CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A16 MRE - Voorstel instemmen samenwerkingsagenda's MRE met Weert, Meierijstad en Venlo

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname2.206 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel

Instemmen samenwerkingsagenda’s MRE met Weert, Meierijstad en Venlo

Vergadering Algemeen Bestuur d.d. 17 december 2025

AGENDAPUNT 13

Aan het Algemeen Bestuur, De bovenregionale samenwerking van de MRE met Weert, Meierijstad en Venlo ligt bij het afgelopen DB en dit AB van december 2025 voor ter besluitvorming. Het DB heeft de regelingen getroffen en het AB wordt gevraagd in te stemmen met de samenwerkingsagenda’s. In dit voorstel wordt het recent doorlopen proces toegelicht, inclusief de belangrijkste conclusies en aandachtspunten in de doorlopen zienswijzenprocedure, en de daaruit volgende aanpassingen in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. Daarnaast wordt het vervolgproces voor de aankomende maanden beschreven. Stand van zaken Het AB is het afgelopen jaar regelmatig geïnformeerd over de voortgang in de bovenregionale afspraken. Voor het zomerreces hebben de samenwerkingsagenda’s en regelingen tussen MRE en Weert, Meierijstad en Venlo voorgelegen bij de relevante poho’s, het DB en het AB. Direct na het zomerreces heeft het DB een zienswijzenprocedure opgestart, die in november jl. is afgerond. Hieronder wordt dit proces toegelicht, inclusief de belangrijkste conclusies, aandachtspunten en minieme aanpassingen in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. Zienswijzenprocedure Het DB heeft mede op advies van de Raadstafel21 besloten om bij het dossier bovenregionale samenwerking (zowel de regelingen als de samenwerkingsagenda’s) de voorhangprocedure (Art. 25.3 GR MRE) toe te passen.

De inbrengen van wensen en bedenkingen door de colleges bij een DB-regeling is geregeld in Art. 26 GR MRE. Die (verplichte) procedure is door de toepassing van Art. 25.3 geïntegreerd in de voorhangprocedure. Het DB heeft van de meeste MRE-gemeenten een zienswijze ontvangen. In de bijgevoegde Nota van beantwoording zienswijzen zijn deze zienswijzen per onderwerp geordend en allemaal van een reactie voorzien. Ook de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo hebben een zienswijzenprocedure doorlopen. De zienswijzen van deze gemeenten zijn ter informatie ook opgenomen in de nota.

Belangrijkste aandachtspunten in zienswijzen -

De bovenregionale samenwerking is een positieve ontwikkeling waarvan breed wordt onderschreven dat dit kansen biedt en de druk op de regio kan verlichten.

De meeste MRE-gemeenten maken duidelijk dat ze de bovenregionale samenwerking met de gemeenten en regio’s om ons heen een begrijpelijke en logische stap vinden. Zeker gemeenten als Weert, Meierijstad en Venlo zijn steeds meer onderdeel van ons daily urban system. De samenwerking kan voor beide partijen een win-win opleveren, en daarbij ook de druk op de regio verlichten. -

De focus en prioriteit moet ook met deze afspraken bij de 21 MRE-gemeenten en de onderlinge opgaven en afspraken blijven.

Gezien de grote opgaven in onze regio is dit een begrijpelijk en terecht aandachtspunt. De prioriteit van de MRE zal altijd bij de eigen MRE-gemeenten liggen, ook met deze afspraken. Het blijft daarbij nadrukkelijk in ons eigen belang om de samenwerking met deze bovenregionale gemeenten te versterken. -

De uitvoeringskracht in de MRE is een belangrijk aandachtspunt, dus capaciteitsinzet voor bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de regionale opgaven.

