CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

A16 MRE - Nota van beantwoording zienswijzen bovenregionale samenwerking MRE met Weert, Meierijstad en Venlo

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Ingekomen stukken ter kennisname10.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Reactienota zienswijzen bovenregionale samenwerking Weert, Meierijstad en Venlo

Gemeente Geen zienswijzen Bergeijk Bladel Eersel Reusel-De Mierden Veldhoven Regionale samenwerking Asten Laarbeek Helmond Gemert-Bakel

Zienswijze

Reactie MRE

Geen zienswijze gemeenschappelijke regelingen Kennisgenomen van; geen zienswijze Geen zienswijze Kennisgenomen van; geen zienswijze Geen zienswijze

Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen. Kennisgenomen.

Ontwikkelpotentie binnen MRE en mogelijkheden binnen 21 gemeenten Bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de ontwikkelpotentie binnen de MRE en de mogelijkheden binnen de 21 gemeenten. Ook naar de toekomst toe.

In de regeling is concreet opgenomen dat de bovenregionale samenwerking niet ten koste mag gaan van de (financiële) afspraken die we in MREverband hebben gemaakt, inclusief die met partners als Rijk en provincie.

Het is van belang om de positie van de MRE duidelijk te definiëren in de regelingen. Daarnaast moet de interne thematische programmering scherp en op orde zijn. Dit vraagt om een versterking van de inhoudelijke MRE-agenda’s (én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking), voordat verdere afspraken worden gemaakt over samenwerking buiten de regio. Bergeijk

Zienswijze samenwerkingsagenda’s De bovenregionale samenwerking met resp. Meierijstad, Venlo en Weert mag niet ten koste gaan van de ambities op wonen, werken en mobiliteit zoals vastgesteld

Het verbeteren van de interne thematische programmering vraagt te allen tijde aandacht. Hier wordt doorlopend aan gewerkt, samen met de 21 gemeenten. Het versterken van de inhoudelijke MRE-agenda is een regio-intern vraagstuk, waar bijvoorbeeld in het proces Regionale agenda 2027-2030 ruimte voor is. Het traject bovenregionale samenwerking hangt hier uiteraard mee samen. De agenda’s in de bovenregionale samenwerking zijn door diverse ambtelijke en bestuurlijke rondes al aangescherpt en goedgekeurd, daarnaast verder aangescherpt op basis van de ontvangen zienswijzen. Zie hierboven. Dit geldt ook voor de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. De Ontwikkelstrategie De Kempen is niet door de MRE vastgesteld.

1

in Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant (2023) en Ontwikkelstrategie De Kempen 2024-2040. Regelingen en samenwerkingsagenda’s Geldrop-Mierlo

Geldrop-Mierlo

Heeze-Leende

Gemeenschappelijke regeling “zonder meer” Wij onderschrijven de keuze voor de lichte juridische vorm van een gemeenschappelijke regeling “zonder meer”. Deze biedt een heldere juridische basis zonder dat bevoegdheden worden overgedragen of extra bestuurslagen worden toegevoegd. Daarmee blijft de samenwerking naar verwachting wendbaar en aanvullend. Procesmatig karakter samenwerkingsagenda’s Wij constateren dat de samenwerkingsagenda’s vooral procesmatig zijn ingestoken. Dat biedt ruimte voor verdere concretisering, maar maakt het op dit moment lastig om resultaten meetbaar te maken. Wij verwachten in de verdere uitwerking dat meer concreet wordt welke doelen en resultaten gezamenlijk worden nagestreefd. Inhoudelijke bijdragen van gemeenten Weert, Venlo, Meierijstad Extra aandacht willen we vragen voor onze redenen om de samenwerking te verkennen. Volgens ons is dat de vraag of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan de opgaves in het kader van de schaalsprong. We hadden verwacht dat de samenwerkingsagenda’s al wat meer inhoudelijk zouden zijn uitgewerkt, zeker gezien onze oproep eerder dit jaar om eerst de vraag te beantwoorden of de bovenregionale gemeenten kunnen bijdragen aan onze opgaves en dit eerst uit te werken in gezamenlijke agenda’s, alvorens veel tijd te stoppen in het opstellen van de benodigde governance.

Kennisgenomen. Dit is inderdaad de insteek bij het gebruiken van deze lichtste vorm van de gemeenschappelijke regeling.

Bij de verdere operationalisering van de afspraken in de samenwerkingsagenda’s zal dit zo goed mogelijk worden toegepast.

De samenwerkingsagenda’s hebben vanuit MREperspectief zeker als uitgangspunt dat ze de druk op de regio moeten helpen verlichten, en dat de bovenregionale samenwerking leidt tot een win-win situatie voor beide partijen. De bovenregionale samenwerking is echter geen vervanging van onze verantwoordelijkheid om onze eigen regionale opgaven te realiseren. De opgaven van de MRE blijven hetzelfde. Dit zijn afspraken die we onderling maar ook met provincie en Rijk hebben gemaakt. De MRE kan en wil niet op de stoel van de provincie(s) gaan zitten, bijvoorbeeld waar het gaat om provinciale afspraken over woningbouwaantallen, verdeling werklocaties, etc. Tegelijkertijd helpt het onze regio zeker om de druk te verlichten als we door samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo bijvoorbeeld woningbouw in

2

De agenda’s zijn nu op grote lijnen vooral gericht op afstemmen en kennis uitwisselen en zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter. Dit verlicht de druk op onze regio niet. De vraag blijft: In hoeverre zien de drie bovenregionale gemeenten daadwerkelijk kans om inhoudelijk bij te dragen aan de opgaves van de schaalsprong? Wij vragen dan ook extra aandacht om snel tot nadere uitwerkingen te komen van de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen.

Waalre

Oirschot Best

Een vraag van onze zijde aan het Dagelijks Bestuur is of het Dagelijks Bestuur (op termijn) een rol ziet in de bovenregionale samenwerking voor Provincie, Rijk en bedrijfsleven? Samenwerkingsagenda 2026-2030 Wij hebben geen bezwaar tegen het aangaan van de samenwerkingen met Weert, Meierijstad en Venlo en de onderliggende regelingen. Wel vragen wij u deze samenwerkingen (en eventuele uitbouw naar andere partners) een plek te geven in de nieuwe samenwerkingsagenda 2026-2030. Verbinding MRE-organisatie, Weert, Meierijstad, Venlo en individuele gemeenten uit MRE De samenwerkingsagenda’s geven wat ons betreft voldoende aanknopingspunten. Meer samenwerking met de regio’s om ons heen is ook logisch, omdat het belang van onze Brainportstrategie en de impact die de schaalsprong heeft onze regio duidelijk overstijgt. Dat u daarbij als juridische grondslag kiest voor de

en in de directe omgeving van de regio kunnen versnellen; sneller en beter mobiliteitsoplossingen kunnen realiseren en onze ecosystemen en werklocatieaanpak beter op elkaar aan kunnen laten sluiten. De potentie van de bovenregionale samenwerking is o.a. onderschreven in de actualisatie van het MIRT-onderzoek. Het DB zet daarom in om bij het a.s. BO MIRT de potentie van de bovenregionale samenwerking op te nemen in de afspraken onder de actualisatie van het MIRT-onderzoek. Het vervolg hierop vraagt nog nadere uitwerking, inclusief de weging of er een rol is (en zo ja, welke) voor andere partners zoals Rijk, provincie(s) en bedrijfsleven. Dat zal in nauwe afstemming met alle betrokken partijen moeten gebeuren. Het Algemeen Bestuur dat aantreedt in de nieuwe bestuursperiode bepaalt wat wordt opgenomen in de nieuwe Regionale Agenda 2027-2030. Daarbij is het wel de insteek dat alle bestaande afspraken dienen als basis en uitgangspunt.

