A10 MRE - Nota van beantwoording zienswijzen Begroting 2025 - 26 juni 2024
Tekst van het document
Wij willen u de suggestie meegeven te prioriteren en te overwegen een deel van de Regiodealmiddelen in te zetten in relatie tot opgaven waar MRE samen met 21 gemeenten voor staat. Daarnaast kunnen deze middelen ook ingezet worden in relatie tot capaciteitsvraagstuk. Om zo tegemoet te komen aan de beperkte capaciteitsmogelijkheden, die de gemeenten hebben. Wij vertrouwen erop dat we als regio gezamenlijk aan de lat staan voor onze regionale opgaven en die ook als regio oppakken, passend naar draagkracht en vermogen. Gemeentelijk financiën versus regionale ambities We zien toenemende spanning ontstaan tussen snelheid ontwikkelingen in onze regio enerzijds en financiële en
MRE moet als gemeenschappelijke regeling al in een vroeg stadium de begroting naar de deelnemende gemeenten voor een zienswijze toesturen. De Begroting 2025 wordt bijvoorbeeld al in januari 2024 opgesteld. Zo ook is dit met het Werkprogramma 2023 en Begroting 2024 gebeurd. In de tussenliggende periode zijn door de (intensivering van) schaalsprong vele zaken op de organisatie afgekomen, die niet in de Begroting 2024 zijn opgenomen omdat het bij het opstellen van deze begroting nog niet bekend was, zoals het meegroeien van de ondersteunende functie in relatie tot de primaire opdracht. In het kader van de huidige opgaven wordt in de Begroting 2025 daarom voorgesteld aanvullend de financiële / controlling functie te versterken. Daar waar mogelijk worden Rijksmiddelen gekoppeld aan de opgaven waar we in de regio voor aan de lat staan.
Wij zijn ons bewust van de huidige financiële situatie van de deelnemende gemeenten als ook wat er in de nabije toekomst op de gemeenten afkomt. Waar mogelijk houden wij hier rekening
29
uitvoeringsvraagstukken, die op gemeenten afkomen anderzijds. Ook het zogenaamde Beethoven-akkoord, waardoor het Rijk wederom een forse bijdrage levert aan onze regio, leidt tot vraag om nieuwe financiële bijdrage van gemeenten. Deze spanning wordt versterkt door gemeentebegrotingen, die komende jaren onder druk staan als gevolg van verlagingen Gemeentefonds. Dit leidt voor gemeenten tot sterke begrenzingen van financiële middelen, zodat we keuzes moeten maken. We ervaren net als u dat er druk staat op realiseren ambities op gebied van wonen, werklocaties, mobiliteit en duurzaamheid; de verwachte schaalsprong is afgelopen jaren in versnelling geraakt. Vorig jaar hebben we hierover onze regionale ambities vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Tegelijkertijd is het inmiddels ook duidelijk dat gemeenten op korte termijn geconfronteerd worden met nieuwe financiële werkelijkheid. We moeten meer dan in het verleden scherpe keuzes op basis van prioriteiten maken en in wat we wel en niet kunnen doen. Wanneer gemeenten moeten bezuinigingen vanwege minder Rijksbijdragen, zullen bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen zoals MRE, ook omlaag moeten gaan.
Gemert-Bakel
mee bij het opstellen van de eigen begroting. Daarbij gaat het altijd om een afweging tussen opgaven en middelen. Gezien de opgaven in het kader van de schaalsprong kan juist het regionaal samenwerken bijdragen aan oplossingsvermogen. We hebben bijvoorbeeld afspraken met het Rijk en de Provincie gemaakt om ook middelen ter beschikking te stellen voor het versteken van de uitvoeringskracht voor onze regio in het kader van het project ‘Beethoven'. We moeten met elkaar blijven zoeken naar manieren en mogelijkheden om innovatief met elkaar tot realisatie te komen want de opgaven voor de schaalsprong zijn groot. Daarbij zijn onze partners als het Rijk en Provincie ook nodig. Wij zullen hen daarop ook blijven aanspreken.
