2024-50 RIB Bijlage - Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX stedelijk Brabant
Tekst van het document
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant versie 1.0 Afspraken voor een toekomstbestendige verstedelijking van het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant
Disclaimer: De kaarten in dit document zijn overgenomen uit het Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 en zijn niet geactualiseerd voor deze Uitvoeringagenda. Hierdoor kunnen bepaalde gegevens verouderd zijn. De kaarten zullen worden geactualiseerd op het moment dat dit noodzakelijk blijkt. Voor de meest actuele informatie verwijzen wij naar de nieuwste beschikbare bronnen.
Inhoudsopgave Inleiding 4 Proces 4 Status Uitvoeringsagenda 5
1. 1.1 2.
Relatie met andere sporen
5
Opbouw Uitvoeringsagenda
7
Hoofdrichting Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant
9
Hoofdrichting uit Ontwikkelperspectief
9
Brabantbrede afspraken
14
2.1
Integrale uitwerking en programmering verstedelijkingsopgaven
2.2
Brabantbrede agenderende afspraken
2.3
Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking
17
2.4
Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking
20
2.5
Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp
23
2.6
Energie en drinkwater als randvoorwaarde voor verstedelijking
27
2.7
Ontwikkelprincipe 4: mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp
30
2.8
Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie
34
Uitvoeringsafspraken stedelijke regio’s
37
3.
14
15
3.1
Stedelijke Regio West-Brabant West
39
3.2
Stedelijke Regio Breda – Tilburg
43
3.3
Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch
47
3.4
Stedelijke Regio Zuidoost Brabant
53
4. Bijlagen
Samenwerkingsafspraken
57 61
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
3
Inleiding Deze Uitvoeringsagenda volgt op het ‘Ontwikkelperspectief voor NOVEX Stedelijk Brabant met eerste uitvoeringsafspraken’. In het Ontwikkelperspectief zijn de gezamenlijke ambities geformuleerd: Brabant zet in op slimme en duurzame verstedelijking om de provincie, ook voor toekomstige generaties, toegankelijk en leefbaar te houden én als tweede motor van Nederland van nationaal belang te blijven. We willen de vraag naar ruimte voor passende woningen bij een veranderende bevolkingssamenstelling en de ruimtevraag voor bedrijvigheid en innovatie inzetten voor het oplossen van de maatschappelijke opgaven rond klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteitstransitie, biodiversiteit, gezondheid, brede welvaart en circulaire economie. Om dit voor elkaar te krijgen, is meer nodig dan we, als rijk, provincie, gemeenten en waterschappen, nu al doen! In het Ontwikkelperspectief is een aantal hoofdkeuzes gemaakt voor de aanpak en de richting voor duurzame verstedelijking. Ook zijn eerste uitvoeringsafspraken geformuleerd. De uitvoeringsafspraken uit het Ontwikkelperspectief zijn in deze Uitvoeringsagenda uitgewerkt in een aantal concrete (inter)bestuurlijke afspraken die nodig zijn voor de verdere invulling, uitwerking, programmering en uitvoering van het Ontwikkelperspectief.
Deze Uitvoeringsagenda heeft betrekking op opgaven van verstedelijking en opgaven die daar direct mee samenhangen. Want voor een goede invulling van de verstedelijkingsopgave is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. De opgaven uit deze Uitvoeringsagenda liggen op twee schaalniveaus, namelijk het schaalniveau van heel Brabant én op het schaalniveau van de vier stedelijke regio’s daarbinnen. In de Uitvoeringsagenda wordt, waar van toepassing, gewerkt aan concrete regionale afspraken en samenwerking tussen rijk, provincie, gemeenten en waterschappen, regionale investeringsagenda’s (RIA’s) en concrete businesscases. De Uitvoeringsagenda NOXEX Stedelijk Brabant wordt actueel gehouden in de cyclus van de bestuurlijke overleggen Leefomgeving (en indien nodig BO-MIRT) en de daartoe voorbereidende overleggen. In deze herijking kunnen aanvullende uitvoeringsafspraken worden opgenomen, waarmee de Uitvoeringsagenda een adaptief karakter krijgt. Deze Uitvoeringsagenda betreft opgaven voor de betrokken samenwerkende overheden in dit NOVEX-gebied. 4
Afbeelding 1: gemeenten en stedelijke regio’s in Noord-Brabant
Proces Voor de totstandkoming van deze Uitvoeringsagenda is voortgebouwd op het eerder gestarte proces bij het opstellen van het Ontwikkelperspectief. Het proces heeft zich afgespeeld op twee schaalniveaus: namelijk het schaalniveau van het hele Brabantse stedelijk netwerk en dat van de vier stedelijke regio’s daarbinnen, zie ook bijlage 1. Dit is vormgegeven door te werken met zowel een Brabantbrede stuurgroep (waarin alle partijen vertegenwoordigd zijn) als met regionale stuurgroepen. De centrale steden hebben daarbij een schakelrol tussen het Brabantbrede proces en het proces in de stedelijke regio. Waterschappen en provincie zijn op beide schaalniveaus vertegenwoordigd. Het Rijk haakt aan bij de regionale processen zodra daar een opgave speelt die direct een nationaal belang of -opgave raakt. In de eerste fase hebben partijen een eerste inventarisatie gemaakt van mogelijke uitvoeringsafspraken. In een tweede fase zijn deze afspraken concreet uitgewerkt in gesprekken met (vertegenwoordigers van) de stedelijke regio’s en door het organiseren van themasessies voor de inhoudelijk specialisten en ruimtelijk strategen van de samenwerkende overheden. Dit alles onder regie van een Brabantbrede kerngroep.
Status Uitvoeringsagenda De Uitvoeringsagenda bestaat uit een set bestuurlijke afspraken die worden gemaakt door de in dit NOVEX-gebied samenwerkende overheden. Dat zijn voor NOVEX Stedelijk Brabant alle Brabantse gemeenten en waterschappen, het Rijk en de provincie NoordBrabant. Deze Uitvoeringsagenda is tot stand gekomen in afstemming met al deze partijen. Partijen nemen deel, elk voor zover passend bij hun wettelijke taak. De afspraken in de Uitvoeringsagenda zijn gericht op (het versnellen van de) uitvoering van de complexe opgaven in het NOVEX-gebied Stedelijk Brabant. De meeste afspraken in deze agenda passen binnen al bestaande kaders (bestaand beleid- en regelgeving). Afspraken rondom nog te maken benodigde structurerende keuzes zijn agenderend van aard richting beleid en Omgevingsvisies van verschillende betrokken partijen en nationale en regionale (ruimte) wet- en regelgeving. In het proces van beleidsborging en aanpassing van deze instrumenten wordt voldaan aan de wettelijke vereisten, bijvoorbeeld een Plan-MER. In deze Uitvoeringsagenda worden daarmee geen MER-plichtige kaderstellende keuzes opgenomen. De afspraken die de samenwerkende partijen maken in deze agenda met betrekking tot nieuwe keuzes en opgaven hebben dus de status van beleidsvoornemen.
Het is een bevoegdheid van de colleges van gemeenten en provincie en de dagelijks besturen van de Brabantse waterschappen om in te stemmen met de Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant en zo nodig naderhand (rondom nog te maken benodigde structurerende keuzes) besluiten voor te leggen aan de gemeenteraden, Provinciale Staten, de verschillende betrokken departementen van het Rijk en Algemeen Besturen van de waterschappen. De gemeenteraden, Provinciale Staten en Algemeen Besturen van de waterschappen beslissen niet over de Uitvoeringsagenda maar worden wel geïnformeerd. Instemming met de Uitvoeringsagenda vindt vervolgens plaats via de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant en bekrachtiging via het BO MIRT van 2024 (bestuurlijk overleg tussen Rijk en regio Zuid Nederland met betrekking tot Infrastructuur (I&W) en Ruimte (VRO).