De afspraken vragen beperkte inzet vanuit de MRE-organisatie en de MRE-gemeenten. Veel afspraken horen bij bestaande werkzaamheden en vragen dus geen extra capaciteit. Daarnaast hoeft en kan niet alles tegelijk en hebben ook Weert, Meierijstad en Venlo nog huiswerk te doen bij bepaalde afspraken. Het beeld van de MRE, Weert, Meierijstad en Venlo komt hierin geheel overeen. Zie ook het kopje ‘Capaciteit en uitvoering’ verderop. -

Direct betrokken gemeenten en/of subregio’s willen graag nadrukkelijk betrokken worden bij de realisatie van de afspraken, onderdeel uitmaken van de governance, etc.

De (direct betrokken) MRE-gemeenten zijn bij de totstandkoming van de afspraken nauw betrokken geweest. Dit blijft zo, ook in het vervolg. De aankomende weken wordt hierin een flinke stap gezet, o.a. met de regietafel uitvoeringskracht, de bestuursambtenaren van de 21 gemeenten, en in directe afstemming met de direct betrokken gemeenten. Aanpassingen n.a.v. zienswijzen Op basis van de zienswijzen zijn er enkele kleine aanpassingen gedaan in de regelingen en samenwerkingsagenda’s. De regelingen met Weert, Meierijstad en Venlo zijn n.a.v. de ontvangen zienswijzen op één punt eenduidig aangepast. Dit was op verzoek van het MRE. Hiermee willen we explicieter maken dat naast het centrale bestuurlijke en ambtelijke aanspreekpunt ook de betrokkenheid

van andere bestuurders, ambtenaren, etc. van o.a. direct betrokken gemeenten en/of subregio’s mogelijk en juist gewenst is, bijvoorbeeld bij de uitvoering van afspraken, de governance, enzovoort. Daarbij is het verder aan de MRE om hier regio-intern invulling aan te geven. -

Artikel 5.1: Partijen wijzen ieder een bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt aan, die voor de wederpartij de eerste aanspreekpunten zijn. Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden. De governance blijft verder zo licht en functioneel mogelijk.

De samenwerkingsagenda met Weert heeft twee aanpassingen op basis van de zienswijzen van Weert, waarbij de precieze formuleringen gezamenlijk zijn opgesteld. - Bij mobiliteit is in de contextbeschrijving een passage toegevoegd over de verbreding van de A2: “De verbreding A2 Weert-Eindhoven is op langere termijn een gezamenlijk streven, maar de komende jaren niet realistisch. Daarom zetten we éérst in op mitigerende maatregelen die de doorstroming verbeteren, zoals de bus op vluchtstrook en andere goede alternatieven voor de auto, zoals (hoogwaardig) openbaar vervoer en de fiets.” - Bij mobiliteit is één afspraak toegevoegd die al is opgenomen in het MMMP van de MRE: “MRE en Weert trekken gezamenlijk op bij het versterken van de verbinding in het grensgebied tussen o.a. de A2, Weert, Budel en Hamont, samen met de Belgische grensgemeenten.” De samenwerkingsagenda met Meierijstad heeft twee aanpassingen. - Op verzoek van m.n. Laarbeek en ook andere Peelgemeenten is er een toevoeging gedaan om het belang van leefbaarheid en doorstroming expliciet te maken bij de volgende afspraak: “We verkennen samen hoe onze havens en het vervoer over water belangrijker kunnen worden voor onze (circulaire) economie, met inachtneming van de leefbaarheid en doorstroming.” Daarnaast is deze afspraak verplaatst van het hoofdstuk mobiliteit naar het hoofdstuk economie en talent.

- Op verzoek van Son en Breugel is een aanvulling gedaan bij de afspraken over mobiliteit, specifiek de projecten op en rondom de A50. Hierbij is de formulering in het MMMP van de MRE aangehouden: “We werken samen bij projecten op en rondom de A50, zoals de bus op vluchtstrook, de verdere uitwerking van de BRT (Bus Rapid Transit) en Brainportlijn, de verbinding tussen de A50 en het centrum van Veghel, het verkennen van de mogelijkheid voor een extra aansluiting op de A50 ten noorden van Son en Breugel, en de verkenning van mogelijk geschikte locaties voor de noordelijke Brainporthub.” De samenwerkingsagenda met Venlo heeft slechts één kleine aanpassing. - Net als bij Meierijstad is de afspraak over de rol van de havens i.r.t. circulaire economie verplaatst naar het hoofdstuk economie en talent. Vervolgproces - Na de DB-vaststelling van de Nota van beantwoording zienswijzen Bovenregionale samenwerking MRE met Weert, Meierijstad en Venlo en het besluit om deze ter kennisgeving te delen met de colleges en raden van de deelnemende gemeenten en

