CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-03 SV - Rechtszaak Bergen - Antwoord

Gemeenteraad 7 mei 2026, gemeente NuenenBij agendapunt: Schriftelijke vragen2.879 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Jan van Schijnveltlaan 2 Postbus 10.000, 5670 GA Nuenen T (040) 2631 631 www.nuenen.nl

Behandeld door : Doorkiesnummer : E-mailadres : Onderwerp : Verzenddatum :

Veronie de Nijs 040 263 16 31 v.denijs@nuenen.nl 2026-03 SV - Rechtszaak Bergen

Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk Bijlage(n)

: 5 maart 2026 : : 3001102 :

Geachte leden van de raad, Op 5 maart 2026 ontvingen wij een aantal schriftelijke vragen. In deze brief beantwoorden wij uw vragen. Inleiding Wij starten de beantwoording met het schetsen van de situatie. Gedurende een aantal jaren woonden vijf kinderen in een gezinshuis in Nuenen. Deze kinderen stonden onder voogdij van Gecertificeerde Instelling William Schrikker Groep (WSG). Op grond van het toen geldende woonplaatsbeginsel waren de kinderen ingeschreven in de gemeente Nuenen en was de gemeente Nuenen verantwoordelijk voor de kosten van jeugdhulp. Eind 2020 werd bekend dat de gezinshuisouders per 1 januari 2021 zouden stoppen en dat de woning in Nuenen verkocht zou worden. Stichting Kind aan Huis, de zorgaanbieder waar Dushi huis onder viel, (hierna te noemen SKH) werd aangedragen door WSG om de zorg over te nemen. De gemeente Nuenen is de overname van het verblijf en de zorg voor de kinderen op zeer korte termijn met SKH overeengekomen. SKH had eind 2020 echter nog geen geschikt pand in de gemeente Nuenen beschikbaar en zou de vijf kinderen daarom tijdelijk opvangen op haar locatie Afferden (gemeente Bergen/Limburg) gedurende maximaal zes maanden. Gedurende deze periode zou SKH een geschikte locatie binnen de gemeente Nuenen zoeken en zou de gemeente Nuenen de jeugdhulpkosten blijven betalen.

Het doel van deze afspraak was om ervoor te zorgen dat deze vijf kwetsbare kinderen, die als broers en zusjes waren opgegroeid, bij elkaar te houden in hun vertrouwde woonomgeving en het mogelijk te maken dat ze op hun school konden blijven. Op 24 december 2020 is daartoe een maatwerkovereenkomst gesloten tussen de gemeente Nuenen en SKH. Rond maart 2021 bleek echter dat SKH definitief geen woning in Nuenen kon gaan betrekken. De gemeente Nuenen gaf vervolgens tijdig aan SKH aan dat de zorg vanaf juli 2021 niet meer voor haar rekening kon komen, omdat de kinderen elders verbleven pagina 1 van 7 3001102

en niet meer terug zouden keren naar Nuenen. SKH bleef echter facturen, aanmaningen en deurwaarders sturen naar de gemeente Nuenen. De gemeente Nuenen heeft daarop een aantal keren contact gezocht met de gemeente Bergen. In eerste instantie is dit door de afdeling Dienstverlening gebeurd omdat de kinderen ten onrechte stonden ingeschreven op hun oude woonadres in Nuenen. Uiteindelijk heeft op 4 juni 2021 een gesprek plaatsgevonden met de gemeente Bergen, WSG en de gemeente Nuenen om de situatie vlot te trekken. Gemeente Bergen heeft echter steeds geweigerd de kinderen in te schrijven in de BRP. Vanaf september 2021 dreigde de gemeente Bergen met ontruiming van de woning in Afferden per 1 oktober 2021, waardoor de kinderen letterlijk op straat zouden komen te staan. SKH heeft in september 2021 contact gezocht met de inkoopregio Een 10 voor de Jeugd. Op 6 oktober 2021 had in dit kader een bestuurlijke en ambtelijke delegatie van de gemeente Nuenen, Een 10 voor de jeugd, WSG en SKH overleg met de burgemeester van de gemeente Bergen. Dit gesprek heeft helaas niet voor een oplossing gezorgd. Het standpunt van de gemeente Bergen bleef dat de jeugdigen het pand moesten verlaten, dat zij niet werden ingeschreven in de gemeente Bergen en dat de gemeente Bergen de kosten van jeugdhulp niet ging betalen.