Relatie met andere sporen Het Ruimtelijk Voorstel en het Ruimtelijk Arrangement Door de provincie Noord-Brabant is een Ruimtelijk Voorstel uitgewerkt op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waarin is beschreven hoe de provincie de nationale opgaven verbindt aan de eigen opgaven en ambities.
In het Beleidsoverleg Leefomgeving van 2023 is afgesproken dat het Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant spoor drie is van het Ruimtelijk Voorstel voor Brabant. De hoofdpunten van het Ontwikkelperspectief komen daarom terug in het Ruimtelijk Voorstel voor Brabant. Er wordt ook een Ruimtelijk Arrangement gemaakt als uitwerking van het Ruimtelijk Voorstel. Deze Uitvoeringsagenda bevat de afspraken die de samenwerkende partijen willen maken in het kader van perspectief 3 (leefbare steden en regio’s) van het Ruimtelijke Arrangement voor Brabant. De Nota Ruimte In de voorontwerp Nota Ruimte (juni 2024) legt het Rijk de verbinding met de ruimtelijke voorstellen van de provincie en de opgaven die voort komen uit de ontwikkelperspectieven van de NOVEX gebieden. Voor het NOVEX gebied Stedelijk Brabant zijn belangrijke punten uit het Ontwikkelperspectief die terugkomen in het voorontwerp: de aandacht voor verstedelijking nabij OV-knopen, nabijheid van wonen, werken en voorzieningen en groen, mobiliteitstransitie en klimaatadaptiviteit en nieuwe verstedelijking als hefboom voor bestaand stedelijk gebied, vitaliteit en leefbaarheid kleine kernen. Ook het dilemma tussen goederenvervoer en de verstedelijkingsopgave komt terug.
In de voorontwerp Nota Ruimte kondigt het Rijk aan dat zij naar nieuwe zoekgebieden voor grootschalige woningbouw op zoek gaat door onder andere uitbreiding van de Brabantse stedenrij. Dit betekent dat in aanvulling op de grootschalige woningbouwlocaties Eindhoven XL, Spoorzones Breda, Tilburg en Den Bosch ook andere grootschalige locaties (namelijk Best, Centrum-Helmond, spoorzone Oss en Roosendaal) in beeld kunnen komen. Deze, en andere locaties voor grootschalige woningbouw die bijdragen aan het realiseren van de brede maatschappelijke opgave en de gezamenlijke ontwikkelprincipes, staan beschreven in hoofdstuk 1 ‘Schaalsprong Brabantse Stedenrij’. Het Rijk positioneert de Brabantse Stedenrij in het voorontwerp als onderdeel van de Bandstad. Stedelijk Brabant is echter ook een eigenstandig sterk stedelijk netwerk. De Bandstad vergroot de grootstedelijke kracht van de Randstad. Het doel is dat de band van stedelijke gebieden Zwolle via de stedendriehoek, Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en de Brabantse stedenrij, met de Randstad een meer samenhangend systeem gaan vormen. Dat betekent niet dat deze steden en regionale kernen aan elkaar groeien, maar wel dat ingezet wordt op een meer hoogstedelijke kwaliteit bij wonen, werken en voorzieningen en groen. Dit kan door verdichting, inbreiding en slimme functiecombinaties. Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
5
Hoofdzakelijk binnen het bestaand stedelijk gebied zodat ook bestaande buurten profiteren van de toevoegingen. Eindhoven is volgens de voorontwerp Nota Ruimte een meer eigenstandig functionerende stedelijke regio (zoals ook Groningen-Assen, Twente en ZuidLimburg) met een andere dynamiek, maar wel een vergelijkbare mate van stedelijkheid. Het is de derde mainport van Nederland gericht op technologie. De Randstad, de Bandstad en de stedelijke regio’s daarbuiten vormen samen een meerkernig stedelijk netwerk Nederland waarin de verstedelijking zich steeds meer concentreert. NOVEX De Peel In het oostelijk deel van Brabant en Noord- en Midden Limburg werken overheden interbestuurlijk samen aan de opgave voor NOVEX gebied De Peel. Deze samenwerking richt zich op revitalisering van het landelijk gebied. Partijen hebben een ontwikkelperspectief geschetst voor 2050 en werken aan een regionale investerings- en uitvoeringsagenda. In het overlappende gebied heeft afstemming plaatsgevonden over de verstedelijkingsopgave in relatie tot de plattelandsopgave. Daarmee zijn beide NOVEX-gebieden inhoudelijk complementair aan elkaar.
Programma NOVEX
2022
Spoor 1 Ruimtelijk Voorstel
Novi
2020
Landbouw en natuur: BPLG
Ordenende netwerken
Leefbare steden en regio’s = Spoor 2 16 NOVEX gebieden NOVEX in NL, 2 in Brabant: Stedelijk Brabant NOVEX De Peel
Afbeelding 2: Samenhang tussen NOVEX, Ruimtelijk Voorstel en Nota Ruimte 1 De verwachting is dat de woondeals de eindtijd 2030 hebben omdat er in er tussentijd een verplicht volkshuisvestingsprogramma komt onder de Wet Regie Volkshuisvesting.
6
Nota Ruimte
NRD Defensie De werkzaamheden van Defensie hebben ook een ruimtelijke impact. Daarbij gaat het zowel om de huidige als mogelijke nieuwe locaties. Deze ruimtebehoefte heeft invloed op de mogelijkheden voor verstedelijking en bijbehorende energievoorzieningen; bijvoorbeeld als het gaat om radar en aanvliegroutes. Dat geldt eveneens voor bestaande militaire activiteiten. De afweging voor locaties in Brabant vindt zoveel mogelijk via de tafel van NOVEX Stedelijk Brabant plaats. Regionale woondeals en versnellingstafels woningbouw De vier stedelijke regio’s hebben in 2023 woondeals gesloten met woningbouwcorporaties, provincie en Rijk. Hierin is afgesproken dat Brabant er tot 2030 130.000 woningen bij bouwt. Tweederde van de nieuwbouw moeten betaalbare woningen zijn; 30% sociale huur en circa 40% is bestemd voor middeninkomens. Er zijn ook afspraken gemaakt over het bouwen van woningen voor specifieke aandachtsgroepen (ouderen, arbeidsmigranten et cetera) en over het bouwen van flexwoningen, collectieve en nieuwe woonvormen. Belangrijk uitgangspunt is circulariteit en duurzaam bouwen. In het kader van de woondeals worden geen afspraken gemaakt die de integrale ruimtelijke afweging van nieuwe woningbouwlocaties betreffen.
Die afspraken worden op hoofdlijnen gemaakt in het kader van NOVEX Stedelijk Brabant en worden verder uitgewerkt op integrale ruimtelijke tafels in het overleg tussen provincie en stedelijke regio of gemeente. In hoofdstuk 4 over samenwerking wordt dit verder uitgewerkt. Het doel is te komen tot een herijking van de woondeals en in het BO Woondeal van eind 2024 een principebesluit hierover te nemen. In het eerste kwartaal van 2025 worden ook de gemeenteraden en de statenleden meegenomen in de herijkte woondeals. Op basis van de meest recente prognose voor Brabant is een ophoging van de woningbouwaantallen nodig. Er is in Brabant een ruime plancapaciteit (200.000 woningen). Indien er in het kader van de woondeals afspraken nodig zijn over locaties die nog niet integraal ruimtelijk afgewogen en regionaal afgestemd zijn, zal deze afstemming plaatsvinden in het spoor van NOVEX Stedelijk Brabant. Dit geldt met name voor locaties op de langere termijn, richting 2040/50. De woondeals richten zich op de periode tot 20301. Hier staat het realiseren van al afgewogen plannen voorop. De versnellingstafels zijn ambtelijke tafels die advies uitbrengen aan de bestuurlijke woondealtafel over de mogelijkheden voor versnelling van de woningbouwopgave zoals die
is afgesproken in de woondeals. Bijvoorbeeld door te prioriteren, samenwerkingskansen beter te benutten en concrete oplossingen te zoeken voor knelpunten. Relatie met de regionale afspraken op de Ruimtelijke Ontwikkeldagen per regio Sinds een aantal jaren organiseert de provincie samen met de vier Brabantse regio’s tweemaal per jaar bestuurlijke regionale ontwikkeldagen (ook wel regiodag of omgevingsdag genoemd). Bestuurders van gemeenten, waterschappen en provincie nemen hieraan deel. De regionale ontwikkeldagen vormen de invulling van het Regionaal Omgevingsoverleg tussen gemeenten, waterschappen en provincie, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsverordening van Noord-Brabant en waarin is vastgelegd dat gemeenten, waterschappen en provincie in regionaal verband periodiek afspraken maken over woningbouw, kantoren, detailhandel, bedrijventerreinen, landschap en mobiliteit.
