B2 Kadernota 2027 GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd
Tekst van het document
Kadernota 2027 GR Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd
1
Inhoudsopgave Inleiding ...................................................................................................................................................3 1.
Inhoudelijke ontwikkelingen...........................................................................................................4
2.
Programmaplan ..............................................................................................................................5
2.1
Opgave zo thuis en nabij mogelijk ..............................................................................................5
2.2
Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg ..............................................................................5
2.3
Opgave de lerende regio ............................................................................................................5
2.4
Regionaal Matchings Team ........................................................................................................5
2.5
Verbinding met aanpalende domeinen – ZIO/OZA ....................................................................6
Contractmanagement .............................................................................................................................6 2.6
Werkgroep PDC ..........................................................................................................................8
2.7
Werkgroep Monitor en Financiën ..............................................................................................8
Werkgroep Administraties ......................................................................................................................8 2.8
Samenwerking 21 voor de jeugd ................................................................................................8
2.9
Beschikbaarheidswijzer ..............................................................................................................9
2.10
Jongerenparticipatie ...................................................................................................................9
2.11
Transformatiefonds ..................................................................................................................10
2.12
Programmateam ..........................................................................Error! Bookmark not defined.
3.
Financiële uitgangspunten begroting 2027 ..................................................................................10
2
Inleiding Het traject van opgroeien en opvoeden kent pieken en dalen. Elke nieuwe ontwikkelingsfase brengt voor zowel jeugdigen als volwassenen nieuwe uitdagingen met zich mee. Soms verlopen deze fasen soepel en prettig, terwijl ze op andere momenten wat moeilijker en minder aangenaam zijn en dat is volkomen normaal. Ieder kind verdient het zorg(e)loos op te groeien. In bepaalde situaties is er echter behoefte aan extra ondersteuning bij het opgroeien en begeleiden van een kind. Advies, ondersteuning, begeleiding of opvang kunnen dan écht het verschil maken. Het hoofddoel is altijd om ervoor te zorgen dat jeugdigen en gezinnen weer zelfstandig verder kunnen en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. De kern van ons werk is samenwerken aan een kansrijke en duurzame toekomst voor jeugdigen en gezinnen. Een van de manieren om hieraan bij te dragen is een zorgvuldige inkoop van jeugdhulp en goed doordachte organisatie van deze inkoop. Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd is verantwoordelijk voor het inkopen van de Specialistische Jeugdzorg van de elf gemeenten. We werken volgens de nieuwe wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg en de Hervormingsagenda Jeugd. De Jeugdregio heeft in de afgelopen jaren gewerkt aan het formaliseren van onze samenwerking zoals vereist naar een Gemeenschappelijke Regeling en aan een betrouwbare, luisterende en meewerkende partner te zijn.
Dit zijn wij zowel richting aanbieders, als gemeenten en Rijk. We hebben zoveel als mogelijk landelijke standaarden geïmplementeerd en werken er aan om de (administratieve) lasten zo laag mogelijk te houden en de kosten beheersbaar te houden. Deze instelling zetten wij de komende jaren voort. We werken toe naar een periode waarin we nieuwe inkoop vorm moeten geven met elkaar en intensief van elkaar moeten leren. Er staat een goed lopend netwerk waardoor de lijnen steeds korter zijn en we werken aan de inhoudelijke doorontwikkeling die mogelijk gemaakt moet worden. We zien inkoop als een middel, niet een doel op zich. Waar we zowel inhoudelijk als financieel iets kunnen betekenen voor alle partijen. De landelijke ontwikkelingen en de ontwikkelingen binnen de regio en de gemeenten vragen om een verdere transformatie waarbij inkoop een onderdeel wordt van het totale sturingsproces en financiële beheersmaatregelen. De ambitie van de jeugdregio is: “Samen maken wij het verschil voor jeugdigen en gezinnen zodat ze mee kunnen blijven doen in de maatschappij”.
