2024-52 RIB Bijlage 2 - Reactienota aanbevelingen VVA4 Collse Hoefdijk
Tekst van het document
1.1
Algemene bevindingen Nummer 4.01
4.02
Beschrijving van het probleem De Parallelweg ten oosten en ten westen van de Collse Hoefdijk zijn als fietsstraten onderdeel van de F270 Helmond – Eindhoven. Beide fietsstraten zijn echter van een andere inrichting voorzien (zie foto 4.01). Het oostelijk deel is ingericht als fietsstraat met gemengd profiel en het westelijk deel is ingericht als fietsstraat met rijbaanscheiding en fietsers aan de zijkant. Beide profielen worden beschreven in Ontwerpwijzer fietsverkeer, werkbladen V12 en V14. Door twee wegvakken met dezelfde functie (fietsstraat) een andere inrichting te geven kan voor fietsers die gebruik maken van het tracé verwarring ontstaan over bijvoorbeeld de voorrangssituatie. Zowel aan de westzijde als aan de oostzijde van de oversteek over de Collse Hoefdijk liggen detectielussen (zie foto 4.02) die passerende fietsers registreren. De detectielussen zijn (nog) niet in gebruik. Hierdoor kunnen fietsers onnodig lang staan te wachten bij de verkeerslichten en neemt het risico op roodlichtnegatie toe.
Oplossingsrichting Aanbevolen wordt om voor de herkenbaarheid van een fietsstraat (en het gebruik ervan) de beide delen van de Parallelweg te voorzien van hetzelfde profiel fietsstraat.
Om te voorkomen dat fietsers onnodig lang staan te wachten en eventueel roodlicht negeren, wordt het aanbevolen om de detectielussen voor fietsers aan weerszijden van de oversteek te activeren.
Reactie wegbeheerder Het profiel is vormgegeven op basis van de omgeving en in overleg met de omwonenden. Beide uitvoeringen voldoen aan de richtlijnen van de ontwerpwijzer. De overgang tussen de twee vormen wordt gescheiden door een stuk fietspad en de oversteek met de Collse Hoefdijk, waardoor ze niet direct op elkaar aansluiten. In beide gevallen blijft de voorrangssituatie hetzelfde.
De detectielussen zijn momenteel uitgeschakeld vanwege de verdeling tussen afslaand en rechtdoor rijdend fietsverkeer. Afslaande fietsers verstoren onnodig de doorstroming van het autoverkeer. Dit wordt de komende maanden gemonitord, en indien mogelijk worden de detectielussen ingeschakeld. Daarnaast wordt onderzocht of aanpassingen in de regeling mogelijk zijn om dit probleem te voorkomen.
1.2
Horizontaal en verticaal alignement Nummer 4.03
1.3
Beschrijving van het probleem Aan de oostzijde van de oversteek zit een verlaging in de berm van 0,75-1,00 meter diep (zie foto 4.03). Wanneer een fietser bij onoplettendheid van het fietspad geraakt en in de verlaging terecht komt, neemt het risico op zwaar letsel toe.
Oplossingsrichting
Reactie wegbeheerder
Het wordt aanbevolen om te voorkomen dat fietsers de verlaging in kunnen rijden door bijvoorbeeld te dempen of fietsers te attenderen op aanwezigheid van de verlaging.
De verlaging betreft een uitstroomvoorziening voor de aanwezige watergangen. De uitstroomvoorziening wordt voorzien van paaltjes zodat deze afgeschermd is.
Oplossingsrichting
Reactie wegbeheerder
Het wordt aanbevolen om de kantmarkering op de juiste afstand van de rand van het asfalt aan te brengen. Daarmee wordt de snelfietsroute echter iets smaller.
De berm is voldoende draagkrachtig voor fietsers die hun manoeuvre willen corrigeren.
Het wordt aanbevolen om de obstakels buiten de obstakelvrije zone van 0,5 meter van het fietspad te plaatsen.
Aan ProRail is gevraagd of er smallere hekjes beschikbaar zijn. Als dat niet het geval is blijft de huidige situatie gehandhaafd. Deze situatie bestaat ook al een geruime tijd en de aanleg van de SFR heeft hier geen effect op gehad.
