9b. ODZOB - Kaderbrief 2024
Tekst van het document
Kaderbrief 2024
Kaderbrief 2024
Kaderbrief 2024
In opdracht van
algemeen bestuur ODZOB
Opgesteld door
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Datum
8 december 2022
Status
definitief
8 december 2022
-2-
Kaderbrief 2024
Inhoudsopgave 1
Inleiding ................................................................................................................................................................................ 1
2
Ontwikkelingen 2024 ....................................................................................................................................................... 2 2.1
Baten ......................................................................................................................................... 2
2.2
Lasten ....................................................................................................................................... 2
2.3
Declarabiliteit ............................................................................................................................ 2
2.4
Indexering 2024 ........................................................................................................................ 2
2.5
Weerstandsvermogen en risicomanagement ............................................................................... 3
8 december 2022
-3-
Kaderbrief 2024
1
Inleiding
Voor u ligt de kaderbrief 2024 van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Dit document gaat in op de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar. Dit is anders dan de voorgaande jaren gebruikelijk was, omdat doorgaans in de kadernota ook wordt ingegaan op te verwachten beleidsmatige ontwikkelingen. Vanwege het lopende traject van de meerjarenvisie ODZOB is ervoor gekozen om de inhoudelijke en financiële ontwikkelingen afzonderlijk van elkaar voor te leggen aan onze deelnemers en ons bestuur. De voorliggende kaderbrief kent dan ook een beperkte reikwijdte. De kaderbrief 2024 gaat in beginsel in op de te verwachten ontwikkelingen voor het uitvoeringsjaar 2024. De hoogste inflatie in het naoorlogse tijdperk waar Nederland momenteel mee geconfronteerd wordt treft gemeenten, provincies, gemeenschappelijke regelingen en dus ook de ODZOB. Gedegen prognoses over loon- en prijsontwikkelingen zijn slechts met een zeer groot voorbehoud af te geven. Aan de andere kant is het overduidelijk dat de uitpangspunten waarop de eerder dit jaar vastgestelde begroting voor 2023 gebaseerd is, achterhaald zijn. Deze bijzondere situatie is aanleiding om niet alleen aandacht te hebben voor het uitvoeringsjaar 2024, maar ook voor het uitvoeringjaar 2023.
Hierin staat de ODZOB niet alleen; zowel in 4GR1-verband als in 3OD2-verband is gesproken over de bijzondere situatie waar we ons nu in bevinden. Voor gemeenschappelijke regelingen is het, mede vanwege de bekostigingsstructuur, belangrijk om zo vroeg mogelijk significante ontwikkelingen aan de deelnemers kenbaar te maken. Het financieel perspectief voor 2023 maakte in eerste instantie onderdeel uit van de kaderbrief 2024 die op 8 december 2022 aan de orde werd gesteld in de vergadering van het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur besloot om het financieel perspectief van 2023 in een op zichzelf staand document te presenteren; naast de verwachte ontwikkelingen voor 2024. De nu voorliggende en aangepaste kaderbrief 2024 richt zich hierdoor enkel nog op 2024. Uitgangspunt voor iedere begroting die de ODZOB opstelt is dat de baten en lasten structureel in evenwicht zijn. Dit leidt tot een meerjarig sluitende begroting. Aan dit uitgangspunt wordt, ondanks de economisch roerige tijden, niet getornd.
1 2
4GR: GGD, Veiligheidsregio, MRE en Omgevingsdienst in Zuidoost-Brabant 3OD: Omgevingsdiensten Midden- en West-Brabant, Brabant Noord en Zuidoost-Brabant
1
Kaderbrief 2024
2
Ontwikkelingen 2024
2.1
Baten
De op te stellen begroting 2024 wordt gebaseerd op de (concept) werkprogramma’s voor 2023, rekening houdend met relevante ontwikkelingen voor 2024. Inmiddels zijn de concept werkprogramma’s voor 2023 opgesteld. Op basis van de meest actuele (maar nog niet definitieve) inzichten loopt deze urenbehoefte op naar 249.000 uren in 2024. Dit aantal is het uitgangspunt voor de ontwerpbegroting 2024.
2.2
Lasten
Ruim 90% van de lasten uit de begroting 2023 bestaat uit personeelsgerelateerde kosten. Salarissen zijn daar veruit het grootste onderdeel van. Net zoals in 2023 het geval is, wordt voor 2024 uitgegaan van een aandeel van 73% voor de loonkostenontwikkeling en 27% voor de ontwikkeling van prijzen.
