B1 Inwoner - Reactie n.a.v. mededeling Eeneind-West raadsvergadering 13 maart (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Via email: Aan:
Griffie Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten met cc. naar de gemeenteraad
Postbus 10000 5670 GA NUENEN
Nuenen, 23 maart 2025 Geachte
en de gemeenteraad van gemeente Nuenen,
Op donderdag 13 maart was er tijdens de vergadering van de gemeenteraad aandacht voor het dossier "XXLdistributiecentrum". Tot mijn verbazing zijn er uitspraken gedaan door wethouder Van Stiphout die feitelijk niet kloppen. Een ervan is dat er gedegen locatieonderzoek is gedaan. Dit locatieonderzoek dateert uit 1998 en gaat alleen over het zoeken naar geschikte locaties binnen de gemeente Nuenen voor bedrijvigheid. Niets wijst erop dat dit locatieonderzoek óók geschikt is voor het vinden van een geschikte locatie voor een XXL-distributiecentrum: een locatie kan geschikt zijn voor een bedrijventerrein, maar niet voor een XXL-distributiecentrum. Onherroepelijk bestemmingsplan? Het is correct dat een onherroepelijk bestemmingsplan niet zonder meer gewijzigd kan worden, in het kader van onder meer rechtszekerheid. Maar: het is wel mogelijk om het bestemmingsplan aan te vullen via een "Nadere eisen" procedure. Dit staat in het bestemmingsplan, specifiek artikel 3.3 en 6.2. Via deze procedure1 kunnen regels worden aangevuld en verduidelijkt. Deze procedure is nadrukkelijk bedoeld voor een situatie waarin een vergunningaanvraag aanleiding geeft tot de wens het bestemmingsplan nader te willen detailleren. Zoals nu het geval is. De aangevulde bestemmingsplan-regeling mag niet wezenlijk afbreuk doen aan de bouwmogelijkheden van het onherroepelijke bestemmingsplan.
Er kan dus geen sprake zijn van het breken van contractuele afspraken met de ontwikkelaar: in het bestemmingplan staat tenslotte deze bepaling dat nadere eisen gesteld kunnen worden. De raad kan het college hier opdracht toe geven en/of zelf eerst juridisch advies inwinnen over dit onderwerp. Aanvullend: als raad heeft u een bestemmingsplan vastgesteld waarin gebruik wordt gemaakt van zogenoemde "open normen". En daarmee zijn afwegingkaders aanwezig die voldoende houvast bieden. Ook zijn er voor het XXL-distributiecentrum meerdere afwijkingen nodig van het bestemmingsplan. Concrete voorbeelden zijn opgenomen in bijlage 1. Alleen het bestemmingsplan als toetsingskader? Meermaals is gesteld door de wethouder dat alleen het bestemmingsplan een toetsingskader vormt. Maar blijkbaar alleen voor de vergunningverlening? Er is een zeer interessante vraag gesteld over de verkeersaantallen. Ik parafraseer: Als de daadwerkelijke verkeersaantallen meer/anders blijken te zijn dan in het bestemmingsplan, kunnen wij als gemeente daar dan op handhaven? De wethouder gaf aan (ik parafraseer): Als er meer/andere verkeersbewegingen zijn dan in het bestemmingsplan gaan we niet handhaven. Er moet dan gezocht worden naar een andere oplossing.
1
Zie een korte toelichting bij Rechtspraak bestuursrecht (link), uitspraak ECLI:NL:RVS:2018:565 (link) en uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:433.
1.
2.
Het is een contradictie om te stellen dat vastgehouden moet worden aan het bestemmingsplan voor vergunningverlening, om vervolgens te stellen dat er niet gehandhaafd gaat worden op het bestemmingsplan. Óf het bestemmingsplan is bindend en leidend, óf niet. Het oplossen van het verkeersinfarct welke ontstaat door het XXL-distributiecentrum duurt jaren. Het proces van de Bundelroutes laat dat ook zien. Net zoals de jarenlange vertraging om de problematiek op de A67 aan te pakken. Het doorschuiven is geen oplossing.
