A2 MRE - Reactienota zienswijzen ontwerp Begroting MRE 2026
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp Begroting MRE 2026 Gemeente
Zienswijze
Realisatie vraagt keuzes en prioriteiten Bergeijk We moeten als regio, de 21 gemeenten en MRE-organisatie Bladel samen, keuzes maken en heldere prioriteiten stellen, zodat Eersel we gezamenlijk de regionale schaalsprong maken die Valkenswaard realistisch is en voor alle partijen uitvoerbaar is. De realisatie Veldhoven van de schaalsprong en de daarmee samenhangende Helmond opgaven (én daarbij nog de Beethovendeal) zijn Gemert-Bakel organisatorisch en financieel niet alleen voor de MREReusel-De Mierden organisatie, maar ook voor iedere gemeente uitdagend. Laarbeek Cranendonck Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Asten Best Nuenen c.a. Oirschot Eindhoven De realisatie van de schaalsprong en de daarmee samenhangende opgaven zijn organisatorisch en financieel niet alleen voor de MRE-organisatie, maar ook voor iedere gemeente, uitdagend. Bergeijk Uw conclusie is dat gezien de urgentie en noodzakelijke Bladel versnelling er weinig ruimte is voor uitstel. U geeft aan dat Eersel bij het heroverwegen van prioriteiten binnen de regionale Valkenswaard opgaven er de keuze is tussen vertraging, uitstel of het Veldhoven verlagen van het ambitieniveau. In de aanbiedingsbrief Helmond adviseert u de huidige lijn te bestendigen omdat de regionale Gemert-Bakel
Reactie MRE Wij onderschrijven dat de realisatie van onze gezamenlijke regionale opgaven zeker ook vraagt om gezamenlijk keuzes en prioriteiten te stellen. Niet alles kan immers altijd in hetzelfde tempo worden uitgevoerd gezien de benodigde uitvoeringskracht en financiële middelen. In de aanbiedingsbrief van de begroting hebben we benadrukt dat de afspraken Rijk-Regio (Brainport- en Beethovendeal) voor versnelling van woningbouw, het uitvoeren van het mobiliteitsprogramma (openbaar vervoer, fietspaden, hubs, etc.), de aanpak van het gewenste voorzieningenniveau en het oplossen van de netcongestie in onze regio onverminderd om urgentie (topprioritering) en snelheid vragen. Kortom, hier kan geen afbreuk aan worden gedaan. De focus moet hierbij van ons allen volledig liggen op realisatie. Terecht wordt hierbij ook een beroep gedaan op de MRE-organisatie om hierin maximaal ondersteunend te laten zijn voor de 21 gemeenten. Dit ook de reden dat ook met hulp van andere financieringsbronnen (o.a. Brainport Partnerfonds Wonen en Rijksmiddelen) dit jaar gestart is om de realisatiekracht op regionaal niveau te versterken op het gebied van wonen, mobiliteit en de energieinfrastructuur. Wanneer de realisatieteams opgebouwd zijn moeten zij de gemeenten kunnen ondersteunen in
1
Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Eindhoven Best Nuenen c.a. Laarbeek Oirschot Eindhoven
Cranendonck
Veldhoven Bergeijk Bladel Eersel Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot
opgaven groot zijn, juist om versnelling vragen en in het belang van alle 21 gemeenten zijn.
Wij stemmen in met deze lijn in de wetenschap dat deze versnelling uiteindelijk door de 21 gemeenten geleverd en uitgevoerd moet worden. Wij zijn positief over de ontwikkeling en uw concept Begroting 2026. Denk bij Cranendonck bijvoorbeeld aan het onderzoek naar, en de mogelijke ontwikkeling van Knoop Maarheeze. De 5 HOV-knopen zijn een belangrijke pijler onder Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant, waarmee wij deze regionale schaalsprong willen realiseren. Ondersteuning van gemeenten bij de realisatie hiervan zou volgens ons een topprioriteit moeten zijn van de MRE. Bij het maken van keuzes heeft de realisatie van de schaalsprong in de regio wat ons betreft de prioriteit. Deze versnelling dient evenwel uiteindelijk door de 21 gemeenten geleverd/uitgevoerd te worden. Ook zij moeten prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit vraagt om het samen maken van keuzes en het stellen van prioriteiten, niet alleen ten aanzien van ambities en fasering, maar ook ten aanzien van rolneming. Temeer omdat, zoals u ook aangeeft bij het onderdeel Regionale Strategie en samenwerking, u op realisatie wil focussen.
de realisatie. Ook wordt daarbij de ontwikkeling van de vijf subregionale knopen (HOV) betrokken. Uiteraard kan over de volle breedte van de regionale opgaven wel gekeken worden wat we dan wel kunnen herprioriteren, mogelijk afschalen. Wij zullen dit ook nader bezien, mede op basis van de suggesties, die door enkele gemeenten daarvoor zijn ingebracht. Daarbij zullen wij in prioritering, fasering en rolneming ook de verschillen in schaal en draagkracht tussen gemeenten expliciet meewegen. Het is nu al zo dat de centrumgemeenten Eindhoven en Helmond een extra inspanning doen voor de gezamenlijke uitvoeringskracht. We blijven met elkaar bezien hoe we elkaar daarin verder kunnen versterken. De ambtelijke Regietafel uitvoeringkracht voor het versterken van de uitvoeringskracht dan wel oplossen van knelpunten is daarbij behulpzaam. Ook blijven we op bestuurlijk niveau dit met elkaar monitoren en bijstellen waar nodig. In de voorbereiding van de Regionale Agenda voor 2027-2030 is voor de huidige colleges en raden ruimte voor reflectie en prioritering, waarbij de nieuwe colleges en raden na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026 scherpere keuzes kunnen maken en (nieuwe) prioriteiten kunnen stellen.