Er zijn daarop door de gemeente Nuenen en met inspanning van omliggende gemeenten vervolgens meerdere alternatieve locaties in de regio gezocht, omdat het streven bleef de kinderen bij elkaar te houden bij een andere aanbieder en herplaatsing van de kinderen apart van elkaar te voorkomen. SKH bleef echter aan de gemeente Nuenen nog steeds facturen, aanmaningen en deurwaarders sturen ondanks het feit dat op grond van het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet de gemeente Bergen juridisch tot betaling was gehouden. SKH gaf te kennen dat wanneer de gemeente Nuenen de facturen niet zou betalen, zij niet bereid was een door inspanningen van de gemeente Someren aangeboden woning in Someren te accepteren vanaf 1 november 2021. Vanwege de onrust in verband met de dreiging van huisuitzetting in de gemeente Bergen hebben vanaf eind september 2021 de kinderen en hun begeleiders een klein aantal weken verbleven in een vakantiepark, waarna zij weer zijn teruggekeerd naar de gemeente Bergen. Vanaf januari 2022 zijn de kinderen door WSG naar verschillende andere locaties verplaatst en werden de kosten betaald door de gemeenten waar de kinderen woonden voordat zij uit huis werden geplaatst, op grond van het gewijzigde woonplaatsbeginsel. Beantwoording van de vragen 1.

De wethouder verwees in zijn beantwoording naar de RIB van december 2021. Hieruit maken wij op dat er initieel een geschil was met een zorgaanbieder. Gelet op het tijdspad, nemen wij aan dat dit het Dushi Huis betreft. Het geschil was dat de zorgaanbieder de gemeente Nuenen aansprakelijk stelde voor de kosten van geleverde zorg na 1 juli 2021. Uit de RIB maken wij op dat het geschil gaat over het tarief voor de periode van 1 juli 2021 tot en 1 januari 2022. Waar ging dit geschil exact om? Wat was de hoogte van dit geschil?

pagina 2 van 7 3001102

Hoewel de gemeente Nuenen SKH heeft aangegeven niet verantwoordelijk te zijn voor de kosten vanaf juli 2021, bleef SKH deze kosten in rekening brengen bij de gemeente Nuenen. Om de zorg voor deze jeugdigen niet in gevaar te brengen heeft de gemeente Nuenen op 22 oktober 2021 uit coulance aan SKH voorgesteld om voor vier maanden, (van juli tot en met oktober 2021) een lager tarief te betalen, te weten het gezinshuistarief (€ 22.324,70 per maand). Op 25 oktober 2021 liet SKH weten hier niet mee in te stemmen. De stichting gaf aan door liquiditeitsproblemen betalingen niet meer te kunnen doen wanneer de gemeente Nuenen niet de originele facturen zou betalen. Deze bedroegen voor vier maanden € 138.375, te weten € 34.875 voor de maanden juli, augustus en oktober en € 33.750 voor de maand september. In het belang van de kinderen heeft de gemeente Nuenen uiteindelijk besloten om dit geschil met SKH in der minne te schikken. Overeengekomen is dat de gemeente Nuenen een bedrag ter hoogte van € 117.701,20 betaalt aan SKH. Deze afspraak hebben gemeente Nuenen en SKH opgenomen in een vaststellingsovereenkomst die op 25 april 2022 is ondertekend. Kort daarna is het overeengekomen bedrag door de gemeente Nuenen uitgekeerd aan SKH. 2.