Daarnaast gelden er voor de aanleg- en bouwfase ook vergunningplichten vanuit onder meer het Bouwbesluit, de Wet natuurbescherming (stikstofdepositie en flora/fauna), de waterschapverordening (door zeer grote verharding) en meerdere meldingsplichten. Overigens missen alle stukken voor stikstofdepositie volledig: het ontwerpbesluit had niet genomen mogen worden zonder deze stukken. Voor de gebruiksfase zijn er toestemmingen nodig op grond van de oude (Wabo) of de nieuwe (Omgevingswet) wetgeving, zoals voor stikstofdepositie in de gebruiksfase en het gebruik als distributiecentrum zelf. Past het binnen de Nuenense omgevingsvisie? Als raad heeft u meerdere richtinggevende beleidsdocumenten vastgesteld, zoals de Nuenense omgevingsvisie. Uit de inhoud van de omgevingsvisie blijkt duidelijk dat een XXL-distributiecentrum strijdig is met wat u als raad heeft besloten. U heeft naast de omgevingsvisie meer richtinggevende beleidsdocumenten vastgesteld die in deze context relevant zijn, zoals de mobiliteitsvisie (2017) en de (geactualiseerde) woonzorgvisie (2024). Het initiatief voor een XXL-distributiecentrum is ook strijdig met deze beleidsdocumenten. In bijlage 2 kunt u concrete voorbeelden vinden. Waar gaat het nu eigenlijk over? Wethouder Van Stiphout stelt dat het om een onherroepelijk bestemmingsplan gaat.
En dat het college alléén aan het bestemmingsplan mag toetsen en niet aan andere kaders. Waarbij een toetsing aan andere kaders onrechtmatig zou zijn. Dit is feitelijk onjuist. Er zijn méér toetsingskaders dan enkel het bestemmingsplan, dat laten uitspraken van rechters2 ook zien. Het door de wethouder genoemde argument dat er sprake is van een toename van verkeer bij ontwikkeling van het terrein als bedrijventerrein, is een argument dat thuishoort in de argumentatie met betrekking tot een bestemmingsplan. Dit argument is daarom zinloos in de context van een concreet initiatief: er is al een bestemmingsplan vastgesteld. De argumenten dienen betrekking te hebben op het concrete initiatief: het XXL-distributiecentrum zelf. Er ligt tenslotte geen aanvraag om planologisch een bedrijventerrein mogelijk te maken (en welk type bedrijven daar dan mogen komen). Er ligt een concrete vergunningaanvraag voor een XXL-distributiecentrum. In de argumentatie van de stukken die deel uitmaken van het ontwerpbesluit (incl. de extra ter inzagelegging van februari 2025) wordt dit ook consistent door elkaar gehaald. Met volledigheidshalve de opmerking dat de opmerking van de wethouder over de extra ter inzagelegging niet klopt – het gaat nadrukkelijk niet om een document met enkel plaatjes. Er staat informatie in die cruciaal is om de Verklaring van geen bedenkingen te beoordelen.
De wijze waarop deze ter inzagelegging heeft plaatsgevonden is onbehoorlijk bestuur, zie meerdere ingediende zienswijzen waarin dit wordt onderbouwd.
2
Zie bijvoorbeeld uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2024:1309 (link) en ECLI:NL:RBLIM:2024:3377 (link), beiden gaan over een rechtszaak over een voornemen om in gemeente Weert een distributiecentrum (overigens fors kleiner dan het Nuenense initiatief) te realiseren.
Pagina 2
Wat is de financiële schade? Door de wethouder is genoemd dat de financiële schade als Nuenen de omgevingsvergunning afwijst rond de €50 miljoen bedraagt. Tegelijkertijd worden deze vragen niet beantwoord:
Wat is er afgesproken tussen de gemeente en de ontwikkelaar? Kan de gemeente financiële schade oplopen als de vergunning op goede gronden wordt geweigerd? Of gebeurt dat pas als de ontwikkelcombinatie een claim indient en een rechter beslist of er wel/geen schade is? Als de provincie Noord-Brabant of het waterschap weigert een benodigde vergunning af te geven, loopt de gemeente Nuenen dan alsnog financiële schade op? Welke financiële schade loopt de gemeente op als de vergunning wél wordt verleend? Gezien verwachte schadeclaims van particulieren, overheden, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden? Is dit bedrag in (boven)regionaal verband bij elkaar te krijgen? Bijvoorbeeld in Waalwijk is juist wel de ambitie om in te zetten op logistiek.
