A17 MRE - Bijlage 1 ALG Jaarrekening MRE 2025 - getekend
Tekst van het document
30
• • •
energietransitie van september is een presentatie gegeven over het Stimuleringsfonds.
Delen van innovaties via nieuwsbrieven en bijeenkomsten (i.s.m. Brainport Development) Onder de aandacht brengen van het MRE Stimuleringsfonds. Input leveren/meedenken bij de Human Capital Agenda van de arbeidsmarktregio’s in samenwerking met Brainport Development.
In het Ambtelijk overleg energietransitie is een presentatie gegeven over de Human Capital agenda klimaatbanen. De coördinatie hiervan ligt bij de arbeidsmarktregio’s.
Energiesysteem Wat willen we bereiken? • • •
Zorgen voor samenhang van regionale (ruimtelijke/economische) ontwikkelingen met het (toekomstige) energiesysteem. Versnelling van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de regio. Meer inzet en opschaling van slimme oplossingen om het elektriciteitsnetwerk efficiënter te benutten.
Wat hebben we in 2025 gedaan?
Activiteiten 2025 •
De ontwikkeling van een regionale strategie en afspraken over de inzet van alternatieve energiedragers voor woningbouw, (proces)industrie en de glastuinbouw:
-
collectieve warmtebronnen waterstof groen gas grootschalige batterij(opslag)
Stand
Toelichting Haalbaarheidsstudie van het waterstofnet is opgeleverd in april 2025. De vervolgstap is een systeemstudie samen met de bedrijven en Enexis. De beoogde oplevering hiervan is begin 2026. De gemeente Eindhoven gaat een aanvraag indienen om de regionale aansluiting mee te laten nemen in het ontwerp van de Delta Rhine Corridor. De aanpak richt zich in 1e fase op het voorzien van waterstofrichting de procesindustrie in het stedelijk gebied. Voor groen gas is een uitvraag gedaan voor een potentieonderzoek groen gas in onze regio; dit zal starten in 2026. Daarnaast is een coalitie van gemeenten actief op het thema groen gas (zie verder onder thema warmte). We werken met een gemeente aan een individuele casus van grootschalige batterijopslag. Voor collectieve warmte oplossingen: zie thema warmte.
31
•
Als eerste stap naar een integrale (ruimtelijke) programmering voor de regio meenemen van de energieopgave in de actualisatie van het MIRT-onderzoek ‘Verstedelijking en mobiliteit Brainport 2040’. De MREorganisatie en gemeente Eindhoven trekken hierbij gezamenlijk op. Hierbij besteden we ook nadrukkelijk aandacht aan een toekomstbeeld voor de energie-infrastructuur voor na 2035.
Er is een onderzoek uitgevoerd naar de benodigde energie-infrastructuur voor de ruimtelijke ambities binnen MRE, in nauwe samenwerking met Provincie en Enexis. Dit is de inbreng geweest binnen de actualisatie van het brede MIRTonderzoek Verstedelijking en Mobiliteit Brainport 2040.
•
Afstemmen MRE-organisatie met partners over oplossingen voor de netcongestie op korte en langere termijn. Er wordt intensief samengewerkt met de netbeheerders TenneT (hoogspanningsnet) en Enexis (midden- en laagspanningsnet). Vervullen voortrekkersrol MREorganisatie met als doel het versnellen van de uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk in de regio. Per netvlak (hoog-, middenof laagspanning) vraagt dit een andere inzet: Hoogspanningsnet: afstemming met netbeheerders, Provincie en gemeenten voor versnelde aanleg en lobby om regionale belangen te borgen. Vasthouden aan prioriteit voor onze regio in het landelijke Meerjarenprogramma Infrastructuur en Energie en Klimaat (MIEK). Midden- en laagspanning: regisseursrol bij afstemming tussen gemeenten en netbeheerders en het maken van afspraken over standaard processen en producten om ruimtelijke doorlooptijd van procedures te verkorten. Hierover hebben we afspraken gemaakt met Enexis in het Uitvoeringsprogramma Toekomstbestendig Elektriciteitsnetwerk Brainport (UTEB).
De afstemming met TenneT en Enexis over oplossingen op de middellange termijn heeft continue aandacht en gaat ook steeds beter. Er zijn echter nog steeds verbeterpunten, waaronder het stroomlijnen en verbeteren van het informatieproces.
•
-
-
Het pMIEK is vastgesteld door de Provincie Noord-Brabant, waarin de MRE de belangen van de regio heeft geborgd. In afstemming met de netbeheerders, Provincie en Rijk is een start gemaakt met een regionale werkagenda voor de versterking van de aanpak van netcongestie in de regio. MRE werkt samen met de partners voor de lobby voor een 2e nMIEK project in 2026. De regio werkt aan het versnellen van de realisatie van 33 middenspanningsstations, van de 80+ die nodig zijn t/m 2035. Voor 17 van de 33 stations is in oktober 2025 de locatie bepaald en loopt nu het proces voor grondverwerving en vergunningsverlening. In Q1 2025 zijn er afspraken gemaakt met alle gemeenten voor grondovereenkomsten voor laagspanningsinfrastructuur. Aanvullend is er in Q4 2025 een ontwerp NOK (nadere overeenkomst) ontwikkeld, die verdere afspraken vastlegt over o.a. de locatiebepaling, uitvoering, buurtvolgorde, etc. De vaststelling van de NOK zal in Q2 2026 plaatsvinden.
32
Voor uitbreiding van het laagspanningsnetwerk zijn pilots van Enexis opgestart met een buurtaanpak in Best, Eindhoven en Son en Breugel. De leerlessen zijn verwerkt in de afspraken in de ontwerp NOK.
•
Vanaf 1 januari 2026 start het Realisatieteam energie-infra voor de ondersteuning van gemeenten en Enexis bij de realisatie van de middenspanningsstations. Het realisatieteam valt onder gezamenlijk opdrachtgeverschap van de MRE en Enexis. Gecoördineerd vanuit Brainport Development is er ondersteuning bij het realiseren van slimme oplossingen en zorgen we voor kennisdeling. Dit doen we zowel op individuele basis (individuele bedrijven) als collectief (ondersteuning energiehubs). In 2025 is er elke 6 weken een werksessie geweest met betrokken gemeenten voor de coalitie Energiehubs. Brainport Development heeft ook een 2e energiehub-regisseur geworven voor de ondersteuning van gemeenten.
MRE-organisatie zorgt samen met Brainport Development voor informatie-uitwisseling tussen bedrijven, gemeenten en andere partijen over pilots en subsidiemogelijkheden.
Binnen de MRE werken we aan meerdere energiehub-pilots, zoals bijvoorbeeld op het Kempisch Bedrijvenpark (KBP) en de Waterlaat in Bergeijk. In 2025 zijn de pilotafspraken in het KBP is in werking getreden. De Waterlaat is ver gevorderd in het voorbereiden van een overeenkomst met Enexis. Vanuit de Provincie is er een bijdrage gekomen voor 8 bedrijventerreinen in de MRE voor het realiseren van energiehubs.
•
De verdere uitrol van energiehubs lijkt te stagneren vanwege onvoldoende voordelen voor de deelnemende bedrijven in de hub. Hiervoor loopt landelijk een proces met de netbeheerders. Op verschillende deelthema’s zijn subsidies verkregen bij Rijk en Provincie (zoals op de thema’s isolatie, bedrijventerreinen of ecologie bij grootschalige opwek). Ook zijn afspraken gemaakt met Rijk en Provincie voor een financiële bijdrage
Onderhouden en benutten netwerk met provincie, Rijk en Europa om bijvoorbeeld aan te kunnen sluiten bij landelijke of Europese projecten.
33
aan een fonds ten behoeve van de versnelling van een aantal (netinfrastructuur)casussen in onze regio. In 2025 zijn geen Europese subsidies aangevraagd. •
Binnen de MRE werken we aan meerdere energiehubs als pilots binnen Nederland, zoals bijvoorbeeld op het Kempisch Bedrijvenpark en de Waterlaat in Bergeijk. Dit vereist langdurige inzet.
Gemeenten hebben rol om als ‘launching customer’ op te treden bij de uitrol van nieuwe technieken en werkwijzen, zoals op het gebied van de opwek van zon- en windenergie of batterijsystemen.
