CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-50 RIB Bijlage - Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX stedelijk Brabant

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Raadsinformatiebrieven20.562 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2025-2028 onderzoeks- en ontwikkelstrategie

Eerste onderdeel van totaalverkenning naar orde van grootte 15.000-25.000 woningen erbij binnen de ring tot 2040 (incl. groei van werkgelegenheid). Opstellen ‘Ontwikkelperspectief en uitvoeringsagenda Spoorzonegebied Oss’ met daarin uitgangspunten voor schaalsprong naar stedelijk interactiemilieu: • Aanpak barrièrewerking spoor in Spooragenda als randvoorwaarde voor groei met 6.000 woningen en 3.000 werkplekken • Kwaliteitsimpuls station en omgeving om schaalsprong in gebruik te faciliteren • Verbinden Pivot Park met spoorzone om verdere doorontwikkeling innovatieve campus te stimuleren • Toevoegen spoorzonegebied Oss als grootschalige woningbouwlocatie in de Brabantse Stedenrij • Aandacht voor goederenvervoer in relatie tot ontwikkeling spoorzone Eerste onderdeel van totaalverkenning naar orde van grootte 10.000-20.000 woningen erbij op loop- en fietsafstand van het station (incl. groei van werkgelegenheid).

Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

49

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Regionale uitwerking van het instrumentarium voortkomend uit de gezamenlijke Toolbox Dorpenstrategie

Gemeenten Land van Cuijk, Bernheze, Boekel, Maashorst, Oss en Meierijstad, Boxtel, SintMichielsgestel, provincie, woningbouwcorporaties

Najaar 2025 opstarten

Agendalid: Vught

Q1

Ontwikkelprincipe 4: Mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp Provincie, gemeente 's-Hertogenbosch, Oss en RNOB

2025

Gemeente Oss, RNOB, gemeente ’s-Hertogenbosch, Waalwijk, Boxtel, Meierijstad, Maashorst en provincie.

2025-2026

Programmering en planning maken van bedrijventerreinen voor de periode 2030-2040. Inclusief handelingsperspectief over hoe te komen tot ruimtelijke keuzes voor nieuwe grootschalige bedrijventerreinen en ontwerpend onderzoek naar het beter benutten – waaronder verdichten, ontmengen en meervoudig ruimtegebruik – van de bestaande bedrijventerreinen.

Provincie en RNOB in samenwerking SRsH en waterschap Aa en Maas

2025

Verkenning van de noodzakelijke ruimte voor productie (=milieucat. 3+) in en om de stad en de wijze waarop deze weerbaar blijft in de druk op de ruimte die ontstaat met name vanuit wonen.

Gemeente ’s-Hertogenbosch en Oss in samenwerking met Maashorst, Meierijstad, Boxtel, Land van Cuijk, Vught en provincie

2026

De doelstellingen uit het MMMP worden vertaald naar projecten en maatregelen, die de verstedelijkingsstrategie gaan ondersteunen. De afweging van de projecten en maatregelen zal, na doorrekening op effecten, investeringen en bestuurlijke prioritering, in afstemming met de verstedelijkingsafspraken plaatsvinden. Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie Als vervolg op het Brabantbrede ruimtelijk-economisch handelingsperspectief: opstellen doorvertaling voor de SRsH (van sectoraal EZ naar integraal RO & van hectaren uitleg naar m2 kwaliteitsverbetering). Doel: • Inzicht in wat is er nodig voor de economie van morgen (vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, aantrekkingskracht talent, bereikbaarheid, energie, onderwijs, ruimtevraag circulair) • Regioprofiel: waar welke ambitie/speerpunten/typologie?