Zie ook het nieuwsbericht op de website van Burgercomité Distributiecentrum Nee! over dit onderwerp (link).
Ik vertrouw u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Nuenen
Bijlagen: 1. 2.
Voorbeelden van afwegingskaders en strijdigheden met het bestemmingsplan Voorbeelden van strijdigheden met de beleidskaders zoals vastgesteld door de raad
NB: in deze bijlagen is een zo beknopt mogelijk overzicht gegeven. In veel van de ingediende zienswijzen staan uitgebreide en gedetailleerde punten. Daar verwijs ik u graag naar.
Pagina 3
Bijlage I: Voorbeelden van afwegingskaders en strijdigheden met het bestemmingsplan Nadere eisen
In artikel 3.3 gaat het over de bevoegdheid om nadere eisen te kunnen stellen. Het college kan zelfstandig van deze bevoegdheid gebruik maken en/of in opdracht van de gemeenteraad. De raad geeft het college tenslotte vaker een opdracht mee. Om nadere eisen te stellen voor de thema's uit artikel 3.3 is een procedure nodig, dat staat in artikel 6.2. Via deze weg kan het bestemmingsplan worden aangevuld. Dit is ongeacht de status onherroepelijk. Deze nadere eisen leiden niet tot financiële schade omdat het bestemmingsplan zelf intact blijft en de bouwmogelijkheden niet wezenlijk worden gewijzigd. Het gebruikmaken van de mogelijkheid om nadere eisen te stellen leidt niet tot een contractbreuk. Net zomin als toepassing van een binnenplanse afwijking tot contractbreuk kan leiden. Er is geen voorwaarde voor het college om nadere eisen te kunnen stellen als het gaat om punten a t/m e uit artikel 3.3. Om voor punten f t/m k nadere eisen op te nemen moet dit "noodzakelijk" zijn. Dat er sprake is van "noodzakelijkheid" is evident. Op grond van bijvoorbeeld punt j kan de gemeente eisen stellen aan het aantal verkeersbewegingen en andere verkeer gerelateerde onderwerpen. Voor punt k (in relatie tot artikel 3.5.5) geldt hetzelfde, deze gaat over de mogelijkheid nadere eisen van parkeer-, laad- en losruimte op het terrein te stellen.
Het is tenslotte ongewenst dat vrachtwagens buiten het terrein van het XXL-distributiecentrum wachten.
Strijdigheden met de intentie van het bestemmingsplan
Er is een beeldkwaliteitsplan vastgesteld dat uitgaat van kleine kavels, representatieve gevels, hoge eisen vanuit beeldkwaliteit, en markante hoogwaardige bebouwing die de dorpsrand moet vormgeven. De raad heeft overwogen het beeldkwaliteitsplan vastgesteld als kader voor toekomstige ontwikkelingen. Met het initiatief wordt daar aan voorbij gegaan. Het beeldkwaliteitsplan gaat over verkaveling, maatvoering, uiterlijk en het aanzicht van gebouwen op het te ontwikkelen terrein. Wat vindt de raad van de wijze waarop de door haar gestelde kaders worden geïnterpreteerd door het college? Uit de bijlagen bij het bestemmingsplan (zoals de toelichting) blijkt duidelijk dat in de fase tot en met besluitvorming geen rekening is gehouden met een mogelijk XXL-distributiecentrum. Het ligt voor de hand dat bij de totstandkoming van het bestemmingsplan onvoldoende het besef is geweest dat de regels de mogelijkheid kunnen bieden voor ontwikkelingen die met voortschrijdend inzicht ongewenst zijn. Dit raakt aan het nadeel van een flexibel bestemmingsplan dat tot zekere mate open laat wat er gaat komen. Het is onmogelijk om alles uit te sluiten wat onwenselijk is. Het bestemmingsplan biedt wel voldoende afwegingsmogelijkheden om ongewenste ontwikkelingen tegen te kunnen houden.
Het is betreurenswaardig dat niet in een eerder stadium hier gebruik van is gemaakt en dat het nu "vijf voor twaalf" is.