Grootschalige opwek energie Wat willen we bereiken? •
Realisatie zonne- en windparken, conform de afgesproken ambitie in de RES 1.0 (2 (TWh) in 2030).
•
Realisatie zon op bedrijfsdaken en ‘restruimtes’ als taluds, op parkeergarages of bij vliegvelden.
•
Alle gemeenten hebben beleid op het gebied van lokaal eigendom bij grootschalige wind- en zonprojecten.
Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 • Organisatie bestuurlijk gesprek over de voortgang, signaleren knelpunten. Afstemming met betrokken partners zoals Defensie, Rijkswaterstaat en waterschappen.
•
Stand
Toelichting Bestuurlijk gesprek is georganiseerd in stuurgroep en portefeuillehoudersoverleg. De activiteiten zijn goed uitgevoerd, maar de resultaten vragen gezamenlijke aandacht. Binnen het OER-traject (‘Opwek Energie op Rijksgrond’) is er regulier overleg met Rijkswaterstaat. De (voor)verkenning voor OER Brainport Infra (zonne-energie langs de snelwegen) is inmiddels afgerond. Een beperkt aantal gemeenten gaat in 2026 verder met de daadwerkelijke realisatie van de resterende potentie. Met Defensie wordt een traject gestart binnen OER. De voortgang wordt bijgehouden in een online dashboard. Voor de Voortgangsrapportage RES 2025 is de stand van zaken t.a.v. het bod van 2 TWh aan grootschalige opwek opnieuw
Monitoring voortgang zonne- en windparken, in het online ‘dashboard RES MRE’.
34
bekeken. Daarbij is ook het onderzoek naar de consequenties van actuele ontwikkelingen meegenomen. Conclusie is dat we het bod van 2 TWh niet vóór 2030 gaan halen als er niets verandert. De activiteiten zijn goed uitgevoerd, maar de resultaten vragen gezamenlijke aandacht. De raden zijn geïnformeerd via een informatiebrief en een webinar. •
• •
•
Kennissessies over o.a. participatie en lokaal eigendom, natuurinclusief ontwikkelen en het stimuleren van maatregelen als zon-op-dak en zon-boven-parkeren. Kennisdeling over onderwerpen als de organisatie van een publiek ontwikkelbedrijf. Monitoring in hoeverre gemeenten ‘lokaal eigendom’ meenemen bij zonne- en windparken.
In Q1 2025 is er een kennissessie georganiseerd voor het natuurinclusief ontwikkelen en het ontwikkelingsproces in bredere zin, inclusief de rollen van de gemeente van grootschalige opwek.
Kennisdeling over goede voorbeelden.
In Q1 2025 is er een kennissessie georganiseerd voor het natuurinclusief ontwikkelen en het ontwikkelingsproces in bredere zin.
In de RES voortgangsrapportage is gemonitord hoe gemeenten lokaal eigendom meenemen. Aangezien het vaak onduidelijk is van met name toekomstige projecten in hoeverre hierin lokaal eigendom gerealiseerd zal worden bevat het overzicht nog een groot percentage ‘onbekend’. Ook zijn we nog zoekende in hoeverre er nog nieuwe projecten komen, met alle beperkingen die van toepassing zijn.
Gebouwde omgeving / besparing Wat willen we bereiken? •
Reductie van de CO2-uitstoot door besparing op en verduurzaming van energieverbruik door bewoners, bedrijven en gemeenten en deze doelgroepen (versneld) in beweging te krijgen. Resultaten t/m december 2025
Activiteiten 2025 • Uitvoeren acties uit regionaal professionaliseringsprogramma lokale energiecoöperaties (aanvullend op samenwerkingsafspraken gemeenten).
Stand
35
Toelichting Een subsidie is verstrekt aan de koepel van energiecoöperaties in de regio voor acties uit hun uitvoeringsprogramma. Ook is een drietal pilots ‘Opgroeiruimte’ uitgevoerd, met als doel een meer structurele samenwerking tussen enerzijds gemeente en anderzijds energiecoöperatie.
•
Oppakken kansrijke samenwerkingsactiviteiten gemeenten met woningcorporaties, zoals bij het uitvoeren van ecologisch onderzoek bij verduurzaming van woningen.
•
Delen van kennis over de aanpak van woningisolatie en energiearmoede. Lobby en afstemming met Provincie en Rijk om te komen tot een praktische werkwijze voor de aanpak van woningisolatie.
•
•
Inzet van ‘aanjagers’ op bedrijventerreinen om te komen tot verduurzamingsacties (vanuit landelijke subsidie project verduurzaming bedrijventerreinen).
•
Delen van kennis bij de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed.
•
De MRE-organisatie zorgt voor verbinding en monitoring bij projecten die door gemeenten in coalitieverband worden uitgevoerd, zoals ‘De Groene
In Stedelijk Gebied Eindhoven werken 7 gemeenten samen aan eenduidige input voor de prestatie-afspraken op het thema duurzaamheid. Ook is onderzocht of capaciteitsdeling voor ecologisch onderzoek in het kader van soortenbescherming mogelijk is. Helaas liggen hier maar beperkt mogelijkheden. Iedere 2 weken zijn de ambtenaren geïnformeerd over ontwikkelingen m.b.t. natuurvriendelijk isoleren d.m.v. een regionaal vragenuurtje. Er is een format opgesteld voor de compensatieopgave in het kader van natuurvriendelijk isoleren. Het format is voor alle MRE-gemeenten beschikbaar. In een kennissessie tijdens de ambtelijke Samenwerkdag energietransitie is ingegaan op het thema energiearmoede. Op 4 september is een verdiepende kennissessie georganiseerd voor de gemeenteambtenaren over het langdurig bestrijden van energiearmoede, in samenwerking met Energiebank Nederland. Vanuit de landelijke subsidie zijn dit jaar ‘aanjagers’ ingezet op 26 geselecteerde bedrijventerreinen in de regio. Deze aanjagers helpen om te komen tot een sterkere organisatie en vervolgens het nemen van verduurzamingsacties, zoals op het gebied van energievoorziening of vergroening. Twee keer per jaar wordt hierover gerapporteerd aan de Provincie, die als tussenschakel hiervoor de subsidie heeft verstrekt.
Er zijn kennissessies georganiseerd op 1 april en 23 juni voor ambtenaren, parkmanagers en trekkers van ondernemings-verenigingen. Op 1 april heeft een ambtelijke kennissessie plaatsgevonden over verduurzaming maatschappelijk vastgoed. Daarna is op 15 april een masterclass over energiemonitoring bij gemeentelijke gebouwen georganiseerd. Het project De Groene Zone Isoleren is in de geplande vorm gestopt. Doel was om hiermee inwoners van de deelnemende gemeenten te ontzorgen bij het nemen van isolatie-maatregelen. Eén van de deelnemende partijen (Winst uit je woning) in het consortium is failliet
36
Zone Isoleren’, De Groene Zone Zonnepanelen’ en ‘RES On Tour’.
•
gegaan en de overige partijen uit het consortium hebben de ondersteunende dienstverlening niet over kunnen nemen. Ook het project De Groene Zone Zonnepanelen is gestopt. Doel van dit project was vooral in te zetten op de doelgroepen voor wie het moeilijk/minder vanzelfsprekend is zonnepanelen te installeren. Op dit moment bleek het niet zinvol door te gaan met dit project, gezien de situatie op het elektriciteitsnetwerk en moeilijk haalbare businesscase. Op 8 mei heeft een bijeenkomst plaatsgevonden over zonnepanelen op VvE gebouwen. Ca. 40 mensen hebben hieraan deelgenomen. Een pubquiz op het thema energietransitie is gereed, die door alle gemeenten in de regio gebruikt kan worden om de burgers beter te bereiken. In het Ambtelijk overleg energietransitie van 20 mei is kort stilgestaan bij de nieuwe Europese regeling EPBD4. Op de ambtelijke Samenwerkdagen zijn diverse kennissessie georganiseerd, zoals een sessie over de mogelijkheden van energiegemeenschappen.
Kennissessies over onderwerpen als het Energieloket en verduurzaming openbare verlichting.
