A10 ODZOB - Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Tekst van het document
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Reactienota Op de ontvangen zienswijzen op de Ontwerpbegroting 2026
In opdracht van
Dagelijks bestuur ODZOB
Opgesteld door
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven
Datum
4 juli 2025
Status
Vastgesteld door het dagelijks bestuur
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding en samenvatting reactie ........................................................................................................................... 4 1.1 Samenvatting reactie op de ingediende zienswijzen ................................................................... 4
2
Leeswijzer ......................................................................................................................................................................... 6 2.1 Ontvangen zienswijzen .............................................................................................................. 6 2.2 Verwerking van de zienswijzen in deze reactienota .................................................................... 6
3
Indexatie methodiek ..................................................................................................................................................... 7 3.1 Ontvangen zienswijzen .............................................................................................................. 7 3.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur .............................................................................. 7 3.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026 ................................................................................................. 8
4
Besparingsmogelijkheden .......................................................................................................................................... 9 4.1 Ontvangen zienswijzen .............................................................................................................. 9 4.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur .............................................................................. 9 4.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026 ................................................................................................. 9
5
Realistisch begroten .................................................................................................................................................. 10 5.1 Ontvangen zienswijzen ............................................................................................................ 10 5.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur ............................................................................ 10 5.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: .............................................................................................. 10
6
Robuustheid .................................................................................................................................................................. 11 6.1 Ontvangen zienswijzen: ........................................................................................................... 11 6.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur ............................................................................ 11 6.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: .............................................................................................. 11
7
VTH-Uitvoering............................................................................................................................................................. 12 7.1 Ontvangen zienswijzen ............................................................................................................ 12 7.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur ............................................................................ 12 7.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: .............................................................................................. 12
8
Bedrijfsvoering............................................................................................................................................................. 13 8.1 Ontvangen zienswijzen ............................................................................................................ 13 8.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur ............................................................................ 13 8.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: .............................................................................................. 13
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 3
1
Inleiding en samenvatting reactie
Eind 2024 heeft het algemeen bestuur met het vaststellen van de Meerjaren ontwikkelaanpak voor de jaren 2025-2027 richting gegeven aan de ontwikkeling van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Een open en goede samenwerking met onze deelnemers en partners is nodig om de gevolgen van landelijke en regionale ontwikkelingen op het gebied van de veilige, gezonde en duurzame leefomgeving goed op te kunnen vangen. Daarvoor is nodig dat de ODZOB de komende jaren doorgroeit van een bureau voor 22+ opdrachtgevers naar een regionale collectieve voorziening voor de fysieke leefomgeving in Zuidoost-Brabant. Een robuuste schakel binnen het landelijk stelsel van omgevingsdiensten. Tal van ontwikkelingen zullen, mede als gevolg van wet- en regelgeving en jurisprudentie invloed hebben op de taakuitvoering van omgevingsdiensten, onder meer op het gebied van stikstof, mest, fijnstof, water, geluid, geur, zeer zorgwekkende stoffen en duurzaamheid. Voor de regio Zuidoost-Brabant vraagt de schaalsprong als gevolg van Beethoven aandacht omdat de druk op leefomgeving toeneemt door bouw van woningen, maatschappelijke voorzieningen en economische groei.
Met de Meerjaren ontwikkelaanpak geven we uitwerking aan de Meerjarenvisie 2023-2027 en daarmee aan de pijlers Fundament op orde (de operationele cyclus), In Samenhang (verbinding beleid en uitvoering) en Regionaal Platform (expertisecentrum voor de regio). Dat stelt de ODZOB in staat in te spelen op de hiervoor genoemde ontwikkelingen. In deze ontwikkeling van beheersmatig naar ontwikkelingsgericht moeten de ODZOB en de deelnemers invoegen op de landelijke versterking van het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Begin 2025 hebben ministerie, VNG, IPO, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL met ondertekening van de Samenwerkingsafspraken een vervolg gegeven aan de invoering en doorontwikkeling van de producten uit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH. Belangrijke onderdelen zijn de robuustheidscriteria, de regionale beleidscyclus en kwaliteitscriteria 3.0, de modelmandaten en -verordeningen, de informatievoorziening en een landelijk digitaal VTH-stelsel, de intensivering van de aanpak milieucriminaliteit en samenwerking bestuursrecht-strafrecht, de landelijke kennisinfrastructuur en een stabiele financieringsmethodiek. Recent heeft het Ministerie van I&W vastgesteld dat de ODZOB aan de robuustheidscriteria voldoet. De overige ontwikkelopgaven hebben een plek in de Meerjaren ontwikkelaanpak gekregen.