Strijdigheden met de onderzoeken van het bestemmingsplan
Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd. Daarin staat dat het om maximaal 1.748 voertuigen (dus 3.496 vervoersbewegingen) gaat voor de te vestigen bedrijven. En dat het naar verwachting gaat om ca. 3.500 motorvoertuigen per werkdag op de ontsluitingen van/naar het bedrijventerrein: ook "ander verkeer" kan op deze wegen rijden. Het zou gaan om een aantal van tot ca. 15% vrachtwagenverkeer.
Pagina 4
Volgens de UPD's 3 zijn er maximaal 1.766 mensen aanwezig. Er zijn 203 laaddocks. Bij andere (XXL-)distributiecentra gaat het vaak om gemiddeld twee tot vier keer laden/lossen per laaddock per uur, met een bedrijfstijd van bijna altijd minstens 14 uur/dag tot volcontinu (24 uur/dag, 7 dagen/week). Een snelle rekensom 4 komt dan al snel neer op minimaal zo'n 10.000 vrachtwagenbewegingen per dag, plus nog andere gemotoriseerde voertuigen zoals van werknemers. Het past evident niet in de uitgangspunten van het bestemmingsplan voor verkeer. Er is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Daarin staan dezelfde getallen als voor het geluidsonderzoek. Waarmee óók het luchtkwaliteitsonderzoek een forse onderschatting geeft. De conclusies uit onder andere het geluids- en het luchtkwaliteitsonderzoek zijn opgenomen in de m.e.r.-beoordeling. De conclusies hiervan zijn dus niet toepasbaar op het XXLdistributiecentrum.
Strijdigheden met de regels van het bestemmingsplan
Alleen bedrijven die zijn genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. In die lijst is een XXL-distributiecentrum niet genoemd. Wel genoemd zijn "veem- en pakhuisbedrijven en koelhuizen". Dit zijn andere bedrijfstypen dan een (XXL-)distributiecentrum. In het "groene boekje" van de VNG staan (XXL)distributiecentra ook apart genoemd. In de Nuenense Lijst zijn ze bewust (?) weggelaten. Omdat het bestemmingsplan zelf (ook niet de begripsbepalingen) niet beschrijft wat de definitie is van een bedrijfstype, moet worden gekeken in het woordenboek. Dit is standaard praktijk bij de rechter. Uit het woordenboek blijkt duidelijk een ándere definitie voor een (XXL-)distributiecentrum ten opzichte van de wel genoemde bedrijfstypen. Evident is dat het XXL-distributiecentrum niet past in het bestemmingsplan. Er is een afwijkingsprocedure nodig. Gelet op de regels van het bestemmingsplan moet dat een buitenplanse afwijking zijn omdat een XXL-distributiecentrum niet "naar aard, omvang en invloed op de omgeving" (artikel 3.1) gelijk te stellen is. De maximale bouwhoogte van een deel van het terrein is 12 meter. Het ontwerpbesluit stelt: "Ten opzichte van de forse gevellengtes van de gebouwen speelt de hoogte van deze gevels een ondergeschikte rol". In andere woorden: hoe breder een gebouw, hoe minder de hoogte uitmaakt? Hilarisch.
De voorwaarden om in plaats van 12 meter 14 meter toe te staan, staan in artikel 3.4.3 van de regels van het bestemmingsplan. Voor alle voorwaarden is er afwegingsruimte. Zo kan bij het antwoord op punt c de vraag betrokken worden wat het extra verkeer betekent voor de belangen van derden. Immers: meer bouwhoogte leidt tot meer opslag (mogelijk +40%) en dus meer verkeersbewegingen. De zienwijze van o.a. ProRail laat duidelijk zien dat zij van mening zijn dat hun belang onvoldoende is meegewogen. Uitspraken van rechters 5 laten zien dat het aspect verkeer bij beslissingen moet worden gemotiveerd, dat niet alleen het bestemmingsplan een toetsingskader is, en dat elk besluit voldoende moet worden onderbouwd. In onder andere de artikelen waar de maximale bouwhoogte staat (zie de bouwregels in 3.2), wordt verwezen naar zones op het bedrijventerrein. Die zones staan echter niet in de regels zelf, maar in het beeldkwaliteitsplan.