Opbouw Uitvoeringsagenda In deze Uitvoeringsagenda zijn verschillende type afspraken opgenomen. De Uitvoeringagenda kent de volgende hoofdstukindeling: 1.
Hoofdrichting Ontwikkelperspectief: een kort overzicht van de belangrijkste opgaven en ambities uit het Ontwikkelperspectief.
2.
Brabantbrede afspraken: dit zijn afspraken op het niveau van heel stedelijk Brabant en geordend naar ontwikkelprincipe. Er is onderscheid in: •
Afspraken met betrekking tot de integrale uitwerking en programmering van de verstedelijkingsopgaven: dit betreft afspraken die als doel hebben dat partijen de uitwerking en programmering van de verstedelijkingsopgaven voor wonen, werken, mobiliteit groenontwikkeling etc. integraal oppakken, zowel in de ruimte als in de tijd.
•
Agenderende afspraken: betreffen opgaven waarvoor het nu nog niet mogelijk is om concrete afspraken in de Uitvoeringsagenda te maken. Partijen willen echter wel met elkaar in gesprek blijven over deze opgaven om te komen tot oplossingen en verdere uitvoeringsafspraken in de toekomst.
•
Uitvoeringsafspraken: afspraken om te komen tot realisatie van (een deel van) het Ontwikkelperspectief. Bijvoorbeeld het uitvoeren van een onderzoek, het opstellen van een uitwerkingsstrategie of het maken van ruimtelijke structurerende keuzes.
De vorm en invulling van de ontwikkeldagen is in beweging en verbreedt geleidelijk van primair mobiliteit en ruimte naar een meer integraal strategisch overleg over de opgaven in de fysieke leefomgeving vanuit de drie sporen van het ruimtelijk voorstel: natuur en landbouw, energie en (circulaire) economie en verstedelijking. Deze verschuiving vraagt de komende tijd om een (her)uitlijning van de onderliggende (regionale) werkprocessen en wijze van besluitvorming rondom de ontwikkeldagen en NOVEX Stedelijk Brabant van in elk geval de processen rondom wonen, werklocaties, mobiliteit. Brabants Programma voor het Landelijk Gebied In het kader van het Brabants Programma voor het Landelijk Gebied (BPLG) en de Gebiedsgerichte Aanpak groen-blauw (GGA) zet de provincie met haar partners de koers uit en werkt ze aan opgaven voor het landelijk gebied. Wanneer de kaarten van het Ontwikkelperspectief voor NOVEX Stedelijk Brabant en het (voorontwerp) BPLG over elkaar gelegd worden dan wordt duidelijk dat de overgangsgebieden NNP en N2000 substantieel overlappen met zoekgebied landschapspark. De ambitie is dat de opgaven uit BPLG en NOVEX elkaar versterken.
De ontwikkeling van een aantrekkelijk en duurzaam landelijk gebied in de zoekgebieden voor de landschapsparken levert zowel winst op voor de doelen van het BPLG als de noodzaak om vanuit de verstedelijkingsopgave tot een aantrekkelijk landschap te komen rond de steden waar ook ruimte is voor waterberging, tegengaan hittestress, recreatieve uitloop et cetera.
3.
Afspraken per stedelijke regio: dit zijn de afspraken per stedelijke regio die de ontwikkeling van concrete gebieden betreffen, danwel regiospecifieke aanpak, studies en onderzoeken die nodig zijn in het kader van de concretisering van de hoofdkeuzes/ontwikkelstrategieën van de stedelijke regio’s.
4.
Afspraken over samenwerking/procesafspraken: betreffen een concretisering van de afspraken uit het Ontwikkelperspectief over de wijze van samenwerking en de financiering van NOVEX Stedelijk Brabant.
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
7
1
1.
Hoofdrichting Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant
1.1
Hoofdrichting uit Ontwikkelperspectief
In het Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant hebben de gezamenlijke partners een nieuwe koers uitgezet (oktober 2023). Deze koers helpt om de opgaven te realiseren en daarbij rekening te houden met de draagkracht van ons milieu, water-, energie- en mobiliteitssysteem. Aan de basis van deze koers staan drie kernwaarden: 1.
Kwaliteit van leven staat voorop,
2.
In balans met klimaat, natuur en landschap,
3.
Meerwaarde maken.
Vanuit deze kernwaarden hebben de gezamenlijke overheden vijf ontwikkelprincipes benoemd die hebben geholpen bij het opstellen van een integrale verstedelijkingsstrategie. Randvoorwaardelijk voor het realiseren van deze verstedelijkingsstrategie is het slagen van de transities die op het gebied van deze vijf ontwikkelprincipes nodig zijn. Deze vijf ontwikkelprincipes (zie afbeelding 3) staan niet los van elkaar (sectoraal), maar vormen een integraal geheel. De belangrijkste transities die op het gebied van deze ontwikkelprincipes nodig zijn om toekomstbestendig te kunnen verstedelijken, zijn een schaalsprong Brabantse in stedelijkheid in de Brabantse Stedenrij en een kwaliteitsimpuls in het omringende landelijk gebied en de Brabantse dorpen. Schaalsprong Brabantse Stedenrij In het Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant hebben partijen gekozen voor een schaalsprong in stedelijkheid om de groei met betrekking tot wonen en werken voor de langere termijn te kunnen accommoderen. Het doel is een duurzaam en klimaatadaptief stedelijk gebied dat ten dienste staat van een gezond werk- en woonklimaat en een economie met een sterke concurrentiepositie. Om dit te kunnen bereiken is het nodig dat water en bodem sturend worden, het leefklimaat verbetert en ingezet wordt op een mobiliteits- en energietransitie.
Zonder deze basis kan een duurzame schaalsprong naar stedelijkheid niet gerealiseerd worden.
Afbeelding 3: Hoofdrichting uit Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
9
De schaalsprong die in Brabant al is ingezet in de spoorzones van de centrumsteden in Brabant wordt voor de langere termijn doorgezet in het omliggende stedelijk gebied en de middelgrote kernen van Brabant. Het potentieel (de opnamecapaciteit van de locaties met betrekking tot de schaalsprong in stedelijkheid voor wonen en werken) van de strategische grootschalige woningbouw/ verstedelijkingslocaties voor de periode tot 2040/50 in Brabant is: Stedelijke Regio West-Brabant West •
Verbrede binnenstad en spoorzone Bergen Op Zoom (1.000 -7.000 woningen)
•
Schaalsprong Roosendaal (spoorzone, binnenstad en omliggende naoorlogse wijken (3.000-10.000 woningen)
•
Spoorzone Zevenbergen (1.000-3.000 woningen) en Oudenbosch (1.000 woningen)
Stedelijke Regio Breda - Tilburg •
Centrum Breda (15.000 woningen en 8.000 arbeidsplaatsen, waarvan in CrossMark, Spoorzone /T Zoet Breda 8.000 woningen en 6.000 arbeidsplaatsen)
•
Centrum Tilburg (12.000 woningen en 12.000 arbeidsplaatsen, waaronder in het Kenniskwartier/spoorzone Tilburg)
•
Centrum Oosterhout (1.000 woningen en gelijkblijvend aantal arbeidsplaatsen) en Waalwijk (1.500 woningen (centrum) en 5.200 arbeidsplaatsen (hele gemeente)
•
Spoorzone Gilze Rijen, Etten- Leur, Oisterwijk, Zevenbergen (11.000 woningen en 2.500 arbeidsplaatsen)
•
Naoorlogse wijken Tilburg en Breda (20.000-25.000 woningen en 10.000-12.500 arbeidsplaatsen)
Stedelijke Regio ‘s-Hertogenbosch •
In de Brede Binnenstad (met name in en om de Spoorzone) van ’s-Hertogenbosch, station Oost en directe omgeving 15.000 woningen en 5.000-10.000 arbeidsplaatsen. In de naoorlogse wijken binnen de ring A59/A2 is ruimte voor tenminste 5.000 woningen + reserve voor Brede Binnenstad en tenminste 2.500 arbeidsplaatsen.
