CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-25 RIB Bijlage - Nota van Uitgangspunten

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven7.609 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Programma Landelijk gebied Gemeente Nuenen Nota van Uitgangspunten

20 maart 2026 1/22

20 maart 2026

DATUM KENMERK

20 maart 2026 20250694/242963/

PROJECT PROJECTLEIDER

Programma Landelijk gebied drs. D.-J.A.P.M Verhaak

OPDRACHTGEVER Gemeente Nuenen PROJECTNUMMER 20250694 AUTEUR STATUS

2/22

Derk-Jan Verhaak Tweede concept

DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/22

INHOUD Inhoud

4

1.

Inleiding

5

2.

Achtergronden

6

2.1 2.2

6 7

Wat is een programma? Welk proces hebben we voor ogen?

3.

Opbrengst

9

4.

Uitgangspunten

11

4.1 4.2 4.3

11 11 15

5.

Doorkijk naar het Programma Landelijk gebied

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

4/22

Inleiding Inhoudelijke uitgangspunten Procesmatige uitgangspunten

Verslag overleg ambtelijke organisatie Verslag overleg agrarische ondernemers Verslag overleg KBG

16 17 19 21

1. INLEIDING Aanleiding In 2021 heeft de gemeenteraad van Nuenen de omgevingsvisie vastgesteld. Voor een aantal onderwerpen heeft de gemeente besloten deze verder uit te werken in een vrijwillig programma zoals bedoeld in de Omgevingswet. Een van deze vrijwillige programma’s is het programma Landelijk gebied. Dit programma wordt in twee stappen opgesteld. In de eerste stap worden de hoofdlijnen van het programma vastgelegd in een Nota van Uitgangspunten. Hiermee wordt de richting van het programma bepaald. Verschillende doelgroepen zijn betrokken bij deze Nota van Uitgangspunten. Onder meer belangenorganisaties hebben vanuit hun invalshoek bijgedragen aan en gereageerd op deze Nota van Uitgangspunten. Vervolgens heeft een integrale afweging plaats gevonden van deze inbreng. Doel Met het programma landelijk gebied willen we een verdere invulling geven van de beleidsuitspraken die in de omgevingsvisie over het landelijk gebied zijn gedaan. Op die manier ontstaat een concreter toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied, waarmee meer duidelijkheid ontstaat voor bewoners en gebruikers van het landelijk gebied waar we naar toe willen en welke ontwikkelingsmogelijkheden worden geboden in het landelijk gebied. Maar het programma bestaat niet alleen uit mooie woorden.

Naast de uitwerking heeft het programma ook als doel om tot concrete maatregelen en daarmee uitvoering te komen van onze beleidsambities. Tot slot wil het programma partijen in het landelijk gebied met elkaar verbinden. De kwaliteiten van ons buitengebied kunnen we alleen behouden en versterken, als we daar samen de schouders onder zetten. De gemeente neemt hierin graag het voortouw. De Nota van Uitgangspunten is een eerste ‘vingeroefening’. We hebben verschillende partijen gehoord, we hebben bestaand beleid dat relevant is voor het landelijk gebied op een rijtje gezet (met de omgevingsvisie als basis). Op basis daarvan is een integrale afweging gemaakt van opgaven en belangen die richting geeft aan de uitwerking in het programma Landelijk gebied. Consensus over deze uitgangspunten betekent dat we groen licht hebben voor de verdere uitwerking in het programma. Een waardevolle tussenstap die vertrouwen geeft voor de volgende. Wat leest u in deze Nota van Uitgangspunten? Behalve een eerste koersbepaling, leest u in deze Nota van Uitgangspunten het volgende: In hoofdstuk 2, achtergronden, lichten we toe wat een programma is en hoe we het proces hebben ingericht om tot een programma te komen. In hoofdstuk 3 geven we de opbrengst van het eerste deel van het proces weer. In hoofdstuk 4 gaan we in op de uitgangspunten.

Hoofdstuk 5 gaat tot slot in op de vertaling naar het programma, door een concept inhoudsopgave in beeld te brengen. De Nota van Uitgangspunten bevat enkele bijlagen waarin we verslag doen van de bijeenkomsten die al hebben plaats gevonden.

5/22

2. ACHTERGRONDEN 2.1

Wat is een programma?

Het programma is een van de instrumenten van de Omgevingswet. Om te begrijpen waarom we een programma Landelijk gebied opstellen, leggen we eerst uit hoe de verschillende instrumenten van de Omgevingswet zich tot elkaar verhouden. Samenhang tussen de instrumenten De omgevingsvisie beschrijft op hoofdlijnen het volgende voor de gemeente Nuenen: De speerpunten waarop we ons richten voor de toekomst; De ontwikkelrichtingen voor Nuenen; De waarden waarmee we rekening houden bij de ontwikkelingen; De afwegingen die we maken bij de keuzes die nodig zijn om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Voor de omgevingsvisie is de gemeenteraad het bevoegd gezag. In een programma kan de gemeente het beleid van de omgevingsvisie verder uitwerken. Dat kan zowel voor specifieke onderwerpen als voor bepaalde gebieden. Om tot uitvoering van het (uitgewerkte) beleid te komen, kan het programma ook concrete maatregelen voorstellen. Uitwerking en maatregelen dragen bij aan het bereiken van de gewenste omgevingskwaliteit binnen de gemeente Nuenen. Voor een programma is het college het bevoegd gezag. Figuur 1. Beleidscyclus Het omgevingsplan (voorheen het bestemmingsplan) vertaalt de doelen uit de omgevingsvisie en de uitwerkingen van het programma naar juridische regels. In het omgevingsplan wordt beschreven welke activiteiten (functies) zijn toegestaan en welke voorwaarden daarvoor gelden.

Ook leggen die regels vast wat er mag worden gebouwd (afmetingen, oppervlakten, e.d.). Het vaststellen van een omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Waarover gaat het programma Landelijk gebied? Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Nuenen vastgesteld. In onze omgevingsvisie hebben wij de doelen en ambities geformuleerd voor het landelijk gebied. Dit is gebeurd op een hoog abstractieniveau en weinig concreet. Daarom willen wij het beleid voor het landelijk gebied verder uitwerken. Dat doen we in het programma Landelijk gebied. Ook nemen we maatregelen op in het programma die ons in staat stellen de uitgewerkte doelen te realiseren. Een van die maatregelen kan een opstapje zijn naar regels in het omgevingsplan die nodig zijn voor het behalen van onze doelen en ambities. Wat hoort nu allemaal tot het landelijk gebied en wat niet? Op onderstaande kaart wordt aangegeven wat we onder het landelijk gebied verstaan. De kernen (rood) en het centrum van Nuenen (geel), de natuurgebieden (groen), het recreatiegebied Gulbergen (blauw) en de bedrijventerreinen (paars) behoren niet tot het landelijk gebied. Wat over blijft zijn de witte gebieden, veelal in agrarisch gebruik.

6/22

Figuur 2, plangebied. De witte gebieden vormen het Landelijk gebied van Nuenen. In dit kaartbeeld is al rekening gehouden met de nu bekende uitbreidingsgebieden.