3
Het UitgangsPuntendocument Brandbeveiliging GLP – DC A1 t/m A4 (03603-01-upd-01v0.4 d.d. 22-12-2021; onderdeel van de ter inzage gelegde stukken in zomer 2024) stelt op pagina 8 (onder paragraaf 2.5) dat er maximaal 1.169 mensen aanwezig kunnen zijn in warehouses A1 t/m A4. In de UPD's voor de andere gebouwen gaat het om 427 mensen voor B5 en B6, en 170 voor C7. Dat maakt totaal maximaal 1.766 mensen. 4 Een snelle rekensom, excl. medewerkers, bezoekers en bestelbusjes laat grote getallen zien: 203 laaddocks x 10 uur (van 08-18u) x 2 ladingen/uur = 4.060 vrachtwagens, ruim 8.000 bewegingen. 203 laaddocks x 14 uur (van 07-21u) x 2 ladingen/uur = 5.684 vrachtwagens, ruim 11.300 bewegingen. 203 laaddocks x 14 uur (van 07-21u) x 3 ladingen/uur = 8.526 vrachtwagens, ruim 17.000 bewegingen. 203 laaddocks x 24 uur (volcontinu) x 2 ladingen/uur = 9.744 vrachtwagens, bijna 19.500 bewegingen. 5 Zie bijvoorbeeld uitspraak ECLI:NL:RBLIM:2024:1309 (link) en ECLI:NL:RBLIM:2024:3377 (link), beiden gaan over een rechtszaak over een voornemen om in gemeente Weert een distributiecentrum (overigens fors kleiner dan het Nuenense initiatief) te realiseren.
Pagina 5
Dat betekent dat ofwel het beeldkwaliteitsplan onderdeel is van de regels. Ofwel dat het beeldkwaliteitsplan dat niet is, maar dan zijn de regels onverbindend: er is tenslotte geen locatie waar deze regels gelden. Als de zones uit het beeldkwaliteitsplan onderdeel zijn van de regels, dan is het hele beeldkwaliteitsplan (én andere bijlagen!) onderdeel van de regels. En dan is er een buitenplanse afwijking nodig van het bestemmingsplan. Als het beeldkwaliteitsplan geen onderdeel is van de regels, zijn de regels over bouwhoogte onverbindend. De bouwhoogte is dan "0 meter". Er is ofwel een nieuw bestemmingsplan nodig, of er is sprake van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Kortom, doordat regels alleen geïnterpreteerd kunnen worden door het beeldkwaliteitsplan te raadplegen is er een koppeling ontstaan. Op het moment dat het beeldkwaliteitsplan onderdeel is van de regels, is óók het verkavelingsprincipe (met een maximum kavelmaat) juridisch bindend. Het XXLdistributiecentrum is dan niet mogelijk op basis van het bestemmingsplan. In artikel 3.5.4 staat dat de stikstofdepositie op de ecologische hoofdstructuur (De Kleine Dommel) moet worden onderzocht. Dit is niet gedaan. Ook mist een onderbouwing waarom er wel of geen sprake is van "onevenredig nadelig effect" door stikstofdepositie.
Gelet op de stikstofproblematiek, de hoeveelheid stikstofdepositie van zowel de bouw- als de gebruiksfase, en de standpunten van de provincie, zal sprake zijn van een onevenredig nadelig effect. En is daarom ook hier een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan nodig.
Pagina 6
Bijlage 2: Voorbeelden van strijdigheden met het beleid Strijdigheden met de omgevingsvisie De omgevingsvisie is hier te vinden: https://omgevingsvisie-nuenen.ireporting.nl/downloads
Uit de teksten onder "Kernkwaliteiten" blijkt duidelijk dat de gemeente zich met een dorps, gezellig, landelijk en groen karakter presenteert, en dat karakter ook wil behouden. De kernkwaliteiten "dorps en gezellig" en "groen en rustig" verhouden zich niet tot een XXLdistributiecentrum. Sterker, de boodschap die uit het participatietraject kwam is "Houd Nuenen zoals het is" (p. 31). Dat komt ook terug in de wensen van inwoners en bedrijven in Nuenen (p. 32/33). Geen van deze wensen past bij een XXL-distributiecentrum. Het gaat om:
De omgevingsvisie haalt ook de mobiliteitstransitie aan, met op pagina 33 de opgave "de vraag naar mobiliteit [blijft] in de regio fors toenemen. Het is zeer de vraag of traditionele groei van het aantal autoverplaatsing[en] op termijn kan worden volgehouden." Een XXL-distributiecentrum leidt tot zo veel extra vervoersbewegingen dat de genoemde opgave nog groter wordt. De gemeente hanteert als uitgangspunt voor natuurontwikkeling (op pagina 37) dat de bestaande natuurgebieden worden behouden en versterkt, met waar mogelijk een koppeling met klimaatadaptatie (zoals vasthouden/bergen van water) en recreatie. De komst van een XXLdistributiecentrum pal naast het natuurgebied De Kleine Dommel past niet binnen dit uitgangspunt. Als uitgangspunt staat ook dat er geen uitbreiding van bedrijventerreinen mag plaatsvinden (enkel kwaliteitsverbetering van bestaande terreinen), zie pagina 38. Om een hoogwaardige woongemeente te worden. Een XXL-distributiecentrum heeft dusdanig grote regionale effecten dat dit de kwaliteit van wonen laat verslechteren, waarmee de ambitie om een hoogwaardige woongemeente te worden mogelijk niet meer haalbaar is. De nieuwbouwwijk Nuenen-West is bijvoorbeeld afhankelijk van de Europalaan. De huidige files worden veel erger als er een XXLdistributiecentrum komt.