Kennisgenomen. In de regeling was al een passage opgenomen die de onderlinge afstemming binnen de MRE moest borgen: “Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigde afstemming in de eigen organisatie en eigen bestuurlijke omgeving.” Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de

3

“regeling zonder meer”, de lichtste vorm die de wet ons biedt onder de Wet gemeenschappelijke regelingen, onderschrijven wij. We vragen nog wel (aandacht en) verduidelijking over de verbinding tussen de MRE-organisatie en de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo enerzijds en verbinding met de individuele gemeenten uit de MRE anderzijds (tussen Weert, Meierijstad en Venlo enerzijds en individuele gemeenten uit de MRE anderzijds). De agenda’s en regelingen zijn hierover niet heel specifiek. We kunnen ons voorstellen dat de aanspreekpunten van de samenwerkingen niet alleen vanuit de MRE organisatie en haar bestuurders, maar ook vanuit de direct betrokken MRE gemeenten kunnen komen.

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad Meierijstad

De gemeente Son en Breugel steunt de voorgestelde samenwerking, mits de ingebrachte aandachtspunten nadrukkelijk worden meegenomen in de uitwerking van de agenda. Gemeente Meierijstad geeft positieve zienswijze af op zowel de concept samenwerkingsagenda als de concept regeling.

realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort. Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. Kennisgenomen.

De relevante passages uit de zienswijze van Meierijstad zijn opgenomen ter achtergrond.

Samenwerkingsagenda sluit goed aan bij ambities uit Toekomstvisie Meierijstad De samenwerking biedt ons de kans om onze ambities uit de Toekomstvisie, met name op het terrein van wonen, economie, talent en mobiliteit te realiseren en de leefbaarheid en kwaliteit van ons voorzieningenniveau te verbeteren.

4

De ambities van Meierijstad sluiten goed aan bij de opgaven, waar de MRE mee te maken heeft en andersom. Door als partners samen op te trekken en concrete afspraken te maken, is de kans groter dat zij elkaar versterken en aanvullen in plaats van met elkaar te concurreren. De samenwerking is daarom gericht op gedeeld voordeel en een duidelijke win-win voor alle partijen. Het betreft afspraken op het terrein van wonen, werken, mobiliteit en voorzieningen. Bij deze afspraken hebben de ambities uit de Toekomstvisie en de algehele leefbaarheid centraal gestaan en zien wij de samenwerking met MRE als een kans om deze ambities te versnellen. Afwegingskader van nota verbonden partijen is toegepast Op 18 januari 2018 heeft de Raad van Meierijstad de nota verbonden partijen vastgesteld. Daarin is een paragraaf ‘Afwegingen bij het oprichten van en deelname aan een verbonden partij’ opgenomen inclusief een besliskader. Op grond van dit besliskader is een publiekrechtelijke deelneming, meer specifiek de lichtste vorm van een Gemeenschappelijke Regeling, ook wel ‘Regeling zonder meer’ genoemd, de meest passende constructie om de Samenwerkingsagenda juridisch te verankeren.

Ook vanuit MRE is dit voorgesteld, daarmee zien wij de gekozen juridische ‘Regeling zonder meer’ als de meest geschikte vorm om in gelijkwaardigheid en gezamenlijk de beoogde samenwerking tussen Meierijstad en MRE vorm te geven.

5

Voorwaarden, spelregels, principes Someren

Positie MRE en interne thematische programmering De bovenregionale samenwerking dient een versterkend effect te hebben op de enorme ontwikkelpotentie binnen de MRE. Dit kan enkel volledig tot bloei komen wanneer de positie van de MRE duidelijk is gedefinieerd in de regelingen en de interne thematische programmering scherp en volledig in orde zijn.

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Dit vraagt om een verdere versterking van de inhoudelijke MRE-agenda’s én een aanscherping van de agenda voor bovenregionale samenwerking. Wanneer hier zorg voor is gedragen, kan samenwerking buiten regio volledig excelleren. Verankeren belangen Peelgemeenten wonen, werken en mobiliteit en wederzijdse win-win afspraken Wij verzoeken de belangen van de Peelgemeenten op het gebied van wonen, werken en mobiliteit nadrukkelijk te verankeren in de inhoudelijke samenwerkingsafspraken. (De Peelregio neemt immers voor de thema's wonen, werken en mobiliteit een belangrijke positie in binnen de samenwerking met de drie gemeenten / binnen de MRE-regio. Daarbij vragen wij u rekening te houden met logische / natuurlijke en wederzijdse win-win afspraken in de samenwerking / scenario’s. Cranendonck is als gemeente gelegen aan de buitengrens van de MRE en heeft een unieke ligging op het snijvlak van Brainport en Keyport. Juist vanuit deze positie zijn wij groot voorstander van een blik die verder reikt dan de bestuurlijke grenzen van de regio. In onze ervaring is het daily urban system van de Brainportregio immers al

Kennisgenomen. De uitgangspunten van de bovenregionale samenwerking zoals opgenomen in de regelingen onderschrijft dit standpunt. De verdere versterking van de inhoudelijke MREagenda’s is een voortdurend aandachtspunt, wat zeker richting de nieuwe Regionale agenda 20272030 nadrukkelijk aandacht verdient.

De inhoudelijke inbreng van alle MRE-gemeenten, inclusief de Peelgemeenten, is nadrukkelijk meegenomen bij het opstellen en aanscherpen van de inhoudelijke samenwerkingsagenda’s. We onderschrijven de belangrijke rol van de Peelgemeenten t.o.v. deze drie bovenregionale gemeenten.

Kennisgenomen. We onderschrijven de belangrijke rol en positie van Cranendonck t.o.v. Weert.

6

groter dan grondgebied van de MRE-gemeenten. Gezien deze ligging richten wij ons in de reactie in het bijzonder op de samenwerkingsafspraken met de gemeente Weert. Wij zijn in algemene zin voorstander van deze samenwerking, temeer omdat zowel Cranendonck als Weert stevige ambities hebben op het gebied van woningbouw en werklocaties. De nabijheid van onze gemeenten maakt een goede afstemming noodzakelijk. Onze belangrijkste werklocaties liggen immers dicht bij elkaar, en ook op de woningmarkt hebben ontwikkelingen in de ene gemeente direct invloed op de andere.

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Wij vinden het daarbij van groot belang dat bij deze samenwerking een aantal principes wordt gehanteerd: Voor partnergemeenten gelden dezelfde spelregels als MRE-gemeenten Omdat het daily urban system groeit, is het voor zowel de partnergemeenten als MRE-gemeenten logisch om samen te werken. Maar wij vinden het wel belangrijk dat deze gemeenten aan dezelfde spelregels worden gehouden. Dit geldt onder andere voor: o De afspraken over het type bedrijvigheid op werklocaties, zoals vastgelegd in de regionale programmeringsafspraken van de MRE. o De afspraken over inbreiden en uitbreiden op het gebied van wonen. Samenwerken moet win-win zijn voor alle betrokken gemeenten Samenwerking hoort bij te dragen aan de ambities van alle betrokken gemeenten, en mag niet ten koste

In de regeling zijn diverse passages opgenomen waarin dit uitgangspunt aan bod komt, zoals: “De Regionale Agenda van de Metropoolregio Eindhoven is mede richtinggevend. Het bestuur van de Metropoolregio kan geen afspraken maken in strijd met de op dat moment geldende Regionale Agenda, of op thema’s die niet zijn opgenomen in de Regionale Agenda.” “De gemeente Weert/Meierijstad/Venlo en de Metropoolregio Eindhoven spannen zich in om beleidsmatige uitgangspunten, afwegingskaders en definities op elkaar aan te laten sluiten.” Dit wordt onderschreven in de regeling. Zie o.a. hierboven.