Dwarsprofiel Nummer 4.04
4.05
Beschrijving van het probleem De kantmarkering is op de rand van het asfalt aangebracht (zie foto 4.04). CROW hanteert in de Ontwerpwijzer fietsverkeer (bladen V6 en V64) de richtlijn dat kantmarkering minimaal 10cm van de rand van het asfalt wordt aangebracht. Door van deze maatvoering af te wijken hebben fietsers minder mogelijkheden om hun manoeuvre te corrigeren. De kans op valpartijen neemt toe wanneer ze buiten de markering fietsen. Ter hoogte van de spoorwegovergang staat het meubilair ter aanduiding van de spoorwegovergang (hekjes en borden) erg dicht op het fietspad (zie foto 4.05). CROW adviseert om een obstakelvrije afstand tot het fietspad te hanteren van minimaal 0,5 meter (ASVV, 14.1). Door deze afstand te beperken
4.06
4.07
4.08
neemt het risico toe dat fietsers met het hek in aanraking en ten val komen. Langs de snelfietsroute staan meerdere paaltjes op korte afstand van het fietspad (zie foto’s 4.06 en 4.07). Door deze afstand te beperken neemt het risico toe dat fietsers met een paaltje in aanraking en ten val komen. CROW hanteert een obstakelvrije zone van minimaal 0,5 meter (ASVV, 14.1). Aan de westzijde zijn ter hoogte van de overgang van de Parallelweg naar het fietspad paaltjes geplaatst (zie foto 4.08 en 4.09). Deze paaltjes staan op ca. 2,20 meter uit elkaar. CROW adviseert een onderlinge afstand van 1,60 meter. Door van deze maatvoering af te wijken neemt het risico toe dat gemotoriseerd verkeer oneigenlijk gebruik maakt van het fietspad en in conflict komt met fietsers. Aan de westzijde van de oversteek ligt een talud, voorzien van keerwand. Aan beide uiteinden hiervan staan boompjes en struiken die het zicht op aankomende fietsers en voetgangers beperken (zie foto 4.10). Door ze het zicht te ontnemen kunnen gebruikers van de snelfietsroute schrikken op momenten dat fietsers of voetgangers passeren of de snelfietsroute oprijden of lopen. Hierdoor neemt het risico op onverwachte bewegingen en de kans op een aanrijding toe.
Het wordt aanbevolen om de obstakels buiten de obstakelvrije zone van 0,5 meter van het fietspad te plaatsen.
Oneigenlijk gebruik van het fietspad is hier niet voor de hand liggend. Overwogen kan worden om de overgang van Parallelweg naar fietspad in te richten conform voorzieningenblad V7 van de Ontwerpwijzer fietsverkeer, zodat gemotoriseerd verkeer geen oneigenlijk gebruik kan maken van het fietspad en fietsers voldoende geattendeerd worden op de paaltjes. Het wordt aanbevolen om het zicht op kruisend (langzaam) verkeer te optimaliseren, bijvoorbeeld door het openbaar groen ter hoogte van het aansluitende voetpad structureel te snoeien.
Door het verder naar buiten plaatsen van de paaltjes gaat het bedoelde effect, oneigenlijk gebruik door auto's, verloren. Er is wel een kantmarkering of band aanwezig ter hoogte van de paaltjes. Voorgesteld wordt om deze paaltjes te laten staan. De constatering is juist, evenals de constatering dat oneigenlijk gebruik niet voor de hand liggend is. Om de kans op aanrijdingen met paaltjes te minimaliseren is er voor gekozen om een grotere afstand te gebruiken. In de afgelopen periode zijn er vanuit de praktijk geen signalen dat deze situatie aangepast moet worden.
Aanbeveling wordt overgenomen.
1.4
Kruispunten Nummer 4.09
1.5
Beschrijving van het probleem De volledige ruimte van de tussenberm (fietspad Collse Hoefdijk en rand van de rijbaan) is ca. 2,50 tot 2,60 meter aan de oostzijde en ca. 2,50 tot 2,70 meter aan de westzijde. De formele opstelruimte in de tussenberm tot de stopstreep is ca. 1,20 meter (oost) en 1,40 meter (west) lang (zie foto 4.11 en 4.12). De Ontwerpwijzer Fietsverkeer adviseert een opstelruimte van minimaal 2,50 meter. Door hiervan af te wijken bestaat het risico dat fietsers die zich op de snelfietsroute bevinden en voor het verkeerslicht staan te wachten, het fietspad van de Collse Hoefdijk blokkeren, waardoor ongevallen tussen (brom)fietsers kunnen ontstaan. Daarnaast bestaat het risico dat overstekende fietsers die voorrang moeten geven aan fietsers op de Collse Hoefdijk de rijbaan blokkeren waardoor ongevallen tussen (brom)fietsers en gemotoriseerd verkeer kunnen ontstaan.
Oplossingsrichting Het wordt aanbevolen om de opstelruimte in de tussenberm te vergroten zodat het fietspad parallel aan de Collse Hoefdijk en de rijbaan zelf niet geblokkeerd worden.
Reactie wegbeheerder De formele opstelruimte is inderdaad klein. Informeel is de afstand, zoals in de beschrijving vermeld groter en sluit beter aan bij de ontwerpwijzer. De drukknoppaal is zo geplaatst dat wachtende fietsers in de informele ruimte staan. Vooralsnog geen aanpassingen.
Markering, bebording, bebakening en verlichting Nummer 4.10
Beschrijving van het probleem Langs de rijbaan van de Collse Hoefdijk staat bebording (zie foto 4.13) die weggebruikers op de Collse Hoefdijk attendeert op aanwezigheid van de fietsoversteek. Het bord is bevestigd op de paal van de waarschuwingslichten voor
Oplossingsrichting Het wordt aanbevolen om het bebordingsplan rond de spoorwegovergang op dusdanige wijze in te richten dat voor weggebruikers duidelijk is op welke plaats ze andere (kruisende)
Reactie wegbeheerder Het bord overstekende fietsers wordt op een andere plaats dan de paal met de waarschuwingslichten van de spoorwegovergang geplaatst.