Valt ook de wijk Eeneind onder de ambitie hoogwaardige woongemeente? Leidt een XXLdistributiecentrum tot betere woonkwaliteit van deze wijk? Vanaf pagina 42 gaat het over gezondheid. Hier wordt het "stand still" principe genoemd (die staat ook in de mobiliteitsvisie, zie navolgend), met de doelstelling: "We willen per saldo voor de gemeente Nuenen dat de luchtkwaliteit en de geluidshinder niet verslechteren". Een XXL-distributiecentrum brengt juist een verslechtering van de luchtkwaliteit en meer geluidshinder met zich mee. Niet alleen waar de vrachtwagens rijden, maar ook waar sluipverkeer door woonwijken rijdt. Voor de ambitie "Hoogwaardige woon- en leefomgeving" (vanaf p. 45) staan veel uitgangspunten die een XXL-distributiecentrum niet toelaten. Zoals de doelstelling om waardevolle groenstructuren te beschermen (tabel p. 45). Specifiek voor Eeneind (p. 46) staat dat met een kwaliteitsverbetering van het bedrijventerrein wordt gestreefd naar een verbetering van de leefbaarheid en veiligheid.
Onduidelijk is over welk bedrijventerrein dit gaat: Eeneind 1, 2 of Eeneind-West? Stel het gaat ook over Eeneind-West: leidt een XXL-distributiecentrum tot verbeterde leefbaarheid en veiligheid? Met (tien?)duizenden extra vervoersbewegingen, toename van het sluipverkeer, en een enorme blokkendoos als uitzicht? Er zijn tenslotte nu al zorgen over de leefbaarheid in de wijk Eeneind gezien milieu- en gezondheidsaspecten van de bestaande bedrijven.
Voor het Dommeldal wil de gemeente dit ontwikkelen tot een robuust natuurpark, een groenblauwe buffer tussen Eindhoven en Nuenen. Een XXL-distributiecentrum past hier niet bij, en maakt de omgeving juist minder aantrekkelijk voor recreatie. Nuenen maakt onderdeel uit van de Brainport regio, en kiest op hoofdlijnen wel/niet voor (pagina 55):
Het moment van vaststellen van deze omgevingsvisie (september 2021) is ongeveer samengevallen met het moment dat de vergunningaanvraag is ingediend (augustus 2021). De zin "… afgezien van de lopende ontwikkeling van Eeneind West" maakt niet concreet wat hiermee bedoeld wordt. Deze zin moet worden gelezen als een intentie om het bestemmingsplan op die locatie niet te herzien. Nergens in de omgevingsvisie staat iets over een concreet initiatief: enkel dat op deze locatie een bedrijventerrein wenselijk wordt geacht. Deze leeswijze volgt ook uit andere teksten. In dezelfde tabel staat dat Nuenen niet kiest voor het intrekken van nieuwe regionale verkeersstromen. Een XXL-distributiecentrum brengt júist nieuwe (boven)regionale en zelfs (inter)nationale verkeersstromen met zich mee. Een bedrijventerrein met een lokale (of klein-regionale) focus, doet dit niet. De omgevingsvisie zet ook een stap ten opzichte van de mobiliteitsvisie (zie navolgend), omdat inmiddels duidelijk is dat de filevorming die in 2030 gaat ontstaan (vanaf pagina 56) tot een verslechtering van de leefbaarheid en bereikbaarheid leidt. Nuenen ziet kansen in de MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) en zet ook in op de Bundelroutes. In de omgevingsvisie is het effect van de komst van een XXL-distributiecentrum niet meegewogen.
