A9 MRE - Reactienota zienswijzen Begroting 2027
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp Begroting MRE 2027 Gemeente
Zienswijze
Reactie MRE
Geen zienswijze Geen zienswijze Geen zienswijze Geen zienswijze
Wij nemen hiervan kennis
Geen zienswijze Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden raad 30-6 Someren
Geen zienswijze
Algemeen Oirschot
Best
Fusie Best-Oirschot heeft waarschijnlijk gevolgen voor samenwerkingslandschap In het licht van het lopende fusietraject tussen de gemeenten Oirschot en Best verzoeken wij het bestuur van de MRE in hun werkzaamheden en besluitvorming rekening te houden met deze ontwikkeling. De beoogde samenvoeging heeft vanaf 2028 gevolgen voor de bestaande afspraken, processen in het regionale samenwerkingslandschap. Mogelijk moet onze Gemeenschappelijke Regeling worden aangepast en opnieuw worden vastgesteld. Met de fusie verandert het aantal deelnemers aan de regeling, wat juridische en feitelijke wijzigingen in de samenwerking met zich meebrengt. Wij stellen het op prijs als hier tijdig op wordt geanticipeerd en vragen u om dit vraagstuk in 2027, met ons, op te pakken. Graag zien wij dit ook benoemd onder het kopje regionale strategie/regionale samenwerking. Fusie Best-Oirschot heeft waarschijnlijk gevolgen voor samenwerkingslandschap. Wij verzoeken u dit aan te jagen en faciliteren.
In 2027 is een actualisatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRE voorzien. Het betreft een proces dat ongeveer een jaar zal beslaan (reactieperiode gevolgd door vaststelling door de 21 colleges en raden). Uitgangspunt daarbij is één wijzigingsvoorstel op te stellen, waarin ontwikkelingen / actualiteiten worden meegenomen. Daarbij kan gedacht worden aan de implementatie van de medio mei 2026 vastgestelde Archiefwet en de fusie van de gemeenten Best en Oirschot. Indien andere ontwikkelingen om aanpassing vragen, nemen we die zoveel mogelijk mee. Dit proces pakken wij tijdig op. Daar waar het de fusie Best en Oirschot betreft doen wij dat in overleg met uw gemeenten.
1
Zoals bekend hebben de gemeenteraden van Best en Oirschot in een herindelingsadvies aan GS de ambitie uitgesproken per 1 januari 2028 te gaan fuseren. Hoewel de besluitvorming hierover door Provincie en Rijk nog moet plaatsvinden breekt voor ons nu al een periode aan waarin we gaan voorsorteren op de nieuwe gemeente Best-Oirschot. Dit betekent o.a. organiseren van de nieuwe organisatie en harmoniseren van beleid. De fusie heeft ook gevolgen voor de positie van Best-Oirschot in het regionale samenwerkingslandschap:
Best
Mogelijk moet onze Gemeenschappelijke Regeling worden aangepast en opnieuw worden vastgesteld. Met de fusie verandert het aantal deelnemers aan de regeling, wat juridische en feitelijke wijzigingen in de samenwerking met zich meebrengt. Wij vragen u dit vraagstuk in 2027, met ons, op te pakken. Graag zien wij dit ook benoemd onder het kopje regionale strategie/regionale samenwerking. Positie gemeente Best-Oirschot Met de fusie ontstaat een nieuwe gemeente van ca. 51.500 inwoners, oftewel de 3e gemeente van de regio. Een gemeente bovendien die, door haar ligging, enorme opgaven kent als gevolg van bijv. de regionale woningbouwopgave, de ontwikkeling van ons treinstation tot regionale mobiliteitsknoop, de doorontwikkeling van de Oirschotse kazerne en de ontwikkeling van de Brainport Industries Campus. Wij realiseren ons goed, dat bij de positie van 3e gemeente van de regio ook een zwaardere verantwoordelijkheid komt voor het actief oppakken van allerlei regionale opgaven. Andersom willen wij ook in de positie gebracht worden – zowel bestuurlijk als ambtelijk om die verantwoordelijkheid te kunnen nemen en in regionale processen betrokken te blijven en/of worden. Wij zien hiervoor aanknopingspunten in de beleidsbegroting MRE.
Denk aan het versnellen van ontwikkelingen en het identificeren van kansen bij Provincie en Rijk (MIRT) voor financiering om de ambities uit de Regionale Mobiliteitsvisie en MMMP gerealiseerd te krijgen; aan de overlegtafels in het
De Regionale Agenda 2027–2030 beschrijft hoe 21 MRE-gemeenten gezamenlijk sturen op samenhangende groei (economie, wonen, mobiliteit, energie en leefomgeving) via één strategisch kader en tweejaarlijkse werkprogramma’s, waarbij integrale afweging plaatsvindt via thematische overleggen (poho’s), het Dagelijks Bestuur en gezamenlijke uitvoering, met behoud van lokale autonomie. Het voorbereidingsproces om te komen tot de Regionale Agenda 2027-2030 mondt uit in vaststelling door het Algemeen Bestuur op 3 maart 2027. Integrale afwegingen in MRE-verband worden op meerdere, samenhangende manieren gemaakt: -Strategisch kader (Ontwikkelstrategie): vormt de basis om opgaven (wonen, economie, mobiliteit, energie, etc.) in samenhang te beoordelen en keuzes te maken; -Thematische overleggen (poho’s): per thema werken bestuurders samen, met nadruk op onderlinge afstemming en integrale benadering tussen thema’s; -Dagelijks Bestuur: bewaakt de samenhang en maakt integrale afwegingen tussen thema’s en schaalniveaus, o.a. via het
2
Best
Veldhoven
kader van de uitwerking van de recente actualisatie van het MIRT-onderzoek en aan voorbereiding op de besluitvorming in de Bestuurlijk Overleggen BO Brainport, BO MIRT en BO Leefomgeving. Belang coördinatie en integrale afweging van verschillende opgaven Wat ons betreft mag in de begrotingstekst het belang van en de zorg voor integrale afweging van verschillende opgaven (ruimte, mobiliteit, energie, economie, wonen, landelijk gebied) steviger naar voren komen. De brandbrief van de subregio energietransitie aan de Stuurgroep MRE is daarvoor illustratief. De energietransitie gaat gepaard met bestuurlijke keuzes én lobby’s, niet alleen binnen de programmalijn energietransitie, maar juist ook binnen wonen en ruimte, economie, mobiliteit en vitale groene leefomgeving. Energietransitie gaat immers niet alleen over opwek, maar ook over afname, inclusief vraagstukken over batterijen, energiehubs, wijkoplossingen en warmteopslag. Daarnaast is er hier ook een sociale component. Wij vragen u om deze verbinding tussen programmalijnen actief te faciliteren. Rollen en governance Wij lezen in uw begroting over het realisatiebedrijf. Als regio en gemeente hebben we grote opgaven. Daarbij kan het helpend zijn om kennis en expertise te bundelen en te delen bij het realiseren van de opgaven. Wij vinden het belangrijk dat de rollen en governance van MRE en gemeenten duidelijk blijven.
En dat de focus en kracht van de MRE blijft liggen op strategievorming, afstemming en samenwerking. We willen daarbij benadrukken dat verantwoordelijkheid en bevoegdheid voor beleid en uitvoering bij de gemeente blijft. In de begroting ontbreekt naar ons idee een concrete omschrijving van wat het realisatiebedrijf precies wel en niet doet. Wij doen daarom een dringende oproep aan u om de taken en verwachtingen van dit onderdeel concreter af te
Dagelijks Bestuur met de adviseurs vanuit elk portefeuillehoudersoverleg. -Werkprogramma (2-jaarlijks): vertaalt strategie naar concrete projecten en vormt hét instrument voor prioritering, sturing, en integrale keuzes in inzet van middelen en capaciteit; -Ambtelijk en directeurenoverleg: zorgt voor afstemming, prioritering van capaciteit en koppeling tussen regionale en lokale agenda’s. Kort samengevat: integrale afweging gebeurt via een combinatie van strategisch kader + thematische samenwerking + bestuurlijke sturing + gezamenlijke programmering en uitvoering. Wij zullen de coördinatie en integrale afweging van de verschillende opgaven de komende jaren nadrukkelijk naar voren brengen, omdat de verschillende programma's elkaar steeds meer raken.