3
1. Inhoudelijke ontwikkelingen We kijken kritisch naar onze eigen kosten. We vragen dit ook van onze aanbieders. Goed is goed genoeg. Naast de financiële drijfveer om de kosten van het landschap beheersbaar te houden, zit hierachter ook de inhoudelijke drijfveer (passend bij de hervormingsagenda) om specialistische jeugdhulp alleen voor de meest kwetsbare kinderen in te zetten / te normaliseren. Tegelijkertijd moeten wij de nieuwe organisatie inrichten conform de nieuwe Wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg wat enkele veranderingen in de huidige werkwijze met zich meebrengt. Ook investeren wij incidenteel op capaciteit om de inkoop verantwoord te kunnen laten lopen. Regionaal afsluiten Niet Gecontracteerde Zorg (NGZ) De nieuwe wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg draagt op dat de regio regionaal contracten moet afsluiten voor niet gecontracteerde zorginzet (ook wel ‘NGZ’ genoemd). Dit was een lokale verantwoordelijkheid. Hiervoor moet ambtelijke capaciteit beschikbaar worden gesteld. Welke organisatie dit op gaat pakken, hoeveel capaciteit dit vraagt en wat dit financieel gaat betekenen wordt in 2026 verder uitgewerkt. De taken die regionaal worden opgepakt hoeven lokaal dan niet meer worden uitgevoerd. Uitbreiding Contractmanagement Er wordt veel geïnvesteerd in goede relaties met zorgaanbieders.
De inkoop van de brede jeugdhulp is uitgebreid met de inkoop van Crisis zorg (voorheen belegd bij de DVO 21 voor de Jeugd) en Zorg in Onderwijstijd (nieuw contract naar aanleiding van de Hervormingsagenda) waardoor er capaciteit verschoven wordt van de DVO 21 en mogelijk beperkte capaciteit bij moet. Deze kosten worden (grotendeels tot volledig) gedekt door de kosten voor contractmanagement die eerder aan de DVO 21 voor de Jeugd werden besteed aan contractmanagement crisis. Manager Gezien de aanvullende taken van de jeugdregio vanuit de wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (zoals hierboven genoemd de NGZ taken en taken uit de DVO21, zie hiervoor ook hoofdstuk 2.10) wordt het personeel uitgebreid en het takenpakket breder. Hierom wordt er geïnvesteerd in passende sturing van het personeel. De functie van operationeel manager wordt beperkt uitgebreid om de groei van de organisatie passend aan te kunnen sturen. Investeren in toezichthouder Oorspronkelijk is gestart met een minimale investering in toezicht om te bezien of we hier als jeugdregio in willen investeren. De preventieve werking en handhaving heeft al toegevoegde waarde bewezen, echter is het landschap dusdanig groot dat de toezicht trajecten nog beperkt kunnen worden uitgevoerd.
Omdat het 180 gecontracteerde aanbieders betreft, en nog meer niet gecontracteerde partijen die zorg leveren in onze regio, is hiervoor 22 uur per week inzet onvoldoende. Er wordt gekozen om hierop te investeren. Kosten nieuwe inkoop (incidenteel) In 2027 vindt de beoordeling van ingeschreven aanbieders op de inkoop plaats. Voor dit traject moet er capaciteit zijn om beoordelingen te doen en middelen voor externe inhuur voor onder andere financiële toetsing en verwerken van nieuwe contracten. Dit gebeurt zodat we onrechtmatigheid- en continuïteits- vraagstukken aan de voorkant kunnen signaleren. Deze capaciteit en externe middelen worden tijdelijk voor één jaar opgeplust. 4
Coördinatiepunt gezinshuizen (incidenteel) Bij de nieuwe inkoop wordt het coördinatiepunt gezinshuizen meegenomen in de reguliere jeugdzorg. Gezien het waardevol is om de continuïteit te borgen van coördinatiepunt gezinshuizen is het voorstel dit voor een jaar tijdelijk op te nemen in de begroting van 10vdJ als externe kosten. Het coördinatiepunt gezinshuizen werkt samen met verwijzers en gezinshuizen om jeugdigen een passend huis te geven en is afgelopen 2 jaar gefinancierd middels het Transformatiefonds.
2. Programmaplan 2.1 Opgave zo thuis en nabij mogelijk Wij willen dat elk kind zo thuis en nabij mogelijk zorg kan ontvangen. Hiervoor moeten verwijzers en specialistische jeugdhulp ingericht en toegerust zijn om dit te realiseren. Dit is ook een opgave in de Hervormingsagenda: Terugdringen residentiele jeugdhulp: zo thuis mogelijk. Waar de prioriteit in de HA vooralsnog ligt op het sluiten van gesloten jeugdhulp, wordt deze opgave in Een 10 voor de Jeugd ook breder uitgewerkt.
