CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

20251022 Reactie op technische vragen Combinatie Nuenen c.a. - Omgevingsplanwijziging Nuenen 'Eeneind - Berkenbos

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Omgevingsplan Eeneind - Berkenbos993 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo Onderwerp

: Reactie op vragen fractie Combinatie Nuenen c.a.

Van

: R. Klaver

Aan

: gemeenteraad

Cc

: Patrick Kok, wethouder Ruimtelijke Ontwikkelingen

Datum

: 22 oktober 2025

Bijlagen

: -

Vragen fractie Combinatie Nuenen c.a 1. De toelichting zegt dat het doel is om verrommeling en opslagboxen te voorkomen. Klopt het dat de gekozen regels een veel bredere uitwerking en ook normale vormen van verhuur, samenwerking of bedrijfsopvolging raken? Verrommeling tegengaan is niet het enige doel. Het belangrijkste doel is het in standhouden van een goed vestigingsklimaat voor bedrijven met een grotere milieugebruiksruimte. Opslag heeft doorgaans een beperkte milieugebruiksruimte, waardoor deze activiteiten niet per se op een bedrijventerrein moeten plaatsvinden. Deze activiteiten kunnen ook elders. Bedrijfsverzamelgebouwen bevatten doorgaans ook bedrijfsactiviteiten met een beperkte milieugebruiksruimte. 2. Waarom is er gekozen voor één generiek verbod in plaats van een specifiekere regeling die zich uitsluitend richt op opslagboxen, self-storageconcepten of andere verrommelende bedrijfsactiviteiten? Zie voor het antwoord het geschrevene bij vraag 1. Het gaan om meer dan alleen opslagboxen e.d.. Caravanstalling is bijvoorbeeld ook een activiteit waarvoor je de schaarse bedrijventerreinen niet wilt gebruiken. Een algemeen verbod is in de praktijk beter toepasbaar. Het is duidelijk en het voorkomt discussies over iets onder een bepaalde categorie valt of niet. 3.

Heeft het college vooraf onderzocht hoeveel bestaande bedrijven feitelijk door deze wijziging geraakt worden? Op 18 juli 2024 bestaande bedrijven vallen niet onder het verbod. 4. Klopt het dat juridisch gezien de bepaling over 'meer dan één afzonderlijk bedrijf' ook geldt voor meerdere BV’s of handelsnamen van dezelfde eigenaar en/of diens partner? Is dat proportioneel ten opzichte van het beoogde doel?

Het gaat om de vraag of er planologisch sprake is van 1 bedrijf, het gaat niet om de privaatrechtelijke structuur van een bedrijf. Als de activiteiten van een onderneming zijn ondergebracht in bijvoorbeeld verschillende b.v.’s kan er toch sprake zijn van 1 bedrijf. 5. In artikel 21.5 ontbreekt een uitzondering voor bedrijven of ondernemingen onder één eigenaar of diens partner. Kan het college bevestigen dat ook zulke bedrijven onder het verbod kunnen vallen zodra ze afzonderlijke KvK-inschrijvingen hebben? Zoals aangegeven bij vraag 4 gaat het om de vraag of er planologisch gezien sprake is van 1 bedrijf of niet. Als op 1 bouwperceel zich 2 of meer nieuwe bedrijven willen vestigen die toevallig dezelfde eigenaar hebben, dan valt dat onder het verbod. Als er sprake is van 1 bedrijf met 2 eigenaren waarbij de eigenaren elk een afzonderlijke b.v. hebben dan valt dat niet onder het verbod. 6. Is er overwogen om voor dit soort situaties een uitzondering te maken of beleidsregel op te nemen, zolang de activiteiten relationeel een samenhang hebben en geen verrommeling veroorzaken? Zie de reactie bij vraag 5. 7.

Betekent het verbod op meerdere bedrijven per bouwperceel dat huurkoop of gefaseerde bedrijfsoverdrachten - waarbij tijdelijk zowel verkoper als koper actief zijn - niet langer mogelijk zijn zonder vergunning? Een huurkoop-constructie heeft geen invloed op het aantal bedrijven. Bij een gefaseerde bedrijfsoverdracht neemt ook het aantal bedrijven niet toe. Het heeft alleen invloed op wie zeggenschap heeft over het bedrijf. 8. De toelichting zegt dat bedrijfsgebonden opslag is toegestaan en alleen zelfstandige opslag of verhuur aan derden wordt verboden. Hoe wordt in de praktijk bepaald of opslag 'gebonden' of 'zelfstandig' is? Als de hoofdactiviteit opslag is dan is er sprake van zelfstandige opslag. Als er sprake is van opslag in verband met andere bedrijfsactiviteiten die de hoofdzaak vormen dan is er sprake van bedrijfsgebonden opslag. In veruit de meeste gevallen is volstrekt duidelijk of er sprake is van zelfstandige opslag of niet. In het uitzonderingsgeval dat dit niet duidelijk is, dan wordt advies gevraagd aan een deskundige. Kan die ook geen duidelijkheid verschaffen, dan wordt de regel uitgelegd in het voordeel van het bedrijf dat de activiteiten wil gaan uitoefenen. 9. Hoe wordt voorkomen dat dit tot willekeur of interpretatieverschillen leidt bij handhaving? Zie de reactie bij vraag 8. 10.

Kan het college in het plan of in het beleid een duidelijke definitie van zelfstandige opslagruimte opnemen, bijvoorbeeld in “opslag voor of door derden” zodat daar geen discussie of verwarring over kan ontstaan?

pagina 2 van 3 REFNUMBER

Zie de reactie bij vraag 8. 11. In de nota van zienswijzen staat dat gebruik dat al plaatsvond op 18 juli 2024 toegestaan blijft. Hoe wordt, met het oog op de positieve bestemming en dus feitelijk legalisering, vastgesteld welke bedrijven op die datum actief waren? Dat hangt af van het specifieke geval. Er kan gekeken worden naar luchtfoto’s, cyclorama foto’s, milieumeldingen, milieucontroles, inschrijvingen KvK etc. Indien in een bepaald geval niet duidelijk is of een bedrijfsactiviteit pas na 18 juli 2024 is aangevangen, dan wordt in dat geval afgezien van handhaving. 12. Wordt bij controles rekening gehouden met bedrijven die vóór die datum aantoonbaar aanwezig waren maar inmiddels een andere rechtsvorm of naam hebben? Het gaat om de bedrijfsactiviteiten en niet om de rechtsvorm of naam. 13. Kan het college toezeggen dat bestaande situaties met meerdere bedrijven of deels verhuurde hallen niet actief worden gehandhaafd op basis van deze wijziging? Als er sprake is van een op 18 juli 2024 bestaande situatie is het verbod niet van toepassing en is er dus ook geen grond voor handhaving. 14. Is er een inschatting gemaakt van het risico op nadeelcompensatie of planschade als gevolg van deze regeling? De inschatting is dat deze aanpassing geen (grote) gevolgen heeft voor de waarde van de bedrijfsgrond. 15.

Is er nog tijd om in overleg met ondernemers en de raad te onderzoeken of het doel ook kan worden bereikt met specifieker geformuleerde regels of uitzonderingen. Niet als je de voorbescherming niet wilt laten vervallen. Vanuit de ondernemers zijn er overigens geen signalen dat er behoefte is aan specifieker geformuleerde regels of uitzonderingen. Mocht in de toekomst blijken dat die behoefte wel blijkt te bestaan en we die ook redelijk vinden, dan kan het omgevingsplan natuurlijk weer worden aangepast.

pagina 3 van 3 REFNUMBER

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16117887/1