A1 Rekenkamerrapport gemeente Veldhoven Schaalsprong
Tekst van het document
23
Het schema laat zien dat de overheid op verschillende manieren kan sturen, waarbij de nadruk kan liggen op het stellen van regels, het faciliteren van initiatieven, of het samenwerken met burgers en andere partijen. Vier veelvoorkomende sturingsvormen zijn: rechtmatige overheid, presterende overheid, netwerkende overheid en responsieve overheid. In enkele steekwoorden zijn de verschillende sturingsvormen van de overheid getypeerd: •
Rechtmatige overheid: De overheid zorgt voor wet- en regelgeving en handhaving, waarbij het politieke debat de publieke belangen bepaalt.
•
Presterende overheid: De overheid stuurt op resultaten en prestaties, waarbij vaak prestatieafspraken worden gemaakt en gemeten.
•
Netwerkende overheid: De overheid werkt samen met burgers, bedrijven en andere organisaties om gezamenlijk doelen te bereiken.
•
Responsieve overheid: De overheid luistert naar de behoeften van de samenleving en past haar beleid hierop aan, waarbij de burger meer betrokken wordt bij het beleidsproces.
Voor alle duidelijkheid wordt erop gewezen dat de overheid de verschillende sturingswijzen vaak gecombineerd inzet. Dit hangt uiteraard af van de opgave, de uitgangssituatie, de doelen en de middelen. Dat laat onverlet dat in de loop der tijd meer accent is komen te liggen op de zogenaamde ‘samenwerkende overheid’ (network governance) en ‘responsieve overheid’ (societal resilence).
3.2
Schakelingen tussen schaalniveaus en spelers
Netwerk governance in de Brainport regio In relatie met de hiervoor genoemde perspectieven voor sturing kan worden geconstateerd dat de ‘netwerk governance’ een dominante plaats inneemt in de Brainport regio. Sprake is van een intensieve samenwerking op verschillende schaalniveaus (rijk, provincie, regio, gemeenten). Dit leidt tot gemeenschappelijke producten zoals beleidskaders en diverse rijksdeals zoals het Beethovenconvenant. Ook zijn er vele processen gaande, die zorgen voor koppelingen tussen de inzet van spelers uit de publieke en private sector. Een mooi voorbeeld daarvan is het Brainport Partnerfonds. Met de MRE en de Stichting Brainport zijn bovendien organisaties aanwezig, die deze koppelingen stimuleren en onderhouden. Een complexe en veelsoortige opgave als de schaalsprong vraagt ook om een intensief functionerend netwerk met spelers uit de publieke en private sector. In de gesprekken komt naar voren dat dit in de regio Eindhoven een sterk punt is. Gewezen wordt op de sterke interdependentie in de
24
triple helix samenwerking. Sprake is van grote onderlinge afhankelijkheid om de doelstellingen van de Brede Welvaart te realiseren.
Dubbele loyaliteit De Brainport regio en in het bijzonder de subregio SGE laat een sterke interne samenhang en interdependentie zien. In de masterclass ‘De regio als Daily Urban System; theorie en praktische uitwerking in de Metropoolregio Eindhoven’ (mei 2021) is dit uitdrukkelijk aan de orde geweest. Om aan die samenhang recht te doen wordt feitelijk om een dubbele loyaliteit gevraagd: niet alleen loyaal naar de eigen gemeente, maar ook naar de regio. Om dat waar te maken is het nodig dat de gemeente de belangen van de regio als geheel onderkent, naast de eigen gemeentelijke belangen. Waar het lokale bewustzijn (traditioneel) sterk is ontwikkeld, geldt dat vaak minder voor het regionale bewustzijn. En dat terwijl het economisch, maatschappelijk en ruimtelijk functioneren zich duidelijk op de (sub)regionale schaal afspeelt. Dat veronderstelt een dubbele oriëntatie in het ambtelijk en bestuurlijk handelen van de gemeente. Dat is lastig, gelet op de natuurlijke neiging van een sterke focus op het eigen gemeentelijk belang. Om recht te doen aan de maatschappelijke werkelijkheid zal over de eigen grenzen heen gekeken moeten worden. Dat vraagt ook om een goede verbinding tussen de lokale en regionale agenda.