•
Spoorzone Oss (6.000 woningen en 3.000 arbeidsplaatsen)/naoorlogse wijken Oss
•
Spoorzones Boxtel, Cuijk, Boxmeer, Vught (4.500-5.500 woningen en 1.500-3.000 arbeidsplaatsen)
•
OV knopen Uden, Veghel (10.000 -15.000 woningen 3.000-5.000 arbeidsplaatsen)
10
Stedelijke Regio Zuidoost Brabant/Metropoolregio/Stedelijk Gebied Eindhoven •
Centrum Eindhoven inclusief Knoop XL (21.000 woningen)
•
Ontwikkelas Zuidwest/HOV4 (11.400 woningen en 30.000 arbeidsplaatsen)
•
Helmond Centrum+ (10.000 woningen)
•
Spoorzone Best, Geldrop en Helmond Brandevoort + Brainport Smart District (6.800 woningen)
•
Verdichting /schaalsprong OV knopen Maarheeze, Deurne, Eersel (onderzoek loopt nog; indicatie 10.000-15.000 woningen)
Bij elkaar betreft dit circa 160.000 -195.000 woningen. Deze aantallen geven een indicatie van de ruimtelijke mogelijkheden op deze locaties. Bij nadere uitwerking en realisatie worden deze potenties onder andere in verband gebracht met de behoefte en benodigde kwaliteiten van de te realiseren woningen in de regio. Groenontwikkeling en het benutten van kansen voor de energie- en mobiliteitstransitie zijn onderdeel van de integrale gebiedsgerichte opgaven van deze strategische ontwikkellocaties. In hoofdstuk 3 is per locatie de concrete afspraak en uitvoeringsopgave uitgeschreven. Kwaliteitsimpuls landelijk gebied en dorpen De kwaliteit van het landelijk gebied en de dorpen is een essentieel onderdeel van een goed functionerend stedelijk netwerk in Brabant. In het Ontwikkelperspectief hebben de samenwerkende overheden daarom gekozen voor het versterken van het Brabantse landschap en het versterken van de verbinding tussen het landschap en de steden en dorpen. We kiezen voor sterke en vitale dorpen als essentieel onderdeel van het stedelijk netwerk.
Sterke en vitale Brabantse dorpen In Brabant pakken gemeenten gezamenlijk de opgave op te onderzoeken hoe de ontwikkelprincipes op schaal van de dorpen kunnen worden toegepast. Binnen de dorpen (waar de helft van de Brabantse inwoners woont) is het thema leefbaarheid een groot aandachtsgebied, en daaraan gekoppeld de bereikbaarheid en de beschikbaarheid van voorzieningen. De leefbaarheidsdiscussie speelt zowel in de steden als in de dorpen, maar op geheel verschillende wijzen. De dorpen hebben te maken met: •
Verdunning (vergrijzing/ontgroening);
•
Het verdwijnen van openbaar vervoer;
•
Het verdwijnen van basisvoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen.
Voor de opgave voor de dorpen in Brabant stellen de Brabantse regio’s een gezamenlijke toolbox op. De oogst daarvan vertaalt elke regio naar de eigen situatie. De provincie faciliteert de onderlinge afstemming en het delen van de ervaringen in de vier stedelijke regio’s. De centrale opgave voor de dorpen is om met elkaar te onderzoeken hoe je op kleinere schaal aan de slag kunt met duurzame verdichting in de dorpen gericht op versterking van het dorpskarakter, de leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en het opvangen van de veranderende bevolkings-samenstelling met een meer gevarieerd woonmilieu. De dorpenstrategie kan zo een wezenlijke bijdrage leveren aan de verstedelijksopgave en -aanpak in elke stedelijke regio. Daarbij wordt ook in beeld gebracht welke middelen (planologisch, financieel) of governance er nodig zijn om de kansen in het bestaand bebouwd gebied van de dorpen beter in beeld te krijgen en te benutten.
herontwikkeling, een duurzaam perspectief voor de landbouw, groenblauwe dooradering, het slechten van barrières van bijvoorbeeld infrastructuur of bebouwing, het samenvoegen van snippergroen en het doortrekken van waterlopen, ecologische en/of recreatieve verbindingen. Onderdeel van de opgave is ook om te komen tot meer bos in Brabant (de bossenstrategie en het actieplan Brabantse Bomen) en onderzoek naar waar kansen liggen voor andere landschapselementen in gebieden waar toevoegen van bos minder voor de hand ligt. Doel is zicht krijgen op de projecten die nodig zijn om de groen-blauwe kwaliteiten van deze gebied te versterken. Hiervoor wordt een voorstel uitgewerkt van definitie, programmering, planvorming en een financieringsstrategie om de komende jaren stapsgewijs tot daadwerkelijke realisatie te komen. De regionale landschapsparken hebben een belangrijke rol bij het versterken van de relatie tussen het landschap en de Brabantse steden en dorpen. Met de ontwikkeling van de landschapsparken, de aanwijzing van groene buffers tussen steden, en de ontwikkeling van groene geledingen in steden en dorpen, bouwen partijen in Brabant samen aan een robuust groen-blauwnetwerk, waar duurzaam ingezet wordt op de ontwikkeling van groene en blauwe opgaven, als contramal van de stedelijke ontwikkeling.
Versterken Brabantse landschap en de relatie tussen het landschap en steden en dorpen Partijen hebben met elkaar afgesproken dat ten behoeve van een gezonde leefomgeving natuur en landschap meegroeien met de verstedelijking. De regionale landschapsparken gaan hier een grote rol inspelen. In deze gebieden liggen belangrijke opgaven in het kader van het ontlasten van het natuurnetwerk en Natura 2000 gebieden, het tegengaan van hittestress in steden en dorpen, wateropvang en -berging, het verhogen van de biodiversiteit en de gezondheid van de inwoners van onze steden en dorpen. Dit wordt bereikt middels landschappelijke Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
11
Afbeelding 4: Integrale kaart van alle ontwikkelprincipes (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)
12
2
2.
Brabantbrede afspraken
2.1
Integrale uitwerking en programmering verstedelijkingsopgaven
De ontwikkelprincipes uit het Ontwikkelperspectief helpen om te komen tot een meer integrale aanpak van de opgaven op het juiste schaalniveau.
Strategische woningbouwplanning Brabant beschikt over een grote planvoorraad voor de woningbouw (ca. 200.000 woningen), maar de realisering daarvan is nog niet gekoppeld aan de benodigde randvoorwaardelijke projecten op het gebied van mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie et cetera. Afspraak strategische woningbouwplanning:
Belangrijk voor de uitvoering van het Ontwikkelperspectief is een integrale uitwerking en programmering van de verstedelijkingsopgaven, niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd. Er is voor elke stedelijke regio een integraal ontwikkelpad nodig. Niet alle locaties kunnen tegelijk ontwikkeld worden gezien investeringen die gedaan moeten worden in het kader van een duurzame energievoorziening, drinkwatervoorziening, groen, bereikbaarheid en mobiliteitstransitie. Het is belangrijk om dit in een vroegtijdig stadium van de planvorming en programmering te doen. Voorwaarde voor het opnemen van een nieuw plan in de programmering is dat er een integrale ruimtelijke afweging op het juiste schaalniveau heeft plaatsgevonden, voor bestaande plannen die niet passen binnen de verstedelijkingsstrategie wordt maximaal ingezet op een bijstelling in lijn met de verstedelijkingsstrategie.
