A3 SGE - Uitwerking strategische positionering
Tekst van het document
Strategische positionering SGE Uitwerking van strategische functies en voorgesteld vervolgproces
Auteur: Tjin Bremer & Jelle van Ophoven Versie: Definitief Datum: Utrecht | 18 september 2025
SGE
Aanleiding Het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) is volop in beweging. De samenwerking tussen negen gemeenten (‘als ware één gemeente’) heeft zich over de jaren bewezen en moet zich tegelijkertijd verhouden tot nieuwe omstandigheden. Zo neemt de bredere Metropoolregio Eindhoven (MRE) een steeds grotere rol in, wat iets doet met de positionering van het SGE. Over wat de aangepaste/nieuwe rol moet zijn, bestaan verschillende opvattingen, welke zijn gevat in een aantal memo’s, een one-pager e.d. Mede met het oog op naderende bestuurswisselingen is nu de tijd rijp om de opvattingen te concretiseren en met elkaar scherpe keuzes te maken over de strategische positionering van het SGE: wat is ons bestaansrecht? Waar zijn we van? Hoe verhoudt zich dat tot de MRE? Hoe organiseren we het met elkaar?
Proces Om te komen tot een advies over de strategische positionering zijn onderstaande stappen gezet. Dit conceptadvies is een samenvoeging van het het bestuurlijk kader dat is uitgewerkt na de bijeenkomst met het Bestuurlijk Platform op 12 juni en de inzichten die voort zijn gekomen uit de bijeenkomst met het Ambtelijk Platform op 26 juni. Tijdens de bijeenkomst van het Bestuurlijk Platform hebben alle bestuurders een pitch gegeven over wat ze willen bereiken met het SGE en waarvoor ze de andere gemeenten nodig hebben. Dit heeft geresulteerd in de uitgangspunten die op de volgende pagina worden beschreven en tot een eerste uitwerking van de strategische functies. Tijdens de bijeenkosmt met het ambtelijk platform is dit bestuurlijk kader verdiept en vervolgens, in samenspraak met de coördinatoren, tot dit huidige document uitgewerkt. De in dit document opgenomen strategische positionering vraagt om verdere uitwerking/specificering in het vervolg, zie daarvoor het voorgestelde vervolgproces op de laatste pagina. Stappen 1.
Ophalen en toetsen zowel ambtelijk als bestuurlijk (interviews en enquête)
2.
Bestuurlijk Platform – 12 juni
3.
Ambtelijk Platform – 26 juni
1. 1.
Uitwerking bestuurlijk kader Verdiepen bestuurlijk kader
4.
Verrijken uitwerking met coördinatoren – 26 augustus
5.
Bespreking uitwerking in gezamelijk Bestuurlijk- & Ambtelijk Platform – 17 september
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
2
SGE
Uitgangspunten ten aanzien van het SGE Samenwerkingsmotieven voor het SGE verschillen onderling (voor de ene gemeente ook pure noodzaak om de bestuurskracht te borgen, de ander meer vanuit ‘samen kunnen we meer dan alleen’ of meer vanuit de gezamenlijk sterkere strategische positie richting bijvoorbeeld provincie en rijk). Echter, de algehele waardering en erkenning voor het SGE is er, de meerwaarde wordt gezien. Gewaardeerd wordt: 1. De ‘Als ware één gemeente’-gedachte, waarbij op ruimtelijke thema’s over gemeentegrenzen heen wordt samengewerkt (bundeling krachten, vooruitsturen van ‘koplopers’); 2. De slagkracht van de samenwerking (‘het doen’) met daarbij passende concrete resultaten; 3. De intensieve wijze van samenwerken met een hoge mate van onderlinge vertrouwen tot gevolg: er wordt al langere tijd samengewerkt, men kent elkaar; 4. De wijze van organiseren van ambtelijke capaciteit van het SGE waarmee eigenaarschap, nabijheid en efficiënte inzet van kennis en kunde worden geborgd door de inzet van eigen ambtenaren. Tegelijkertijd wordt het toenemende belang van de MRE onderkend, waarbij: 1. Een deel van de (strategische) taken naar de MRE verschuiven/verschoven zijn; 2. Daarbij ook ruimte blijft voor subregionaal werken (grote winst van kleine schaal).