Warmte Wat willen we bereiken? •
Alle 21 gemeenten hebben een warmteprogramma opgesteld om zowel lokaal als regionaal (en bovenregionaal) optimaal bij te dragen aan de warmtetransitie.
Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 • Ontsluiting van informatie over de warmtevraag, -bronnen en infrastructuur via de ‘Regionale Structuur Warmte (RSW) Online’.
Stand
Toelichting Een aanbesteding is doorlopen voor het online platform ‘Regionale Structuur Warmte’; dit wordt in Q1 van 2026 opgeleverd.
•
Beheer en onderhoud afwegingskader warmte, als hulpmiddel om te bepalen hoe warmtebronnen het beste kunnen worden ingezet.
Het afwegingskader warmte is gebruikt als input voor een regionale warmtebronnenstrategie, zie hieronder.
•
Inzicht bieden in de systeemeffecten van keuzes voor een bepaalde warmtevoorziening op het totale (regionale) energiesysteem.
Een eerste concept van een regionale warmtebronnenstrategie is opgeleverd. Hierbij is input opgehaald in diverse sessies met ambtenaren en stakeholders. Er wordt gewerkt aan een verdiepingsslag.
37
•
Community of Practice (CoP) kleine warmtenetten: De CoP loopt; er zijn verschillende kennisbijeenkomsten georganiseerd. Focus ligt op wat erbij komt kijken voor een gemeente om een klein warmtenet te realiseren. Coalitie groen gas Driewekelijks hebben coalitiebijeenkomsten plaatsgevonden. Daarnaast heeft kennisuitwisseling plaatsgevonden met andere RES-regio’s op het gebied van groen gas. In 2026 wordt een onderzoek uitgevoerd om een realistisch beeld te krijgen bij de potentie van groen gas in de regio.
Verbinden en faciliteren van projecten die in coalitieverband worden uitgevoerd, zoals een ‘community of practice’ kleine warmtenetten, de coalitie groen gas en de coalitie geothermie.
•
Onderzoek en ondersteuning van (innovatieve) pilots (vanuit budget Nationaal Programma Lokale Warmte).
•
Kennissessies over onderwerpen als wet- en regelgeving en de oprichting van een warmtebedrijf.
Werkgroep geothermie: MRE sluit aan bij de provinciale Werkgroep geothermie. Op de ambtelijke Samenwerkdag is in samenwerking met Energiebeheer Nederland een sessie over geothermie georganiseerd. Ook is vanuit MRE een bezoek georganiseerd bij de SCAN-boring in Nederwetten. In het Portefeuillehoudersoverleg energietransitie van september is een presentatie gegeven van de voorlopige resultaten van de boringen. Vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmte (NPLW) zijn financiële middelen beschikbaar, te gebruiken voor de inzet in coalities. De volgende coalities zijn in 2025 gesteund, die allemaal te maken hebben met een ondersteuningstructuur voor inwoners, gericht op verduurzaming woningen/voorbereiding op aardgasvrij: 1. Database gemeentelijke acties 2. Aanpak VvE's Stedelijk gebied Eindhoven 3. Aanpak VvE's de Kempen 4. Bewonersreis gemeentelijke ondersteuning inwoners 5. Aanpak WUP alle electric wijken: waterzijdig inregelen 6. Pubquiz ‘RES on tour’ We hebben kennis vanuit het NPLW overgebracht naar de gemeenten. Daarnaast en waar nodig hebben we ook zelf kennissessies georganiseerd. Zo is er een sessie georganiseerd met verdieping over de startanalyse van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL).
38
Financiële realisatie 2025 Energietransitie
Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
begroting 2025 1.275.847 1.275.847
realisatie 2025 1.367.877 1.367.877
1.230.000 -45.847
3.093.621 1.725.744
39
Saldo -92.030 -92.030 0 -1.863.621 -1.771.591
Economie Incl. Investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development Hoofdopgave De economie in onze regio is sterk, innovatief en internationaal toonaangevend. Om deze positie te versterken, werken we aan de brede ontwikkeling van het vestigingsklimaat in onze regio. Binnen de kenmerkende triple helix-samenwerking in de regio geven wij vanuit de overheid vorm aan de doorontwikkeling van de ruimtelijk-economische schaalsprong, als onderdeel van de (regionale) Brainportagenda en de Strategische Agenda Brainport met het Rijk. Uitgangspunt hierbij is dat gemeentes optimaal verbonden zijn hierop. De behoefte aan bedrijventerreinen is groot in de regio, maar de ruimte is maar beperkt beschikbaar. Met de regionale uitvoeringsagenda Werklocaties zetten de gemeenten samen met de Provincie in op het ontwikkelen van een aantal nieuwe terreinen en het herstructureren en intensiveren van het gebruik van ruimte op bestaande terreinen. Er wordt een selectief beleid gevoerd, Er gaat hierbij aandacht uit naar bedrijven uit de hightech maakindustrie, maar ook het bredere ‘reguliere’ MKB dat een verzorgende rol heeft voor de regio. Als onderdeel van ons vestigingsklimaat werken we aan de versterking van het voorzieningenniveau in de Metropoolregio. Zo wordt met de uitvoering van de Regiodeal ‘Thuis in Brainport’ geïnvesteerd in een aantal belangrijke voorzieningen met regionale impact.
Ook zetten we in op het regionaal mee groeien van de voorzieningen met onze uitvoeringsstrategie Voorzieningen. Dit alles komt ook samen in een goede ruimtelijke afweging in nauwe samenhang met het thema Ruimte en Wonen. We werken met ons regionaal Stimuleringsfonds aan het versterken van het innovatieve ecosysteem en ketenwerking in het bedrijfsleven door de ontwikkeling van projecten en financiering. Opgave Werkprogramma 2025
Sturing en organisatie Programma economie Wat willen bereiken? •
Binnen de regio is er bij bestuurders, raadsleden en ambtelijk draagvlak voor de doelen en ambities t.a.v. de economische opgave.
•
Heldere en efficiënte governance.
•
Goed functionerend Programmabureau economie.
Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 MRE-organisatie is hierin verantwoordelijk voor: • Organiseren bestuurlijke vakoverleggen economie in de regio ten behoeve van bestuurlijk draagvlak, bestuurlijke koers en
Stand
40
Toelichting Voorafgaand aan het portefeuillehoudersoverleg vindt een cyclus van bestuurlijke voorbespreking plaats met de voorzitter en vicevoorzitter, waarin de agenda van het portefeuillehoudersoverleg wordt
bestuurlijke aansturing van de economische opgave. Organiseren bijeenkomsten en meenemen raden in de ontwikkelingen op het gebied van economie Organiseren bijeenkomsten en meenemen ambtelijke organisaties in de ontwikkelingen op het gebied van economie
voorbereid en vastgesteld. Aanvullend vindt de bespreking en afstemming in het vakinhoudelijk Ambtelijk overleg economie plaats.
MRE-organisatie is hierin verantwoordelijk voor: • Annoteren regionale bestuurlijke afvaardiging in bestuurlijke gremia, BO Brainport, AvA Brainport Development en Ontwikkeldag.
MRE Programmateam economie heeft de verantwoordelijk portefeuillehouders, zowel voor het AB Stichting Brainport, AvA Brainport Development en de Regionale Ontwikkeldag geadviseerd en geannoteerd voor de lopende bestuurlijike overleggen. Dit ook in verbinding en afstemming met het Portefeuillehoudersoverleg economie.
•
•
• •
Ook heeft het Strategieoverleg economie op regelmatige basis plaatsgevonden. Hierin neemt deel een subregionale ambtelijke afvaardiging uit de regio. Zij pakken specifieke strategische thema’s op in voorbereiding. Specifiek voor het thema werklocaties hebben voorbereidende bestuurlijk overleggen plaatsgevonden door de bestuurlijk trekker werklocaties en de bestuurlijke regionale afvaardiging.
Het Programmateam economie heeft gewerkt aan de verdere inrichting van programmatisch werken in het team, dit als onderdeel van de brede inrichting van het Programmabureau MRE. Ook vinden op jaarbasis binnen het Programma economie diverse focussessies plaats, waarin gewerkt wordt aan de strategische doorontwikkeling van het Programma economie en de verdieping op lopende onderdelen in het programma.