In de Meerjaren ontwikkelaanpak is een financiële strategie uitgewerkt die naast een robuust eigen vermogen en het verkennen van subsidiemogelijkheden vooral uitgaat van verbetering van efficiency door samen met de deelnemers te werken aan business cases op basis van meer uniforme werkafspraken en werkprocessen en het benutten van digitalisering en verbetering van de informatiehuishouding. Met deze strategie is ingespeeld op de financiële uitdagingen voor de deelnemers. Met de memo ‘verkenning besparingen ODZOB’ van 14 maart 2025 die met de conceptbegroting 2026 is meegestuurd, zijn raden en Staten geïnformeerd over de mogelijke draaiknoppen en de lijn die de ODZOB wil volgen. In de recente Voorjaarsnota van het Rijk is voor de jaren 2026 en 2027 deels verlichting geboden aan de financiële positie van gemeenten waarbij het zogenaamde ravijnjaar naar 2028 verschuift. De septembercirculaire zal duidelijk maken hoe dat voor individuele deelnemers uitpakt. 1.1 Samenvatting reactie op de ingediende zienswijzen Vanuit deze context en ontwikkelingen heeft het dagelijks bestuur naar de ontvangen zienswijzen gekeken en komt op basis daarvan tot de volgende reactie op de ingediende zienswijzen: •
In de begroting 2025 is een bedrag van € 700.000 (ca. 2% van de begroting) teruggegeven aan de deelnemers in de vorm van een verlaging van het uurtarief.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 4
•
Het resultaat van de jaarrekening 2024 biedt de mogelijkheid de algemene reserve naar de bovenbandbreedte van € 2 miljoen te brengen. Het algemeen bestuur heeft op 26 juni 2025 daartoe besloten. Daarmee zullen eventuele financiële tegenvallers de komende jaren niet direct leiden tot een hogere bijdrage vanuit de deelnemers.
•
De zienswijzen ten aanzien van een wijziging van de indexeringsmethodiek van de 4GR worden betrokken bij de reeds gestarte evaluatie van de indexeringsmethodiek als onderdeel van de actualisatie van de “Beleidsnotitie kaders P&C-documenten 4GR”. Deze evaluatie wordt in 2025uitgewerkt en de resultaten daarvan zullen worden verwerkt in de kadernota 2027 . De zienswijze van een aantal gemeenten om een (al dan niet volledige) korting op de indexering voor 2026 en 2027 nemen wij niet over omdat de inhoudelijke keuzes daarbij ontbreken en een algemene korting niet past bij de eerder beschreven context en ontwikkelingen. Daarmee willen wij het risico voorkomen dat de deelnemers over enkele jaren worden geconfronteerd met het inzicht dat de milieurisico’s onverantwoord zijn toegenomen en een (financiële) inhaalslag noodzakelijk is.
•
In het Gemeenschappelijk Platform Omgevingsdienst is een eerste inventarisatie uitgevoerd op welke punten er meer uniform en digitaal kan worden gewerkt. Die inventarisatie wordt de komende periode verbreed en verdiept waarna we kansrijke business cases uitwerken en na besluitvorming uit gaan voeren. Op die manier werken wij continue aan het verbeteren van de efficiency. Aantoonbaar gerealiseerde efficiencyresultaten worden vervolgens in toekomstige begrotingen verwerkt.
