B4 Gemeente Nuenen - Beantwoording Vragen VVD Blink Investeringsvoorstel en zienswijze
Tekst van het document
memo Ondenrerp
Vragen VVD-fractie nieuwbouw Blink
Van
College van B&W, portefeuillehouder S. Lówik
Aan
Leden van de gemeenteraad
Cc Datum
14 november 2024
Bijlagen Zaaknummer
2364364
Documentnummer
2380590
Geachte leden van de gemeenteraad,
De WD-fractie heeft vragen gesteld naar aanleiding van stukken, geagendeerd voor de vergadering van het Algemeen bestuur van Blink van 30 oktober 2024. Hieronder treft u mijn antwoorden aan, en wel als cursieve tekst bij de diverse vragen in de hieronder ingevoegde brief.
Geachte heer Lówick, beste Sandor, Enige tijd geleden heb ik, in een raadsvergadering, het gedrag van het bestuur van Blink vergeleken met een "cowboy"-manier van besturen. U heeft mij er toen van overtuigd dat alles in orde was en conform de wet en de eigen regelementen. Op de agenda de AB vergadering van Blink van 30 oktober 2024 slaat bij punt 8. Het lnvesteringsvoorstel nieuwbouw GR Blink en bij punt 9. Zienswijze inzake investering nieuwbouw.
Over beide punten heeft de WD een aantal vragen aan u als AB lid van de GR Blink en als vertegenwoordiger van de gemeente Nuenen. Allereerst, over punt 8 en de daarbij horende bijlage 5a, het investeringsvoorstel Nieuwbouw locatie Blink: ln punt 1 van het investeringsvoorstel nieuwbouw locatie Blink wordt gevraagd aan het AB van de GR Blink "te besluiten onder de opschortende voorwaarde van de te ontvangen zienswijzen en het te nemen besluit daarover begin januari 2O25". Navraag leert dat dit niet conform de WGR en eigen regelement is. Een voorsteldient door het DB naar de aangesloten gemeenteraden gestuurd te worden met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Pas daarna wordt het voorstel, voorzien van de zienswijzen naar het AB gestuurd. Het nemen van een besluit, "onder opschortende voonrvaarden van de te ontvangen zienswijzen" klinkt als "we nemen alvast een besluit en gaan aan de slag, want we venrvachten niet dat iemand bezwaar zal maken".
Antwoord: M.b.t. het gestelde ten aanzien van punt 1 van het investeringsvoorsfe/ nieuwbouwlocatie Blink: het voorgesfelde 'besluit onder opschortende voorwaarde van de te ontvangen zienswijzen" heeft inderdaad in mijn ogen geen wetteltjk draagvlak. Het Algemeen bestuur van Blink heeft ter vergadering besloten om dit punt van de agenda af te voeren. ln punt 2 van het voorstel wordt aangegeven dat een zienswijze procedure niet nodig is, aangezien het investeringsbesluit van zo'n € 11,5 miljoen euro geen invloed zou hebben op reeds vastgestelde begroting, noch voor de vastgestelde begrotingswijziging van 2024. De voorbereidingskosten, de rentekosten van de van te kopen grond en rentekosten van de bouwkosten kunnen worden gedragen in de bestaande begroting. We praten hier over voorbereidingskosten van Royal Haskoning van zo'n € 183.000,-, rentekosten van de aan te kopen grond (à € 2,8 mlj, rente 3,3%) van zo'n € 92.000 en dan nog de rentekosten van de bouwkosten (€ 8,2 mlj, rente 3,3%) van zo'n € 270.000. Dat is bij elkaar € 545.000,-. Hoe kan het zijn dat er zo veel ruimte in de begroting van Blink zit, dat dit zonder een zienswijzeprocedure gefinancieerd zou kunnen worden? Dit kan alleen als er een veel te ruime begroting is gemaakt. Dat lijkt me niet wenselijk, aangezien we werken met publiek geld.
Wie hoort hier toezicht op te houden? Een dusdanige ruimte komt op ons over als begroten met de natte vinger...
Antwoord: M.b.t. punt 2 van het onderhavige voorstel: ik stel m| op het standpunt dat wel degelijk een begrotingswijziging noodzakelijk is. Ook dit heb ik ingebracht en zal door Blink opgepakt worden. lk heb Blink verzocht aan te geven hoe de tot dusver gemaakte voorbereidingskosÍen geboekt zijn en waar hiervoor in de begroting ruimte was. ln punt 5 wordt aangegeven dat er geen geschikte locatie te vinden zou zijn. De onderbouwing hiervan ontbreekt echter. Binnen het SGE en MRE hebben we afspraken gemaakt, maar deze lijken niet gevolgd te zijn. Waarom niet? Wordt er, na een paar telefoontjes naar makelaars en eigenaars, maar snel voorgesorteerd op beschikbare grond in Helmond? Worden daarbij afgesproken procedures in SGE en MRE verband genegeerd? Het feit dat daar niet eens iets over vermeld wordt, verbaasd ons.