50

Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

51

Stedelijke Regio Zuidoost Brabant

Afbeelding 14: Regioafbakening Stedelijke Regio Zuidoost Brabant en alle ontwikkelprincipes (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

52

3.4

Stedelijke Regio Zuidoost Brabant

In 2020 is er het MIRT-onderzoek Verstedelijking en mobiliteit van de Brainportregio opgesteld. Tijdens het BO MIRT van 25 november 2020 zijn er vervolgafspraken gemaakt. Een hiervan was om deze verder uit te werken in een Verstedelijkingsakkoord SGE. In juni 2022 is deze opgeleverd en hebben Rijk, Provincie en regio (Stedelijk Gebied Eindhoven) hiermee ingestemd. Het akkoord bevat een visie- en een afsprakendeel. Daarmee is een uitvoeringsagenda verstedelijking voor de 9 SGE-gemeenten vastgesteld. De hele regio Zuidoost-Brabant heeft daarna gezamenlijk een ontwikkelstrategie opgesteld voor de 21 gemeenten van de MRE (Metropoolregio Eindhoven), waaronder ook de 9 SGEgemeenten. Het Verstedelijkingsakkoord SGE is hiervoor vertrekpunt geweest. Op 13 juli 2023 hebben alle 21 gemeenten en 2 waterschappen ingestemd met de Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant. Via een brief van 6 februari 2024 heeft ook de Provincie ingestemd met de Ontwikkelstrategie. Deze Ontwikkelstrategie is vooral een visiedocument met 5 ontwikkelprincipes, maar bevat ook enkele nadere afspraken om uit te werken.

Meerjarige multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) in relatie tot de verstedelijkingsopgave van ZO-Brabant In de regio ZO-Brabant wordt via het MMMP concreet gemaakt welke mobiliteitsprojecten nodig zijn voor onder andere de verstedelijkingsambitie. Hierbij zijn een aantal projecten belangrijk vanuit verstedelijking die meegenomen moeten worden in het MMMP. Dit gaat o.a. over twee nieuwe treinstations in Eindhoven (Acht en Tongelre), de Brainportlijn, de zuidelijke ontsluiting Helmond/A67 en het afwaarderen van de N270 traverse dwars door Helmond.

Zowel de Verstedelijkingsstrategie SGE, als de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant sluiten goed aan bij het Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant. Dat geldt ook voor de diverse afspraken tussen Rijk, provincie en regio die hieruit zijn voortkomen. Voor die afspraken verwijzen we naar het afsprakendeel Verstedelijkingsakkoord SGE en de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Alleen de afspraken rondom strategische/ grootschalige woningbouwlocaties worden herhaald in onderstaand overzicht. De overige afspraken zijn nieuwe afspraken of een vervolg op de bestaande afspraken. Investeringen in ondernemingsklimaat microchipsector Naast deze trajecten hebben Rijk, provincie en regio in 2024 onder de noemer, project Beethoven, bestuurlijke afspraken gemaakt over investeringen ter verbetering van het ondernemingsklimaat voor de microchipsector. Dit pakket aan maatregelen (2,51 miljard) is gericht op meer talent voor de halfgeleidersector; mobiliteit en betaalbare woonruimte; voldoende fiscale armslag voor bedrijfsleven; meer samenwerking en coördinatie rondom exportcontrole en een nationale agenda voor de chipsector (Semicon Valley Agenda). Eerder in 2022 investeerden Rijk en regio 1,6 miljard in het verbeteren van de bereikbaarheid en het versnellen van de woningbouw in regio Brainport Eindhoven, onder de noemer ‘Brainportdeal’.

Dit met als doel de fysieke en economische groei van de regio te faciliteren. Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

53

Uitvoeringsafspraken Naast de Brabantbrede uitvoeringsafspraken zijn voor de Stedelijke Regio Zuidoost Brabant de volgende uitvoeringsafspraken opgenomen: Stedelijke Regio Zuidoost Brabant Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Gemeente Helmond, Waterschap Aa en Maas

Lopend traject

Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking Boven de grond brengen van Groen-blauwe dooradering in centrum Helmond/ Helmondse Aa. Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking Onderzoeken van concrete maatregelen om te komen tot uitvoering van de Ontwikkelvisie Landgoed Gulbergen, inclusief financiële opgave, MRE, gemeente Nuenen zoals vastgesteld door de Metropoolregio Eindhoven tot een regionaal Stadspark, dat binnen de financiële kaders die de Metropoolregio en Geldrop-Mierlo Eindhoven conform de businesscase bij de Ontwikkelvisie heeft meegegeven.