Zo zijn er thema’s SGEspecifiek (of juist specifiek voor andere subregio’s), waarbij het niet wenselijk is om alles op het niveau van de 21 te doen. Soms variëren de tempo’s ook en die verschillen mogen er zijn; 3. De verdeling strategisch enerzijds en tactisch/operationeel anderzijds niet zo zwart wit is. Deze heeft meer nuance en vraagt echt te kijken vanuit de opgave: wat hoort, op welk niveau (regio, subregio, gemeente)? Het regionale samenwerkingslandschap in Zuidoost-Brabant, waar het SGE onderdeel van is, vraagt dat deelnemers elkaar (sub)regionaal regelmatig treffen, wat door sommigen wordt ervaren als bestuurlijke drukte. Dat laat echter ook de nauwe verbondenheid zien, het alternatief is elkaar zelden/nooit spreken en gaan naar een positie van bestuurlijke stilte. De intensiteit ervan wordt verschillend gewaardeerd. Ook dit is een voortdurend spanningsveld dat vraagt om afweging. Aanvullend hierop hebben de centrumsteden (Eindhoven en Helmond) een bijzondere rol richting het samenwerkingslandschap in de regio. Zij hebben ook een rol richting de andere subregio’s.
Strategische positionering van het SGE Vier functies, zowel eigenstandig als in relatie tot de MRE: Gegeven de uitgangspunten en samenwerkingsmotieven heeft het SGE nu en naar de toekomst toe meer dan één functie. De strategische positionering van het SGE is daarbij in te delen in eigenstandige functies en functies in relatie tot de MRE zijnde de regio en het aanspreekpunt voor het Rijk en de provincie, waarvan de 9 SGE-gemeenten deel uitmaken. Dit resulteert in vier functies (zie afbeelding) welke hierna in meer detail worden beschreven. Verdeling van opgaven Tegelijkertijd speelt er een verdelings-/agenderingsvraagstuk. Onderliggende vraag bij elke opgave moet zijn: waar past deze? Daarbij kan de indeling regio, subregio of gemeente gebruikt worden. Echter, in een aantal gevallen zijn andere constellaties (bijv. een aantal gemeenten binnen een subregio, over subregiogrenzen heen) logischer. Deze wijze van werken vraagt dat het rigide redeneren vanuit huidige instituties en bestaande thema’s wordt losgelaten en gekeken wordt vanuit de opgaven. Hier zijn al een tweetal aanzetten/vingeroefeningen voor gedaan, maar het vraagt een verdere uitwerking. Na de nadere toelichting van de strategische functies in dit document, volgt een suggestie voor vervolg op de verdeling van de opgaven a.d.h.v. de functies. Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
3
SGE
1. Ontwikkelen eigen programma Beschrijving functie Dit betreft de eigenstandige ontwikkelfunctie van het SGE (‘het denken’), waarbij ruimte is voor het opzetten van initiatieven
(kraamkamer,
incubator).
Door
het
ontwikkelen van een eigen programma kunnen nieuwe SGE-specifieke
vraagstukken
gezamenlijk
worden
opgepakt, of kan een meer eigen invulling/tempo gegeven worden aan bredere thema’s. Het stelt het SGE in staat om regionaal een aanjagersrol te blijven vervullen, waarbij zaken ook regiobreed kunnen worden opgepakt/overgenomen, die bottom up zijn ontstaan. Deze functie betreft een aanvulling op wat gemeenten lokaal al doen, wat dus ook kan betekenen dat iets lokaal wordt losgelaten om dubbelingen te voorkomen en de schaarse capaciteit efficiënt in te zetten. Betekenis in de praktijk Het SGE kan als hart van de MRE-regio ontwikkelingen aanjagen/opzetten. Wanneer er noodzaak is voor versnelling en/of meer of minder prioriteit gegeven wordt aan bepaalde thema’s in de subregio (subregionale accenten). In dit kader worden bijvoorbeeld de ontwikkeling van centrumgebieden, energie/netcongestie en intensivering bedrijventerreinen genoemd. Andere vraagstukken waaraan wordt gedacht, zijn een gezamenlijk programma op gezonde verstedelijking, gezamenlijke aanpak voor verplaatsen van bedrijven, gezamenlijke aanpak woonzorg-behoeften, de opgave rondom groei van voorzieningen i.r.t. de schaalsprong (bv. onderwijshuisvesting en huisartsenzorg) en het ontwikkelen van groen – blauwe structuren/kwaliteit van openbare ruimte in het stedelijk gebied. Deze thema’s zijn niet exclusief voor het SGE, maar in verstedelijkt gebied urgenter/vragen andersoortige aanpak.
