2023-69 RIB Verlenging VTH beleid tot 1 juli 2024 en vaststellen VTH-verslag 2021-2022 en VTH-UP 2023- Bijlage 1 - Handhavingsbeleid 2017-2021
Tekst van het document
Als geen prioriteiten gesteld kunnen worden bij geconstateerde overtredingen, komt de handhavende overheid in een onmogelijke spagaat. Enerzijds wil hij de handhaving toesnijden op risico- en beleidsprioriteiten en daarvoor is het noodzakelijk een goed beeld te hebben van overtredingen. Anderzijds leidt het signaleren van veel relatief onbelangrijke overtredingen tot het vastlopen van het toezicht omdat elke overtreding onmiddellijk aangepakt moet worden. Het stellen van prioriteiten, ook bij geconstateerde overtredingen, is daarom noodzakelijk voor het voeren van een evenwichtig handhavingsbeleid. Het uitstel van bestuursrechtelijke stappen geeft geen rechten aan de overtreder: het bevoegd gezag kan op elk moment naleving van de regelgeving vorderen. Een en ander wordt vastgelegd in een “wrakingsbrief” waarin wordt vermeld dat er een overtreding is geconstateerd. De “wrakingsbrief” is dan de eerste stap in een handhavingstraject dat “langer duurt dan normaal”.
19
Essentieel bij het stellen van prioriteiten is dat de hoofddoelstelling, namelijk het realiseren van een adequaat nalevingsniveau niet ondermijnd mag worden. Bij handhaven met prioriteiten moet wel rekening worden gehouden met de belangen van derden. Als een derde zijn belang actief kenbaar maakt, bijvoorbeeld in de vorm van een handhavingsverzoek, is het niet mogelijk om geruime tijd af te zien van handhaving op grond van prioriteitsoverwegingen. In dat geval beperken de mogelijkheden zich tot: - het op korte termijn legaliseren van de overtreding; - het op korte termijn beëindigen van de overtreding; - het nemen van een formele gedoogbeschikking, voor zover dat past binnen de kaders van de nota “Gedogen in Nederland”. Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter sanctiebeschikkingen die genomen worden na een handhavingsverzoek, streng toetst. Een te lange begunstigingstermijn wordt al snel aangemerkt als gedogen en vindt meestal geen genade in de ogen van de rechter, omdat er geen reden is tot formeel gedogen. Bij het werken met prioriteiten is van belang dat voor inwoners en bedrijven en toezichthouders en handhavers helder is welke bestuurlijke keuzes er gemaakt zijn, wat de motivering is voor deze keuzes, en hoe dit in de praktijk ten uitvoer wordt gebracht. De hoofdlijnen van de bestuurlijke uitgangspunten worden vastgelegd.
Als behoefte is aan een nadere uitwerking van deze hoofdlijnen, zal dat gebeuren in de vorm van meer specifieke beleidsregels. Conform de Algemene wet bestuursrecht worden deze beleidsregels gepubliceerd. Voor de prioriteitenstelling worden de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: - Veiligheidsovertredingen (zowel gevaarzettingen als ondermijnende criminaliteit) hebben prioriteit boven overtredingen van de overige regelgeving; - Bij illegale activiteiten die niet meteen aangepakt kunnen worden, krijgen betrokkenen schriftelijk bericht dat de overtreding is geconstateerd met de opdracht die te beëindigen. Bij constatering van een activiteit die al is beëindigd, maar waarbij het wenselijk is om de schadelijke gevolgen ongedaan te maken, krijgt betrokkene bericht van de constatering met de mededeling dat de gemeente nog nadere actie zal ondernemen; - Als gewenst, wordt in een plan van aanpak concreet vastgelegd hoe de gemeente (groepen van) geconstateerde overtredingen gaat aanpakken. De handhaving op woonwagenlocaties scoort hoog. De handhaving op deze locaties wordt in principe gekoppeld aan verschillende ontwikkelingen in onze gemeente, namelijk een discussie over overdracht van eigendom en beheer en renovatieplannen.