7

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

Cranendonck reactie in bijzonder op afspraken Weert

van de ontwikkelruimte van gemeenten binnen de MRE. MRE is een ecosysteem, dat in eerste instantie zijn eigen problemen oplost Als het oplossen van primaire opgaven binnen dit ecosysteem niet lukt, er dan pas verder gekeken wordt en opgaven niet direct worden uitgeruild. Gezamenlijk optrekken Om actief vanuit de samenwerking en mogelijke co-creatie gezamenlijk in de overleggen, als onderdeel van de MRE- delegatie en Weert, op te trekken. Wij roepen op bovengenoemde principes nadrukkelijk te borgen bij de nadere uitwerking van de afspraken.

Heeze-Leende

Voorwaarden samenwerking Heeze-Leende is een gemeente, die graag samenwerkt. Samenwerken is een essentiële sleutel om zowel gezamenlijke als individuele ambities en beleidsdoelen waar te maken. Wij

Dit sluit goed aan en past binnen de kaders van de regelingen.

Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort. Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. We onderschrijven deze uitgangspunten, die mede de basis vormen van deze bovenregionale samenwerking.

8

Deurne

Eindhoven

Eindhoven

kunnen de samenwerkingen met Weert, Venlo en Meierijstad omarmen, mits: • Ieder vanuit eigen rol en identiteit een bijdrage kan blijven leveren. • Onze stem niet mag verwateren. • De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert bijdragen aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de Brainportregio Eindhoven, zodat: o een ieder vanuit de brede welvaart gedachte een eigen plek kan krijgen om te wonen; o industrie en bedrijfsleven zich niet concentreren op één plek; o én we als regio goed bereikbaar blijven. Samenwerken met respect voor verschillen De gemeenteraad van Deurne staat positief tegenover verdere samenwerking. Wij (h)erkennen hierin ook dat belangen soms kunnen schuren en vinden het daarom van belang om actief bij te dragen aan een proces dat recht doet aan de positie van alle betrokken partijen. Wij willen hierin een betrouwbare en constructieve partner zijn. Met interesse hebben wij kennisgenomen van en gesproken over uw initiatief voor bovenregionale samenwerking met deze drie omliggende gemeenten. De opgaven in onze regio zijn groot en leiden ook om ons heen tot uitdagingen. Door samen te werken hieraan, staan we samen sterker. Wij staan daarom positief tegenover deze bovenregionale samenwerkingen. Informeren en betrekken raden Wij blijven graag geïnformeerd en roepen u op de

Kennisgenomen. De constructieve houding wordt gewaardeerd.

Kennisgenomen van deze positieve houding.

De raden zullen met regelmaat op de hoogte worden gehouden van de voortgang van de realisatie van de afspraken. Dit is ook opgenomen

9

Governance, rolverdeling, positionering Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Asten Helmond Gemert-Bakel

raden te betrekken bij de verder concretisering en realisatie van de afspraken.

in de regeling (Artikel 6): “Partijen gebruiken hun reguliere rapportages voor melding van de voortgang van de samenwerking”, en: “Indien buiten de reguliere rapportages er aanleiding is voor het verstrekken van informatie of als Partijen om inlichtingen worden gevraagd, verstrekken Partijen die informatie gelijkluidend en zoveel als mogelijk gelijktijdig.”

Rolverdeling MRE-organisatie en 21 gemeenten en positie subregio’s De huidige voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd is, zijn nog niet voldoende inzichtelijk of zijn nog niet voldoende uitgewerkt. De rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten en de positie van subregio's daarin vragen om verdere verduidelijking, zowel in de regeling als de verdere uitwerking.

De voorwaarden waarop de bovenregionale samenwerking gebaseerd zijn komen aan bod in de regeling. Denk bijvoorbeeld aan het win-win principe, de kaders vanuit onze regionale agenda, en afspraken die niet strijdig mogen zijn met (financiële) afspraken in regio en met partners als Rijk en provincie.

Governance afspraken Er is behoefte aan betere governance afspraken die niet leiden tot één bestuurlijk aanspreekpunt vanuit de MRE-regio, maar juist zorgen voor een meer evenwichtige vertegenwoordiging.

De rolverdeling tussen de MRE-organisatie en de 21 gemeenten (incl. rol subregio’s) is een regiointern vraagstuk. In de regeling is beschreven dat iedere partij zelf zorg draagt voor deze interne afstemming. Dat vraagt dus geen nadere specificatie in de regeling zelf. De rolverdeling tussen de MRE-organisatie, 21 gemeenten en subregio’s wordt op dit moment nog verder uitgewerkt, in samenwerking met de meest direct betrokkenen en bijvoorbeeld de regietafel uitvoeringskracht. Hierbij wordt per afspraak goed gekeken wat prioriteit heeft, hoe deze geoperationaliseerd kan worden, welke fasering logisch is, welke partijen betrokken moeten worden bij de verdere uitwerking, enzovoort. In de regeling was al een passage opgenomen die de onderlinge afstemming binnen de MRE moest borgen: “Iedere partij is zelf verantwoordelijk voor eventueel benodigde afstemming in de eigen organisatie en eigen bestuurlijke omgeving.”

10

Dit houdt onder meer in dat ook actief een gemeente uit De Peel wordt betrokken, waarbij het verder gaat dan enkel het bespreken van de voortgang. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen.

Op basis van deze en andere, soortgelijke zienswijzen, is er ter verduidelijking een extra toevoeging gedaan in de regeling: “Partijen betrekken, indien nodig of wenselijk voor de realisatie van de samenwerkingsafspraken, bestuurlijke, ambtelijke en overige belanghebbenden.” Daarmee blijft geborgd dat er één centraal bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt is per partij voor het geheel van de samenwerking, maar ook dat in de regeling expliciet wordt gemaakt dat bestuurders en/of ambtenaren van bijvoorbeeld direct betrokken MRE-gemeenten kunnen fungeren als contactpersoon of verantwoordelijke voor bepaalde onderdelen en afspraken; regulier of incidenteel onderdeel uitmaken van bilaterale overleggen; regulier of incidenteel zorgen voor de MRE-interne afstemming, enzovoort.

Laarbeek

Someren

Governance afspraken Er is behoefte aan betere governance afspraken die een evenwichtige vertegenwoordiging van elke subregio waarborgen in de totstandkoming, uitwerking en naleving van afspraken. Dit is essentieel voor de Peelgemeenten, gezien het feit dat alle drie de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen. Governance afspraken Met het betrekken van één van de Peelgemeenten bij het bestuurlijke aanspreekpunt

Kort samengevat: directe betrokkenheid van gemeenten in onze samenwerking wordt zeer gewaardeerd, is wenselijk en ook absoluut ruimte voor. Dit wordt de aankomende periode in meer detail uitgewerkt, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht en direct betrokken gemeenten. De afspraken zijn tot stand gekomen onder meer via de reguliere MRE-structuur (werkgroepen, AO's, poho's), waarbij gemeenten die zich hiervoor hebben gemeld nog nadrukkelijker zijn betrokken bij de totstandkoming. Voor de verdere uitwerking en naleving van de afspraken zullen regio-intern goede afspraken worden gemaakt, waarbij we o.a. de regietafel uitvoeringskracht benutten. Zie antwoorden hierboven.

11

Valkenswaard

vanuit de MRE-regio zorg je ervoor dat er een goede evenwichtige vertegenwoordiging is. Gezien het feit dat de beoogde partnergemeenten aan de Peelzijde van de MRE grenzen is een vertegenwoordiging vanuit de Peelgemeenten een logische toevoeging op wat er nu al is. Op deze wijze wordt ieders belang op een goede wijze vertegenwoordigd wat de samenwerking nog krachtiger maakt. Werkbare governance Daarnaast achten wij het van belang dat de bestuurlijke en ambtelijke governance zo eenvoudig mogelijk wordt ingericht, om onnodige complexiteit en vertraging in besluitvorming te voorkomen. Een toename van overlegstructuren of besluitvormingslagen kan immers de slagkracht in de uitvoering aanzienlijk verminderen.