2.2

Welk proces hebben we voor ogen?

Het programma is een instrument waarin de gemeente een samenwerking beoogt met alle relevante stakeholders in het landelijk gebied. Het proces richt zich daarom niet alleen tot een uitwerking van de omgevingsvisie, maar ook op het tot stand brengen van een samenwerking om in de toekomst gezamenlijk maatregelen uit te kunnen voeren. De gemeente pakt hierin haar rol als verbinder om samen met gebiedspartijen beleid en bijbehorende maatregelen uit te voeren. Daarnaast kent de gemeente haar rol als bevoegd gezag die ontwikkelingen beoordeelt op basis van de daarvoor beschikbare kaders.

7/22

Het proces om tot een programma Landelijk gebied te komen bestaat uit de volgende vier stappen: 1. Inventarisatie 2. Nota van uitgangspunten 3. Ontwerp programma Landelijk gebied 4. Vastgesteld programma Landelijk gebied Inventarisatie Tijdens de inventarisatiefase hebben we samen met de ambtelijke organisatie het bestaande beleid geïnventariseerd. In deze fase hebben we ook informatie opgehaald bij agrarische ondernemers en de klankbordgroep. De opbrengst van deze bijeenkomst is samengevat in hoofdstuk 3. De verslagen van deze bijeenkomst zijn in de bijlagen opgenomen. Nota van Uitgangspunten In fase 2 is de Nota van Uitgangspunten tot stand gekomen. Deze tussenstap hebben we genomen om commitment te krijgen over de voorgestelde koers (uitwerking van de omgevingsvisie) en de voorgestelde maatregelen, beide op hoofdlijnen. De inbreng van de doelgroepen uit fase 1 is daarin verwerkt. Ook is de Nota van uitgangspunten voorgelegd aan belangenorganisaties en ketenpartners. De inbreng van deze doelgroepen is afgewogen met beleid van de gemeente en andere overheden, waardoor een integrale belangenafweging heeft plaats gevonden. Dat betekent dat standpunten van belangenorganisaties niet 1 op 1 zijn terug te lezen in de Nota van Uitgangspunten, tenzij daar brede consensus over bestaat.

Om een beeld van te geven van de inbreng van deze doelgroepen, is de verslaglegging van tweebijeenkomsten opgenomen in de bijlagen van deze Nota van Uitgangspunten. De Nota van Uitgangspunten die door het college is vastgesteld, waarmee we op hoofdlijnen de richting hebben bepaald van het programma Landelijk gebied. Ontwerp programma Landelijk gebied Op basis daarvan stellen we in fase 3 een ontwerp programma Landelijk gebied op. Dat doen we in samenwerking met de interne werkgroep en de klankbordgroep. Met de klankbordgroep koppelen we de uitwerking van beleid aan concrete maatregelen. Ook benoemen we in programma die knelpunten die op korte termijn om een oplossing vragen en die we gezamenlijk met stakeholders willen oppakken. Ook de raad wordt hierover geïnformeerd, voordat het college het ontwerp vrijgeeft voor de formele procedure. Vastgesteld programma Landelijk gebied In fase 4 vindt vaststelling van het programma Landelijk gebied door het college plaats. Dit gebeurt nadat het programma zes weken ter inzage is gelegd. Iedereen kan dan een zienswijze indienen. De zienswijzen worden betrokken bij de besluitvorming in het college.

8/22

3. OPBRENGST Om de uitgangspunten in beeld te brengen, hebben wij verschillende doelgroepen opgehaald wat er speelt in het landelijk gebied en welke belangen daaraan gekoppeld zijn. We hebben met drie doelgroepen gesproken; • De ambtelijke organisatie • Agrarische ondernemers uit het landelijk gebied van Nuenen • De klankbordgroep We hebben de opbrengst van de bijeenkomsten beschreven en zijn van invloed geweest op de uitgangspunten in hoofdstuk 4. We geven de essentie weer van wat is opgehaald. Een uitgebreidere verslaglegging treft u aan in de bijlagen. Ambtelijke organisatie Met de ambtelijke organisatie hebben we geïnventariseerd welke opgaven er spelen in het landelijk gebied en welk beleid hiervoor is opgesteld. Dat begint met de omgevingsvisie die in 2021 is vastgesteld. Hierin wordt het landelijk gebied van Nuenen functioneel gekenmerkt als agrarisch productielandschap en als uitloopgebied voor bewoners van Nuenen, maar ook voor de regio. Daarnaast heeft het landelijk gebied een functie voor onder meer waterberging en biodiversiteit. Het landelijk gebied van Nuenen biedt daarnaast vele kwaliteiten, zodat het landelijk gebied zich als een aantrekkelijk verblijfsgebied manifesteert waar het goed wonen, werken en recreëren is. De landschappelijke kenmerken, cultuurhistorische elementen, de afwisseling en de schaal dragen hieraan bij.

Dat blijkt ook als je verschillende doelgroepen spreekt over het landelijk gebied van Nuenen. Het landschap vormt een belangrijke kwaliteit, die men niet alleen wil koesteren maar ook wil versterken. Toekomstige ontwikkelingen moeten een kwaliteitsbijdrage leveren. Door de transitie binnen het landelijk gebied is het wenselijk om te kijken naar nieuwe economische dragers, bijvoorbeeld op het gebied van recreatie en van bedrijvigheid. Daarbij kan niet alles overal. De schaal moet passend zijn in het landelijk gebied en een goed woon- en leefklimaat is de norm. Daarbij dient ook rekening te worden gehouden met ondermijning. Agrarische ondernemers Agrarische ondernemers zien het landelijk gebied enerzijds als productiemiddel. Zij stellen daarom voorwaarden aan inrichting en beheer, zodat zij hun bedrijf kunnen exploiteren. Met name waterbeheer passend bij hun teelt en infrastructuur zijn belangrijk. Tegelijkertijd hechten zij ook waarde aan hun identiteit waar het Nuenense landschap sterk aan bijdraagt. Zij zijn immers de beheerders van het landschap waar ze trots op zijn. Feit blijft dat het aantal agrariërs de laatste decennia sterk is afgenomen. Veel bedrijven zijn gestopt of halen hun verdiensten ook uit andere bronnen van inkomsten dan traditioneel agrarische. Zo komt verbreding in zorg en opslag veel voor, evenals paardenhouderij.