2025

Onderzoek om te komen tot een ontwikkelvisie en businesscase om de omgeving Wielewaal te ontwikkelen tot regionaal landschapspark als verbinding van de stad met het buitengebied.

Gemeente Eindhoven, provincie en waterschappen

Lopend traject

Verder werken aan de beleefbaarheid van het GEOPARK Peelhorst en Maasvallei en toewerken naar de UNESCO-status.

Gemeenten, Waterschap Aa en Maas en provincie.

Lopend traject

Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp Doorontwikkelen Ontwikkelperspectief Eindhoven voor verstedelijking van de gehele stad.

Gemeente Eindhoven met Lopend traject het SGE, provincie, VRO, I&W

Doorontwikkelen Ontwikkelperspectief voor verstedelijking Helmond Centrum+ tot stedelijk centrumgebied (10.000 woningen). Toevoegen Helmond Centrum+ als grootschalige woningbouwlocatie in de Brabantse Stedenrij.

Gemeente Helmond met het SGE, provincie, VRO, I&W

Lopend traject

Opstellen gebiedsvisie voor bedrijventerrein De Run, waarin in – naast de ambities uit de integrale gebiedsvisie Ontwikkelas Zuidwest (circa 3.000 woningen en aanleg HOV4) in ieder geval de doorontwikkeling van ASML met tenminste 20.000 arbeidsplaatsen in de periode tot 2035 mogelijk wordt gemaakt. Deze extreme intensivering vraagt om een visie op uitplaatsing/schuifruimte, ruimtelijke inpassing en aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen. Ook worden er hogere eisen gesteld aan het geboden werkmilieu, waarbij er aandacht moet zijn voor het voorzieningenniveau en een aantrekkelijke groene openbare ruimte.

Gemeenten Eindhoven en Veldhoven met provincie, VRO, EZ en I&W

Lopend traject

Opstellen ontwikkelvisie voor verstedelijking in centra/langs OV-knopen van Geldrop, Best, Veldhoven en Helmond Brandevoort (circa 18.000 woningen) en de Helmondse stations ’t Hout en Brouwhuis.

Betreffende gemeente, het SGE, provincie, VRO, I&W

Lopend traject

Onderzoek naar ontwikkelkansen verstedelijking en mobiliteit van (H)OV-knopen Best, Eersel, Deurne, Geldrop en Maarheeze. (ca. 20.00025.000 woningen). Onderzoeken of deze HOV-knopen kunnen worden toegevoegd als grootschalige woningbouwlocatie in de Brabantse Stedenrij.

Betreffende gemeenten, MRE, provincie, VRO en I&W.

Lopend traject

Onderzoek naar de benodigde groei aan voorzieningen in Zuidoost-Brabant, inclusief benodigde financiering.

MRE, gemeente Eindhoven, provincie, VRO

2024

54

Stedelijke Regio Zuidoost Brabant Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Toewerken naar concrete afspraken over de ruimtelijke inrichting (ontwikkelprincipe 3) voor de dorpse kernen (niet stedelijke gebieden), als Subregio de Peel, MRE en uitwerking van de ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. In de Peel gebeurt dit onder de naam Peelakkoord. provincie

Planning 2024-2025

Subregio de Peel en MRE verzorgt de coördinatie

2026

Opstellen van een ruimtelijk-economische visie voor de regio inclusief programmering werklocaties en zoektocht naar nieuwe terreinen (ook voor circulaire economie) inclusief aandacht voor bestaande werklocaties.

MRE, provincie, waterschap

2024-2025

Verkennen van de kansen voor verstedelijking, op het moment dat milieubelastende of grote ruimtevragende bedrijvigheid uit centrumgebieden wil vertrekken. Hierbij ook link leggen met de programmering bedrijventerreinen. Uitgangspunt is dat de bedrijvigheid en werkgelegenheid hierbij behouden blijft voor gemeente en/of regio.