We onderschrijven het uitgangspunt om de governance zo licht mogelijk te houden volledig. Er zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van bestaande gremia en overlegstructuren. Voor eventueel nieuwe afspraken in de toekomst (nu nog niet aan de orde) is het uiteraard cruciaal om deze te toetsen aan de bijdrage aan onze gezamenlijke opgaven en de uitvoerbaarheid/capaciteitsvraag.

Wij pleiten er daarom voor dat nieuwe afspraken alleen worden toegevoegd wanneer deze aantoonbaar bijdragen aan het realiseren van de gezamenlijke opgaven én uitvoerbaar zijn binnen de beschikbare capaciteit. Deurne

Om deze samenwerking duurzaam en effectief vorm te geven, willen wij enkele belangrijke aandachtspunten meegeven, gericht op het versterken van de basis en het inhoudelijk afstemmen van de samenwerking. Versterking basis – rolverdeling, governance, uitvoeringscapaciteit, financiële impact Een succesvolle bovenregionale samenwerking begint bij een sterke interne organisatie. De gemeenteraad van Deurne benadrukt het belang van:

We onderschrijven het belang van een sterke interne organisatie van de MRE-samenwerking. Hier wordt hard aan gewerkt, zodat we met onze 21 gemeenten zo goed mogelijk vooruit kunnen met onze regionale opgaven. De prioriteit ligt hierbij uiteraard bij de uitvoering en capaciteit van onze 21 gemeenten. Zie antwoorden hierboven m.b.t. de opmerking rondom governance. De capaciteitsvraag voor de MRE-organisatie en de 21 gemeenten is zeer beperkt; het gaat hier veelal om afspraken die onderdeel zijn van bestaande werkzaamheden en

12

1. Heldere rolverdeling tussen de MREorganisatie, de 21 aangesloten gemeenten en subregio’s. Dit voorkomt onduidelijkheid en bevordert een efficiënte samenwerking. 2. Evenwichtige governance, waarbij de Peelgemeenten actief en structureel worden betroken. Dit is van belang gezien de geografische ligging en inhoudelijke betrokkenheid bij de partnergemeenten. 3. Voldoende uitvoeringscapaciteit binnen de MRE. Voordat nieuwe afspraken worden gemaakt, moet de personele en inhoudelijke basis op orde zijn. Dit voorkomt overbelasting en waarborgt kwaliteit. Onze opmerking is in lijn met de door de raad eerder afgegeven zienswijze op de conceptbegroting van de MRE (datum 27 mei 2025): Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op bovenregionale samenwerking. Dit signaal geven wij opnieuw af. Daarnaast vragen wij ook inzichtelijk te maken wat de capaciteitsvraag richting gemeenten gaat zijn. 4. Financiele impact. Wij vragen om afspraken te verduidelijken met betrekking tot (eventuele) kostenverdeling, inzet en verantwoordelijkheden. Ambtelijke capaciteit, uitvoeringskracht, slagkracht Asten Faciliteren samenwerking en kennis Laarbeek uitwisselen Helmond Vanuit zowel de regeling als Gemert-Bakel samenwerkingsagenda's wordt nu niet duidelijk welk beslag dit legt op de organisatie van de MRE en/of gemeenten.

Het blijft onduidelijk hoe de samenwerking praktisch wordt gefaciliteerd, welke concrete

niet of nauwelijks extra inzet vragen. Indien er een rol is voor capaciteitsinzet vanuit individuele gemeenten, dan zal dat vrijwel geheel op eigen verzoek zijn, bijvoorbeeld omdat deze gemeenten direct betrokken willen zijn vanwege hun geografische ligging (zoals ook aangegeven in deze zienswijze). Het is naast het regionale belang ook in het belang van individuele gemeenten om bij deze afspraken betrokken te zijn. Dit proces wordt de aankomende weken en maanden, o.a. in afstemming met de regietafel uitvoeringskracht, verder uitgewerkt. Op dit moment is geen financiële impact voorzien o.b.v. de huidige afspraken. In de regeling is een afspraak opgenomen die ruimte biedt om dit waar nodig wel te doen, waarbij het uiteraard moet passen binnen de bevoegdheden van de partijen: “Indien nodig of wenselijk voor de uitvoering en realisatie van de afspraken zoals vastgelegd in de Samenwerkingsagenda, kunnen Partijen, voor zover bevoegd, ook randvoorwaardelijke afspraken maken, inclusief financiële afspraken.”

Zie mede de antwoorden hierboven. De uitvoeringskracht en capaciteit van de MRE is gezien de grote opgave een cruciaal aandachtspunt voor de samenwerking van onze 21 gemeenten. Hier wordt hard aan gewerkt, waaronder via recente afspraken met Rijk, regio en bedrijfsleven (de ontwikkeling naar realisatieteams), en via de afstemming in de

13

stappen daarvoor nodig zijn en wat de financiële consequenties zijn op de korte tot middellange termijn.

Someren

Geldrop-Mierlo

Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegd die niet (alleen) bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Wij vinden het essentieel om de basis en personele capaciteit binnen de MRE op orde te hebben voordat er afspraken met bovenregionale partnergemeenten worden gemaakt waar extra uitvoeringscapaciteit mee gemoeid gaat. Faciliteren samenwerking en kennis uitwisselen Met het nog beter in kaart brengen van de consequenties voor de organisaties van zowel de MRE als de gemeenten zorgen we ervoor dat er een helder beeld kan worden getoond van de samenwerking en de financiële consequenties op de korte tot middellange termijn. Aanvulling hierop is dat ook uitwisseling van kennis wordt toegezegd die niet bij de MRE, maar bij de gemeenten zelf zit. Door eerst de basis en de personele capaciteit binnen de MRE volledig op orde te hebben, kan er wanneer er behoefte is aan extra uitvoeringscapaciteit een vliegende start worden gemaakt met de bovenregionale partnergemeenten. Regionale uitvoeringskracht De regionale samenwerking binnen de MRE is voor ons het vertrekpunt. Wij achten het van belang dat de inzet op bovenregionale samenwerking de regionale uitvoeringskracht niet onder druk zet. De samenwerking met Meierijstad, Venlo en Weert moet daarom ’lean‘ worden georganiseerd

regietafel uitvoeringskracht over capaciteitsvraagstukken. De benodigde inzet voor de bovenregionale samenwerking is op dit moment zeer beperkt. De Peelgemeenten en andere direct betrokken MREgemeenten worden nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking van deze samenwerking.

Zie hierboven. De prioriteit ligt uiteraard bij de samenwerking met onze 21 MRE-gemeenten. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor het op orde hebben van de personele capaciteit.

We onderschrijven dit volledig.

14

en mag de primaire opgaven van de 21 gemeenten niet verdringen. Dit sluit aan bij de kaderstellende uitgangspunten, die het Algemeen Bestuur van de MRE in juli 2024 heeft vastgesteld: de samenwerking dient aanvullend te zijn en licht georganiseerd.

Heeze-Leende

De bovenregionale samenwerking biedt ons daarbij de kans samen met omliggende gemeenten onze gezamenlijke opgave in het kader van de schaalsprong te verlichten en onze doelen slimmer en efficiënter te organiseren, met behoud van de bestaande afspraken binnen de MRE. Uitvoeringskracht, slagkracht en financiën Hoewel wij positief zijn over de bovenregionale samenwerking, én het naar uw zeggen niet ten koste gaat van de uitvoeringskracht van de bestaande afspraken, willen wij daar toch aandacht voor blijven vragen. De uitvoeringskracht staat nu al onder druk. Het is nu al complex met 21 gemeenten tot uitvoering te komen. Het buiten de regio gaan samenwerken moet wat Heeze-Leende betreft wel echt veel winwin opleveren. Er zijn al weer heel wat uren besteedt om tot deze conceptteksten en de zienswijzeprocedure te komen. De focus van het werkprogramma MRE is uitvoering en wij vinden dat dit zo moet blijven. Wij verzoeken het Dagelijks Bestuur dan ook het Algemeen Bestuur en de gemeenteraden inzicht te geven in het mean en lean sturen van de MREdirectie op capaciteitinzet vanuit de MRE voor bovenregionale samenwerking.