Aanvang maken met ‘normalisatie’ en dus ook handhaving in de beleidsperiode is wenselijk, maar is afhankelijk van deze omstandigheden Brandveiligheid in openbare gebouwen en overige gebouwen heeft in dit beleidsplan hoge prioriteit gekregen. Ook aan de handhaving van de APV en parkeren is hoge prioriteit toegekend. Gelet op het grote aantal bepalingen in de APV is met name hoge prioriteit gegeven aan de bepalingen die ook wel gekenschetst worden als de “kleine ergernissen”. Bouwactiviteiten zijn in de integrale prioritering onderverdeeld in een aantal thema’s, te weten vergunningen en illegale bouw. In de prioritering in deze nota is hierop volgend een nuancering aangebracht, namelijk dat een hoge prioriteit wordt toegekend aan buitensporige bouwactiviteiten. Bestemmingsplanovertredingen scoren in de integrale prioritering laag. Echter zijn buitensporige overtredingen van het bestemmingsplan niet wenselijk, evenals
20
overtredingen waarbij een gevaarlijke situatie is ontstaan. De concrete prioriteitenstelling vindt u terug in het eerste hoofdstuk. 4.6.6 Milieu De prioriteiten voor milieu liggen vast in het jaarprogramma,. Het jaarprogramma is gebaseerd op een risico- en maatschappelijk gerichte aanpak waarbij jaarlijks wordt aangesloten op regionale en lokale knelpunten) en bestuurlijk vastgestelde maatschappelijke speerpunten op regionaal (ODZOB en ketenpartners), provinciaal en landelijk niveau. Indien mogelijk binnen de beschikbare budgetten worden activiteiten uitgevoerd om de huidige bereikte beheersfase te ondersteunen; voor het preventieve reguliere toezicht bij bedrijven wordt dan de bestaande systematiek gehanteerd waarbij de zwaarste milieucategorie van bedrijven intensiever wordt gecontroleerd dan lichtere categorieën. Ter voorbereiding van de bestuurlijk vastgestelde regionale speerpunten vindt jaarlijks een bestuurlijk/ambtelijke conferentie plaats waarbij diverse risico- en maatschappelijk gerichte speerpunten, inclusief de Brabant brede speerpunten, onderbouwd worden gepresenteerd. Op basis hiervan stelt het Algemeen Bestuur van de ODZOB de speerpunten voor het volgende jaar vast.
4.7 Methodiek
Deze nota is opgesteld volgens het “big 8”-model (zie figuur volgende pagina). Volgens dit model zijn de beleid- en de uitvoeringscyclus onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hierna is de “big 8”, met de artikelen uit het Bor en de termen die in het traject “professionalisering van de handhaving” worden gebruikt schematisch weergegeven. In het beleid staan doelen gesteld. In het jaarprogramma worden de doelen verder uitgewerkt. Aan de hand van de prioriteitenstelling wordt uitvoering gegeven aan de uitgewerkte doelen uit het jaarprogramma. In het jaarverslag van handhaving wordt getoetst of de uitwerking en uitvoering van de doelen zijn behaald, conform vastgestelde strategie en handreiking (zie bijlage 1 en 2). Deze evaluatie kan verbeterpunten leveren voor wat betreft de uitvoering en de werkwijze, maar biedt ook een mogelijkheid om doelen aan te passen wanneer blijkt dat deze niet meer haalbaar zijn. In het jaarprogramma daarna wordt rekening gehouden met de uitkomsten uit de evaluatie. Het beleid kan op basis van de evaluatie ook worden aangepast. Doordat de doelstellingen uit het beleid smart geformuleerd zijn, kunnen deze eenvoudig worden getoetst.
21
22
Bijlagen
23
Landelijke handhavingsstrategie (2017.06654); Handreiking bestuurlijke sanctiemiddelen en bijlage (2017.06652); Risicomatrix (2017.06641).