2
Valkenswaard Veldhoven
Geldrop-Mierlo
Bergeijk Bladel Eersel Valkenswaard Veldhoven Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Asten Eindhoven Best Nuenen c.a. Oirschot Geldrop-Mierlo
Deze versnelling dient evenwel uiteindelijk door de 21 gemeenten geleverd/uitgevoerd te worden. Ook zij moeten prioriteren vanwege de beperkte financiële ruimte en druk op de gemeentelijke uitvoeringscapaciteit. Dit vraagt om het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Temeer omdat, zoals u ook aangeeft bij Regionale Strategie, u op realisatie wil focussen. Wij erkennen de urgentie van de regionale schaalsprong en het belang van versnelling. Tegelijkertijd vragen wij nadrukkelijk aandacht voor de uitvoeringscapaciteit bij gemeenten. Ambities zijn alleen realiseerbaar als er ook ruimte is voor uitvoering. Wij vragen u daarom in 2026 en verder heldere keuzes te maken in prioritering, fasering en rolneming, en hierbij de verschillen in schaal en draagkracht tussen gemeenten expliciet mee te wegen. De binnenkort op te starten voorbereiding van een nieuw Samenwerkingsakkoord 2027-2030 biedt een geschikte mogelijkheid om die keuzes samen te gaan maken.
De voorbereiding op het nieuwe Samenwerkingsakkoord 2027–2030 biedt een kans om dit gezamenlijke gesprek tijdig en open te voeren.
3
Son en Breugel
Son en Breugel
Wij willen benadrukken dat het voorzieningenniveau en de samenwerking binnen de MRE op het sociaal domein en zorg een hogere prioriteit moeten krijgen. De schaarste op de woningmarkt moet nu echt aangepakt worden. Er moet gebouwd worden. Genoemde punten zijn essentieel om op langere termijn draagvlak te creëren bij de inwoners voor de schaalsprong. Als inwoners concrete resultaten zien op korte termijn ontstaat er ook begrip voor de ontwikkelingen op langere termijn. Brede welvaart moet echt gevoeld worden door inwoners. Daarnaast kan een goed functionerende MRE-organisatie gemeenten helpen om (samen) meer te realiseren dan als gemeenten hun taken individueel oppakken. Op dit vlak heeft de uitbreiding van de MRE-organisatie tot op heden in onze ogen nog onvoldoende opgeleverd. Het tegenovergestelde is zelfs het geval. In plaats van dat gemeenten ontzorgd worden, krijgt onze ambtelijke organisatie juist meer werk te doen als gevolg van werkzaamheden van MRE. Derhalve verwachten wij van de MRE dat zij de gemeenten zowel ambtelijk als bestuurlijk in positie brengt.
Bergeijk
Om die reden roepen we u op om gemeenten maximaal te ondersteunen bij de uitvoeringstaken. De samenwerking kan ons meer opleveren als de op uitvoering gerichte activiteiten van MRE verbeterd, verscherpt en versneld worden zodat gemeenten worden ontlast. Daar wensen we komende tijd graag concrete resultaten voor te zien. Daarbij is een goede evaluatie van de huidige samenwerkingsthema’s van grote meerwaarde. Werken we nog steeds aan de juiste strategische opgaven op niveau van de 21 gemeenten? Zijn dit ook de thema’s en kerntaken voor de toekomst? Denk daarbij ook aan het beleggen van brede welvaart, voorzieningen, het RHCe en Landgoed Gulbergen.
4
Waalre
Betrek hier de gemeenten op ambtelijk, bestuurlijk en raadsniveau bij. Ons standpunt zal niet als een verrassing komen, vanuit Waalre laten we dit geluid al langer horen. Eerder is daar weinig aandacht aan besteed, maar inmiddels zijn er een groot aantal gemeenten in onze regio, die uitspreken dat we graag in gesprek gaan over onze regionale ambities en de daarbij horende financiële draagkracht.
Herprioritering in de begroting en de nieuw op te stellen samenwerkingsafspraken vanaf 2026 is nodig om als regio de uitdagingen aan te gaan met oog voor de financiële en personele capaciteit, zowel in de organisatie van de MRE als bij de gemeenten. Samen kunnen we ons sterk maken om evenwicht te brengen daarin. Laat ons, zoals we eerder bewezen hebben dat het kan, daar samen de schouders onder zetten! 21 gemeenten sterker verbinden op Brainport Bergeijk Met het in 2024 genomen besluit over de MRE-bijdrage aan Bladel de meerjarenfinanciering Brainport Development 2025-2032 Eersel is ook de basisorganisatie van Brainport Development op Veldhoven orde gebracht. In het verlengde hiervan vragen wij de MRE, Helmond in haar hoedanigheid als aandeelhouder namens de 21 Gemert-Bakel gemeenten, alle gemeenten frequenter en eerder te Reusel-De Mierden verbinden / betrekken op de uitvoering van het Meerjarenplan Laarbeek Brainport Development 2025-2032. Cranendonck Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Valkenswaard Met het in 2024 genomen besluit over de MRE-bijdrage aan de meerjarenfinanciering Brainport Development 2025-2032 is ook de basisorganisatie van Brainport Development op orde gebracht. In het verlengde hiervan vragen wij de MRE,
Wij zullen als aandeelhouder van Brainport Development uw advies ter harte nemen en u als 21 gemeenten voldoende frequent en tijdig betrekken bij de voortgang van de uitvoering van het meerjarenplan. We zullen de rapportages daarop nader bezien. Vanuit het Dagelijks Bestuur MRE is inmiddels ook de vijfde overheidszetel bezet in het stichtingsbestuur, zodat we hierop kunnen sturen. Het specifieke appel van de gemeente Best als C4aandeelhouder zullen wij meenemen in onze agendering in de betreffende relevante gremia.