Stedelijke regio’s stellen met Rijk, provincie en waterschappen een strategische woningbouwprogrammering op in relatie tot de ontwikkelprincipes en de investeringen in mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie (gereed 2025).
Dit integrale ontwikkelpad betreft een strategische woningbouw- en bedrijventerreinprogrammering per stedelijke regio in relatie tot de planning en programmering van de genoemde investeringen en vice versa. De locaties die worden opgenomen in deze programmering zijn eerst ruimtelijk integraal afgewogen aan de hand van de uitgangspunten voor zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en de ontwikkelprincipes. Er vindt afstemming plaats met de processen en inhoud van de woondeals.
Strategische bedrijventerreinplanning Het proces om te komen tot programmering van bedrijventerreinen voor de periode tot 2040 is inmiddels gestart in de stedelijke regio’s. Streven is om in 2025 een set nieuwe programmeringsafspraken te hebben met betrekking tot uitbreiding, inbreiding, eventueel nieuwe en herstructurering van grootschalige bedrijventerreinen in relatie tot investeringen in mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie en drinkwater.
De hoofdkeuzes en -opgaven voor deze strategische woningbouw- en bedrijventerreinprogrammering worden opgesteld in de stedelijke regio’s door gemeenten, provincie en waterschappen (en Rijk indien relevant qua aard en schaal van de afspraken). Opgaven die bovenregionale afstemming behoeven worden geagendeerd in de stuurgroep NOVEX Stedelijk Brabant.
Het is voor deze programmering nodig om over ruimtelijke economische visie of handelingsperspectief te beschikken op alle schaalniveaus. Dit is nodig om de nationale en provinciale belangen een plek te kunnen geven in de regionale programmering.
14
Afspraak woningbouw (middel)lange termijn: Met betrekking tot de woningbouwopgave voor de langere termijn worden in 2025 per stedelijke regio afspraken gemaakt over verstedelijkingsrichtingen en opgaven voor verdere stedelijke verdichting en transformatie, aanpak naoorlogse wijken etc. in relatie tot de ontwikkelprincipes en op basis van een integrale aanpak. Voor zover mogelijk worden de benodigde investeringen mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie en drinkwater daarbij in beeld gebracht
De integrale afweging voor het programmeren van nieuwe grootschalige bedrijventerreinen vindt in 2024 en 2025 plaats. Er worden locaties in beeld gebracht die geschikt zijn vanuit ruimtelijke economisch perspectief en locaties die vanuit water en bodem, energie, natuur, landschap, wonen et cetera (de lagenbenadering) geschikt zijn. De volgende stap is een
integrale afweging met behulp van de ontwikkelprincipes en ontwikkelperspectieven van de stedelijke regio’s. Afspraak bedrijventerreinprogrammering tot 2040: Stedelijke regio’s stellen met provincie en waterschappen in 2025 een adaptieve programmering voor de ontwikkeling van bedrijventerreinen op basis van een integrale ruimtelijke afweging en ruimtelijke economische visies op meerdere schaalniveaus. Daarbij wordt de relatie en de kansen van bedrijventerrein-ontwikkeling voor andere maatschappelijke opgaven (zoals energietransitie, klimaatadaptatie, mobiliteitstransitie) en de investeringen die nodig zijn in mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, en het energiesysteem, als uitgangspunt gehanteerd. Met betrekking tot het energiesysteem ligt hier een belangrijk afstemmingsvraagstuk met de investeringsplannen (IP’s) van de verschillende nationale en regionale netbeheerders.
2.2
Brabantbrede agenderende afspraken
De afspraken voor de verdere uitwerking van NOVEX Stedelijk Brabant betreffen het niveau van heel Stedelijk Brabant en dat van de stedelijke regio’s daarbinnen. In dit hoofdstuk zijn de afspraken beschreven die bijdragen aan het realiseren van het Ontwikkelperspectief op het schaalniveau van heel Brabant. Het is hierbij niet altijd mogelijk gebleken om tot concrete uitvoeringsafspraken te komen. Soms omdat de opgave relatief nieuw is of ver in de toekomst ligt, en soms ook omdat de keuze voor een oplossingsrichting zeer complex is en grote impact heeft op andere beleidsdomeinen of besluitvorming op andere tafels nodig is. Partijen willen echter wel met elkaar in gesprek blijven op deze opgaven om te komen tot oplossingsrichtingen en verdere uitvoeringsafspraken in de toekomst. In dat geval maken de NOVEX-partijen een agenderende afspraak. Een aantal agenderende afspraken raken meerdere ontwikkelprincipes en zijn opgenomen als algemene agenderende afspraken. De overige agenderende afspraken zijn opgenomen per ontwikkelprincipe.
Afspraak 1: Verbinding leggen tussen Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) en verstedelijking In het NPRD maakt Defensie haar ruimtevraag inzichtelijk voor de toenemende militaire activiteiten. Deze ruimtebehoefte heeft invloed op de mogelijkheden voor verstedelijking en bijbehorende energievoorzieningen; bijvoorbeeld als het gaat om radar en aanvliegroutes. Dat geldt eveneens voor bestaande militaire activiteiten. De samenwerkende partijen spreken met elkaar af dat de opgave voor het NPRD goed afgewogen wordt ten opzichte van de verstedelijkingsopgaven voor NOVEX Stedelijk Brabant. Het is belangrijk om verbinding te leggen tussen beide opgaven en hierover in gesprek te blijven zodat eventuele knelpunten, maar ook kansen en mogelijke oplossingen vroegtijdig zichtbaar worden. Afspraak 2: Afstemmen consequenties groei Brainport De kennisintensieve maakindustrie van Brainport Eindhoven is zo’n krachtige motor voor de groei van de regio, dat de regio impact heeft tot over de grenzen van Brainport Eindhoven en Zuidoost Brabant heen. Niet alles kan binnen deze grenzen worden opgelost. Dit vraagt om continue afstemming tussen de samenwerkende partijen.
NOVEX Stedelijk Brabant brengt in beeld wat de ruimtelijke consequenties zijn voor het stedelijk netwerk van Brabant en welke maatregelen nodig zijn om de groei van de Brainportregio Eindhoven ruimtelijk te accommoderen en te faciliteren. Verder worden door DB-MRE, in afstemming met Brainport Development successievelijk verkenningen opgestart met aangrenzende gemeenten en regio’s. In dat kader wordt door DB-MRE gekeken naar Meierijstad, Weert, Venlo, ’s-Hertogenbosch, Tilburg, Oss en de Belgische aangrenzende regio’s Limburg en Antwerpse Kempen. Daarnaast wordt door de provincie een afstemmingsoverleg tussen regio’s georganiseerd over grootschalige bedrijven en werklocaties in het kader van de Grip-afspraken met het Rijk. Daarbij zijn ook regio’s gelegen buiten Brabant betrokken. Belangrijke randvoorwaarde voor het accommoderen van deze groei is investeren in de energie-infrastructuur, woningbouw, mobiliteit, groen et cetera. Het MIRT-onderzoek uit 2020 wordt geactualiseerd op het schaalniveau van MRE. Brainport hoort in het nationale MIEK thuis. Begin 2024 hebben Rijk, regio Eindhoven en marktpartijen besloten gezamenlijk 2,5 miljard te investeren (operatie Beethoven) ter verbetering van het ondernemingsklimaat voor microchipsector Brainport Eindhoven. Deze gelden worden onder andere ingezet Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
15
voor woningbouw, mobiliteit en onderwijs. Eerder in 2022 investeerden Rijk en regio 1,6 miljard onder de noemer Brainportdeal in het verbeteren van de bereikbaarheid en het versnellen van de woningbouw in de regio.
onderzocht wordt of de randvoorwaarden stikstof oplosbaar en relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling, mede om risico’s op planschade te minimaliseren of te mitigeren door bijv. emissieloos bouwen.