2.2 Opgave Tijdig, passende en betaalbare zorg Waar één gezin – één plan – één regisseur een van de doelen van de decentralisatie is, willen wij dit doortrekken naar de specialistische jeugdhulp. Geen ‘geshop’ met gezinnen bij aanbieders maar direct, passende zorg. Ook betaalbaarheid is hierbij een groot aandachtspunt voor zowel aanbieders als gemeenten waar de stijgende kosten en onvoldoende tegemoetkomende baten een probleem vormen. In essentie betekent dit dat zorg wordt geleverd wanneer het nodig is, op de manier waarop het nodig is, binnen de beschikbare budgetten.
2.3 Opgave de lerende regio Gezien de landelijke en lokale ontwikkelingen is het belangrijk om als regio van elkaar te leren. De regionale organisatie ‘Een 10 voor de Jeugd’ kan hierin een belangrijke taak vervullen zodat we de grote opgaven waar we voor staan de komende jaren samen kunnen oppakken. Zodat we voordeel kunnen doen van de schaalgrootte waar dit toegevoegde waarde heeft, of kunnen leren van onze buurgemeenten waar we lokaal willen acteren.
2.4 Regionaal Expert Team In januari 2022 is binnen de regio “een 10 voor de Jeugd” het Regionaal Expert Team (RET) van start gegaan, oorspronkelijk onder de naam RMT. Het RET is er voor de meest complexe casuïstiek waarbij verblijf met behandeling, of evt. ambulant aanbod ter voorkoming hiervan, gerealiseerd dient te worden. Het uitgangspunt is dat de aanbieders in het RET aan tafel zitten die samen alles in huis hebben om de meest complexe casuïstiek op te pakken. Het RET is een plek waar aanbieders in gezamenlijkheid de casus oppakken en er samen met de verwijzer en het huishouden mee aan de slag gaan. Het RET is er voor de meest complexe casuïstiek waarbij verblijf met behandeling, of evt. ambulant aanbod ter voorkoming hiervan, gerealiseerd dient te worden. Uitgangspunt is dat de aanbieders aan tafel zitten die samen alles in huis hebben om de meest complexe casuïstiek op te pakken. Het RET is
5
een plek waar aanbieders in gezamenlijkheid de casus oppakken en met de verwijzer en het gezin gezamenlijk tot passend aanbod komen.
2.5 Verbinding met aanpalende domeinen – ZIO/OZA Onderwijs mogen volgen is een recht en plicht waar iedere jeugdige van gebruik moet kunnen maken. In samenwerking met de regio Samen voor jeugd wordt gewerkt aan het project Zorg in Onderwijstijd. Dit project is er op gericht om kinderen met een hulpvraag die onderwijs volgen zo weinig mogelijk verschillende gezichten te laten zien en het zo efficiënt mogelijk in te richten. Dit sluit aan bij de Hervormingsagenda waarbij de opdracht is om in te zetten op collectief aanbod van zorg en onderwijs. De collectieve ondersteuning is hierbij voorliggend. Groepsgerichte voorzieningen hebben bovendien de voorkeur boven een individueel gerichte aanpak. Ook sluiten wij aan bij de verschillende regionale en lokale ontwikkelingen rondom zorg bij onderwijs en andersom. Onderwijs moet een integraal onderdeel zijn van het leven van een jeugdige en moet dus ook een integraal onderdeel zijn van de jeugdhulp. Daarom is dit een uitgangspunt dat overkoepelend over de opgaven wordt meegenomen. Met de 11 gemeenten is afgesproken dat, waar nodig, er verbindingen worden gelegd tussen de werkgroepen van het Toekomstscenario, het AZWA en overige werkgroepen en de regio Een 10 voor de jeugd.
Het AZWA raakt de regionale inkoop van jeugdhulp via de Hervormingsagenda Jeugd in de opgave ‘versterking sociaal pedagogische basis’ en ‘versterking lokale teams’ en het leggen van verbindingen tussen de aanpalende domeinen. Daar waar nodig worden vanuit Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd de verbindingen gelegd, met ook weer het oog op leren van en met elkaar, maar ook met het oog op het voorkomen van een onsamenhangend geheel van inspanningen en activiteiten op lokaal en (sub)regionaalniveau, waardoor zaken dubbel gedaan worden of kostbare capaciteit en tijd verloren gaat.
