7. Provincie Brabant - Begrotingscirculaire 2023
Tekst van het document
Brabantlaan 1 Postbus 90151 5200 MC ’s-Hertogenbosch Telefoon (073) 681 28 12
Gemeenteraden in Noord-Brabant
Fax (073) 680 76 80 www.brabant.nl IBAN NL86INGB0674560043
Bereikbaarheid openbaar vervoer en fiets: www.brabant.nl/route
Onderwerp
Begrotingscirculaire 2023 Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
Geachte raadsleden,
Uw kenmerk
Contactpersoon
A.(Sander) Burghoorn Telefoon
Ieder jaar krijgt u belangrijke en actuele informatie over de manier waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen. Dat doen wij vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het is belangrijk dat u deze informatie gebruikt bij het stellen van kaders voor de begroting. En bij het vaststellen van uw begroting voor 2024. Uw Gemeenteraad stelt jaarlijks de begroting vast. Deze moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Ieder jaar besluiten wij, vóór 1 januari, onder welke vorm van toezicht uw gemeente voor het komende begrotingsjaar valt. Dat doen wij volgens artikel 203 van de Gemeentewet. Het kan gaan om repressief of preventief toezicht. Dat wil zeggen: toezicht achteraf of vóóraf. De financieel toezichthouder ziet erop toe dat er bij gemeenten sprake is van een gezonde financiële huishouding. Financieel toezicht is een onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur. Het systeem helpt voorkómen dat een gemeente financiële tekorten niet zelf op kan lossen. Financieel toezicht draagt bij aan een stevige en veilige Provincie NoordBrabant met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Bij de beoordeling gebruiken we ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK). In deze begrotingscirculaire staan actuele onderwerpen die belangrijk zijn voor uw begroting 2024.
Wij herkennen het ontbreken van duidelijkheid over het financieel perspectief vanuit het Rijk voor 2026 en verder. Als provincie en toezichthouder vragen wij actief aandacht aan het Rijk voor het bieden van
(06) 27 74 51 04 Email
ABurghoorn@brabant.nl Bijlage(n)
-
duidelijkheid. Op 5 april 2023 hebben wij samen met de Vereniging van Brabantse Gemeente (VBG) een onderzoekrapport naar de financiële druk en risico’s die gemeenten in Brabant ervaren aangeboden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. In dit rapport roepen wij op duidelijkheid te scheppen en stabiliteit te creëren voor de gemeenten.
Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
Voor de toets van uw begroting 2024 is het Gemeenschappelijk toezichtkader (GTK) van toepassing. Is het begrotingsjaar 2024 structureel en reëel in evenwicht: dan leidt dit tot het gebruikelijke financiële toezicht (repressief). In de bijzondere omstandigheid dat een gemeente geen structureel en reëel begrotingsevenwicht kan vaststellen voor het begrotingsjaar 2024 en het ook niet aannemelijk is dat de laatste jaarschijf van de meerjarenraming (2027) structureel en reëel in evenwicht is, vragen wij u tijdig contact met ons op te nemen. Sommige onderwerpen zijn financieel-technisch van aard. En daardoor misschien meer voor het college bestemd. Daarom sturen wij een kopie van deze brief aan uw college. Maatschappelijke ontwikkelingen Maatschappelijke ontwikkelingen beïnvloeden steeds het beleid en de financiën van gemeenten. Vooral de oorlog in Oekraïne heeft invloed. Denk aan de vluchtelingenstroom en de uitdaging voor gemeenten om voor voldoende opvang te zorgen. Ook heeft de oorlog effect op de economie. Door gestegen energiekosten neemt de inflatie toe. De oorlog leidt ook tot schaarste van materiaal, waardoor projecten vertraging oplopen. Daarnaast laat de coronacrisis nog sporen na. Als laatste noemen we de krapte op de arbeidsmarkt. Dat heeft invloed op de economie en vaak ook op uw eigen organisatie.
Naast deze maatschappelijke en economische onzekerheden zijn het ook op financieel gebied onzekere tijden voor gemeenten. Wij vragen duidelijk toe te lichten welke keuzes u maakt over de verwerking van de onzekerheden in uw begroting. Financiële ontwikkelingen
Nieuwe financieringssystematiek Eind 2021 stelde het kabinet het nieuwe coalitieakkoord Rutte IV vast: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Daarin besloot het kabinet na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor de lagere overheden. Een uitbreiding van het lokale belastinggebied is hierbij een mogelijkheid. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt. Het kabinet wil voor de zomer een uitvoeringsplan met tijdpad naar de Kamer sturen over de nieuwe financieringssystematiek. De VNG zet, namens de
2/8
gemeenten, in op de verruiming van het belastinggebied. Een advies van de commissie Financiële ruimte is de basis hiervoor. We weten uit ervaring dat dit een lastig en moeilijk traject is. We houden daarom rekening met vertraging van de invoering. In verband met deze onzekerheid adviseren wij u om behoedzaam om te gaan met besluiten die leiden tot meerjarige structurele lasten waar nog geen reële dekking tegenover staat.
Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
In de septembercirculaire 2022 heeft het rijk eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld voor de jaarschijf 2026 bovenop de beschikbaar gestelde structurele middelen uit het coalitieakkoord. Dit om de verlaging in 2026 gedeeltelijk te dempen. Aanpassing van het accres vindt vanaf 2026 alleen plaats voor de loon- en prijsontwikkelingen. In het voorjaar van 2023 verwachten we meer duidelijkheid over het uitvoeringsplan, met een tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek.
Inflatie/prijsstijgingen Naast de forse inflatie hebben we te maken met hogere energieprijzen. Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de ontwikkelingen met aandacht. En stelt regelmatig de prijsindicatoren bij, dat wil zeggen: de percentages waarmee prijzen stijgen. Die indicatoren staan ook in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. Deze ontwikkelingen hebben ook financiële invloed op de begroting en meerjarenraming van de gemeenten. Niet alleen voor het reëel begroten van de lastenkant van de begroting en meerjarenraming, maar ook aan de batenkant. Het Rijk compenseert de extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten. Dat gebeurt voornamelijk via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. Ook de inflatiecorrectie op de eigen tarieven en belastingen kan daarvoor zorgen. Wij dringen er bij het opstellen van uw begroting op aan dat de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting aansluiten op de gepubliceerde indexen van de circulaire die u bij de berekening van de algemene uitkering gebruikt. U mag aan de lastenkant overigens van hogere percentages uitgaan. Het kabinet kondigde in de Najaarsnota 2022 aan dat er in de Voorjaarsnota van 2023 een extra prijsbijstelling komt. Dit komt door de uitzonderlijke stijgingen van de prijzen. Deze prijsbijstelling geldt ook voor het Gemeentefonds.
Cijfers van het Centraal Planbureau (CPB), het zogenoemde Centraal Economisch Plan (CEP) 2023, bepalen de extra structurele prijsbijstelling. Daarbij kijkt het kabinet naar de inflatieontwikkeling over 2022. Het gaat volgens de Najaarsnota om circa € 0,3 miljard per jaar tot en met 2025 en circa € 0,4 miljard vanaf 2026.
3/8
Opschalingskorting
Datum
Sinds 2015 hebben gemeenten te maken met een korting op het gemeentefonds. Het Rijk legt de opschalingskorting op omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden besparen. Kabinet Rutte II had de ambitie om door opschaling te komen tot gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Dat stond in het regeerakkoord. Dit zou leiden tot besparingen op apparaatskosten, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbele taken. De verplichte opschaling is afgeschaft, maar de bijbehorende opschalingskorting niet. Deze opschalingskorting zou van 2015 tot en met 2025 steeds verder oplopen, tot een structureel bedrag van bijna € 1 miljard in 2025. Het Rijk schrapte in de afgelopen jaren tijdelijk het oplopen van de opschalingskorting. Daardoor hoefden gemeenten in 2020 € 70 miljoen en in 2021 € 160 miljoen niet af te dragen aan het Rijk.
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is het oplopen van de opschalingskorting voor deze kabinetsperiode opnieuw geschrapt. Vanaf 2026 staat de opschalingskorting wél weer in de cijfers. Het gaat dan om een structurele korting van € 675 miljoen. De VNG is ook hierover in gesprek met het kabinet. Wij gaan ervan uit dat u in de begroting de bedragen uit de circulaires hanteert.
Herverdeling gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien. Gemeenten groeien via een ingroeipad naar de nieuwe verdeling. Tot en met 2025 is het ingroeipad van voordeel en nadeel gemeenten gemaximeerd op € 37,50 per inwoner. De verdere implementatie van het nieuwe verdeelmodel is afhankelijk van de evaluatie daarvan eind 2025. Het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en vraagt continu onderhoud. De septembercirculaire zal hier meer informatie over geven.