Wij herkennen en onderschrijven het belang van heldere afbakening. Rollen zijn expliciet gescheiden: gemeenten blijven altijd beleidsmatig en bestuurlijk eigenaar van hun opgaven; MRE borgt strategische regionale afstemming; Realisatiebedrijf MRE is uitsluitend uitvoerend ondersteunend en gericht op realisatie. Het Realisatiebedrijf zorgt voor casemanagement en procesversnelling bij complexe projecten, inzet van regionale projectteams (vb. Brainporthubs en mogelijk regionale bedrijventerreinen), beschikbaar stellen van specialistische capaciteit, en het oplossen van uitvoeringsknelpunten (juridisch/financieel/procedureel) met waar mogelijk het slimmer en efficiënter benutten van de collectiviteit. Realisatiebedrijf MRE opereert altijd vanuit het lokaal eigenaarschap, in opdracht en in samenspel met de lokale ambtelijke organisatie.
3
Deurne
Nuenen c.a.
Eindhoven
Son en Breugel
bakenen. Wat mogen we precies verwachten wat betreft het uitvoeren van beleid? Goed dat MRE inzet op realiseren van opgaven Onze gemeente staat voor grote (bovenregionale) opgaven op het gebied van woningbouw, mobiliteit, natuurherstel, netcongestie, het realiseren van werklocaties en het meegroeien van het voorzieningenniveau. De samenwerking met de MRE, en andere partijen zoals de Provincie NoordBrabant, is cruciaal voor het realiseren van deze opgaven. Wij spreken onze waardering uit voor de focus op realisatie. Wij vragen de MRE deze focus vast te houden, zodat plannen voortvarend uitgevoerd kunnen worden. Focus op uitvoering De MRE geeft aan de focus te verleggen naar realisatie van de opgaven en de uitvoering van het Beethovenconvenant. Dit kan rekenen op onze steun. De opgaven zijn urgent. De vraag naar woningen is enorm, het wordt al maar drukker op de weg, de gevolgen van de netcongestie wordt steeds voelbaarder en ook het voorzieningenniveau moet meegroeien. Daarom is het goed te lezen dat er gelden beschikbaar zijn gekomen om het Realisatiebedrijf MRE in te richten. Daarmee komt extra capaciteit beschikbaar voor gemeenten. Wij verwachten dat dit een flinke impuls geeft om tot realisatie te komen. Realisatie ambities en opgaven Met deze begroting borduurt u door op de bestaande koers.
Daarbij verschuift de focus binnen de MRE-samenwerking van het maken van visies en beleidsplannen naar het daadwerkelijk realiseren van de afgesproken ambities en opgaven. Wij zijn positief over deze ontwikkeling en uw Conceptbegroting 2027. 21 gemeenten sterker verbinden op Brainport Wij herhalen de vraag aan de MRE, in haar hoedanigheid als aandeelhouder namens de 21 gemeenten, om alle gemeenten frequenter en eerder te informeren en betrekken bij de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025-2032.
Wij spreken onze dank uit voor uw steun gericht op het realiseren van de gezamenlijke opgaven. De koers van focus op de uitvoering wordt nadrukkelijk voortgezet. De Regionale Agenda 2027–2030 beschrijft hoe 21 MRE-gemeenten gezamenlijk sturen op samenhangende groei (economie, wonen, mobiliteit, energie en leefomgeving) via één strategisch kader en tweejaarlijkse werkprogramma’s, waarbij integrale afweging plaatsvindt via thematische overleggen (poho’s), het Dagelijks Bestuur en gezamenlijke uitvoering, met behoud van lokale autonomie. Het voorbereidingsproces om te komen tot de Regionale Agenda 2027-2030 mondt uit in vaststelling door het Algemeen Bestuur op 3 maart 2027. Parallel hieraan loopt het proces om tot het Werkprogramma 2027-2028 te komen. Na een periode van koersbepaling en visievorming voor uiteenlopende thema’s, zal in het werkprogramma de nadruk liggen op gezamenlijke realisatie en realisatiekracht. Het werkprogramma zal eveneens door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld op 3 maart 2027. Bovendien willen we samen met de 21 algemeen directeuren van de ambtelijke organisatie hierover goede afspraken maken (zie het separate voorstel voor het instellen van het Directeuren Platform).
In het MRE-werkprogramma, thema economie is hierover opgenomen dat MRE hier op een aantal wijzen invulling aan geeft: Organiseren van de overheidsinbreng van de MREgemeenten: -via het Portefeuillehoudersoverleg economie,
4
-de vertegenwoordiging in de Stichting Brainport (lid Algemeen Bestuur) en -vertegenwoordiging in AvA Brainport (voorzitter Portefeuillehoudersoverleg economie). We nemen de opmerking mee via deze kanalen actief te blijven inzetten op het informeren en betrekken van de gemeenten bij de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport.
Deurne
Betrek en positioneer Raadstafel21 tijdig bij beleid MRE Het is goed te lezen dat de Raadstafel21 tijdig, uniform en consequent wordt geïnformeerd. We vinden dit belangrijk om de positie van raadsleden te borgen bij de grote ontwikkelingen waar de MRE-regio voor staat. We vragen de MRE om deze koers vast te houden. Het is daarbij ook van belang dat de MRE niet alleen de Raadstafel21 betrekt, maar de MRE-samenwerking in het algemeen, alsmede de gezamenlijke opgaven van de regio in het bijzonder, blijft uitleggen aan de gemeenteraden en inwoners. Samenwerking en draagvlak vragen om blijvende inzet en wederzijdse betrokkenheid. Dit draagt bij aan een duurzame samenwerkingsrelatie.
We zullen samen met de directeur van Brainport Development nader invulling geven aan uw informatiebehoefte. Wij onderschrijven het belang van goede en tijdige communicatie over de regionale samenwerking richting de gemeenteraden en inwoners. De MRE-organisatie en de deelnemende gemeenten hebben hierbij een belangrijke rol. De portefeuillehouders, de leden van het Algemeen Bestuur en Raadstafel21 kunnen hieraan samen met het Dagelijks Bestuur een belangrijke bijdrage leveren.
Keuzen en prioriteiten Heeze-Leende
Wij zien dat steeds meer regionale initiatieven via gemeenschappelijke regelingen landen bij lokale gemeenten, waar zij ambtelijke capaciteit vragen die momenteel beperkt is. Met het oog op de komende vernieuwing van het Samenwerkingsakkoord 2027-2030, willen we op dit moment met betrekking tot de ontwerpbegroting, die voorligt de nadruk leggen op het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Temeer omdat u op realisatie wilt focussen. Als regio zijn heldere keuzes en prioriteiten noodzakelijk, zodat we gezamenlijk de schaalsprong kunnen maken op de door u genoemde gebieden, die realistisch en uitvoerbaar is.
We onderschrijven de noodzaak om de komende jaren nadrukkelijker te prioriteren en deze prioritering maakt onderdeel uit van de voorbereiding van de nieuwe Regionale Agenda 2027-2030. Daarbij wordt erkend dat gemeenten financieel en organisatorisch onder druk staan en dat keuzes noodzakelijk zijn om de regionale groei op een realistische wijze vorm te geven. Ten aanzien van de financiële positie benadrukken we dat de ontwerp Begroting 2027 geen nieuwe beleidsmatige lastenverzwaring bevat en dat de stijging van de gemeentelijke
5
Ook Heeze-Leende moet prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Heeze-Leende kiest ervoor om jaarlijks bij de begroting een integrale afweging te maken van alle wensen, opgaven en ombuigingen. Dat betekent dat wij zorgvuldig bepalen welke regionale voorstellen wij lokaal kunnen uitvoeren. De aankomende hernieuwing van het Samenwerkingsakkoord 2027-2030 biedt een geschikte mogelijkheid om die keuzes samen te gaan maken. Voor Heeze-Leende is prioriteren onlosmakelijk verbonden met financiële beheersbaarheid en de beschikbare ambtelijke capaciteit. Wij verwachten dan ook als randvoorwaarde dat het nieuwe Samenwerkingsakkoord 2027-2030 nadrukkelijk budgetneutraal wordt vormgegeven ten aanzien van de gemeentelijke inwonerbijdrage.