5
Bergeijk Best
Geldrop-Mierlo
in haar hoedanigheid als aandeelhouder namens de 21 gemeenten, alle gemeenten tenminste tweemaal per jaar te verbinden / betrekken op de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025-2032. Passend bij de positie van de MRE als aandeelhouder namens de regiogemeenten en gelijkwaardig aan de vier campusgemeenten. Voor Best klemt dat des te meer omdat wij, zoals bekend, ook direct aandeelhouder zijn. En dat zullen wij blijven, waarbij onze raad wel streeft naar een meer evenwichtige, gelijkwaardige wijze van financiering van Brainport Development. Omdat dit mogelijk ook consequenties heeft voor de funding vanuit en/of de ambities voor de overige 20 gemeenten vragen wij de MRE om dit thema in 2026 (mee) te agenderen, waaronder in de Commissie van advies voor financiën MRE en het Aandeelhoudersoverleg Brainport Development N.V. Wij vragen u als aandeelhouder namens de 21 gemeenten om alle gemeenten frequenter en eerder te betrekken bij de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025–2032. De inhoudelijke opgaven raken ons allemaal. Goede afstemming vergroot de impact en betrokkenheid.
Terughoudend financieel beleid Bergeijk Gemeenten staan in 2026 (ravijnjaar) en de jaren daarna Bladel voor een financieel uitdagende periode. In de concept Eersel Programmabegroting 2026 MRE is zichtbaar dat u hiervoor Veldhoven oog heeft. Dat waarderen wij. Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Eindhoven Best
Wij hebben nadrukkelijk oog voor de financiële uitdagingen waar gemeenten vanaf 2026/2028 voor staan, mede door het zogenoemde ravijnjaar en de structurele druk op de gemeentelijke begrotingen. We onderschrijven het belang van een terughoudend financieel beleid, zorgvuldige prioritering en een realistische planning van de inzet en middelen. Ook herkennen wij de oproep tot het beter afwegen van opgaven tegen de beschikbare capaciteit binnen gemeenten. Binnen de bestaande afspraken en kaders zal de MRE zich blijvend inspannen om zo doelmatig mogelijk te werken en waar mogelijk kansen voor samenwerking, efficiëntie en kostenbesparing te benutten. Dit is ook de reden dat we in de begroting geen extra beroep doen op aanvullende structurele
6
Nuenen c.a. Geldrop-Mierlo Oirschot Cranendonck Son en Breugel
Laarbeek
Laarbeek
Bergeijk Bladel Eersel Valkenswaard Veldhoven Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Cranendonck Deurne Waalre Heeze-Leende
Het is voor 2026 belangrijk voor de gemeente Cranendonck om scherp te kijken op deze uitgaven. U geeft aan dat komende jaren de focus ligt op realisatie. Juist om die reden zien we dat de spanning tussen de snelheid van de ontwikkelingen in de regio enerzijds en de financiële en capaciteitsvraagstukken van onze gemeente anderzijds verder toenemen. Dit laatste lijkt verder onder druk komen te staan, omdat de werkzaamheden van MRE tot een toename van gemeentelijke inzet in regionale vraagstukken lijken te leiden. Bij jaarrekeningen van organisaties zien we vaak dat bepaalde werken/projecten/investeringen e.d. niet zijn uitgevoerd in het betreffende jaar. Daardoor blijft er geld op de plank liggen, dat niet voor andere doeleinden kan worden gebruikt. Daarom vragen we nog beter te prioriteren en reëlere inschattingen te maken. De MRE kijkt alleen naar haar eigen opgaven en gaat wat te gemakkelijk voorbij aan de opdrachten en uitdagingen, die gemeenten hebben. Wij roepen de MRE daarom op ook heel kritisch te kijken waar kosten kunnen worden bespaard, b.v. door andere prioritering. We willen nadrukkelijk vragen de mogelijkheden van aanvullende middelen en besparingen voor de komende jaren te verkennen. U stelt voor 2026 een terughoudend financieel beleid voor. Behoudens indexering en aanpassing aan gewijzigde inwoneraantallen veranderen de gemeentelijke bijdragen niet.
Naast de inzet op het verkrijgen aanvullende middelen uit Rijks-, provinciale- en Europese programma’s en uit de private sector benoemt u een aantal kansen waar mogelijk in 2026 en de jaren daarna financieel voordeel te behalen valt. Het is de moeite waard om dergelijke kansen voortvarend te verkennen.
middelen maar juist door integratie van de bedrijfsvoering (Team MRE en RHCe) zo efficiënt en effectief mogelijk de MRE-organisatie dit jaar hebben ingericht. Ook blijven we inzetten op het aantrekken van andere financieringsbronnen dan de inwonerbijdragen. We nemen de oproep om meer oog te hebben voor de gemeentelijke realiteit nadrukkelijk mee bij verdere beleidsvoorbereiding en inhoudelijke afwegingen. Daarbij blijven we goed in gesprek met onze deelnemende gemeenten over hoe we samen, ook in financieel uitdagende tijden, blijven bijdragen aan de gezamenlijke opgaven van de regio. Ook zullen we in afstemming met de andere grote GR’en in de regio bezien waar we met elkaar kansen kunnen benutten voor een doelmatige aanpak, zoals bij de bedrijfsvoeringsfuncties. Daarnaast proberen we nog een stap te maken in het zo reëel mogelijk begroten.