Dat betekent dat de voorgestelde acties onvoldoende effect zullen hebben. Er zijn aanvullende maatregelen nodig, die kunnen betekenen dat het landschap moet worden opgeofferd of verkeer op bepaalde wegen moet worden geweerd. Een dilemma dat ook op pagina 58 is geschetst. En die onvermijdelijk is als het XXL-distributiecentrum er zou komen.
Strijdigheden met de mobiliteitsvisie (vastgesteld: 2017) De mobiliteitsvisie is hier te vinden: https://www.nuenen.nl/mobiliteitsbeleid
De aanleiding was een actualisatie van het bestaande mobiliteitsbeleid (uit 2011) en nieuwe ontwikkelingen, zoals de Bereikbaarheidsagenda 'Brainport Duurzaam Slim Verbonden' (2016), het aanbod Bereikbaarheidsakkoord ("De Ruit"), woningbouwontwikkeling Nuenen-West en eventuele openstelling van de busbanen Geldropsedijk-A270. In de mobiliteitsvisie staat bijvoorbeeld op pagina 12 dat de gemeente de hoofdwegen ingericht wil zien met een dorps karakter. De verkeersstromen van een XXL-distributiecentrum passen hier niet bij.
Pagina 8
Daarnaast staan er meerdere ambities in om de ervaren (geluids)overlast en negatieve gezondheidseffecten van verkeer te beperken, zoals op pagina 14. Als er een XXLdistributiecentrum komt, betekent dat juist een toename van de (geluids)overlast en negatieve gezondheidseffecten.
Ook op pagina 14 gaat het over het verbeteren van de verkeersveiligheid. Op de route die de vrachtwagens gaan rijden zijn nu al meerdere gevaarlijke en/of onoverzichtelijke en/of drukke locaties. Te denken valt aan de oversteekplekken bij de rotondes aan de Collse Hoefijk en Europalaan, maar ook aan de oversteek bij de spoorovergang en snelfietspad ongeveer bij de Intratuin. Daar loopt het in spitstijd nu al vast. Gefrustreerde automobilisten en rijen vrachtwagens zijn geen goede combinatie met een vaak dichte spoorovergang (door verhoogde dienstregeling NS) en een snelfietspad. Op pagina 17/18 van de mobiliteitsvisie staat: "Op deze wegen [N615-Smits van Oyenlaan en de A270-Eisenhowerlaan-Ring-Kennedylaan] is een intensiteitstoename niet wenselijk". Het zijn óók deze wegen waar de verkeersintensiteit sterk zal toenemen als het XXL-distributiecentrum er komt. In de mobiliteitsvisie staat ook het "stand still" principe. Effectief betekent dit principe dat een XXL-distributiecentrum strijdig is met de mobiliteitsvisie. De komst van een XXLdistributiecentrum betekent onder andere een forse verhoging van het (boven)regionale / (inter)nationale verkeer op onder andere de Collse Hoefdijk en Europalaan.
In de mobiliteitsvisie wordt vanaf pagina 35 erkend dat bij lange dichtligtijden (de duur van de tijd waarin spoorbomen gesloten zijn) bij overwegen, de kans toeneemt dat er tussen spoorwegbomen wordt overgestoken. En dat bestuurders via de sluiproute woonwijk Eeneind rijden. Om deze negatieve effecten te voorkomen wil Nuenen de haalbaarheid van een spoortunnel onderzoeken.
Pagina 9
Het is inmiddels duidelijk dat een spoortunnel, evenals een verdiept spoor, er niet gaat komen. De komst van het XXL-distributiecentrum leidt, in combinatie met een hogere frequentie van treinen én de realisatie van het snelfietspad, tot langere wachttijden voor bestuurders van motorvoertuigen. Met alle gevolgen van dien. De ontwikkeling past daarmee niet in de uitgangspunten van de mobiliteitsvisie.
Pagina 10