Valkenswaard
Nieuwe of geïntensiveerde regionale ambities, die ten laste komen van de inwonerbijdrage dienen gedekt te worden door het afstoten of versoberen van bestaande (minder prioritaire) taken, tenzij hiervoor externe dekking (buiten de inwonerbijdrage om) beschikbaar is. Daarnaast mogen deze prioriteiten niet leiden tot een (structureel) extra beroep op de beperkte lokale ambtelijke capaciteit van onze gemeente. Tevens moet geborgd zijn dat de MRE zelf over voldoende capaciteit beschikt om de prioriteiten op een goed niveau uit te voeren, inclusief de benodigde regionale afstemming. Met het oog op de komende vernieuwing van het Samenwerkingsakkoord 2027-2030, willen we op dit moment met betrekking tot de ontwerpbegroting, die voorligt de nadruk leggen op het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Als regio zijn heldere keuzes en prioriteiten noodzakelijk, zodat we gezamenlijk de schaalsprong kunnen maken op de door u genoemde gebieden (het ruimtelijke gebied, netcongestie, talent en concurrentievermogen), die realistisch en uitvoerbaar is.
bijdrage uitsluitend voortkomt uit indexering en wijzigingen in inwoneraantallen. Eventuele nieuwe ambities en opgaven, die financiële consequenties hebben, zullen via afzonderlijke besluitvorming en begrotingswijzigingen aan de raden worden voorgelegd. Met betrekking tot de uitvoeringskracht zetten we in op realisatieteams vanuit het Realisatiebedrijf MRE, die juist bedoeld zijn om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van complexe regionale projecten. Hiervoor zijn tot 2030 incidentele middelen beschikbaar op basis van cofinanciering van partners als Rijk, Provincie en Brainport Partnerfonds. Ook wordt de samenwerking met gemeenten verder versterkt om de uitvoerbaarheid van regionale opgaven te waarborgen. Daarom wordt ook (separaat)voorgesteld – met steun van de gemeentesecretarissen – om gezamenlijk een Directeuren Platform in te stellen om sterker op directieniveau te kunnen sturen op de gezamenlijke regionale opgaven in het kader van de lokale en regionale uitvoeringskracht. Daarnaast bespreken wij ook met regelmatig de financiële situatie voor de regionale opgaven van onze Brainportregio met het Kabinet in het kader van het BO Brainport. Wij zien dit als een gedeelde verantwoordelijkheid om met elkaar uitvoering te kunnen blijven geven aan de afspraken in het kader van de Brainport- en Beethovendeal.
6
Het uitvoeren van deze schaalsprong dient uiteindelijk door de 21 gemeenten uitgevoerd te worden. Ook zij moeten prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Temeer omdat, zoals u ook aangeeft in de aanbiedingsbrief, u op realisatie wilt focussen. De aankomende hernieuwing van het Samenwerkingsakkoord 2027-2030 biedt een geschikte mogelijkheid om die keuzes samen te gaan maken.
Waalre
Wij vertrouwen erop dat we als regio gezamenlijk aan de lat staan voor onze regionale opgaven en die ook als regio oppakken, passend naar draagkracht en vermogen. De gemeentelijke begrotingen komen door allerlei ontwikkelingen steeds meer onder druk te staan. Dat geldt ook voor onze gemeente. Tegelijkertijd zien we dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen, zoals de MRE, jaarlijks toeneemt en een steeds groter beslag leggen op de totale gemeentelijke begroting. Als gemeente zijn we steeds meer genoodzaakt tot het maken van keuzes en prioriteitstelling. Het kan niet anders dan dat Gemeenschappelijke Regelingen dit ook gaan doen en hun verantwoordelijkheid hierin nemen. We geven dat opnieuw aan u mee. We verzoeken u om in de nieuwe Regionale Agenda en in het nieuwe werkprogramma keuzes te maken en te prioriteren, waarbij wordt aangegeven welke afwegingen daarbij zijn gemaakt. We moeten als regio, de 21 gemeenten en MRE-organisatie samen, keuzes maken en heldere prioriteiten stellen, zodat we gezamenlijk de regionale schaalsprong maken, die realistisch is en voor alle partijen uitvoerbaar is. De realisatie van de schaalsprong en de daarmee samenhangende opgaven zijn organisatorisch en financieel niet alleen voor
7
de MRE-organisatie, maar ook voor iedere gemeente uitdagend. U heeft de 21 gemeenten nodig om uitvoering te geven aan de opgaven en waar nodig te versnellen. Ook wij moeten prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten, niet alleen ten aanzien van ambities en fasering, maar ook ten aanzien van rolneming. Temeer omdat, zoals u ook aangeeft bij Regionale Strategie, u op realisatie wil focussen. In de voorbereiding van een nieuw Samenwerkingsakkoord 2027-2030 zullen we deze voorwaarde nadrukkelijk naar voren brengen en ook dit geluid via ons Dagelijks Bestuur en organisatie inbrengen.
Asten
Waalre wil constructief bijdragen aan de samenwerking en de opgaven van onze regio. Wij nemen daarvoor verantwoordelijkheid. We vragen u echter oog te houden voor de beperkingen in uitvoeringskracht en financiële ruimte van de (met name kleine) gemeenten. Het is niet een op zichzelf staand geluid, Waalre laat dit geluid al een aantal jaren horen. De nieuwe samenwerkingsafspraken bieden ons de kans evenwicht te brengen in onze ambities en wat nodig is om als regio de uitdagingen aan te gaan. Met een realistisch oog voor de financiële en personele capaciteit, zowel in de organisatie van de MRE als bij de gemeenten. Samen kunnen we veel werk verzetten met oog voor elkaar en waar nodig de helpende hand uitsteken naar elkaar. We hebben daarin al goede stappen gezet met de invoering van de realisatieteams en voeren het gesprek over de uitvoeringskracht in de regio. We houden elkaar vast in deze uitdagende periode in onze samenwerking met een realistische koers met oog voor de toekomst! We stellen vast dat in de ontwerpbegroting met uitzondering van de jaarlijkse indexering en aanpassing aan gewijzigde inwoneraantallen de gemeentelijke bijdragen niet veranderen.
8
Niettemin betekent dit voor gemeente Asten een stijging van de kosten van de GR MRE ten opzichte van de Begroting 2026. Zoals wij u al in 2024 en 2025 hebben meegedeeld laat onze begroting vanaf 2027 tekorten zien. In 2025 is het proces ‘Asten in Balans’ opgestart met als doel een structureel sluitende meerjarenbegroting. Na het proces ‘Asten in Balans’ is er een aantal ontwikkelingen geweest, die grote invloed hebben op de meerjarenbegroting. De meerjarenbegroting van Asten is nu niet meer sluitend. Er blijft een flinke financiële klus te klaren. Pijnlijke keuzes zijn onvermijdelijk zowel voor de korte als de langere termijn. Naar aanleiding van de structurele tekorten hebben we bij de Begroting 2025 en 2026 van de GR-en hierover al een zienswijze ingediend. De tekorten van onze gemeente kunnen we niet alleen opvangen, alle verbonden partijen ondervinden als verlengd bestuur ook de gevolgen hiervan. In onze eerdere zienswijze hebben wij u gevraagd om bij het opstellen van de Begroting 2027 met het bovenstaande scenario rekening te houden en om specifieke en goed onderbouwde keuzemogelijkheden in beeld te brengen.
