Aanpassing Verordening adviescommissie Omgevingskwaliteit (wijzigingen gemarkeerd)
Tekst van het document
Verordening op de
gemeentelijke adviescommissie
Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025
Besluit van de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten tot vaststelling van de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025. De raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 september 2025; gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet en afdeling 17.2 van de Omgevingswet; gezien het advies van de adviescommissie Omgevingskwaliteit; besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: - commissie : gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de
wet, genaamd adviescommissie Omgevingskwaliteit; - goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; - dorpsbouwmeester : het lid van de commissie aan wie door de raad op grond van deze verordening specifieke taken zijn opgedragen; - wet : de Omgevingswet.
Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden
1 . De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te
adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
2 . Ter uitvoering van haar taak: a . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; c . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders of uit eigen beweging over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; d .
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet en in andere gevallen waarin burgemeester en wethouders een advies nodig achten in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; e . informeert en begeleidt de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; f . voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag voor een omgevingsvergunning;
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
g . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over: 1 ̊. het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed, landschap en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; 2 . De selectie en inschakeling van architectenbureaus, stedenbouwkundige bureaus of andere externe bureaus bij planontwikkelingen die invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. h . adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten regels over reclame in de openbare ruimte en voorwerpen op of aan de weg. 3 . De raad kan werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid aanwijzen die door de dorpsbouwmeester worden uitgevoerd. De dorpsbouwmeester werkt onder de verantwoordelijkheid van de commissie. Dit lid is niet van toepassing op de advisering als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊ en 2, ̊en onder b.
Paragraaf 3. Aanwijzing van besluiten waarover verplicht advies moet worden gevraagd Artikel 3. Verplichte advisering
Burgemeester en wethouders winnen advies van de commissie in omtrent een te
nemen beslissing als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, onderdelen 1 ̊tot en met 3 ̊, en onder b.
Paragraaf 4. Samenstelling en inrichting Artikel 4. Samenstelling
1 . De commissie bestaat uit maximaal zeven leden, de voorzitter en
plaatsvervangend voorzitter daaronder begrepen. De raad kan daarnaast maximaal vijf plaatsvervangers benoemen die hen bij afwezigheid kunnen vervangen. 2 . De leden worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
3 . De commissie telt gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. 4 . De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: architectuur, landschapsarchitectuur, stedenbouw, inrichting openbare ruimte, woonkwaliteit, duurzaamheid, kunst en cultuur, cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, monumentenzorg, Nuenense historie en restauratiearchitectuur. 5 . De commissie bestaat uit twee subcommissies: een subcommissie ruimtelijke kwaliteit, een subcommissie erfgoed en een dorpsbouwmeester. De dorpsbouwmeester kan onderdeel uitmaken van beide subcommissies en is deskundig lid van de commissie. Subcommissie ruimtelijke kwaliteit 6 . De subcommissie ruimtelijke kwaliteit bestaat uit ten minste vijf leden, de voorzitter daaronder begrepen, waarvan er in elk geval leden kundig zijn op het terrein van architectuur, landschapsarchitectuur en stedenbouw. 7 .
De subcommissie ruimtelijke kwaliteit adviseert over zaken die betrekking hebben op ruimtelijke kwaliteitsaspecten van in voorbereiding zijnde (omgevingsplan)activiteiten, het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit, de verkenning van mogelijk bestaande of toekomstige opgaven in de fysieke leefomgeving en op verzoek de selectie en inschakeling van architectenbureaus, stedenbouwkundige bureaus of andere externe bureaus bij planontwikkelingen die invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. Subcommissie erfgoed 8 . De subcommissie erfgoed bestaat uit tenminste drie leden, de voorzitter daaronder begrepen, waarvan er in elk geval twee leden kundig zijn op het terrein van de monumentenzorg. 9 . De subcommissie erfgoed adviseert over zaken die betrekking hebben op rijksen gemeentelijke monumenten, het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed, landschap en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen en/of andere onderwerpen aangaande de cultuurhistorie in de ruimste betekenis van het woord. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Dorpsbouwmeester 10 . De dorpsbouwmeester is deskundig op minimaal één van de gebieden zoals genoemd in artikel 4, vierde lid. 11 . De dorpsbouwmeester adviseert onder andere over het uiterlijk van bouwwerken (architectonische en welstandsaspecten) en/of over monumenten en cultuurhistorie (erfgoedaspecten).