Voorbeelden van wat het SGE in het verleden zelf heeft ontwikkeld, zijn Woonst, de Urgentieregeling en de Woningbouwmonitor. Het zijn van een kraamkamer en het opzetten van bijvoorbeeld pilots is iets wat op kleinere schaal (subregio) passend is, niet op het niveau van de 21. Nieuwe initiatieven kunnen ook onder de paraplu van het SGE met een bereidwillige coalitie worden opgepakt, dat hoeft niet per definitie met alle negen (waarbij het startgesprek wel altijd met zijn negenen wordt gevoerd). Zo wordt gebruik gemaakt van de slagkracht van het SGE en worden andere SGE-gemeenten in staat gesteld later eventueel alsnog aan te sluiten. Een voorbeeld hiervan in de regio is GLOW. Randvoorwaarden Het (nog) verder inrichten van een systeem van werken volgens de ‘als ware één gemeente gedachte’, waarbij met én voor/namens elkaar, nieuwe initiatieven kunnen worden opgezet en uitgewerkt. Van belang is dat hierbij wordt aangesloten bij de bestaande governance (geen extra bestuurlijke drukte, gebruikmakend van de SGEinfrastructuur) en dat daarbij ruimte wordt gegeven aan deelnemende gemeenten: je mag meedoen, het hoeft niet. Dit vraagt ook een helder bestuurlijk commitment op dit proces.
De vraag is of hiervoor expliciet vraagstukken benoemd moeten/kunnen worden, of dat initiatieven in de praktijk ontstaan en op basis van afstemming wordt bepaald wat opgepakt wordt met (een deel van) het SGE. Meest waarschijnlijke is een combinatie: zowel initiatieven die spontaan ontstaan, als initiatieven die tot stand komen juist doordat er tijd en ruimte wordt gemaakt voor het denkwerk, waarvoor bovengenoemde voorbeelden een eerste aanzet zijn.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
4
SGE
2. Uitvoeren eigen programma Beschrijving functie In logische aanvulling op het ontwikkelen van eigen initiatieven, is het van belang dat er vervolgens ook uitvoering aan gegeven kan worden. Het SGE behoudt de ruimte om een eigen programma uit te voeren (‘het doen’), aanvullend op de MRE. Dit kan gaan om thema’s die subregio-specifiek zijn of aanvullende thema’s om op samen te werken bovenop/naast de MRE-agenda met een ruimtelijke component. Focus ligt op het behouden en gebruiken van de slagkracht van het stedelijk gebied voor gedeelde uitdagingen. Onder deze functie wordt ook de continuering van de huidige uitvoer geborgd (daar waar huidige thema’s niet directe onder regie van de MRE, functie 4, vallen). Betekenis in de praktijk Stelt het SGE in staat om uitvoering te blijven geven aan een eigen programma, afhankelijk van behoeften van de deelnemende gemeenten. Een voorbeeld van een huidig SGE-specifiek thema is detailhandel (hiervoor is o.a. de gezamenlijke RACD ingericht binnen SGE): speelt specifiek in SGE-gebied, niet zozeer in de andere subregio’s. Het gaat hierbij ook om het continueren van huidige programma’s als 9voor1, de Urgentieregeling, GREX en Coördinatieteam Wonen. Daarnaast gaat het om het uitvoer kunnen geven aan de vraagstukken/thema’s zoals die bij functie 1 zijn beschreven.
Omdat het eigen initiatieven en accenten van het SGE omvat, zijn niet alle SGEgemeenten verplicht mee te doen, coalities zijn ook mogelijk, evenals het later alsnog aansluiten (waarbij dan wel gevraagd wordt in het al bestaande tempo mee te gaan). Randvoorwaarden Het uitvoeren van een eigen programma vraagt (net zoals nu al de bedoeling is) een heldere bestuurlijke opdracht: urgent, tijdgebonden, met commitment op zowel het proces als de resultaten en duidelijkheid over de deelnemende gemeenten (mogelijkheid tot coalition of the willing). Wanneer een coalitie met een vraagstuk aan de slag gaat, vraagt dat bestuurlijke steun of ‘geen bezwaar’ van zowel de deelnemende als de (nog) niet deelnemende gemeenten (zowel deelnemen als niet deelnemen, is een expliciete keuze). Van belang is ook dat de gemeentesecretarissen in de afweging voor mogelijke deelname worden meegenomen, met de vraag: past dit vraagstuk (op inhoud en op inzet/capaciteit)? Een andere voorwaarde is dat de vraagstukken niet ‘de 21’ gemeenten raken en dat er afstemming met de MRE plaatsvindt voordat een nieuw thema wordt uitgevoerd.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
5
SGE
3. Voorportaal Beschrijving functie ‘De negen’ kennen elkaar op basis van een lange samenwerkingshistorie en hebben in voorkomende gevallen
dezelfde
(lokale)
uitdagingen.