Completeren inrichting Programmabureau economie MRE Evalueren inzet, werkwijze en takenpakket programmabureau
Doorontwikkeling Mainport vanuit Brainportagenda / Strategische agenda Brainport Wat willen bereiken? •
Doorontwikkeling vanuit de Strategische agenda Brainport (3 pijlers internationale waardeketens, talent en wonen en bereikbaarheid), door samenhang en verbinding te creëren tussen de lokale en subregionale economische agenda’s.
Wat hebben we in 2025 gedaan?
41
Activiteiten 2025 • Organiseren van de overheidsinbreng in de triple helixsamenwerking Brainport door MRE-organisatie via: o Portefeuillehoudersoverleg economie; o de vertegenwoordiging van het Dagelijks Bestuur in het Algemeen Bestuur van de Stichting Brainport; o de voorzitter van het Portefeuillehoudersoverleg o economie in de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Brainport Development.
•
Versterken van de samenwerking tussen de 21 gemeenten door de lokaal economische agenda's te verbinden aan de (regionale) Brainportagenda en de Strategische agenda Brainport, waarlangs de dialoog met het Rijk wordt gevoerd over de doorontwikkeling van de mainportstatus. Hiervoor organiseert de MRE-organisatie een aanpak met o.a. werksessies op ambtelijk en strategisch niveau.
•
Coördinatie uitvoering meerjarenfinanciering Brainport Development, op basis van
Stand
Toelichting Vanuit het Dagelijks Bestuur MRE wordt zitting genomen namens de 21 gemeenten in de Stichting Brainport en neemt de voorzitter van het Portefeuillehoudersoverleg economie deel aan de AvA Brainport Development. De vergadering van AB Brainport heeft 4 keer dit jaar plaatsgevonden. De AvA Brainport 2 keer. Vanuit het Programmateam economie is geadviseerd en geannoteerd op de agenda's van deze overleggen. Naast de reguliere cylus van jaarplan en financiële rapportage, is een belangrijk onderdeel in het AB Brainport het dit jaar uitgevoerde diversificatie-onderzoek naar het HTSMEcosysteem geweest. Het Portefeuillehoudersoverleg economie heeft hierop geadviseerd het belang van aanhaking van de brede keten van bedrijvigheid in de regio hierin nadrukkelijk te betrekken, zodat diversificatie meer in de hele keten gaat plaatsvinden. Ook is nadrukkelijk vanuit de andere MRE-programma-onderdelen de verbinding gelegd in de versterking van de regionale Brainportagenda vanuit de vestigingsklimaat factoren (bereikbaarheid, energie) en aanhaking op het traject bovenregionale samenwerking en hiermee samenhangende economische clusters. Als onderdeel van de jaarlijkse cyclus om inbreng op te halen van de 21 gemeentes voor het Jaarplan Brainport Development heeft een ambtelijke en bestuurlijk ophaalronde plaatsgevonden.
Op basis hiervan is een reactiememo opgesteld en vastgesteld in het Portefeuillehoudersoverleg economie. Ook is het portefeuillehoudersoverleg op regelmatige basis door de directeur van Brainport Development geïnformeerd over de strategische ontwikkelingen uit de Regionale Brainportagenda en heeft een toelichting plaatsgevonden op de prioriteiten in het Jaarplan Brainport Development 2026. Conform de meerjarenafspraken financiering heeft MRE een toekenningsbrief verstuurd aan Brainport Development voor de bijdrage in de uitvoering van het Jaarplan 2025. De
42
afspraken nieuwe meerjarenfinanciering 2025-2032.
jaarlijkse tranches voor de gemeentelijke financiering van Brainport Development zijn uitgekeerd.
Versterken vestigingsklimaat Wat willen bereiken? • • • •
Een toekomstbestendig scenario voor ontwikkeling van bedrijventerreinen, die past bij de behoefte van de regio, door een goede regionale afstemming tussen subregio’s en in samenwerking met Provincie. Stimuleringsfonds: Innovatieve projecten tot uitvoering brengen, die ons innovatieve ecosysteem versterken en/of een bijdrage leveren aan onze regionale opgaven. Een voorzieningenstructuur in de regio, passend bij de schaalsprong. Nieuwe economische dragers in het landelijk gebied.
Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 • De uitgangspunten vanuit de visie werklocaties in samenhang/afstemming brengen met de Regionale ontwikkelstrategie.
Stand
Toelichting De visie is door 20 van de 21 gemeenteraden vastgesteld. Via doorlopende afstemming met Programmateam ruimte en betrokkenheid van een provinciaal planoloog bij de programmering werklocaties, wordt de afstemming en samenhang tussen de Regionale Programmering Werklocaties en de ontwikkelstrategie geborgd.
•
Het organiseren van het regionale samenwerkingsproces om te komen tot een adaptieve programmering van nieuwe werklocaties, zoals door 21 gemeenten vastgesteld in de uitvoeringsstrategie.
De concept Uitvoeringsagenda voor de Regionale Programmering Werklocaties is op de Omgevingsdag van juli 2025 ter vaststelling voorgelegd. Alle Omgevingsdagpartners, met uitzondering van Eersel, hebben ingestemd met de uitvoeringsagenda. Eind 2025 is de uitvoeringsagenda door het College van GS verbindend verklaard voor de gehele regio. De adaptieve manier van programmeren vereist inzet van zowel MRE-organisatie als de 21 gemeenten. Dit proces loopt, maar ondervindt soms hinder van de beperkte beschikbaarheid aan capaciteit bij gemeenten. Hiertoe is deze casus in opschaling naar de Regietafel Uitvoeringskracht.
•
Samen met gemeenten uitvoering geven aan de acties uit de uitvoeringsagenda, zoals monitoring ontwikkelingen, afstemmen kwaliteitscriteria voor
Door het Portefeuillehoudersoverleg economie zijn prioritaire acties benoemd, die inmiddels door werkgroepen worden uitgewerkt. Ook voor de bemensing van deze werkgroepen blijft voldoende capaciteit een voortdurend punt van
43
•
•
•
•
zowel nieuwe als bestaande werklocaties etc.
aandacht. Brede regionale afstemming over de (tussen)resultaten van de werkgroepen vraagt meer tijd en inzet dan verwacht. De verwachting is dat de uitwerking van de prioritaire acties en andere nog uit te werken acties uit de uitvoeringsagenda de komende tijd blijvend capaciteitsinzet zal vragen.
Uitvoering geven aan de tenders Stimuleringsfonds, zoals geformuleerd in de Beleidsregel Stimuleringsfonds. Opzetten van en uitvoering geven aan marketing en communicatieplan t.b.v. opnieuw positioneren Stimuleringsfonds. Monitoring lopende projecten en meten projectresultaten.
In 2025 is uitvoering gegeven aan twee tenders van het Stimuleringsfonds conform de Beleidsregel en Verordening Stimuleringsfonds. De eerste tender had 28 aanvragen met 24 goedkeuringen. De tweede tender heeft een goedkeuring van 15 projecten. In totaal zijn in 2025 59 goedgekeurd. Dit is het hoogste aantal aanvragen in de afgelopen vijf jaar. In totaal is vanuit het Stimuleringsfonds 1,75 miljoen aan middelen ingezet voor innovatieprojecten. Dit is mede bereikt door het sterk positioneren van het fonds in het afgelopen jaar via het Portefeuillehoudersoverleg en Ambtelijk overleg economie en via diverse communicatiekanalen (o.a. LinkedIn) en via netwerkbijeenkomsten. Deze inzet op communicatie en netwerken wordt in het komende jaar stevig doorgezet. Daarnaast zijn de lopende projecten gemonitord en zijn projectresultaten gevolgd en geëvalueerd, conform de uitgangspunten uit de Beleidsregel Stimuleringsfonds.
Het coördineren van de uitvoering van de Regiodeal ‘Thuis in Brainport’, waaronder afstemming met en verantwoording aan het Rijk.