Extra middelen Jeugdzorg In de meerjarenraming 2024-2026 van de meeste gemeenten staat een stelpost jeugdzorg als baat. Een afspraak tussen het Rijk, IPO en VNG maakte dit mogelijk. De bedragen waar de gemeenten van uitgaan, konden zij berekenen dankzij de uitspraak van de zogenaamde Commissie van Wijzen. De stelposten zijn maximaal het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. Rekening houdend met de extra bezuiniging van € 511 miljoen voor rekening en risico van het Rijk. De stelpost is voor eigen risico. Deze geeft geen budgettaire garantie dat het geld ook daadwerkelijk beschikbaar komt. In het coalitieakkoord staat nog geen blijvende oplossing. Het coalitieakkoord wijkt op een aantal punten af van de afspraken van de Commissie van Wijzen. Onder andere over de hoogte van het bedrag. Bij de toezegging van de gelden uit de Commissie van Wijzen hoort ook een hervormingsagenda. Deze agenda moet concrete maatregelen opleveren voor een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel. Jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntorganisaties werken mee aan de uitwerking van de
4/8
agenda. De hervormingsagenda loopt vertraging op. De partijen zijn in overleg en de uitkomsten zijn op dit moment onzeker. Het is nog niet duidelijk hoe gemeenten in de begroting 2024 om kunnen gaan met de stelpost ‘extra middelen Jeugdzorg’. Net als de VNG wachten wij af of er op tijd een blijvende oplossing komt. De gezamenlijke toezichthouders werken aan scenario’s rondom de mogelijke invulling van de stelpost ‘extra middelen Jeugdzorg’. Zodra er duidelijkheid is informeren wij onze ambtelijke contactpersonen bij uw gemeente. Voor het ramen van de lasten voor jeugdzorg in uw begroting 2024 vragen wij u rekening te houden met prijsstijging door stijgen van de lonen in de zorg en een mogelijke volumestijging als gevolg van onder meer de coronacrisis en mogelijk vaker duurdere en langere trajecten.
Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
Eigen bijdrage Wmo-huishoudelijke hulp Midden- en hoge inkomens maken meer gebruik van de huishoudelijke hulp dan verwacht. Dit komt door de invoering van het abonnementstarief. De beschikbaarheid van voorzieningen van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) kwam hierdoor onder druk. Deze druk op voorzieningen kan leiden tot bezuinigingen of wachtlijsten. Die raken kwetsbare inwoners het hardst. De inwoners die niet zelf een hulp kunnen betalen, worden de dupe. Het kabinet werkt aan een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp. In het Besluit passende bijdrage huishoudelijke hulp tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 staan straks nieuwe regels. Die gaan over de nieuwe eigen bijdrage-systematiek voor de huishoudelijke hulp. Denk aan regels over de hoogte van de eigen bijdrage en aan de manier waarop het inkomen en vermogen een rol spelen. Ook regelt het besluit de samenloop met andere eigen bijdragen. Tot slot regelt het besluit de indexatie van het abonnementstarief. Dat gebeurt door de consumentenprijsindex, net zoals dat geldt voor de eigen bijdragen voor beschermd wonen en de Wet langdurige zorg. In de meicirculaire 2022 heeft het Rijk aangekondigd dat de aanpassing vanaf 2025 dient te leiden tot een taakstellende besparing van € 95 miljoen en dat de algemene uitkering vanaf 2025 met dit bedrag wordt verlaagd.
Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) De commissie BBV (commissie) geeft in notities aan op welke manier u bepaalde onderwerpen in de begroting kan of moet verwerken. Kan, omdat de regelgeving meerdere manieren van verwerken toestaat. En moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde manier van verwerken. In de BBV-notities staan dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Wij vragen speciaal aandacht voor het verwerken van de ‘stellige uitspraken’ in uw begroting. Voor de ‘Vragen en antwoorden’ geldt dat een gegeven antwoord uitsluitend betrekking heeft op de specifieke vraag en het antwoord is niet vanzelfsprekend van toepassing op elke situatie. Algemene uitgangspunten en duiding van het
5/8
BBV die voor iedereen gelden worden door de commissie BBV op de website gepubliceerd via de notities en nieuwsberichten.
Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid
C2313870/5247041
In de begroting en jaarrekening moet u rekening houden met de Wet open overheid (Woo). Volgens artikel 3.5 Openbaarheidsparagraaf moet u in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens, dat zijn plannen over de uitvoering van deze wet. En in de jaarrekening verslag doen van de uitvoering ervan. U moet dan ook aandacht besteden aan de plannen. Deze verplichting geldt met ingang van de jaarrekening 2022 en de begroting 2024. De openbaarheidsparagraaf Woo moet u in de begroting en jaarrekening opnemen via een afzonderlijke paragraaf. Zoals de paragrafen die de artikelen 9 en 26 van het BBV noemt. Bij de eerstvolgende wijziging past de commissie het BBV hierop aan.