2.3
Declarabiliteit
De ODZOB streeft er naar om gedurende 2023 het ziekteverzuim terug te brengen naar een lager niveau. Het voorstel over het herijkte uitgangspunt voor het ziekteverzuim is uiteraard ook van toepassing op begrotingsjaar 2024. Het meest actuele 3-jaars voortschrijdend gemiddelde ligt op ruim 6%. Gevolg daarvan is, dat naar huidige inzichten, voor het uitvoeringsjaar 2024 wordt uitgegaan van dezelfde declarabiliteitsnorm als in 2023; namelijk 1.320 declarabele uren per medewerker in het primaire proces. Om te komen tot de realisatie van 249.000 declarabele uren in 2024 en op basis van een declarabiliteitsnorm van 1.320 uur per fte dient de ODZOB te kunnen beschikken over de volgende aantallen fte’s: •
Primair proces
189 fte
•
Overhead
47 fte (20% van het totaal)
•
Totaal
236 fte
2.4
Indexering 2024
De wijze van indexeren waar de 4GR in Zuidoost-Brabant uitvoering aan geven is vorig jaar geactualiseerd en bestuurlijk bekrachtigd. Daarbij is bepaald dat indexcijfers voor 2024 uit de Macro Economische Verkenning 2023 (gepubliceerd in september 2022) als uitgangspunt gelden voor de kaderbrief 2024. Onlangs is gebleken dat prognoses waarbij 2 jaren vooruit wordt gekeken enkel door het CBS worden opgesteld na de formatie van een nieuw kabinet. Dat betekent dat niet altijd kan worden beschikt over de indexcijfers voor het jaar waar de kadernota/brief betrekking op heeft. Hierdoor moeten de eerder bijgestelde uitgangspunten in 4GR-verband worden teruggedraaid. Voor de kaderbrief 2024 betekent dit de loon- en prijsontwikkelingen voor 2024 worden gebaseerd op de prognoses zoals het CPB deze verwacht voor het uitvoeringsjaar 2023. In het volgende voorjaar worden deze gegevens geactualiseerd en worden er wel ramingen gepresenteerd voor 2024. Deze komen te laat voor de ODZOB (en andere gemeenschappelijke regelingen) om hier gebruik van te kunnen maken.
2
Kaderbrief 2024
Wegens het ontbreken van gerichte prognoses voor 2024 worden de indexcijfers voor 2023 gehanteerd als prognose voor 2024. Het betreft de volgende indexcijfers: •
Materiële overheidsconsumptie:
5,9%
aandeel 27%
•
Loonvoet sector overheid:
3,3%
aandeel 73%
•
Gewogen bedraagt dit percentage:
4,0%
Zoals uitgebreid is toegelicht in het financieel perspectief 2023, geldt er ook voor 2024 nog geen van toepassing zijnde Cao voor de medewerkers van de ODZOB. Ook voor 2024 ligt het in de lijn der verwachting dat de loonindexering uit de meest recente Macro Economische Verkenning onvoldoende zal zijn om de loonontwikkeling te kunnen dragen. Vandaar dat de aanvullende loonkostenprognose voor 2023 eveneens kan worden opgenomen in de tariefopbouw voor 2024. Net zomin als dit in 2023 het geval is, kan deze ontwikkeling voor 2024 als O-O-O worden aangemerkt. Er bestaat dus een keuzemogelijkheid of de aanvullende loonkostenprognose voor 2023 wordt opgenomen in de tariefstelling voor 2024. Het bijgesteld gemiddeld uurtarief voor 2023, exclusief de aanvullende prognose voor de loonkosten 2023, is de basis voor onderstaande tabel. stijging
Tariefontwikkeling 2024
bedrag
Nieuw gemiddeld uurtarief 2023
€ 110,61
MEV 2023: ontwikkeling prijspeil voor 2024
1,6%
€ 1,77
MEV 2023: ontwikkeling loonkosten voor 2024
2,4%
€ 2,65
Gemiddeld uurtarief 2024
€ 115,03
Het gemiddeld uurtarief stijgt, als gevolg van onontkoombare, onvermijdelijke en onuitstelbare ontwikkelingen, met circa 4% ten opzichte van het bijgestelde gemiddelde uurtarief over 2023. Voorgesteld wordt om, indien ten tijde van de totstandkoming van de ontwerpbegroting 2024 tijdig en volledig duidelijk wordt wat de gevolgen van de nieuwe Cao voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen zijn, deze gevolgen te verwerken in de ontwerpbegroting 2024.
2.5
Weerstandsvermogen en risicomanagement
De afgelopen jaren heeft het algemeen bestuur enkele besluiten genomen waarbij de algemene reserve als dekkingsbron is gekozen door incidentele (project)kosten. Daartegenover stond dat de algemene reserve weer werd aangevuld door positieve jaarresultaten. In de vorige vergadering van het algemeen bestuur (oktober 2022) werd besloten om de geprognotiseerde tekorten uit de Bestuursrapportage 2022 af te dekken door een eenmalige onttrekking aan de algemene reserve. Hierbij is aangetekend dat de financiële buffer van de ODZOB nagenoeg is opgedroogd. De stand van de algemene reserve bedraagt eind 2022, naar verwachting, €2,12 miljoen. De eenmalige onttrekking waarmee werd ingestemd bedraagt €1,98 miljoen. Er resteert dan een gering bedrag van €142.000 per eind 2022. Zoals eerder aangekondigd hebben de 4GR in regio Zuidoost-Brabant haar financiële kaders onlangs herijkt. De uitgangspunten voor de streefwaarden worden daarbij niet bijgesteld.