12 . De leden en de plaatsvervangers zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur. Artikel 5. Benoeming
1 . De leden en de plaatsvervangers kunnen door de raad voor een termijn van ten
hoogste vier jaar worden benoemd. 2 . Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervangers. 3 . Afgetreden leden zijn vier jaar na hun aftreden weer benoembaar. 4 . De dorpsbouwmeester en de plaatsvervanger worden in functie benoemd. 5 . De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie
1 . De (sub)commissie heeft een ambtelijk secretaris en een plaatsvervangend
secretaris. 2 . De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor de (sub)commissie uitsluitend verantwoording schuldig aan de (sub)commissie. 3 . De secretaris kan worden ondersteund door andere ambtelijke medewerkers, die voor hun werkzaamheden voor de (sub)commissie uitsluitend verantwoording schuldig zijn aan de secretaris. 4 . De secretaris noch de medewerkers zijn lid van de commissie.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Paragraaf 5. Advisering en standpuntbepaling Artikel 7. Adviestermijn
1. Burgemeester en wethouders kunnen aangeven binnen welke termijn een advies
wordt verwacht. 2 . In geval burgemeester en wethouders geen termijn hebben gesteld brengt de commissie advies uit binnen een termijn van twee weken. Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling
1. De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om
omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen. 2 . Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen. Tijdens de beraadslagingen is er geen spreekrecht. 3 . Over de uit te brengen adviezen wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste drie leden. Over een advies over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument wordt niet besloten dan in aanwezigheid van ten minste twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg. 4 . Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig. 5 .
De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
6. In spoedeisende gevallen kan gemotiveerd worden afgeweken van het in lid 3 gesteld. Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
1. De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de
wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, de dorpsbouwmeester of een subcommissie. Artikel 10. Adviseurs
1. De commissie kan zich voor het inwinnen van inlichtingen wenden tot daartoe
door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren. 2 . De commissie kan zich doen bijstaan door andere personen, voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is. 3 . De in het eerste en tweede lid bedoelde personen kunnen op uitnodiging van de commissie als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen. Artikel 11. Verwerking van het advies
1. Burgemeester en wethouders kunnen eenmaal per activiteit een second opinion
inwinnen bij een gemeentelijke adviescommissie van een andere gemeente. Zij stellen de commissie van het voornemen tot het plaatsen van die opdracht op de hoogte. 2. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift van die beschikking aan de commissie.
Paragraaf 6. Werkwijze Artikel 12. Reglement van orde
1. De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader
vast in een reglement van orde. 2 . In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a . de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder b, respectievelijk onder c;
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
b . de inrichting van het vooroverleg zoals genoemd in artikel 2, tweede lid, onder f; c . de wijze waarop de agenda openbaar wordt gemaakt en belanghebbenden worden uitgenodigd; d . het vereiste quorum voor een besluitvormende vergadering, de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; e . de notulering en dossiervorming; f . de wijze waarop de adviezen openbaar worden gemaakt; g . de instelling van subcommissies; h . de werkwijze van de dorpsbouwmeester; i . de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 9; j . de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3 . Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 13. Relatie met andere adviseurs
Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op
het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid of een adviseur van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Artikel 14. Vergoeding
De leden en de adviseurs als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen een
aanwezigheidsvergoeding van € 95,00 per uur (prijspeil 2025) met een jaarlijkse indexatie op grond van de consumentenprijsindex (CPI).
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Paragraaf 7. Jaarverslag Artikel 15. Jaarverslag
1. De commissie brengt jaarlijks voor 1 april verslag als bedoeld in artikel 17.9,
zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. 2 . In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a . de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; b . de wijze waarop uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; c . de aard van de beoordeelde plannen en de bijzondere projecten. 3 . De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk omgevingskwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van toetsingskaders (als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet) in het bijzonder.
Paragraaf 8. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 16. Overgangsrecht
1. De op grond van de “Bouwverordening”, “Erfgoedverordening 2010 Gemeente
Nuenen c.a.” en de “Gewijzigde Regeling Adviescommissie Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen c.a.” benoemde leden worden geacht te zijn benoemd op grond van dit besluit. De termijn van ten hoogste vier jaar als bedoeld in artikel 5, eerste lid, loopt vanaf de datum van de benoeming op grond van de “Bouwverordening”, “Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a.” en de “Gewijzigde Regeling Adviescommissie Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen c.a.” 2 . Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de adviescommissie Omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Artikel 17. Vervallen oude regeling
1. Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Verordening op de
gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2023. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
1. Deze verordening treedt in werking de dag na de bekendmaking van deze
verordening. 2 . Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6 november 2025.
De voorzitter, F.G.F. van Genugten
De griffier, J. Oostdijk
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Toelichting Algemeen Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (hierna: de wet) in werking getreden. De wet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Belangrijk verbeterdoel van de nieuwe wet is een kader te bieden dat overheden meer afwegingsruimte biedt om doelen voor de leefomgeving te
bereiken. “Decentraal, tenzij” is een belangrijk principe van de wet. Dit betekent dat
taken en bevoegdheden in principe bij het lokale bestuur, zoals de gemeente liggen. Alleen indien het gaat om een nationaal of internationaal belang of als dat doelmatiger of doeltreffender is, stelt het Rijk regels.