Betreffende gemeente, MRE, provincie, VRO

Doorlopend

Integrale ruimtelijke afweging en regionale afstemming ten behoeve van ontwikkeling van Kempisch Bedrijventerrein (KBP 2) als onderdeel van de regionale programmering bedrijventerreinen.

Kempengemeenten en provincie

2024-2025

Integrale ruimtelijke afweging en regionale afstemming ten behoeve van ontwikkeling bedrijventerrein Brainport-Oost onder voorbehoud van de regionale programmering bedrijventerreinen.

Peelgemeenten en provincie

2024-2025

Indien bedrijven de lokale bedrijventerreinen ontgroeien, verkennen we de groei- en locatiemogelijkheden. Uitgangspunt is dat bedrijvigheid die de regio versterkt blijft behouden en op een toekomstbestendige plek gehuisvest wordt.

Betreffende gemeente, provincie, VRO en indien nodig (sub)regio.

Regionale uitwerking van het instrumentarium voortkomend uit de gezamenlijke Toolbox Dorpenstrategie. Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

55

4

4.

Samenwerkingsafspraken

Rijk, provincie, stedelijke regio’s en waterschappen werken als één overheid samen aan de opgave om te komen tot duurzame verstedelijking in Brabant. Het ‘Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant en eerste uitvoeringsafspraken’ is het gezamenlijke uitgangspunt voor deze uitvoeringsagenda Voor de uitvoering van de NOVEX-afspraken zijn goede samenwerkingsafspraken en een goed gecoördineerde aanpak nodig, zowel Brabantbreed als binnen de vier stedelijke regio’s. In dit hoofdstuk zijn de afspraken over deze samenwerking concreet gemaakt. Hierbij wordt ingegaan op de organisatie en overlegstructuur van de uitvoering van deze agenda, de raakvlak-trajecten waarmee moet worden afgestemd en de werkwijze voor het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en oplossen van ruimtelijke dilemma’s. Afspraak 1: De samenwerkende partijen van NOVEX Stedelijk Brabant vertalen het Ontwikkelperspectief en de afspraken in deze uitvoeringsagenda naar hun eigen beleid en planologisch instrumentarium zoals nationale en provinciale en lokale (ruimtelijke) weten regelgeving, omgevingsvisies en –plannen, beleidskaders en uitvoeringsagenda’s. Zij dragen bij aan de uitvoering en het actueel houden van de uitvoeringsagenda van het Ontwikkelperspectief. In het proces van beleidsborging en aanpassing van deze instrumenten wordt voldaan aan de wettelijke vereisten, bijv. Plan-MER.

In deze uitvoeringsagenda worden daarmee geen MER-plichtige kaderstellende keuzes opgenomen. Dit betekent onder meer dat het Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant: 1.

Integraal is meegenomen in het Ruimtelijk Voorstel voor Brabant en wordt meegenomen in de op te stellen Nota Ruimte van het Rijk.

2.

Afgestemd is met het Beleidskader Wonen- Werken en het Beleidskader Mobiliteit van de provincie Noord-Brabant en wordt opgenomen in een later op te stellen actualisatie van de provinciale Omgevingsvisie.

3.

Uitgewerkt wordt in Ontwikkelperspectieven/ RIA’s /multimodale mobiliteitspakketten voor de stedelijk regio’s van Brabant en andere strategische (integrale danwel meer sectorale) beleidsstukken met betrekking tot de verstedelijkingsopgaven in de stedelijke regio’s.

4.

Richtinggevend is voor actualisatie of aanpassing/aanscherping van omgevingsvisies, omgevingsprogramma’s of omgevingsplannen van gemeenten binnen de stedelijke regio’s, waarbij de besluitvorming ligt bij de gemeenteraden.