7
Son en Breugel Eindhoven Best Nuenen c.a. Oirschot Laarbeek Geldrop-Mierlo
Bergeijk Bladel Eersel Valkenswaard Veldhoven Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel Laarbeek
Als ook verder te onderzoeken naar bezuinigingsmogelijkheden. Wij onderschrijven de voorgestelde lijn om in 2026 een terughoudend financieel beleid te voeren. Behoudens indexering en aanpassing aan het inwoneraantal wijzigen de gemeentelijke bijdragen niet. Dit is passend en gewenst, gezien het ‘ravijnjaar’ en de druk op de gemeentelijke begrotingen. Wij waarderen het dat u tevens enkele mogelijkheden tot besparing en samenwerking benoemt (zoals bij bedrijfsvoeringsfuncties of beleidsarme onderdelen). Wij moedigen u aan deze kansen voortvarend te verkennen, mede gelet op het belang van een robuuste MRE-organisatie. In het kader van de uitwerking van het gezamenlijk delen van bedrijfsvoeringsfuncties wijzen wij u voor de volledigheid op een in 2020, door de toenmalige directeuren van de vier GRen, uitgevoerd onderzoek.
waar toen geconcludeerd werd dat dit geen effect zal hebben.
8
Son en Breugel Best
Bergeijk Bergeijk Someren
Daaruit bleek juist dat er geen voordeel te halen was door samenwerking tussen de GR-en op gebied van bedrijfsvoering. Het is de moeite waard om dergelijke kansen voortvarend te verkennen. De uitwerking van het gezamenlijk delen van bedrijfsvoeringsfuncties door onze Gemeenschappelijke Regelingen (GR-en) is er daar een van. Daarnaast adviseren wij u mogelijke besparingen eerst goed te onderzoeken om te voorkomen dat deze op een later moment toch negatief uitpakken. Wij vinden het van groot belang dat de MRE zich verder ontwikkeld tot een slagvaardige organisatie om samen te werken aan de opgave van de komende jaren. Vanaf 2026 laat de begroting van de gemeente Someren grote tekorten zien door de bezuinigingen vanuit het Rijk. Deze bezuinigingen kan de gemeente niet alleen opvangen. Bij de Begroting 2025 van de GR'en hebben wij hierover al een zienswijze ingediend. In deze zienswijze werd gemeld dat alle verbonden partijen zullen moeten meedelen in de bezuinigen van het Rijk. Om op termijn weer een sluitende begroting te kunnen presenteren zijn we gestart met het project Zero Based Budgetting (ZBB) met als doel om de lasten en baten weer structureel met elkaar in evenwicht te brengen en een sluitende begroting aan te bieden.
Eventuele taakstellende bezuinigingen richting onze GR'en zijn hierbij niet uit te sluiten, zoals ook al in onze zienswijze bij de Begroting 2025 is opgenomen. Wij vragen aan de GR dan ook het volgende: - Rekening te houden met bovenstaand scenario bij het opstellen van de Begroting 2026; - Specifieke, goed onderbouwde keuzemogelijkheden in beeld te brengen. Uitgangspunt hierbij is dat de uitvoeringskosten in de Begroting 2026 en 2027 niet stijgen.
9
Asten
Zoals wij u ook in onze reactie op uw Kadernota 2026 hebben meegedeeld laat de Begroting 2026 van de gemeente Asten grote tekorten zien vanaf 2026. Naar aanleiding hiervan hebben we bij de Begroting 2025 van de GR-en hierover al een zienswijze ingediend. De bezuinigingen van het Rijk kan de gemeente niet alleen opvangen. In de eerdere zienswijzen (Begroting 2025 en Kadernota 2026) werd al gemeld dat alle verbonden partijen zullen moeten meedelen in deze bezuinigingen van het Rijk. Het tekort van de gemeente Asten is in 2026 € 2,9 miljoen. Om op termijn weer een sluitende begroting te kunnen presenteren zijn we gestart met het project ‘Asten in Balans’ met als doelstelling de lasten en baten weer structureel met elkaar in evenwicht te brengen en een sluitende begroting aan te bieden. Alles ligt daarbij op tafel, ook onze bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen. Eventuele taakstellende bezuinigingen richting onze GR-en zijn hierbij niet uit te sluiten.
Asten
Indexering Bladel Eersel Helmond Reusel-De Mierden
In onze zienswijze op uw Kadernota 2026 hebben wij u gevraagd: - bij het opstellen van de Begroting 2026 met het bovenstaande scenario rekening te houden; - specifieke en goed onderbouwde keuzemogelijkheden in beeld te brengen. We hebben geconstateerd dat u met onze eerdere zienswijze geen rekening heeft gehouden. In de ontwerp Begroting 2026 is zichtbaar dat u oog heeft voor de situatie waarin gemeenten verkeren. Dat waarderen we, maar uw Begroting 2026 bevat geen onderbouwde keuzemogelijkheden om te bezuinigen. Wij roepen de MRE op geen indexering toe te passen voor in ieder geval 2026 en 2027. Zoals eerder verwoord staan gemeenten voor een grote financieel uitdaging. Gevolg hiervan zijn de begrenzingen
De indexeringsmethodiek zoals in de Begroting 2026 is toegepast is vastgelegd in de beleidsnotitie Kaders P&Cdocumenten (conform AB-besluit 21 december 2022 en opgesteld door de vier grote gemeenschappelijke regelingen
10
Laarbeek Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Deurne
Asten
Helmond Deurne Asten Best Nuenen c.a. Reusel-De Mierden Laarbeek Waalre Heeze-Leende Bladel Oirschot Son en Breugel Bladel Eersel Helmond
van de financiële middelen van de gemeenten. Onze gemeente moet (moeilijke) keuzes maken en prioriteiten stellen. Het kan niet anders dan dat de gemeenschappelijke regeling hier ook in bijdraagt en zijn verantwoordelijkheid neemt. Wij roepen op geen indexering toe te passen voor in ieder geval 2026 en 2027. Zoals eerder verwoord staan gemeenten voor een grote financiële uitdaging. Gevolg hiervan zijn de begrenzingen van de financiële middelen van de gemeenten. Gemeenten vormen samen de gemeenschappelijke regeling. Het kan niet anders dan dat de gemeenschappelijke regelingen hier ook in bijdragen en hun verantwoordelijkheid nemen. Zoals eerder verwoord staan gemeenten voor een grote financiële uitdaging. Gevolg hiervan zijn de begrenzingen van de financiële middelen van de gemeenten. Onze gemeente moet moeilijke keuzes maken en prioriteiten stellen. Het kan niet anders dan dat de gemeenschappelijke regelingen hier ook in bijdragen en hun verantwoordelijkheid nemen. We begrijpen de uitdagingen waar MRE voor staat en dat het zeer lastig is om te besparen / bezuinigen.