•
In 2025 worden de resultaten van een eerste verkenning van subsidiemogelijkheden op het werkgebied en ontwikkeltaken voor de ODZOB verwacht. Waar mogelijk zal dat collectief en in gezamenlijkheid met de deelnemers kansen bieden om in te spelen op de hiervoor genoemde ontwikkelingen op milieugebied.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 5
2
Leeswijzer
2.1 Ontvangen zienswijzen In deze reactienota zijn de ontvangen reacties op de Begroting 2026 van alle deelnemers van de ODZOB verwerkt. De gemeenten Son en Breugel en Veldhoven hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. In nagenoeg alle zienswijzen roepen de deelnemers op oog te hebben voor hun grote financiële uitdagingen en daarom de gemeentelijke bijdragen niet verder te laten stijgen en een terughoudend financieel beleid te voeren. 2.2 Verwerking van de zienswijzen in deze reactienota Om de leesbaarheid te vergroten zijn de ingebrachte zienswijzen met de bijbehorende reacties daarop zoveel mogelijk inhoudelijk gebundeld. Het betreft de volgende thema’s: •
Indexatie methodiek
•
Besparingsmogelijkheden
•
Realistisch begroten
•
Robuustheid
•
VTH-Uitvoering
•
Bedrijfsvoering
In de reactienota worden per thema de zienswijzen samengevat en voorzien van een beschouwing en conclusie door het dagelijks bestuur.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 6
3
Indexatie methodiek
3.1 Ontvangen zienswijzen Rondom de door de vier gemeenschappelijke regelingen gehanteerde indexatiemethodiek zijn een groot aantal zienswijzen ontvangen. In deze zienswijzen geven de deelnemers het volgende aan: De gemeente Best vraagt, net als de gemeenten Bladel, Helmond, Laarbeek en Waalre, om gezamenlijk met de 4GR de komende jaren de indexeringsmethodiek te onderzoeken en aan te passen, waarbij deze ingaat vanaf 2028. Zij zien ook ruimte in de gehanteerde indexeringsmethodiek en vragen realistische indexatiepercentages toe te passen. Daarnaast roept zowel de gemeente Best als de gemeente Laarbeek de ODZOB op geen indexering toe te passen voor in ieder geval 2026 en 2027. De gemeenten Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden verzoeken de ODZOB om de loonindexering in de begroting 2026 met 2,5% naar beneden bij te stellen. De gemeente Valkenswaard vraagt een realistische loonindex toe te passen op basis van de uitkomsten van de Cao-onderhandelingen. Gemeente Heeze-Leende verzoekt de ODZOB om na afronding van de Cao-onderhandelingen de effecten, bij een aanmerkelijke afwijking, te verwerken in de begroting.
Gemeenten Asten, Cranendonck en Nuenen verzoeken de ODZOB om het huidige beleidskader uit 2022 los te laten en het gehanteerde indexatiepercentage in overeenstemming te brengen met de realiteit en de nieuwe indexeringssystematiek van het gemeentefonds, zodat de kosten niet méér stijgen dan de kosten waarvoor de gemeente vanuit het gemeentefonds wordt gecompenseerd. 3.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur De financiële positie van de ODZOB-deelnemers staat al enkele jaren onder druk door het aanpassen van de indexering die het Rijk hanteert met betrekking tot de algemene uitkering van zowel het gemeenteals het provinciefonds. De ODZOB ziet de financiële uitdagingen van deelnemers en heeft eerder, bij het opstellen van de Ontwerpbegroting 2025, een tariefsverlaging doorgevoerd. Deze tariefsverlaging kwam destijds uit op een verlaging van 2,2%. Hiermee is de lucht uit de begroting gehaald. Inmiddels is in de Voorjaarsnota door het Rijk voor de jaren 2026 en 2027 extra geld beschikbaar gesteld. Hierdoor lijkt de financiële druk voor onze deelnemers te verschuiven naar 2028. De septembercirculaire zal duidelijk maken hoe dat voor individuele deelnemers uitpakt. In de zienswijze vanuit onze deelnemers zien we verschillende oproepen, met veelal een bezuinigingseffect.
