CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A5 GGD, MRE, ODZOB, VRBZO - Raadsinformatie indexeringsmethodiek

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname1.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de raadsleden van de gemeenten in Zuidoost-Brabant

uw kenmerk

uw bericht van

ons kenmerk

datum

Z-2026-000335

26 maart 2026

D-2026-057664 onderwerp

contactgegevens

Evaluatie indexeringsmethodiek Gemeenschappelijke

e-mail

: f.piepers@odzob.nl

Regelingen GGD, MRE, ODZOB en VRBZO

tel

: 06 201 34 972

Geacht raadslid, In het kader van de actieve informatieplicht van onze Gemeenschappelijke Regelingen van GGD, MRE, ODZOB en VRBZO (hierna 4GR) naar gemeenteraden willen wij u graag informeren over het resultaat van de evaluatie van de indexeringsmethodiek. De methodiek wordt toegepast met als doel de bijdragen van uw gemeente voor de taakuitvoering door 4GR op reëel niveau te houden. In deze brief gaan wij eerst in op de aanleiding voor deze evaluatie waarna wij u informeren over het uniforme besluit dat per GR door het dagelijks bestuur is genomen. In de eerstvolgende bijeenkomst zal per GR het algemeen bestuur een besluit gaan nemen over de evaluatie van de indexeringsmethodiek. Het algemeen bestuur van de ODZOB heeft op 12 maart al een besluit genomen. Sinds begrotingsjaar 2018 werken de 4GR en gemeenten samen op basis van de ‘Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4 GR’. Deze beleidsnotitie bevat uniforme beleidsuitgangspunten op een reeks onderwerpen. De indexeringsmethodiek is een van deze onderwerpen. Uniformering van beleidsuitgangspunten leidt tot duidelijkheid in wat gemeenten en de 4GR van elkaar mogen verwachten in het P&C-proces. Hierdoor kan het gesprek tussen 4GR en gemeenten zich veel meer richten op de inhoud en taakuitvoering van de (individuele) GR. Iedere 4 jaar wordt de Beleidsnotitie geëvalueerd en indien nodig bijgesteld.

In 2026 staat de derde evaluatie van de beleidsuitgangspunten op de planning, gericht op toepassing vanaf het begrotingsjaar 2028.

Pagina 1 van 3

In de zienswijzen op de conceptbegroting 2026 heeft een aantal gemeenten aandacht gevraagd voor de toepassing van de indexeringsmethodiek. In reactie daarop is door de 4GR toegezegd de evaluatie van de indexeringsmethodiek eerder uit te voeren. De onderliggende vraag van gemeenten is of de indexeringsmethodiek nog voldoende aansluit bij de gewijzigde indexeringsmethodiek van het gemeentefonds. Het gemeentefonds wordt sinds 2024 geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Een te ruime indexering is bezien vanuit de financiële opgave voor een aantal gemeenten niet wenselijk. Een indexeringsmethodiek creëert duidelijkheid en financiële zekerheid en stabiliteit voor 4GR en gemeenten en voorkomt dat er afhankelijk van het financiële effect in een betreffend jaar discussie kan ontstaan over de gehanteerde methodiek. Iedere indexeringsmethodiek creëert immers per definitie verschillen ten opzichte van de werkelijkheid. Het financiële effect moet daarom op de lange termijn worden beschouwd. Financiële verschillen zijn onderdeel van het jaarlijkse exploitatieresultaat en worden geëgaliseerd door toevoegingen of onttrekkingen aan de algemene reserve van de 4GR en/of terugbetalingen aan gemeenten. Daarover zijn ook beleidsuitgangspunten afgesproken.

Bij wezenlijke financiële verschillen kan indien nodig de begroting incidenteel of structureel worden bijgesteld. Voor een passende methodiek is het van belang dat de gekozen index leidt tot een zo beperkt mogelijk aantal tussentijdse bijstellingen van de begroting. Het algemeen bestuur is het bevoegde orgaan om hierover besluiten te nemen, al dan niet met zienswijzen van de raden. In algemene zin is een indexeringsmethodiek niet geschikt als bezuinigingsinstrument. Het is immers een generiek instrument dat geen rekening houdt met de individuele situatie van een GR. Er wordt bovendien geen relatie gelegd met de doelrealisatie en taakuitvoering die gemeenten van iedere GR verwachten. Er is per individuele GR een afweging op inhoud, taken en niveau van uitvoering nodig om tot een realistisch lagere bijdrage aan de 4GR te komen. Dit staat los van het proces van indexeren. Een wijziging van de indexeringsmethodiek leidt bovendien niet per definitie tot een lagere bijdrage van gemeenten aan de 4GR. Evaluatie indexeringsmethodiek Op basis van de vraagstelling zijn in de evaluatie drie scenario’s voor een alternatieve indexeringsmethodiek uitgewerkt en beoordeeld. Op basis hiervan is de conclusie dat het voortzetten van de huidige methodiek het best passend is. Deze methodiek heeft sinds 2018 aantoonbaar goed gewerkt.

Wel kan de methodiek worden aangescherpt op transparantie over de verschillen die optreden zodat het algemeen bestuur beter in positie wordt gebracht daar een expliciet besluit over te nemen. Het gaat om de volgende aanscherpingen: a.

de gemeenschappelijke regelingen (4 GR) stellen jaarlijks een evaluatie op van de werkelijke ontwikkeling van de loonkosten, afgezet tegen de ontvangen loonindexering;

b.

indien er afwijkingen zijn tussen de ontvangen indexering en de werkelijke loonkostenontwikkeling zal dit niet zonder expliciete bestuurlijke besluitvorming worden omgezet in nieuw beleid;

Pagina 2 van 3

c.

indien een gemeenschappelijke regeling aan het einde van het jaar een positief resultaat heeft behaald, wordt dat terugbetaald aan de deelnemers, tenzij het bestuur anders besluit.

d.

bij de toepassing van de aanscherpingen b en c worden de kaderstellende afspraken over de minimale en maximale omvang van de algemene reserve van de 4GR in acht genomen zodat de algemene reserve van de 4GR binnen de kaderstellende bandbreedte blijft.

Het scenario waarin de bbp indexering van het gemeentefonds wordt toegepast op de 4GR blijkt onvoldoende aan te sluiten op de werkelijke kostenontwikkeling van de 4GR. Dat heeft vooral te maken met de afwijkende kostenstructuur van de 4GR (significant grotere looncomponent) en de samenstelling van de bbp-index waarbij bepaalde componenten niet of minder relevant zijn voor de 4GR. Verder betekent de volgtijdelijkheid in het begrotingsproces van 4GR en gemeenten per definitie dat de gehanteerde indexeringscijfers zullen verschillen. Dit scenario leidt daardoor tot meer begrotingsbijstellingen en/of het aanhouden van een grotere algemene reserve om de verschillen op te kunnen vangen. Een ander scenario waarin de indexering van de lonen wordt doorgevoerd nadat een nieuwe CAO is vastgesteld is te complex en draagt niet bij aan een overzichtelijk begrotingsproces. De indexeringsmethodiek zal in 2030 opnieuw worden geëvalueerd als onderdeel van de vierde evaluatie van de Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. In de bijeenkomst op 15 april 2026 voor raads- en Statenleden zal de evaluatie indexeringsmethodiek nader worden toegelicht en zijn wij graag bereid uw vragen te beantwoorden.

Met vriendelijke groet,

Dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Dagelijks bestuur van de GGD Brabant-Zuidoost Dagelijks bestuur van de Metropoolregio Eindhoven Dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16762352/1