2023-54 Raadsinformatiebrief Uitvoering jeugdbeleid 20 september 2023 - Bijlage 1 Jeugdbeleid gemeente Nuenen 2021-2024 vastgesteld april 2021
Tekst van het document
Jeugdbeleid 2021-2024 Samen werken aan een stevige basis Kansrijk, gezond en veilig opgroeien en meedoen in Nuenen januari 2021
1
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
2
Samenvatting
3
1. Inleiding
5
2. Afbakening en relatie andere beleidsterreinen
6
3. Wet- en regelgeving
6
4. Onderscheid preventie en jeugdhulp
7
5. Hoe gaat het met de Nuenense jeugd?
10
6. Visie en ambities
11
7. Doelen komende periode
13
8. Meten en financiën
24
Bijlagen Wet- en regelgeving
26
Omgevingsvisie
28
De Nuenense jeugd
29
Voorschoolse periode
30
Onderwijs
33
Welzijn en gezondheid
37
Iedereen kan meedoen
40
Veiligheid
41
Jeugdbeleid 2021 – 2024
2
Samenvatting Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Het principe van eigen verantwoordelijkheid van de inwoner en zijn sociale leefomgeving staat centraal bij de decentralisatie en de transformatie van de jeugdhulp. De gemeente is, naast de uitvoering van de Jeugdwet, ook verantwoordelijk voor preventieve ondersteuning en algemene voorzieningen voor jeugdigen. In Nuenen gebeurt al heel veel op dit gebied.
In deze figuur is weergegeven welke vormen van ondersteuning er zijn. Deze nota gaat over de onderste twee lagen van de piramide (inzet zonder indicatie en preventie in leefomgeving/ via algemene voorzieningen.
In samenspraak met professionals die betrokken zijn bij jeugdigen is onderzocht wat goed gaat en wat beter kan op het gebied van preventie en algemene voorzieningen. Visie Wij willen dat alle Nuenense kinderen kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen, gezond en veilig opgroeien en mee kunnen doen in de samenleving. De gemeente kan dit niet alleen maar heeft hier lokale en regionale partners voor nodig. We willen samen met deze partners werken aan een stevige basis gevormd door onze inwoners en de algemene voorzieningen. Elke organisatie heeft een eigen verantwoordelijkheid, maar moet bereid zijn om samen te werken aan dit doel. Vandaar de titel van deze nota: Samen werken aan een stevige basis. Kansrijk, gezond en veilig opgroeien en meedoen in Nuenen Hierbij hebben we de volgende ambities: • • •
We willen dat alle jeugdigen kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. We willen dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien. We willen dat alle jeugdigen kunnen meedoen
We gaan daarbij uit van: • Normaliseren en eigen kracht. • Tijdig problematiek signaleren en ingrijpen wanneer nodig.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
3
De komende periode werken we aan de volgende doelstellingen Deze doelen zijn niet in volgorde van belang opgesomd. Voor elke jeugdige kan iets anders belangrijk zijn, afhankelijk van de leeftijd en/of omstandigheden. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14.