We begrijpen dat u hier terecht aandacht voor blijft vragen. De samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo heeft veel potentie. Dit mag echter niet ten koste gaan van de samenwerking van onze 21 gemeenten. De regio-interne afstemming over capaciteitsinzet, governance, etc. wordt in nauwe afstemming gedaan met onze 21 gemeenten, en in het bijzonder de direct betrokken gemeenten. Zoals hierboven eerder is aangegeven, is de benodigde capaciteitsinzet voor deze afspraken beperkt. Indien gemeenten zelf inzet willen leveren vanwege de gewenste (directe) betrokkenheid, dan wordt dat zorgvuldig afgestemd. De huidige werkzaamheden in de bovenregionale samenwerking zijn onderdeel van het MREwerkprogramma 2025-2026, als onderdeel van een uitvoering van een AB-besluit. Het is daarmee een onderdeel van de reguliere werkzaamheden. De reguliere P&C-cyclus biedt hierin inzicht.

Ook verzoeken wij het Dagelijks Bestuur de tot dusver gemaakte kosten en de nog te maken

15

Nuenen c.a.

Valkenswaard

kosten zichtbaar te maken en deze met de participanten te delen. Ambtelijke capaciteit Gelet op de enorme groei van de regio, is het logisch stap om afspraken te maken over bovenregionale samenwerking met gemeenten buiten de regio. Dit kan de regio helpen om de druk op de grote en snelle ontwikkelingen in de regio te verlichten. Tegelijkertijd kennen we een krappe arbeidsmarkt en is er beperkte (ambtelijke) capaciteit beschikbaar. Deze capaciteit hebben we hard nodig om binnen de MRE-samenwerking tot resultaten te komen. Wij verzoeken u dan ook om terughoudend om te gaan met het inzetten van ambtelijke capaciteit op bovenregionale samenwerking en alleen datgene te doen dat noodzakelijk is. Uitvoeringskracht en slagkracht Hoewel wij positief staan tegenover de bovenregionale samenwerking, vinden wij het van belang nadrukkelijk aandacht te vragen voor de uitvoering. Dit mag wat ons betreft niet ten koste gaan van de uitvoeringskracht van de bestaande afspraken, die nu al onder druk staat. Het werkprogramma MRE richt zich primair op de uitvoering van reeds vastgestelde ambities. Het toevoegen van nieuwe opgaven of projecten in het kader van de bovenregionale samenwerking vraagt daarom om duidelijke prioritering en heldere afspraken over capaciteit. Alleen zo voorkomen we dat beschikbare middelen en personele inzet te veel versnipperen.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

16

Oirschot Best

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Houd focus op het faciliteren van de samenwerking tussen 21 gemeenten in Zuidoost Brabant, basis op orde De rol van MRE-organisatie transformeert van procesondersteuning naar programmasturing. De kernopgave blijft daarbij het faciliteren van de samenwerking tussen 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. Met de MRE-begrotingen van 2024 en 2025 zijn hiervoor de voorwaarden gecreëerd; wij zien wel dat we nog midden in dit transformatieproces zitten. Totdat deze regionale basis op orde is vragen wij om gepaste terughoudendheid met de (capaciteits)inzet op de bovenregionale samenwerking. Zowel de regelingen als samenwerkingsagenda’s maken namelijk niet duidelijk welk beslag dit legt op de MREorganisatie en individuele gemeenten. Ambtelijke capaciteit, overlegvormen, governance Gelet op de enorme groei van de regio, is het een logische stap om afspraken te maken over bovenregionale samenwerking met gemeenten buiten de regio. Dit kan de regio helpen de druk op de grote en snelle ontwikkelingen in de regio te verlichten. Daarentegen kennen we een krappe arbeidsmarkt en is er beperkte (ambtelijke) capaciteit beschikbaar. Deze capaciteit hebben we hard nodig om binnen de MRE-samenwerking tot resultaten te komen.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

We onderschrijven dit aandachtspunt. Zie hierboven voor meer toelichting.

Wij verzoeken u dan ook terughoudend om te gaan met het inzetten van ambtelijke capaciteit en het opzetten van nieuwe overlegvormen of governance op bovenregionale samenwerking en alleen datgene te doen dat noodzakelijk is. Economie

17

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Laarbeek

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Economie Wij verzoeken expliciete afspraken te maken die waarborgen dat (de programmering werklocaties) in Meierijstad, Venlo en Weert complementair zijn aan bestaande locaties binnen de MRE. Ook bij uiteindelijke realisatie zullen afspraken moeten volgen over uitgifte (denk aan fasering, allocatie, grondprijsmethodiek etc.).

In de regeling is opgenomen dat: “De gemeente Weert/Meierijstad/Venlo en de Metropoolregio Eindhoven spannen zich in om beleidsmatige uitgangspunten, afwegingskaders en definities op elkaar aan te laten sluiten.”

Economie We onderschrijven het belang om intensiever te gaan samenwerken ten aanzien van de programmering en allocatie van werklocaties met alle drie de samenwerkingspartners. Echter, de realisatie van nieuwe “topwerklocaties” of bedrijventerreinen moeten hierbij aanvullend en niet concurrerend op het aanbod in Zuidoost Brabant zijn.

De afspraak waar naar wordt verwezen maakt expliciet dat ‘de wenselijkheid en mogelijkheid’ gezamenlijk verkend wordt. Mocht deze wenselijkheid vanuit MRE niet worden gevoeld, dan hoeven we daar dus ook geen gezamenlijk vervolg aan te geven.

In het specifiek geldt dit voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport Oost, maar ook voor lokale terreinen. We vragen hier extra behoedzaam in te zijn bij het vervolg. Economie Voorgestelde initiatieven zoals een "topwerklocatie" in Meierijstad vragen nader onderzoek. Daarbij verzoeken wij u eerst te kijken naar beschikbare locaties binnen de MRE-regio zelf inclusief de mogelijkheid om het Regionaal

Deze voorgestelde afspraak die moet waarborgen dat gemeenten buiten onze regio complementair moeten zijn aan werklocaties binnen de MRE overschrijdt het mandaat van de MRE t.o.v. de provincie(s) en is alleen om deze reden al niet wenselijk of realistisch. Daarnaast blijft het een eigen bevoegdheid van deze bovenregionale gemeenten om daar invulling aan te geven, waardoor we nu vooral afspreken om hierin veel beter de samenwerking op te zoeken.

Het klopt dat dit nader onderzoek vraagt, dat is de insteek van de afspraak. Het eerst kijken naar beschikbare locaties binnen de MRE (inclusief Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost) is daarbij een logische stap.

18

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel Deurne

Bedrijventerrein bij Helmond en Someren (Brainport Oost) als "topwerklocatie" te bestempelen. Someren - Deze locatie is een lichtend voorbeeld van hoe gemeenten samenwerken voor regionale opgaven. Economie Brainport gerelateerde bedrijven dienen prioriteit te krijgen bij vestiging binnen MRE-gebied voordat buitenregionale / bovenregionale locaties worden overwogen. Someren - Wanneer er buitenregionale locaties worden overwogen dient hier in alle gevallen de opgave ten aanzien van het vinden van geschikte locaties voor Brainportgerelateerde logistiek bij betrokken te worden. Economie Foodtech Brainport verdient nadrukkelijke positionering (in de afspraken) binnen de samenwerkingsagenda.

Het bestempelen van een locatie als topwerklocatie is een regio-intern vraagstuk.

Economie Onderwijskansen buiten de regio zijn waardevol, mits eerst optimaal benut binnen de MRE-regio.

Kennisgenomen.