Probleem waar de landbouw steeds vaker mee worstelt is de schaarse grond. Deze wordt daarom duurder en staat uitbreiding en ontwikkeling in de weg. Met name voor de melkveehouderij speelt dat. Daar is het verdienmodel per hectare lager dan bijvoorbeeld akkerbouw (aardappels) of aspergeteelt. Ander probleem van de vele gestopte agrarische ondernemers is dat hun bedrijfsgebouwen makkelijk doelwit zijn van ondermijning. Klankbordgroep Dat er veel waardering is voor het landelijk gebied van Nuenen, blijkt uit de enthousiaste deelname van de klankbordgroep. Op de open vraag of mensen mee wilde denken, gaven zo’n twintig enthousiastelingen zich op. Op de avond zelf was de opkomst vanwege o.a. ziekte iets lager. Veel deelnemers wonen in het landelijk gebied of in de dorpen Nederwetten en Gerwen. Ook waren er deelnemers die natuur of landbouw nauw aan het hart lag en enkele agrarische ondernemers. Iedereen kon de kwaliteiten van het Nuenense landschap sterk waarderen. Zij waren ook unaniem van mening dat de landschappelijke karakteristiek, de afwisseling en het kleinschalig karakter behouden moet blijven en versterkt moet worden. Ook bestond er consensus over de stevige rol van de landbouw in het beheer van het landschap.

Er werden hiervoor ook alternatieven genoemd, zoals andere grondeigenaren en enthousiaste burgers die gronden (helpen) beheren en concepten als Herenboeren of ‘Land van ons’. Tegelijkertijd werden ook trends genoemd die deze kwaliteiten juist bedreigen. Afname van het aantal agrarische ondernemers, verstening van het landschap en het (te hoge) waterpeil waren belangrijke issues voor veel deelnemers. Ook de

9/22

toekomstige woningbouwplannen voor de Brainport baarden zorgen, inclusief de verkeersdruk die zo in het landelijk gebied ontstaat. Woningbouw in het Landelijk gebied wordt niet omarmd, hooguit zeer kleinschalig. Mogelijk zou de druk op het landelijk gebied kunnen worden verlicht als ook natuurgebieden meer worden opengesteld.

10/22

4. UITGANGSPUNTEN 4.1

Inleiding

Het programma Landelijk gebied is een uitwerking van de omgevingsvisie. De Nota van Uitgangspunten geeft, het woord zegt het al, de belangrijkste uitgangspunten weer voor het programma. Na vaststelling door het college is de richting voor het programma bepaald. Het programma heeft betrekking op het landelijk gebied van Nuenen. Uitwerking van beleid en mogelijke maatregelen hebben niet alleen betrekking op het landelijk gebied. Er bestaat samenhang met andere gebieden in Nuenen. Denk bijvoorbeeld aan natuurgebieden die we willen verbinden door de aanleg van landschapselementen in het landelijk gebied. Maar er bestaat ook samenhang met de regio. Het landelijk gebied van Nuenen (maar ook dat van Son en Breugel en Geldrop-Mierlo) spelen een belangrijke rol als uitloopgebied voor de Brainport. Recreatief medegebruik houdt niet op bij de gemeentegrens. De uitgangspunten die we beschrijven hebben betrekking op alle relevante onderwerpen in het landelijk gebied. Tegelijkertijd vormt het programma een uitwerking van het beleid uit de omgevingsvisie. We noemden in hoofdstuk 3 al de belangrijkste functies van het landelijk gebied ((landbouw)productiegebied, uitloopgebied, waterberging, biodiversiteit), centraal staat het behoud van de kwaliteiten van het landelijk gebied mede ten behoeve van die functies. Nieuwe ontwikkelingen moeten daaraan bijdragen.

De landbouw speelt een belangrijke rol als beheerder van het landelijk gebied. De omgevingsvisie is duidelijk over de toekomst van de landbouw in Nuenen: We zetten in op duurzame landbouw waarbij het gebruik van het land in balans is met de natuurlijke systemen. Dit houdt in dat de landbouw zich aanpast op lokaal beschikbaar water, energie en grondstoffen zonder deze uit te putten. Duurzame landbouw maakt geen of minimaal gebruik van kunstmatige meststoffen of bestrijdingsmiddelen en draagt bij aan biodiversiteit. Duurzame landbouw betekent ook dat de boeren genoeg verdienen en dat landbouw geen negatief effect heeft op de gezondheid. We geven een beeld van de uit te werken onderwerpen in dit programma en geven op hoofdlijnen weer welke richting de uitwerking van de omgevingsvisie op gaat. Daarbij maken we een onderscheid in twee soorten uitgangspunten; inhoudelijke- en procesmatige uitgangspunten. In het programma worden de uitgangspunten verder uitgewerkt. Voor de inhoudelijke uitgangspunten betekent dit dat er een koppeling wordt gemaakt met de landschapstypologie van Nuenen (die ook in de landschapsvisie en de omgevingsvisie zijn gehanteerd); zo zijn in het beekdal de ontwikkelingsmogelijkheden anders dan op de heideontginningslandschappen.

4.2

Inhoudelijke uitgangspunten

De inhoudelijke uitgangspunten geven op hoofdlijnen de ontwikkelingsrichting aan die we in het landelijk gebied op willen. De verschillende onderwerpen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. Ze zijn in deze Nota van Uitgangspunten algemeen benoemd. In het programma zelf nuanceren we dit beeld aan de hand van de landschapstypen die in het landelijk gebied van Nuenen aanwezig zijn. Biodiversiteit De omgevingsvisie benoemt het vergroten van biodiversiteit in combinatie met andere doelen zoals klimaatadaptatie, cultuurhistorie en recreatie. In het biodiversiteitsplan 2025-2035 worden enkele belangrijke uitgangspunten benoemd om de biodiversiteit in het landelijk gebied van Nuenen te vergroten: • Behouden en versterken van verbindende landschapselementen in het landelijk gebied van Nuenen; • Stimuleren van ecologisch beheer van graslanden en wegbermen en de aanleg van bloemrijke akkerranden; • Afspraken maken met agrariërs over het verminderen van gewasbeschermingsmiddelen; • Initiatieven in het landelijk gebied mogen geen negatieve invloed hebben op NNB-gebieden buiten het plangebied.

11/22

Bodem en water De omgevingsvisie stelt dat een robuust bodem- en watersysteem voorwaarde is voor een gezonde fysieke leefomgeving. Ook de provinciale verordening stuurt daarop. Dat levert de volgende uitgangspunten voor bodem en water op: • Voor bodem geven we prioriteit aan herstel van het bodemleven en een toename van het organische stofgehalte; • De visie Wat Water Wil (waterschap De Dommel) en de watersignaleringskaart worden als hulpmiddel ingezet bij de afweging van nieuwe ontwikkelingen; • De indeling van beekdalen, flanken en hoge ruggen wordt omarmt. In de beekdalen wordt ingezet op het langer vasthouden van het water zodat het grondwaterpeil minder fluctueert. Op hoge ruggen dient water te worden opgevangen en niet afgevoerd; • Maatregelen die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de Kaderrichtlijn Water ondersteunen we. Economie In de omgevingsvisie wordt ingezet op duurzame landbouw en mogelijkheden die vrijkomende agrarische bebouwing kan bieden onder voorwaarde van behoud van de kwaliteiten van het buitengebied. Van oorsprong zijn agrarische ondernemers de dragers van de economie in het Landelijk gebied. Door de afname van het aantal agrarische bedrijven en de groei van nieuwe functies in vooral voormalige agrarische bedrijven, vindt een verschuiving plaats in de plattelandseconomie.