Antwoord: M.b.t. punt 5 van het voorstel, waarin wordt aangegeven dat er geen geschikte locatie te vinden zou zijn: voor wat betreft de locatiekeuze onderschrijf ik uw standpunt dat een nadere onderbouwing hieromtrent nodig is. lk heb Blink verzocht dit in de stukken nader toe te lichten. ln punt 6 wordt een mogelijke locatie aangegeven. Er wordt echter niet aangegeven om welke locatie het gaat. Apart, aangezien het om eigendom van de gemeente Helmond gaat. Als we het hebben over helderheid en transparantie zou gewoon aangegeven moeten kunnen worden, toch? Hoe kan een voorstel waar vele miljoenen mee gemoeid zijn dergelijke informatie achterhouden?
Antwoord: M.b.t. punt 6, waarbij een mogelijke locatie wordt aangegeven: Mij is niet gebleken dat informatie met betrekking tot de locatie wordt achtergehouden.lk begrijp terughoudendheid van Blink als de gemeenteraad van Helmond nog een besluit moet nemen. Wel heb ik gevraagd om een schetsontwerp bij te voegen bij de stukken. ln punt B wordt aangegeven dat "Met het nemen van het investeringsbesluit kan direct gestart worden met het nader uitwerken van het ontwerp voor de vergunningaanvragen." Daarbij wordt aangegeven dat dit besluit in Q1 of Q2 van 2024 wordl genomen. Maar dit is natuurlijk niet zo. De zienswijzeprocedure moet eerst doorlopen worden, voor het AB een besluit kan nemen. Gezien het feit dat het hele traject op zijn vroegst de dag van de vergadering van 30 oktober 2024 van start zou kunnen gaan en een zienswijzeprocedure 12 weken duurt conform het eigen regelement en de WGR, betekent dat de beslissing op zijn vroegst 23 januari 2025, pagina 2 van 5 REFNUMBER
maar in praktuk pas in februari of maart 2025 genomen kan worden. De planning onder punt 8.1 is dus niet realistisch en loopt dus minimaal een jaar uit.
Antwoord: M.b.t. punt 8: Zie antwoord bij punt 2; er moet inderdaad een zienswijzeprocedure gestart worden. Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen geldt daarbij een zienswijzetermijn van 12 weken. lk ben van mening dat het bestuur van Blink een zodanig ruime termijn aan dient te houden dat besluitvorming pas plaatsvindt nadat de zienswijzen van alle raden zijn ontvangen. ln punt 8.4 worden de risico's aangegeven. Daarbij wordt aangegeven dat een aantal preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Hieronder wordt o.a. genoemd: . besluitvorming eenvoudig en zo klein mogelijk houden, . afdeling vergunningen bij de gemeente verzoeken om dit project met prioriteit te beoordelen, . aanbestedingen eenvoudig en to{he-point insteken, zodat marktpartijen willen inschrijven en zich willen committeren om vóór 1-1-2026 de uitvoering gereed te hebben. Besluitvorming binnen de GR valt binnen de WGR en haar eigen regelement. Hier bochten afsnijden of "short-cuts" nemen is niet alleen niet wenselijk, het zorgt voor niet zorgvuldig genomen besluiten kan zelfs illegaalzijn. De afdeling vergunningen bijde gemeente verzoeken om dit project met prioriteit te beoordelen druist volledig in tegen gelijkwaardigheid en een betrouwbare overheid.
Aanbesteding eenvoudig en to-the-point insteken met een dergelijke investering lijkt lastig aangezien Europese aanbestedingsregels gevolgd zullerr moeterr worderr. Al met al worden de risico's in punt 8.4 grotendeels afgedaan als iets wat omzeild kan worden of versneld kan worden. Dit lijkt ons niet.
Antwoord: M.b.t. punt 8.4 waarin de risico's worden aangegeven: ik stel mij op het standpunt dat procedures op correcte wijze, in overeenstemming met de letter en geesf van de wet, doorlopen dienen te worden. ln punt 9 wordt aangegeven dat deze stap onvermijdelijk is, als gevolg van de ontvlechting met Prezero. De alternatieven en het onderzoek daarnaar ontbreekt volledig. Waarom zou deze stap onvermijdelijk zijn? Welke alternatieven zijn bedacht en welke zijn onderzocht? Hoe is dat onderzoek verlopen en op basis waarvan is besloten dat dit de enige mogelijke stap is?