De aansluiting van peuters op de basisschool versterken. Alle doelgroepkinderen nemen deel aan voorschoolse educatie. Alle jeugdigen volgen onderwijs en verzuimen zo min mogelijk. De negatieve gevolgen voor kinderen van een moeizame partnerscheiding van de ouders nemen af. Jonge mantelzorgers zijn in beeld en krijgen passende ondersteuning. Jeugdigen zijn weerbaarder. Jeugdigen, ouders en verenigingen kennen de risico’s van middelengebruik voor veiligheid en gezondheid. De professionals herkennen de signalen van kindermishandeling en weten hoe te handelen. Als meer professionals betrokken zijn bij een jeugdige stemmen zij de hulp op elkaar af. Het onderwijs en de veiligheidspartners werken nauw samen om de veiligheid te verbeteren. Alle jeugdigen kunnen meedoen op een manier die past bij wat zij nodig hebben. We gaan uit van de eigen mogelijkheden van jeugdigen en ouders en problematiseren niet onnodig. Meer kwetsbare ouders zijn toegerust voor het ouderschap en de opvoeding. Signalen worden snel opgepakt en waar nodig besproken met het CMD
Er is veel onderliggende informatie. Cijfers, informatie van lokale professionals en wat al gedaan wordt op het gebied van preventie en algemene voorzieningen. Door deze informatie in de bijlage op te nemen ontstaat een compleet beeld. Deze informatie is geclusterd per onderwerp: voorschoolse periode, onderwijs, welzijn en gezondheid, iedereen kan meedoen en veiligheid.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
4
1. Inleiding Wij willen dat alle Nuenense kinderen gezond en veilig opgroeien, zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen in de samenleving. Hiervoor is een opvoeding in een positieve en veilige omgeving van belang. Hierbij wordt de jeugdige uitgedaagd om vaardigheden te ontwikkelen, talenten te ontdekken en steeds meer verantwoordelijkheid te nemen. Hiervoor zetten ouders, professionals en vrijwilligers zich dagelijks in. Wanneer dit niet lukt, moet passende ondersteuning beschikbaar zijn. Hiervoor is de gemeente verantwoordelijk op grond van de Jeugdwet. De Jeugdwet Sinds de decentralisatie in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. De afgelopen jaren was de aandacht zowel landelijk als lokaal vooral gericht op het organiseren van jeugdhulp. Het principe van eigen verantwoordelijkheid van de inwoner en zijn sociale leefomgeving staat centraal bij de decentralisatie en de transformatie jeugdhulp. De gemeentelijke taak bij preventie De gemeente is, naast de uitvoering van de Jeugdwet, ook verantwoordelijk voor preventieve ondersteuning en algemene voorzieningen voor jeugdigen. In Nuenen gebeurt al heel veel op dit gebied. Veel professionals en vrijwilligers zorgen voor preventieve, laagdrempelige ondersteuning. De gemeente wil door het lokale jeugdbeleid sturing geven aan deze ondersteuning.
Voor zichzelf ziet de gemeente een regisserende en faciliterende rol in de uitvoering ervan. Het lokale jeugdbeleid van Nuenen is gebaseerd op eerder vastgestelde visies. Het gaat over preventie en algemene voorzieningen. Het is nadrukkelijk bedoeld voor alle jonge inwoners van 0 tot 18 jaar, ook wanneer zij geen specifieke ondersteuningsvraag hebben. We willen de ‘normale’ ontwikkeling van de jeugd optimaliseren. We willen dit doen zonder te problematiseren, maar ook zonder problemen uit het oog te verliezen.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
5
2. Afbakening, relatie andere beleidsterreinen Dit beleid is beperkt tot wat de Jeugdwet van ons vraagt op het gebied van preventie. Dit is zeker niet alles omvattend. Ook andere beleidsterreinen en projecten kunnen de jeugd betreffen, zoals het Programma Wonen 2020-2030 en het veiligheids-, vrijwilligers- en mantelzorgbeleid. Jeugdigen kunnen ook te maken krijgen met de Wmo en de participatiewet. Projecten voor speciale doelgroepen, zoals Sinti en vergunninghouders, richten zich ook deels op de jeugd. Voor de uitvoering van de Jeugdwet is veel vastgelegd. Er is gewerkt aan regionale samenwerking, om (specialistische) jeugdhulp zo goed mogelijk in kopen. De subregio Dommelvallei+ werkt samen met gemeente Helmond, Veldhoven en de Peelgemeenten op het gebied van inkoop en monitoring van jeugdhulp. Medio 2020 is een gezamenlijke inkoopstrategie vastgesteld. In de subregio Dommelvallei+ en de gemeente Nuenen c.a. zijn diverse visiedocumenten vastgesteld. Het lokale jeugdbeleid is onderdeel van het in 2014 vastgestelde (subregionale) beleidsplan jeugd, dat ook over de transitie jeugdhulp gaat. Daarna maakte het onderdeel uit van het beleidsplan sociaal domein Nuenen 2016-2019 en het bijbehorende uitvoeringsplan 2016/2017 en de actualisering 2018 tot en met 2021. In de laatste actualisatie is aangekondigd dat lokaal preventief jeugdbeleid aan de gemeenteraad zou worden voorgelegd.