In het kader van de Regiodeal Thuis in Brainport is in 2024 gestart met de selectie van zeven projecten op basis van vastgestelde programmalijnen en een vooraf bepaalde scoringsmethodiek. In 2025 zijn alle zeven projecten formeel aangevraagd, beoordeeld en positief beschikt; deze projecten zijn inmiddels in uitvoering. Ten behoeve van een zorgvuldige uitvoering en verantwoording richting het Rijk is een vaste overleg- en monitoringsstructuur ingericht. Elke zeven weken vindt een voortgangsgesprek plaats met de betrokken projectpartners, waarmee zowel de inhoudelijke voortgang als de financiële en bestuurlijke verantwoording wordt geborgd. Na afronding van de beschikkingen is voor
44
alle projecten een cheque-uitreiking georganiseerd om de start van de volledige uitvoering zichtbaar te markeren en de Regiodeal onder de aandacht te brengen bij partners en publiek. •
•
Op 14 april heeft het Dagelijks Bestuur de beeldvormende fase afgerond en opdracht gegeven voor de uitwerkingsfase. Hiermee is het verkennend onderzoek opgeleverd. Onderdelen hiervan waren: 0-meting huidige voorzieningen-niveaus, quickscan bekostiging en een notitie over regionale en topvoorzieningen. De Regionale (uitvoerings)strategie voorzieningen is vervolgens conform planning ontwikkeld.
Het organiseren van een regionaal proces met de gemeenten, waarin alle ontwikkelingen rondom (basis-, regionale en top-)voorzieningen in samenhang worden gebracht. Uitvoering van de in het Convenant Beethoven afgesproken verkenning ‘sociaalmaatschappelijke opgaven’ en organiseren van lobby en inrichten van een proces om tot realisatie en bekostiging ervan te komen met gebruikmaking van o.a. ‘instrumentarium, systematiek en de mogelijkheden van het Gemeentefonds’.
Als onderdeel van de afspraken in het Convenant Beethoven: •
•
Heeft het onderdeel onderwijshuisvesting als prioritaire opgave een nadere uitwerking gekregen in het Rijk-regio initiatief van de innovatieaanpak onderwijshuisvesting. De financiering hiervan is ter besluitvorming bij het Ministerie van OCW neergelegd t.b.v. besluitvorming in de Voorjaarsnota 26. Over het voorstel om te komen tot uitwerking van een bekostigingssystematiek voor het brede voorzieningenniveau zijn in het BOBrainport van november procesafspraken gemaakt. De bedoeling is per voorzieningencategorie tot afspraken te komen. Het is nog te vroeg om nu aan te geven tot welk resultaat dit gaat leiden.
Financiële realisatie 2025 Economie, incl. investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development
45
Omschrijving Personele kosten - Stimuleringsfonds/regiodeal Programmakosten - Economie - Stimuleringsfonds - Bijdrage Brainport Development NV Lasten - Economie - Stimuleringsfonds - Bijdrage Brainport Development NV Baten Saldo
begroting 2025
realisatie 2025
176.893
504.300
45.847 2.035.839 5.999.396
21.889 2.035.839 5.999.395
Saldo 0 -327.407 0 0 23.958 0 1
8.257.975
8.561.423
-303.447
0 2.323.574 5.999.396
0 2.632.283 5.999.400
0 -308.709 -4
8.322.970 64.995
8.631.683 70.260
-308.713 -5.265
46
Programma landelijk gebied Hoofdopgave In ons landelijk gebied komen complexe opgaven, vraagstukken en ontwikkelingen samen. Ze brengen alle een (milieu)ruimtevraag met zich mee en dwingen af anders naar ons landelijk gebied te kijken en het te herwaarderen. De opgaven voor klimaat, milieu, biodiversiteit, water en bodem zijn sturend: alleen door deze als uitgangspunt te hanteren kunnen we bouwen aan een vitale, groene leefomgeving in onze regio én ruimte maken voor nieuwe ontwikkelingen. Vanuit het perspectief van de geïntensiveerde schaalsprong en de transitie van de agrarische sector is dat actueel, relevant én urgent. De wettelijke verplichtingen en groeiende noodzaak om te werken aan klimaat en milieu is een kans om te bouwen aan een vitale, groene leefomgeving met een toekomstbestendige, regionaal verbonden agrarische sector. Dit vraagt enerzijds de regio te benaderen als één daily urban system: met een integrale brede welvaartsblik vanuit alle programma's en een langjarige vaste koers en gemeenschappelijke kaders. Anderzijds moeten we vanuit urgentie en resultaatsturing hier en nu meters maken. Hiervoor zetten we drie lijnen uit: 1.
Groene gebiedsontwikkeling en verbindingen - rolneming in groene gebiedsontwikkelingen om te kunnen versnellen en de toegevoegde waarde ervan voor de regio te borgen - verbinden van groene gebieden met elkaar en met de woonomgeving: robuuste, aaneengesloten groenblauwe verbindingen tot aan de voordeur van alle inwoners van de regio; 2. Vitale grondverbonden agrarische sector - behoud van vitale grondgebonden agrarische bedrijven, die onderdeel uitmaken van groenblauwe structuren, - die vanuit een verdienmodel hoeders van het landschap kunnen zijn ook en daarmee onmisbaar voor de regio zijn - en dit samen met toenemende regionale productie en afzet van voedsel en grondstoffen de license to produce onderstreept. 3. Waarde van Groen - ‘Groen groeit mee met rood’ (Regionale ontwikkelstrategie) borgen door een waarderings/bekostigingssystematiek voor groen en blauw als integraal onderdeel van ontwikkelingen, - door de maatschappelijke baten van groen te vertalen in monetaire waarde en deze integreren in investeringen in rood.
Opgave Werkprogramma 2025
Sturing en organisatie Programma landelijk gebied Wat willen we bereiken? •
Binnen de regio is er bij bestuurders, raadsleden en ambtelijk draagvlak voor de doelen en ambities t.a.v. het landelijk gebied.
•
Heldere en efficiënte governance.
•
Goed functionerend Programmabureau landelijk gebied.
Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025
Stand
47
Toelichting
MRE-organisatie is hierin verantwoordelijk voor: • Organiseren bestuurlijke vakoverleggen landelijk gebied in de regio ten behoeve van bestuurlijk draagvlak, bestuurlijke koers en bestuurlijke aansturing van de opgave. • Organiseren bijeenkomsten en meenemen raden in de ontwikkelingen op het gebied van landelijk gebied. • Organiseren bijeenkomsten en meenemen ambtelijke organisaties in de ontwikkelingen op het gebied van landelijk gebied. • Opstellen en uitvoeren communicatieplan. MRE-organisatie is hierin verantwoordelijk voor: • Bestuurlijke deelname in stuurgroep NOVEX De Peel. • Deelname in Directeurenoverleg • Deelname in ambtelijk liaisonoverleg en strategieteam.
Portefeuillehoudersoverleg: 4 x per jaar Ambtelijk overleg: 4 x per jaar Koplopersoverleg: 4 x per jaar (bestuurlijk)
MRe-organisatie is hier verantwoordelijk voor: • Bestuurlijke deelname in Bestuurlijk overleg (BO) Gebiedsaanpak stikstof Brainportregio; • Deelname in Directeurenoverleg (DO) • Deelname in interdepartementale werkgroep (ambtelijk) • Programma en uitvoeringsagenda Vitale Groene Leefomgeving.
In de kamerbrief ‘Vervolgpakket Nederland van het slot’ van 16 september 2025 zijn drie economische gebieden geduid, waarvoor een gerichte aanpak wordt ontwikkeld i.r.t. het stikstofknelpunt. Aanpak is ingezet om vergunningverlening voor projecten, die deel uitmaken van Brainport- en Beethovendeal weer op gang te krijgen. Ontwikkeling programma is klaar. Uitvoeringsagenda is in de maak. Deze is gekoppeld aan het werkprogramma van de MRE.
•
Netwerkontwikkeling t.b.v. opgaven en ontwikkeling, gericht op strategische partners als Provincie, waterschappen, ministeries, belangenorganisaties, kenniscentra en vakorganisaties.
MRE neemt deel aan de interbestuurlijke samenwerking NOVEX De Peel. De samenwerkingsovereenkomst hiertoe is verlengd tot 31 december 2026. Gewerkt wordt aan een nieuwe integrale samenwerkingsovereenkomst vanuit het gezamenlijk Ontwikkelperspectief. Daarnaast wordt gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst om € 300 mln, die vanuit de kamerbrief ‘Startpakket Nederland van het slot’ van 25 april 2025 zijn benoemd te borgen richting uitvoering.
