CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A3 Dorpsbouwmeester Nuenen - Jaarverslag 2024

Gemeenteraad 10 april 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname6.297 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

JAARVERSLAG 2024 DORPSBOUWMEESTER GEMEENTE NUENEN

DORPSBOUWMEESTER NUENEN

Harrie van Helmond

bron: architecten-en-en

20 24

2

JAARVERSLAG 2024 DORPSBOUWMEESTER INHOUDSOPGAVE

WOORD VOORAF

4



INTEGRAAL 5 

WELSTAND 6 

SUBCOMMISIE RUIMTELIJKE KWALITEIT

8



MONUMENTENZORG 12 

NAWOORD

15

BIJLAGE: ARCHITECTUUR LOKAAL, 2020 



3

VOORAF

DORPSBOUWMEESTER NUENEN

WOORD VOORAF

HARRIE VAN HELMOND

De functie van dorpsbouwmeester bestaat vanaf 2017 en op 1 maart 2025 loopt mijn 'periode' af en komt er een nieuwe dorpsbouwmeester. Wisseling van de wacht. Net zoals bij de overige leden van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit is de aanstellingstermijn van de dorpsbouwmeester namelijk gelimiteerd. Dit is dus mijn laatste jaarverslag. Het was heel mooi dit 7 jaar te mogen doen. De inhoud van de vragen, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en meedenken over oplossingen waren inspirerend. De contacten met initiatiefnemers, architecten, bouwers en geinteresseerde burgers enerzijds en het ambtelijk apparaat anderzijds zijn gemakkelijker en efficienter geworden. Dit betekent ook dat door het instellen van een dorpsbouwmeesterfunctie het schakelen tussen beleidsambtenaren en de externe adviseurs verbeterd is. Door meer wederzijds begrip is er meer ruimte om een hogere kwaliteit te (laten) realiseren. De noodzaak om te versnellen bij de woningbouwopgave blijkt echter in de praktijk de laatste tijd ten koste te gaan van een zorgvuldige kwaliteitstoets. Dit is onnodig en ook ongelooflijk jammer.

HARRIE VAN HELMOND

Dorpsbouwmeester Nuenen 2018-2025

4

INTEGRAAL

INTEGRAAL Het welstandswerk (zowel in de welstandscommissie als in het directe contact van de dorpsbouwmeester met initiatiefnemers) is onderdeel van een bredere advisering over ruimtelijke kwaliteit. De voormalige Welstand, de Monumentencommissie en het Team Ruimtelijke Kwaliteit zijn vanaf 1 januari 2024 gebundeld in de Adviescommissie Omgevingskwaliteit met de dorpsbouwmeester en de subcommissies Erfgoed en Ruimtelijke Kwaliteit. Vanaf 1 februari 2025 wordt de advisering over Nuenen West toegevoegd aan de taken van de Adviescommissie / Subcommissie Ruimtelijke Kwaliteit. De dorpsbouwmeester is lid van alle bovengenoemde commissies. Hierdoor kunnen plannen van een hoog schaalniveau tot aan de detaillering en uitvoering met een samenhangend advies door hem gevolgd worden. Op verzoek schuift de dorpsbouwmeester ook aan bij externe en interne overleggen c.q. werksessies. Als bijlage is opgenomen een tekst uit 2020 van Vincent Kompier voor Architectuur Lokaal. Het bleek hoe bijzonder de Nuenense formule van de combinatie dorpsbouwmeester en een team Ruimtelijke Kwaliteit gevonden wordt.

5 Foto door Harrie van Helmond

WELSTAND

WELSTAND

In deze vergaderingen komen de kleinere plannen aan bod; de grotere worden geagendeerd in de Subcommissie Ruimtelijke Kwaliteit. Er blijkt over de jaren heen gemiddeld een afname te zijn in binnengekomen aanvragen: De cijfers over 2024:

166

Er zijn adviezen verstrekt (in 2018 waren dat er nog een kleine 200, in 2019: 161, in 2020: 134 en in 2021: 169, 2022: 132, 2023: 122).

25

keer een Welstandsvergadering. Deze vergaderingen werden vaak al voorbereid in een direct contact tussen case-manager en Dorpsbouwmeester om te bezien of het verzoek haalbaar was.

Afbeelding: Het mooiste blauw, Jenaplan school Nuenen West (architecten-en-en)

6

WELSTAND

UITSTRALING DICHTE PUIEN SUPERMARKTEN Reclameregelgeving In het vorige jaarverslag is een pleidooi gehouden voor het aanscherpen van reclameregels voor supermarkten wegens 'dode' dichtgeplakte gevels die de ruimtelijke kwaliteit schaden. Hier is nog werk aan de winkel want het is er (nog) niet van gekomen.

ENERGIE Warmtepompen en airco's In het vorige jaarverslag is voorgesteld om voor ruimtelijk gevoelige gebieden strengere regels op te stellen voor warmtepompen en airco's (met bijbehorende kabelgoten), die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. in 2024 is bij de evaluatie Nuenen West inderdaad geconstateerd dat deze voorzieningen op zichtbare plekken zeker niet wenselijk zijn en afbreuk doen aan de kwaliteit die voor Nuenen West beleidsmatig is vastgesteld. Er zijn gemeentes die hiervoor beleid hebben ontwikkeld, die kunnen voor Nuenen als voorbeeld en inspiratie dienen. Hopelijk gaat dat er in 2025 ook van komen. Zonnepanelen op monumenten blijven een punt van aandacht. Ook in 2024 zijn hier adviezen over uitgebracht. Belangrijk uitgangspunt voor een goed advies is overleg met de initiatiefnemer vooraf, zodat naar de beste mogelijkheid gezocht kan worden. In 2025 zullen monumenteneigenaren opnieuw gezamenlijk als groep benaderd gaan worden om hier aandacht aan te geven.