Eén van de doelen van de wet is het bereiken van een goede omgevingskwaliteit
(artikel 1.3 van de wet). Daarbij gaat het om het belang van aspecten als cultureel
erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Gemeenten hebben een grote vrijheid in de wijze waarop zij het doel van een goede omgevingskwaliteit willen bereiken. Dat
geldt ook voor de rol van de gemeentelijke adviescommissie (hierna: commissie) daarbij. Een adequate invulling van de taak en de werkwijze van deze commissie draagt bij aan het doel van een goede omgevingskwaliteit. Artikelsgewijs Artikel 1. Definities
Commissie
Dit is de gemeentelijke adviescommissie op grond van artikel 17.9 van de wet.
Goede omgevingskwaliteit
"Een goede omgevingskwaliteit" is naast veiligheid en gezondheid opgenomen in de maatschappelijke doelstelling van de wet (artikel 1.3 van de wet). Dit geeft aan dat aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken,
stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap belangrijk zijn. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden (Kamerstukken II 2013-2014, 33962, nr. 3).
De gemeente heeft de plicht de zorg voor de omgevingskwaliteit zelf in te vullen,
inclusief het adviesstelsel op het gebied van de omgevingskwaliteit. Burgers kunnen, wanneer geen concrete gedragsbepalingen voorhanden zijn of deze niet toereikend blijken, ten aanzien van het doel van een goede omgevingskwaliteit een beroep doen op de algemene zorgplicht.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Dorpsbouwmeester
De dorpsbouwmeester is een lid van de commissie met een eigen door de raad
aangewezen takenpakket. Dit takenpakket wordt onder verwijzing naar de taken
genoemd in artikel 2, tweede lid, aangewezen in het besluit van de raad waarin de dorpsbouwmeester als lid van de commissie wordt benoemd. Artikel 2. Taak en werkzaamheden
Eerste lid
Dit lid beschrijft de adviestaak in algemene zin: het adviseren van de raad en het college van burgemeester en wethouders (hierna: college) op het gebied van de
omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet. De commissie adviseert dus niet over andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals een veilige en gezonde fysieke leefomgeving.
Tweede lid Onderdeel a
Dit betreft de advisering over aanvragen voor een omgevingsvergunning of de advisering over een ontwerpbesluit als het college geen bevoegd gezag is. De commissie adviseert op verzoek van het college over een aanvraag voor:
1 ̊. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De wet definieert een rijksmonumentenactiviteit als volgt:
“een activiteit inhoudende het slopen, verstoren, verplaatsen of wijzigen van een
rijksmonument of een voorbeschermd rijksmonument of het herstellen of gebruiken daarvan waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht”.
De commissie adviseert niet over aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot archeologische rijksmonumenten. De commissie brengt advies uit met het oog op het behoud van cultureel erfgoed. Uitgangspunten daarbij zijn:
- het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van monumenten en archeologische monumenten;
- het voorkomen van verplaatsing van monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist is voor het behoud van die monumenten;
- het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; en - het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ.
Dit volgt uit artikel 8.80 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl) dat de beoordelingsregels voor de rijksmonumentenactiviteit bevat.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Voor rijksmonumentenactiviteiten met betrekking tot archeologische
rijksmonumenten is de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: de
Minister van OCW) aangewezen als advies- en instemmingsorgaan in de gevallen dat het college het bevoegd gezag is. Dit in verband met zijn verantwoordelijkheid voor de archeologische rijksmonumenten en met het landelijk overzicht en de vereiste specialistische kennis en ervaring die aanwezig zijn bij de Rijksdienst voor het
Cultureel Erfgoed. Ook is de Minister van OCW (mede) bevoegd tot toezicht en
handhaving waar het gaat om archeologische rijksmonumenten. Behoud in situ (in de bodem) is hierbij het uitgangspunt.
De gemeenten spelen desalniettemin in de archeologie een cruciale rol. De afweging
om archeologische monumenten in situ (in de bodem) dan wel ex situ (door ze op te graven) te behouden, wordt meestal door de gemeente gemaakt in het kader van het opstellen van het omgevingsplan en de belangenafweging bij de specifieke omgevingsplanactiviteiten waaraan een archeologische onderzoeksplicht is
gekoppeld. De gemeente is op grond van artikel 5.130 van het Bkl verplicht om bij het opstellen van het omgevingsplan rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, waaronder (aantoonbaar te verwachten)
archeologische monumenten. Daarbij kan de (aantoonbaar te verwachten)
aanwezigheid van archeologische monumenten van invloed zijn op onder meer de
toedeling van functies aan locaties – bijvoorbeeld de keuze om geen parkeergarage toe te staan op een locatie met hoge archeologische waarde – of op de inhoud van
in het omgevingsplan op te nemen beschermende regels of beoordelingsregels. De commissie kan hierover op grond van de andere onderdelen van dit artikel adviseren.