4.11
4.12
4.13
de spoorwegovergang en valt weg door aanwezigheid van andere bebording. Door het bord te missen bestaat de mogelijk dat gemotoriseerd verkeer kruisend fietsverkeer over het hoofd zien. Hierdoor neemt het risico op aanrijdingen met een fietser toe. Gemotoriseerd verkeer dat het bord wel ziet, kan door de combinatie met de waarschuwingslichten in verwarring raken over de ligging van het kruisende fietspad (ligt het vóór de spoorwegovergang of erna?), wat kan leiden tot onverwachte manoeuvres.
verkeersdeelnemers kunnen tegenkomen.
Ter hoogte van de overgang van solitair fietspad naar fietsstraat (zowel westzijde als oostzijde) zijn afsluitpaaltjes geplaatst (zie foto 4.14) . Deze paaltjes zijn voorzien van inleidende markering, maar de markering wijkt af van de door CROW voorgeschreven lengte en vormgeving. Hierdoor ontstaat de kans dat fietsers tegen het paaltje oprijden met kans op letsel. Langs de rijbaan van de Collse Hoefdijk staat op meerdere plaatsen bebording (zie foto 4.15). Het openbaar groen onder de borden is dermate hoog dat delen van sommige borden wegvallen. Hierdoor bestaat het risico dat weggebruikers de borden niet zien en de verkeerssituatie waarvoor de borden gelden, te laat zien of verkeerd inschatten. Hiermee neemt de kans op een ongeval toe. Langs het solitaire fietspad zijn verkeersborden opgenomen om gebruikers van het fietspad te
Aanbevolen wordt om conform de richtlijnen (Ontwerpwijzer Fietsverkeer, V7) markering aan te brengen die de afsluitpaaltjes inleiden.
De inleidende markering wijkt af, maar heeft hetzelfde effect. Aan één zijde is deze korter omdat dit ter hoogte van een zijweg is. Anders staat de markering voor gebruikers vanuit die zijweg dwars over de rijrichting.
Het wordt aanbevolen om het openbaar groen rond de spoorwegovergang structureel te snoeien zodat het zicht op bebording optimaal blijft.
Het waarschuwingsbord voor de overstekende fietsers wordt hoger geplaatst. Er zal extra aandacht zijn voor het maaien rondom het wegmeubilair.
Aanbevolen wordt om bij plaatsing van verkeersborden de minimale
Het bord wordt vervangen en hoger op de paal geplaatst.
attenderen op de voorrangssituatie en het kruisende verkeer. Een van de verkeersborden (zie foto 4.16) is echter op beperkte hoogte geplaatst (< 2,00 meter) en wijkt daarmee af van wat wordt voorgeschreven in de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens (paragraaf 2 Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden). Door een verkeersbord (te) laag aan een paal te bevestigen bestaat het risico dat een (onoplettende) fietser het bord raakt tijdens het passeren en daardoor ten val komt en/of gewond raakt.
1.6
plaatsingshoogte in acht te nemen, zoals deze beschreven wordt in paragraaf 2 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW.
Human Factors Nummer 4.14
4.15
Beschrijving van het probleem Tijdens de audit is waargenomen dat de verkeerslichten voor fietsers op rood blijven staan terwijl de parallel gelegen spoorwegbomen gesloten zijn en gemotoriseerd verkeer staat te wachten. (zie foto 4.17). Hierdoor neemt het risico op roodlichtnegatie door fietsers toe. Niet alleen tijdens momenten met gesloten spoorwegbomen, maar bij frequente gebruikers van de snelfietsroute ook op momenten dat gemotoriseerd verkeer wel rijdt. Net voorbij het talud in de noordwesthoek van de oversteek komt een half verhard pad uit op de
Oplossingsrichting Het wordt aanbevolen om de verkeerslichtenregeling zo in te richten dat fietsers die gebruik maken van de snelfietsroute groen licht krijgen tijdens momenten dat de spoorwegbomen gesloten zijn.
Aanbevolen wordt om het groen rond het pad structureel te snoeien zodat het zicht op
Reactie wegbeheerder Deze vraag is nogmaals voorgelegd aan ProRail omdat dit het gevolg is van landelijke eisen van ProRail bij VRI's in de buurt van een spoorweg overgang.
Zoals bij 4.08 vermeld wordt hier gesnoeid waardoor het zicht verbeterd.
snelfietsroute (zie foto 4.18). Dit pad wordt ook gebruikt door fietsers (blijkt uit de bandensporen). Bij het pad is geen bebording geplaatst die uitsluitend gebruik door voetgangers verplicht. Als fietsers of voetgangers via het pad achter het talud langs de snelfietsroute op gaan, kunnen fietsers die zich daarop begeven schrikken en neemt het risico op aanrijdingen tussen fietsers (en voetgangers) toe.
aankomende fietsers optimaal is. Als alternatief kan worden overwogen om het pad te verleggen en verder westelijk aan te laten sluiten, zodat verkeer op de snelfietsroute en het half verhard pad zicht heeft op elkaar.