Afbeelding: dichtgeplakte winkelpuien leveren een doods straatbeeld op (foto: Harrie van Helmond)

Afbeelding: verrommeling tast gewenste ruimtelijke kwaliteit aan in Nuenen West (foto: Harrie van Helmond)

RUIMTE VOOR RUIMTE Landelijk gebied Een passende architectuur voor woningen op bouwkavels in het landelijk gebied blijkt een lastige kwestie. Initiatiefnemers willen iets bijzonders, een uitgesproken (grote) woning, terwijl de plek vraagt om introverte, bescheiden en goed in de omgeving passende ontwerpen. Beeldkwaliteitsplannen blijken deze contradictie niet goed te kunnen tackelen. Eerder en uitgebreider overleg met kandidaat-kopers is zeker nodig. Voor de zogenaamde RvR kavels is bv. een cluster kleinere woningen passender dan opvallende villa's. Hopelijk zien we in 2025 collectieven langskomen die samen zo'n cluster (starters/senioren)woningen willen bouwen: maatschappelijk relevanter en beter voor de ruimtelijke kwaliteit. Het zou mooi zijn als de gemeente en de RvR organisatie die optie actief zouden bevorderen. 7

Afbeelding: Ruimte-voor-ruimteplan op hoek Soeterbeekseweg en Wagendonken (de Onderneming in architectuur).

SRK

SRK (SUBCOMMISSIE RUIMTELIJKE KWALITEIT) TOTSTANDKOMING BOUWGIDS NUENEN Bij het maken van de Bouwgids Nuenen bleek dat we voorlopen op andere gemeenen. Het is zeer te prijzen dat het gemeentebestuur op deze inzichtelijke wijze vooraf aan eigenaren, initiatiefnemers en omwonenden duidelijkheid over bouwmogelijkheden heeft willen geven. Tijdens het zoeken naar passende typologieen en referentiebeelden voor deze gids bleek dat het per situatie echt maatwerk moet zijn en dat de dorpse kwaliteit die we nastreven vele aspecten betreft, dus niet alleen bouwhoogte of architectuur. Het hele vakgebied van stedebouw, landschapsontwerp, bouwhistorie, woontypologieen, architectuur, duurzaamheid en materiaalgebruik komt daarbij aan de beurt. Belangrijkste item is logischerwijze: wat is passend in een dorpse omgeving waar verdichting noodzakelijk is. Dit speelt in alle dorpen die voor grote bouwopgaven staan. De deelname in 2024 van Nuenense ambtenaren en de Dorpsbouwmeester aan een 'werkgroep Dorpsmakers' (georganiseerd door ArTur, het architectuurcentrum van Turnhout) maakte ons duidelijk dat het vraagstuk Dorps bouwen ook volop speelt in de Kempen, aan de andere zijde van de landsgrens.

In Vlaanderen is niet zozeer sprake van zoeken naar grote nieuwe bouwlocaties in de dorpen, maar naar methoden voor het herstellen van verloren dorpse samenhang en het tegengaan van appartementisering en lintbebouwing. De 'Toolbox Dorps Bouwen' van ArTur was een van de inspiraties bij het opstellen van de Bouwgids Nuenen. De bouwgids gaat over types van plekken, niet specifiek over elke plek waar gebouwd kan worden. Per project dient dus door de initiatiefnemer samen met de gemeente bezien te worden welke richtlijnen gelden. Zoals altijd speelt hier de parkeernorm een belangrijke rol: een lagere norm levert meer ruimtelijke kwaliteit op. Of andersom: soms bepaalt het goed landschappelijk kunnen inpassen van de parkeerplekken het aantal woningen dat maximaal geraliseerd kan worden.

Afbeelding: Richtlijnen uit de Bouwgids Nuenen

8

Afbeelding: Toolbox voor dorps bouwen in Vlaanderen (ArTur)

SRK

Zoeken naar nieuwe oplossingen voor woningbouw is ooit door de rijksoverheid gestimuleerd met het programma 'Experimentele woningbouw 1968-1980'. Ook in Nuenen staat een project dat voortgekomen is uit dit programma: de wijk Tweevoren. We zien nu dat er hier helaas woningen zonder respect voor het erfgoed verbouwd zijn, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het zusterproject in Zoetermeer dat er perfect bij staat. Hieruit blijkt dat veiligstellen van erfgoed uit de Post65 periode ook in Nuenen nodig is. Experimenten zijn nog steeds wenselijk, omdat ze vaak tot innovatie en inspiratie leiden, maar landelijk lijkt de aandacht nu vooral gericht op kwantiteit en daarmee missen we kansen. In 2025 zal er een tussentijdse evaluatie van de Bouwgids gaan komen; werkt het zoals beoogd, moeten er aanpassingen komen of moeten er gebieden aan worden toegevoegd?

KLOOSTERTUIN Voor deze prachtige centrale bouwlocatie in Nuenen is jaren gezocht naar een oplossing die recht doet aan de plek en de historie ervan. Mede door de hulp van het Atelier Rijksbouwmeester en de stedebouwkundigen Jan Maurits Linge en Marjolein Peters is er zicht gekomen op de potentie van de plek. Het belooft namelijk een mooie kans te worden voor starters en senioren om op een collectieve wijze in een groene omgeving te kunnen gaan wonen. Dat de gemeenteraad akkoord is gegaan met deze aanpak is zeker te danken aan de wijze waarop het proces is vormgegeven en iedereen is meegenomen. Dorps bouwen is de wijze waarop je vorm geeft aan die dorpse kwaliteit, daar is maatwerk voor nodig. De Bouwgids Nuenen laat zien hoe gevarieerd dat kan zijn. De verwachtingen over het uiteindelijke ontwerp zijn hooggespannen. In 2024 is er gewerkt aan het opstellen van randvoorwaarden om binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders te kunnen gaan bouwen. Verwacht wordt dat er begin 2025 stappen gezet kunnen gaan worden voor de aanbesteding en verdere uitwerking.