Zo roepen de gemeenten Best en Laarbeek in hun zienswijze op om voor de jaren 2026 en 2027 geen indexering toe te passen. Voor 2026 alleen al houdt dit een bezuinigingstaakstelling in van ruim € 0,94 miljoen in 2026. In 2027 komt daar nog een extra taakstelling bovenop, op dit moment grofweg te becijferen als een bedrag € 0,45 miljoen. Uitvoering van de zienswijzen zoals opgenomen door de gemeenten Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden, betekent dat de loonindexering in de begroting 2026 met 2,5% naar beneden wordt bijgesteld, wat resulteert in een taakstelling van € 0,5 miljoen. De optie vanuit de gemeenten Asten, Cranendonck, Geldrop-Mierlo en Nuenen om de indexeringssystematiek in overeenstemming te brengen met de indexeringssystematiek van het gemeentefonds, uitgaande van enkel de prijsindex bbp, zou een bezuinigingsopgave inhouden van € 0,4 miljoen. Zonder indexering zijn wij genoodzaakt ingrijpende bezuinigingsmaatregelen door te voeren om deze financiële taakstelling in te vullen. Dat kan niet zonder dat deelnemers gezamenlijk inhoudelijke keuzes maken in werkprogramma en collectief programma. Deze vergaande maatregel heeft het risico in zich dat dit leidt tot hogere milieurisico’s en keuzes in de uitvoering van de Meerjaren ontwikkelaanpak.
Een algemene taakstellende korting past niet bij de in de inleiding beschreven context en ontwikkelingen met als risico dat de deelnemers over enkele jaren worden geconfronteerd met het inzicht dat de milieurisico’s onverantwoord zijn toegenomen en een (financiële) inhaalslag noodzakelijk is.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 7
Mede in het licht van het onderzoek van Bureau & Van de Laar naar “robuuste en doelmatige Brabantse omgevingsdiensten”, uitgevoerd in opdracht van de provincie Noord-Brabant, lijkt dit niet gewenst. De conclusie in dit onderzoek is bovendien dat de overhead, management, staf en huisvesting, sober en efficiënt is ingericht. In lijn met de conclusies van dit onderzoek willen wij daarom samen met de deelnemers werken aan uniformering en digitalisering van de werkprocessen op basis van business cases. Als besparingen aantoonbaar zijn gerealiseerd, kunnen vervolgens via de reguliere P&C-cyclus de toekomstige begrotingen daarop worden aangepast. Voor wat betreft de (loon)indexering zijn (in samenspraak met de GGD, MRE en de Veiligheidsregio) regionale afspraken gemaakt over de te volgen wijze van indexeren. Deze financiële kaders zijn in het algemeen bestuur van iedere genoemde gemeenschappelijke regeling expliciet bekrachtigd. Mede op verzoek van onze deelnemers is de ODZOB, samen met de andere gemeenschappelijke regelingen gestart met de eerder al geplande evaluatie van de indexeringsmethodiek. Bij deze evaluatie wordt teruggekeken vanaf moment van invoering van deze systematiek (2018 t/m 2026). De gehanteerde methodiek wordt tegen de daadwerkelijke loonontwikkelingen afgezet.
Daarnaast wordt het effect van de nieuwe indexeringssystematiek van het gemeente- en provinciefonds betrokken. Wij willen daarom de zienswijzen op de huidige indexeringsmethodiek betrekken bij de evaluatie van deze indexeringsmethodiek.. De resultaten zullen worden verwerkt in het opstellen van de kadernota 2027. 3.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026 De zienswijzen over de indexering leiden niet tot financiële aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026. Tekstueel zullen we de ontwerpbegroting aanscherpen rondom de actualisatie van de “Beleidsnotitie kaders P&C documenten 4GR” en de daarmee samenhangende evaluatie van de indexatiemethodiek.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 8
4
Besparingsmogelijkheden
4.1 Ontvangen zienswijzen Veel ODZOB-deelnemers hebben hun waardering uitgesproken over de door de ODZOB samen met de Ontwerpbegroting 2026 toegestuurde memo “Verkenning besparingen ODZOB”. In lijn daarmee hebben de gemeente Laarbeek, Someren en Waalre gevraagd om specifieke, goed onderbouwde besparingsmogelijkheden in beeld te brengen. Daarbij vraagt de gemeente Someren de uitvoeringskosten in de begrotingen 2026 en 2027 niet te laten stijgen en vraagt de gemeente Laarbeek gemeenten mee te helpen bij het maken van keuzes. Bijvoorbeeld: op welke verzoektaken kan er bespaard worden en hoe kan er meegedacht worden in afbouwregels, zodat het niet alsnog meer kost of jaren duurt. Ook vraagt de gemeente Laarbeek te werken aan andere bezuinigingsmogelijkheden en ook kritisch te kijken naar de efficiëntie en het verhogen van het aantal declarabele uren. In diezelfde lijn vraagt de gemeente Cranendonck een overzicht op te stellen van knelpunten in werkprocessen, dit aan te vullen met oplossingsrichtingen en aan te bieden aan het algemeen bestuur. Gemeente Best geeft de ODZOB in overweging om naar de mogelijkheden te kijken voor het delen van bedrijfsvoeringsfuncties met onze overige gemeenschappelijke regelingen. De gemeente Asten verzoekt de memo te verwerken in de begroting 2026 en zo onderdeel te laten zijn van de totale P&C-cyclus.