Afspraak 2: De uitvoeringsagenda wordt periodiek geactualiseerd De agenda is adaptief en wordt periodiek geactualiseerd. Het streven is om de actualisatie te bekrachtigen in het BO Leefomgeving (en indien nodig BO-MIRT), nadat instemming heeft plaatsgevonden in de colleges en de stuurgroep voor NOVEX Stedelijk Brabant. In deze actualisatie wordt ook beschouwd of er aanvullend uitwerkingen noodzakelijk zijn vanuit de NOVEX-systematiek, zoals het opstellen van een investeringsagenda voor onderdelen van de uitvoeringsagenda. Afspraak 3: Werken als 1 overheid Het samenwerken als één overheid betekent dat partijen niet alleen samen aan de inhoud en uitvoering werken, maar ook dat ingezet wordt op het delen van kennis, kunde, capaciteiten en werkbudgetten en samen zoeken naar nieuwe financieringsmodellen en uitbreiding van het instrumentarium dat nodig is om de opgaven te realiseren. Het platform hiervoor is het Directeuren Overleg NOVEX Stedelijk Brabant. Binnen dit DO worden de kansen en mogelijkheden voor het delen van kennis en kunde besproken en waar nodig geagendeerd in de stuurgroep. Het DO komt bijeen voorafgaand aan de stuurgroep. Afspraak 4: Gezamenlijk werk- en onderzoeksbudget Om invulling te kunnen geven aan de afspraken en de daarvoor benodigde onderzoeken en uitwerkingen is budget nodig.

Voor de Brabantbrede afspraken in de periode 2023-2025 benutten de samenwerkende partijen zoveel mogelijk de SPUK bijdrage van het Rijk voor NOVEX Stedelijk Brabant (200.000,--). Wanneer die niet toereikend of doelmatig blijkt, spreken partijen met elkaar voor de overige Brabantbrede afspraken de verdeelsleutel af zoals eerder gehanteerd voor het opstellen van het gezamenlijke Ontwikkelperspectief: stedelijke regio ieder 10%, waterschappen: 10%, provincie 25% en VRO 25%. Voor budget voor onderzoeken en uitwerkingen voor afspraken binnen de stedelijke regio’s staan primair de betreffende trekkers en betrokken partijen aan de lat voor de bekostiging. Afspraak 5: Stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant NOVEX Stedelijk Brabant is het bestuurlijk verband waarbinnen partijen komen tot de uitvoering en uitwerking van de verstedelijkingsopgave voor NOVEX Stedelijk Brabant zoals beschreven in het Ontwikkelperspectief en deze Uitvoeringsagenda. De stuurgroep Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

57

NOVEX Stedelijk Brabant is de Brabantbrede integrale tafel op het gebied van duurzame verstedelijking. Op deze tafel bespreken en besluiten de samenwerkende partijen over de integrale koers. De stuurgroep wordt voorgezeten door één van de deelnemers en bestaat uit: Directeuren Rijk (in ieder geval VRO en I&W), gedeputeerde Ruimte provincie Noord-Brabant, voorzitters van de regionale stuurgroep verstedelijking, één bestuurder namens de 4 Brabantse waterschappen en wordt ondersteund door de projectleiders. De stuurgroep komt zo vaak bijeen als nodig is voor een goede voortgang van de uitvoering van NOVEX Stedelijk Brabant en altijd minimaal voorafgaand aan BOL en BO MIRT. In de stuurgroep worden de agendapunten voor de uitvoering van NOVEX Stedelijk Brabant geformuleerd, vindt voorbereiding plaats van e. de agenda van het BOL, BO-MIRT, en stuurgroep basisnetspoor voor de agendapunten die voortkomen uit NOVEX Stedelijk Brabant. De stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant wordt voorbereid door het Brabantbrede Directeurenoverleg en het ambtelijk kernteam. Iedere deelnemer van de stuurgroep organiseert het mandaat van de eigen achterban. Voor de gemeenten betekent dit dat zij het proces organiseren om te kunnen spreken en besluiten namens de gemeenten in de eigen stedelijke regio.