De
voorportaalfunctie houdt in deze in, dat het SGE waar gewenst het vooroverleg (strategische positiebepaling op inhoud en/of beïnvloeding van de strategische agenda) vormt voor de MRE, waarbij het ook mogelijk is dat in het AB MRE en de portefeuillehoudersoverleggen namens de voltallige (of een deel van) het SGE wordt gesproken. Je zou dit ook ‘voorbereiding’ kunnen noemen, die dienend is aan de besluitvorming in MRE. Betekenis in de praktijk De bestaande SGE-governance kan worden gebruikt om samen koers te bepalen voorafgaand aan de MREvergaderingen (wat een mogelijke impact op de volgorde van de bestuurlijke planning betekent). Daarbij is de wens om waar mogelijk in het AB en de portefeuillehoudersoverleggen van de MRE namens het SGE te spreken (of gezamenlijke annotaties te gebruiken), met voor individuele SGE-gemeenten de mogelijkheid om daarvan af te zien en op eigen titel in te spreken. Het zoveel mogelijk met één mond spreken brengt focus aan, bundelt krachten/bespaart tijd en verbetert de besluitvorming doordat er vooraf meer diepgang is op de inhoud. Het namens elkaar spreken, onderstreept ook de onderlinge verbondenheid en het vertrouwen. Op het MRE-niveau wordt drukte verminderd doordat standpunten worden gebundeld en er sneller en potentieel met meer draagvlak kan worden besloten.
Het is ook een manier om lokale belangen vooraf met elkaar te bespreken en alignment te bereiken in plaats van dat pas bij de finale bestuurlijke besluitvorming in de MRE te laten plaatsvinden (i.c. daar met een hele lijst strijdige annotaties geconfronteerd te worden). Voorbeelden waar in dit kader aan gedacht wordt, zijn bijvoorbeeld de zienswijze op de begroting of de ontwikkelstrategie. Randvoorwaarden Belangrijkste voorwaarde is vertrouwen in elkaar hebben en daar ook naar handelen. Dit vraagt (bestuurlijk) commitment op het proces en brede afstemming in de verschillende SGE-gremia ter voorbereiding op de MREagenda, met daarop afgestemde besluitvormingsprocessen, zodat een duidelijk standpunt geformuleerd kan worden. Daarbij is een belangrijke randvoorwaarde dat overeenstemming geen doel op zich is en dat uitstappen/niet meedoen uitdrukkelijk een optie is. Ook zijn tijdige stukken en agendering van de kant van de MRE van belang, zodat bepaalt kan worden wanneer en waarop de voorportaalfunctie zinnig is.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
6
SGE
4. Uitvoering onder regie van de MRE Beschrijving functie Het SGE voert in opdracht van de deelnemende gemeenten een strak geleid uitvoeringsprogramma uit onder regie van de MRE (de term regie is in lijn met de uitgangspunten uit de onepager). Op de strategische thema’s die bij de MRE zijn belegd, kan het SGE vervolgens de subregionale vertaling maken en uitvoering vormgeven (in opdracht van de deelnemende gemeenten), waarbij ze in haar inrichting op die thema’s zoveel mogelijk aansluit bij de MRE. Betekenis in de praktijk Regiobrede opgaven (doelstellingen en deals met het rijk en provincie) worden op MRE-niveau belegd en vastgesteld, waarna gemeenten de realisatie in de subregio’s (in dit geval in het SGE) gestalte geven, inclusief een heldere formulering van de opgave/deelprojecten die het SGE onder regie van de MRE oppakt. Dit vraagt een aanscherping van het redeneren vanuit opgaven (wat ligt waar?) en voldoende uitvoeringscapaciteit. Afhankelijk van de opgaven kan het SGE meerwaarde bieden door met de gezamenlijke slagkracht uitvoering te geven en resultaten te behalen die bijdragen aan regiobrede én eigen doelen. Deze doelen krijgen lokaal betekenis door focus en realisatie. Randvoorwaarden Vaststelling dat niet per definitie alles dat vanaf MRE niveau wordt ‘gedelegeerd’, op het niveau van het SGE dient te worden opgepakt.