VRBZO, GGD, ODZOB en MRE) en vormt daarmee het uitgangspunt voor de jaarlijkse indexering van de inwonersbijdrage. Daarbij is destijds ook het belang benadrukt dat iedereen zich houdt aan de afgesproken regels. In de Kadernota 2026 is deze systematiek dan ook conform de gemaakte afspraken toegepast en vastgesteld door het AB (18 december 2024). Tegelijkertijd begrijpen wij de wens van gemeenten om de gehanteerde systematiek kritisch te beschouwen. In dat kader loopt er momenteel een gezamenlijke evaluatie met de drie andere betrokken gemeenschappelijke regelingen in de regio waarin wordt geëvalueerd hoe in het verleden is geïndexeerd, wat gangbare praktijken zijn en hoe in de toekomst specifieker, realistischer en effectiever geïndexeerd kan worden. Zowel gezamenlijk als, indien nodig, per regeling afzonderlijk. De uitkomsten van deze evaluatie zullen uiteraard met de deelnemende gemeenten worden gedeeld.
Desondanks doen wij deze oproep. Mede gezien de oproep van de VNG en het principe van trap op trap af, waarbij de gemeenten niet alleen de zware
11
Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Asten Best Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel
Laarbeek
bezuinigingen kunnen dragen. Hierdoor moet er ook gekeken worden naar het verlengd lokaal bestuur en moeten bezuinigingen ook plaatsvinden bij verbonden partijen.
Mede gezien de oproep van de VNG om de financiële uitdagingen scherp op tafel te leggen en samen alles te doen om de dreigende situatie te verzachten. Daarnaast wensen wij het principe van samen trap op trap af toe te passen, omdat de gemeenten niet alleen de zware bezuinigingen kunnen dragen. Desondanks doen wij deze oproep. In de vorig jaar ingediende zienswijze is aangegeven dat er met de conceptbegroting kan worden ingestemd, maar dat er bezuinigingen moeten worden doorgevoerd als de verwachte effecten van het ravijnjaar ook echt plaats gaan vinden. Dat is het geval. Mede gezien de oproep van de VNG en het principe van trap op trap af kan de gemeente niet alleen de zware bezuinigingen dragen. Hierdoor moet er ook gekeken worden naar het verlengd lokaal bestuur en moeten bezuinigingen ook plaatsvinden bij de gemeenschappelijke regelingen. Daarom wordt nu door de gemeente Laarbeek voorgesteld geen indexering toe te passen voor de jaren 2026 en 2027, zodat de gemeentelijke bijdragen niet verhogen.
Bladel Eersel Helmond
Daarnaast is het nodig, zoals eerder aangegeven, verdere bezuinigingen te onderzoeken of andere inkomsten te verhogen waardoor de gemeentelijke bijdragen gelijk blijven of liever nog, verlaagd kunnen worden. We zien ook ruimte bij de gehanteerde indexeringsmethodiek. In voorliggende concept Begroting 2026-2029 is gerekend met de indexeringen volgens de
12
Reusel-De Mierden Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Bladel Helmond Reusel-De Mierden Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel Eersel
Helmond Veldhoven Waalre
Kadernota 2026. De indexeringsmethodiek, zoals vastgelegd in de Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR, is bedoeld om, op basis van CPB ramingen, in de begroting anticiperend rekening te houden met stijging van lonen en prijzen. In de MRE Begroting 2025 zijn de gemeentelijke bijdragen geïndexeerd met 6,38%, gebaseerd op een verwachte loonstijging van 6,7% en een verwachte prijsstijging van 3,5%. Voor 2026 wordt wederom een relatief hoge indexering toegepast, die de voorgaande versterkt. Indien de daadwerkelijke ontwikkeling van de lonen en prijzen structureel afwijkt van deze ramingen, dan schiet deze methodiek haar doel voorbij.