Gemert-Bakel
Wij begrijpen de uitdagingen waar de GR MRE voor staat en dat besparen niet eenvoudig is. De regionale ambities kunnen leiden tot extra druk op lokale infrastructuur en voorzieningen, terwijl de uitvoeringskracht en financiële ruimte onder druk staan. We willen u 2 belangrijke aandachtspunten meegeven: Maak in de nieuwe regionale agenda en in het nieuwe werkprogramma keuzes en prioriteer deze. Geef daarbij helder aan welke afwegingen daarbij zijn gemaakt en heb oog voor de doorwerking van regionale ambities op de kleinere en middelgrote kernen. Betrek de gemeenten
9
daarbij in een vroeg stadium, zodat bestuurlijke en ambtelijke consequenties goed kunnen worden afgewogen.
Oirschot
Nuenen c.a.
Vanaf 2028 worden alle gemeenten zwaar gekort op het Gemeentefonds, ook wel ravijnjaren genoemd. Als het ravijn niet gedicht wordt dan zijn ombuigingen op een gegeven moment noodzakelijk. De gemeente staat dan voor financieel lastige keuzes, die links- of rechtsom de inwoners zullen raken. Gemeenschappelijke regelingen vormen een substantieel deel van onze begroting. Wij willen van deze zienswijze gebruik maken om aan te kondigen dat in het geval van ombuigingen wij een evenredige bijdrage van gemeenschappelijke regelingen gaan vragen. We willen dat de MRE ook bijdraagt aan de financiële uitdaging waar onze gemeente voor staat. De substantiële stijging van de totale lasten ten opzichte van voorgaand jaar (+ € 7.634.205) achten wij een belangrijk aandachtspunt. De gemeentelijke begrotingen komen door allerlei ontwikkelingen steeds meer onder druk te staan. Dat geldt ook voor onze gemeente. Tegelijkertijd zien we dat gemeentelijke bijdragen aan Gemeenschappelijke Regelingen, zoals de MRE, jaarlijks toeneemt en een steeds groter beslag leggen op de totale gemeentelijke begroting. Als gemeente zijn we steeds meer genoodzaakt tot het maken van keuzes en prioriteitstelling. Het kan niet anders dan dat Gemeenschappelijke Regelingen dit ook gaan doen en hun verantwoordelijkheid hierin nemen. Dit willen we, net als vorig jaar, in onze zienswijze meegeven aan het bestuur van de MRE.
We verzoeken het bestuur om in de nieuwe regionale agenda en in het nieuwe werkprogramma keuzes te maken en te prioriteren, waarbij wordt aangegeven welke afwegingen daarbij zijn gemaakt. Net als vorig jaar, staan gemeenten nog steeds voor grote financiële uitdagingen. Dit geldt ook voor onze gemeente. Onze begroting laat niet toe dat we alles wat we zouden willen kunnen oppakken, hoe onwenselijk dit ook is. Onze
10
gemeente moet keuzes maken en prioriteiten stellen. Het kan niet anders dan dat de Gemeenschappelijke Regelingen waaraan wij deelnemen, zoals de MRE, hier ook in bijdragen en hun verantwoordelijkheid nemen. Daarom verzoeken wij u om gezamenlijk met alle 21 gemeenten bij het vaststellen van het nieuwe samenwerkingsakkoord (ook wel regionale agenda) en het werkprogramma echte keuzes te maken en te prioriteren, zodat de inwonersbijdrage de aankomende jaren niet extra hoeft te worden verhoogd. De regionale opgaven zijn enorm en het ontbreekt ons aan ambtelijke capaciteit en financiële middelen om op alle MRE-opgaven in te zetten.
Waalre
We begrijpen de uitdagingen waar de MRE voor staat en dat het zeer lastig is om te besparen. Desondanks doen wij de oproep, mede gezien de oproep van de VNG en het principe van trap op trap af, waarbij de gemeenten niet alleen de zware bezuinigingen kunnen dragen. Hierdoor moet er ook gekeken worden naar het verlengd lokaal bestuur en verwachten we van verbonden partijen dat zij kritisch zijn op hun kosten. Terughoudend financieel beleid Wij stellen voor 2027 een terughoudend financieel beleid voor en geen nieuwe ambities op te voeren in het nieuwe Samenwerkingsakkoord 2027-2030 dan wat er nu ligt. Als het nieuwe samenwerkingsakkoord, c.q. het werkprogramma alsnog leidt tot een financieel effect op deze primaire begroting en leidt tot een verhoogde inwonerbijdrage dan zullen wij op voorhand niet instemmen. We hebben onze handen meer dan vol met de realisatie-opgaven, het inrichten van een robuust fondsbeheer en het voorbereiden van de nieuwe samenwerkingsagenda voor de komende jaren.
We willen de komende jaren behoudens indexering en aanpassing aan gewijzigde inwoneraantallen de gemeentelijke bijdragen niet veranderen.
11
Geldrop-Mierlo
Son en Breugel
Ook de financiering van het KTM2-pakket gaat de komende jaren extra ruimte vragen in onze begroting. Middelen zijn en blijven schaars nu er vanuit het Rijk nog geen inzicht geboden wordt in structurele duurzame middelen voor gemeenten. Wij vragen in het bijzonder aandacht voor een financieel beheersbare en realistische koers. Gelet op de aanhoudende druk op de gemeentelijke begroting vinden wij het van belang dat keuzes zorgvuldig worden afgewogen, er scherp wordt geprioriteerd en dat terughoudend wordt omgegaan met nieuwe structurele lasten. Daarbij achten wij uitbreiding of intensivering alleen passend wanneer nut, noodzaak, dekking en uitvoerbaarheid overtuigend zijn onderbouwd. Wij vragen in het bijzonder aandacht voor een financieel beheersbare en realistische koers. Gelet op de aanhoudende druk op de gemeentelijke begroting vinden wij het van belang dat keuzes zorgvuldig worden afgewogen, er scherp wordt geprioriteerd en dat terughoudend wordt omgegaan met nieuwe structurele lasten. Daarbij achten wij uitbreiding of intensivering alleen passend wanneer nut, noodzaak, dekking en uitvoerbaarheid overtuigend zijn onderbouwd.
Financieel beleid Heeze-Leende
Overleg Rijk Wij verwachten dat de regionale groei, ook in HeezeLeende leidt tot extra instroom van inwoners, wat op termijn gevolgen heeft op alle terreinen. De financiering via het Gemeentefonds sluit hier onvoldoende op aan. De (bouw)kosten stijgen sneller dan de groei van het Gemeentefonds, terwijl gemeenten bij groei moeten voorinvesteren. Voor een kleine gemeente als de onze, waar de financiële ruimte al onder druk staat, leidt dit tot knelpunten. Wij vragen de regio om deze problematiek nadrukkelijk te betrekken in het overleg met het Rijk, zodat de financieringssystematiek beter aansluit op de werkelijke kosten en op de dynamiek van snelgroeiende regio’s.
Daar waar mogelijk zullen we deze problematiek aankaarten bij het Rijk. Daarnaast bezien we welke andere mogelijkheden er zijn om onze regionale opgaven te kunnen financieren. Daarom zetten we actief in – samen met Brainport Development – op het aantrekken van financieringsmiddelen ook op Europees niveau.
12
Oirschot
Deurne
Basisfinanciering Realisatiebedrijf MRE is niet afkomstig uit inwonerbijdrage Het MRE-Realisatiebedrijf is een nieuw element in de MREbegroting dat dient als hulpmotor voor gemeenten bij de realisatie van de complexe ruimtelijke projecten (regionale sleutelprojecten), die voortkomen uit de Rijk-Regio afspraken en de in MRE-verband afgesproken ambities. Wij zien de meerwaarde van het Realisatiebedrijf voor het versnellen van complexe regionale opgaven. Tegelijkertijd constateren wij dat hier sprake is van een negatief saldo en dat de programmakosten gedekt worden uit incidentele middelen, externe financiering en uit de Bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE. Wij zien graag nadere duidelijkheid te geven over de structurele financiering van het Realisatiebedrijf en de mate waarin eventuele tekorten in de toekomst een beroep doen op de deelnemende gemeenten. Onderbouw evt. begrotingswijzigingen goed en tijdig Het Samenwerkingsakkoord 2027-2030 is nog niet vastgesteld. Als het nieuwe samenwerkingsakkoord en het werkprogramma alsnog leiden tot een financieel effect op deze primaire begroting, zal een begrotingswijziging worden opgesteld. Indien er sprake is voor wijziging van de inwonerbijdrage, dan zal deze begrotingswijziging conform de GR MRE voor zienswijze aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Wij vragen de MRE om terughoudend te zijn met het verhogen van inwonersbijdragen en eventuele begrotingswijzigingen goed en tijdig te onderbouwen.