0ns dringende verzoek aan u is om onze financiële uitdagingen mee te laten wegen bij uw keuzes en voor Begroting 2025 realistischer te zijn in wat we daadwerkelijk samen kunnen doen. De ambities uit het Samenwerkingsakkoord leiden nu tot uitbreiding van de MREorganisatie. Dit vraagt ook bijpassende capaciteit binnen gemeenten. Nu de gemeentelijke financiën onder druk komen te staan schuurt het daar. We willen met elkaar meer dan dat we kunnen. Om hiervoor een oplossing te bieden kan
30
Heeze-Leende
bijvoorbeeld het tempo naar beneden bijgesteld worden. Ons verzoek is goed te kijken naar deze problematiek, die ongetwijfeld niet alleen in Gemert-Bakel speelt. Waar nodig verzoeken wij u in samenspraak met gemeenten het Jaarprogramma 2025 bij te stellen. Wij onderschrijven belang samenwerking tussen 21 gemeenten en we herkennen bovengemeentelijke opgaven die u schetst. We kunnen ons dan ook nog steeds goed vinden in ambities die we gezamenlijk hebben gesteld in Samenwerkingsakkoord 2023-2026. Aanvullend op deze algemene opmerkingen geven we u graag de volgende aandachtspunten mee voor opmaken. Temporiseren programma’s Binnen gemeenten piept en kraakt het. Naast bovengemeentelijke opgaven zijn lokale opgaven ook omvangrijk. De gemeentelijke financiën komen de komende jaren onder druk te staan, met als gevolg sterke begrenzingen van financiële middelen. Begroting MRE 2025 is opgesteld op basis van een zeer hoog tempo in realiseren ambities. Een tempo dat ons noodzaakt meer financiële middelen vrij te maken. We begrijpen dat er druk staat op realiseren ambities, gezien knelpunten die we ervaren op wonen, werklocaties, mobiliteit en duurzaamheid. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat op gemeenten noodzaak afkomt te schrappen in wat we doen en dus te prioriteren. Kort gezegd: we willen met elkaar meer dan dat we kunnen. We kunnen niet anders dan de tering naar de nering zetten.
Ons dringende verzoek aan het Dagelijks Bestuur is erkenning te geven aan deze problematiek en in Jaarprogramma 2025 recht te doen aan wat we daadwerkelijk kunnen. Hiervoor is het nodig te temporiseren binnen de verschillende programma’s. Dat doet niets af aan onze gezamenlijke ambities; het grijpt wel in op de doorlooptijden van
31
ontwikkelingen.
Nuenen c.a.
Niet ingevulde functies bevriezen De financiële begrenzingen waar we als gemeenten tegenaan moeten werken hebben ook tot gevolg dat er geen ruimte is om de capaciteit uit te breiden. Iets dat wel nodig is om MRE-jaarprogramma uit te kunnen voeren. Eerder heeft u programmabureaus opgestart en hiervoor heeft u de formatie van de MREorganisatie uitgebreid. Zoals al eerder door ons opgemerkt, heeft dat alleen zin als er ook een bijpassende capaciteit is binnen de gemeenten. In plaats van verder uitbreiden van formatie MRE-organisatie, hechten wij aan pas op de plaats door nog niet ingevulde functies te bevriezen. We pleiten voor ‘samen trap op en trap af’. Als we inderdaad het tempo naar beneden bijstellen, levert het niet invullen van die functies geen problemen op. Los van dat de programmabureaus dan beter zijn afgestemd op het tempo dat we hanteren, speelt u hiermee ruimte vrij binnen de reeds beschikbare formatie te voorzien in de basisfuncties die u wilt uitbreiden. Financiële mogelijkheden zijn begrensd Binnen gemeenten piept en kraakt het. Naast bovengemeentelijke opgaven zijn lokale opgaven ook omvangrijk. De gemeentelijke financiën komen komende jaren onder druk te staan, met als gevolg sterke begrenzingen van financiële middelen. De Begroting 2025 MRE is opgesteld op basis van zeer hoog tempo in realiseren van ambities.
Een tempo dat ons noodzaakt meer financiële middelen vrij te maken voor samenwerking. We begrijpen dat er druk staat op realiseren ambities, gezien knelpunten die we ervaren op wonen, werklocaties, mobiliteit en duurzaamheid. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat op gemeenten noodzaak afkomt kritisch te kijken naar wat wel en niet opgepakt wordt en te prioriteren. Ook onze gemeente ontkomt hier niet aan.
32
Ons dringende verzoek aan Dagelijks Bestuur is erkenning te geven aan deze problematiek en in Jaarprogramma 2025 recht te doen aan wat we gezamenlijk daadwerkelijk kunnen. Hiervoor is het nodig te temporiseren binnen verschillende programma’s. Dat doet niets af aan onze gezamenlijke ambities; het grijpt wel in op doorlooptijden van ontwikkelingen.