In tegenstelling hiermee geeft de gemeente Heeze-Leende aan dat het, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen zoals de versterking van het VTH-stelsel, de schaalsprong en de robuustheidscriteria, en ook de vraag om uitvoering te geven aan de Meerjarenvisie 2023-2027, het nu niet opportuun is bezuinigingen op voorhand in te boeken. Wel vraagt Heeze-Leende bezuinigingsmogelijkheden te blijven zoeken en de deelnemers daarvan op de hoogte te houden. 4.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur De ODZOB is blij te horen dat de memo “Verkenning besparingen ODZOB” goed is ontvangen en dankt de raden van onze deelnemers voor het meedenken en benoemen van besparingsmogelijkheden. Inmiddels hebben we, samen met al onze deelnemers, een start gemaakt om via een brainstormsessie mogelijke business cases te benoemen. Ook daar zijn waardevolle besparingsopties benoemd. Te denken valt aan uniformering en efficiëntie op het gebied van mandatering, eenduidige registratie, archivering, werkprocessen en werkinstructies, rapportages, wijze van facturering en digitaliseren en inzetten AI. Met deze en andere besparingsmogelijkheden gaan we, samen met onze deelnemers, aan de slag door op basis van deze ideeën kansrijke business cases uit te werken en na besluitvorming uit te gaan voeren. Via de reguliere P&C-cyclus zullen wij de deelnemers hierover informeren.
4.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026 De zienswijzen over de besparingsmogelijkheden leiden niet tot financiële aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026. Tekstueel zullen we de ontwerpbegroting aanscherpen op de inzet op efficiency door uniformeren en digitaliseren.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 9
5
Realistisch begroten
5.1 Ontvangen zienswijzen De gemeente Laarbeek ziet dat bepaalde werken/projecten/investeringen en dergelijke niet zijn uitgevoerd in het betreffende jaar; dat daardoor geld op de plank blijft liggen en niet kan worden ingezet voor andere doelen. Daarom vraagt de gemeente Laarbeek nog beter te prioriteren en reëlere inschattingen te maken. Eenzelfde zienswijze is ontvangen vanuit de gemeenten Bergeijk en Helmond. De gemeente Bergeijk ziet het werkprogramma in zowel 2025 als in 2026 licht stijgen; echter in de realisatie 2024 ziet deze gemeente een significante onderbesteding ten opzichte van het begrote bedrag. De gemeente Bergeijk verzoekt de ODZOB te onderbouwen welk bedrag daadwerkelijk noodzakelijk is voor de uitvoering van het werkprogramma en indien nodig de ontwerpbegroting daarop aan te passen. Ook de gemeente Helmond vraagt om een toelichting waarom al enkele jaren een creditnota wordt ontvangen vanwege budgetonderschrijding op het milieuwerkprogramma. 5.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur De ODZOB stelt samen met de deelnemers op basis van voorgaand jaar werkprogramma’s op. Voor 2026 zullen we in het najaar 2025 weer een uitvraag bij onze deelnemers opstarten. Op basis van deze werkprogramma’s gaat de ODZOB zijn capaciteit zo goed als mogelijk invullen en waar nodig bijstellen.