Voor als gemeentelijk monument beschermde archeologische monumenten is de commissie wel het aangewezen adviesorgaan.
2 ̊. een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument
De bescherming van monumenten of archeologische monumenten als gemeentelijk monument gebeurt door aan het monument of archeologisch monument in het
omgevingsplan de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven. Met een voorbereidingsbesluit kan voorbescherming worden geboden aan een locatie
waarvoor wordt overwogen deze de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Overgangsrecht gemeentelijke monumenten
Het overgangsrecht in de wet en het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dat er
bij het in werking treden van de wet een vergunningplicht geldt voor activiteiten met betrekking tot gemeentelijke monumenten en voorbeschermde gemeentelijke
monumenten die nog op grond van de Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a. zijn aangewezen. De regels uit die verordening blijven gelden tot het moment
dat dit onderwerp in het nieuwe deel van het omgevingsplan is geregeld. Dit volgt uit de artikelen 22.4 en 22.8 van de wet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit
Omgevingswet in samenhang met artikel 22.2 van het omgevingsplan (bruidsschat). De in de Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a. opgenomen
vergunningplicht geldt als een verbod op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.
3 ̊. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen
De raad kan op grond van artikel 16.15, tweede lid, van de wet in het nieuwe deel
van het omgevingsplan bepalen in welke gevallen een advies verplicht is. Dit kan per gebied of per type activiteit of bouwwerk verschillen. Zolang nog geen gevallen zijn
aangewezen, zet het college het bestaande beleid met betrekking tot het vragen van commissieadvies voort.
Omdat het omgevingsplan ook bij een projectbesluit of een voorbereidingsbesluit
kan worden gewijzigd, brengt dit mee dat ook Gedeputeerde Staten, het dagelijks bestuur van het Waterschap en de Minister van OCW de commissie als adviseur in
het omgevingsplan kunnen aanwijzen. Regels over de aanwijzing van de commissie als adviseur kunnen ook onderdeel zijn van de voorbeschermingsregels waarmee
een voorbereidingsbesluit het omgevingsplan wijzigt. Overigens betekent dit niet dat de commissie daarmee ook formeel adviesorgaan van die andere
bestuursorganen wordt. Als het college geen bevoegd gezag is voor de aanvraag om een omgevingsvergunning maar adviseur, is de commissie ook adviseur en richt het advies van de commissie zich tot het college in plaats van het bevoegd gezag (artikel 4.22 van het Omgevingsbesluit).
4 ̊. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit
Dit onderdeel is gelijkwaardig aan de huidige zogenoemde “kan-bepaling” over de welstandsadvisering in artikel 6.2, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht. Het college kan – voor zover dat in het omgevingsplan niet anders is geregeld – op grond daarvan zelf bepalen of zij een advies inwinnen bij de commissie.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
De beoordeling van de omgevingsplanactiviteit bouwen door de commissie
Bij het beoordelen van een bouwplan volgt de commissie de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan. De beoordelingsregels geven aan onder welke
voorwaarden de vergunning kan worden verleend of geweigerd. Het gaat hierbij om regels over het bouwwerk zelf als wel zijn relatie tot de omgeving en de te
verwachten ontwikkeling daarvan. Bijvoorbeeld de bouwhoogte, de bouwmassa, het
maximale bebouwingsoppervlak, de aanwijzing van bouwvlakken, de situering op de bouwvlakken, de karakteristiek van de bebouwing, en het uiterlijk van bouwwerken zoals vastgelegd in de beleidsnota.
De wet biedt de gemeente een kans om te zorgen voor een betere inbedding en aansluiting van welstandsaspecten binnen het ruimtelijke kwaliteitsbeleid. Het
streven naar een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in artikel 1.3 van de wet is
daarbij het overkoepelende doel. Daarom is de advisering niet beperkt tot ingrepen aan beschermde monumenten en het uiterlijk van bouwwerken. De commissie
adviseert zowel over de toepassing van de regels in het omgevingsplan zelf (zoals de mogelijkheid tot “binnenplanse” afwijkingen), als over de toepassing van de
beleidsregels over het uiterlijk van bouwwerken. Dit gebeurt vanuit het doel van een goede omgevingskwaliteit.