2.6 Contractmanagement Contractmanagement heeft de rol om op een professionele manier, als een ‘spin-in-het-web’, de contractuele afspraken en processen te bewaken. Ons regionaal contractmanagement voegt waarde toe door samen met de jeugdhulpaanbieders en de (lokale) gemeenten kansen, bedreigingen, ontwikkelingen en trends te signaleren, oplossingen voor problemen of knelpunten te bedenken en prestaties te verbeteren. Dit met als doel maatschappelijke waarde toe te voegen zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp ontvangt binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Vanaf 2022 wordt contractmanagement vanuit het regionale karakter van een 10 voor de Jeugd uitgevoerd. Dit vormt ook de basis voor 2024-2028. Waar er vóór 2022 overwegend reactief werd geacteerd, is één van de doelstellingen van contractmanagement om voor 2024 en verder, de ingeslagen weg vanaf 2023 overwegend proactief in te zetten en verder te verstevigen. Dit betekent o.a. dat met meer gecontracteerde zorgaanbieders een proactieve contractrelatie wordt opgebouwd. Hierbij investeren we blijvend in een duurzame, professionele en gelijkwaardige samenwerkingsrelatie met zorgaanbieders. Dit zodat de lokale gemeenten passende zorg en kwalitatief goede ondersteuning kunnen bieden aan hun inwoners, waarbij zij grip hebben en houden op de kosten van deze zorg en ondersteuning.
6
Contractmanagement is een strategische functie en een belangrijk instrument om strategische doelstellingen te bereiken. Onze contractmanagers staan of handelen nooit op zichzelf maar komen tot recht in samenhang met andere experts. Effectief contractmanagement is binnen 10vdJ dan ook teamwork. Ook gedurende 2024-2028 blijven we een naadloze aansluiting en optimale samenwerking tussen contractmanagement- en beheer, beleid, kwaliteit, toegang, monitoring & financiën en toezicht borgen. Toezicht Toezicht is het verzamelen van informatie over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen, het daarna vormen van een oordeel daarover en het eventueel naar aanleiding daarvan interveniëren. Binnen de Jeugdwet kennen we drie vormen van toezicht: 1) rechtmatigheidstoezicht, 2) kwaliteitstoezicht, en 3) toezicht op calamiteiten en incidenten, dat wordt uitgevoerd door twee toezichthoudende partijen. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is verantwoordelijk voor kwaliteitstoezicht en toezicht op calamiteiten en incidenten. Sinds 2023 is er ook een gemeentelijke toezichthouder aangesteld, verantwoordelijk voor rechtmatigheidstoezicht voor de gemeenten die deel uitmaken van de samenwerking binnen 10vdJ. Rechtmatigheidstoezicht is geen doel op zich.
Net als contractmanagement, voegt ook toezicht maatschappelijke waarde toe zodat de jeugdige en zijn/haar gezin gepaste jeugdhulp van goede kwaliteit ontvangt, binnen een duurzaam zorglandschap en binnen de gemeentelijke budgetten. Om dit te bereiken, is er sprake van grote afhankelijkheid tussen betrokkenen die een rol hebben op gebied van toezien. Denk daarbij aan contractmanagers, beleidsmedewerkers, kwaliteitsmedewerkers, toegangsmedewerkers financieel adviseurs, data-analisten, klachtenfunctionarissen en aanverwante functies. Het grote verschil tussen toezicht en toezien, is dat toezicht gebruik kan maken van specifieke onderzoeksbevoegdheden op grond van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kan meer informatie verkregen worden over de vraag of gedeclareerde jeugdhulp voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Iemand die toeziet heeft algemene onderzoeksbevoegdheden. Ondanks dat toezicht vaak wordt gezien als ‘slot op de deur’, loont het als toezicht juist inzet op preventieve interventies aan de voorkant en onderweg. Onrechtmatigheden kunnen voorkomen worden bijvoorbeeld met goede voorlichting, duidelijke afspraken, goede afstemming tussen interne rollen en duidelijke communicatie. Hierdoor zorgen we voor een steeds sterker stelsel, dat weerbaar is tegen onrechtmatigheden en zorg en ondersteuning van onvoldoende kwaliteit. Voorkomen is immers beter dan genezen.