Valkenswaard
Capaciteitsmogelijkheden zijn begrensd De financiële begrenzingen waar we als gemeenten tegenaan lopen, heeft tot gevolg dat er geen/nauwelijks ruimte is de eigen ambtelijke capaciteit uit te breiden. Iets dat wel nodig is om het MRE-Jaarprogramma uit te kunnen voeren. Eerder heeft u programmabureaus opgestart en hiervoor heeft u formatie MRE-organisatie uitgebreid. Zoals al eerder door ons opgemerkt, heeft dat alleen zin als er ook bijpassende capaciteit binnen gemeenten aanwezig is. In plaats van verder uitbreiden van formatie MRE-organisatie, hechten wij er aan pas op de plaats te maken door nog niet ingevulde functies te bevriezen of slechts tijdelijk in te vullen. We pleiten voor ‘samen trap op en trap af’. Als we inderdaad het tempo naar beneden bijstellen, levert het niet of tijdelijk invullen van die functies geen problemen op. Los van dat de programmabureaus dan beter zijn afgestemd op het tempo dat we met z’n allen hanteren, speelt u hiermee ruimte vrij om binnen de reeds beschikbare formatie te voorzien in basisfuncties die u wilt uitbreiden. We zien duidelijk de meerwaarde van MRE. Die blijkt eens temeer uit het onderzoek ‘Meerwaarde MRE’ dat in 2022 is uitgevoerd door onze rekenkamer. Deze meerwaarde zien wij nu ook weer terug in de plannen en ambities, zoals opgenomen in de conceptbegroting. Aanvullend op onze positieve houding ten
33
opzichte van MRE samenwerking, geven we middels deze zienswijze echter graag mee dat de druk op onze ambtelijke organisatie op dit moment reeds bijzonder groot is.
Geldrop-Mierlo
Reusel-De Mierden Waalre
Financiële mogelijkheden zijn begrensd Binnen gemeenten piept en kraakt het. Naast bovengemeentelijke opgaven zijn lokale opgaven ook omvangrijk. De gemeentelijke financiën komen komende jaren onder druk te staan, met als gevolg sterke begrenzingen van financiële middelen. Begroting MRE 2025 is opgesteld op basis van een zeer hoog tempo in realiseren ambities. Een tempo dat ons noodzaakt meer financiële middelen vrij te maken. We begrijpen dat er druk staat op het realiseren van ambities, gezien de knelpunten die we ervaren op wonen, werklocaties, mobiliteit en duurzaamheid. Tegelijkertijd is ook duidelijk dat op de gemeenten noodzaak afkomt te schrappen in wat we doen en dus om te prioriteren. Kort gezegd: we willen met elkaar meer dan dat we kunnen. We kunnen niet anders dan de tering naar de nering zetten. Ons dringende verzoek aan Dagelijks Bestuur is erkenning te geven aan deze problematiek en in het Jaarprogramma 2025 recht te doen aan wat we daadwerkelijk kunnen. Hiervoor is het nodig te temporiseren binnen de verschillende programma’s. Dat doet niets af aan onze gezamenlijke ambities; het grijpt wel in op doorlooptijden van ontwikkelingen. Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage boven prijsindexcijfers Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage
Bijdrage Brainport Best
Wij onderschrijven krachtig gewenste versterking Brainportorganisatie Temeer omdat wij de Meerjarenstrategie Brainport 2025-2032 krachtig blijven onderschrijven. En wij zien dat deze alleen effectief kan zijn met extra impuls voor
De opmerkingen van de gemeente Best lijken zich met name toe te spitsen op de onderlinge financieringsverhoudingen tussen de 4 campusgemeenten. Voor de continuïteit en voorspelbaarheid in de
34
Brainport Development. Wij vinden het logisch en zuiver dat dit zich dan vertaalt in hogere inwonerbijdrage aan Brainport, via MRE als betaalautoriteit. Vier ‘campusgemeenten’ hebben ooit besloten vanwege urgentie en belang van Brainport als aandeelhouder en financier hun verantwoordelijkheid te nemen. Terugkijkend is dat goede beslissing geweest en profiteert nu gehele Metropoolregio van successen en economische voortgang, die dit heeft gebracht. Wij vinden het dan ook niet meer dan logisch dat er nu een meer evenwichtige, gelijkwaardige wijze van samenwerking en financiering van Brainport Development komt. Zoals bekend heeft de raad daartoe al op 22 juni 2020, bij de vaststelling van de Meerjarenfinanciering 2021-2024, een besluit genomen dat daartoe oproept. Wat de raad van Best betreft gaan de voorstellen op dit punt nog niet ver genoeg.
financieringsstructuur van Brainport Development wordt de toezegging van Best voor de komende twee jaren als constructief ervaren. Een wijziging in de financieringsstructuur tussen de aandeelhouders zou onderwerp van gesprek moeten zijn op de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Brainport.