Onderdeel b
De Minister van OCW vraagt ingevolge de Erfgoedwet altijd advies aan het college van de gemeente waar een monument of archeologisch monument zich bevindt, alvorens te besluiten het aan te wijzen als rijksmonument. In dat geval is de
commissie adviseur van het college. De commissie is ook adviseur in geval het
college het voornemen heeft een monument of archeologisch monument aan te wijzen als gemeentelijk monument (door de locatie de functie-aanduiding gemeentelijk monument te geven).
Onderdeel c
Dit onderdeel geeft invulling aan de mogelijkheid als bedoeld in artikel 17.9, tweede lid, van de wet om de commissie in te schakelen bij het ontwikkelen van beleid voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Zoals hierboven vermeld gaat het uitsluitend om beleid op het gebied van de omgevingskwaliteit.
Onderdeel d
Dit onderdeel betreft de opgavegerichte advisering in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave.
In geval van een verkenning in het kader van een projectprocedure of projectbesluit
als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de wet onderzoekt het bevoegd gezag de mogelijke oplossingen voor een opgave.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Door de verkenning kan het bevoegd gezag inzichten verkrijgen in: - de aard van de opgave,
- de relevante ontwikkelingen voor de fysieke leefomgeving, en
- de mogelijke oplossingen voor die opgave. Hieronder vallen ook de
oplossingen die anderen aandragen en waarvan het bevoegd gezag na beoordeling ervan besluit deze mee te nemen in de verkenning.
Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen van het Rijk en de provincie die een mogelijke oplossing hebben aangedragen, kunnen aan het college vragen een deskundige instantie als de commissie over hun oplossing te raadplegen. Het college kan ook zelf advies vragen over de aangedragen oplossingen voor de opgave.
De laatste zinsnede van dit onderdeel geeft aan dat ook als er geen sprake is van een projectprocedure of projectbesluit het college aan de commissie advies kan
vragen in het kader van een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving.
Onderdeel e
Dit onderdeel betreft de ontwerpgerichte advisering. Deze taak heeft geen
betrekking op het adviseren over door het college op aanvraag te nemen besluiten, maar op het informeren en begeleiden van planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces, met het doel een hoogstaande stedenbouwkundige en
architectonische kwaliteit te bereiken. Dit onderdeel biedt de mogelijkheid om in
een specifiek geval de commissie of een lid van de commissie te belasten met of te betrekken bij deze taak.
Onderdeel f
Vooroverleg bij een vergunningaanvraag wordt in de wet niet gereguleerd. De
bestaande praktijk kan op grond van dit onderdeel worden voortgezet. Het belang van een goed vooroverleg neemt toe, aangezien het vereiste van onlosmakelijke
samenhang vanuit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) niet is overgenomen in de wet. De initiatiefnemer is er zelf verantwoordelijk voor dat zij of hij voor alle activiteiten beschikt over de vereiste vergunningen. Het is aan de initiatiefnemer om de verschillende eisen op elkaar af te stemmen. Vooral bij complexe projecten is vooroverleg van groot belang.
Onderdeel g
In dit onderdeel is bepaald dat de commissie ook adviseur kan zijn bij het stellen
van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg
voor cultureel erfgoed en werelderfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
De aanschrijvingsbevoegdheid als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet in geval
van een bouwwerk dat in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, is opgenomen in de bruidsschat als bedoeld in artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Dit in de vorm van een bevoegdheid tot stellen van
maatwerkvoorschriften (zie artikel 22.7 in samenhang met artikel 22.4 van het tijdelijke deel van het omgevingsplan).
De specifieke zorgplicht voor rijksmonumenten verplicht initiatiefnemers om
maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van (voorbeschermde)
rijksmonumenten te voorkomen. Een activiteit hoeft daarbij niet gericht te zijn op
een rijksmonument. Het is voldoende dat een activiteit in de fysieke leefomgeving effect heeft op dat rijksmonument. Een voorbeeld hiervan is het bouwen van een
tunnel, waardoor een rijksmonument kan verzakken. De regels voor de specifieke
zorgplicht staan in hoofdstuk 13 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De gemeente kan op grond daarvan maatwerkvoorschriften opleggen. Onderdeel h
De meeste regels over de fysieke leefomgeving uit de gemeentelijke verordeningen komen niet in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Het gaat bijvoorbeeld om de regels over reclame en objecten in de openbare ruimte in de Algemene
plaatselijke verordening. De gemeente kan deze regels tot het einde van de
overgangsfase (2031) omzetten naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. Op grond van dit onderdeel kan het college ook op basis van deze verordeningen
advies vragen aan de commissie, ook al zijn de regels nog niet omgezet naar het omgevingsplan.
Derde lid
Dit lid ziet toe op de werkzaamheden van de dorpsbouwmeester (zie de toelichting onder artikel 1).