Het realisatiebedrijf is in het leven geroepen om samen met de 21 gemeenten de regionale opgaven te versnellen. Hiervoor zijn tot 2030 incidentele middelen beschikbaar, mede op basis van cofinanciering vanuit het Rijk, Provincie en Brainport Partnerfonds. Er worden geen extra middelen gevraagd vanuit de inwonerbijdrage.
Afgelopen periode was er discussie omtrent de wijze van indexering. Uiteindelijk is nu het voorstel te kiezen voor een indexering, die weliswaar goed aansluit bij de werkelijke bekostigingssystematiek van de Gemeenschappelijke Regeling, maar voorbijgaat aan het feit dat de risico’s t.a.v. de lagere bekostiging van gemeenten bij gemeenten worden gelegd. Voor gemeenten geldt immers de bekostigingssystematiek
Wij begrijpen dat de uitgaven van een verbonden partij worden betrokken bij bezuinigingsdiscussies van uw gemeente. Bezuinigen kan niet via een indexeringssystematiek, dit is een autonome ontwikkeling, omdat dit 90% loonindexering betreft, maar kan wel via een takendiscussie.
Het uitgangspunt is en blijft dat het Realisatiebedrijf wordt gefinancierd via een publiek-private mix (Rijk, provincie, EU, Brainportfonds, projecten en P*Q-inzet vanuit gemeenten). Eventuele structurele doorontwikkeling wordt separaat bestuurlijk uitgewerkt. Er is op dit moment geen afspraak dat tekorten automatisch worden omgeslagen naar gemeenten. Het financieel kader is leidend in de mogelijkheden van het Realisatiebedrijf, waarmee het risico beperkt is. De Regionale Agenda 2027-2030 wordt opgesteld en vastgesteld door de 21 gemeenten, waarbij de huidige inwonersbijdrage het uitgangspunt is voor de financiering daarvan. Daarnaast zetten we maximaal in op het aantrekken van financiering van andere partners, waaronder Rijk en EU.
Indexeringsmethodiek Heeze-Leende
13
van het Rijk op basis van BBP (Bruto Binnenlands Product). De gemeente is volledig risicodragend voor de prijspeilen. De GR-en lopen nu totaal geen risico’s, omdat ze eerst (hoger) indexeren en later bij de jaarrekening pas kijken of er mogelijk een deel kan worden teruggestort. Dit is dan nog mede afhankelijk van de eventuele negatieve afwijkingen, die ten opzichte van de begroting zijn ontstaan door andere ontwikkelingen, en of de hoogte van de minimum reserve afdoende is. Met andere woorden nieuwe taken of nieuw beleid kunnen bekostigd worden uit de te hoge indexaties.
Waalre
We missen in deze solidariteit van de GR, als verlengstuk van de gemeentelijke taken. Heeze-Leende roept de MRE op om samen met de andere GR-en te onderzoeken hoe de Gemeenschappelijke Regelingen ook een (eerlijke) bijdrage kunnen leveren aan de in verhouding steeds lagere inkomsten van gemeenten middels het Gemeentefonds. Wij vertrouwen erop dat we als regio gezamenlijk aan de lat staan voor onze regionale opgaven en die ook als regio oppakken, passend naar draagkracht en vermogen. Wij roepen alle verbonden partijen op de indexering tot een minimum te beperken. Zoals eerder verwoord staan de gemeenten voor een grote financiële uitdaging. Gevolg hiervan zijn de begrenzingen van de financiële middelen van de gemeenten. Onze gemeente moet moeilijke keuzes maken en prioriteiten stellen. Het kan niet anders dan dat de gemeenschappelijke regelingen hier ook in bijdragen en hun verantwoordelijkheid nemen. We begrijpen de uitdagingen waar MRE voor staat en dat het zeer lastig is om te besparen. Desondanks doen wij deze oproep. Mede gezien de oproep van de VNG en het principe van trap op trap af, waarbij de gemeenten niet alleen de zware bezuinigingen kunnen dragen. Hierdoor moet er ook gekeken worden naar het verlengd lokaal bestuur en moeten bezuinigingen ook plaats vinden bij verbonden partijen.
14
Helmond
Cranendonck
Wij zien uit naar de bevindingen van het onderzoek naar de indexeringsmethodiek van de verbonden partijen. Wij verwachten van de Gemeenschappelijke Regelingen, dat ze in het kader van realistisch begroten ook realistische indexpercentages toepassen. Daarom hebben wij vorig jaar sterk aangedrongen op een gezamenlijk onderzoek en de systematiek meer realistisch op te zetten voor alle verbonden partijen. De planning is dat in het Algemeen Bestuur MRE van juli 2026 opnieuw het voorstel Indexeringsmethodiek 4 GR-en wordt geagendeerd, evenals in de Algemene Besturen van de drie andere GR-en. De raden worden via een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Ook zal dit onderwerp aan de orde komen in de regionale bijeenkomst voor raden van de deelnemende gemeenten op 15 april 2026. Wij constateren dat het verschil tussen de beschikbare ruimte voor indexering en de benodigde ruimte voor indexering door de gemeenschappelijke regelingen steeds verder oploopt in het nadeel van onze gemeente. Uiteindelijk worden hierdoor de externe verplichtingen groter dan het totale budget van de gemeente. Dat is onhoudbaar. Wij achten beleidsmatige keuzes door uw bestuur daarom noodzakelijk. Anders zal de gemeente genoodzaakt zijn om bijvoorbeeld minder producten af te nemen of op een andere manier de druk van de GR-en op de begroting te verminderen.
De indexeringssystematiek wordt op 1 juli vastgesteld door het Algemeen Bestuur MRE. Door deze indexeringsmethodiek ontstaat echter een scheefheid in draagkracht: waar GR-en vooraf volledig worden gecompenseerd voor kostenstijgingen, ontvangen gemeenten slechts een vergoeding op basis van de bbp-systematiek. Omdat binnen GR-en bovendien geen nacalculatie plaatsvindt, lopen zij vrijwel geen financieel risico en worden eventuele meevallers slechts beperkt en achteraf verrekend. Dit geheel leidt structureel tot hogere lasten voor gemeenten.
Op 1 juli a.s. besluit het Algemeen Bestuur op advies van de Commissie van advies voor Financien over het voorstel van de te hanteren indexeringssystematiek. Een van de aanpassingen in de huidige systematiek is dat indien achteraf blijkt dat de indexering te hoog is vastgesteld dit niet zonder expliciete bestuurlijke besluitvorming wordt omgezet in nieuw beleid.
Daarom vragen wij in samenwerking met de stakeholders de mogelijkheden van nacalculatie op basis van beide
15
methodieken te onderzoeken én op basis van de uitkomsten afspraken te maken om nadelige verschillen, vanuit solidariteit, evenredig naar draagkracht van gemeenten en GR-en te verdelen. Daarbinnen kan op basis van de financiële uitdagingen waarvoor de gemeenten staan zo nodig een discussie gevoerd worden over inhoud, taken en uitvoeringsniveau.
Bedrijfsvoering Helmond
Helmond
Helmond
Algemene reserve De aan te houden algemene reserve is gerelateerd aan omzet van de concernorganisatie (27,9 mln). Hiervan rekent u 22,8 mln toe aan MRE en 3,8 mln aan RHCe. Wij ontvangen graag een toelichting waar het verschil (1,3 mln) aan is toegerekend. Bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE Uit de bestemmingsreserve doorontwikkeling MRE zet u 500.000 Euro in voor het Realisatiebedrijf MRE. Uit verschillende tabellen blijkt dat 700.000 Euro onttrokken wordt. Graag een toelichting hierop, dan wel een correctie.