Graag zouden wij eens een evaluatie op dit vlak zien. Op het moment dat een indexering in stand blijft, moet de indexering van de loonstijging aangepast worden op basis van de actuele looneis. In de Begroting MRE 2025 is rekening gehouden met een loonstijging van 6,7% (CAO looptijd tot 1 april 2025). Voor de Begroting 2026 wordt gerekend met een loonstijging van 4,7%. Voor 2025 en 2026 bedraagt de totale loonstijging 11,7% (1,067x1,047). De bonden hebben een looneis van 9,2% (1,05x1,04) tot en met 31 december 2026. Wij verzoeken u om de loonindexering in de Begroting 2026 met 2,5% naar beneden bij te stellen. ,met bijzondere aandacht voor exceptionele situaties. Wij verzoeken in de Begroting 2026 het indexpercentage aan te passen naar een realistisch niveau. Hierbij rekening houdend met de positieve resultaten de afgelopen jaren. Zoals u weet is de indexeringsmethode voor loon- en prijsstijgingen voor het Gemeentefonds reeds gewijzigd. In plaats van de loonvoet en IMOC wordt nu de BBP-
13
Cranendonck
Oirschot Nuenen c.a. Asten Geldrop-Mierlo
ontwikkeling gehanteerd. Aangezien de bekostiging voor u en ons uit datzelfde Gemeentefonds blijft komen, kunnen wij ons voorstellen dat ook de MRE vanaf 2028 op begrotingsbasis uitgaat van het BBP percentage. Wij krijgen immers te maken met eenzelfde mate van loonstijging. De korting op het Gemeentefonds in 2026 heeft grote impact op onze bedrijfsvoering en de uitvoering van (wettelijke) taken. Zoals u weet is de indexeringsmethode voor loon en prijsstijgingen voor het Gemeentefonds gewijzigd per 2024 in plaats van de eerdere planning in 2027. Van loonvoet en IMOC naar BBP-ontwikkeling. Met de huidige cijfers betekent dat voor de gemeente een loonindexatie van 2,7% terwijl de MRE vraagt om 4,5% op basis van de oude systematiek. De bekostiging voor u en ons blijft daarbij wel uit datzelfde Gemeentefonds komen. Wij vinden het redelijk en ook recht doen aan onze samenwerking, wanneer ook de MRE op begrotingsbasis uitgaat van het BBP percentage. Uiteindelijk krijgen we beide te maken met eenzelfde mate van loonstijging. Met deze zienswijze verzoeken we u daarom uw beleidskader uit 2022 los te laten en aan te sluiten bij de realiteit van 2025 en aanzienlijke veranderde financiële omstandigheden. Wij wijzen u graag op de motie van deze strekking door ons op 11 maart 2025 is aangenomen.
Aanvullend willen we aangeven dat we verwachten dat de loonontwikkeling in de begroting aangepast wordt aan de vastgestelde CAO. De indexeringsmethode van het Gemeentefonds voor loonen prijsstijgingen is veranderd. Wij constateren dat het indexeringspercentage van het Gemeentefonds volgens de nieuwe methode lager uitvalt dan het indexeringspercentage dat u hanteert op basis van de oude methode. Dat leidt ertoe dat wij ieder jaar door het ongelijke indexeringspercentage mogelijk een hogere geïndexeerde bijdrage betalen aan uw gemeenschappelijke regeling dan dat wij qua indexatie worden gecompenseerd door het Gemeentefonds.
14
Heeze-Leende
Geldrop-Mierlo
Gelet op de realiteit en onze samenwerking verzoeken wij u om het door u gehanteerde indexatiepercentage in overeenstemming te brengen met de nieuwe indexeringssystematiek van het Gemeentefonds, zodat de kosten niet méér stijgen dan de kosten waarvoor de gemeente vanuit het Gemeentefonds wordt gecompenseerd. Bij dit gezamenlijk onderzoek nadrukkelijk de motie vreemd van de gemeenteraad van Cranendonck te betrekken van 11 maart jl., die constateert dat er op dit moment een verschil in indexering wordt gehanteerd bij de verschillende GR-en waaronder de MRE (4,7%) en de indexering die we als gemeente gaan krijgen vanuit het Gemeentefonds (2,3%). Een verschil van 2,4%. Geldrop-Mierlo acht toepassing van indexatie voor 2026 legitiem en passend binnen het uitgangspunt van een realistische en voorspelbare begroting. Indexatie maakt het mogelijk de basisinzet van de MREorganisatie in stand te houden, zonder dat aanvullende verhogingen noodzakelijk zijn. Tegelijkertijd onderkennen wij het bredere verzoek van gemeente om de gehanteerde indexeringsmethodiek gezamenlijk te evalueren en waar nodig te herijken, met het oog op realistisch begroten richting de toekomst. Wij verwachten van de Gemeenschappelijke Regelingen dat ze in het kader van realistisch / scherper begroten ook realistische / daarbij passende indexpercentages toepassen / hanteren.
Wij vragen de komende jaren de indexeringsmethodiek gezamenlijk te onderzoeken en aan te passen. Waarbij deze ingaat vanaf 2028.
Bladel Eersel Helmond Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Aandacht voor kleine kernen
15
Bladel
De MRE stelt in haar antwoord op de reactie van de gemeenteraad van Bladel op de kadernota dat ‘in onze verantwoording via de reguliere P&C-cyclus zullen we activiteiten van de MRE in het kader van een groei in balans met uw aandachtpunt nadrukkelijker meenemen’.
Het klopt dat wij uw eerder verzoek zo goed mogelijk zullen betrekken bij de rapportages in het kader van onze P&Ccyclus. Wij zullen in de 2e bestuursrapportage van 2025 hierin een eerste stap maken.
Verwacht wordt dat de MRE in de ontwerp Begroting 2026 nog duidelijker en concreter opneemt op welke wijze ook de kleinere dorpen en kernen (kunnen) meeprofiteren van de schaalsprong en hoe de beschikbaar gestelde gelden worden ingezet in de diverse deelregio’s om de schaalsprong mogelijk te maken.” Speelveld samenwerkingspartners Veldhoven
In de concept Programmabegroting 2026 MRE wordt nadrukkelijk ingegaan op de relatie met het Rijk, de Provincie en bovenregionale samenwerkingen. We zijn met u eens dat dit belangrijke ingrediënten zijn om onze gezamenlijke ambities te realiseren.