Afbeelding: Tweevoren Nuenen in de publicatie Experimentele woningbouw

Afbeelding: Voorstudie bouwmogelijkheden Kloostertuin (Tom van Tuijn stedenbouw en landschap)

STANDAARD BOUWTYPES

9

De bestaande sociale huurwoningen in project De Vinkenhofjes worden vervangen. Architectenbureau De Loods heeft binnen de regels van het gekozen bouwsysteem een aantrekkelijk plan ontworpen op basis van een standaard woningtype. Door slim te stapelen is er een hoge dichtheid mogelijk. De bergingen zijn inpandig opgelost, zonder veel dichte gevels te hoeven maken. De bouwblokken worden alzijdig in de groene omgeving ingepast. Door de maat van de te behouden bomen kan er tot 5 bouwlagen hoog gebouwd worden. Deze kwaliteit werd beloond in de gemeenteraad die aanvankelijk huiverig was voor deze bouwhoogtes. Standaard bouwtypes voor woningen kunnen een bijdrage

Afbeelding: Positie bouwblokken Kloostertuin (JanMaurits Linge)

SRK leveren aan betaalbaarheid en snellere procedures, maar dan moet de locatie er zich wel voor lenen. Tegenover de Vinkenhofjes, aan de Lyndakkers, loopt er namelijk al geruime tijd een plan voor standaard laagbouwwoningen op een resterende groenzone. De SRK heeft in november 2024 een negatief advies uitgebracht over de stedebouwkundige inpassing van deze 10 rijtjeswoningen. Al een jaar eerder waren er variantstudies gevraagd aan de initiatiefnemer t.b.v. een betere stedebouwkundige en groenere inpassing. Helaas zijn die varianten niet gemaakt. Een alternatief plan om op deze plek betaalbare woningen te kunnen bouwen inclusief een acceptabele landschappelijke kwaliteit, is dus helaas niet onderzocht. Het laatste negatieve advies van het SRK is bestuurlijk niet overgenomen. Dit is uitzonderlijk en bijzonder jammer. Organisatorisch wordt nu wel binnen het gemeenteapparaat bezien hoe zoiets in de toekomst voorkomen kan worden. Er ligt namelijk nu een plan dat niet strookt met de kwaliteitsnorm van de Bouwgids. Standaard of niet standaard bouwsysteem: stedebouw en landschap dienen óók en tegelijk met de woningen ontworpen te worden en kwalitatief op orde te zijn.

Afbeelding: bouwlocatie 10 woningen aan Lyndakkers (foto: Harrie van Helmond)

NUENEN WEST

10

Deze grote uitbreidingswijk is al jaren in aanbouw en deels bewoond. In 2024 is geëvalueerd of de verwachtingen (vastgelegd in een masterplan) in de praktijk ook uitkomen maar ook of vraag en aanbod nog wel bij elkaar passen. Veel is goed gegaan maar op onderdelen blijkt er “ruis” in de ruimtelijke kwaliteit te zijn komen. Dat is onder andere het geval bij de deels te magere groenvoorzieningen, bij het stelselmatig fout parkeren, bij de soms onbevredigende historiserende architectuur en bij de vergunningsvrije bouwwerken en installaties die erg lelijk en storend uitgevoerd zijn. Dit alles tast de beeld- en leefkwaliteit aan zoals die in het masterplan vastgelegd is. Om kwaliteit te behouden en te blijven realiseren moeten in 2025 de regels aangescherpt worden. Voor fase 3 (Boord en omgeving) gaat opnieuw nagedacht worden of de stedebouwkundige “formule” van Nuenen West hier wel zo geschikt is, gezien de noodzaak om meer waterberging te maken en meer te bouwen voor starters en senioren (kleine woningen zonder eigen tuinen) in grotere dichtheden. Ook hier kan de Bouwgids werkbare concepten gaan leveren. De eerste inspraakronde is al geweest. Helaas is deze majeure verandering van het concept van Nuenen West buiten de supervisoren om in gang gezet, incl. het participatietraject.

De supervisie vanuit de gemeente op de planuitwerking in Nuenen West (landschap en stedebouw: Cor Geluk, architectuur: de dorpsbouwmeester) gaat vanaf 1 feb. 2025 via de SRK. De SRK wordt eerst ingewerkt door de supervisoren zodat ze uitgangspunten en ervaringen mee kan nemen bij haar adviezen over de verdere ontwikkelingen.

Afbeelding: Geforceerde inpassing bouwblokken t.p.v. groenvoorziening Lyndakkers

Afbeelding: Verrommeling tast gewenste ruimtelijke kwaliteit aan, in Nuenen West (foto: Harrie van Helmond)

Afbeelding: Studie stedenbouwkundige opzet fase 3 Nuenen West (Delva Landscape Architects)

Afbeelding: Nuenen West, luchtfot situatie voor de start bouw

11

Afbeelding: Nuenen West, ligging tussen Nuenen en Eindhoven (Juurlink en Geluk)

Afbeelding: Nuenen West, ontwerp groenstructuur (Juurlink en Geluk)

MONUMENTENZORG

MONUMENTENZORG

Na een hele tijd met een fluctuerende ambtelijke bezetting is er in 2024 weer een stabiele situatie ontstaan met een vakinhoudelijke ondersteuning van de commissie Erfgoed. Die komt de advisering en samenwerking tussen gemeente en Adviescommissie Omgevingskwaliteit ten goede.

12

MONUMENTENZORG

DRIJEHORNICK De betrokkenheid van de heemkundeorganisatie bij het werk van de commissie is door onderbezetting bij de Drijehornick gewijzigd. In plaats van fysiek aanwezig te zijn bij de vergaderingen wordt de agenda met stukken vooraf toegestuurd aan de DryeHornick met de vraag om reactie. Deze reactie en/of advies wordt besproken in de vergadering. Op die manier wordt de kennis van de DrijeHornick over bepaalde monumenten in Nuenen gedeeld met de commissie. Afbeelding: Visualisatie interieur kloosterhal na verbouwing (Braaksma&Roos architecten)

KLOOSTERVERBOUWING Eind 2024 is de verbouwing van het klooster gestart. Een vertegenwoordiger van de monumentencommissie wordt betrokken bij de bouwfase.