Wet open overheid Naar verwachting zullen in 2027 voor verschillende informatiecategorieën van de Wet open overheid (Woo) de eisen voor actieve openbaarmaking in werking treden. Dat betekent dat alle einddocumenten van de in artikel 3.3 van de Woo genoemde informatiecategorieën ongevraagd openbaar gemaakt moeten worden. Gemeenschappelijk regelingen zijn een bestuursorgaan in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dienen daarom zelf ook aan de eisen van de Woo te voldoen. Mocht het zo zijn dat er binnen uw organisatie inspanningen nodig zijn om te kunnen voldoen aan die eisen, dan verwacht de gemeente Helmond dat u hiervoor binnen de begroting de benodigde middelen reserveert.
Uw constatering is juist; het bedrag dat toe te rekenen is aan de MRE is € 24,1 mln. en niet € 22,8 mln. Daarmee is het verschil verklaard en gecorrigeerd.
De bijdrage vanuit de Reserve doorontwikkeling MRE betreft volgens besluit Algemeen Bestuur € 500.000. Daarnaast is het tekort voor de totale MRE € 200.000. Dit tekort is ook onttrokken aan de Reserve doorontwikkeling MRE, omdat met name hogere loonkosten noodzakelijk zijn om deze doorontwikkeling mogelijk te maken. In de gevoerde ambtelijke overleggen is geconstateerd dat een onttrekking uit de Algemene Reserve meer voor de hand ligt. We zullen deze wijziging dan ook voorleggen aan het Algemeen Bestuur. De (passieve en actieve) openbaarmaking van informatie is voor MRE een belangrijk aandachtspunt. MRE maakt al veel informatie openbaar. MRE is bekend met de Wet open overheid (Woo) en heeft aandacht voor de tijdige implementatie van deze wet. De informatiecategorieën moeten in fases openbaar worden gemaakt. Niet alle categorieën zijn echter op MRE van toepassing. De eerste fase is in november 2024 met goed gevolg afgerond. Hierbij is gekozen voor een pragmatische aanpak (verplichte publicatie via Overheid.nl en publicatie via website MRE). Op landelijk niveau is er vooralsnog geen duidelijkheid over de planning van de tweede van fase van de implementatie.
16
Voor eventuele vragen kunt u contact opnemen met de Woocoördinator van de gemeente Helmond via woo@helmond.nl of via het contactformulier op: https://www.helmond.nl/woo.
Veldhoven
Deurne
Transparante rapportage begroting Geld uit de reserve ‘doorontwikkeling MRE’ wordt gebruikt voor de start van het realisatiebedrijf. Dit geld is zelf weer eerder weggenomen het Stimuleringsfonds. Als raad hebben wij ons eerder uitgesproken tegen dit ‘geschuif’ met middelen binnen de begroting. Wij zien daarom graag een duidelijke en transparante rapportage over het gebruik van de middelen en de bijstellingen in de begroting van de MRE, zodat we hier goed toezicht op kunnen houden. Maak zichtbaar wat regionale samenwerking concreet oplevert De gemeenteraad van Deurne vindt het belangrijk dat voor gemeenteraden en inwoners beter zichtbaar wordt wat regionale samenwerking concreet oplevert. De financiële bijdrage van gemeenten is in de begroting inzichtelijk. Minder zichtbaar is welke middelen, fondsen, regelingen, projectondersteuning en uitvoeringscapaciteit vervolgens concreet landen bij gemeenten, projecten of gebieden.
MRE richt zich op de doorontwikkeling van het informatie- en archiefbeheer. Daarnaast is de herinrichting van de website een belangrijk aandachtspunt. De verdere implementatie van de Woo is mede gerelateerd aan deze ontwikkelingen. Met de benodigde middelen is rekening gehouden in de begroting. Wijzigingen van de begrotingen worden voorgelegd via de reguliere P&C documenten aan uw raad.
Wij zullen jaarlijks bij de jaarrekening een bijlage toevoegen, waarin de gevraagde informatie wordt weergegeven
Wij vragen de MRE daarom in de begroting, jaarrekening of een afzonderlijke jaarlijkse rapportage beter inzicht te geven in toegekende middelen, ingezette ondersteuning, inzet van het Realisatiebedrijf MRE en concrete resultaten per gemeente, per project, gebied of thema. Waar resultaten niet één-op-één lokaal toe te rekenen zijn, vragen wij de MRE deze regionaal of thematisch helder toe te lichten. Daarmee wordt de regionale samenwerking beter controleerbaar en beter uitlegbaar aan gemeenteraden en inwoners.
Landgoed Gulbergen
17
Geldrop-Mierlo Son en Breugel
Nuenen c.a.
Wij achten tijdige en transparante informatie over financiële risico’s van wezenlijk belang, in het bijzonder waar het gaat om Gulbergen. Uit de ontwerpbegroting blijkt dat nog niet volledig duidelijk is wat de financiële consequenties zijn van de overdracht van de voormalige stortplaats Gulbergen aan de Provincie. Tegelijkertijd maakt de risicoparagraaf duidelijk dat hier een financieel risico voor gemeenten kan ontstaan. Wij vinden het daarom van belang dat de MRE de raden van de deelnemende gemeenten tijdig, volledig en transparant informeert over de uitkomsten van het overleg met de Provincie, de mogelijke financiële gevolgen en de wijze waarop deze worden verwerkt in de begroting en de risicoparagraaf. We begrijpen dat de planning is dat de voormalige stortplaats Gulbergen in 2030 wordt overgedragen aan de Provincie. Gelijktijdig met de overdracht moet een bedrag betaald worden in verband met de eeuwigdurende nazorg door de Provincie. Hiervoor staat al een bedrag (doelvermogen) bij de Provincie. In de ontwerpbegroting is opgenomen dat de Provincie in maart 2026 een heffing heeft opgelegd. Nadere informatie over de financiële impact van de heffing ontbreekt. Wij verzoeken u ons tijdig te informeren over de financiële consequenties in verband met de overdracht van de voormalige stortplaats Gulbergen.
In het Dagelijks Bestuur van 18 mei 2026 en het Algemeen Bestuur van 1 juli 2026 ligt ten aanzien van dit onderwerp een voorstel voor. De Provincie heeft het doelvermogen voor 2030 vastgesteld op € 44,5 mln. Bij betaling medio 2026 aan de Provincie is dit bedrag contant gemaakt op ca. € 39 mln. Op dit moment is de hoogte van het doelvermogen € 24,7 mln., rest nog een te betalen bedrag van € 14,3 mln. Met de verkoop van het noordelijk deel € 8,1 mln. en de stand van de Reserve Gulbergen MRE € 11,4 mln. kunnen we aan deze verplichting voldoen. Rest nog een bedrag van ruim € 5 mln. ter bekostiging van de nazorg t/m 2030 door de MRE en de ontwikkeling van de zuidzijde.
Bij Ruimte en Wonen geeft u aan dat het ontwikkelen van een instrument of afwegingskader dat voor lokale en regionale ontwikkelingen toepasbaar is als hulpmiddel bij het maken van integrale keuzes onderdeel is van de verrijking van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Integrale keuzes juichen wij toe, maar dat mag het proces van ruimtelijke planvorming en ontwikkeling niet ingewikkelder maken; het tegenovergestelde zou het doel moeten zijn. Datzelfde geldt voor het afstemmen van afsprakenkaders, waarbij onduidelijk is wat hiermee bedoeld wordt.
Het idee is dat een afsprakenkader of instrument kan helpen om de gezamenlijke afspraken, die van abstract niveau zijn op een duidelijke wijze uit te kunnen werken. Dat geeft duidelijkheid aan iedereen. Uiteraard moet het niet leiden tot onnodige stappen. We zullen deze opmerking meenemen bij de doorontwikkeling van de Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant.
Geconcludeerd kan worden dat er bij ongewijzigde omstandigheden (bijvoorbeeld renterisico’s) geen risico’s zijn voor gemeenten. Aangezien deze informatie pas recent bekend is, is in overleg met de financieel adviseurs van de gemeenten ervoor gekozen om het risico, zoals genoemd in de Jaarrekening 2025 voorzichtigheidshalve in de begrotingen van de gemeenten op te nemen.