Het waterschap zorgt voor het mandaat van de vier waterschappen, de directeur VRO zorgt voor afstemming en inbreng vanuit VRO, EZ en LVVN, de directeur I&W spreekt namens heel I&W, en de gedeputeerde Ruimte zorgt voor afstemming met Gedeputeerde Staten. Afspraak 6: Stuurgroepen stedelijke regio’s WBW, SRBT, SRsH, en ZO De stuurgroep stedelijke regio WBW, SRBT, SRsH en het MRE Ruimte van de regio Zuidoost Brabant zijn het bestuurlijke verband waarbinnen partijen de uitvoeringsafspraken uit deze Uitvoeringsagenda met betrekking tot stedelijke regio oppakken en uitvoeren, maar ook waarbinnen de deelnemers van de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant afstemmen en mandaat ophalen voor te bespreken of besluiten punten in de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant. De stuurgroep wordt voorgezeten door een van de deelnemers en bestaat uit de portefeuillehouders ruimte van provincie, waterschap en betrokken gemeenten of portefeuillehouders namens subregio’s binnen de stedelijke regio (afhankelijk van het aantal gemeenten in de stedelijke regio). De stuurgroepen worden voorbereid door een directeurenoverleg en een ambtelijke kerngroep. 58

Het MRE Ruimte is de stuurgroep van de regio ZO waar de integrale verstedelijkingsopgave besproken wordt. In dit Poho zijn Eindhoven en Helmond de verbindende schakels naar Stuurgroep Stedelijk Brabant. Zij halen mandaat op in het Poho MRE Ruimte. Het MREruimte wordt voorbereid door een Ambtelijk Overleg. Afspraak 7: Coördinatieteams uitvoering afspraken Uitvoeringsagenda (op schaal regio en Brabantbreed) Op het schaalniveau van Brabant organiseert en bewaakt het ambtelijk kernteam voor NOVEX Stedelijk Brabant de voortgang van de uitvoeringsacties uit deze agenda. Binnen de stedelijke regio’s staan regionale teams aan de lat voor coördinatie van de afspraken op het niveau van de regio. De teams bereiden de agenda voor het DO en de stuurgroep van de stedelijke regio voor. Belangrijke agendapunten voor de korte termijn zijn het opstellen van een strategische programmering van verstedelijkingslocaties binnen de regio’s en de uitwerking van de regionale ontwikkelperspectieven in verstedelijkingsrichtingen voor de langere termijn. Deze teams hebben ook een agenderende rol voor de ontwikkeling van de regio/Brabant op het gebied van verstedelijking. Afspraak 8: Positie MRE/Brainport i.r.t. NOVEX stedelijk Brabant en BO-Brainport De opgaven m.b.t.

verstedelijking en mobiliteit in de Brainportregio vallen sinds 1 januari 2024 onder het Bestuurlijk Overleg Verstedelijking en Bereikbaarheid (BO V&M) in de Brainportregio. De voorbereidingen van het BO-Mirt, het BOL en BO Brainport lopen voor zover het activiteiten met een regionale impact betreft via het BO V&M. Voor verstedelijking is een bestuurlijk voorportaal ingericht: de Bestuurlijke Advies Groep (BAG) Verstedelijking. Hier worden relevante dossiers voorbesproken. Waar nodig wordt afstemming gezocht tussen de BAG verstedelijking en de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant. Afstemming tussen regio Zuidoost-Brabant en de andere Brabantse regio’s kan plaatsvinden via de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant. Bij een impact op Zuid-Nederlandse schaal verloopt de besluitvorming waar dit buiten de afgesproken kaders gaat voor mobiliteit via de Multimodale Agenda Zuid-Nederland/ in de Programmaraad SmartwayZ.NL.