ERFGOED In 2024 bleek het nieuwe Vincentre veel extra bezoek te genereren. De kwaliteit van het bijzondere ontwerp heeft vele Nuenenaren ervan overtuigd dat het mogelijk is een hedendaags ontwerp te maken dat past in het dorp. Dit is zo, omdat het plan gebaseerd is op het verleden en het met precies de goede materialen en kleuren is uitgevoerd. Nuenen heeft zcih met deze hedendaagse architectuur op de kaart weten te zetten en laat zien dat dorps bouwen dus niet oubollig hoeft te zijn. Erfgoed als inspiratie voor architectuur! De gemeente heeft de stap gezet om, in navolging van zeer veel andere gemeentes, te starten met de inventarisatie van het Wederopbouwerfgoed. De bedoeling is dat uiteindelijk de meest karakteristieke panden een beschermde status krijgen. Bij de grove selectie van de 2200 huisnummers van panden tussen 1940 en 1965 gebouwd bleek dat er helaas best veel panden 'verpest' zijn vanuit cultuurhistorisch perspectief. Desondanks is er nog veel te genieten van het erfgoed uit dit tijdperk. Er is in deze periode vaak erg zuinig gebouwd en veel bewoners zien nu nog niet waarom dit erfgoed van belang zou kunnen zijn, uitzonderingen daargelaten. Uit ervaringen in andere gemeentes blijkt dat het uitleggen van wat er bijzonder is aan architectuur uit deze periode veel helpt om waardering te krijgen.

Gelukkig haakt Nuenen dus ook aan en wordt dit stukje gebouwd dorpsverleden onder de aandacht gebracht, in combinatie met verduurzamingsmogelijkheden. 13

Afbeelding: Sloopfase kloosterverbouwing, foto door Harrie van Helmond

Afbeelding: Oorlogsschade in Nederwetten 1944 (afbeelding van de Drijehornick)

MONUMENTENZORG

Als deze inventarisatie is afgerond bestaat er het voornemen om de volgende categorie gebouwen, namelijk Post65 (tussen 1965 en 1990) te gaan onderzoeken. In 2024 zijn er plannen voor de voormalige parkethandel aan de Berg 62 goedgekeurd en is de (ver)bouw begonnen. Weer een belangrijke stap om typische Nuenense gebouwen naar de toekomst te brengen. Waar het bij het klooster vooral ging om functionele aanpassingen waarbij de monumentale waardes met respect meegenomen worden, gaat het bij herbestemming tot woningbouw op het kavel van Berg 62 vooral om hoe je een nieuw bouwvolume naast en tegen een monument maakt. Het antwoord was; doe het zo bescheiden mogelijk en heb respect voor de onderdelen in het interieur die echt bijzonder zijn. Locatiebezoeken waren ook hier nodig om dit ter plekke met de ontwerper te bespreken. Door het gewenste aantal te realiseren woningen stond er veel druk op de indeling van het terrein en op het monumentale interieur. De parkeeroplossing wringt met de monumentale uitstraling, de wensen van de commissie zouden een lagere parkeernorm of minder woningen hebben betekend. Maar desondanks gelukkig weer een monument dat opnieuw gebruikt en opgeknapt gaat worden.

Afbeelding: Gemeentelijk monument Berg 62, woning en bedrijfsruimte

Afbeelding: Buowlocatie restauratie en uitbreiding Berg 62

In 2025 zal er in regionaal verband voorlichting gegeven gaan worden aan eigenaren van monumenten m.b.t. het verduurzamen. In de praktijk blijkt toch nog steeds dat dit een lastige kwestie is. De Rijksdienst geeft er veel aandacht aan. De Provincie Gelderland heeft in juni 2024 een prachtige publicatie laten verschijnen ('Een warme jas'): zeer uitgebreid worden alle verduurzamingsaspecten voor verschillende soorten monumentale gebouwen belicht. In deze publicatie wordt het belang van vooroverleg benoemd. Ook in 2024 waren er in Nuenen, tot onze schrik, namelijk weer eigenaren die delen van hun monument gesloopt hadden zonder toestemming.

14

Afbeelding: 'Een warme jas', publicatie over verstandig restaureren en verduurzamen (provincie Gelderland)

NAWOORD

NAWOORD

In de opeenvolgende jaarverslagen heb ik in de kantlijn steeds aandacht gevraagd voor het grotere geheel. Zo heb ik een aantal publicaties genoemd die de noodzaak van een meer toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling benadrukken: 'Stadsnatuur bouwen', 'de Davos declaratie' en 'De toekomst van het verleden'. De stroom publicaties, lezingen en manifestaties om veel regeneratiever te gaan ontwerpen en bouwen is adembenemend. De dringende noodzaak is aangetoond. Nu nog doen, ook in Nuenen! Net als bij mijn column in de Nuenense Krant komen er op de jaarverslagen geen reacties. Bij het beeindigen van mijn werk als dorpsbouwmeester in Nuenen wil ik een lans breken voor reflectie. Ik weet dat de hierboven genoemde onderwerpen leven bij individuen, dus waarom hierover niet samen doordenken en actie ondernemen. Ik stel voor om dit in 2025 op te pakken.

foto: Stadsnatuur bouwen, Nai010 uitgevers

15

Afbeelding: Sustainable Solutions.net

20 24

DORPSBOUWMEESTER NUENEN JAARVERSLAG 2024

BIJLAGE:

ARCHITECUUR LOKAAL, VINVENT KOMPIER (2020) De opvallende werkwijze van Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen in perspectief: ’We hebben met onze werkwijze voorgesorteerd op de Omgevingswet’ De ruimtelijke kwaliteitsadvisering in Nederlandse gemeenten laat een keur van modellen en vormen zien. In alle gevallen dient voldaan te worden aan de wettelijke taak om te zorgen dat er goede omgevingskwaliteit ontstaat. In het Noord-Brabantse Nuenen fungeert sinds jaar en dag het Team Ruimtelijke Kwaliteit. Dit team zorgt, naast de dorpsbouwmeester, de welstand en de monumentencommissie voor een integrale blik op omgevingskwaliteit van Nuenen. Het Team helpt initiatiefnemers om de kwaliteit van Nuenen blijvend te versterken. Ter gelegenheid van het aan- en aftreden van twee nieuwe leden wordt een kijkje in de keuken gegund. “We hebben met onze werkwijze voorgesorteerd op de Omgevingswet’. Nuenen ligt tussen de ‘reuzen’ Eindhoven en Helmond in en is wereldwijd bekent vanwege het werk van Vincent van Gogh. Vandaar dat in Nuenen het Museum Vincentre is te vinden, dat aandacht schenkt aan zijn leven en werk. Het eigene van Nuenen, de eigen identiteit, het dorpse is wat veel bewoners aanspreekt en graag willen behouden. Uniek aan het Team Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: TRK) dat ruimtelijke- en omgevingskwaliteit waarborgt, is de multidisciplinaire samenstelling.

In Nuenen bestaat dit team uit architecten, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen. Voor een gemeente met een relatief bescheiden omvang – Nuenen telt rond de 22.000 inwoners- is dit een sterk team. Wat is hiervan de oorsprong? In 2005 heeft Nuenen een kwaliteitsteam opgericht, de voorloper van het huidige team. GerardJan Andriessen, secretaris Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen: ‘Aanleiding was de grote woningbouwopgave die er lag voor Nuenen-west. Dat was reden voor oprichting van een Q-team’. Een grote woningbouwopgave en een Q-team lijken logischerwijs met elkaar verbonden. In Nuenen is ervoor gekozen om kleinere inbreidingen net zoveel aandacht te geven als grote gebiedsontwikkeling. Daartoe is in 2010 dit Q-team omgevormd tot het Team Ruimtelijke Kwaliteit. Daarbij bleef het niet. ‘In 2018 hebben we de Welstandscommissie omgevormd naar een dorpsbouwmeesterschap. Dat betekent dat we nu een veel compactere samenstelling hebben. In het TRK komen alle aspecten van welstand, cultuurhistorie, landschap, stedenbouw en architectuur bij elkaar. De bekendheid van het TRK neemt toe, zeker nu er meer particuliere initiatieven langskomen. De TRK krijgt daarmee een prominentere plek voor de inwoners’. De kersverse voorzitter van het TRK Veronique Marks valt op dat deze interdisciplinariteit tot hoge ruimtelijke kwaliteit leidt.

‘Nuenen kent veel mooie plekken die soms best kwetsbaar zijn. Het TRK kijkt van binnen naar buiten en andersom. En gaat in collegiaal overleg met de ontwerpers het gesprek aan’. Tweede nieuwe lid van het team is stedenbouwkundige Sander Klein Obbink. ‘In veel andere gemeenten is de positie van Welstand lang niet zo sterk als hier. Daar kom je externe steddenbouwkundigen zoals ik er een ben, niet tegen en blijft welstandsboordeling iets van het ambtelijk apparaat’. Harrie van Helmond is langer lid van het TRK en kan de specifieke samenstelling verklaren. Deels voortkomend uit politieke keuze, maar ook ‘omdat de plekken in Nuenen ertoe uitnodigen -of misschien wel verplichten- om goed met ons erfgoed om te gaan, zowel gebouwelijke als in landschappelijke zin’. Hans van Holstein, scheidend voorzitter: ‘Nuenen heeft een uniek verhaal te vertellen, historisch gezien met het landschap van Van Gogh, wat op vele plekken herkenbaar is. Er is een bestuur dat de waarde ervan erkent, en herkent. Daarbij staat Nuenen voor de specifieke uitdaging om haar identiteit te bewaren, ingeklemd tussen Eindhoven en Helmond, die allebei zo hun expansiedrift hebben’. TRK-lid en stedenbouwkundig adviseur Olga Limarenko vult aan: ‘Wat fijn is aan dit team is dat er ambitie is. Het gebruik van een plek kan veranderen. Er kan iemand anders komen wonen, of er vestigt zich een ander bedrijf.

Maar de fysieke omgeving blijft, natuurlijk. Onze grote ambitie is om die zo goed mogelijk te houden. Dat blijft altijd maatwerk. Dat ruimtelijke en dat samenhangende maakt het sterk. Eigenlijk is het een grote eer om dat samen te mogen doen’. Het gesprek voeren, niet afvinken maar satéprikken Hoe functioneert het TRK? Welke rol neemt zij aan? Die van schoolmeester? Of die van klassehulp? Als meedenkende instantie? Van Holstein: ‘Belangrijk uitgangspunt is: ten alle tijden het gesprek (blijven) voeren. De werkwijze van het TRK is allesbehalve traditioneel; altijd sterk meedenkend en soms zelfs mee-ontwerpend, waarbij ik me wel een afvroeg: is dat wel onze rol? Maar dat helpt om draagvlak te organiseren voor de kwaliteit die je nastreeft. Dat wordt overigens gewaardeerd door initiatiefnemers: dat je met de kennis die aanwezig is van de verschillende leden van zowel leden van de monumentencommissie als van het TRK daadwerkelijk iets toevoegt. Zonder opgeheven vingertje: “ik zal wel even vertellen hoe het beter moet”, maar werken in de meedenk- en mee- ontwikkelstand. En daarmee sterk vooruitlopend op het gedachtengoed van de omgevingswet. Daar hebben we met deze werkwijze op voorgesorteerd in de afgelopen periode’.