Uit de RIB van 20 december 2021 blijkt dat het college voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 maatwerkafspraken heeft gemaakt met de zorgaanbieder. Met de wetenschap van nu, gaan wij ervan uit dat dit met het Dushi Huis was. Wat waren deze voorwaarden waar de wethouder over sprak in zijn beantwoording op de vragen van 26 februari jl.? Welke prestatie moest geleverd worden en welk tarief was hieraan verbonden? Wat was hierin over voorwaarden rondom huisvesting beschreven. Hoe hoog was het bedrag dat in de maatwerkafspraken waren opgenomen voor de zorg etc voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021?

Op 24 december 2020 is een maatwerkovereenkomst gesloten tussen de gemeente Nuenen en Stichting Kind aan Huis (Dushi huis). In deze overeenkomst is het volgende opgenomen: De jeugdhulp die binnen de maatwerkovereenkomst is overeengekomen betreft de verblijfsvorm Jeugdhulp verblijf middelzwaar, in de huidige product catalogus code 43j37. Partijen zijn overeengekomen dat de zorg 43j37 geleverd wordt voor € 225,00 pet etmaal per kind incl. begeleiding en vervoer, excl. behandeling. De geleverde zorg wordt door Dushi Huis achteraf per maand gefactureerd. De gemeente Nuenen betaalt binnen 14 dagen na ontvangst het gefactureerde bedrag.”

Vervolgens is in de overeenkomst de productbeschrijving van het product verblijf middelzwaar uit de Producten Diensten Catalogus (PDC) toegevoegd. Hierin is vastgelegd wat de specifieke eisen zijn, voor welke problematiek dit product is, wat de kenmerken en kwaliteitseisen van de zorg zijn. 3.

In het artikel ED van 24 februari 2026 is te lezen dat op vragen van de rechters of de gemeente Nuenen het Dushi Huis heeft geholpen met het vinden van een geschikte locatie binnen de gemeentegrenzen, hierop is geantwoord dat het geen taak van de gemeente is om een woning te helpen zoeken. De wethouder bevestigde in zijn antwoord op 26 februari jul dit nogmaals met de woorden “Het pagina 3 van 7 3001102

college gaat niet over huisvesting van zorginstellingen”. Dit werd ook door de wethouder bij beantwoording van de vragen op 26 februari 2026 bevestigd. Uit de RIB van 20 december 2021 is te lezen “Ondanks inspanningen van de gemeente...”. Welke inspanningen en wanneer zijn concreet door de gemeente ondernomen? Zie de uitleg in de inleiding over de (gezamenlijke) inspanningen van zowel de gemeente Nuenen als de regiogemeenten om de kinderen over te dragen aan de gemeente Bergen. Later is samen met de inkoopregio gezocht naar een alternatieve woning. De gemeente contracteert een aanbieder inclusief het verblijf. 4.

Bij beantwoording van de vragen op 26 februari jl. gaf de wethouder aan dat er wel degelijk proactief contact is geweest met de gemeente Bergen. Op welke momenten heeft er op initiatief van de gemeente Nuenen afstemming met de gemeente Bergen plaatsgevonden? Wat was het doel van deze afstemmingen en wat was de uitkomst hiervan?

Het gebeurt regelmatig dat kinderen met jeugdhulp verhuizen naar een andere gemeente. Het is gebruikelijk dat de ontvangende gemeente de zorg overneemt die door de gemeente, waar de jeugdige voorheen woonde, is ingezet. In dit geval weigerde echter de gemeente Bergen, waar de kinderen daadwerkelijk verbleven, de kinderen in te schrijven. Vanaf medio januari 2021 is door de afdeling Dienstverlening contact gezocht met de voogden van de WSG. De woning in Nuenen, waar de kinderen tot en met december 2020 woonden, was verkocht en de vijf kinderen stonden nog ingeschreven op dat adres. De voormalige gezinshuisouders hadden hun eigen verhuizing doorgegeven en verklaard dat dit pand niet meer gebruikt ging worden voor de opvang van de kinderen. Uiteindelijk zijn de kinderen overgeschreven naar een postadres (Berg 22) in onze gemeente om te voorkomen dat de nieuwe bewoner van het pand problemen zou ondervinden door de onterechte inschrijving van de vijf kinderen. Dit is per brief op 16 juni 2021 aan de WSG medegedeeld. Op 4 juni 2026 heeft een gesprek plaatsgevonden over de ontstane situatie met de gemeente Bergen. De gemeente Bergen weigerde echter medewerking te verlenen en gesprekken om de impasse te doorbreken, hadden geen resultaat. 5.