Evalueren inzet, werkwijze en takenpakket programmabureau.
Toekomstbestendig landelijk gebied Wat willen bereiken? 48
Economisch, ecologisch en maatschappelijk vitaal landelijk gebied, dat draagkrachtig en volhoudbaar is en daarmee een essentiële drager is onder de geïntensiveerde schaalsprong, door: 1. Een sluitend netwerk van natuurgebieden, landschappen, parken en groen tot aan de voordeur; een groenblauwe structuur als basis voor een gezonde leefomgeving. 2. Vitale landbouwsector, die in balans is met de fysieke leefomgeving. Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 • Doorontwikkelen van het thema vitaal landelijk gebied naar een resultaatgestuurd Programma vitale groene leefomgeving.
Stand
Toelichting Programma vitale groene leefomgeving is besproken in Portefeuillehoudersoverleg vitaal landelijk gebied en unaniem door Algemeen Bestuur van 22 oktober 2025 vastgesteld. Uitvoeringsagenda in de maak; vertraagd.
•
In kaart brengen waar MREorganisatie een rol moet pakken om grootschalige gebiedsontwikkelingen en de verbinding met en het sluiten van groenblauwe structuren op bovenlokaal niveau te versterken en versnellen, zoals de GGA’s, Regionale Uitvoerings- en Investeringsagenda NOVEX De Peel en Van Gogh Nationaal Park. Dit leidt tot een voorstel voor een selectie aan projecten/ontwikkelingen om te ondersteunen.
Na vaststelling Programma vitale groene leefomgeving wordt de uitvoeringsagenda opgesteld langs de drie pijlers van het programma: Aantrekkelijke woon- en leefomgeving, Gezond voor mens en natuur en Duurzaam ondernemend landschap. Hierin worden concrete taken en rollen benoemd voor en in gebiedsontwikkelingen en concrete projecten. Dit betreft niet alleen de uitwerking van het ontwikkelen van een robuust groenblauw netwerk, maar ook voor andere projecten en samenwerkingen, bezien vanuit de integraliteit tussen de programma’s van de MRE.
•
Inbrengen van regionale belangen bij provinciale en landelijke processen en programma’s namens en vanuit perspectief van de 21 gemeenten samen.
Ambtelijke voorbereiding voor BO ALG, BO Stikstof (BBTS) en BOTL via deelname werkgroepen en annotaties. Bestuurlijke deelname is belegd via Koplopersoverleg vitaal landelijk gebied. Inbreng is tevens geborgd via de zitting in de interbestuurlijke Stuurgroep NOVEX De Peel.
•
Voorstel maken voor vervolg Leergang Buitenkansen in Brainport, bijv. voor digitale kennissessies, gezamenlijke werksessies en bijeenkomsten.
Door prioritering op opstellen uitvoeringsagenda en het tijdelijk wegvallen van formatie zijn een aantal sessies nog niet ingepland, bijvoorbeeld over de GGA’s en ongewenste teelten.
•
Onderzoeken hoe meer regie gevoerd kan worden op gebruik vrijkomende agrarische gronden (voorkomen ongewenste teelten, grondstrategie). Hogere overheden aan zet; MREorganisatie borgt in processen de belangen van de gemeenten.
Provincie werkt aan Actieplan grondgebruik (ongewenste teelten). Grondstrategie vraagt brede benadering. Hiervoor worden de bestuurlijk overleggen met de Provincie gebruikt.
49
•
Inzet op bestuurlijke en ambtelijke lobby door voorbereiding op en regionale afstemming over (vervolg op) Bestuurlijk Overleg Transitie Landbouw, (vervolg op) BO BPLG en ambtelijk Aanjaagteam BPLG en werkgroepen.
Ambtelijke voorbereiding voor BO ALG (vervolg op BO BPLG) (4 x per jaar), BO Stikstof (4 x per jaar) en BOTL (9 x per jaar) via deelname ambtelijke werkgroepen (Brabants Platform Stikstof, Aanjaagteam ALG) en annotaties. Bestuurlijke deelname is belegd vanuit Koplopersoverleg vitaal landelijk gebied.
•
Stimuleren van productie en gebruik van biobased bouwmaterialen door: - Uitvoeren Convenant biobased bouwen - Kennisdeling voor gemeenten - Productie en gebruik aan elkaar te verbinden via netwerken - Onderzoeken van mogelijkheden voor afnamegarantie
In navolging op het convenant is door het Portefeuillehoudersoverleg vitaal landelijk gebied het Actieplan biobased bouwen en telen vastgesteld. Inzet vanuit landelijk gebied. Programma ruimte en wonen heeft voor 2025 andere prioritering, idem Programma economie. Uitvoering actieplan door vitaal landelijk gebied loopt op schema: o.a. monitoring en oplevering successenkaart, bijeenkomst met Building Balance (juni) en bezoek Portefeuillehoudersoverleg ruimte en wonen en landelijk gebied aan Barli Uden. In najaar goedkeuring op Seedcallproject WUR en TU/e naar scenario's biobased bouwen en telen in MRE-regio.
Transitie voedselketen Wat willen bereiken? Versterking van regionale voedselketens, waardoor: - meer ondernemers afzet dichterbij kunnen realiseren; - er gezond en betaalbaar voedsel voor alle inwoners binnen bereik is. Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 • Met werkgroep aan de slag met uitkomsten verkenning kansen van kwartiermakers voor versterking regionaal voedselsystemen in samenhangend uitvoeringsprogramma a.d.h.v. dashboard.
•
Stand
Toelichting Het lukt onvoldoende om capaciteit te genereren vanuit de 21 gemeenten. Er is gezocht naar hoe er toch meters gemaakt kunnen worden, o.a. door verbreding doelstelling korte keten naar gezondheid, duurzaamheid en circulariteit en aanhaking bij lopende initiatieven. Inzet op stimulering inkoop korte keten door gemeenten. Met Ambtelijke werkgroep kansenmakers vanuit de gemeenten (i.o.) wordt gekeken naar praktische insteek om concrete projecten te stimuleren. Mei 2025: Kennissessie voedsel georganiseerd i.s.m. gemeente Heeze-Leende en GGD.
Kennisdeling via ‘best practices’ i.s.m. met keten.
Financiële realisatie 2025 Landelijk gebied
50
Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
begroting 2025 45.847 45.847
realisatie 2025 31.262 31.262
0 -45.847
0 -31.262
51
Saldo 14.585 14.585 0 0 -14.585
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) In 2025 voerde het RHCe primair zijn wettelijke taken voor toezicht, advies, beheer en publieke dienstverlening uit binnen de beschikbare capaciteit en vanuit de kaders zoals vastgelegd in de Archiefwet. De taken komen tot uiting in drie samenhangende publieksrechtelijke rollen: kennispartner, beheerder en publieke dienst. In 2025 werden ongeveer 300 toezicht- en adviesactiviteiten uitgevoerd en 397 meter analoog en 4,3 TB digitaal archief overgebracht. De uitvoering bleef binnen de beschikbare financiële kaders en in lijn met de begroting. Verbeteringen in beheer zijn gerealiseerd: eerdere ontoegankelijke archieven zijn heringericht, historische charters gerestaureerd en de digitale vindbaarheid van collecties waar mogelijjk vergroot, waaronder de Schepenbank Helmond (1396–1810), die vanaf februari 2026 online beschikbaar komt. De publieke dienstverlening bleef stabiel en intensief, met ruim 13.700 fysieke raadplegingen, meer dan 4.300 digitale contactmomenten en meer dan 1 miljoen paginaweergaven, waarmee de continuïteit en regionale bereikbaarheid van de archieven is gewaarborgd. Tegelijkertijd nam het aantal aanvragen voor digitale bouwdossiers toe, wat in de komende periode verder wordt meegenomen bij de doorontwikkeling van de processen.