Om het landelijk gebied economisch aantrekkelijk te houden, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Inzet op duurzame landbouw betekent ook dat nieuwe verdienmodellen noodzakelijk zijn. Als die verdienmodellen de toekomst van de landbouw kan versterken, bieden we daarvoor volop ruimte; • Er moeten meer mogelijkheden komen voor niet-agrarische bedrijven in het landelijk gebied; • Voor beide uitgangspunten geldt als randvoorwaarde dat de kwaliteiten van het landelijk gebied en de landelijke uitstraling versterkt worden. Erfgoed De omgevingsvisie zet sterk in op de kwaliteiten en (landschappelijke) kenmerken van het landelijk gebied. Dat levert op het gebied van erfgoed de volgende uitgangspunten op: • Aanwezige historische landschappen inclusief bebouwing, wegenstructuur en wegbeplantingen behouden en versterken; • Versterken van de beleving en zichtbaar maken van cultuurhistorisch erfgoed; • Inzet van nieuwe economische dragers ten behoud van cultuurhistorisch erfgoed juichen wij van harte toe. Gezondheid Gezondheid wordt de verbindende factor genoemd in de omgevingsvisie. Het landelijk gebied heeft hierin een belangrijke functie. Enerzijds in de zin van bescherming tegen negatieve milieu-impact die zich in het Landelijk gebied kan voordoen. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidsrisico’s bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

Anderzijds heeft het landelijk gebied een belangrijke rol in het bevorderen van gezond gedrag. Zo draagt recreatief medegebruik in het landelijk gebied bij aan gezond leven, bewegen en ontmoeten. Ook bevordert gevarieerd groen meer biodiversiteit dat indirect een positief effect heeft op gezondheid (verminderen van stress, positieve invloed op het immuunsysteem). We hanteren daarom de volgende uitgangspunten: • De gezondheidssituatie van onze inwoners mag door bestaande en nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied niet achteruitgaan; • Wij stimuleren ontwikkelingen in het landelijk gebied die een gezonde levensstijl bevorderen. Landbouw De landbouw speelt van oudsher een belangrijke rol als voedselproducent en kwaliteitsdrager van het Nuenense landschap. Dat geldt met name voor de melkveehouderij. Tegelijkertijd zal de landbouw moeten verduurzamen. De ZLTO heeft een visie ontwikkeld hoe de landbouw zich in de toekomst zou kunnen ontwikkelen. Deze visie is vanuit het landbouwbelang geschreven en geen gemeentelijk beleid. Wel is de visie in onderstaande uitgangspunten meegenomen, maar ook afgewogen tegen andere belangen. Dat levert de volgende uitgangspunten op:

12/22

• •

•

•

•

•

We zetten in op duurzame, multifunctionele landbouw met een goed verdienmodel die bijdraagt aan het behoud en versterking van de kwaliteiten van het landelijk gebied van Nuenen. De melkveehouderij draagt het meeste bij aan de uiterlijke verschijningsvorm van het landschap. Ook waardeert de inwoner van Nuenen een dergelijk landschap het meest, zo blijkt uit het proces waarin de omgevingsvisie tot stand is gekomen. Daarom koesteren we dergelijke bedrijven in Nuenen en willen hen de ruimte geven zich te ontwikkelen tot toekomstbestendige bedrijven. Ook andere bestaande bedrijven die bijdragen aan de kwaliteit van het Nuenense landelijk gebied willen we graag behouden en ontwikkelingsruimte bieden; Intensieve veehouderijen en intensieve teelten dragen minder of in het geheel niet bij aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. Bestaande bedrijven willen we behouden, maar ontwikkelruimte voor dergelijke bedrijven moet gericht zijn op verdere verduurzaming en versterken van de kwaliteit van het landelijk gebied. Nieuwvestiging en omschakelen naar dergelijke vormen van landbouw sluiten we daarom uit. Inherent aan vele vormen van landbouw is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De sector heeft zichzelf ten doel gesteld dit gebruik zoveel mogelijk te beperken, maar dat is niet altijd mogelijk. In het programma Landelijk gebied willen daar mede sturing aangeven.

Wij stellen het volgende voor: o We gaan in gesprek met de sector om in samenspraak te bekijken hoe we het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kunnen verminderen, waardoor de biodiversiteit kan worden versterkt; o Onderwerp van gesprek kan zijn of we gewasbeschermingsmiddelen kunnen uitsluiten in gebieden waar die middelen (tot nu toe) niet worden gebruikt; o We zetten in op ontwikkelingsmogelijkheden voor landbouwsectoren waar gewasbeschermingsmiddelen niet of in zeer beperkte mate worden toegepast. o We zetten in op samenwerking met de agrarische sector, maar volgen ook de jurisprudentie over de mogelijkheden gewasbeschermingsmiddelen te reguleren in het omgevingsplan. Een van de productiemiddelen die in de landbouw worden gebruikt, zijn teelt ondersteunende voorzieningen. Vaak zijn ze nodig bij bepaalde teelten. Dergelijke voorzieningen kunnen detoneren in het landschap. In het programma zetten we in op vormen van landbouw die zoveel mogelijk bijdragen aan de kwaliteit van het landelijk gebied. In die zin gaan we terughoudend om met omschakeling naar teelten die dergelijke voorzieningen nodig hebben; De verduurzaming van agrarische bedrijven die zich kunnen blijven ontwikkelen moet passend zijn bij bodem en waterhuishouding. Daarvoor geldt: teelt volgt peil. Ook hierover blijven we met betrokkenen (sector, waterschap) graag in gesprek.

Landschap Behoud van het waardevolle landschap is in de omgevingsvisie het centrale uitgangspunt voor het landelijk gebied en speelt dus in dit programma ook een hoofdrol. Deze inzet wordt ondersteund door de Landschapsstudie (2020), de Erfgoednota (2023) en de provinciale verordening. Er zijn verschillende (financiële) regelingen die het behoud van het landschap ondersteunen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: • We versterken de leesbaarheid van het landschap door de landschappelijke kenmerken per landschapstype te behouden en te versterken. Dit doen we door onder meer: o Terugbrengen van kleinschalige landschapselementen, bijvoorbeeld door de aanplant van hagen; o Behoud- en versterking van cultuurhistorische elementen; o Zichtlijnen op historische bebouwing in stand te houden; o Stimuleren van landschappelijke inpassing van erven. • De landbouw is van oudsher de belangrijkste beheerder van ons cultuurlandschap. Door de afname van het aantal agrarische bedrijven, is het zaak alternatieven voor het beheer van het landschap te onderzoeken, zodat in de toekomst het beheer, en daarmee de kwaliteit, van ons landschap, geborgd is. Nieuwe functies In de omgevingsvisie worden onder voorwaarden mogelijkheden gezien voor nieuwe functies in vrijkomende agrarische bebouwing (bijvoorbeeld wonen en zorg).