De wetgever laat gemeenten vrij in hoe zij invulling geven aan rechtmatigheidstoezicht. In 2024 zal gestart worden met het uitvoeren van onderzoeksinterventies. Toezicht moet hierin lerend ontwikkelen. De toezichthouder zal gefaseerd te werk gaan. Gestart zal worden met onderzoeken naar aanleiding van (reeds ontvangen) interne signalen. Zodra er ook een extern meldpunt is ingericht, zal dit worden uitgebreid met externe signalen. Nadat er ervaring is opgedaan met het doen van signaalgestuurde onderzoeken, zal ook gestart worden met risicogestuurde onderzoeken. Dit is een vorm van toezicht op basis van een algemene risicoanalyse. Tijdens deze risicoanalyse worden risico's binnen het stelsel in kaart gebracht, beoordeeld op de kans dat het zich voordoet, en de impact als het zich voordoet. Op basis daarvan kunnen gerichte onderzoeksinterventies uitgezet worden. Hierdoor kunnen onderbouwde keuzes
7
gemaakt worden in toezichtsobjecten, doelen, methoden en de inzet van capaciteit. Hiermee kan toezicht doelmatiger worden ingevuld.
2.7 Werkgroep PDC De werkgroep PDC houdt zich bezig met de inhoudelijke vragen en toepassing van de producten binnen onze Producten Diensten Catalogus (PDC). Daarnaast beoordelen zij nieuwe toetreders (aanbieders) op o.a. kwaliteit. De werkgroep PDC draagt bij aan (door)ontwikkeling van (nieuwe) productkaarten. Ook spelen ze een rol bij vragen rond een dekkend zorglandschap.
2.8 Werkgroep Monitor en Financiën Datagedreven werken betekent voor ons dat we aandacht besteden aan en sturen op: - Kwantitatieve data: we kennen onze cijfers en sturen hier op. Hiertoe blijven we de tools als de Monitor Een 10 voor de Jeugd door ontwikkelen. - Kwalitatieve data: we besteden ook aandacht aan het verhaal achter en bij de cijfers en plaatsen deze in de juiste context door het gesprek te voeren met de gemeentelijke toegang, aanbieders én cliënten. Bijv. door de verhalen van cliënten (o.a. adviesvangers) mee te wegen. - Benchmarken van data: via de Monitor Een 10 voor de Jeugd kunnen we gemeenten onderling met elkaar vergelijken. We signaleren en analyseren onderlinge verschillen en gaan daarover het gesprek aan. We delen onze successen en tegenvallers en leren van elkaar. We focussen daarnaast ook op het benoemen en meetbaar maken van te bereiken resultaten en monitoren ook of we die resultaten bereiken. Wij zien veel voordelen in het werken met data en het leren van de gegevens die er beschikbaar zijn. Daarom dat het uitgangspunt data, monitoring en bijstelling integraal bij alle opgaven wordt meegenomen.
2.9 Werkgroep Administraties We hebben een regionaal administratieprotocol opgesteld met de 11 gemeenten. Dit is waar mogelijk afgestemd op het standaardadministratieprotocol dat de landelijke norm is. De 11 gemeenten hebben ieder voor zich of in samenwerking met andere gemeenten een backoffice voor de administratieve afhandeling ingericht en maken gebruik van verschillende systemen. Vanuit een gezamenlijke inkoop is het daarbij van belang om structureel met elkaar te overleggen over de wijze waarop iets in administratieve zin geïmplementeerd moet worden. Ook bij aanpassingen en wijzigingen is het van belang tijdig deze werkgroep te betrekken om de administratieve haalbaarheid te controleren. In de Hervormingsagenda wordt ook gewerkt naar een verregaande standaardisatie van de administratie van gemeenten.