-

-

-

-

het Algemeen Bestuur, is deze actie in gang gezet. Het AB-voorstel is daarbij ook ter informatie worden meegezonden aan de colleges en raden, zodat zij volledig op de hoogte zijn van de laatste stand van zaken. Na het treffen van de regelingen door het DB (en de instemming van het AB op de samenwerkingsagenda’s) wordt namens het DB gezorgd voor tijdige bekendmaking van de Regeling in het door dat bestuur uitgegeven blad. Dit is ook zo afgesproken in de regeling, en onderdeel van de Wgr. Op 18 en 19 december 2025 zal de voorzitter MRE samen met zijn bestuurlijke counterparts (de burgemeesters van respectievelijk Weert, Meierijstad en Venlo) in bilaterale, bestuurlijke meetings stilstaan bij deze mijlpaal in de samenwerking. Hier zal ook een persbericht over uitgaan. De aankomende weken en maanden worden de afspraken in de samenwerkingsagenda’s en regelingen verder geoperationaliseerd. Hierbij zal aandacht zijn voor inhoudelijke uitwerking, prioritering en fasering, maar ook voor de capaciteits- en governance-vraagstukken, m.n. regio-intern. Dit is ook zo afgestemd met de regietafel uitvoeringskracht en de kring van gemeentesecretarissen. De direct betrokken gemeenten en/of subregio’s worden hierbij nadrukkelijk bij betrokken. De bovenregionale samenwerking wordt in het proces van de Regionale agenda 20272030 meegenomen als een van de bestaande afspraken.

Capaciteit en uitvoering De aankomende weken en maanden staat in teken van de verdere operationalisering van de gemaakte afspraken en heldere (regio-interne) afstemming over de uitwerking van de capaciteitsinzet, prioritering en fasering, governance, enzovoort. De bovenregionale samenwerking is net als werklocaties benoemd als een casus om via de regietafel uitvoeringskracht nader uit te werken. Dit is ook zo afgestemd met de kring van gemeentesecretarissen. De direct betrokken MRE-gemeenten, waaronder Cranendonck, de Peelgemeenten en Son en Breugel, worden hierbij in het bijzonder betrokken. De uitwerking van de capaciteitsinzet voor de bovenregionale samenwerking richt zich allereerst op het jaar 2026. Vervolgens kan de capaciteitsinzet in een MRE-brede aanpak in het proces van de Regionale agenda 2027-2030 worden meegenomen. De verwachte inzet vanuit de MRE en haar gemeenten in 2026 is beperkt. Veel van de afspraken zijn bestaande regionale afspraken, waardoor er geen extra capaciteit nodig is. Daarnaast kan door efficiënt gebruik te maken van bestaande gremia en overlegtafels, het op onderdelen gezamenlijk afstemmen (MRE met Weert, Meierijstad en Venlo samen), en het – in nauwe afstemming met de direct betrokken gemeenten – slim verdelen van taken en verantwoordelijkheden binnen de MRE-samenwerking ook voor een efficiënte en effectieve werkwijze worden gezorgd.