De uitvoering van toezicht- en adviesactiviteiten bleef maximaal benut, mede door de toenemende complexiteit van de gemeentelijke informatiehuishouding en de groeiende vraag naar specialistisch advies. Verdere stappen voor conservering, beheer en dienstverlening worden systematisch meegenomen binnen de reguliere planning- en controlcyclus en de meerjarige doorkijk richting 2028. Wat hebben we in 2025 gedaan? Activiteiten 2025 Toezicht op gemeentelijk informatiebeheer
Stand
Toelichting Uitgevoerde inspecties (incl. SIO-gesprekken): bij gemeenten: 6 bij intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: 8 Gevoerde follow up-gesprekken bij gemeenten: 14 bij intergemeentelijke samenwerkingsverbanden: 6
Dienstverlening gemeenten
Omvangrijke adviezen: +/- 200 Adviezen Archiveren by Design: 12 Overgebrachte digitale informatie in Tb: 4,3 Opgestelde/aangepaste normdocumenten/handleidingen: 17 Aantallen aangevraagde scans: 1.980 Aantal malen dat gemeenten hun eigen informatie inleenden: 151
52
Overbrenging van informatie
Analoge archieven zijn naar de archiefbewaarplaats overgebracht door de volgende gemeenten (in strekkende meters): 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Best 118 Veldhoven 81 Deurne 77 Bladel 54 Heeze-Leende 44 Someren 23
Omvang totaal 397 strekkende meter. Digitale informatie is naar het e-depot overgebracht door de volgende gemeenten:
Acquisitie van informatie
Afstoten van informatie
Aantal aanwinsten: 40, bestaande uit 7 aanvullingen op reeds bij het RHCe aanwezige collecties en 33 nieuwe aanwinsten van particuliere schenkers. Binnen deze aanwinsten bevonden zich 18 items met bewegend beeld of fotografisch materiaal Toegankelijk respectievelijk raadpleegbaar maken en eventueel digitaliseren van geacquireerd materiaal vindt plaats zodra zich daarvoor vrijwilligers melden, dan wel dat met de erfgoedpartners daartoe afspraken zijn gemaakt of zodra RHCe daarvoor capaciteit kan inzetten. Er is in 2026 geen informatie afgestoten.
Vernietiging van informatie
Er zijn 47 vernietigingslijsten beoordeeld t.b.v. risicobeheersing bij aangesloten overheidsorganisaties.
Externe communicatie
Let’s Talk bijeenkomsten: 2 Let’s Talk BIG: 1 Rondleidingen /ontvangsten: 12 Uitgebrachte producties: 34 Beeldverhalen op BrabantinBeelden.nl 1 JaarZINE (magazine en jaarverslag ineen) 17 artikelen voor Groot Eindhoven (krant) 1 Film t.b.v. Open Monumentendag
53
1 Artikelbijdrage aan International Archives Week Challenge (verkozen als NL-archief)
Dienstverlening publiek
Dienstverlening erfgoedpartners
Sociale media: • Instagram: 2851 volgers • Facebook: 3621 volgers • LinkedIn: 865 volgers Totaal aantal bezoekers: 717 Aantal ingekomen e-mailberichten met verzoeken om informatie: 1136 Aantal verzoeken per telefoon om informatie: 1200 Aantal stukken dat in de studiezaal ter raadpleging is aangeboden: 6638 Aantal opgevraagde bouwvergunningen: 7104 Aantal scanaanvragen per e-mail: 412 Aantal erfgoedpartners met samenwerkingsrelatie: 5 - NGV afd. Peel- en Kempenland Erfgoedverenigingen: - Valkenswaard - De Baronie van Cranendonck - De Vonder Asten-Someren - Barthold van Heessel Aantal meter erfgoed gedigitaliseerd (in opdracht van de gemeente Helmond): 45 meter Schepenbank Helmond Beschrijven archieven (Vergroting raadpleegbare informatie): Beeldcollecties erfgoedverenigingen De Vonder (AstenSomeren) De Baronie van Cranendonck (Cranendonck), Fotocollecties gemeenten Asten en Someren vanwege werkzaamheden van erfgoedpartner erfgoedvereniging De Vonder (Asten-Someren) d.m.v. RHCe-inbreng. Analyse klokkendossiers archief Petit & Fritsen door erfgoedvereniging Barthold van Heessel Aarle-Rixtel. Bijdragen aan erfgoed initiatieven: 5 Cursussen stamboomonderzoek voor beginners (3x) en gevorderden (2x) in samenwerking met NGV afd. Peel- en Kempenland. 2 Inloopspreekuur/Stamboomcafé in samenwerking met NGV afd.
Peel- en Kempenland 3 Contactbezoeken: erfgoedpartners als heemkundekringen en musea om mogelijkheden samenwerking te verkennen en zo mogelijk uit te voeren. 3 x Beschikbaarstellen archivalia (bruikleen) ten behoeve van tentoonstelling o Museum het Oude Slot Veldhoven o Gemeentemuseum Helmond o NoordBrabants Museum Den Bosch
54
Financiële realisatie 2025 REGIONAAL HISTORISCH CENTRUM EINDHOVEN (RHCe)
Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten Baten Saldo
begroting 2025 1.718.740 980.551 2.699.291
realisatie 2025 1.536.057 2.059.814 3.595.871
3.571.543 872.252
3.524.548 -71.323
55
Saldo 182.683 -1.079.263 -896.580 0 46.995 943.575
Overhead Metropoolregio Eindhoven & RHCe Opgave Aangaande de bedrijfsprocessen dient het volgende te worden bereikt: ▪
Efficiënt en effectief regelen van de bedrijfsvoering;
▪
Flexibiliteit in de organisatie en de uitvoering;
▪
Borgen van kwaliteit dienstverlening aan gemeenten, burgers en instellingen.
Onder de overheadkosten wordt verstaan: ▪
Directe loonkosten van directie en ondersteuning, waaronder control, financiën, P&O, ICT en
▪
Secretariële/ administratieve ondersteuning.
▪
Indirecte loonkosten, waaronder opleidingsbudget en kosten salarisadministratie.
▪
Kosten facilitaire dienstverlening, waaronder huisvesting.
▪
Kosten automatisering, waaronder beheer en hosting werkplekomgeving en financieel systeem.
▪
Algemene Kosten, waaronder accountantskosten, verzekeringen en belastingen.
▪
Bureaukosten, waaronder telefoonkosten en kantoorbenodigdheden.
Financiële realisatie 2025 OVERHEAD
Omschrijving Personele kosten Programmakosten Lasten Baten Saldo
begroting 2025 1.054.593 1.235.669 2.290.262
realisatie 2025 1.017.579 46.143 1.063.722
6.191 -2.284.071
471.025 -592.697
begroting 2025 5.500 5.500
realisatie 2025 3.572 3.572
0 -5.500
4.693 1.121
Saldo 37.014 1.189.526 1.226.540 0 -464.834 -1.691.374
Heffing VPB Omschrijving Programmakosten Lasten Baten Saldo
56
Saldo 1.928 1.928 0 -4.693 -6.621
ONVOORZIEN Omschrijving Programmakosten Lasten
begroting 2025 22.372 22.372
realisatie 2025 0 0
0 -22.372
0 0
Omschrijving Programmakosten - Metropoolregio Eindhoven - RHCe Lasten
begroting 2025
realisatie 2025
0 0 0
2.507.294 15.714 2.523.008
- Metropoolregio Eindhoven - RHCe Baten Saldo
350.000 0 350.000 350.000
940.960
Baten Saldo
Saldo 22.372 22.372 0 0 -22.372
MUTATIES RESERVES
57
940.960 -1.582.047
Saldo 0 -2.507.294 -15.714 -2.523.008 0 -590.960 0 -590.960 1.932.047
PARAGRAFEN Inleiding In dit hoofdstuk wordt een aantal aspecten van de financiële huishouding belicht. Het betreft de paragrafen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Weerstandsvermogen en risicomanagement Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid Onderhoud kapitaalgoederen Rechtmatigheid
Weerstandsvermogen en risicomanagement Nota risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven Het Algemeen Bestuur heeft op 4 juli 2018 de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen Metropoolregio Eindhoven vastgesteld. In deze nota is vastgesteld wat de onder risicomanagement wordt verstaan en welke uitgangspunten hierbij worden gehanteerd. Tevens is bepaald welke risico’s door de Metropoolregio Eindhoven worden gedragen en welke door de deelnemende gemeenten. Als uitwerking van de nota zijn de risico's voor de organisatie bij deze jaarrekening opnieuw geïnventariseerd, geclassificeerd en financieel inzichtelijk gemaakt. Hieronder volgt een overzicht van de risico’s op concernniveau met een financieel belang groter dan € 200.000: Verder zijn er geen significante risico’s bekend.