2.10
Samenwerking 21 voor de jeugd
We hechten veel belang en waarde aan gezamenlijk in de regio werken. Sommige zorgvormen zijn schaars beschikbaar waardoor er grote voordelen zijn om samen te werken of omdat vanuit landelijke kaders bepaald is dat een dergelijk onderwerp (boven)regionaal ingekocht moet worden. Andere onderwerpen zijn waardevol om in samenhang op te pakken. In het werkplan 21voordeJeugd worden de onderwerpen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (JB & JR), JeugdzorgPlus (JZ+), Veilig Thuis (VT), Crisis en Coördinatie Spoed Eisende Zorg en Beschermtafel opgepakt. De 8
inkoopafspraken over bovenstaande jeugdhulpvormen (jeugdbescherming en – reclassering, JeugdzorgPlus, Crisis Interventie en Veilig Thuis) hebben de 21 gemeenten belegd binnen de gemeente Eindhoven. Afspraken hierover zijn neergelegd in de Dienstverleningsovereenkomst DVO21. De beleidsmatige afstemming over deze dossiers vindt plaats binnen 21voordejeugd. Ieder regionaal dossier heeft een bestuurlijk aanspreekpunt. De bestuurlijk trekkers van de regionale dossiers vormen gezamenlijk het bestuurlijk team. In het ambtelijk kernteam 21voordeJeugd werken contractmanagement vanuit de DVO21 en beleidsadviseurs vanuit de gemeenten samen aan de regionale dossiers. In het kader van de nieuwe Wet Verbetering Beschikbaarheid Jeugdzorg worden per 2026 diverse taken (met uitzondering van Veilig Thuis) belegd bij de Jeugdregio’s. Om deze gewijzigde verantwoordelijkheden goed te borgen, wordt in 2026 een project uitgevoerd dat zich richt op de structurele verankering van deze dossiers binnen de Jeugdregio’s. In 2027 wordt de DVO21 doorontwikkeld zodat deze aansluit op de nieuwe wetgeving en de daarbij horende verantwoordelijkheden van de Jeugdregio’s op een juiste en eenduidige wijze worden vastgelegd.
Aansluiting op de inkoop en aansturing vanuit de twee Jeugdregio’s (Een 10 Voor de Jeugd en Samen voor Jeugd) is geborgd door afstemming tussen de regio’s Samen voor Jeugd en Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. Ook dit wordt geformaliseerd voor 2027. Samenwerking met Samen voor Jeugd In Zuidoost-Brabant werken we met twee jeugdhulp regio’s. Samen voor Jeugd is de jeugdhulpregio van 10 gemeenten rondom Eindhoven. In de schaalgrootte zien we voordelen om samen te werken op onderwerpen zoals jeugdhulp-onderwijs, kleinschalig verblijf, en het zorglandschap voor crisishulp met regio Samen voor Jeugd. Onderling is er een goede verbinding en uitwisseling. Waar er voordelen zijn om samen te werken wordt dit ook opgepakt. Zo voeren we bij enkele aanbieders gezamenlijk contractmanagement uit, in het kader van efficiëntie en lasten vermindering voor aanbieders. Dit willen we verder borgen en waar wenselijk uitbreiden.
2.11
Beschikbaarheidswijzer
De beschikbaarheidswijzer is sinds de ingang van de nieuwe contracten actief. De Beschikbaarheidswijzer (BSW) geeft inzicht in wachttijden bij aanbieders. De verwijzers, zowel gemeentelijke toegangsteams, artsen als Gecertificeerde Instellingen kunnen in de BSW gecontracteerde aanbieders zoeken op kenmerken. Zij zien dan ook wat de wachttijd is. Het helpt verwijzers in het snel vinden van passend aanbod. De BSW genereert daarnaast inzicht in de wachttijden voor de verschillende producten. Deze input gebruiken we in de verdere doorontwikkeling in de opgaven.
2.12
Jongerenparticipatie
Ook werken we mét de jongeren en halen we input bij hen op. We werken hierbij samen met de adviesvangers. De Adviesvangers zijn een groep betrokken jongeren in de leeftijd 14-22 jaar die onder begeleiding van stichting Zorgbelang Brabant I Zeeland gevraagd en ongevraagd advies geven aan de regio’s Samen voor Jeugd en Een 10 voor de Jeugd. Vanuit de regio kunnen er vragen neergelegd worden bij de Adviesvangers en zij zullen vervolgens input ophalen uit hun eigen omgeving. Elke twee maanden wordt er door de adviesvangers een Speak & Eat georganiseerd, 9
waarbij wethouders, beleidsadviseurs en jongeren in gesprek met elkaar gaan over verschillende thema's. Ook wordt er gewerkt aan het betrekken van ouders en gezinnen.