In hoeverre is het TRK in staat om initiatiefnemers haar intenties duidelijk te maken? Olga Limarenko: ‘We krijgen plannen soms drie, soms vier keer terug, zonder dat je ziet dat initiatiefnemers de wezenlijke opmerkingen oppakken, of het erover nadenken serieus nemen. Dan moet je kijken wat kunnen we binnen de kaders die er zijn. Voorzitter Veronique Marks: we proberen om de initiatiefnemers, de ontwikkelaars, de architecten aan het begin net iets harder na te laten denken dan ze van plan zijn’. TRK-lid Geert Bosch: ‘Een heel belangrijk uitgangspunt is dat je in de besprekingen van plannen niet alleen maar oordelend bent, maar ook laat zien vanuit de verschillende vakgebieden misschien weleens strijd kan hebben wat een medelid van het team vindt, en wat jij vindt. Je moet geen oordeel klaar hebben en dan een gemene deler zoeken en een initiatiefnemer dat meedelen en hem naar huis sturen. Je moet de discussie voeren. Het uitdagen en het verder brengen is het belangrijkste. Dat zit ‘m er in, initiatiefnemers en architecten op een andere manier de naar de plannen te laten kijken. TRK-lid Martien van Osch: ‘De meeste plannenmakers kijken met oogkleppen naar hun kavel: hoe kunnen we daar zo efficiënt mogelijk zoveel mogelijk op krijgen? Wij beginnen vanuit de context te kijken, vanuit het landschap, vanuit de omgeving.

Voor heel veel plannenmakers is dat al een eyeopener: “Oh, daar zit ergens de kwaliteit in?’ Als ze de breedte van de opgave in een keer zien en hopelijk oppakken, dan kan er iets moois ontstaan’. Wat doet het TRK als het adviseren niet verloopt volgens wens? Scheidend TRK-lid Hans van Holstein: ‘Uiteindelijk ligt het ultieme besluit bij het college. Wij zijn een adviesorgaan. We respecteren nadrukkelijk de rol van het college als er andere afwegingen van belang zijn. Zij representeren het algemeen belang; wij kijken naar de cultuurhistorische waarde en de ruimtelijke kwaliteit. We hebben altijd gezegd we blijven vanuit de inhoud adviseren’. ‘Als we er niet uitkomen, een plan komt meerdere keren terug en er ontstaat een patstelling, dan grijpen we terug op de bekende methode: we gaan workshoppen’ aldus TRK-lid en dorpsbouwmeester Harrie van Helmond. ‘Binnen een half uur met drie leden van het team en de architect als initiatiefnemer hebben we dan een oplossing, een waarbij de investeerder winst kan maken en wij ruimtelijke kwaliteit bereiken.’ Veronique Marks over invulling van de rol van het TRK: ‘Initiatiefnemers die bij de TRK aankloppen, vinden zelf vaak dat ze een goed plan hebben. Dan komt de vraag, als we er opmerkingen over maken: “wat mag er nou?”. Ik vind het belangrijk om te checken of de opmerkingen die we maken aankomen.

Kun je hiermee verder? Kan je met ons advies de volgende stap maken? Initiatiefnemers moeten er wat mee kunnen. Ik hoop dat ze begrijpen waarom we de discussie voeren. Dat ze naar huis gaan en weten waarmee ze aan de slag kunnen. Anders slaan we de plank mis.’ Van Holstein: ‘je moet snappen wie er tegenover je zit. De drijfveren kunnen heel verschillend zijn. ontwikkelaars die uitstralen “het is maar een dorp’ moet je keihard aanpakken. Op hun houding, niet zozeer op hun plan, want anders wordt hun plan nooit beter. Bij particuliere initiatiefnemers en/ of architecten is het soms een beetje lesgeven, of randvoorwaarden aangeven. Er zit altijd een drijfveer achter: zorgen dat de kwaliteit van Nuenen er beter door wordt, gestoeld op kwaliteiten die er al zijn. Van Holstein: ‘Het komt ook voor dat de architect via het TRK aan argumenten wil komen om zijn onwelwillende opdrachtgever te overtuigen. Die wil van het TRK horen welke kwaliteiten hij kan inbrengen bij opdrachtgever om kwaliteiten toch voor het voetlicht te krijgen’. De rol van dorpsbouwmeester in persoon van Harrie van Helmond is uniek in Nuenen. Van Holstein: ‘Hij fungeert als satéprikker van alle commissies: die van welstand, TRK en de monumentencommissie. Op die wijze borg je vanuit de verschillende rollen die de dorpsbouwmeester invult continuïteit in je advisering’.

Een dergelijk team kan zijn uiterste best doen maar is altijd afhankelijk van politiek-bestuurlijke dekking. Hoe verloopt deze in Nuenen? Heeft het bestuur wat aan de adviezen van het TRK? Wethouder Caroline Van Brakel: ‘Ik zie absoluut de meerwaarde. Het team is superkritisch. Natuurlijk zie ik initiatiefnemers meerdere keren langs mijn bureau komen waarna zij soms tot vijf keer bij het TRK moeten verschijnen. Maar: als je echt kwaliteit wil hebben, dan moet dat ook. Daarbij wil het TRK niet op de stoel zitten van de initiatiefnemers en het overnemen. Soms leidt het alleen aanreiken waar het beter kan zonder te zeggen hoe tot spanningen. Initiatiefnemers vragen dan: geef iets meer aan hoe het dan wel moet. Dan is, en blijft het TRK heel zuiver in haar rol’. TRK-lid Geert Bosch: ‘De laatste tijd is er de tendens dat veel ruimtelijke kwaliteitsbeoordelingen over zijn genomen door bedrijven. Met medewerkers die professioneel niets anders doen dan toetsen en dat doen langs een toetsingskader dat helemaal vastgelegd moet zijn. Dat is eigenlijk het afvinken van een lijstje. Wat wij bij het TRK doen is eigenlijk iets anders. We willen eigenlijk geen strak toetsingskader. We willen kunnen oordelen vanuit de kwaliteiten van Nuenen die we kennen. Die zijn vrij moeilijk vast te leggen.