Artikel 3. Verplichte adviezen
Dit artikel sluit aan op de verplichte adviezen op grond van artikel 17.9 van de wet
en het op grond van de Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a. verplichte advies bij gemeentelijke monumenten. Artikel 4. Samenstelling
Eerste lid
Dit lid geeft invulling aan artikel 17.7, eerste lid, van de wet, waarin is bepaald dat
de raad het aantal leden vaststelt. Er worden ook plaatsvervangers benoemd, zodat de commissie ook kan functioneren wanneer één of meer vaste leden zijn verhinderd.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Tweede lid
Dit lid geeft aan dat de leden als deskundigen en dus op persoonlijke titel en op
grond van hun persoonlijke kwalificaties worden benoemd. Hun lidmaatschap is niet afhankelijk van het bekleden van een bepaalde functie of het hebben van een
bepaalde hoedanigheid. De leden vertegenwoordigen geen bijzondere belangen. Dat betekent bijvoorbeeld dat belangenorganisaties op het gebied van de
omgevingskwaliteit geen vertegenwoordigers in de commissie hebben. De leden zullen hun functie onafhankelijk dienen uit te oefenen. Daartegenover staat dat
benoeming niet achterwege zal blijven enkel vanwege het lidmaatschap van een bepaalde groepering of het bekleden van een bepaalde bestuurlijke of
maatschappelijke functie. Daarnaast beschikken de leden over inzicht in
maatschappelijke verhoudingen op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
Derde en vierde lid
Deze leden zien toe op de deskundigheidsgebieden die in de commissie
vertegenwoordigd moeten zijn. De wet schrijft voor dat binnen de commissie enkele
leden deskundig dienen te zijn op het gebied van de monumentenzorg, en dat die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een
omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een
monument. Volgens de Memorie van toelichting dient de commissie ten minste over deskundigheid op het gebied van cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie,
restauratiearchitectuur, landschap en stedenbouw te beschikken (Kamerstukken II 2014-2015, 33962 nr. 3, p. 581). In aanvulling hierop is de deskundigheid aangevuld met architectuur, inrichting openbare ruimte, woonkwaliteit,
duurzaamheid, kunst en cultuur, monumentenzorg en Nuenense historie. Het is mogelijk dat één persoon meerdere disciplines in zich verenigt.
Twaalfde lid
Dit lid zorgt voor een aanscherping van de wettelijke eis van onafhankelijkheid ten
opzichte van het gemeentebestuur. Artikel 17.8 van de wet stelt slechts als eis, dat
de leden van het gemeentebestuur geen lid zijn van een gemeentelijk adviesorgaan.] Artikel 5. Benoeming
Eerste tot en met derde lid
Deze leden hebben betrekking op de benoemingstermijn als bedoeld in artikel 17.7,
eerste lid, van de wet. Het eerste lid regelt de benoeming voor de eerste termijn. Het tweede lid ziet toe op de herbenoeming. De regels voor de herbenoeming zijn
logischerwijs alleen van toepassing op de leden, niet op hun plaatsvervangers. In het derde lid is de mogelijkheid opgenomen om leden vier jaar na hun aftreden opnieuw te benoemen.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
De vraag kan worden gesteld of het benoemen van leden en instellen van de
commissie een bevoegdheid is die gemandateerd kan worden aan het college. Mandaatverlening is niet geoorloofd indien de aard van de bevoegdheid zich
daartegen verzet. In dit geval is het de vraag of de aard van de bevoegdheid zich
verzet tegen mandaatverlening als bedoeld in artikel 10:3, tweede lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Onder de Woningwet is overwogen dat de raad een centrale rol moest spelen in het welstandstoezicht, mandatering
was daarom niet mogelijk. Uit de toelichting bij artikel 17.7 van de wet volgt dat “in navolging van de bestaande regeling voor de welstandscommissie (..) die
bevoegdheid is neergelegd bij de gemeenteraad.” (Kamerstukken II, 2013-2014,
33962, nr. 3, p. 580). Op grond daarvan mag worden aangenomen dat de aard van de bevoegdheid zich tegen mandatering aan het college verzet.
Vierde lid
Dit lid voorziet in de mogelijkheid dat de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de dorpsbouwmeester en de plaatsvervangers in functie worden benoemd.
Vijfde lid
Dit lid regelt schorsing en ontslag. De wet bepaalt dat de raad de leden benoemt en ontslaat (artikel 17.7, tweede lid, van de wet). Het is vanzelfsprekend dat leden op
eigen aanvraag worden ontslagen. Zij kunnen verder worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 6. Ondersteuning van de commissie
De commissie wordt in ieder geval bijgestaan door een ambtelijk secretaris die voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig is aan de
commissie. De secretaris wordt dus niet door bestuurlijke belangen geleid.