Afspraak 9: Programmaraad SmartwayZ.NL De Programmaraad SmartwayZ.NL is de integrale tafel voor het strategisch gesprek over de bereikbaarheid in Zuid-Nederland. In de Programmaraad SmartwayZ.NL wordt de Multimodale Mobiliteitsagenda Agenda Zuid-Nederland vastgesteld en worden de uitvoeringsafspraken voorbereid tussen Rijk-regio met betrekking tot mobiliteit in BO MIRT voor landsdeel Zuid. Voor de MMA is NOVEX Stedelijk Brabant een belangrijk uitgangspunt. Afspraak 10: Afstemming meerjarige multimodale mobiliteitspakketten (MMMP) In elke stedelijke regio worden meerjarige multimodale mobiliteitspakketten (MMMP) opgesteld. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van de Brabantbrede afstemming tussen de meerjarige multimodale mobiliteitspakketten van de vier stedelijke regio’s ligt bij het bestuurlijk overleg Slimme en Duurzame Mobiliteit BrabantStad (SDMB). Tijdens het proces van het op- en vaststellen van de mobiliteitspakketten en agenda’s vindt afstemming plaats met de integrale verstedelijkingstafels binnen de regio’s en Brabantbreed (de stuurgroepen/bestuurlijk overleggen in kader van NOVEX Stedelijk Brabant). De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de mobiliteitspakketten ligt bij een bestuurlijke kopgroep of Stuurgroep MMMP per regio, maar het MMMP is een gezamenlijk product van regio en provincie.

De MMMP’s worden bestuurlijk vastgesteld door de poho-overleggen Mobiliteit (inclusief provincie) in de betreffende regio’s. In het poho-overleg worden afspraken gemaakt over inhoudelijke prioriteiten en de verdeling van middelen binnen MMMP. Uitvoeringsafspraken binnen de regio (provinciegemeenten) over mobiliteitsprojecten worden jaarlijks gemaakt in het Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP) van de betreffende stedelijke regio tijdens de regionale ontwikkeldagen/omgevingsdagen. Afspraken met het Rijk lopen via de Multimodale mobiliteitsagenda, zie ook het vorige punt. Afspraak 11: Strategisch ruimtelijk overleg Afspraken over structurerende keuzes voor duurzame verstedelijking die naar voren komen in de verdere uitwerking en doorvertaling van het Ontwikkelperspectief en de Uitvoeringsagenda worden voorbereid in het strategisch ruimtelijk overleg in de stedelijke regio’s. Het doel van dit overleg is om vanuit de gezamenlijk vastgestelde ontwikkelprincipes te komen tot een goede integrale ruimtelijke koers en concrete keuzes

Afbeelding 15: Samenhang mobiliteitsprogramma’s

op hoofdlijnen. Binnen elke stedelijke (sub-)regio organiseren gemeenten, provincie en waterschappen hiervoor een periodiek strategisch ruimtelijk overleg. Hierin bespreken zij plannen van gemeenten voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, met een bovenlokale component integraal met elkaar en geven vroegtijdig richtinggevende adviezen. Voor het vormgeven van dit strategisch ruimtelijk overleg gelden de volgende uitgangspunten, waarbij regionaal maatwerk mogelijk is: •

het team is goed georganiseerd en bestaat uit een vast team dat langdurig met elkaar samenwerkt;

•

het team adviseert vanuit regionaal belang in relatie tot de ontwikkelprincipes van de verstedelijkingsstrategie.

Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

59

Partijen werken de benodigde werkstructuur hiervoor uit en nemen daarover een besluit in de betreffende stuurgroep van de stedelijke regio, uiterlijk Q1 2025. In deze werkstructuur wordt in elk geval beschreven wat de rol van de waterschappen, provincie (en rijk) zijn i.r.t. de rol van de gemeenten voor het agenderen van opgaven en doorhakken van knopen.

In de regio’s West-Brabant-West en SRBT is het denken over deze heruitlijning al in gang gezet, mede door de verschuivingen in de regionale samenwerking in die regio’s. In het MRE wordt al gewerkt met een integraal POHO ruimte waar de integrale verstedelijkingsopgave wordt besproken.

Wanneer er bij een opgave sprake is van een bovenregionale component (dus regiooverstijgend) dan wordt die via het Brabantbrede kernteam geagendeerd in de Brabantbrede werkgroep/DO/stuurgroep voor NOVEX Stedelijk Brabant.