Sommige vraagstukken pakt het SGE gezamenlijk op, in andere gevallen gaat het om eigenstandige rollen en verantwoordelijkheden van iedere gemeente (zie verdelingsvraagstuk opgaven, daar ook verder definiëren van de ‘regie thema’s’). Verder vraagt het commitment op de thema’s waar de MRE regie op voert (en verder inkleuring van hoe regievoering er in de praktijk uitziet), als ook de realisatie dat de subregio’s en regio samen aan de lat staan voor de grote opgaven in de regio (elkaar daarin ook wat gunnen). Qua regie worden duidelijke opdrachten met doelstellingen en planning van de MRE verwacht, andersom mag verwacht worden dat het SGE en/of de individuele gemeenten zich hieraan committeren en resultaatgericht aan de slag gaan. Tegelijkertijd is het SGE ook zelf in staat voorzetten te doen voor (de uitvoer van) opdrachten, wetende wat de regionale opgaven zijn. Bijvoorbeeld op het thema Wonen: de regionale bouwopgave is bekend. Daaruit kan de opgave (aantal te realiseren woningen) voor de SGE-gemeenten worden afgeleid en door de SGE proactief een voorstel gedaan worden hoe deze gerealiseerd kan worden. Zo wordt optimaal gebruik gemaakt van de geprezen uitvoeringsfocus van het SGE en wordt dubbel werk voorkomen.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
7
SGE
Advies: omarmen strategische positionering en maken verdeling aan de hand van de functies Om een gezamenlijk vervolg te kunnen geven aan de strategische positionering van het SGE, adviseren wij een tweetal volgordelijke stappen: 1.
Gezamenlijk omarmen van de uitgewerkte lijn v.w.b. de strategische positionering van het SGE met bijbehorende vier functies;
2.
Maak vervolgens aan de hand van de vier functies een verdeling van de (huidige) opgaven en leg deze uitwerking voor aan de MRE (zie onderstaande voorgesteld proces op hoofdlijnen).
Vervolgproces: verdeling van opgaven aan de hand van de strategische functies De opgaven voor de regio zijn helder zo blijkt uit de verschillende deals, de hoge ambities en al de effecten van de schaalsprong die met elkaar een plek gegeven moet worden. Het is daarmee uitdrukkelijk ook geen ‘zero sum game’ waarbij regio en subregio’s moeten strijden om thema’s naar zich toe te trekken: de gedeelde taart is groot én groeiende. Het is ook niet zo dat de opgaven op bijvoorbeeld woningbouw of voorzieningen onduidelijk zijn, het is vooral de vraag: wie doet welk deel/waar kan welk deel? Daarbij is de breed gedeelde behoefte vooral om duidelijkheid te scheppen zo ver als dat kan en om vervolgens aan de slag te gaan. Minder tijd en aandacht naar het proces, meer naar de inhoud en de realisatie. Om een verdeling van de huidige opgaven te maken stellen we een actiegericht aanpak voor om te komen tot een advies. De onderliggende vraag daarbij is steeds: welk deel van deze opgave is aan de regio, de subregio of de individuele gemeente? Waarbij het beleggen van taken bij de subregio, uiteraard een keuze is vanuit de individuele gemeenten. Om daar te komen stellen we de volgende stappen voor: 1.
September/oktober 2025: uitwerken van een eerste concept v.w.b. de verdeling van opgaven en wat daarbij op welk niveau ligt. Dit gebasseerd op bestaande informatie: de huidige agenda’s van MRE en SGE en eerdergemaakte uitwerkingen. Als ordenend principe stellen we voor gebruik te maken van verdeling a.d.h.v. strategie, tactiek en operatie. Dit is als eerder beschreven niet altijd omvattend, wat vanzelf tot enkele grijze gebieden en te maken keuzes leidt. Resultaat: eerste aanzet van de verdeling van opgaven en daarmee een concept van wat onder functie 4 (regie van de MRE) en functie 2 (uitvoeren eigen programma) valt vanuit de huidige agenda’s. Deze uitwerking geeft een eerste ordening om vervolgens verder aan te scherpen met de inhoudsdeskundigen.