Echter ook de sub regionale samenwerkingsverbanden zijn van cruciaal belang om slagkracht in de uitvoering te behouden. In het verleden heeft in ieder geval het Stedelijk Gebied Eindhoven laten zien dat ze een goede kraamkamer kan zijn om samen een versnelling aan te brengen in concrete opgaven, zoals op het gebied van wonen. We verzoeken u de positie van de subregio’s en de kansen, die dit met zich meebrengt op te nemen de begroting van MRE. Eerst regionale basis op orde Bergeijk De transformatie naar programmasturing vraagt zowel van Bladel de MRE-organisatie als van de 21 gemeenten nog de nodige Eersel aanpassingen. Met de Begrotingen van 2024 en 2025 zijn de Valkenswaard voorwaarden gecreëerd om de rol van de MRE te Veldhoven transformeren van procesondersteuning naar Helmond programmasturing. Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek
De subregio's SGE, De Peel, De Kempen en A2-gemeenten vormen een belangrijke verbinding met de MRE, waarbij we onderkennen dat de subregio's zelf op een verschillende wijze en niveau zijn georganiseerd. Dit jaar zijn eerste stappen gezet om voor versterking van de uitvoeringskracht en het oplossen van knelpunten via de regionale regietafel hierop met elkaar nog beter sturing te geven. De positie van de subregio's en de kansen, die dit met zich meebrengt zullen wij uiteraard benutten.
Gemeenten worden actief betrokken bij de bovenregionale samenwerking, zoals een zienswijzenprocedure voor de raden na de zomer van 2025 voor mogelijke afspraken met Weert, Meierijstad en Venlo. Gemeenten worden ook actief betrokken bij de afstemming over eventuele capaciteitsinzet voor de bovenregionale samenwerking. Eventuele inzet vanuit MRE en/of gemeenten zal relatief beperkt zijn en dient een duidelijke win-win op te leveren.
16
Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Eindhoven Best Nuenen c.a. Geldrop-Mierlo Oirschot Bergeijk Bladel Eersel Valkenswaard Veldhoven Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Son en Breugel
Nuenen c.a. Bladel Eersel Valkenswaard Veldhoven
De kernopgave van de MRE-organisatie blijft daarbij het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant.
Toen wij afgelopen twee jaar instemden met de uitbreiding van de MRE-organisatie was ons beeld ook dat MRE een aantal werkzaamheden in plaats van de gemeenten zou gaan uitvoeren. Hierdoor zouden gemeenten dit niet allemaal individueel hoeven te doen. De resultaten daarvan zien we nog niet. Daarnaast heeft deze veranderende rol van de MRE invloed op de samenwerking binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven. Daarin moet een nieuwe onderlinge balans gezocht worden. Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op de bovenregionale samenwerking.
17
Helmond Gemert-Bakel Reusel-De Mierden Laarbeek Deurne Waalre Heeze-Leende Son en Breugel Best Nuenen c.a. Oirschot Geldrop-Mierlo
Cranendonck
Oirschot
Wij vragen u voorlopig terughoudend te zijn met (capaciteits)inzet op bovenregionale samenwerking, zolang de regionale basis – in structuur, proces en samenwerking – nog in ontwikkeling is. Dit geldt met name voor strategische processen waar de uitvoeringslast elders komt te liggen. Een belangrijke prioriteit voor onze regio is de bovenregionale samenwerking. Door onze ligging op de as Eindhoven-Weert is Cranendonck zich als geen andere gemeente ervan bewust dat de grenzen van het daily urban system van Brainport zich niet beperkt tot de bestuurlijke grenzen van de regio. De bovenregionale samenwerking, zoals deze in 2025 wordt verkend is onzes inziens essentieel voor de realisatie van de schaalsprong. Waar onder een aantal MRE-gemeenten de behoefte bestaat om juist te focussen op het MREgrondgebied, neemt de gemeente Cranendonck hier nadrukkelijk een ander standpunt over in. Vanuit de ambities in het Samenwerkingsakkoord en gelet op de uitdagingen van de schaalsprong, willen wij wel graag meer focus zien op de samenwerking met Hart van Brabant/Stedelijke Regio Breda-Tilburg. Wij denken dat, onder andere op het grote thema mobiliteit, samenwerking met deze regio veel meerwaarde biedt voor de MRE zelf.
Mobiliteit Helmond
Voor mobiliteit herkennen wij de genoemde ambities, programma’s en samenwerkingen. We willen wel aandacht vragen voor de samenwerking
De samenwerking op het gebied van mobiliteit binnen de 21 gemeenten is van cruciaal belang om gezamenlijk de opgaven te kunnen waarmaken, zowel beleidsmatig als financieel. Wij
18
Helmond
binnen de regio. We vragen om een eenduidige organisatie om de 21 gemeenten te betrekken, middels de bestaande structuur met de subregio’s. Daarnaast benoemt u de Korte Termijn Programma’s die u aanstuurt, coördineert, beheert en verantwoordt. In de opsomming ontbreekt het pakket ‘Maatregelen uit het restbudget A67’ (beoogde vaststelling 2025).
betrekken daarbij uw aandachtspunt voor een zo eenduidig mogelijke organisatie met de structuur van de subregio's. Wij zullen het ontbrekende pakket ‘maatregelen uit het restbudget A67’ hierbij alsnog opnemen.