Datzelfde geldt voor de medewerkers die eventueel aan de secretaris worden toegevoegd en die door de secretaris worden aangestuurd. Artikel 7. Adviestermijn
In de wet is geen termijn gesteld waar binnen de commissie moet adviseren.
Daarom kan het college op grond van het eerste lid aangeven binnen welke termijn een advies wordt verwacht. Deze termijn mag volgens artikel 3:6 van de Awb niet
zodanig kort zijn, dat de commissie zijn taak niet meer kan vervullen. In het tweede lid is bepaald dat het college ook kan afzien van het stellen van een termijn. In dat geval geldt een termijn van vier weken. Die is gelijk aan de termijn die in de
Bouwverordening voor een advies op een aanvraag voor een omgevingsvergunning was opgenomen.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Indien geen advies wordt uitgebracht binnen de genoemde adviestermijn, staat dit de besluitvorming door het college niet in de weg (artikel 3:6, tweede lid, van de Awb).
Artikel 8. Beraadslaging en standpuntbepaling
Eerste lid
Dit lid is een nadere regeling van uitwerking van de wettelijke eis van openbaarheid als bedoeld in artikel 17.9, vijfde lid, van de wet.
Tweede lid
Uit artikel 4:7 van de Awb volgt de beperkte verplichting dat de mogelijkheid tot
toelichting van een plan ten overstaan van de commissie dient te worden geboden aan de aanvrager van de omgevingsvergunning. Daarnaast hebben andere
belanghebbenden spreekrecht. De kring van spreekgerechtigden is beperkt tot belanghebbenden (als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb). Daarmee wordt
voorkomen dat allerlei personen tijdens de vergadering van de commissie kunnen inspreken, terwijl die in een eventuele rechterlijke procedure tegen de
omgevingsvergunning voor het bouwen geen recht van spreken hebben omdat zij geen belanghebbenden zijn.
Het spreekrecht is van invloed op het tijdstip waarop de vergadering van de
commissie wordt aangekondigd. Dat tijdstip moet dan zodanig worden gekozen dat eventuele sprekers voldoende tijd hebben om zich op de vergadering voor te
bereiden. De regeling van dit spreekrecht wordt opgenomen in het reglement van orde (zie artikel 12).
De verplichting tot openbaar vergaderen heeft betrekking op de vergaderingen waarin het advies op de aanvraag voor een omgevingsvergunning of op een
voorgenomen beschikking formeel wordt vastgesteld. Het is niet verplicht voor
informeel vooroverleg of bij de beleidsgerichte, opgavegerichte of ontwerpgerichte
advisering. De potentiële initiatiefnemer kan in het stadium van vooroverleg gebaat
zijn met beslotenheid. Openbaarheid zou dan remmend op het vooroverleg kunnen werken, terwijl uit oogpunt van de korte planprocedure vooroverleg stimulering verdient.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Derde lid
Dit lid ziet erop toe dat in de vergadering voldoende leden aanwezig zijn, zodat een deskundig oordeel kan worden gevormd. Het borgt ook de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een
omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet).
Vierde lid
Met deze bepaling wordt verstrengeling van belangen tegengegaan.
Vijfde lid
Dit lid verwijst naar de Awb die uitvoerders van wetten een geheimhoudingsplicht
oplegt ten aanzien van gegevens waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of
redelijkerwijs moeten vermoeden. Op grond van artikel 2:5, tweede lid, van de Awb
is de plicht tot geheimhouding ook van toepassing op instellingen die een wettelijke
taak uitvoeren. Daaronder vallen ook adviesorganen. Dit lid plaatst buiten twijfel dat de geheimhoudingsplicht ook op de commissie en de daarvoor werkzame personen van toepassing is.
Artikel 9. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie
Dit artikel geeft de mogelijkheid om de advisering namens de commissie over te laten aan een of meer leden, al dan niet in een vaste samenstelling als
subcommissie. De commissie blijft verantwoordelijk voor het advies. Een goede omschrijving van de volmacht is nodig om aan het advies een doorslaggevende
betekenis toe te kennen. Dit kan worden opgenomen in het reglement van orde
(artikel 12). Daarbij moet wel rekening worden gehouden met de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een aanvraag om een
omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet) en de door de raad vastgestelde taakomschrijving van de dorpsbouwmeester (artikel 2, derde lid).