Bovendien zijn Weert, Meierijstad en Venlo bij diverse afspraken de partij die het initiatief moet nemen voor de eerste stappen en/of nog huiswerk moet doen, wat daarom voorlopig geen inzet van de MRE vraagt. In de week van 8-12 december ontvangen de regietafel uitvoeringskracht en de direct betrokken gemeenten (ambtelijk en bestuurlijk) de eerste opzet met de (gevraagde) uitwerking van bovengenoemde vraagstukken m.b.t. capaciteit en governance. Op 15 december wordt dit

besproken in de regietafel uitvoeringskracht en in een overleg met de bestuursambtenaren. De ambitie is om de regio-interne afspraken in het eerste kwartaal van 2026 volledig helder te hebben. Rapportage en evaluatie In de regeling is een passage opgenomen over de manier van rapporteren over de samenwerking (Artikel 6): 1. Partijen gebruiken hun reguliere rapportages voor melding van de voortgang van de samenwerking. 2. Indien buiten de reguliere rapportages er aanleiding is voor het verstrekken van informatie of als Partijen om inlichtingen worden gevraagd, verstrekken Partijen die informatie gelijkluidend en zoveel als mogelijk gelijktijdig. Over de evaluatie is het volgende afgesproken in Artikel 9.4: - Partijen evalueren de Samenwerkingsagenda en de Regeling uiterlijk 1 jaar voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda. Partijen nemen uiterlijk 6 maanden voor het einde van de looptijd van de Samenwerkingsagenda een voorlopig besluit om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda te verlengen dan wel een aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen. Artikel 4, 5e lid is van toepassing op een aangepaste Samenwerkingsagenda. Indien Partijen besluiten om de looptijd van de vigerende Samenwerkingsagenda niet te verlengen dan wel geen aangepaste Samenwerkingsagenda vast te stellen, dan verbinden Partijen hieraan tevens een besluit om de Regeling op te heffen.

Overige trajecten De afgelopen weken zijn ook stappen gezet in de samenwerking met de Vlaamse grensregio’s de Antwerpse Kempen en Belgisch Limburg. Dit bouwt voort op het Verkennersrapport Kempen | Limburg opgesteld in de eerste helft van 2024, gevolgd door een conferentie in november 2024. Daar hebben de directeuren van de MRE, Brainport Development, IOK (Kempen) en POM (Limburg) de opdracht gekregen om op directeursniveau tot een potentiële samenwerkingsagenda te komen. Dit proces heeft sinds kort geleid tot een eerste concept samenwerkingscharter (een gezamenlijke intentieverklaring/MoU) met strategische hoofdlijnen voor de samenwerking, en een onderliggende werkagenda die de basis kan vormen voor de inzet de aankomende twee jaar. De economische/innovatieve pijler is hierbij benoemd als de drijvende kracht, aangevuld met meest kansrijke publieke thema’s voor samenwerking: mobiliteit, wonen, werklocaties en landschappelijke structuren. Deze conceptversies worden momenteel getoetst in de relevante gremia, zoals de MRE-poho’s. De agendering van het samenwerkingscharter (de gezamenlijke intentieverklaring) bij het AB is voorzien in februari 2026. Vanwege het internationale karakter en de andere opbouw van deze samenwerking t.o.v. met Weert, Meierijstad en Venlo, kan deze samenwerking niet via de Wgr lopen.

Een zienswijzeprocedure is in deze fase ook nog niet aan de orde, maar kan in het verdere vervolg wel worden ingezet.

De bovenregionale samenwerking met Tilburg en Den Bosch biedt ook kansen. Tegelijkertijd geven zowel MRE, Tilburg als Den Bosch op dit moment prioriteit aan andere trajecten – niet alles kan tegelijkertijd. Ambtelijk en bestuurlijk is er al regelmatig en goed contact. Mocht een intensievere, gezamenlijke verkenning voor beide partijen interessant zijn, dan kan dit alsnog worden opgepakt. Eindhoven, 8 december 2025 Het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven, de secretaris, G.A.G.H. Wouters.

de voorzitter, J.R.V.A. Dijsselbloem.

Het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven; gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 8 december 2025; BESLUIT 1. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Weert; 2. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad; 3. In te stemmen met de Samenwerkingsagenda MRE-Venlo. Eindhoven, 17 december 2025 het Algemeen Bestuur, de secretaris,

de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16397117/1