In de werksessie met de raadsleden klonk het belang van deze dubbele loyaliteit ook uitdrukkelijk door, al werd daarbij aangetekend dat dit in de praktijk moeilijk is waar te maken. Veel tijd en expertise bij raadsleden zijn namelijk nodig om de ontwikkelingen te volgen.
Instrumenten voor de raad om te schakelen tussen regio en gemeente In het samenspel tussen gemeenteraad en regio beschikt de raad over een aantal instrumenten om invloed uit te oefenen op de schaalsprong en inhoud te geven aan de sturende rol. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in: •
Formele lokale sturingsinstrumenten
•
Formele regionale sturingsinstrumenten
•
Informele regionale en lokale sturingsinstrumenten.
Deze worden hierna toegelicht en in het volgende hoofdstuk komt de praktijk in Veldhoven aan de orde. Formele lokale sturingsinstrumenten In het voorgaande zijn al tal van beleidsplannen, visies en uitvoeringsprogramma’s genoemd die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Dat vormen belangrijke sturingsinstrumenten. Vooral de Visie op gemeente Veldhoven geeft richting aan de schaalsprong zoals Veldhoven die voor ogen heeft. Op veel onderwerpen is de koers uitgezet. Bijvoorbeeld over: het aantal woningen, de differentiatie van woningen en woonmilieus, de omvang en kwaliteit van bedrijfslocaties, de ruimtelijke en landschappelijke inrichting, de realisatie van scholen en andere voorzieningen, de wijze waarop Veldhoven bereikbaar moet blijven, e.d. Bij vele van deze onderwerpen is overigens ook ingespeeld op plannen die in regionaal verband zijn opgesteld en waarover afspraken zijn gemaakt. Daar zit al een zekere koppeling van de lokale en regionale agenda’s. Daarnaast komt in tal van beleidsdocumenten naar voren dat de gemeente Veldhoven een actieve partner in de regio wil zijn. Met een bedrijf als ASML binnen de gemeentegrenzen is dat ook niet verrassend. In de gesprekken met regionale partners klinkt dat ook door. Geconstateerd wordt dat de gemeente Veldhoven een actieve speler is in het netwerk van Brainport.
Zowel bestuurlijk als ambtelijk pakt Veldhoven zijn regionale rol, zo wordt opgemerkt. Vanuit het college en de ambtelijke organisatie wordt actief geparticipeerd in de aanpak van de regionale opgaven. Ook de raadsleden van Veldhoven worden in de regio gezien als regiogerichte partners, die actief zijn in de regionale overleggremia. Formele regionale sturingsinstrumenten Het bureau KokxDeVoogd geeft in een artikel in Binnenlands Bestuur (mei 2025) aan dat er voor gemeenteraden voldoende instrumenten beschikbaar zijn om meer sturing te geven aan de regionale samenwerking. De uitdaging ligt in het kennen van de instrumenten én het benutten ervan. Gedoeld wordt op mogelijkheden als: (aanvullende) zienswijzen uit te brengen op besluiten van
25
het bestuur van de regeling, de informatieplicht van het bestuur van de regeling richting de raad of de mogelijkheid tot het toevoegen van evaluatiebepalingen. In dit verband kan bijvoorbeeld worden gedacht aan mogelijkheden van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de MRE. Zo vormt de P&C cyclus van de MRE een belangrijk aangrijpingspunt voor de gemeenteraad. In artikel 38 de GR van de MRE zijn de spelregels over de begroting opgenomen. Daarin is het volgende bepaald: ‘De ontwerpbegroting en -begrotingswijzigingen worden minimaal twaalf weken voordat deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden door het dagelijks bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. De ontwerpbegroting wordt door besturen van de gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijze is vervat, bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Nadat de begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur, zendt het algemeen bestuur, zo nodig, de begroting met de daarbij horende zienswijzen, aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.’ Ondanks deze formele bevoegdheden leeft bij raadsleden vaak het gevoel geen grip te hebben op de regionale samenwerking. Dat komt bijvoorbeeld naar voren uit onderzoeken van de Nederlandse Vereniging van Raadsleden in 2017 en 2021: ruim de helft van de raadsleden geeft aan onvoldoende invloed te kunnen uitoefenen op de besluitvorming in de regio. Uit tal van onderzoeken blijkt dat dit ook sterk samenhangt met de kwaliteit van de informatievoorziening, zowel vanuit de samenwerkingsverbanden als vanuit het College. De informatie wordt vaak als ‘financieel-technisch’ en ‘technocratisch’ gekwalificeerd, zo wordt opgemerkt in een studie van de Stichting Decentraal Bestuur (2022). In de werksessie met de raadsleden klinkt dat ook door en vooral wordt daarbij aangegeven dat men erg laat in positie komt en het dan moeilijk is om voorstellen dan nog fors te wijzigen of te verwerpen.