Afspraak 3: Borgen circulariteit en biobased bouwen
Partijen spreken af dat ten aanzien van de oplosbaarheid van de randvoorwaarde stikstof voor de betreffende ontwikkeling, deze oplosbaarheid met de betrokken partijen samen vastgesteld wordt, voorafgaand aan onomkeerbare stappen in de planprocedure. Onderdeel van het vaststellen van oplosbaarheid is het beoordelen of de beleidsvoornemens uit het Landelijke Hoofdlijnenakkoord daadwerkelijk in de praktijk toepasbaar zijn, danwel dat het stikstofregistratiesysteem beschikbaar kan zijn voor de ontwikkeling, danwel dat er andere juridisch houdbare redenen en mogelijkheden zijn om gezamenlijk ‘oplosbaarheid’ vast te stellen.
Provincie en stedelijke regio’s verkennen met elkaar hoe circulariteit en biobased bouwen (het Nieuwe Normaal) bij stedelijke gebiedsontwikkeling kan worden meegenomen. De inzichten en ervaringen die worden opgedaan bij de stedelijke gebiedsontwikkelingen Fellenoord en ’t Zoet worden ingebracht in het vervolgproces voor NOVEX Stedelijk Brabant met als doel om te komen tot een vermindering van het gebruik van primaire grondstoffen en CO2 uitstoot als gevolg van stedelijke ontwikkelingen in Brabant. Afspraak 4: Verminderen stikstofuitstoot2 In de Bestuurlijke afspraken wonen-opgave Rijk-Provincie van oktober 2022 en de Regionale Woondeals van maart 2023 is afgesproken dat het oplossen van het stikstofprobleem randvoorwaardelijk is voor het realiseren van de woningbouwversnelling. De stikstofproblematiek staat de ontwikkeling en vooruitgang in Brabant in de weg. In het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling in Brabant streven partijen naar vermindering van de stikstofuitstoot. De omgevingswet vereist emissieloos bouwen. Ook de mobiliteitstransitie en verduurzaming van bedrijventerreinen dragen bij aan de oplossing van de stikstofproblematiek. Rijk, provincie, stedelijke regio’s en waterschappen zorgen voor een goed afgestemde inzet en maatregelen voor het oplossen van de stikstofproblematiek in Brabant in alle sectoren, waaronder transitie van de landbouw.
De provincie actualiseert in 2024 de Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (B.O.S.) waarin zowel provinciale als rijksmaatregelen voor stikstofreductie benoemd zijn. Als deze maatregelen van voldoende omvang zijn is het weer mogelijk om vergunningverlening ten behoeve van o.a. woningbouw, bedrijventerreinontwikkeling en infrastructurele projecten op basis van extern salderen en/of doelenbanken op te starten. Partijen spreken met elkaar af dat in een vroegtijdig stadium van de planprocedure
2 Vraagt om update na bekend worden uitwerkingen hoofdlijnenakkoord, waarschijnlijk eind september/begin oktober 2024. 3 Zie www.klimaatadaptatiebrabant.nl
16
2.3
Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking
In het Ontwikkelperspectief voor Stedelijk Brabant hebben Rijk en regio de afspraak gemaakt dat het principe ‘Water en bodem als basis voor verstedelijking’ nadrukkelijk wordt meegenomen in de integrale afweging bij de locatiekeuze voor en de realisatie van verstedelijking. Dit is de invulling van het rijksprincipe rondom water en bodem sturend voor de verstedelijkingsopgave in Brabant: niet afwentelen op toekomstige generaties, van privaat naar publiek of naar andere locaties. Het gebruik van de watersignaleringskaart bij de afweging van uitleglocaties voor stedelijke ontwikkeling is inmiddels geborgd in de provinciale omgevingsverordening. De betrokken NOVEX-partijen zetten de stap van hydrologisch neutraal verstedelijken naar klimaatrobuuste verstedelijking. We realiseren verstedelijking die netto bijdraagt aan de aanvulling van de grondwatervoorraad vanuit het principe de ‘Stad als spons’. Dat betekent het maximaliseren van de infiltratie van regenwater in het stedelijk gebied. Niet alleen bij nieuwbouw, maar ook bij renovatie/transformatie van bestaande wijken of bedrijventerreinen. Uitvoeringsstrategie Rijk en regio hebben in 2022 besloten dat de bodem- en watersignaleringskaart3 gehanteerd wordt als uitwerking van het principe water en bodemsturend ten behoeve van de integrale afweging van uitleglocaties van dorpen, steden en bedrijventerreinen in Brabant.
De bodem- en watersignaleringskaart is daarmee de regionale uitwerking voor Brabants van het landelijk ‘Ruimtelijk Afwegingskader Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving’ voor de afweging van bouwlocaties. Gemeenten en provincie gebruiken de bodem- en watersignaleringskaart ten behoeve van een zorgvuldige ruimtelijke afweging van verstedelijkingslocaties in (omgevings)plannen en verstedelijkingsrichtingen in bijvoorbeeld omgevingsvisies. Per stedelijke regio wordt in beeld gebracht waar mogelijke schuurpunten liggen en vindt het gesprek plaats om te komen tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging.
Agenderende afspraken Afspraak 1: Verbinding leggen tussen HoWaBo en verstedelijking In het HoWaBo (Hoogwater Aanpak Brabant Oost) werken waterschappen, gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat samen aan een aanpak om ’s-Hertogenbosch en omgeving te beschermen tegen hoogwater. In deze relatief laaggelegen regio komt, via meerdere rivieren, veel water bij elkaar. In het HoWaBo staat de opgave om 36 miljoen kubieke meter water te kunnen opvangen bij noodsituaties. De maatregelen uit het HoWaBo hebben invloed op verstedelijking, maar ook andersom. De keuzes voor verstedelijking hebben invloed op water(berging). Het HoWaBo betreft het hele stroomgebied van Aa en Dommel. Vanuit NOVEX leggen samenwerkende partijen verbinding tussen beide trajecten en kijken naar kansen om opgaven met elkaar te verbinden bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van groen en de landschapsparken. Afspraak 2: Maximalisatie van de infiltratie van (schoon) regenwater Bij binnenstedelijke herontwikkeling, transformatie of renovatie van woonwijken en bedrijventerreinen zorgen gemeenten voor maximalisatie van de infiltratie van regenwater. Daar waar nodig worden aanvullende maatregelen getroffen om te voorkomen dat er vervuild water in de bodem komt.
Provincie, gemeenten, waterschappen, ZLTO, BMF en terreinbeherende instanties, industrie en Brabant Water zitten hierover met elkaar aan tafel in het kader van de DroogteAgenda.
Voor klimaatrobuuste binnendorpse en binnenstedelijke ontwikkelingen wordt de ‘Landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ gebruikt, geborgd en vertaald naar de Brabantse situatie. Deze maatlat helpt ook om te komen tot een klimaatadapatieve inrichting van uitleglocaties. Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
17
Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door de volgende uitvoeringsafspraken:
Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking Actie/resultaat
Trekker/betrokkenen
Planning
Opstellen en ontsluiten bodemsignaleringskaart in relatie tot verstedelijking en als uitwerking van het landelijk Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving met betrekking tot de bodem. De bodemsignaleringskaart sluit aan op de reeds opgeleverde watersignaleringskaart.
Provincie, waterschappen en stedelijke regio’s
2025
Juridisch borgen, doorontwikkelen en periodiek actualiseren van de bodem- en watersignaleringskaart en de landelijke Maatlat klimaatadaptief bouwen voor het Brabants (stedelijk) landschap en -leefomgeving. Actualisatie vindt plaats op basis van nieuwe feiten en inzichten.
Provincie, waterschappen, stedelijke regio's
ca elke 2 jaar check of actualisatie nodig is.
Organiseren van kennisdeling voor- en met gemeenten over het water- en bodemsysteem, de toepassing van water- en bodem sturend als ontwikkelprincipe en het gebruik van de bodem- en watersignaleringskaart in de lokale praktijk. Met als doel dat water en bodem sturend zijn, uitwerking krijg in concrete gebieds- en bouwontwikkelingen (klimaatrobuust bouwen).