De commissie kan ervoor kiezen de volmacht te beperken tot de plannen met relatief geringe ruimtelijke betekenis, of plannen waar gelet op meer dan één vergelijkbare vallen de mening van de commissie als bekend mag worden verondersteld.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Een ruimere volmacht is mogelijk indien de betrokken leden of de subcommissies
volledig beschikken over de professionele deskundigheid die in een specifiek geval nodig is voor de advisering (bijvoorbeeld deskundig op het gebied van
cultuurhistorie, bouw- en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw, architectuur en archeologische monumentenzorg). Ook hier blijft
gelden de wettelijke eis dat enkele leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een
aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit (artikel 17.9, eerste lid, van de wet). Artikel 10. Adviseurs
Dit artikel geeft de commissie de bevoegdheid zich ten behoeve van de advisering te laten voorlichten door ambtenaren (eerste lid) of door externe deskundigen (tweede lid). Een ambtenaar of een andere deskundige kan ingevolge het derde lid op
uitnodiging van de commissie aanwezig zijn bij de vergaderingen of als adviseur deelnemen aan de beraadslagingen.
Deze regeling sluit aan op de gegroeide praktijk, waarbij de commissies afhankelijk
van de behoefte, specifieke adviseurs inschakelen (bijvoorbeeld een specialist op het gebied van historische interieurs of een specialist op het gebied van duurzaam bouwen).
Artikel 11. Verwerking van het advies
Eerste lid
Dit lid ziet toe op het vragen van een second opinion aan een gemeentelijke
adviescommissie van een andere gemeente in geval het college zich niet kan
verenigen met het advies van de commissie. Om oneindig ‘shoppen’ te voorkomen is dit slechts één keer per activiteit toegestaan.
Een advies van de commissie dat voldoet aan de wettelijke eisen van zorgvuldigheid en motivering als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet, behoeft in beginsel
geen nadere motivering. Een nadere motivering is wel vereist in geval een aanvrager of een derde-belanghebbende een contra-advies heeft overgelegd, dan wel gemotiveerd aanvoert dat het advies in strijd is met de geldende
beoordelingscriteria (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 6 mei 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BI2952).
Tweede lid
Dit lid is opgenomen met het oog op een goede vervulling van de adviestaak.
Daarvoor is nodig dat de commissie voortdurend inzicht heeft in hoe het college omgaat met de uitgebrachte adviezen.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Artikel 12. Reglement van orde
Eerste lid
De commissie stelt een reglement van orde vast.
Tweede lid
Dit lid geeft aan welke onderwerpen in ieder geval in het reglement van orde worden opgenomen.
Derde lid
Dit lid regelt de bekendmaking van het reglement van orde. Dat kan als bijlage bij
deze verordening, of als aparte bekendmaking met een goede verwijzing naar deze
verordening. Juridisch gezien behoeft het reglement van orde niet in de verordening zelf te worden opgenomen.
Artikel 13. Relatie met andere adviseurs
Dit artikel regelt een goede afstemming tussen de werkzaamheden van andere adviseur(s) op het gebied van de omgevingskwaliteit en de commissie. Artikel 14. Vergoeding
Dit artikel regelt de vergoeding die de leden en de adviseurs, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, ontvangen. Artikel 15. Jaarverslag
Het jaarverslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet kan voor de raad
aanleiding zijn voor bijstelling van het gemeentelijk beleid. De commissie kan naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden beleidsaanbevelingen doen.
Bijvoorbeeld over de in het omgevingsplan op te nemen beoordelingscriteria met
betrekking tot de omgevingskwaliteit. Om die reden verschijnt het jaarverslag tijdig vóór de jaarlijkse beleids- en begrotingscyclus in de gemeente.
De specifieke bepalingen over het jaarverslag van het college zijn onder de wet vervallen. In verband met de politieke verantwoordelijkheid voor de
omgevingskwaliteit heeft het college het voornemen om de bestaande praktijk van verantwoording en terugkoppeling voort te zetten en deze mee te nemen in de
verplichte evaluatierapportage over de uitvoering van het omgevingsrecht aan de raad. In de gemeentelijke evaluatierapportage kan bijvoorbeeld aandacht worden
besteed aan hoe is omgegaan met de adviezen van de commissie en aan het (tijdig)
inwinnen en ontvangen van advies binnen de afdoeningstermijn. Daarnaast wordt de werking van deze verordening ten minste éénmaal in de vier jaar samen met de commissie geëvalueerd.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507
Artikel 16. Overgangsrecht
Eerste lid
Op grond van dit lid gaan de bestaande leden van de welstands- en
monumentencommissies of adviescommissies ruimtelijke kwaliteit zonder aparte benoemingsbesluiten over naar de commissie.
Tweede lid
Dit lid regelt dat aanvragen ingediend voor het inwerkingtreden van deze
verordening volgens het oude recht door de commissie worden afgedaan. Artikel 17. Vervallen oude regeling
Eerste lid
Met de actualisatie van deze verordening vervalt de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2023. Artikel 18. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel bepaalt het tijdstip van inwerkingtreding en de citeertitel van de verordening.
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Nuenen ca., 2025 Zaaknr./doc.nr. 2664490/2664507