Ruimte en wonen Helmond
18
Mobiliteit Helmond
Bij Mobiliteit zal in 2027 het coördineren van de input aan de nieuwe OV-concessie 2029 een van de activiteiten zijn. Wij vragen bij dit thema aandacht voor de bereikbaarheidsopgaven aan de oostkant voor de regio, inclusief en in het bijzonder de ontbrekende doorgaande OV-verbinding van Helmond met Veghel\Den Bosch en Weert.
Bereikbaarheid aan de oostkant heeft onze aandacht. De buslijn (Den Bosch)-Veghel-Helmond-Weert zit in het MMMP, maakt onderdeel uit van de regionale inbreng voor de OVconcessie en momenteel worden verschillende varianten door de Provincie onderzocht in voorbereiding op de nieuwe OVconcessie. Daarbij zijn MRE, subregio Oost en Helmond betrokken.
Bij Energietransitie zijn veel activiteiten gericht op het proces om eind 2027 een vernieuwde Regionale Energiestrategie (RES 2.0) vast te laten stellen en om via afstemming met Provincie, Rijk en Brainport Development in te zetten op versnelling van de uitbreiding van de hoogspanningsnetten, en op versnelling van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de regio op laag- en middenspanningsniveau, alsmede ontwikkeling/uitrol van slimme oplossingen bij netcongestie, samen met Brainport Development. Wij onderstrepen het belang van het oplossen van de netcongestie als randvoorwaardelijk voor het realiseren van de schaalsprong.
Deze reactie onderstreept het belang van onze inzet op de aanpak van netcongestie. In de RES 2.0 is netcongestie uiteraard een belangrijk onderwerp, waarbij we dit vanuit een integrale benadering van het gehele energiesysteem benaderen.
Bij Economie zijn kansen om de inzet op economie verder te versterken door meer concretisering, een betere balans tussen regionaal en lokaal niveau en extra aandacht voor brede economische ontwikkeling. Het is positief dat naast de hightech maakindustrie ook het bredere MKB wordt benoemd. De koppeling tussen economische groei en het voorzieningenniveau is een belangrijk en positief onderdeel van het programma. Investeringen via de Regiodeal en voorzieningenstrategie dragen bij aan een aantrekkelijke regio. De samenhang met leefbaarheid kan nog sterker worden benadrukt.
Concretisering is een belangrijk aandachtspunt binnen het thema. Rondom werklocaties speelt dit door concrete uitwerking van programmaonderdelen en het via het MRE Realisatiebedrijf sturen op de realisatie van drie grootschalige werklocaties voor de regio. Hiermee faciliteren we de brede economische ontwikkeling van zowel MKB als hoogwaardige maakindustrie. Ten aanzien van voorzieningen is de aandacht voor leefbaarheid opgebouwd vanuit de focus in de ontwikkeling van basis- en topvoorzieningen gericht op gezondheid en zorg, onderwijs, sport en cultuur.
In de ontwerp Begroting 2027 wordt binnen het Programma economie wel verwezen naar de uitvoering van de uitvoeringsstrategie voorzieningen, maar verdere uitwerking
Het thema voorzieningen wordt als afzonderlijk benoemd in het bespreekdocument regionale agenda. De verdere uitwerking hiervan volgt dan in het nieuwe op te stellen Werkprogramma
Energietransitie Helmond
Economie Helmond
Voorzieningen Laarbeek
19
of toelichting ontbreekt volledig. Niet alleen voor de Begroting van 2027, maar ook alvast met het oog op de nieuwe Regionale Agenda 2027-2030 willen we u meegeven het thema ‘voorzieningen’ beter te borgen binnen de MREstructuur en -organisatie.
2027-2028. In de begroting is hier inderdaad nog geen verdere uitwerking aan gegeven.
Vitale groene leefomgeving Helmond
Bij Vitaal landelijk gebied zien wij een omslag naar nieuwe programmalijnen. Onze raad is daar niet bij betrokken volgens de voorgeschreven zienswijzeprocedure; dit kan alsnog als onderdeel van de zienswijzeprocedure bij de Regionale agenda 2027-2030. Derhalve maken we hier een voorbehoud bij de genoemde activiteiten.
Helmond
Verder wilt u het Programma vitaal landelijk gebied verbinden met andere gebiedsoverstijgende programma’s, zoals NOVEX De Peel. Wij vragen verduidelijking hoe de MRE dit gaat invullen en of MRE de gemeenten in de regio blijft vertegenwoordigen in NOVEX de Peel.
Het thema vitaal landelijk gebied is langs een participatietraject met raadsleden, bestuurders en ambtenaren herijkt. Dit heeft geleid tot unanieme vaststelling van het Programma vitale groene leefomgeving in het Algemeen Bestuur van oktober 2025, als doorontwikkeling van het thema vitaal landelijk gebied. Desalniettemin is het goed dit ook procedureel te verankeren in de zienswijzeprocedure bij de Regionale Agenda 2027-2030. Voor andere gebiedsoverstijgende programma's ligt de verantwoordelijkheid en regie bij onze partners. Vanuit het oogpunt van efficiency en effectiviteit leggen we samen met de gemeenten deze verbindingen op projectniveau, daar waar het concreet van toegevoegde waarde is om samen op te trekken. Daarnaast onderhouden we ons netwerk op dit thema, zodat we zo goed mogelijk op de hoogte zijn van de ontwikkelingen bij en plannen van onze partners. Of de MRE de gemeenten in de regio blijft vertegenwoordigen in NOVEX de Peel is nog niet bekend. Dit is mede afhankelijk van hoe de samenwerking in de volgende periode wordt vormgegeven en wat daarin de meerwaarde is van vertegenwoordiging vanuit de 21 gemeenten. De zes Peelgemeenten hebben hiertoe een eerste voorzet gedaan met de andere NOVEX de Peelpartners via de samenwerkingsovereenkomst Maatwerkaanpak NOVEX de Peel.
Sociaal-maatschappelijk Laarbeek
We constateren dat de afgelopen periode naast de ruimtelijkeconomische thema’s er ook binnen de MRE-samenwerking meer aandacht is voor de sociaal-maatschappelijke thema’s. Een goede ontwikkeling. In het kader van de schaalsprong zijn in onze ogen deze thema’s ook complementair aan de
De MRE is primair een ruimtelijk-economisch samenwerkingsverband met als leidmotief brede welvaart. Sociaal-maatschappelijke thema's moeten daarbij nadrukkelijk in ogenschouw genomen worden, denk aan betaalbare woningen voor iedereen. Dat is ook de reden dat we
20
Son en Breugel
huidige, in de MRE-structuur geborgde, thema’s van ruimtelijk-economische aard. In het licht van de nieuwe Regionale Agenda 2027-2030 roepen wij de MRE op de strategische regionale samenwerking in het sociaal domein te versterken. Wij willen benadrukken dat het voorzieningenniveau en de samenwerking binnen de MRE op het sociaal domein en zorg een hoge prioriteit moet krijgen. De schaalsprong brengt een toenemende sociale opgave met zich mee en wij zien hierin een taak weggelegd voor de MRE, om hierin gezamenlijk op te trekken.
Best
nadrukkelijker de sociaal-maatschappelijke basisvoorzieningen als opgave de afgelopen tijd hebben gepositioneerd. Ook de komende tijd wordt expliciet ingezet op de basisvoorzieningen (zorg, onderwijs, veiligheid, sport, cultuur), die meebewegen met groei. Sociaal-maatschappelijke impact is een belangrijk doel bij uitvoering van opgaven. Sociaal-maatschappelijke thema’s zijn essentieel voor brede welvaart en leefkwaliteit, maar worden vooral gekoppeld aan en ingebed in de ruimtelijk-economische agenda van de regio, niet als zelfstandig leidend kader. Waar sterkere verbindingen nodig zijn, zullen deze met elkaar worden besproken om te bezien welke aanpassingen nodig zijn. Het verbinden van de kwaliteitssprongtafel sociaal domein aan de opgave van voorzieningen is hiervan een voorbeeld.