Economie Wij ondersteunen versterking van de triple helix samenwerking, mits wederkerigheid, transparantie en balans in uitvoeringskracht gewaarborgd zijn vanuit Meijerijstad, Venlo en Weert. Wat betreft de inhoudelijke samenwerking vragen wij aandacht voor goede afstemming op de thema’s economie, mobiliteit en wonen.

Kennisgenomen.

Uiteraard is de inzet om Brainport gerelateerde bedrijven zoveel mogelijk binnen de MRE te laten vestigen, groeien, etc. Dit is in eerste instantie een regio-intern vraagstuk. De afspraken met deze gemeenten richten zich m.n. op het beter afstemmen van dit soort vraagstukken op bijvoorbeeld programmering en allocatie van werklocaties. Foodtech Brainport is een van de relevante partijen die onderdeel uitmaakt van de triple-helix samenwerking in onze regio, en daarmee onderdeel van de afspraken.

Kennisgenomen. Dit belang is onderdeel van de afspraken.

Economie Economisch gezien is het belang dat nieuwe werklocaties complementair zijn aan bestaande locaties binnen de MRE. We vragen daarbij

19

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Voorzieningen en brede welvaart Heeze-Leende

nadrukkelijk, om de voor de Brainport belangrijke sectoren, blijvend te positioneren in de samenwerkingagenda's. Het versterken van de triple helix samenwerking steunen wij. Economie en talent Regionale balans en spreiding Wij steunen de inzet om werklocaties in Meierijstad te ontwikkelen, die complementair zijn aan het Brainport-ecosysteem. Wel vragen wij nadrukkelijk aandacht voor een evenwichtige spreiding van werklocaties en de ontsluiting van werklocaties in Meierijstad. De infrastructuur rondom deze werklocaties is onvoldoende meegegroeid en hiervoor zijn ontsluitende maatregelen nodig.

Economie en talent

Deze afweging wordt meegenomen in het gezamenlijk verkennen van de wenselijkheid en mogelijkheid m.b.t. de relevante afspraak.

Kennisgenomen.

Onderwijs en talentontwikkeling Son en Breugel is als kleinere gemeente voor vervolgonderwijs afhankelijk van buurgemeenten. Wij zien het versterken van het regionale beroepsonderwijs en hybride leeromgevingen als een waardevolle aanvulling voor onze inwoners. Dit vergroot de kans op binding van lokaal talent en versterkt de voorzieningendichtheid dichtbij huis.

Rol, identiteit en brede welvaart Onder bovenstaande voorwaarden en dat ieder vanuit eigen rol, eigen identiteit een bijdrage kan blijven leveren, waarbij onze stem niet mag verwateren, ondersteunen we het idee van samenwerking van harte. Zodat een ieder vanuit de brede welvaart gedachte een eigen plek kan krijgen om te wonen, dat industrie en bedrijfsleven niet

Kennisgenomen van deze positieve invalshoek die uitstekend aansluit bij onze regionale prioriteiten.

20

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Venlo

Mobiliteit Asten Laarbeek Someren Gemert-Bakel

concentreren op één plek en de Brainportregio Eindhoven bereikbaar blijft. Wij wensen de MRE veel succes met deze opdracht. Voorzieningen Wij onderschrijven het belang van een regionale verkenning naar voorzieningen. Daarbij vragen wij aandacht voor kleinschalige basisvoorzieningen in kleinere gemeenten zoals Son en Breugel, zodat de leefbaarheid voor onze inwoners op peil blijft. Voorzieningen en brede welvaart De raad heeft het college opgeroepen: - Om net als in Eindhoven periodiek onderzoek te laten doen naar het voorzieningenniveau, met als uitgangspunt een 0-meting, waarbij ook nadrukkelijk de sociaalmaatschappelijke effecten worden meegenomen. - Hiervan een financiële vertaalslag te maken naar een toekomstige begroting. - Nadat er binnen de samenwerking met MRE afspraken zijn gemaakt een groeiscenario's uit te werken en dit, samen met het periodiek onderzoek als vast onderdeel op te nemen in een paragraaf in de PenC cyclus producten. Mobiliteit Goederenvervoer, met name over de N279, vereist nadrukkelijke aandacht in samenwerkingsafspraken vanuit de MRE met de gemeenten Meierijstad en Weert, gelet op de strategische ligging van deze verbinding en de verwachte economische uitbreidingen van werklocaties die hierlangs plaatsvinden.

Kennisgenomen. Regio-intern vraagstuk.

De relevante passages uit de zienswijze van Venlo zijn opgenomen ter achtergrond. Venlo heeft aangegeven het niet nodig te vinden om hiervoor een aparte afspraak op te nemen in de onderlinge samenwerkingsagenda.

De samenwerking op de N279 in het kader van een brede belangenbenadering is expliciet opgenomen in de samenwerkingsafspraken met zowel Weert als Meierijstad.

21

Asten Someren

Helmond

Laarbeek

Asten

Mobiliteit We onderschrijven het samen optrekken in het project N279 waarbij deze als robuuste rand voor ónze regio functioneert. Daarnaast ondersteunen wij de aandacht voor OV en fiets op deze robuuste rand zoals deze is meegenomen in de samenwerkingsagenda Meierijstad. Mobiliteit De N279, Zuidelijke Ontsluiting en Noord-Zuid HOV-verbinding vereisen nadrukkelijke aandacht in samenwerkingsafspraken vanuit de MRE met de gemeenten Meierijstad en Weert, gelet op de strategische ligging van deze verbinding, de verwachte economische uitbreidingen van werklocaties die hierlangs plaatsvinden en de (daarmee gepaard gaande) stijgende goederenvervoerstroom. Mobiliteit We willen graag nog meer aandacht en belang vestigen op de nieuwe Noord-Zuid OV verbinding van Den Bosch via Helmond naar Weert. Wij zijn opgetogen dat dit zowel in de samenwerkingsagenda met Weert als met Meierstad is opgenomen. Het is van belang om hierbij ook de tussenliggende dorpen aan te doen, zowel in realisatie als weg daar naar toe. Als Laarbeek worden we graag goed meegenomen in dit proces. Mobiliteit Wij ondersteunen de samenwerkingsafspraak vanuit de MRE met de gemeente Venlo om gezamenlijk aandacht te vragen bij het Rijk voor de doorstroom op de A67 tussen Leenderheide en Zaarderheiken en het oplossen van knelpunten.

Kennisgenomen van de steunbetuiging.

De N279 en noord-zuid ov-verbinding zijn al nadrukkelijk opgenomen in de afspraken, omdat deze direct raken aan de samenwerking met Weert en Meierijstad.

De afspraak staat expliciet opgenomen. Laarbeek wordt zoals verzocht hierin graag meegenomen.

Kennisgenomen van steunbetuiging.

22

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Mobiliteit Watertransport is kansrijk vanuit duurzaamheidsperspectief, maar vergt zorgvuldige afstemming met leefbaarheid en doorstroming van de N615, onder andere in Laarbeek.

Gemert-Bakel

Mobiliteit De bovenregionale samenwerking mag niet ten koste gaan van de mobiliteitsopgave van GemertBakel. Een betere bereikbaarheid van onze gemeente is van zeer groot belang, waarbij we expliciet aangeven dat maatregelen aan de infrastructuur die voortvloeien uit bovenregionale samenwerking niet ten koste mogen gaan van maatregelen die de doorstroming van de N279 en bij de Beekse Brug bevorderen. Mobiliteit Vanuit een duurzaamheidsperspectief snappen wij de opgave om vervoer over water te intensiveren, zoals vermeld in de samenwerkingsagenda met Meierijstad. Maar dit heeft een grote negatieve impact op de leefbaarheid van de kern Beek en Donk en doorstroming van de N615 bij de Beekse Brug. Elementen die op dit moment ook al onder druk staan en waarvoor meerdere mobiliteitsstudies worden uitgevoerd.