Informele regionale en lokale sturingsinstrumenten Door het hiervoor genoemde bureau KokxDeVoogd wordt in de publicatie ‘de kracht van informele instrumenten in regionale samenwerking’ (mei 2025) aandacht gevraagd voor de betekenis van informele instrumenten bij het sturen op de regionale samenwerking. Een lijn die past bij het opereren in netwerkverbanden zoals bij de schaalsprong aan de orde is. Informele instrumenten hebben geen directe juridische basis, maar kunnen wel erg behulpzaam zijn in het sturen op samenwerkingsverbanden. Zo wordt gewezen op: ‘Het organiseren van overleg en afstemming als raden onderling (regionale raadstafels, raadsconferenties of raadscommissies), het overleggen met andere fracties via de partijlijn, het organiseren van direct contact tussen de raad en de directie van de regeling of het als raad op werkbezoek gaan bij een samenwerkingsverband om meer beeld te krijgen bij de uitvoering. De workload kan daarbij binnen gemeenteraden ook verdeeld worden, bijvoorbeeld door te werken met zogenoemde ‘raadsrapporteurs’. Het zijn vaak deze ‘informele’ werkwijzen die ertoe leiden dat raden meer grip ervaren op wat er binnen regionale samenwerkingsverbanden gebeurt.
Toch wordt hier in de praktijk nog te weinig gebruik van gemaakt.’ Een goed gebruik van informele instrumenten vraagt om een proactieve houding van de gemeenteraad en om een bewust omgaan met deze mogelijkheden, zo wordt gesteld. Dat betekent: •
‘Ken je instrumenten Als je weet wat er in je gereedschapskist zit, kun je het goede gereedschap kiezen.
•
Samenwerken met andere gemeenteraden Door krachten te bundelen staan gemeenteraden sterker en kunnen zij effectiever invloed uitoefenen.
26
•
Informatievoorziening verbeteren Colleges en samenwerkingsverbanden moeten actief informatie delen, maar gemeenteraden moeten zelf ook actief zijn in het ophalen van de beschikbare informatie en het afdwingen waar nodig.
•
Inzetten van informele instrumenten als aanvulling Door de mix van formele en informele instrumenten versterk je de positie van de gemeenteraad en wordt het kaderstellen en controleren een stuk effectiever.’
Een krachtige ‘heen en weer beweging’ in het samenspel bij de schaalsprong In het voorgaande is steeds sprake van een gecombineerde inzet van instrumenten. Ook gaat het steeds om koppelingen tussen schaalniveaus en tussen de vele bij de schaalsprong betrokken spelers. Dat vraagt om verbindingen tussen die schalen en die spelers. Dat kan niet allemaal via institutionele samenwerkingsverbanden, ook al zijn die als ondersteuningsstructuur behulpzaam. De energie zal daarnaast vooral gericht moeten worden op het organiseren van: •
het elkaar kennen en elkaar opzoeken (een netwerk dat ertoe doet);
•
actief informatie delen over ambities vanuit gedeelde analyses van kansen en bedreigingen;
•
een gedeeld beeld van de urgentie van de schaalsprong als opgave;
•
passende oplossingsrichtingen, begeleid door realistische mogelijkheden voor daadwerkelijke uitvoering en budget.