Provincie, waterschappen en 2024 < (doorlopend) gemeenten
Opstellen businesscase klimaatadaptief bouwen om de waarde en investeringen van het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving in kaart te brengen Met als doel meenemen van: lange en korte termijn klimaateffecten en kosten en baten bij herontwikkeling en nieuwbouw. Hierbij leren van aanpak van vergelijkbare processen in andere (NOVEX-)gebieden.
Provincie, waterschappen en 2025 stedelijke regio's.
Toewerken naar concrete afspraken met de bouwsector over de toepassing van water en bodem sturend bij ontwerp en inrichting. Hiervoor gaan we het gesprek aan met deze sector.
Provincie, waterschappen en 2024-2027 stedelijke regio's.
In beeld brengen van zoeklocaties voor elektrolyse voor (knelpunten in) de zoetwatervoorziening. Hiertoe zal EZ komen met een nadere uitwerking en zoeklocaties.
EZ, provincie, stedelijke regio’s, waterschappen en ontwerptafel Powerport
18
2025
Afbeelding 5: Watersignaleringskaart voor de integrale afweging van bouwlocaties in Brabant (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
19
2.4
Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking
De versterking van de groen en blauwe kwaliteiten van Brabant is een noodzakelijke randvoorwaarde voor verdere verstedelijking. Ook in en rondom steden en dorpen moet voldoende toegankelijk groen beschikbaar zijn, in de vorm van bestaande natuur- en recreatiegebieden, toegankelijke agrarische gebieden en regionale landschapsparken. In het Ontwikkelperspectief hebben Rijk, provincie gemeenten en waterschappen afgesproken dat ze de ontwikkeling van landschap en natuur gelijk laten oplopen met verstedelijking. Uitvoeringsstrategie Deze opgave wordt in Brabant op drie schaalniveaus opgepakt. Op het schaalniveau van Brabant ontstaat een robuust natuur- en landschapsnetwerk dat is opgebouwd uit onder andere het Natuurnetwerk/Natura 2000 en bijbehorende overgangsgebieden, regionale landschapsparken en groene buffers tussen sterk verstedelijkte gebieden. In deze gebieden zetten de samenwerkende partijen, ieder vanuit de eigen rol, in op het ontwikkelen en beschermen van een robuust natuur- en landschapsnetwerk van Brabant. Op het schaalniveau van de stedelijke regio’s ontwikkelen provincie en gemeenten groene scheggen die diep het stedelijk gebied inprikken. Tenslotte werken gemeenten aan meer groen in de bestaande steden en dorpen.
Doel is de kwaliteit van het natuurnetwerk van steden en dorpen te vergroten, inclusief de opgaven voor klimaatadaptatie (wateroverlast, hittestress, droogte), biodiversiteit, leefbaarheid, gezondheid, ecologie en stikstofproblemen. Brabant zet in op concrete afspraken tussen provincie en gemeenten over de gebieden waar we investeren in de natuur- en landschapskwaliteit in relatie tot de stedelijke ontwikkeling. Dat zorgt ervoor dat het landschap niet de tegenhanger van verstedelijking is, maar een integraal onderdeel, waarbij plannen voor verstedelijking altijd inclusief de groenontwikkeling zijn. Agenderende afspraken Afspraak 1: Afstemming BPLG en Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant In het kader van het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG) wordt gewerkt aan een toekomstbestending landelijk gebied. Het richt zich op doelen voor natuur, water, bodem en klimaat in samenhang met een duurzaam economisch perspectief voor agrarische ondernemers. Dit betekent dat de uitvoering van het BPLG gaat bijdragen aan 20
de versterking van de groen-blauwe kwaliteiten van Brabant die randvoorwaardelijk zijn voor verdere verstedelijking. En ook dat de Ontwikkelstrategie voor Stedelijk Brabant de ontwikkeling naar een toekomstbestendig landelijk gebied kan ondersteunen. Beide processen versterken elkaar, met name op de plekken waar de bossenstrategie, groenblauwe dooradering en bufferzones uit het BPLG overlappen met de regionale landschapsparken, groene geledingen en groene buffers tussen de stedelijke gebieden. In deze gebieden kunnen we de middelen voor het BPLG (bijv. de no regret middelen voor de bossen en overgangsgebieden) en uit het verstedelijkingsproces (bijv. de middelen uit de regeling Kwaliteitsverbetering Landschap uit de provinciale Omgevingsverordening) slim inzetten voor de opgaven uit zowel het verstedelijkingsspoor als het spoor voor het landelijk gebied. De provincie neemt de uitwerking van NOVEX Stedelijk Brabant mee bij de invulling van de overgangsgebieden in het kader van BPLG met als doel: afgestemde inzet en aanpak voor de regionale landschapsparken, groene geledingen en groene buffers tussen steden vanuit BPLG en NOVEX Stedelijk Brabant. Afspraak 2: Regionale landschapsparken verankeren in bestaande programma’s Binnen Brabant wordt op verschillende niveaus en in diverse programma’s gewerkt aan groenontwikkeling.
De samenwerkende partijen hebben behoefte aan een goed overzicht van de gebieden, betrokken partijen en financiering van lopende programma’s. De regionale landschapsparken worden geïntegreerd in bestaande overlegstructuren en programma’s rondom groenontwikkeling binnen de stedelijke regio’s. Afspraak 3: Afstemming met Van Gogh Nationaal Park In het Van Gogh Nationaal Park (ligging in 3 van de 4 stedelijke regio’s) wordt samengewerkt aan een groene, gezonde en vitale regio, met prachtige natuur en een meanderend landschap, tot in het hart van de steden en dorpen. De pilots en projecten uit de vijf programma’s van het Van Gogh Nationaal Park dragen bij aan het robuuste landschappelijke raamwerk en ondersteunen de aanpak om natuur en landschap mee te laten groeien met de verstedelijkingsopgave. De geactualiseerde statusaanvraag is op 28 mei 2024 door Gedeputeerde Staten Noord-Brabant ingediend bij het Ministerie van LVVN. Gemeenten en provincie zorgen voor een goede verbinding en afstemming tussen de uitwerking van de groenopgave in het kader van NOVEX Stedelijk Brabant en het Van Gogh Nationaal Park en brengen in beeld waar er gezamenlijke doelen en kansen liggen.
Afspraak 4: Afstemming met trajecten op Rijks en Europees niveau Op rijks- en Europees niveau lopen diverse trajecten in relatie tot ‘groen in en om de stad’. De resultaten van deze trajecten vertalen de samenwerkende partijen, waar mogelijk, naar uitvoeringsafspraken voor NOVEX Stedelijk Brabant. Hierin wordt ook de ‘Handreiking Groen in en om de Stad’ betrokken voor verdere toepassing in Brabant. Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed verder vorm door de volgende uitvoeringsafspraken: Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking Actie/resultaat
Trekker/betrokkenen
Planning
Opstellen plan voor de aanpak voor die delen van de zoekgebieden stadsregionale landschapsparken waarvoor nog concrete planvorming nodig is. Dit in aansluiting op doelen voor extensivering in de overgangsgebieden BPLG en de GGA in die gebieden waar overlap is. In het plan van aanpak staat op welke wijze de samenwerkende partijen achtereenvolgens werken aan het ontwikkelen van een narratief (verhaal/ambitie), een verkenning, een masterplan, een bestuursovereenkomst, een gezamenlijke investering en een projectorganisatie per landschapspark.