Laarbeek

Op basis van deze zienswijze is de afspraak met Meierijstad aangescherpt om de randvoorwaardelijkheid van de leefbaarheid en doorstroming expliciet op te nemen. De afspraak is tevens verplaatst naar het hoofdstuk ‘economie en talent’, omdat deze daar meer tot zijn recht komt dan bij het hoofdstuk ‘mobiliteit’. De bovenregionale samenwerking mag niet ten koste van regionale afspraken en opgaven, dus ook niet van Gemert-Bakel.

Op basis van deze zienswijze is de afspraak met Meierijstad aangescherpt om de randvoorwaardelijkheid van de leefbaarheid en doorstroming expliciet op te nemen. De afspraak is tevens verplaatst naar het hoofdstuk ‘economie en talent’, omdat deze daar meer tot zijn recht komt dan bij het hoofdstuk ‘mobiliteit’. De gemeente Laarbeek zal expliciet betrokken worden bij gesprekken en in het vervolgproces.

Toename van vervoer over water kan wat ons betreft niet los gezien worden van maatregelen voor de leerbaarheid en doorstroming. Met klem willen we dan ook benadrukken om alleen in deze combinatie hier gevolg aan te geven. De gemeente Laarbeek wenst expliciet betrokken te worden in gesprekken of het vervolgproces hierover.

23

Nuenen c.a.

Deurne

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Mobiliteit In de afspraken over mobiliteit, in het bijzonder over het versterken van de onderlinge bereikbaarheid tussen de gemeenten en de MRE-regio, missen wij in de opsomming de ‘bundelroutes’, zoals de A270/N270 (Helmond -Nuenen-Eindhoven) en de N615 (Gemert-Nuenen-Eindhoven). De bundelroutes hebben een cruciale rol bij de afwikkeling van het (noord)oost-west verkeer, vooral daar waar geen spoor- en snelwegen aanwezig zijn. Daarom verzoeken wij om de versterking van de bundelroutes alsnog op te nemen in de samenwerkingsagenda’s. Versterking van deze routes is noodzakelijk voor een goede onderlinge bereikbaarheid en voor het behouden van een gezond leefklimaat door het tegengaan van sluipverkeer. Mobiliteit Op het gebied van mobiliteit is een gezamenlijke inzet nodig voor robuuste verbindingen, zoals de N279, die van belang is voor vervoer en economische ontwikkeling. Duurzame mobiliteitsoplossingen, waaronder openbaar vervoer en fietsverbindingen, wensen wij actief mee te nemen in de samenwerking. Watertransport biedt kansen vanuit duurzaamheidsperspectief, maar vraagt om zorgvuldige afstemming. De samenwerking biedt daarnaast kansen om onze lobbykracht te versterken, bijvoorbeeld als het gaat over de doorstroom van de A67 en de ontwikkelingen rondom de HOV-hub. Mobiliteit Extra aansluiting A50

De bundelroutes zijn primair een regio-intern vraagstuk, en daarom niet logisch als afspraak in de bovenregionale samenwerking met deze gemeenten.

De genoemde onderwerpen maken deel uit van de samenwerkingsagenda’s.

Dit verzoek is MRE-intern beoordeeld en vervolgens met Meierijstad afgestemd. Dit heeft geleid tot het opnemen van de volgende afspraak

24

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad concept – def 6-11

Son en Breugel reactie hoofdzakelijk op afspraken Meierijstad

Weert

Wij verzoeken gezamenlijk met Rijkswaterstaat de mogelijkheid te verkennen voor een extra aansluiting op de A50 tussen Sint-Oedenrode en Son en Breugel. Dit zou de bereikbaarheid en verkeersveiligheid verbeteren en de druk op de bestaande aansluitingen verlichten. De ontsluiting dient een breder doel dan de gemeente Son en Breugel. Het biedt een ontsluiting voor de bewoners van Meierijstad Zuid (Sint-Oedenrode), bereikbaarheid van het gebied Sandwyck en het kan betekenisvol zijn bij de bereikbaarheid van Best en daarmee sluipverkeer door de kern van Son en Breugel tegengaan. Mobiliteit OV en Brainporthub Een hub moet dienen om de bereikbaarheid van Brainport te versterken. Wanneer we in het kader van mobiliteitstransitie en het bereikbaar houden van de Brainportregio de fiets als voor- en natransport willen laten dienen, dan draagt een hub in Sint-Oedenrode en verder noordwaarts daar niet aan bij. De geschikte Brainporthublocatie kan op de rand van Meierijstad (Sint Oedenrode) zijn maar zeker niet verder noordwaarts. Wel kunnen wij ons voorstellen dat aanvullend een hub voor het agrifood-ecosysteem wordt onderzocht, mits dit de MRE versterkt. Mobiliteit Snelfietsroutes Wij ondersteunen de tijdige realisatie van de snelfietsroute Veghel–Son en Breugel. Deze verbinding versterkt duurzame mobiliteit en vergroot de bereikbaarheid voor onze inwoners.

Mobiliteit Wij geven als zienswijze mee, dat: De verbreding van de A2 Weert–Eindhoven expliciet als prioriteit wordt opgenomen in de

onder de eerste bullet van de eerste afspraak bij mobiliteit: We werken samen bij projecten op en rondom de A50, zoals […] “het verkennen van de mogelijkheid voor een extra aansluiting op de A50 ten noorden van Son en Breugel” […]. Hierbij is de bestuurlijk afgestemde tekst uit ons MMMP als leidraad genomen.

In de samenwerkingsafspraken van MRE en Meierijstad is “de verkenning van mogelijk geschikte locaties voor de noordelijke Brainporthub” expliciet opgenomen, juist om deze discussie zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Het perspectief van Son en Breugel is daarbij uiteraard van groot belang.

Kennisgenomen van deze steunbetuiging.

De relevante passages uit de zienswijze van Weert zijn opgenomen ter achtergrond.

25

Samenwerkingsagenda MRE–Weert. De gemeente Weert zich samen met MREpartners, de Provincie Limburg en de Provincie Noord-Brabant sterk maakt om dit punt nadrukkelijk op de agenda van het Rijk en het MIRT te krijgen. Het College van Weert dit onderwerp actief agendeert in alle relevante overlegstructuren, conform de unaniem aangenomen motie van 2022, waarin dit als speerpunt is vastgelegd. Wij stellen voor de concepttekst van de samenwerkingsagenda onder het hoofdstuk Mobiliteit aan te passen; Toe te voegen aan de afspraken; ‘MRE en Weert trekken gezamenlijk met Vlaanderen op om te zorgen voor een betere wegverbinding aan de Westzijde van Weert naar de MRE’ en Cranendonck naar de A2 samen met Belgische buurgemeenten’. En de zin; ‘MRE en Weert trekken gezamenlijk op om het wederzijdse belang van de Spoorknoop Eindhoven en IC station Weert onder de aandacht te brengen, m.n. in de frequentie van het treinverkeer, ook in de avonduren en weekenden’.

De verbreding A2 Weert-Eindhoven wordt niet opgenomen als aparte afspraak in de samenwerkingsagenda. Een gezamenlijke lobby hiervoor is de aankomende jaren – gezien prioriteiten Rijk en regio – niet realistisch. Voor de duidelijkheid is daarom in de contextbeschrijving een aanvulling gedaan: “De verbreding A2 WeertEindhoven is op langere termijn een gezamenlijk streven, maar de komende jaren niet realistisch. Daarom zetten we éérst in op mitigerende maatregelen die de doorstroming verbeteren, […]”. Het toevoegen van de afspraak m.b.t. de wegverbinding past bij een bestaande afspraak in ons MMMP. Vanuit deze bestaande afspraak kunnen we deze afspraak dus ook opnemen in de samenwerkingsagenda. De volgende afspraak is daarom toegevoegd: “MRE en Weert trekken gezamenlijk op om te zorgen voor een betere wegverbinding aan de Westzijde van Weert en Cranendonck naar de A2 samen met Belgische buurgemeenten.” De toevoeging bij de afspraak over het wederzijdse belang van de Spoorknoop Eindhoven en IC station Weert hebben we niet overgenomen. Het belang van de Spoorknoop Eindhoven overstijgt gemeente- en provinciegrenzen. De focus in deze specificering doet daar geen recht aan.

