste motivatie aangevoerd om snel te handelen, bochten af te snijden en de druk om te beslissen op te voeren.
Echter, de GR Blink heeft zich te houden aan procedures, regels en wetten. Het risico van het niet gereed zijn in januari 2026 zou dan ook geen motivatie moeten zijn om sneller te handelen, maar een motivatie om met spoed een alternatief noodplan uit te werken. Waar is dit noodplan? Wethouder, zoals aangegeven heb ik eerder het gedrag van het bestuur van de GR Blink vergeleken met cowboy gedrag. In de te bespreken punten in de komende AB vergadering van 30 oktober zien wij niet alleen ontbrekende onderbouwingen voor voorgestelde keuzes, we zien ook (pogingen tot) het omzeilen van eigen regelementen en zelfs de wet. We zien in deze punten wel degelijk “cowboy gedrag” van het bestuur van de GR Blink. Graag vernemen we van u wat uw standpunt is in deze.