Deze lijn komt ook uitdrukkelijk terug in een onderzoek van enkele Rekenkamers in NO Brabant over de samenwerking binnen ‘Agrifood Capital’ en NO Brabant. In die context is dat aangeduid als ‘drs P’en. Vrij naar het lied van drs P, met daarin als telkens terugkerend thema ‘heen en weer… heen en weer’. Daarmee wordt gedoeld op het steviger maken van de binnengemeentelijke koppelingen tussen raad, college en ambtelijke organisatie alsook op de koppelingen tussen de regionale organisaties en de gemeente. Alles gericht op het sterker verbinden van de lokale en regionale agenda. Die koppelingssterkte is ook cruciaal voor een succesvolle schaalsprong. Dat heeft ook consequenties voor het handelen van de raad. Daarop wordt in het volgende hoofdstuk ingegaan.
27
B4. De rol van de gemeenteraad bij de schaalsprong In dit hoofdstuk wordt de volgende onderzoeksvraag beantwoord: •
Welke rol speelt de gemeenteraad in de sturing van een majeure opgave als de schaalsprong?
Toenemende betekenis regio en netwerksturing In het voorafgaande heeft het al doorgeklonken dat de betekenis van de regio - ook bij de schaalsprong - toeneemt en dat dit consequenties heeft voor het handelen van de raad. Van oudsher zijn raadsleden sterk gericht op de lokale samenleving. Logisch, omdat ze geacht worden de belangen van de eigen inwoners te behartigen. Toch vraagt de behartiging van deze belangen steeds meer om een regionale oriëntatie. Feitelijk functioneert de regio en zeker het SGE immers als een samenhangend gebied, waar inwoners wonen, werken, gebruik maken van voorzieningen en zich verplaatsen zonder zich iets aan te trekken van gemeentegrenzen. Dat vraagt van raadsleden ook om een serieuze inspanning op regionaal niveau. Zeker ook om vroegtijdiger invloed uit te kunnen oefenen. Dat veronderstelt een sterkere ‘heen en weer’ beweging tussen lokale en regionale agenda’s. In het verlengde daarvan wordt ook gewezen op de consequenties die dit heeft voor de bestuurlijke begeleiding van de schaalsprong. Hiervoor is gewezen op verschillende sturingswijzen en verschuivingen daarin. Een complex proces als de schaalsprong waarbij op verschillende schaalniveaus en tussen vele publieke en private spelers verbindingen moeten worden gemaakt vraagt om een vorm van netwerksturing.
Dat betekent dat raadsleden niet kunnen volstaan met de oude vertrouwde formele raadsinstrumenten. Het is zaak om op eerdere momenten (dan bijvoorbeeld bij de indiening van zienswijzen) een rol te pakken in deze netwerksturing. Wanneer voorstellen uiteindelijk op de raadsagenda komen is er door heel veel spelers al geruime tijd aan gewerkt en is er in diverse ambtelijke en bestuurlijke gremia al overleg over geweest. Belangrijk is dan wel dat het voor raadsleden mogelijk wordt gemaakt zicht te krijgen op het complexe veld van spelers en hun rollen, overleggremia en besluitvormingsmomenten. Hiervoor is erop gewezen dat de raad bij de schaalsprong gebruik kan maken van formele en informele sturingsinstrumenten. Vanuit die optieken wordt de Veldhovense praktijk beschouwd.