2.
Oktober 2025: werkbijeenkomsten met de thematrekkers/kopgroepen per thema waarin voortgebouwd wordt op de uitwerking. Inventarisatie met hen begint bij de MRE: welke opgaven/doelstellingen, taken en verantwoordelijkheden liggen onmiskenbaar daar (link aan het Rijk, regie op Beethovendeal, Woondeal etc.). Ga zo alle MRE-thema’s af en maak een vertaling naar wat dat betekent op SGE-niveau (bijv. als het aantal woningen op 62.000 is vastgesteld op MRE-niveau, wat hebben wij als SGEgemeenten dan te doen? En wat daarvan doen we op SGE-niveau/wat doen we als gemeente zelf? En hoe zetten we de stap tot realisatie?). Dit ter voeding van strategische functie 4. Uitvoering onder regie van de MRE. De uitkomsten hiervan worden ambtelijk besproken met de MRE om de aansluiting conform functie 4 te borgen. Resultaat: aangescherpte invulling van de opgaven die op MRE-niveau liggen en hoe de vertaling naar het SGE- en gemeentelijk nvieau vormgegeven kan worden. Daarmee concrete invulling van strategische functie 4 in samenspraak met de MRE.
3.
November 2025: vervolgbijeenkomst met de thematrekkers en coördinatoren vanuit de andere strategische functies van het SGE: wat zijn thema’s die op MRE-niveau liggen, waarop we gezamenlijk overleg willen voeren/een standpunt willen bepalen (3. Voorportaal)? Wat zijn thema’s waarop SGE actief is en MRE niet of waarop we zelf specifiekere uitvoering willen geven (2. Uitvoeren eigen programma)? Resultaat: inzicht in welke van de huidige opgaven/vraagstukken zich lenen voor de voorportaalfunctie (3) en voor het uitvoeren van het eigen programma (2). Eventueel nieuwe vraagstukken die ter sprake komen, kunnen conform functie 1 helpen bij het ontwikkelen van een volgend eigen programma.
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
8
SGE
4.
December/januari 2025: maak op basis van deze uitwerking een voorzet voor de verdeling van de huidige vraagstukken aan de hand van strategische functies. Stem dit advies bestuurlijk op SGE-niveau af, te beginnen bij de portefeuillehouders vanuit de inhoud en vervolgens in het bestuurlijk platform. Resultaat: een gedragen voorstel voor de mogelijke verdeling van opgaven tussen MRE en SGE, met daarbij ook een overzicht van vraagstukken die SGE-specifiek zijn en/of die een andere mate van aandacht en tempo vragen in SGE-gebied.
5.
Januari 2026: voorstel voor de verdeling van opgaven bestuurlijk neerleggen bij de MRE: zo zien wij het voor ons, hoe kijken jullie daarnaar? Toewerkend naar verdelingsafspraken om daarmee concreet aan de slag te kunnen met het maken van project-/uitvoeringsplannen voor de delen van de opgaven die het SGE op zich neemt. Ambtelijk is het verdelingsvoorstel en de doorvertaling reeds besproken (zie stap 2). Resultaat: overeenstemming met de MRE over wat het SGE onder hun regie gaat doen (en hoe die regie eruitziet) en over wat het SGE als eigen programma aanvullend uitvoert.
6.
2026 en verder: Borg de voortdurende dialoog binnen gemeenten, subregio’s en regio waarbij steeds de vraag gesteld wordt: wat is het passende niveau voor deze opgave? Uitgaande van subsidariteit. Van belang om daarbij ook oog te hebben voor de governance van de SGE: waarvoor en wanneer staan raden, en colleges aan de lat? Hoe sluit de thema- en overlegstructuur van het SGE het best aan bij de MRE (en voorkomen we dubbelingen/verminderen we bestuurlijke drukte)? Is het logisch bepaalde Poho’s samen te voegen/anders in te delen etc. Gaat daarbij om het aansluiten van de bredere goverance op de verdeling van opgaven (vorm volgt inhoud).
Rijnconsult | info@rijnconsult.nl | rijnconsult.nl | +31(0) 30 298 42 50
9