Het omgevingsplan (ter plaatse van het buitengebied) en de provinciale verordening bieden regels voor mogelijke nieuwe functies in het landelijk gebied. Nieuwe functies zijn geen doel op zich, maar

13/22

kunnen de motor zijn om kwaliteitswinst te bereiken. Hiervoor passen we de maatwerkregeling omgevingskwaliteit toe. Voor het programma hanteren we de volgende uitgangspunten: • Nieuwe functies dragen bij aan de kwaliteiten van bodem en water, de landschappelijke kenmerken, biodiversiteit en erfgoed; • Bij nieuwe functies wordt in de afweging het belang van bestaande functies nadrukkelijk meegewogen; • Nieuwe functies vestigen zich bij voorkeur in bestaande bebouwing. Als in uitzonderingsgevallen toch nieuwbouw nodig is, gelden de volgende voorwaarden: o De verschijningsvorm van nieuwe gebouwen past qua omvang en uitstraling bij het landelijk gebied; o Er vindt kwaliteitsverbetering plaats, door sloop `van overbodige bebouwing en/of een bijdrage aan de kwaliteiten van het landelijk gebied; o Het aantal vierkante meters bebouwing neemt per saldo substantieel af; Recreatie In de omgevingsvisie heeft het landelijk gebied een belangrijke recreatieve functie, namelijk als uitloopgebied voor inwoners van Nuenen en de regio. Het betreft hier hoofdzakelijk recreatief medegebruik (wandelen, fietsen, paardrijden) en is extensief van aard. Deze vormen van recreatie dragen overigens ook bij aan gezondheid, gezien de verbinding met gezond leven, bewegen en ontmoeten. Het huidige landschap zorgt voor een aantrekkelijk uitloopgebied.

Daarom moet recreatie passend zijn bij het karakter van het landelijk gebied. De recreatiedruk moet in balans zijn met de andere functies in het landelijk gebied. Daarbij horen de volgende uitgangspunten: • Recreatie is gericht op bewoners van Nuenen en van de regio; • Recreatie is vooral gericht op recreatief medegebruik (wandelen, fietsen, e.d.); • Verblijfsrecreatie is alleen op kleine schaal wenselijk waarbij kwaliteitsverbetering als voorwaarde geldt; • Recreatie kan voor agrariërs een economische impuls beteken in de vorm van nevenfunctie; • We onderzoeken of en hoe we overlast van een te hoge recreatiedruk (zoals loslopende honden) kunnen beperken. Veiligheid Een gezonde leefomgeving is ook een veilige leefomgeving. Bij de verdere uitwerking van het programma Landelijk gebied worden veiligheidsaspecten in een zo vroeg mogelijk stadium integraal betrokken bij nieuwe ontwikkelingen en functiewijzigingen. Doel is het terugbrengen van veiligheidsrisico’s tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau, in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Nuenen en het regionaal risicoprofiel van de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost. Omgevingsveiligheid wordt hierbij breed opgevat en omvat risico’s die samenhangen met externe veiligheid, brandveiligheid, de energietransitie, klimaatadaptatie, bestrijdbaarheid van onze hulpdiensten en zelfredzaamheid.

Specifiek voor het landelijk gebied speelt ondermijning een belangrijke rol als onderdeel van het veiligheidsbeleid. Veiligheid vormt een expliciet onderdeel van de evenwichtige toedeling van functies en locaties (EFTAL) en wordt betrokken bij de verdere uitwerking van het programma en – waar nodig – bij de doorvertaling naar het omgevingsplan. De Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost wordt als structurele samenwerkingspartner betrokken bij de afweging van veiligheidsrisico’s, met als doel een verantwoorde evenwichtige toedeling van functies en locaties binnen gemeente Nuenen. Wonen Wonen is een ‘major topic’ in de omgevingsvisie. De woonopgave manifesteert zich hoofdzakelijk in de dorpen en is gebaseerd op regionale afspraken. Ook doet de omgevingsvisie uitspraken over wonen in het landelijk gebied door het benutten van vrijkomende agrarische bebouwing hiervoor. Specifiek voor woningen in het buitengebied heeft de gemeente een gelijknamige visie opgesteld, die ook voor dit programma uitgangspunt zal zijn. Hierin zijn ook de voorwaarden van de provinciale verordening verwerkt. De woningbouwopgave wordt ook als een zorg ervaren (klankbordgroep, agrariërs) omdat woningen in de kernen de druk op het landelijk gebied vergroten. Met name de toenemende recreatiedruk en de druk op infrastructuur baren zorgen. Het programma zal zich op de volgende manieren hierover uitspreken:

14/22

•

•

4.3

We hanteren de volgende denkrichtingen bij het toelaten van woningbouw in het landelijk gebied: o Denk aan het anders inrichten en aanvullen van bestaande bebouwingsclusters; o Denk aan het benutten van vrijkomende agrarische bebouwing, bijvoorbeeld door sloop nieuwbouw toe te passen; o Denk aan de ontwikkeling van nieuwe (woon)erven bij bestaande bebouwingsclusters; o Voor Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen in bebouwingsconcentraties, geldt de visie ‘Bouwen in het buitengebied van Nuenen’ als uitgangspunt; o Ruimte bieden aan de ontwikkeling van woonzorgconcepten. Voorwaarden die we aan dergelijke denkrichtingen stellen zijn: o Het gaat telkens om kleinschalige woningbouw; o Kwaliteitsverbetering is voorwaarde (landschap, water, biodiversiteit) o Sloop kan sterk bijdragen aan kwaliteitsverbetering. Hiervoor moet een adequate regeling worden opgesteld die zowel kwaliteit als kwantiteit betreft. o Nieuwbouw dient plaats te vinden binnen de historische structuren en dient de landschappelijke kenmerken te versterken; o De verkeer aantrekkende werking moet beperkt zijn.

Procesmatige uitgangspunten

Samen maken we het landelijk gebied. Dat geldt voor het opstellen van dit programma maar zeker ook voor de uitvoering ervan. Alle gebiedspartijen blijven nodig. Om dat proces tot een succes te maken, hanteren we de volgende uitgangspunten: • Er zijn vele verschillende rollen en taken te benoemen bij de uitvoering van het programma. De gemeente ziet het als haar belangrijkste rol om partijen met elkaar te verbinden, het gesprek aan te gaan om zo samen tot nieuwe initiatieven en oplossingen te komen die bijdragen aan onze ambities; • Bij de totstandkoming van dit programma is het maatschappelijk krachtenveld betrokken. Voor de uitvoering van het programma blijven we dat doen; • In het programma wordt een uitvoeringsparagraaf toegevoegd. Voor uit te voeren maatregelen beschrijven we de rolverdeling (trekker, belanghebbende, overige betrokkenen, beslisser, financier, e.d.) • Initiatieven dragen altijd bij aan de versterking van de kwaliteiten van het landelijk gebied. Dat kan door directe maatregelen in het veld (denk aan landschappelijke inpassing, aanleg van een wandelpad, aanleg stukje natuur of waterberging). Als dat niet mogelijk is, kan worden afgedragen aan een fonds. Vanuit dit fonds creëert de gemeente vervolgens de meerwaarde voor het landelijk gebied. • Financiering is nodig om de kwaliteiten van het landelijk gebied in stand te houden.