Het gaat daarbij altijd om inschattingen waarbij resultaten van jaar tot jaar kunnen fluctueren. De uitvoering van de VTH-taken is deels vraaggestuurd (denk aan handhaving en grotere milieu-incidenten) en voor een deel op basis van het Regionaal Operationeel Kader VTH. Daarnaast kunnen individuele dossiers zorgen voor uitschieters in de besteding, bijvoorbeeld door knelpunten vanuit de rechtspraak of personele invulling, waardoor bij de uitvoering van werkprogramma’s prioriteiten gesteld moeten worden. In de uitvoering zien we daarom bij deelnemers zowel overschrijdingen als onderschrijdingen. Met reëel begroten in het werkprogramma wordt geprobeerd de afwijkingen binnen marges te houden maar de praktijk leert dat dit weerbarstig is. Het leidt tot een dynamische financiering, terwijl zowel voor deelnemers als de ODZOB een stabiele financiering gewenst is. Dat is een belangrijke reden dat in het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH afspraken zijn gemaakt over een nieuwe, meer collectieve, financieringssystematiek. Dat is een van de opgaven in de Meerjaren ontwikkelaanpak waarvan in 2025 de eerste voorstellen worden verwacht. Waar mogelijk en beïnvloedbaar zal de ODZOB in 2026 zo veel als mogelijk sturen op de uitvoering van de afgesproken programma’s. Dit is een groeiproces.
Mochten de werkprogramma’s ondanks een zo zorgvuldig als mogelijk gelopen proces toch significante onderbestedingen laten zien, dan worden deze besproken tijdens het structurele en periodieke accountoverleg tussen de deelnemers en de ODZOB. Samen met de betrokken deelnemer(s) wordt in voorkomende situaties een oplossing gezocht. 5.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: De zienswijzen leiden niet tot financiële aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 10
6
Robuustheid
6.1 Ontvangen zienswijzen: Gemeenten waarderen het dat de ODZOB heeft ingezet op het toekomstbestendig en robuust maken van de ODZOB. Zij vinden het ook belangrijk dat de ODZOB robuust blijft. Daarbij vraagt de gemeente Asten toch kritisch te blijven afwegen naar wat minimaal moet en wenselijk is. Ook de gemeente Waalre verzoekt de ODZOB het eerder toegekende ontwikkelbudget te blijven monitoren en de resultaten terug te koppelen aan hun raad. Daarnaast vraagt de gemeente Waalre het ontwikkelbudget te benutten om de ODZOB tot een goed functionerende en robuuste omgevingsdienst te maken, zodat er wordt voldaan aan de landelijke ontwikkelingen in het kader van de versterking van het VTH-stelsel. Wel vraagt de gemeente Waalre geen middelen te besteden aan extra ontwikkelingen die geen prioriteit hebben en ervoor te zorgen dat het resterende ontwikkelbudget weer teruggaat naar de deelnemers. In de zienswijze op de Ontwerpbegroting 2024 heeft de gemeente Deurne al gevraagd om te kijken naar een wijziging van de huidige declaratiemethodiek. Deurne vindt het goed te zien dat dit nu wordt opgepakt en kijkt uit naar het uitgewerkte voorstel medio 2025.
In lijn daarmee vraagt de gemeente Eindhoven te rapporteren over de voortgang van de Meerjaren ontwikkelaanpak en in de rapportage van de jaarresultaten meer toe te werken naar resultaatbeschrijving of outcome rapportage op de thema’s waar door de ODZOB op wordt ingezet (zoals energiebesparing, luchtkwaliteit, waterkwaliteit). De gemeente Veldhoven dient geen zienswijze in, maar vraagt wel de deelnemers op de hoogte te houden van de voortgang en resultaten van de opdracht om te voldoen aan de robuustheidscriteria. 6.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur Bij de besluitvorming rondom de Meerjaren ontwikkelaanpak 2025–2027 en het beschikbaar stellen van het ontwikkelbudget is toegezegd dat de ODZOB driemaal per jaar een voortgangsrapportage aan de deelnemers verstrekt, waarbij we tegemoetkomen aan de zienswijze van de gemeente Veldhoven. De eerste voortgangsrapportage is in juni opgeleverd en aan de deelnemers aangeboden. Uiteraard zetten wij deze verantwoording door gedurende de uitvoering van de Meerjaren ontwikkelaanpak. Zoals ook gevraagd door de gemeenten Asten en Waalre, monitoren we gedurende het proces op de uitvoering en blijven we binnen de beschikbare middelen kritisch afwegen of het past binnen de kaders zoals door het algemeen bestuur vastgesteld.