Ruimte en wonen Helmond
Helmond
Voor ruimte en wonen willen we gezamenlijk een instrument of afwegingkader ontwikkelen dat voor lokale en regionale ontwikkelingen toepasbaar is als hulpmiddel bij integrale keuzes. Vanuit het gezamenlijk perspectief is dat een mooi streven, maar vanuit regeldruk brengt dit wederom extra stappen met zich mee. Bovendien staat dit haaks op de ambities om onder meer woningbouw te versnellen in de regio. Dat doen we teniet door allerlei extra beleidsregels op MRE-niveau te formuleren. Wij vragen u daar rekening mee te houden. De rol van MRE in woningbouwregie is naast gemonitorde data ook gekoppeld aan de ontwikkelstrategie, woondeal en Beethoven, waarin de gemaakte afspraken van de regio zijn vastgesteld. Die koppeling missen we vooralsnog in de begroting.
Duidelijk signaal dat we gaan meenemen in de ontwikkeling. Dit zal dan ook aan de orde komen in het Portefeuillehoudersoverleg ruimte en wonen.
Wij vragen extra aandacht om op een eenduidige manier te bezien hoe de verbinding tussen het programma Vitale groene leefomgeving en andere gebiedsoverstijgende programma's, zoals NOVEX De Peel en Van Gogh Nationaal Park tot stand kan komen. Raakvlak ligt er ook met SGE-ruimte, waarbinnen gekeken wordt naar (door)ontwikkeling van groenblauwe structuren. De input voor het opstellen van het gezamenlijke bod voor de regionale investeringsagenda zou (mede) uit deze gebiedsoverstijgende programma's / samenwerkingsverbanden dienen te komen.
Dit is een terecht aandachtspunt. De lijn is, om na vaststelling het Programma vitale groene leefomgeving als gezamenlijk kompas te gebruiken vanuit de 21 gemeenten samen: van binnen naar buiten. Op dit niveau worden de strategische partners actief betrokken om samen de dwarsverbanden inzichtelijk te maken en te benoemen op welke punten we gezamenlijke belangen en koers hebben. Op projectniveau wordt vervolgens gezocht naar realisatiekracht en middelen bij de partners om projecten tot uitvoering te laten komen. De clustering van projecten vormt samen een regionale uitvoeringsagenda.
Wij zullen uw aandachtspunt ook bezien in relatie tot de begroting.
Landelijk gebied Helmond
19
Gezien de complexiteit in samenhang en verwevenheid van opgaven binnen thema groene vitale leefomgeving is een prioritering van opgaven in zowel het uitvoeringsprogramma VLG als ook het gezamenlijke bod voor de regionale investeringsagenda noodzakelijk. Landgoed Gulbergen Helmond
Brede welvaart Veldhoven
Helmond
Helmond
Gulbergen heeft voor Helmond als aangrenzende gemeente een belangrijke functie als groen recreatiegebied. Ook ecologisch gezien is Gulbergen een belangrijke verbinding, die onder andere Strabrechtse Heide, Stiphoutse bossen en Mosbulten met elkaar verbindt. Wij vragen u om Helmond nauw te betrekken bij de programmatische ontwikkeling van het Landgoed Gulbergen.
De ontwikkeling van Landgoed Gulbergen wordt bestuurlijk gemonitord in de Adviescommissie Gulbergen. Daarnaast is er ambtelijk overleg tussen de gemeente Helmond en de MRE om af te stemmen daar waar dat nodig is.
Hoewel brede welvaart in het samenwerkingsakkoord wordt benoemd als bril waardoor we naar de opgaven kijken, komt dit nog weinig concreet terug in de begroting. De gemeente Veldhoven waardeert het als de MRE brede welvaartsaspecten duidelijker adresseert in de begroting en verzoekt MRE de effecten beter meetbaar te maken.
Wij begrijpen uw opmerking. Dit heeft gezien de geïntensiveerde opgaven in het kader van ‘Beethoven’ vooralsnog geen prioriteit gehad. Momenteel wordt een plan van aanpak voorbereid om te bezien hoe we hieraan concreter invulling kunnen geven. Ook uw gemeente betrekken we daarbij. Wel met het aandachtspunt voor de uitvoerbaarheid hiervan. U kunt deze combinatie in het licht zien van voorgaande reactie, namelijk om de aanpak van brede welvaart
Het onderwerp regionale aanpak brede welvaart wordt in één adem genoemd met de P&C-cyclus. Wij vinden dit een vreemde combinatie. De participatie in het nationaal netwerk brede welvaart levert voor de 21 gemeenten geen output. Het MRE dient een keuze te maken om hier ofwel zichtbare meerwaarde te leveren ofwel dit als besparing te beëindigen.
Wij nemen uw opmerking mee in de afweging om hierop meer meerwaarde te laten zien dan wel dit te beëindigen. Hierop komen wij terug in de 2e bestuursrapportage in 2025.
Sociaal domein Son en Breugel
Naar aanleiding van de aangenomen motie d.d. 3 juli 2024 in de gemeenteraad van Son en Breugel roepen wij de MRE op de strategische regionale samenwerking in het sociaal domein te versterken.
Wij hebben met de vervolgaanpak basis- en topvoorzieningen binnen de MRE een bewuste keuze gemaakt (april 2025) om de sturing hierop ook te versterken met een vertegenwoordiger van de 21 wethouders sociaal domein zodat ook vanuit sociaal perspectief, naast ruimte en economie, hierop invloed kan
20
worden uitgeoefend. Immers het gaat ook om de toekomstige voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn en onderwijs. Dus in dit opzicht versterken wij de samenwerking, ook vanuit het perspectief sociaal domein. Daarnaast hebben wij kennisgenomen van het eigen strategische traject van de wethouders sociaal domein (kopgroep) in onze regio via het zogenoemde white paper ‘Van schaalsprong naar kwaliteitsprong: sociaal maatschappelijke opgaven in een sterk groeiende regio’ (april 2025), waarop zij de samenwerking binnen de regio willen versterken. Wij zien dit als een parallel traject, waarbij dit geen onderdeel uitmaakt van de MRE.
21