In de uitvoeringsparagraaf zullen we de mogelijkheden onderzoeken die beschikbaar zijn om hieraan bij te dragen. Met name onze contacten met anders stakeholders en overheden dragen daaraan bij. Dit netwerk aanboren en onderhouden is bij uitstek een rol die past bij de gemeente als verbindende partij.

15/22

5. DOORKIJK NAAR HET PROGRAMMA LANDELIJK GEBIED De Nota van uitgangspunten is het opstapje naar het eigenlijke Programma Landelijk gebied. We geven daar alvast een doorkijk naar door een inhoudsopgave voor te stellen. Inhoud 1. Inleiding Hierin benoemen we de aanleiding van het programma en de relatie met de omgevingsvisie en ander relevant beleid. Ook gaat de inleiding in op de beleidsdoelen die met het omgevingsprogramma worden nagestreefd. Ook geven we daarmee een stukje toelichting op het instrument en hoe zich dat verhoudt tot andere instrumenten. 2. Het proces We lichten toe welk proces we hebben gevolgd om tot het programma Landelijk gebied te komen. Ook geven we een beeld van de opbrengst van dit proces en hoe dat heeft bijgedragen aan het programma. 3. Het programma landelijk gebied In dit hoofdstuk werken we de omgevingsvisie verder uit aan de hand van de landschapstypologie van Nuenen (Beekdalen, Broekontginningen, kampen en hoevenlandschap en jonge heideontginningen). We brengen de volgende onderwerpen in beeld: i. Opgaves die spelen ii. Ambities (koppeling met bestaand beleid) iii. Uitwerking van de ambities (waarin de uitgangspunten terugkomen) iv. Uitvoering: Maatregelen Instrumentarium Rol/taak gemeente Rol/taak overige stakeholders Ook benoemen we concrete opgaves die op korte termijn om een gezamenlijke aanpak vragen. 4. De monitoring/evaluatie.

We willen uiteindelijk weten of ons uitgewerkte beleid en maatregelen ook leiden tot resultaat. Daarom monitoren we de uitvoering en evalueren of die uitvoering leidt tot realisatie van onze ambities. Hiermee bewaken we het tijdpad en kunnen eveneens een signaal afgeven als bijvoorbeeld het omgevingsprogramma aan herziening toe is. Bijlagen • •

16/22

Projecten (concrete opgaves die op korte termijn om een gezamenlijke aanpak vragen) Etc.

Bijlage 1 Verslag overleg ambtelijke organisatie Met de ambtelijke organisatie hebben we op 30 september 2025 besproken welke opgaven spelen in het landelijk gebied en welk beleid daarvoor relevant is. Uiteraard is de omgevingsvisie het belangrijkste integrale beleidsdocument. De uitgangspunten ervan die relevant zijn voor het landelijk gebied zijn leidend voor het programma landelijk gebied. Daarnaast is het volgende sectorale beleid van belang: a. Economie, recreatie en toerisme De belangrijkste opgaven betreffen: i. Op zoek naar nieuwe economische dragers voor het landelijk gebied ii. Verblijfsrecreatieve mogelijkheden iii. Recreatie gericht op: 1. Beleving; 2. Educatie en zorg; 3. Het zoeken van verbinding met het Van Gogh Nationaal Park. iv. Kansen voor recreatie en nieuwe economische dragers op (voormalige) agrarische bedrijven v. Van belang is de balans bewaken tussen economische en recreatieve ontwikkeling en de kwaliteiten van het landelijk gebied. b. Duurzaamheid i. Beleid vastgelegd in Nota Duurzaamheid; ii. De gemeente ziet kansen voor het verbouwen van biobased producten, mits er een verdienmodel is; iii. Geen zonnevelden op landbouwgrond tot 2026 iv. Geen grootschalige windenergie, kleinschalige windenergie is niet rendabel c. Veiligheid i. Ondermijning is een risico in vrijkomende agrarische bebouwing (VAB).

In Nuenen valt dit mee, gezien het beperkte aantal agrarische bedrijven. Locaties in gebruik houden of anders slopen; d. Water i. Opgaven zijn gemeentegrensoverschrijdend, bespreken op regionaal niveau ii. Water en bodem sturend wordt steeds belangrijker iii. Hoogwateraanpak: vanuit provincie bekeken, zo lang mogelijk water vasthouden iv. Droogte: niet meer zo snel mogelijk afvoeren. Van studies naar praktijk v. In randen stedelijk gebied kansen voor waterberging i.c.m. natuur en recreatie vi. Kansen voor wateropslag in combinatie met opslag van energie e. Groen i. Veel beleid gericht op stedelijk gebied. Uitzondering: waardevolle houtopstanden ii. Groenbeheerplan: meer ecologisch beheer van bermen iii. Biodiversiteitsplan: natuurgebieden verbinden, ecologische verbindingszones beheerd door waterschap iv. Verschillende regelingen: 1. Stila (6 jaar); 2. Erven plus (gemeente en provincie); 3. Van Gogh nationaal park; Brabant behaagd (10% landelijk gebied beplanten met hagen, i.c.m. ommetjes en biodiversiteit); 4. Groenfonds gemeente 5. ASML: subsidie voor 10 jaar voor agrarische ondernemers 6. Van Gogh landschapsfonds 7. Brabant vergroent: randen stedelijk gebied, waarmee van Gogh nationaal park tot aan de voordeur wordt gebracht.

17/22

f.

Milieu i. Aanvaardbaar woon- en leefklimaat: hiervoor bestaan wettelijke normen. Onderzoeken of er aanleiding is om maatwerk toe te passen waar de wettelijke regelgeving dat toelaat; ii. Vele onderwerpen die het landelijk gebied raken waar een milieuafweging voor wordt gemaakt, zoals geur, VAB-locaties en vervolgfuncties, bedrijfswoningen, spuitzones en dergelijke; iii. Check of vergunningverlening nog klopt met de werkelijkheid (er zijn waarschijnlijk veel meer vergunningen verleend voor agrarische bedrijven dan er nog agrarische bedrijven die als zodanig in werking zijn. g. Wonen i. Begrenzing buitengebied zo nodig aanpassen gezien uitbreidingen die nodig zijn (Nederwetten/Gerwen) ii. Nieuwe woonwagenlocaties in het buitengebied? iii. Woonvormen/woonzorg concepten senioren (b.v. leeflandgoed Opwetten) iv. Arbeidsmigranten worden nu gehuisvest bij bedrijven, in het landelijk gebied van Nuenen nu op 4 plaatsen h. Agrarisch ondernemerschap We moeten ons een beeld vormen van het aantal agrarische bedrijven (38) en de toekomstwaarde ervan. We constateren onder meer de volgende trends: i. Afname aantal agrarische bedrijven, waardoor het aantal vrijkomende agrarische gebouwen toeneemt; ii. Hoge gronddruk waardoor veel grond wordt verpacht; iii. Veel verbrede bedrijven die doorgaan in die tak (zorg, opslag)