Deze heruitlijning kost tijd en vindt plaats ‘met de winkel open’. Het denken over moet in alle regio’s in 2024 in gang zijn gezet, de nadere uitwerking en besluitvorming kan dan in 2025 vorm krijgen.

Afspraak 12: (Her)uitlijning (regionale) werkprocessen tussen ontwikkeldagen en regionale stuurgroepen NOVEX Stedelijk Brabant De programmering van wonen en werken in de stedelijke regio’s loopt qua voorbereiding, uitwerking en besluitvorming -in de meeste regio’s- via de lijn van de regionale samenwerking (poho’s) en de regionale ontwikkeldagen (of regio- of omgevingsdagen). Met het ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant en de Uitvoeringsagenda én de versterkte samenwerking tussen de overheden is er nu een tafel ontstaan waar ingezet wordt op een meer integrale, strategische en samenhangende aanpak tussen die verschillende (tot op heden soms ‘sectorale’) acties rondom de verstedelijkingsopgave. Tegelijkertijd is de vorm en invulling van de ontwikkeldagen in beweging en verbreedt het geleidelijk van primair mobiliteit en ruimte naar een meer integraal strategisch overleg over de opgaven in de fysieke leefomgeving vanuit de drie sporen van het ruimtelijk voorstel: natuur en landbouw, energie en (circulaire) economie en verstedelijking.

De opgaven rondom verstedelijking vragen om duidelijkheid en goede afspraken over hoe we kunnen komen tot een goede voorbereiding van de integrale ruimtelijke keuzes in de stuurgroepen voor de stedelijke regio’s en de afspraken over wonen, werken en mobiliteit die via de tafels van de ontwikkeldagen en de regionale overleggen worden voorbereid. Dit vraagt de komende tijd om een (her)uitlijning van de onderliggende (regionale) werkprocessen en wijze van besluitvorming op de ontwikkeldagen en in regionale stuurgroepen voor de integrale verstedelijkingsopgave in het kader van NOVEX Stedelijk Brabant van in elk geval de processen rondom wonen, werklocaties, mobiliteit.

60

Bijlagen

Bijlage 1: Proces en samenhang Ontwikkelperspectief en Uitvoeringsagenda 1.0

62

Bijlage 2: Ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding Binnenstedelijk en binnendorps ligt er urgentie om een groen-blauwe opgave te realiseren. Vanuit de klimaatopgave het watersysteem anders in te richten en meer water vast te houden, infiltreren en te kunnen bufferen in stedelijk gebied en vanwege de positieve bijdrage aan gezondheid, aantrekkelijke leefmilieus en het tegengaan van hittestress. Om de binnenstedelijke en binnendorpse opgave inzichtelijk te maken stelt Stedelijk Brabant de ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding voor (de beschreven maatregelen zijn ter illustratie om gevoel te krijgen voor orde van grootte en zijn berekend op basis van een aantal casestudies in buurten uit verschillende tijdslagen). De minimale ambitie voor de buurt is >20% groen/blauw en <70% verharding. Dat komt voor groen opgezette naoorlogse wijken neer op 0-5% vergroenen en betekent voor versteende bedrijventerreinen en centrumgebieden (in stad en dorp) minimaal circa 15-20% extra groen en blauw. Afhankelijk van de opgave in het stedelijk zullen vaak hogere ambities gesteld worden. De ambitieladder is hierin een hulpmiddel om ambities expliciet te maken en te voorzien van referentiebeelden.

Afbeelding 16: ambitieladder binnenstedelijke en binnendorpse inbreiding

Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0

63

Colofon Eindconcept ten behoeve van bespreking in de colleges van gemeenten en provincie en de dagelijks besturen van de Brabantse waterschappen. Opgesteld door: Brabantbreed kernteam (Rijk, provincie, stedelijke regio’s en waterschappen) met ondersteuning van Procap. Datum: 13 september 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14617780/1