Actualisering Notities De commissie BBV werkt verder aan een aanpassing van de notitie grondbeleid, die past bij de Omgevingswet. De vaststelling en publicatie van de bijgewerkte notitie moet nog plaatsvinden. Toch besloot de commissie alvast de voorwaarden voor de warme gronden aan te passen. Deze voorwaarden staan in hoofdstuk 4.2 van deze notitie. Deze wijziging gaat in met ingang van de jaarrekening 2022. Specifieke onderwerpen
Incidentele baten en lasten Landelijk is de discussie over de toepassing van de handreiking incidentele baten en laten nog niet afgerond. Daarom zullen wij, net zoals bij de begrotingsronde 2023, bij de begrotingsronde 2024 terughoudend omgaan met het doorvoeren van correcties op het structureel begrotingssaldo op grond van de (ambtelijke) handreiking ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten’.
Investeringsbudgetten Gemeenten hebben een deel van het geld dat bedoeld was voor investeringsprojecten niet uitgegeven. Dat constateerden wij bij onze beoordeling van de jaarrekeningen 2021. Ook schuiven gemeenten budgetten vaker door naar een later begrotingsjaar. Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen, waar u niet altijd invloed op hebt. Denk aan de krapte op de arbeidsmarkt, het gebrek aan materialen en aan oplopende kosten van energie en materiaal. Ook blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld publiek – private samenwerking tussen overheid en inwoners ingewikkelder en tijdrovender is dan gedacht. Wilt u hier bij het begroten van nieuw beleid en investeringen uitdrukkelijk rekening mee houden?
6/8
Omgevingswet
Datum
De Omgevingswet gaat op 1 januari 2024 in. Wij hebben in onze vorige begrotingscirculaires al laten weten waar u op moet letten. Veel gemeenten laten weten dat ze intussen klaar zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Wij verwachten dat u in de begroting 2024 goed en betrouwbaar opneemt wat de opbrengsten van leges zullen zijn. Door de aantallen vergunningen op te nemen en de leges per vergunning. De Omgevingswet kan zonder financiële gevolgen worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. In interbestuurlijk verband is afgesproken dat naar oplossingen zal worden gezocht voor financiële knelpunten.
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
Wet digitale overheid Deze wet legt de basis voor verdere digitalisering. Inwoners krijgen elektronische identificatiemiddelen (eID) die erg betrouwbaar zijn. Deze identificatiemiddelen geven de overheid meer zekerheid over iemands identiteit. De wet stelt daarnaast zogenaamde ‘open standaarden’ verplicht, om gegevens uit te wisselen moeten ICT-systemen dezelfde standaard hebben. Hiermee voert Nederland de Europese richtlijn uit over toegankelijkheid van overheidswebsites en -apps. De wet treedt in juli 2023 in werking. De regels van deze wet gaan in fasen gelden. Een dienstverlener maakt zelf afspraken hierover met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De VNG vroeg in het wetgevingstraject aandacht bij het Rijk voor de kosten die ontstaan door deze wet. Als deze wet geldt, en u bent aangesloten op het stelsel, moet u digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau. U hebt dan ook een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen, en uw informatiebeveiliging moet op orde zijn. De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK. Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. In de septembercirculaire 2022 staat dat hiervoor al een bedrag van € 7,5 miljoen uit het gemeentefonds is genomen.
Tot slot In deze begrotingscirculaire zijn actuele en relevante onderwerpen opgenomen die belangrijk zijn voor uw begroting 2024. Van een aantal onderwerpen is nog onduidelijk wat het effect ervan op uw begroting zal zijn. Wij herkennen het ontbreken van duidelijkheid over het financieel perspectief vanuit het Rijk voor 2026 en verder. Zodra er meer duidelijkheid over deze onderwerpen is, laten wij u dat (ambtelijk) weten. Voor de toets van uw begroting 2024 is het Gemeenschappelijk toezichtkader (GTK) van toepassing. Is het begrotingsjaar 2024 structureel en reëel in evenwicht: dan leidt dit tot het gebruikelijke financiële toezicht (repressief).
7/8
Op brabant.nl staan diverse actualiteiten op het gebied van financieel toezicht. Hebt u vragen over deze circulaire of over de vertaling hiervan in uw begroting? Neem dan gerust contact op met de ambtelijke contactpersoon voor uw gemeente.
Datum
14 april 2023 Ons kenmerk
C2313870/5247041
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, namens deze,
B.J.H. Loeffen, programmamanager Kwaliteit Openbaar Bestuur In verband met geautomatiseerd verwerken is dit document digitaal ondertekend.
8/8