Het uitgangspunt is het zo volledig mogelijk oppakken en uitvoeren van alle benoemde ontwikkelopgaven, waarbij, op basis van prioriteitstelling én de actualiteit, verschuivingen over de jaren heen kunnen plaatsvinden. In lijn met de zienswijze van de gemeente Deurne kent de Meerjaren ontwikkelaanpak een opgave die zich richt op een nieuwe financieringssystematiek (zie ook hiervoor) waarbij wordt aangesloten bij het landelijke voorkeursmodel. We willen in de tweede helft van 2025 op dit punt een voorstel doen aan het algemeen bestuur. Een opgave die hiermee samenhangt is het versterken van de horizontale verantwoording op basis waarvan ODZOB en de deelnemers, inclusief raden en staten, het goede gesprek kunnen voeren. Hierbij gaan we, zoals de gemeente Eindhoven aangeeft, in zowel onze begroting als de verantwoordingen meer inzetten op outcome rapportages. De ODZOB gaat samen met zijn deelnemers, waar dit nog niet gebeurd is, aan de slag met het opstellen van onze gezamenlijke doelen, hoe we deze willen bereiken (activiteiten) en waarmee we deze meten (indicatoren). 6.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: De zienswijzen leiden niet tot financiële aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 11
7
VTH-Uitvoering
7.1 Ontvangen zienswijzen Gemeente Helmond spreekt de zorg uit dat zij nog onvoldoende resultaat ziet rond de geuroverlast in de wijk Brouwhuis. Het college wil alles op alles zetten om in samenspraak met de provincie, ODZOB, omwonenden en bedrijven de stankoverlast maximaal te verminderen. Daarnaast vindt de gemeente Helmond het erg belangrijk dat het toezicht en de vergunningverlening bij inrichtingen waar (mogelijk) met zeer zorgwekkende stoffen wordt gewerkt goed met de ketenpartners zoals het Waterschap Aa en Maas en de Provincie Noord-Brabant wordt afgestemd. 7.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur De zorg van de gemeente Helmond staat niet op zichzelf en is een gezamenlijke zorg voor ODZOB en deelnemers die vooral in complexe dossiers vraagt om tijdige afstemming en het goed in contact blijven met diverse betrokkenen. Uitgangspunt voor de uitvoering van VTH zijn de kaders van landelijke, regionale en lokale wet- en regelgeving. Daarnaast zijn provinciaal en lokaal beleid, omgevingsplannen en de in het verleden verleende vergunningen van belang om afdwingbaar te kunnen toetsen en handhaven op milieubelastende activiteiten. Daarnaast wordt ingezet op actualiseren van vergunningen bijvoorbeeld als er betere technieken beschikbaar zijn gekomen die de milieubelasting terug kunnen brengen.
Het werken binnen deze kaders kan echter op spanning staan met de ervaren hinder door omwonenden en het VTH-instrumentarium kan soms te kort schieten om de ervaren overlast weg te nemen. In lijn met de Omgevingswet, die uitgaat van eigen verantwoordelijkheid van de bedrijven, kunnen in dergelijke situaties ODZOB en bevoegd gezag en, waar mogelijk, omwonenden samen met de veroorzaker in gesprek gaan. Er kan appèl gedaan worden op de genoemde eigen verantwoordelijkheid om (mee) te denken op welke manier de veroorzaker met technische en gedragsmaatregelen hinder weg kan nemen dan wel zoveel als mogelijk kan verminderen. De specifiek door de gemeente Helmond geuite zorgen en aandachtspunten zullen in een apart gesprek (opdrachtgever – opdrachtnemer) besproken worden. In de visitatie in 2024 is de samenwerking met ketenpartners een belangrijk onderwerp geweest. Een van de aanbevelingen ziet op het verbeteren van de verstandhouding met de deelnemers en ketenpartners: ‘De ketenpartners willen graag een kwaliteitsslag binnen de regio maken samen met ODZOB. Dat betekent dat ze voorstander zijn van structureel overleg, om samen beleid en plannen te ontwikkelen en te monitoren op realisatie. Ook willen ze betrokken worden bij ROK-VTH, risicoanalyse en stevig inzetten op Landelijk Handhavingsstrategie Omgevingswet (LHSO).