Op de vragen d.d. 26 februari jl. is er ons inziens onvoldoende antwoord gegeven wie nu verantwoordelijk was of de kinderen wel op een juiste plaats werden opgevangen. Wie had in deze de verantwoordelijkheid of de kinderen op een geschikte plaats werden ondergebracht? Zit er volgens het college onderscheid in tussen geschikte huisvesting (past het in het bestemmingsplan etc.) en juiste zorg? Zo ja, graag antwoord op beide stellingen wie hier verantwoordelijk voor is.

De Gecertificeerde Instelling (GI), in dit geval de WSG, treedt op als vertegenwoordiger van kinderen en is bij wet gemachtigd om zorg in te zetten. De GI treedt in overleg met de gemeente omdat deze de zorg in contract moet hebben of moet contracteren en betalen. WSG heeft zelfstandig besloten de kinderen in de gemeente Bergen te

pagina 4 van 7 3001102

plaatsen, de gemeente heeft hierin geen zeggenschap. Zoals aangegeven was het uitgangspunt van WSG in het begin dat deze plaatsing tijdelijk zou zijn. Er is verschil tussen geschikte huisvesting en geschikte zorg. Het is echter van belang dat beide in orde zijn om passende zorg te kunnen bieden. SKH kon feitelijk alleen zorg bieden als er passende huisvesting zou zijn. Dat was eind december 2020 nog niet het geval en er zou door SKH zo snel mogelijk in Nuenen naar geschikte huisvesting gezocht worden. Toen in maart 2021 bleek dat huisvesting in Nuenen niet beschikbaar of te duur was, is de stichting gaan zoeken in andere gemeenten. Dat is tot en met december 2021 niet gelukt. In dat gehele jaar bleven de kinderen in Bergen wonen, op een zeer korte periode in oktober 2021 na. 6.

In de RIB van 20 december 2021 zou het gaan om een geschil in tarief over de periode van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022. Er waren immers maatwerkafspraken gemaakt voor de periode 1 januari 2021 tot 1 juli 2021. Naar onze verwachting zal het antwoord op vraag 2 niet in de buurt komen van de ruim € 400.000,-- waarover wordt gesproken in het artikel van het ED. De wethouder gaf in zijn beantwoording aan dat het geschil met de gemeente Bergen ging over een periode van 12 maanden. Kunt u concreet aangeven hoe u tot het bedrag van die ruim € 400.000, -- bent gekomen? Welke kosten zitten hierin?

Over de periode 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 heeft de gemeente Nuenen aan SKH in totaal € 410.625,- betaald. Dit bedrag is opgebouwd uit een bedrag van € 225 per kind per etmaal. Feitelijk was de gemeente Bergen wettelijk verantwoordelijk voor de kosten gedurende het hele kalenderjaar 2021. In de loop van 2022 zijn meerdere pogingen ondernomen om de gemeente Bergen met terugwerkende kracht te overreden alsnog hun verantwoordelijkheid voor de kosten te nemen. Toen duidelijk werd dat de gemeente Bergen hiertoe op geen enkele manier bereid was, heeft het college in het najaar van 2022, na ampel beraad, besloten een vordering in te stellen jegens de gemeente Bergen voor de kosten voor het hele kalenderjaar. In eerste instantie is een brief door het college van Nuenen aan het college van Bergen verzonden op 10 november 2022. Toen hierop geen reactie kwam, is op 9 januari 2023 een herinnering verzonden. 7.