Formele lokale sturingsinstrumenten In het voorgaande zijn al tal van beleidsplannen, visies en uitvoeringsprogramma’s genoemd die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Dat vormen belangrijke sturingsinstrumenten. Vooral de Visie op Veldhoven geeft richting aan de schaalsprong zoals Veldhoven die voor ogen heeft. Op veel onderwerpen is de koers uitgezet. Bijvoorbeeld over: het aantal woningen, de differentiatie van woningen en woonmilieus, de omvang en kwaliteit van bedrijfslocaties, de ruimtelijke en landschappelijke inrichting, de realisatie van scholen en andere voorzieningen, de wijze waarop Veldhoven bereikbaar moet blijven, e.d. Bij vele van deze onderwerpen is overigens ook ingespeeld op plannen die in regionaal verband zijn opgesteld en waarover afspraken zijn gemaakt. Daar zit al een zekere koppeling van de lokale en regionale agenda’s. Daarnaast komt in tal van beleidsdocumenten naar voren dat de gemeente Veldhoven een actieve partner in de regio wil zijn. Met een bedrijf als ASML binnen de gemeentegrenzen is dat ook niet verrassend. In de gesprekken met regionale partners klinkt dat ook door. Geconstateerd wordt dat de gemeente Veldhoven een actieve speler is in het netwerk van Brainport. Zowel bestuurlijk als ambtelijk pakt Veldhoven zijn regionale rol, zo wordt opgemerkt.
Vanuit het College en de ambtelijke organisatie wordt actief geparticipeerd in de aanpak van de regionale opgaven. Ook de raadsleden van Veldhoven worden in de regio gezien als regiogerichte partners, die actief zijn in de regionale overleggremia.
28
Formele regionale sturingsinstrumenten Voor de regionale sturing vormt de Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de MRE een belangrijk aanknopingspunt. Daarin is bijvoorbeeld opgenomen dat het dagelijks bestuur twee keer per jaar een bijeenkomst voor college- en raadsleden organiseert, waarin de ontwikkeling van de regio centraal staat. Aan de orde komen onder meer de regionale opgaven voor de komende periode en de resultaten van de afgelopen periode. Wat betreft de regionale schaal kan worden geconstateerd dat de raad daadwerkelijk gebruik maakt van het formele instrument om zienswijzen in te dienen op de samenwerkingsverbanden. Daarnaast maakt de raad gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de begroting van de MRE. Zo is een zienswijze op de begroting 2026 van de MRE ingediend, die behandeld is in de raadsvergadering van mei 2025. Daarin wordt meegegeven: •
een terughoudend financieel beleid voor MRE en een realistische indexering;
•
de kernopgave van de MRE-organisatie centraal te blijven stellen en ook daartoe te beperken: het faciliteren van de samenwerking tussen de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant;
•
heldere keuzes te maken met een sterke prioriteit voor de regionale schaalsprong, die realistisch is voor alle betrokken spelers;
•
de 21 gemeenten via MRE sterker te verbinden op de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025-2032;
•
de betekenis en de positie van een subregio als SGE uitdrukkelijker aan te geven;
•
het uitgangspunt van Brede Welvaart meer te concretiseren in de begroting en de beoogde effecten duidelijker aan te geven.
Informele lokale en regionale sturingsinstrumenten In de gesprekken wordt erop gewezen dat de democratische legitimatie van de regionale samenwerking in het huidige bestuurlijke bestel niet echt oplosbaar is. In dat opzicht zal in een ‘onvolmaakte werkelijkheid’ zo goed mogelijk gewerkt moeten worden. Daarvoor worden verschillende hulpmiddelen ingezet. Raadswerkgroep regionale samenwerking Sinds enkele jaren is in Veldhoven een raadswerkgroep regionale samenwerking actief. Deze werkgroep bespreekt belangrijke regionale onderwerpen en bereidt raadsbijeenkomsten hierover voor. De werkgroep heeft geen officiële status. Iedere raadsfractie is vertegenwoordigd in deze werkgroep. Uit de gesprekken met vertegenwoordigers vanuit de gemeente Veldhoven klinkt door dat de werkgroep in belangrijke mate wordt gebruikt om raadsleden te informeren over belangrijke regiodossiers. In de werksessie met raadsleden wordt onderkend dat het goed zou zijn om de werkgroep door te ontwikkelen. Daarbij wordt op verschillende aspecten gewezen: •
Vertrouwen als basis. Het vertrouwen moet er zijn dat in de werkgroep geen politiek wordt bedreven. Dat vraagt ook om onderling vertrouwen en stelt eisen aan de sfeer tussen raadsleden. De inzet moet zijn om de raadsleden te helpen om de vaak lastige regionale dossiers beter tot zich te kunnen nemen en te behandelen in de raadsvergaderingen.