De Omgevingsvisie die nu gemaakt wordt bevat een aantal richtlijnen, maar het gaat om de daadwerkelijke interpretatie van een locatie door je eigen kennis. Daarbij is het essentieel dat de commissie bevolkt wordt door mensen die beroepsmatig in dit ontwerpwerk bezig zijn. Dat levert echt andere kwaliteit op dan dat je van beroep toetser bent’. Harrie van Helmond: ‘Behalve het reguliere werk plannen te beoordelen, is Nuenen de gelukkige omstandigheid dat wij als TRK gevraagd en ongevraagd over algemenere zaken mogen nadenken. Iets dat in grotere gemeenten in het ambtelijk apparaat plaatsvindt. Nuenen is niet zo’n grote gemeente. Daar kunnen wij mooi de denktankfunctie invullen. Ik vind het zelf ontzettend leuk om los van concrete vragen na te mogen denken over hele actuele vraagstukken die niet alleen in Nuenen spelen, maar overal. Dat maakt het werk extra leuk.

Verdichting en ruimte voor ruimte Momenteel speelt in Nuenen –en zeker ook in andere, vergelijkbare gemeenten- de discussie over woningbouw. Moet dat aan de rand van de gemeente plaatsvinden? Of kan er zaak gemaakt worden van verdichting van het bestaande? Kan hierbij in de hoogte gegaan worden? Waaruit bestaat eigenlijk dorpse verdichting? Een vraagstuk dat nog niet tot volle wasdom is gekomen en waar Nuenen middels het TRK probeert om tot goede voorstellen te komen. Het TRK heeft een advies neergelegd hoe deze verdichting ruimtelijk in te passen. Wethouder Van Brakel: ‘Ik denk dat het TRK een heel goed advies heeft neergelegd: genuanceerd waar het wel waar het niet kan met vormgeving wat wel en niet. De raad vindt het heel moeilijk om daar een besluit over te nemen. Zij vindt: we zijn een dorp tussen twee steden, dat willen ze koesteren. Ze zien de meerwaarde van Nuenen in de agglomeratie Eindhoven-Helmond, maar we zijn zoekende naar de goede balans. Verdichten lijkt stedelijk, maar het kan ook heel erg dorps zijn en tegemoet komen aan de sociale aspecten die we binnen Nuenen te koesteren hebben’. Naast de verdichtinggsdiscussie speelt in Nuenen een andere kwestie: de invulling van de huidige Ruimte voor Ruimteregeling. Daarbij koopt de provincie middels een aparte organisatie boerenbedrijven op, om deze te vervangen voor woningbouw. Op zich een goed streven.

De uitwerking is echter anders. Van Helmond: ‘De vraag vanuit de markt is moeilijk ruimtelijk in te passen. Er komen voornamelijk grote, dure woningen voor de boerenbedrijven in de plaats’. De TRK heeft bij de directie van Ruimte voor Ruimte aangekaart: is het wellicht mogelijk, grote kavels op te delen in clusters? Om op die manier ook mensen met een kleinere portemonnee een kans te geven? Wethouder Van Brakel onderschrijft dit streven. Niet alleen om kwalitatieve-landschappelijke redenen: ‘Deze oproep is me uit het hart gegrepen. Volkshuisvestelijk is nou juist een gebrek aan kleinere woningen: grote woningen hebben we hier volop’. Van Brakel doet haar best bij de provincie om de regeling hier geschikt voor te maken. ‘Gelukkig is Noord-Brabant geen armlastige provincie. En kan met clustering dit opgelost worden zonder het landschap geweld aan te doen. Dit zijn nieuwe uitdagingen voor de toekomst’. Koken en de kunst van participeren Nu internet zo ongeveer op alle vragen antwoord geeft, hoever reikt je rol als deskundige? Wordt het geen tijd dat bewoners zelf het heft in handen nemen, als het om kwaliteit gaat? In hoeverre maakt de moderne informatiemaatschappij het TRK overbodig? TRK-lid Sander Klein Obbink: ‘Als het over ontwerpen gaat, hoor je daar verstand van te hebben. Participatie vind ik ontzettend belangrijk.

Ik vind dat ook heel leuk om te doen, maar ik denk dat het wel goed is dat er iemand een ontwerp maakt, die daar verstand van heeft. De kunst van participatie is om heel goed uiteen te zetten en uit te leggen waarom je die dingen doet en keuzes maakt. Als je dat goed kan overdragen, heb je voor een heel groot deel je participatie te pakken’ TRK-lid Van Osch vult aan: ‘Veel mensen denken dat zij bij participatie veel in te brengen hebben en dat dat allemaal gebruikt moet gaan worden. Ik zeg weleens: wij willen heel graag dingen ophalen, we hebben jullie ideeën nodig. Maar de kennis om er iets mee te doen….? Wij zijn de kok. Als we alle ingrediënten in de pan gooien, krijgen we soep die niemand lust. Daarom: we gaan kijken wat we kunnen gebruiken en hoe we het sterker kunnen maken. Dus voedt ons met dingen die jullie heel fijn vinden. Dan gaan wij ermee koken’. Wethouder Van Brakel: ‘Ik ben voorstander om met participatie om te gaan vanuit je eigen vakdiscipline. Ik merk, dat burgers nog moeten wennen aan hun participatierol. Ze gaan voor 120%. En zijn dan niet tevreden als er uiteindelijk maar 100% bereikt wordt. De raad van Nuenen vindt participatie vaak lastig. Zij voelen de druk van omwonenden en willen graag herkozen worden. Als bestuurder is het ingewikkeld om het collectieve belang te moeten afwegen tegen het individuele belang.