Uit de RIB van 20 december 2021 blijkt dat het college niet tot een minnelijke schikking met de zorgaanbieder is gekomen. Hoe is deze zaak toen opgelost? Is er toch nog een minnelijke schikking gekomen? Mocht dit zo zijn, welke voorwaarden en bedragen waren hieraan verbonden? Mocht er geen minnelijke schikking zijn geweest, welk bedrag is betaalbaar gesteld aan de zorgaanbieder?

Zie het antwoord op vraag 1. In totaal heeft de gemeente Nuenen het volledige bedrag aan zorgkosten ter hoogte van € 410.625 betaald aan SKH.

pagina 5 van 7 3001102

8.

Het voeren van rechtszaken is erg kostbaar. Wat zijn de kosten voor de eerste rechtszaak geweest? Graag ook inzichtelijk maken wat de kosten qua ambtelijke capaciteit hierin zijn geweest?

De advocaatkosten voor de procedure in eerste aanleg bedragen € 45.092,-. De ambtelijke uren worden niet geregistreerd en dus kunnen deze niet inzichtelijk worden gemaakt. 9.

Was naar aanleiding van de eerste rechtszaak, de gemeente Nuenen verantwoordelijk voor de proceskosten van de tegenpartij? Wat bedroegen deze kosten?

In eerste aanleg is de gemeente Nuenen veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gemeente Bergen. De rechter heeft de proceskosten forfaitair bepaald op € 12.919,-. Deze zijn vooralsnog niet betaald. 10. Eenzelfde vraag als, vraag 7 inzake het hoger beroep. Wat zijn tot nu toe hierin de kosten geweest? Welke kosten zijn redelijkerwijs nog extra te verwachten wanneer dit hoger beroep door de gemeente wordt verloren? De advocaatkosten voor de procedure in hoger beroep bedragen tot nu toe € 38.082,-. De ambtelijke uren worden niet geregistreerd en dus kunnen deze niet inzichtelijk worden gemaakt. Indien de gemeente Nuenen in het ongelijk wordt gesteld zal dit waarschijnlijk gepaard gaan met een proceskostenveroordeling. De hoogte hiervan zal door het Hof forfaitair worden bepaald. Naar schatting zal deze tussen de € 5.000,- en € 10.000,- bedragen. 11. We mogen niet vergeten dat het hier gaat om kwetsbare kinderen. Deze kwestie is al een hele periode geleden. Landelijk wordt gesteld dat uithuisplaatsing een laatste middel moet zijn in de jeugdzorg. Dit brengt ons tot de volgende vraag; hoeveel kinderen zijn er in Nuenen uit huis geplaatst? Graag ontvangen wij een uitsplitsing per jaar, 2020, 2021, 2022, 2023, 2024, 2025. Wij zijn het met u eens dat het kwetsbare kinderen betrof.

Dat is ook de reden geweest dat de gemeente Nuenen bereid was om de zorgkosten tijdelijk te betalen opdat de zorgaanbieder een ander huis in onze gemeente kon zoeken. Hierdoor zouden de kinderen bij elkaar in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven. Toen bleek dat de kinderen niet meer terug zouden keren naar onze gemeente was dit niet meer verantwoorden. De gemeente Nuenen is voor het tweede half jaar onder druk gezet door de zorgaanbieder om te blijven betalen. Daarnaast is de toenmalige wethouder ook benaderd door een bestuurder van SKH en een raadslid om deze kosten toch te blijven betalen. In antwoord op uw vraag hoeveel kinderen vanuit onze gemeente uit huis zijn geplaatst kunnen wij in ieder geval met zekerheid stellen dat over de jaren 2024 en 2025 er geen gevallen van verplichte uithuisplaatsing zijn geweest.

pagina 6 van 7 3001102

Over de voorgaande jaren waarschijnlijk ook niet maar ontbreken de gegevens om dit te ondersteunen.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Nuenen De secretaris De burgemeester, J. Verbruggen

F.G.F. van Genugten

Deze brief is digitaal verstuurd en daarom niet voorzien van een fysieke handtekening.

ValidSigned door J. Verbruggen op 13-04-2026

ValidSigned door F. van Genugten op 13-04-2026

pagina 7 van 7 3001102

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16826273/1