•
Een meer transparante positionering. Het gaat daarbij vooral om verheldering van de positie, rol, taak en de bijbehorende spelregels van de werkgroep. Op dit moment ontbreekt dat nog.
•
Vroegtijdiger in positie komen. Geconstateerd wordt dat men erg laat in positie wordt gebracht. Dat is kort voorafgaand aan de besluitvorming in de gemeenteraad en dan is in regionaal verband vaak al een langdurig proces doorlopen.
•
De portefeuillehouders periodiek uitnodigen. In het verlengde van het vorige aandachtspunt: in de regionale POHO-overleggen worden belangrijke voorstellen voorbereid, die pas veel later in de raad komen ter besluitvorming. Door de portefeuillehouder periodiek te vragen naar de agenda van het POHO-overleg en daarbij Veldhovense wensen mee te geven kan vroegtijdiger een verbinding ontstaan tussen de lokale en regionale agenda. Daarbij hoort vervolgens dan ook een terugkoppeling richting werkgroep.
29
In de gesprekken met regionale partners wordt deze Veldhovense raadswerkgroep overigens als een goed voorbeeld voor andere gemeenten gezien. Regiodagen Zoals hiervoor aangegeven is in de GR van het MRE opgenomen dat er regiodagen worden georganiseerd. Raadsleden van Veldhoven participeren actief in de regiodagen, die tweemaal per jaar worden georganiseerd. Dat laat onverlet dat bij de MRE Regioconferentie (november 2024) suggesties worden gedaan voor een grotere betrokkenheid van raadsleden. Als middelen daarvoor worden genoemd: •
tijdige informatievoorziening uit de portefeuillehoudersoverleggen;
•
meer organiseren van regionale beeldvormingssessies,
•
het moment van indiening van zienswijzen verruimen;
•
actief speuren naar de verbinding van lokale en regionale belangen;
•
heldere samenvattingen van voorstellen leveren voor raadsleden.
Raadstafel 21 In 2015 is binnen de MRE de Raadstafel21 gevormd. De Raadstafel21 biedt een forum voor raadsleden, als een lichte (informele) en flexibele samenwerking, waarin twee raadsleden per gemeente zijn vertegenwoordigd. Deze raadsleden vervullen in hun raden een ambassadeursfunctie, ze zijn de ‘voelsprieten’ van de Metropoolregio Eindhoven naar de gemeenteraden en vice versa van de 21 gemeenten. De ervaring die is opgedaan met de Raadstafel21, leidde er in 2021 toe dat in de regeling werd opgenomen dat de Raadstafel21 een in te stellen overlegorgaan is. In het Statuut Overlegorganen is de rol van de Raadstafel21 nader uitgewerkt. Het algemeen bestuur van de MRE heeft op 20 december 2023 besloten dat de voorzitter van de Raadstafel21 een (staande) uitnodiging heeft om deel te nemen aan de beraadslagingen. Dit in de verwachting dat de inbreng van de voorzitter vooral gebaseerd is op de gevoerde discussie binnen de Raadstafel21. Uit de gesprekken komt naar voren dat de Veldhovense vertegenwoordigers actief participeren in de Raadstafel 21. Bezoeken gemeenteraden De voorzitter van de MRE bezoekt de gemeenteraden van de MRE. Dit kan ook gezien worden als een hulpmiddel om de eerdergenoemde ‘heen en weer beweging’ mede vorm te geven. De raden worden geïnformeerd over de schaalsprong en de bijbehorende consequenties.
Daarnaast kunnen vanuit de gemeenteraden wensen, zorgen en aandachtspunten voor de regio worden meegegeven.
30
Bijlage Overzicht gesprekspartners In het kader van dit onderzoek is gesproken met: •
Drie strategen van de gemeente Veldhoven
•
Eén vertegenwoordiger van Brainport Development
•
Twee vertegenwoordigers van MRE
•
Voorzitter gemeenteraad Veldhoven
•
Voorzitter Stichting Brainport en MRE
•
Zeven leden van de raadswerkgroep regionale samenwerking Veldhoven.
31