3
Kaderbrief 2024
In een afzonderlijk voorstel worden deze herijkte kaders ter vaststelling aan het algemeen bestuur van de ODZOB voorgelegd. Dit is tevens de AB-vergadering waarin de voorliggende kaderbrief 2024 ter vaststelling wordt voorgelegd. Ervan uitgaande dat het algemeen bestuur instemt de ongewijzigde streefwaarden over de hoogte van de algemene reserve, betekent dit voor de ODZOB dat deze tussen de €1,2 en €1,5 miljoen moet liggen. Dit betekent vervolgens dat er een bedrag van circa €1,1 miljoen nodig is om de algemene reserve aan te vullen tot de minimumwaarde. Er bestaan twee manieren waarop dit plaats kan vinden. Enerzijds door het toevoegen van een positief jaarresultaat en anderzijds door een (eenmalige) storting van onze deelnemers. Het eerste alternatief licht niet voor de hand. Het jaar 2022 wordt immers naar verwachting met een substantieel tekort afgesloten en ook voor uitvoeringsjaar 2023 bestaan er nog vele onzekerheden die het zondermeer behalen van een positief jaarresultaat in de weg kunnen staan. Dat betekent dus dat een storting door de ODZOB-deelnemers een voor de hand liggend alternatief is. Daarbij kan er voor gekozen worden om dit eenmalig te doen, of om dit over enkele jaren uit te smeren. Het is uiteindelijk aan het algemeen bestuur om hier, na consultatie van de gemeenteraden en Provinciale Staten, een keuze in te maken.
Vooralsnog wordt uitgegaan van een eenmalige aanvulling. De wijze waarop dit geregeld wordt vloeit voort uit artikel 36 van de (statuten van de) Gemeenschappelijke Regeling ODZOB. Het 4e lid van dit artikel gaat in op de bekostiging van een negatief jaarresultaat. Dit betreft, voor zover mogelijk, een onttrekking uit de algemene reserve of een bijdrage van alle deelnemers naar rato van ieders afname (lees: omzet) in het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. In de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement is opgenomen dat indien de hoogte van de algemene reserve onder het minimumniveau uitkomt aan de deelnemers om een aanvullende bijdrage gevraagd kan worden. Van een strikte noodzaak is derhalve geen sprake. In dezelfde Nota is echter ook bepaald dat indien de algemene reserve uitkomt op een negatief saldo, er een plan aan het algemeen bestuur moet worden voorgelegd voor het wegwerken hiervan. De financieel toezichthouder (voor de ODZOB is dat het ministerie van Bzk) hanteert een lijst met toetspunten om te beoordelen welk toezichtregime van toepassing wordt verklaard. Tot nu toe is er sprake van repressief toezicht.
Om dit voort te zetten is het volgende toetspunt van belang: “voldoet de GR voor het weerstandsvermogen aan haar eigen vastgestelde norm (=ondergrens) en is er naar het oordeel van de toezichthouder voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de gekwantificeerde risico’s?”
4
Kaderbrief 2024
Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het verstandig is om, eenmalig, de algemene reserve van de ODZOB aan te vullen. Uitgaande van de omzetverhoudingen die gepresenteerd zijn in de Bestuursrapportage 2022 gaat het indicatief om de volgende bijdragen:
Deelnemer Deelnemers Gemeente Asten Gemeente Bergeijk Gemeente Best Gemeente Bladel Gemeente Cranendonck Gemeente Deurne Gemeente Eersel Gemeente Eindhoven Gemeente Geldrop-Mierlo Gemeente Gemert-Bakel Gemeente Heeze-Leende Gemeente Helmond Gemeente Laarbeek Gemeente Nuenen Gemeente Oirschot Gemeente Reusel-de Mierden Gemeente Someren Gemeente Son en Breugel Gemeente Valkenswaard Gemeente Veldhoven Gemeente Waalre Provincie Noord-Brabant Totaal
indicatief aandeel
storting algemene reserve
3,4% 1,8% 3,1% 1,7% 3,2% 6,3% 1,7% 8,1% 2,2% 6,3% 1,7% 4,6% 6,0% 1,8% 2,1% 1,6% 3,6% 1,6% 2,3% 2,9% 1,0% 32,8%
€ 37.585 € 20.223 € 34.451 € 18.767 € 35.126 € 69.790 € 18.507 € 88.993 € 24.205 € 69.265 € 19.054 € 50.852 € 66.252 € 20.157 € 22.838 € 17.529 € 39.730 € 17.764 € 25.843 € 31.479 € 11.294 € 360.294
100,0%
€ 1.100.000
5