2025 Gemeenten ‘s-Hertogenbosch, Vught, Boxtel, Sint-Michielsgestel, Heusden, Oss, Maashorst, Bernheze, Maashorst, Roosendaal, Rucphen, Breda, Etten-Leur, Tilburg, Loon op Zand, Hilvarenbeek, Stedelijk Gebied Eindhoven (met in ieder geval Eindhoven, Oirschot, Nuenen, Waalre, provincie en waterschappen
Afspraken maken over de inzet van de middelen die voortkomen uit de regeling Kwaliteitsverbetering Landschap (provinciale Omgevingsverordening) voor verbetering van natuur en landschap in concrete gebieden. Bij voorkeur worden de mogelijkheden daarvoor in beeld gebracht in de groene geledingszones, groene buffers of de zoekgebieden voor regionale landschapsparken uit het Ontwikkelperspectief. Daarnaast kunnen gemeenten en provincie ook afspraken maken voor de groenontwikkeling gekoppeld aan verstedelijking buiten deze gebieden. Dat kan bijvoorbeeld op basis subregionale/lokale visie/ontwerp voor groenontwikkeling in combinatie met plannen voor de ontwikkeling van stedelijk gebied van dorp of stad.
Provincie in samenwerking met stedelijke regio’s, subregio’s/gemeenten
2025, als onderdeel van de op te stellen strategische woningbouwplanning.
Onderzoek doen naar mogelijkheden voor gebundelde inzet van middelen voor onder andere landschapsontwikkeling, klimaatadaptiviteit, gezondheid en stikstof ten behoeve van groenblauwe opgaven Stedelijk Brabant (conform afspraak ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant).
LVVN en VRO in samenwerking met in samenwerking met gemeenten/stedelijke regio’s en waterschappen, provincie
n.t.b.
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
21
Afbeelding 6: Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)
22
2.5
Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp
De grote woningbouwopgave benutten de samenwerkende partijen om de kwaliteit van de steden en dorpen te versterken en de bestaande verouderde woningvoorraad te vernieuwen en te verduurzamen. Dit om de mobiliteitstransitie, de energietransitie, klimaatopgave, de leefomgevings-kwaliteit en vorming van (hoog)stedelijk centra, middelgrote steden en vitale dorpen te dragen. Het is belangrijk om de nieuwbouw zo veel als mogelijk in te zetten voor de sterk veranderende bevolkingssamenstelling: Brabant heeft andere en nieuwe woonvormen en kwaliteiten nodig voor de sterk vergrijzende bevolking, één- en tweepersoonshuishoudens en de huisvesting van migranten. Het uitgangspunt voor de bouw is klimaatadaptief, natuurinclusief, circulair en biobased bouwen. Uitvoeringsstrategie Provincie, Rijk, stedelijke regio’s en woningbouwcorporaties hebben afspraken met elkaar gemaakt over de realisering van de woningbouw voor de korte termijn (tot 2030) in de regionale woondeals. Op de versnellingstafels wordt de voortgang en mogelijke versnelling van de woningbouwafspraken uit de woondeals besproken. Het doel van de uitvoeringsafspraken die partijen met elkaar maken in het kader van deze Uitvoeringsagenda is om afspraken te maken over de langere termijn (2040/50): 1.
de verstedelijkingsrichtingen binnen de stedelijke regio’s en de opname capaciteit van de grotere strategische herontwikkelingslocaties voor woningbouw;
2.
een strategische woningbouwprogrammering in relatie tot onder andere groenontwikkeling, energietransitie (onder andere netcongestie, warmtetransitie), mobiliteitstransitie en klimaatadaptatie;
3.
Een duurzame, circulaire werkwijze voor (her)ontwikkelingen te implementeren binnen iedere gemeente.
Agenderende afspraken Afspraak 1: Gezamenlijke inzet opschaalsprong en verdichting in binnensteden en spoorzones De schaalsprong en verdere verdichting van de binnensteden en langs de spoorzones is een complexe opgave. Blijvende aandacht voor de stapeling van opgaven als woningbouw,
mobiliteit, blauw/groen, circulariteit, leefbaarheid en (externe) veiligheid is nodig om Stedelijk Brabant ook na 2030 op een duurzame wijze te laten groeien. Daartoe blijven partijen: •
met elkaar in gesprek over (nieuwe) knelpunten die verdichting in de binnensteden en langs de spoorzones met zich meebrengt (bijvoorbeeld in een Brabantbreed overleg aanpak spoorzones) en de impact die deze verdichting heeft op het OV systeem en de mogelijke schaalsprong in het OV die dan noodzakelijk kan zijn.
•
daar waar nodig toewerken naar businesscases, programmeringsafspraken of samenwerkingsafspraken.
Afspraak 2: Gezamenlijke inzet op schaalsprong middelgrote kernen/steden De middelgrote steden in Brabant hebben een cruciale rol in het stedelijke netwerk van Brabant als schakel tussen stad en landelijk gebied. Deze kernen zijn in de afgelopen decennia hard gegroeid met de ontwikkeling van grootschalige woongebieden en werklocaties. De volgende stap in de ontwikkeling is het versterken van de OVbereikbaarheid, een ingrijpende omvorming van de centra/OV knopen van retail en horeca naar een breder pakket aan functies, meer stedelijkheid en gevarieerdere milieus voor wonen en werken. Ook het creëren van interactiemilieus en betere verbindingen tussen de centra en de werklocaties van deze kernen draagt bij aan de vitaliteit en kwaliteit van deze steden. Verschillende middelgrote kernen lopen daarbij tegen organisatorische vraagstukken aan, zoals de beschikbaarheid van vakspecialisten op het gebied van water, infrastructuur, energie en planeconomie. Maar ook het verstevigen van onderhandelingen in gebiedsontwikkelingen en ondersteuning voor het beschikbaar krijgen van (rijks) middelen zijn behoeften. Provincie en gemeenten blijven in gesprek over de knelpunten en opgaven en delen de kennis met betrekking tot de gedeelde binnenstedelijke opgaven.
Zij werken in samenwerking met MidstadBrabant een voorstel uit om invulling te geven aan de genoemde organisatorische vraagstukken van middelgrote steden. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden om gebruik te maken van elkaars expertise en capaciteiten, en het inzetten of uitbreiden van bestaande regelingen hiervoor (zoals de flexpoolmiddelen van de provincie die gemeenten kunnen gebruiken voor aanvragen voor het versterken van de ambtelijke capaciteit om de woningbouwopgave te realiseren).
Eindconcept Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant – versie 1.0
23
Afspraak 3: Woningbouwopgave tot 2040/2050 benutten voor toekomstbestendige verstedelijking conform de uitgangspunten van het Ontwikkelperspectief Op basis van provinciale prognose van december 2023 zijn er in Brabant ca. 265.000 woningen nodig tot 2050. Het planaanbod is op dit moment al ruim 200.000 woningen. Nog nooit is het planaanbod in Brabant zo hoog geweest. Het is van belang om voor de langere termijn adaptief te blijven en ervoor te zorgen dat de ‘zachte’ plannen bijdragen aan de ontwikkelprincipes. Voor de resterende opgave tot 2050 spreken samenwerkende partijen op het niveau van de stedelijke regio’s verstedelijkingsrichtingen met elkaar af. Basis hiervoor zijn de ontwikkelperspectieven voor de stedelijke regio’s en de onderzoeken/
inventarisaties die provincie en gemeenten in de regionale woondeals met elkaar hebben afgesproken te gaan doen naar mogelijkheden voor binnenstedelijke transformatie en verdichting (zie ook de potentiële opname capaciteit van de grotere binnenstedelijk bouwlocaties van NOVEX Stedelijk Brabant in het kader van de schaalsprong in stedelijkheid in paragraaf 1.1.). Het plan van aanpak Beter benutten Bestaande Voorraad van de provincie kan daarbij helpen.
Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door de volgende uitvoeringsafspraken: Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp Actie/resultaat
Trekker/betrokkenen
Planning
Concretiseren ontwikkelstrategieën stedelijke regio’s in verstedelijkingsrichtingen en opname capaciteit/kansen voor verdere stedelijke verdichting en transformatie, aanpak naoorlogse wijken en in relatie tot de ontwikkelprincipes en op basis van een integrale aanpak. Voor zover mogelijk worden de benodigde investeringen mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie en drinkwater daarbij in beeld gebracht