20231214 Amendement Regionale mobiliteit
Tekst van het document
Amendement Agendapunt/onderwerp
5, Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit
Titel amendement
Afwikkeling overeenkomst door college
Indiener
M. Spijkerman
Indienende fractie(s)
W70, GL/PvdA, VVD, D66, Combinatie, CDA, Lijst Pijs
De raad van de gemeente Nuenen in vergadering bijeen op 14 december 2023; gezien het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 7 november 2023; gehoord de beraadslagingen bij dit onderwerp tijdens de oordeelsvormende bijeenkomst op 7 december 2023; Constateerde dat: -
de Metropoolregio Eindhoven (MRE) het college vraagt om de concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit MRE 20224-2030, na nu overeenkomst, in procedure bij de raad te brengen; in de overeenkomst afspraken worden vastgelegd voor een nieuw samenwerkingsmodel waarover is gesproken in het Poho Mobiliteit MRE van 30 november 2022 en 10 mei 2023; het Poho Mobiliteit MRE de overeenkomst ziet als een handleiding over hoe gemeenten in MRE-verband willen samenwerken; het een publiekrechtelijke regeling tussen overheden betreft, waarop de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing is; de raad een formele rol heeft bij het tot stand komen van deze overeenkomst.
Overwegende dat: -
de definitieve overeenkomst wordt vrijgegeven op 21 februari 2024; gezien de doorlooptijd van raadsvoorstellen en de raadskalender van 2024 dit betekent dat de raad op zijn vroegst in de raadsvergadering van 25 april 2024 toestemming kan verlenen aan het college en deze planning daarom niet realistisch wordt geacht; in het kader van een efficiënte en doelmatige besluitvorming de raad kan kiezen om de overeenkomst eenmaal te behandelen en het college toestemming te geven tot het aangaan van de overeenkomst; de raad reeds eenmaal de overeenkomst heeft beoordeeld.
Besluit het raadsbesluit te wijzigen in: 1. Geen zienswijze op concept Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE 20242030 in te dienen bij het college. 2. Het college toestemming te verlenen de overeenkomst aan te gaan zonder verdere tussenkomst van de raad, waarmee deze dus niet meer in de raad behandeld behoeft te worden. Dit onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er op het nu bekende concept vanuit de lopende procedure geen aanpassingen meer volgen. En gaat over tot de orde van de dag.