18/22

Bijlage 2 Verslag overleg agrarische ondernemers Memo

DATUM KENMERK VAN

17 november 2025 20250694/242963/

PROJECT OPDRACHTGEVER

20250694 Programma Landelijk gebied Gemeente Nuenen

Derk-Jan Verhaak

BIJLAGE(N)

VERSLAG WERKSESSIE AGRARIËRS, 17-11-2025 Dit betreft nadrukkelijk een verslag van het overleg dat met agrariërs is gevoerd en is geen beleidsstandpunt Om te komen tot een programma Landelijk gebied, zijn enkele werksessies in de startfase georganiseerd. Op 17 november is een werksessie georganiseerd met agrarische (verwante) ondernemers in het landelijk gebied van Nuenen. Enerzijds om hen mee te nemen in het proces voor het opstellen van een programma Landelijk gebied en daarnaast om op te halen hoe zij denken over vraagstukken in het landelijk gebied. Tijdens deze werksessie waren 33 deelnemers aanwezig. Dit waren actieve agrarisch ondernemers, maar ook ondernemers die grotendeels waren gestopt en kleinschalig nog agrarische activiteiten exploiteerden of (deels) waren omgeschakeld naar andere activiteiten. Tijdens de werksessie is na een voorstelrondje een korte presentatie gegeven over de context van de bijeenkomst. Kort is toegelicht wat een programma inhoudt en hoe het proces eruitziet voor het opstellen van het programma Landelijk gebied. Het tweede deel van de avond stond in het teken van wat de opgaves uit de omgevingsvisie betekenen voor het landelijk gebied. Welke ideeën en aandachtspunten zijn er bij de deelnemers. Kan een beeld worden gevormd van het toekomstperspectief van de agrarische sector. Vervolgens zijn de deelnemers in drie groepen verdeeld.

Elke groep behandelde een vraagstuk uit de omgevingsvisie. De onderwerpen waren: • Gezondheid en vitale samenleving • Hoogwaardige woon- en leefomgeving in een robuust landschap • Nuenen in de Brainport Drie gespreksrondes hebben plaatsgevonden, zodat iedere groep elk onderwerp kon bespreken en aanvullen. Na deze gespreksrondes hebben de gespreksleiders de conclusies per onderwerp toegelicht. De belangrijkste bevindingen waren:

GEZONDHEID EN VITALE SAMENLEVING -

-

-

19/22

Agrariërs zijn al volop bezig met een gezonde samenleving, door het telen van gezonde producten. Om dit te kunnen doen is het belangrijk dat in de omgeving geen activiteiten leiden tot schade aan de teelt, bijvoorbeeld door invasieve planten, azijn spuiten, rioolstort en het uitlaten van honden. Ook sommige flora- en fauna maatregelen zijn niet altijd positief voor de agrarische bedrijfsvoering: ongedierte, bevers en water leiden tot schade. Agrarische ondernemers vinden dat ze gewaardeerd moeten worden voor wat zij doen op het gebied van gezondheid en landschapsbeheer. De landbouw is innovatief, maar moet daarvoor ook wel de ruimte krijgen. Verbreding van functies toestaan. Ook de ondernemer beschermen op het gebied van gezondheid. De huidige milieunormen werken voldoende. Gewasbeschermingsmiddelen gebruiken is bij bepaalde producten noodzakelijk. Wel kan ook hierin geïnnoveerd worden, zodat het gebruik kan verminderen. Bij nieuwe woningen misschien flexibeler omgaan met spuitzones, zolang het de rechten van het telen niet aantast. Het landelijk gebied kan veel mogelijkheden bieden voor rust en ontspanning. Daarbij moet de draagkracht van het landelijk gebied wel voorop staan. Het evenwicht moet bewaakt worden tussen ruimte bieden voor activiteiten en de rust in het landelijk gebied. Wandelen en fietsen in het landelijk gebied mag gestimuleerd worden.

Veilige routes zijn daarbij belangrijk, met daarbij rekening houden met het landbouwverkeer. Bepaalde natuurgebieden

-

-

toegankelijk houden voor iedereen. Voor recreatieve activiteiten de bestaande mogelijkheden zo goed mogelijk benutten. Er moet gewaakt worden voor te veel toeristen. Het is belangrijk om de verbinding te zoeken tussen dorpsbewoners en de agrarische bedrijvigheid. Recreëren en ondernemen moet langs elkaar plaats kunnen vinden. Bewustwording creëren bij bewoners. Zichtbaar ondernemen kan positief werken voor begrip. Energievoorziening faciliteren. Economisch moet het uit kunnen. In potentie zou dit een nieuw verdienmodel kunnen zijn. Voorkeur voor zon op dak, niet in de wei. Een energie hub ontwikkelen kan misschien ook interessant zijn?

HOOGWAARDIGE WOON- EN LEEFOMGEVING IN EEN ROBUUST LANDSCHAP -

-

In een duurzaam en robuust landschap moet ruimte zijn voor verdienmodellen. We moeten zuinig zijn op de agrarische ondernemers en landbouwgrond, anders treedt schaarste op. Een nieuwe dynamiek zal ontstaan door de transitie bij veehouderijen. Nieuwe functies. Geen zonnepanelen op landbouwgrond. Landbouwgrond is ook geen openbaar groen. Woningen kunnen ontwikkeld worden bij vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing (VAB’s)/boerenerven. Niet elke functie kan overal. Neem boer in bescherming. Belangrijk om in gesprek te blijven. Een juiste sloopregeling is nodig voor verwijderen overtollige bebouwing. Er is al sprake van kringloop in de landbouw. Verder kan niet op de korte termijn. Kijken naar nieuwe teelten (nat en droog). Streekproducten is een niche. In een robuust landschap moet ruimte zijn voor goede toegankelijke wegen. Daarnaast juiste water aan- en afvoer. In een robuust landschap is onderhoud belangrijk. Dit wordt nu veelal gedaan door agrarische ondernemers. Beheer en onderhoud zo veel mogelijk faciliteren. Betalen voor groene diensten. In een robuust landschap komt afwisseling terug. Natuurgebieden ook toegankelijk houden.

NUENEN IN DE BRAINPORT -

-

-

-

-

20/22

Wat is de positie van Nuenen in de Brainport? Grote druk om woningen te bouwen. Eindhoven heeft Nuenen nodig. Er moeten woningen gebouwd worden. Wel rekening houden met hindercirkels en bij bedrijven en spuitzones. De vraag is of er geen limiet is aan de groei in de regio om het agrarisch landschap in stand te houden. Om agrarisch te kunnen ondernemen heeft een boer grond nodig en moet hij de ruimte krijgen voor activiteiten. Die ruimte wordt steeds beperkter. Er is bij sommige bedrijven opvolging, maar ook veel onzekerheid door de beperkte ruimte die wordt ervaren door ondernemen. Het is belangrijk om agrariërs te beschermen. Houden van koeien is beter voor bodem en landschap dan andere teelten. Om de landbouw in stand te houden moet worden gekeken naar nieuwe verdienmodellen. Er kan bijvoorbeeld een combinatie gezocht worden in het beheren van natuur en agrarisch ondernemen. Daarbij samenwerken met andere partijen als Brabants Landschap en Staatsbosbeheer. Zij moeten wel reëel zijn in wat ze willen. Er wordt veel druk ervaren vanuit het waterschap. Dit heeft te maken met het waterpeil dat niet altijd conform de wens van agrariërs is (meer water afvoeren in natte perioden en water vasthouden in droge perioden). Daarnaast beconcurreren waterschap en agrarische ondernemers elkaar op de grondmarkt. Goede agrarische grond verdwijnt door projecten van het waterschap.