Betrouwbare partner, die streeft naar een meer evenwichtige, gelijkwaardige wijze van samenwerking en financiering van Brainport Gemeente Best heeft met overtuiging ontwikkeling van Brainport mede mogelijk gemaakt. De vier campusgemeenten betalen een extra bijdrage in vorm van aandeelhoudersbijdrage. Brainport heeft in regio duidelijk zijn vruchten afgeworpen voor alle 21 gemeenten. De gemeente Best streeft daarom naar een meer evenwichtige, gelijkwaardige wijze van samenwerking en financiering van Brainport. In 2020 heeft de gemeenteraad hierover amendement aangenomen. De afgelopen jaren is met elkaar gesprek hierover gevoerd. Wij zijn blij met het besluit de extra financiering van 700.000 euro per jaar bij 21 gemeenten te beleggen. Wij vinden dit echter niet voldoende. Daarom zijn in de Commissie van advies voor financiën MRE namens Best verschillende voorstellen
35
Helmond
Bergeijk
Eersel
gedaan. Deze heeft het Dagelijks Bestuur MRE uiteindelijk niet omarmd. Omdat wij betrouwbare partner zijn, geven wij Brainport en college komende twee jaar de ruimte deze gesprekken te continueren met de overtuiging dat we samen komen tot een meer gelijkwaardige wijze van samenwerking en financiering van Brainport. Wij hechten eraan u nog te informeren over volgende zaken, die relevant zijn voor MRE ambities, maar niet zichtbaar zijn in MRE begroting. Als campusgemeente blijft Best niet alleen aandeelhouder van Brainport Development; we continueren ook onze structurele bijdrage aan financiering International School Eindhoven. Daarnaast heeft Best onlangs besloten (betaald) partner te worden van samenwerkingsverband Brainport voor Elkaar. Hiermee ondersteunen we allerlei sociaal maatschappelijke initiatieven, zodat meer mensen kunnen profiteren van economische succes van regio Eindhoven. Wij ondersteunen gevraagde extra verhoging inwonersbijdrage als component van subsidie aan Brainport Development vanwege de belangrijke rol die deze organisatie speelt in bestendiging van ons regionale economische eco-systeem. Wij hebben ook ingestemd met continuering van onze aandeelhoudersbijdrage. Er aandacht voor te hebben dat op dit moment alleen bestuurders uit het stedelijk gebied plaats hebben in bestuur Stichting Brainport en er nog één zetel vanuit de overheid in te vullen is.
We verzoeken deze plaats in te laten nemen door een bestuurder uit een regiogemeente. Gemeenteraad verwacht dat de door de verhoging van inwonerbijdrage mogelijk gemaakte inspanningen rondom zeven extra prioriteiten van Brainport Development niet alleen in stedelijk gebied, maar ook in deelregio’s en kleine dorpen en kernen landen.
Op dit moment wordt de MRE-zetel in het Stichtingsbestuur Brainport vertegenwoordigd door de vicevoorzitter van het Dageljiks Bestuur, mevrouw Blanksma. Wij zullen dit nader bezien op het moment van aantreden van de nieuwe vicevoorzitter later dit jaar. Brainport Development is zich bewust van de verwachtingen van de kleinere gemeenten. De directeur van Brainport Development heeft bij de behandeling van het Meerjarenprogramma Brainport Development in Poho economie op
36
Cranendonck
Bergeijk
Geldrop-Mierlo Reusel-De Mierden Waalre
Daarbij moet aandacht zijn voor balans tussen (economische) groei en behoud van het dorps karakter van kleinere gemeenten, zoals Eersel. Kritisch op opbrengsten voor Cranendonck Net als alle andere gemeenten staat er echter periode van ernstige schaarste voor de boeg. Daarom moeten we ook kritisch kijken naar besteding Cranendoncks gemeenschapsgeld. In dat licht zijn we kritisch op gevraagde verhoging inwonerbijdrage ten behoeve van versterking Brainport Development. We onderschrijven dat regio als geheel beter wordt van samenwerking in Brainport Development. We zijn echter ook van mening dat de gevraagde verhoging van de inwonerbijdrage niet in verhouding staat tot het profijt dat een kransgemeente als Cranendonck eraan ontleent.
7 februari, hiervoor zijn begrip uitgesproken en aangegeven zich te zullen inspannen voor voldoende aandacht voor de kleinere gemeenten in de regio. .
We vragen u daarom: • beter te kijken naar mogelijkheden van economische spin-off voor kransland rondom stedelijk gebied en deze te vergroten, • óf inwonerbijdrage voor kransgemeenten in lijn te brengen met lagere economische spinoff. De raad dient een zienswijze in op extra bijdrage voor Stichting Brainport over zeggenschap en regionale werking. Deze luidt: De gemeenteraad Bergeijk verwacht dat de door de verhoging van inwonerbijdrage mogelijk gemaakte inspanningen ook in deelregio’s en kleinere dorpen en kernen landen. Daarbij is het belangrijk dat er aandacht is voor de balans tussen (economische) groei en brede welvaart. Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage boven prijsindexcijfers Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage boven prijsindexcijfers Niet akkoord, verhoging inwonerbijdrage
37