In de praktijk kan de raad zwichten voor het individuele belang en daarmee het professionele advies aan de kant schuiven. Ik denk dat dit op de lange termijn niet goed is. Effectief participeren moeten we nog leren met zijn allen’. De bekendheid en zichtbaarheid van het TRK neemt weliswaar toe, maar speelt zich grotendeels onder en tussen professionals af. Wethouder Van Brakel: ‘Bewoners zien helemaal niet welke eerste ideeën bij het TRK terecht komen. Ook de raad weet dat niet altijd. Misschien moeten we daar iets aan doen. Het verhaal van de commissie nadrukkelijker voor de bühne brengen zodat de mensen dat ook veel serieuzer gaan nemen. Ik denk dat wij als bestuur en als gemeente heel duidelijk het dictaat moeten aangeven waarbinnen je wel en niet participeert’. Van Helmond reageert: ‘Ik heb eens op verzoek van de plaatselijke Lionsvereniging een verhaaltje gehouden over wat een dorpsbouwmeester doet. Ze waren toch wel zeer verbaasd hoe dat in het echt ging. Na afloop vond men dat het hartstikke goed geregeld is. Dit is een eenmalige actie geweest. We zouden iets moeten bedenken om de raad op een structurele manier mee te nemen bij de inhoudelijke advisering in het ruimtelijk domein. Ik zou niet weten hoe dat direct moet, maar het is wel goed dat we dat aan de orde hebben’.

Van Brakel herinnert een werksessie: ‘daar vond ik het wel heel interessant, dat raadseleden en professionals door elkaar lopen. Dan krijg je een heel andere discussie. Er is hiermee een beginnetje gemaakt van andere omgang met elkaar. Ik kan me voorstellen dat onderwerpen als intensief bouwen of duurzaamheid wellicht met workshopsessies beter leert kennen. Zo is gaat het vaak toch: onbekend maakt onbemind’. Meerwaarde in relatie tot Omgevingswet De werkwijze van het TRK is intensief. Zijn er plannen om de capaciteiten en adviestaken van het TRK aan te passen met de omgevingswet in aantocht? Wethouder Van Brakel: ‘We zijn heel tevreden over hoe het team functioneert. Er valt altijd iets te verbeteren, maar de meerwaarde is er gewoon. Ook in andere domeinen kennen we adviescommissies, zoals in het sociale domein, vooral met het doel om de kwaliteit te verbeteren. We gaan lekker door’. Sterker: de gemeente Nuenen promoot de professionele kwaliteiten van het TRK ook bij andere gemeenten. Van Brakel: ‘Zo waren

er plannen om in de regio met een soort standaardwoning aan de gang te gaan om de woningnood tegemoet te treden. Toen heb ik de leden van ons team naar voren geschoven onder het mom van: misschien moeten die aan de voorkant meekijken of we met een standaardwoning nog aan onze kwaliteitseisen kunnen voldoen’. Mocht er expertise van buiten de gemeente nodig zijn dan is die ruimte er. Vaan Holstein: zoals onder meer het Monumentenhuis . Daar kunnen gemeenten een beroep doen op expertise, die is op afroep beschikbaar. Ik heb in Nuenen ervaren dat als externe expertise noodzakelijk is, het college ruimte gecreëerd om extern expertise in te huren’. De houding waarmee eigenaren van monumenten tegemoet worden getreden in Nuenen is essentieel: ‘Geen betweter die zegt: ik heb de kennis en je hebt maar naar mij te luisteren want anders zorg ik dat je geen vergunning krijgt. Dat is gechargeerd, maar zo heb ik het in andere gemeenten in het verleden wel meegemaakt. In Nuenen zie je dat de leden van de monumentencommissie zich manifesteren om eigenaren van monumenten te helpen inzien welk bijzonders zij in bezit hebben. En ondersteunen hoe ze dat ook zo kunnen houden en versterken.’ Heeft Van Holstein als scheidend lid van de TRK adviezen of tips? ‘Ik heb altijd geprobeerd na te denken over hoe wij als overheid weer relevant worden kunnen voor onze inwoners.

Wat betekent dat dan? Welke rol pak je dan ook vanuit je adviescommissie? Het is opmerkelijk dat de liberalen onder ons veel weerstand hebben tegen welstand. Ik roep altijd dat het juist Thorbecke is geweest die zei dat de overheid geen uitspraken over kunst mocht doen. Soms moet ik liberalen er aan herinneren dat het hun eigen gedachtegoed is wat wij invullen. In het kader van de aankomende Omgevingswet zou ik willen zeggen: blijf verbinding zoeken met initiatiefnemers. Blijf het onderscheid maken. Benut de kennis die is opgebouwd in het team en blijf nadenken hoe deze zo goed mogelijk te benutten. Dat is draagvlak creëren én behouden. Daarmee help je bestuurders en politici om het werk van het team op waarde te kunnen schatten. Ik vond het boeiend om het jargon van de stedenbouwkundige, landschapsarchitect en architecten te vertalen naar de leek. Ik heb me daartoe ook vaak als leek opgesteld, om de verbinding te realiseren.

Aan dit gesprek namen deel: Caroline van Brakel, wethouder ruimtelijke ordening en openbare ruimte Martien van Osch, landschapsarchitect bureau OSLO Hans van Holstein, scheidend voorzitter Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen Harrie van Helmond, architect bij Bureau van Helmond architecten Veronique Marks, voorzitter Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen Olga Limarenko, stedenbouwkundig adviseur, ontwerper en expert ruimtelijke kwaliteit bij NewFuture Geert Bosch, architect Hilberink Bosch Architecten Sander Klein Obbink, stedenbouwkundige en partner van Nieuwblauw. Gerard-Jan Andriessen, secretaris Team Ruimtelijke Kwaliteit Nuenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15312987/1