Dat geldt overigens ook voor terrein beherende organisaties die grond verwerven voor natuurdoelen. Dat biedt veel onzekerheid voor agrarische ondernemers. Mogelijk kan vrijwillige kavelruil een rol spelen. Ook speelt een stijgende grondprijs een rol, waardoor grasland minder rendabel is dan akkerland. Het vele extra verkeer in de Brainport regio werkt niet goed samen met het landbouwverkeer in het landelijk gebied.

Bijlage 3 Verslag overleg KBG Memo

DATUM KENMERK VAN

20 maart 2026 20250694/242963/ Derk-Jan Verhaak

PROJECT OPDRACHTGEVER BIJLAGE(N)

20250694 Programma Landelijk gebied Gemeente Nuenen

VERSLAG WERKSESSIE KLANKBORGROEP (KBG), 17-12-2025 Dit betreft nadrukkelijk een verslag van het overleg met de klankbordgroep en is geen beleidsstandpunt Deze werksessie is georganiseerd gedurende de startfase van het proces om te komen tot een programma Landelijk gebied. Na de werksessie met agrarische ondernemers (17 november), kon iedereen zich voor deze werksessie opgeven. Een gemêleerd gezelschap (14 deelnemers) van bewoners en gebruikers van het landelijk gebied heeft deelgenomen aan deze werksessie. Tijdens de werksessie is na een voorstelrondje (wie ben je, wat is je betrokkenheid bij het LG) is een korte presentatie gegeven, waarin de context van de bijeenkomst werd geschetst. Daarna zijn we aan het werk gegaan in drie groepen die elk een vraagstuk behandelde. Het betrof de volgende vragen: • De betekenis van het landelijk gebied voor ‘omwonenden’; • Economie en nieuwe functies in het buitengebied; • Landschap, biodiversiteit, bodem en water. Na verloop van tijd schoven de groepen door naar het volgende onderwerp. Zo hebben alle drie de groepen alle onderwerpen besproken en aangevuld. De belangrijkste conclusies per onderwerp waren:

DE BETEKENIS VAN HET LANDELIJK GEBIED VOOR ‘OMWONENDEN’; Het mag duidelijk zijn dat het landelijk gebied van Nuenen van grote betekenis is voor haar eigen inwoners, maar ook voor de inwoners in de Brainport. Door de toename van het aantal inwoners in zowel Nuenen als de Brainport, neemt de druk op het landelijk gebied van Nuenen eveneens toe. Hoe gaan we hiermee om? Tijdens de discussie worden een aantal suggesties gedaan: - De landbouw is een belangrijke factor bij het behouden van de kwaliteit van het landelijk gebied. Agrarische ondernemers moeten meer zekerheid worden geboden voor de lange termijn. Dat is zeker nodig als de landbouw verder moet verduurzamen; - We zouden het landelijk gebied kunnen verdelen in dynamische gebieden en rustige gebieden - Om het landelijk gebied niet verder te verkleinen door woningbouw moet inbreiding in het stedelijk gebied en woningsplitsing meer gestimuleerd worden; - Vrijkomende agrarische bedrijven kunnen mogelijk worden ingezet voor woningbouw (nieuwe erven); - Om de recreatiedruk in het landelijk gebied te verminderen, zouden natuurgebieden opengesteld moeten worden. Daarnaast moeten we selectief zijn in welke vormen van recreatie we willen toelaten (extensief) en welke niet; - Waterbeheer wordt als een probleem ervaren. Met name de hoge waterstanden in en rond het Dommeldal. Dit geldt zowel voor bewoners als voor agrarische ondernemers.

21/22

ECONOMIE EN NIEUWE FUNCTIES IN HET BUITENGEBIED; Tijdens de discussie komt naar voren dat men in eerste instantie de landbouw wil behouden. De landbouw is immers de beheerder van het landelijk gebied. Ook kan de landbouw worden ingeschakeld bij natuur- en waterbeheer. Dergelijke groene diensten zullen dan wel moeten bijdragen aan het verdienmodel voor de landbouw. Ook andere vormen van landbouw zouden gefaciliteerd moeten worden, zoals local-voor-local (denk aan landgoederen en voedselbossen). Als we nieuwe functies willen toestaan, moeten ze aan de volgende voorwaarden voldoen: - Het moet gaan om kleinschalige functies; - De verkeer aantrekkende werking moet beperkt zijn; - Binnen opslag (in bestaande bebouwing) is een goede mogelijkheid. - Woningbouw, waarbij de volgende criteria een rol spelen: o Op de goede plek o Aansluitend bij het karakter van de dorpen o Dorpen niet aan elkaar laten groeien

LANDSCHAP, BIODIVERSITEIT, BODEM EN WATER. Binnen deze opgave zijn eerst de kwaliteiten benoemd: - Rust - Landschap, natuur en cultuurhistorie (kleinschalig, diversiteit, flora en fauna, watermolen) - Productiegrond en afwisseling in producten - Aantrekkelijk gebied voor recreatief medegebruik Naast deze kwaliteiten is er de zorg dat de groei van Nuenen en de Brainport ten koste gaat van deze kwaliteiten. Vervolgens is de vraag beantwoord wat er nodig is om deze kwaliteiten te behouden. - Nieuwe woningbouw moet passen bij de dorpen - Natuurinclusief bouwen en rekening houden met klimaatverandering - In Nuenen moet compact worden gebouwd - Oplossen van verkeersproblematiek bij verdere groei - Geen nieuwe bebouwingsconcentraties in het landelijk gebied - Agrarische ondernemers in het gebied voor het beheer van het landschap en daarmee samenhangend, grond reserveren voor blijvende agrarische ondernemers - Burgers medeverantwoordelijk maken voor de kwaliteiten van het landelijk gebied (o.a. beheer) - Verbinden van natuurgebieden met meer groen - Exotenbestrijding De slotvraag ging over de rolverdeling voor het beheer van het landschap. Wie doet wat en wie betaalt dat? - Iedereen ziet een belangrijke rol voor de landbouw.

Naast bestaande agrarische ondernemers worden nieuwe concepten genoemd, zoals: o (Nieuwe) grondeigenaren o Herenboeren o Strokenlandbouw - Er is behoefte aan zekerheid voor langere termijn. Hierbij helpen lange termijncontracten voor natuur- en landschapsbeheer - Agrarische ondernemers en terrein beherende organisaties moeten meer samenwerken. Hierbij kunnen mogelijk ook burgers meer worden ingeschakeld. De gemeente kan dit faciliteren - We moeten naar integraal landschapsbeheer

22/22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16839585/1