Brede welvaart is een belangrijk uitgangspunt bij onze samenwerking rondom de ‘schaalsprong’. Brede welvaart gaat over het welzijn van álle mensen. In de Samenwerkingsagenda 2022-2026 is al onderkend dat daarvoor ruimtelijk-fysieke en sociaal-maatschappelijke vraagstukken meer met elkaar in verbinding moeten komen. De MRE heeft sindsdien meer aandacht voor thema’s als voorzieningen, gezondheid en sport, maar deze is wel vooral ingestoken vanuit de leefomgeving en het ruimtelijk perspectief. De wethouders en ambtenaren sociaal domein hebben evenwel nog geen formele positie in de MRE samenwerking en dat zou ons inziens wel moeten. Wij onderschrijven hun Whitepaper-Van Schaalsprong naar Kwaliteitssprong en hun pleidooi voor een sociale groeistrategie op in ieder geval de thema’s 1. bestaanszekerheid, 2. sport en cultuur, 3. beschikbaarheid zorg en 4. onderwijs. Hun (tijdelijk) overleggremium - de Kwaliteitssprongtafel – heeft echter nog geen formele positie. De MRE samenwerking zou die positie kunnen bieden. We hebben daarom de regiocoördinator Kwaliteitssprongtafel
21
gevraagd deze met voorrang formeel in te regelen in bestaande samenwerkingsstructuren, zoals MRE. Ook in de Beleidsbegroting MRE 2027 zien wij daarom graag terug dat de formele inbedding van de kwaliteitssprongtafel gestalte krijgt.
Uitvoering regionale opgaven Heeze-Leende
Regionale pool van ambtenaren Wij zien kansen als 21 gemeenten gezamenlijk te kijken naar het anders organiseren van voorbereiding en uitvoering. Een regionale pool van ambtenaren, die in wisselende samenstelling voorstellen voorbereidt voor alle gemeenten kan bijdragen aan efficiëntie en kwaliteit. Gemeenten kunnen dan vertrouwen op een goed doordachte regionale basis, waarbij alleen gemeenten met afwijkende ambities een eigen voorstel uitwerken.
De Regionale Agenda 2027–2030 beschrijft hoe 21 MRE-gemeenten gezamenlijk sturen op samenhangende groei (economie, wonen, mobiliteit, energie en leefomgeving) via één strategisch kader en tweejaarlijkse werkprogramma’s, waarbij integrale afweging plaatsvindt via thematische overleggen (poho’s), het Dagelijks Bestuur en gezamenlijke uitvoering, met behoud van lokale autonomie. Het voorbereidingsproces om te komen tot de Regionale Agenda 2027-2030 mondt uit in vaststelling door het Algemeen Bestuur op 3 maart 2027. Parallel hieraan loopt het proces om tot het Werkprogramma 2027-2028 te komen. Na een periode van koersbepaling en visievorming voor uiteenlopende thema’s, zal in het werkprogramma de nadruk liggen op gezamenlijke realisatie en realisatiekracht. Het werkprogramma zal eveneens door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld op 3 maart 2027.
Heeze-Leende
Realisatiebedrijf MRE – strategie Ten aanzien van het nieuw opgerichte Realisatiebedrijf MRE verwachten wij dat er tijdig een heldere financiële afbouwc.q. exit-strategie wordt vastgelegd. Heeze-Leende wil de nadrukkelijke garantie dat in het scenario waarin de huidige incidentele dekking (Rijks- en subsidiegelden) na 5 jaar wegvalt of vermindert, de uitvoerings- en overheadkosten van dit vehikel niet structureel zullen worden doorberekend in de reguliere gemeentelijke inwonerbijdrage.
Het Directeuren Platform wordt structureel in positie gebracht om te sturen op capaciteit, samenwerking en het als collectief stimuleren en realiseren van slimme combinaties in de aanpak en realisatie van de opgaven. Het Realisatiebedrijf MRE is gebaseerd op een publiek-private funding mix, die direct is gekoppeld aan de regionale opgaven en concrete projecten, waarbij financiering zoveel mogelijk “dicht op de opgave” wordt georganiseerd. Het is daarmee nadrukkelijk geen model dat past bij structurele bekostiging via een algemene inwonerbijdrage, omdat de inzet vraaggestuurd, projectmatig en opgavegericht wordt gefinancierd in samenspel met Rijk, Provincie en private partners.
22
Helmond
Realisatiebedrijf MRE – projecten Het Realisatiebedrijf MRE werkt in samenspel met de lokale (ambtelijke) organisaties aan versnelde uitvoering van projecten. De wijze waarop gezamenlijke projecten worden bepaald vraagt toelichting en aandacht.
Geldrop-Mierlo Son en Breugel
Uitvoerbaarheid gemeenten Wij onderkennen dat de MRE steeds nadrukkelijker inzet op uitvoering en realisatie van regionale opgaven. Dat is begrijpelijk en past bij de regionale opgaven waar wij gezamenlijk voor staan. Tegelijk vraagt dit om blijvende aandacht voor de uitvoerbaarheid bij gemeenten. Voor Geldrop-Mierlo en Son en Breugel is van belang dat ambities, tempo, prioritering en inzet in balans blijven met de beschikbare capaciteit en de rol van gemeenten in de uitvoering. Wij vragen u dit nadrukkelijk te blijven betrekken bij de verdere versterking van de regionale uitvoeringskracht Bovenregionale samenwerking – capaciteitsinzet We zitten nog midden in de transformatie: de programmasturing vraagt zowel van de MRE organisatie als van de 21 gemeenten nog de nodige aanpassingen. Met de Begrotingen van 2024 en 2025 zijn de voorwaarden gecreëerd de rol van de MRE te transformeren van procesondersteuning naar programmasturing. De kernopgave van de MRE organisatie blijft daarbij het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant.
Waalre
Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op de bovenregionale samenwerking.
Het Realisatiebedrijf MRE werkt met een selectie van projecten (vraaggestuurd of resultaatverplicht), waarbij gemeenten vanuit hun eigen opgaven en knelpunten bepalen waar regionale inzet gewenst is. Dit samenspel wordt verankerd in een halfjaarlijks directieoverleg per gemeente, waarin samen met het Realisatiebedrijf wordt geëvalueerd, bijgestuurd en toegespitst welke inzet nodig is. Hiermee wordt maatwerk geborgd en kan het Realisatiebedrijf optimaal aansluiten op de lokale situatie, terwijl tegelijkertijd regionale prioriteiten en versnelling worden bewaakt. Wij onderkennen het belang van uitvoerbaarheid bij gemeenten, zeker gezien de toenemende focus op uitvoering en realisatie binnen de MRE. Het Realisatiebedrijf is ingericht als hulppartner om regionale opgaven te ondersteunen met expertise en (tijdelijke) capaciteit. Daarmee kan het bijdragen aan ontlasting en versnelling. Tegelijkertijd kan het niet de gemeentelijke verantwoordelijkheid of de volledige structurele capaciteitsdruk overnemen. Gemeenten blijven eigenaar van hun opgaven en inzet. Om dit evenwicht blijvend te borgen is het Directeuren Platform MRE opgericht.
In de Nota van beantwoording zienswijzen bovenregionale samenwerking Weert, Meierijstad en Venlo (zoals besloten in vergadering Algemeen Bestuur december 2025) is aandacht gegeven aan dit aandachtspunt, dat vanuit enkele gemeenten naar voren is gebracht. In de reactienota is o.a. het volgende opgenomen: de capaciteitsvraag voor de MRE-organisatie en de 21 gemeenten is zeer beperkt; het gaat hier veelal om afspraken, die onderdeel zijn van bestaande werkzaamheden en niet of nauwelijks extra inzet vragen. Indien er een rol is voor capaciteitsinzet vanuit individuele gemeenten, dan zal dat vrijwel geheel op eigen verzoek zijn, bijvoorbeeld omdat deze gemeenten direct betrokken willen zijn vanwege hun geografische ligging (zoals ook aangegeven in deze zienswijze). Het is naast het regionale belang ook in het belang
23
van individuele gemeenten om bij deze afspraken betrokken te zijn.
24