dienstonderdeel
MRE
omschrijving Voor de uivoering van de diverse subsidieregelingen zal extra capaciteit noodzakelijk zijn die zal worden ingehuurd, omdat hetgeen structurele inkomsten betreft. We zien dat de gevraagde tarieven per uur in de markt nog steeds stijgen, waardoor er hogere kosten worden gemaakt
Doelvermogen ontoereikend voor Landgoed Gulbergen eeuwigdurende nazorg
Beheersmaatregel
risicoscore kans
Waar mogelijk zullen we inhuur proberen in te zetten bij diverse subsidieregelingen om de kosten te spreiden. Daarnaast maken we keuzes welke inhuur we kunnen inhuren binnen de uitvoeringsbudgetten Hoog In 2026 worden concrete afspraken gemaakt met de provincie N-B. Naar verwachting zal er in 2030 of een bijstorting door de gemeenten moeten worden gedaan of het MRE financiert het tekort voor en dekt de rentekosten ervan uit de erfpachtinkomsten. Vooralsnog nemen we de rentekosten als risico op. Hoog
benodigde weerstandscapaciteit
50% €
250.000
50% €
200.000
Vermogenspositie De concernorganisatie Metropoolregio Eindhoven (Metropoolregio Eindhoven, Regionaal Historisch Centrum en Gulbergen) realiseert volgens de Begroting 2025 een omzet van € 19,6 miljoen. Deze baten zijn volgens de Notitie Algemene Reserve bepalend voor de berekening van de hoogte van de Algemene Reserve. Metropoolregio Eindhoven De baten die in de Begroting 2025 zijn toe te wijzen aan de Metropoolregio Eindhoven bedragen € 15,1 miljoen. Volgens de staffel in de Notitie Algemene Reserve betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve tussen de € 600.000 en € 1.200.000 moet liggen. De stand per 31-12-2025
58
bedraagt € 1.455.000. Vanuit de risicoanalyse zijn risico’s geïdentificeerd ter waarde van € 450.000. Deze risico’s kunnen worden opgevangen uit de beschikbare reserev. Gezien het feit dat door de komst van het realisatiebedrijf per 1/1/2026 het begrotingsvolume fors stijgt en de staffel van de algemene reserve stijgt tot € 1.500.000 zullen we bij de vaststelling van de jaarrekening 2025 het Algemeen Bestuur voorstellen de algemene reserve aan te vullen. Regionaal Historisch Centrum (RHCe) De baten die in de Begroting 2025 zijn toe te wijzen aan het RHCe bedragen € 3,5 miljoen. Volgens de in de Notitie Algemene Reserve opgenomen staffel betekent dit dat de hoogte van de algemene reserve zich tussen de € 150.000 en € 300.000 moet bevinden. De stand per 31-12-2025 bedraagt € 300.000, vanuit de risicoanalyse zijn risico’s benoemd voor een bedrag van € 0. Aangezien het resultaat 2025 negatief is zal er onttrekking plaatsvinden vanuit de reserve voor € 87.037 Landgoed Gulbergen Het weerstandsvermogen van de Landgoed Gulbergen wordt begrensd door de in de bestemmingsreserve Gulbergen aanwezige middelen. Door de afkoop van de erfpachtovereenkomst met Attero is beheer en exploitatie van het Landgoed Gulbergen geheel voor rekening en risico van de Metropoolregio Eindhoven.
De stand van de reserve per 31-12-2025 bedraagt € 11.472.560 Doelvermogen We gaan ervan uit dat we medio 2026 met de Provincie Noord Brabant overeenstemming bereiken over de inhoud van het nazorgplan en de financiële vertaling hiervan naar het doelvermogen. Uitgangspunt is dat we in 2030 de stortplaats en de nazorg overdragen. Tot die tijd blijven de kosten van pre-nazorg voor rekening van de Metropoolregio Eindhoven. Fiscale positie De VPB-heffing 2025 van het concern bedraagt € 3.572. Over 2024 hebben we een teruggaaf ontvangen van € 4.693. Financiële kengetallen Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bevat dit jaarverslag een aantal verplichte financiële kengetallen. De kengetallen zijn afgeleiden van bestaande informatie en genereren geen ‘nieuwe’ informatie. De kengetallen geven het bestuur inzicht in de financiële positie van de Metropoolregio Eindhoven. Door het BBV is geen norm vastgesteld waarmee de uitkomsten van de onderstaande kengetallen vergeleken moeten worden.
De voorgeschreven kengetallen zijn: Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de Metropoolregio Eindhoven ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden te berekenen. Op die manier wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is én wat dat betekent voor de schuldenlast.
De solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
59
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de Metropoolregio Eindhoven heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Tevens zijn in het BBV kengetallen voorgeschreven voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteiten. Deze kengetallen zijn met name van belang voor gemeenten. Beide kengetallen zijn niet van toepassing voor de Metropoolregio Eindhoven en zijn derhalve niet uitgewerkt. De kengetallen laten het volgende beeld zien:
Financiële kengetallen Kengetallen: Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Begroting 2025 Jaarrekening 2025 9% -25% 14% -21% 45% 26% -7% 3% N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting: De netto schuldquote van de Metropoolregio Eindhoven bedroeg ultimo 2025 negatief 25%. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen bedroeg ultimo 2025 negatief 21%. De negatieve netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen impliceert dat de eigen middelen de schulden ruimschoots overtreffen. De solvabiliteitsratio bedroeg 26% ten opzichte van 45% begroot. Op grond van de solvabiliteitsratio kan worden geconcludeerd dat de Metropoolregio Eindhoven in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De structurele exploitatieruimte bedraagt volgens de bovenstaande becijferingen 3%. De structurele baten en lasten zijn vrijwel in evenwicht. Dit betekent dat de organisatie nauwelijks in staat is om structurele tegenvallers op te vangen. Op basis van de bovenstaande financiële kengetallen kan worden geconcludeerd dat de financieringsstructuur van de Metropoolregio Eindhoven gezond is, maar dat de exploitatie weinig ruimte biedt om structurele tegenvallers op te vangen.
Financiering Inleiding In de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden), Ruddo (Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden) en de Wet Schatkistbankieren zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van de decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt daarbij door de wet als volgt gedefinieerd: ”het sturen en beheersen van-, het verantwoorden over-, het toezicht houden op: de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s”. In de wet worden
60
voorschriften, richtlijnen en normeringen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Zowel bij de begroting als bij de jaarrekening dient de Metropoolregio Eindhoven een paragraaf Financiering op te nemen. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze in 2025 uitvoering is gegeven aan de treasuryfunctie. Treasurystatuut Het Treasurystatuut Metropoolregio Eindhoven 2022 is op 21 december 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur en op 1 januari 2023 in werking getreden. Kasgeldlimiet Volgens de Wet Fido is de Metropoolregio Eindhoven verplicht te rapporteren over de kasgeldlimiet. De kasgeldlimiet, uitgedrukt in een percentage (8,2%) van het totaal van de uitgaven, bepaalt het bedrag wat de Metropoolregio Eindhoven maximaal kort mag lenen. Op basis van de jaarrekening 2025 zou de kasgeldlimiet bijna € 2 miljoen dragen, echter omdat er geen behoefte is geweest om gelden aan te trekken, is hier geen risico gelopen. Renterisico Ook geeft de Wet Fido aan dat er inzicht moet worden gegeven in het renterisico voor de komende 4 jaren. Het renterisico ontstaat bij het aflopen van leningen. Eventueel nieuw af te sluiten leningen kunnen gepaard gaan met hogere rentekosten. De Metropoolregio Eindhoven heeft een annuïteitenlening lopen bij de BNG voor de financiering nieuwbouw Regionaal Historisch Centrum.