Het vraagt van ODZOB om de relatie met GGD, Veiligheidsregio, politie, OM en waterschappen te intensiveren en te versterken. Hier ligt een kans voor ODZOB.’ Een van de opgaven uit de Meerjaren ontwikkelaanpak richt zich daarom op het versterken van de structurele samenwerking van de ODZOB met ketenpartners en andere organisaties. Daarnaast worden op bepaalde onderwerpen concrete afspraken gemaakt. Met het Waterschap zijn afspraken gemaakt over het toezicht op indirecte lozingen. In 4GR-verband hebben wij verkend en afspraken gemaakt op welke punten we elkaar kunnen versterken als het gaat om de schaalsprong in de regio. Een ander concreet voorbeeld is dat de drie omgevingsdiensten in Brabant samen werken aan het versterken van het ketentoezicht. 7.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: De zienswijzen leiden niet tot aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 12
8
Bedrijfsvoering
8.1 Ontvangen zienswijzen Gemeente Eindhoven vraagt te blijven sturen op een efficiënte uitvoering van de opgedragen taken en de organisatiekosten te beheersen en te bewaken – in te blijven zetten op terugdringing ziekteverzuim en het beperken van inhuur. Vanuit de gemeente Helmond komt het verzoek de algemene reserve met € 0,5 miljoen te verhogen door gebruik te maken van het jaarrekeningresultaat 2024. Ook de gemeente Asten staat positief tegenover het voorstel van de ODZOB om bij het vaststellen van de jaarstukken 2024 de algemene reserve verder aan te vullen om het weerstandsvermogen te versterken. 8.2 Beschouwing en conclusie dagelijks bestuur Door de vele ontwikkelopgaven en het mede daardoor financieel scherp aan de wind moeten varen van onze organisatie, monitoren we, door middel van maandelijkse interne rapportages onze voortgang, zodat bijsturing, indien nodig, op tijd kan worden ingezet. Daarbij is het ook voor de ODZOB belangrijk om ons ziekteverzuim terug te dringen, passen wij de Wet Poortwachter onverkort toe en bespreken wij frequent met onze bedrijfsarts wat medewerkers voor herstel nodig hebben en wat er preventief kan worden gedaan om lang verzuim vooral voor te zijn. Zo gaan we ook om met inzet van onze inhuurmedewerkers.
Om al onze taken goed uit te kunnen blijven voeren is het soms nodig én vanuit bedrijfsvoering gewenst om dit door inhuurmedewerkers uit te laten voeren. Door de hoeveelheid verzoektaken, zowel binnen en vooral ook buiten de werkprogramma’s en het daarmee samenhangend risico van afbouw van deze taken, blijven wij genoodzaakt om gebruik te blijven maken van een flexibele schil. Dat betekent niet dat de omvang niet omlaag kan. In 2024 en 2025 is ingezet op het terugbrengen van de externe inhuur en is de flexibele schil teruggebracht van circa 23% naar circa.15,5% medio 2025. We denken daarmee ingespeeld te hebben op de zienswijze van gemeente Eindhoven; verdere afbouw van inhuur zal beheerst en met oog op de risico’s van afbouw van taken moeten plaatsvinden. In lijn met de ontvangen zienswijze van de gemeenten Asten en Helmond is in het besluit rondom de jaarstukken 2024 inmiddels door het algemeen bestuur besloten om, vanuit het positieve jaarrekeningresultaat, € 0,5 miljoen te bestemmen voor verhoging van de algemene reserve van de ODZOB tot de bovenbandbreedte, zodat het weerstandsvermogen weer op goed niveau is. Dit om de risico’s voor de deelnemers zo klein als mogelijk te houden. 8.3 Gevolg Ontwerpbegroting 2026: De zienswijzen leiden niet tot aanpassingen in de Ontwerpbegroting 2026.
Reactienota zienswijzen Ontwerpbegroting 2026
Pagina 13