Antwoord: M.b.t. punt 9: ik ben het met u eens dat nadere onderbouwing van de stap tot het realiseren van nieuwbouw nodig is. Dan, over bijlage 5b, het besluit investering nieuwbouw Blink staat in het besluit:
. De investeringsbegroting vast te stellen . De kwartiermaker te mandateren om binnen deze begroting besluiten te nemen . De kwartiermaker te mandateren om een kredietfaciliteit aan te gaan, met een maximum van de investering zoals hierbij goedgekeurd
. Dit besluit kent de opschortende vooruvaarde, eerst een zienswijze procedure te volgen en daarna te bekrachtigen in een extra AB begin januari 2025
. De voorbereidende werkzaamheden voort te zetten Gezien het feit dat er een zienswijzeprocedure opgestart wordt -ongeacht of deze conform de regelementen noodzakelijk is- kan een dergelijk besluit niet genomen worden. lmmers, het voorstel kan pas aan het AB voorgelegd worden als alle zienswijzen binnen zijn en bij het voorstelgevoegd zijn.
Antwoord: Zie bijpunt 1
pagina 3 van 5 REFNUMBER
Verder, het mandateren van een enkel persoon, de kwartiermaker, lijkt ons, gezien grootte van de investering, maar ook gezien de twijfelachtige voorbereiding en aanpak van dit project en de voorbereiding tot besluitvorming rondom dit project, niet wenselijk. Een projectteam van minimaal 3 mensen, waar de kwartiermaker niet noodzakelijk deel van uitmaakt, lijkt ons meer passend om een project van dergelijke omvang te leiden.
Antwoord: Het bestuur van Blink heeft het voorgenomen besluit teruggetrokken, er is dus geen mandaat verleend. Dan wordt gesproken over een "opschortende voonvaarde". Een opschortende voonvaarde van een zienswijze procedure kent de Nederlandse wet niet. Niet binnen de WGR, niet binnen de bestuurlijke wetgeving, niet binnen het regelement van de GR Blink, nergens. Dit kan en mag dan ook niet besloten worden. De voorbereidende werkzaamheden kunnen voortgezet worden, mits dit past binnen de bestaande begroting. Daarbij moet opgemerkt worden dat de post Onvoorzien natuurlijk niet voor de voorbereiding van een investeringsvoorstel gebruikt kan worden. Wijzijn dan ook zeer benieuwd vanuit welke post de voorbereidende werkzaamheden gedekt worden.
Antwoord: M.b.t. "opschortende voorwaarde" zie punt 1. ln bijlage 6, welke gaat over de zienswijze procedure, wordt op pagina 4 aangegeven dat raden maximaal 8 weken de tijd hebben om wensen en bedenkingen te versturen. ln haar eigen stattrten (artikel 23, lid 2) staat een periode van 12 weken als reactietijd voor de zienswijze procedure.
Aangezien het AB pas 30 oktober 2024 besluit over de zienswijzeprocedure, zijn zienswijzen van de aangesloten gemeenten tot 23 januari 2025 mogelijk.
Antwoord: M.b.t. bijlage 6, pagina 4: zie bij punt 8. ln het hele plan wordt het risico van het niet gereed zijn in januari2026 als belangrijkste motivatie aangevoerd om snel te handelen, bochten af te snijden en de druk om te beslissen op te voeren. Echter, de GR Blink heeft zich te houden aan procedures, regels en wetten. Het risico van het niet gereed zijn in januari 2026 zou dan ook geen motivatie moeten zijn om sneller te handelen, maar een motivatie om met spoed een alternatief noodplan uit te werken. Waar is dit noodplan?
Antwoord: Als vertegenwoordiger van het college in het AB van Blink, heb ik het DB verzocht een uitgewerkt "Plan B" op te stellen voor het geval dat de aangegeven planning niet gehaald wordt. Wethouder, zoals aangegeven heb ik eerder het gedrag van het bestuur van de GR Blink vergeleken met cowboy gedrag. ln de te bespreken punten in de komende AB vergadering van 30 oktober zien wij niet alleen ontbrekende onderbouwingen voor voorgestelde keuzes, we zien ook (pogingen tot) het omzeilen van eigen regelementen en zelfs de wet. We zien in deze punten wel degelijk "cowboy gedrag" van het bestuur van de GR Blink. Graag vernemen we van u wat uw standpunt is in deze.
Antwoord: lk ben geen voorstander van het gebruik van een dergelijke kwalificatie. lk herhaal mijn antwoord dat mij niet is gebleken dat informatie doelbewust wordt achtergehouden en dat ik het DB heb verzocht om een nadere onderbouwing te verstrekken van de gekozen locatie en het opstellen van een "Plan 8".
pagina 4 van 5 REFNUMBER
lk vertrouw u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd Het college van burgemeester en wethouders, ns dezen,
na
r
Sa
\
Lówik
pagina 5 van 5 REFNUMBER