2.13
Transformatiefonds
Om de transformatie van het jeugdhulpstelsel een impuls te geven is het Transformatiefonds opgezet. De jeugdzorgregio Zuidoost-Brabant (21 gemeenten) heeft hiervoor een aanvraag ingediend. Voor de regio Zuidoost-Brabant is vanuit dit fonds in de periode 2019 t/m 2021 in totaal € 4.653.267,00 toegekend. In de aanvraag zijn drie onderwerpen opgenomen die we met de middelen van het Transformatiefonds willen aanpakken: Pleegzorg, Jeugdzorgplus en Verblijf. Voor onze regio was ruim € 1,2 miljoen beschikbaar. Met deze middelen kunnen verblijfsverkortende en – voorkomende initiatieven worden gefaciliteerd dan wel uitgebreid. In 2025 was hier ruim 8 ton van over. Projecten worden voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur waar de accordering op de projecten ligt.
2.14
Teamoverleg
Het teamoverleg bestaat uit de projectleiders van alle bovenstaande onderwerpen. Waar dit niet geborgd wordt door de projectleiders sluit een afspiegeling aan van de subregio’s (Helmond / Veldhoven / DV+ / Peelgemeenten). In het programmateam wordt de samenhang geborgd over de brede jeugdregio. Ook worden hier overkoepelende vraagstukken besproken en bestuurlijke stukken voorbereid.
3. Financiële uitgangspunten begroting 2027 De begroting 2027 zal worden opgesteld rekening houdend met indexering zoals opgenomen in de kerngegevens uit de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) uit de miljoenennota 2025. De inhoudelijke ontwikkelingen genoemd in hoofdstuk 1 zijn nog niet meegenomen in de kosten. Deze worden verwerkt in de begroting 2027. Voor de berekening van de loonkosten 2027 gaan we uit van de werkelijke loonkosten 2026 plus de loonontwikkeling op basis van de loonvoet sector overheid. Voor de ontwikkelingen die loongerelateerd zijn, gaan we uit van de begroting 2026 plus indexering op basis van de loonvoet sector overheid. Voor de niet loon-gevoelige onderdelen, gaan we uit van de begroting 2026 plus indexering op basis van de index materiële overheidsconsumptie (imoc). We volgen met deze methodiek de methodiek van de 4 grote gemeenschappelijke regelingen1 in de regio en van GR Peelgemeenten. Er is afstemming geweest met het samenwerkingsverband om op de hoogte te blijven van de recente ontwikkelingen van de indexatiemethodiek. In onderstaande tabel hebben we een verdeling gemaakt tussen de verhouding loongevoelig en prijsgevoelig. Het grootste gedeelte van de begroting bestaat uit loonkosten en loongevoelige lasten. Kadernota 2027
loonvoet sector overheid index materiële overheidsconsumptie (imoc) gewogen index
Verhouding Effect loongevoelig index prijsgevoelig 2,9% 92% 2,7% 2,4% 8% 0,2% 2,9%
1GGD Brabant-Zuidoost, Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost, Metropool Regio Eindhoven, Omgevingsdienst
Zuidoost-Brabant.
10
Op basis van de begroting 2026 en de hierboven genoemde index is in beeld gebracht wat de indicatieve bijdrage per gemeente in 2027 is. De berekende bijdrage voor 2027 is voorlopig, immers de gerealiseerde loonkosten 2026 zijn nog niet bekend. Berekeningen zijn nu gebaseerd op de loonkosten van de begroting 2026 plus indexatie. Daarnaast zullen in de begroting 2027 de actuele afspraken over de af te nemen capaciteit per gemeente worden verwerkt op basis van het vastgestelde kostprijsberekeningsmodel. Bijdragen deelnemende gemeenten
B2026
B2027
Geldrop-Mierlo Helmond Nuenen Son en Breugel Veldhoven Waalre Peelgemeenten Totaal
€ 279.200 € 657.200 € 166.100 € 123.200 € 321.000 € 123.300 € 859.100 € 2.529.100
€ 287.186 € 675.998 € 170.851 € 126.724 € 330.181 € 126.827 € 883.673 € 2.601.439
11