Uit de regeling MRE afgeleid kan worden dat met betrekking tot de evaluatie van de regeling én de samenwerkingsagenda deze zal plaatsvinden uiterlijk 1 januari 2029 en dat het College van

26

B&W alleen naar de Raad terug zal komen wanneer de samenwerkingsagenda wordt aangepast. Wij stellen voor dat de Raad van de gemeente Weert jaarlijks door het college op de hoogte gebracht wordt van de voortgang en resultaten én dat de Raad ook bij het voortzetten van een niet aangepaste Samenwerkingsagenda in de gelegenheid wordt gesteld een zienswijze in te brengen. Wonen Asten Laarbeek Someren Gemert-Bakel

Helmond

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel

Wonen Wij vragen afstemming van woningbouwopgaven op bredere regionale woonbehoeften en transparantie over financieringsstromen zoals de Beethoven Deal. (De woonafspraken op MREniveau, waaronder de Beethoven Deal, realiseren we als MRE-regio zelf.) Wonen Wij vragen om afstemming van woningbouwopgaven op bredere regionale woonbehoeften en transparantie over financieringsstromen zoals de Beethoven Deal. Wonen Binnen de MRE-regio speelt de vraag hoe de woonopgaven beter 'kwantitatief en kwalitatief' kunnen worden afgestemd en ingevuld. Dit impliceert dat de huidige aansluiting niet optimaal is. Verduidelijking is gewenst over dit punt en het mandaat van de MRE inzake woningbouwprogrammering en de daaraan verbonden criteria. Ook vragen de concrete opbrengsten van mogelijke aanpassingen in woonprogrammering om nadere uitleg / duiding, evenals de rol van de Provincie hierin.

Kennisgenomen. Deze formulering lijkt te verwijzen naar een regio-interne wens. De afstemming vindt regionaal plaats i.r.t de Woondeal en de herijking daarvan. In het vervolg zal ook de regionale versnellingstafel een rol spelen. Transparantie over de Beethovendeal is geborgd in de informatiesessies over dit onderwerp en na te vragen via het ondersteuningsteam Beethoven. Kennisgenomen. Deze formulering lijkt te verwijzen naar een regio-interne wens. Zie hierboven.

Gezien de grote dynamiek in de regio zijn er veel opgaven die regio-intern continu vragen om discussie en aanscherping. Dat is primair een regio-intern vraagstuk, wat ook volop aandacht krijgt in onze samenwerking. Binnen ons daily urban system zien we dat sommige van deze opgaven ook een direct verband hebben met ontwikkelingen in bijvoorbeeld Weert, Meierijstad en Venlo. We zien het daarom als wenselijk om ook met deze gemeenten dus beter samen te werken om dit soort vraagstukken in een betere afstemming met elkaar op te pakken.

27

Asten Laarbeek Helmond Someren Gemert-Bakel Deurne

Wonen Wij vinden het, gezien de beschikbare mogelijkheden binnen de regio en de recent bekrachtigde bestuurlijke afspraken, voor de komende jaren / op dit moment niet noodzakelijk om aanvullende afspraken te maken over de spreiding van studenten en expats. Wonen Ten aanzien van wonen is het belangrijk dat woningbouwopgaven worden afgestemd op bredere regionale woonbehoeften. Transparantie over financieringsstromen, zoals bij de Beethoven Deal, is daarbij essentieel. Voor de gemeenteraad van Deurne staan de woonafspraken, zoals die gemaakt zijn binnen de MRE, niet ter discussie. We vinden het belangrijk om hierin koersvast te zijn. Het nader afstemmen van de woonbehoeften met Venlo, Meierijstad en Weert vinden we goed omdat dit de druk verlaagt in de Brainport Regio en daarnaast aansluit bij de wensen van deze gemeenten. Dit vraagt om aanvullende afspraken waarin de complementariteit nader uitgewerkt wordt.

Programmering is een lokale aangelegenheid met afstemming op provinciaal niveau wanneer uitbreidingslocaties zijn beoogd. MRE verzorgt waar nodig en mogelijk afstemming op regionaal niveau en heeft geen mandaat over specifieke projecten. In deze afspraken worden geen afspraken gemaakt over de spreiding van studenten en expats. De bestaande opgave en verdeling in de regio verandert hiermee niet.

Kennisgenomen. Deze formulering lijkt te verwijzen naar een regio-interne wens. Zie mede hierboven. We onderschrijven volledig dat de afspraken binnen de regio én afspraken met partners als provincie en Rijk niet ten koste mogen gaan van de bovenregionale samenwerking. De woonafspraken zoals gemaakt binnen de MRE staan hiermee dus ook niet ter discussie. We blijven verantwoordelijk voor onze eigen opgave. De afspraken dienen inderdaad het doel om de druk op de regio te helpen verlichten en te zorgen voor een betere afstemming en samenwerking met deze bovenregionale gemeenten. De complementariteit is daarin zeker een component voor nadere afstemming en uitwerking.

28

Eindhoven

Wonen Woningen moeten we echter bouwen waar de woonbehoefte ligt, om te voorkomen dat lage en middeninkomens naar de randen (of erbuiten) van de regio gedrukt worden. Zodat inwoners niet genoodzaakt zijn om lang te reizen naar werk met alle consequenties (files, uitstoot, kosten) van dien. Daarom vragen we aandacht voor de voorgestelde afspraak om Weert, Venlo en Meierijstad woningen te laten bouwen voor de woonbehoefte in de MRE. We zijn van mening dat we dit binnen de MRE kunnen en moeten oplossen. Verder vinden we het belangrijk dat kennismigranten en studenten aansluiting kunnen vinden in de samenleving binnen de MRE, wat bemoeilijkt wordt als we inzetten op woningen buiten de MRE voor deze doelgroepen. We spreken daarom onze zorg uit over de afspraak om woningbouwprojecten in Weert, Venlo en Meierijstad actief onder de aandacht te brengen bij partners rondom deze doelgroepen.

We onderschrijven het beoogde effect, namelijk dat er voldoende plek in de MRE-regio moet zijn voor zowel lage- en middeninkomens, als kennismigranten en studenten, en dat deze aansluiting kunnen vinden in de samenleving binnen de MRE. Daarmee onderkennen we de uitgesproken zorg. Hier wordt door de MREgemeenten hard aan gewerkt. Gemeenten als Weert, Meierijstad en Venlo maken in steeds grotere mate al nauw onderdeel uit van ons daily urban system. Huidige en nieuwe inwoners denken nu ook al niet in de bestuurlijke grenzen van de regio. In die context is en blijft de woningbouwambitie van de MRE ons kader. Tegelijkertijd is de druk op de woningmarkt groot, en zullen niet alle woningzoekenden in de regio op korte termijn huisvesting kunnen vinden. Relatief snel beschikbare opties in ov-knopen als Venlo en Weert zijn dan een alternatief, waar zowel de woningzoekende, de MRE en Venlo van kan profiteren. Daarnaast passen de uitstekende treinverbindingen (Weert-Eindhoven is 16 min.; Venlo-Eindhoven wordt minder dan 30 min.) heel goed bij onze regionale ambitie om een mobiliteitstransitie teweeg te brengen, waardoor files, uitstoot en kosten afnemen. We blijven in hoog tempo doorwerken aan onze eigen regionale opgaven en ambities, waaronder de bouw van ruim 62.000 woningen tot 2030/2033 en 100.000 woningen tot 2040 in de MRE-regio.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16397118/1