In dit beleid is op het gebied van preventie een aantal doelstellingen vastgelegd. Deze vormen de kapstok voor de uitvoering in de komende jaren. Zo kunnen we flexibel omgaan met actuele ontwikkelingen.
3. Wet- en regelgeving Jeugdhulp Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Hierbij is het uitgangspunt altijd de eigen kracht van jeugdigen, gezinnen en hun sociale netwerk. Ouders hebben de regie, de gemeente moet normaliseren, ondersteunen en coördineren. De Jeugdwet is ook gericht op het voorkomen van problemen en de vroegtijdige inzet van hulp en zorg om zo zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen. Preventieve activiteiten die onder de Jeugdwet vallen, zijn onder andere: vroege interventie bij opgroeiproblemen en het faciliteren van informatie en advies in de vorm van folders of een adviesgesprek. Ook preventieve activiteiten door het welzijnswerk of het jongerenwerk vallen onder de Jeugdwet. We hebben daarnaast te maken met aanpalende wetgeving: de Wet Langdurige zorg (Wlz), Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), Zorgverzekeringswet (Zvw), Wet publieke gezondheid (Wpg) en passend onderwijs. Zie de bijlage voor meer uitleg over deze wetten.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
6
4. Onderscheid preventie en jeugdhulp
Figuur 1. Ondersteuningspiramide voor jeugdigen Figuur 1 geeft weer dat de meeste jeugdigen zonder geïndiceerde jeugdhulp opgroeien. Een jeugdige kan in de loop van zijn of haar leven (tijdelijk) in een andere laag van de piramide terecht komen, doordat iets in de situatie wijzigt. In 2019 Nuenen had 13% van de 0 tot 18-jarigen jeugdhulp. Het landelijk gemiddelde was volgens de databank van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) 12,2%. Een doel van de transformatie is dat dit percentage afneemt doordat problemen binnen de eigen (sociale) omgeving opgelost kunnen worden. Hiervoor is een stevige basis belangrijk. Onder basis verstaan we de leefomgeving en de algemene voorzieningen. Overigens betekent een goede basis niet altijd dat geen jeugdhulp nodig is. Voor een aantal jeugdigen blijft jeugdhulp nodig. Leefomgeving Veel jeugdigen groeien op in een stabiele leefomgeving. Niet alleen de ouders en het gezin horen tot de leefomgeving. Het gaat hierbij om de hele sociale omgeving van een jeugdige waaronder familie, leeftijdsgenoten, buurtbewoners, etc. Algemene voorzieningen Alle jeugdigen hebben behoefte aan goede algemene voorzieningen. Deze voorzieningen zijn zonder indicatie van de gemeente toegankelijk. Hiertoe behoren: kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau en schoolarts), de huisarts, verloskundigen en vrijetijdsbesteding waaronder sport.
In Nuenen zijn veel algemene voorzieningen van goede kwaliteit beschikbaar. Lichte ondersteuning, preventieve activiteiten Het is belangrijk dat de ouders van jeugdigen zonder ondersteuningsvraag wel bekend zijn met het aanbod van (lichte) ondersteuning.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
7
Opgroeien en opvoeden verloopt niet altijd eenvoudig en probleemloos. Normaliseren betekent dat we erkennen dat er zich regelmatig (lichte) problemen voordoen. Denk aan een huilbaby, slaapproblemen of (tijdelijke) gedragsproblemen. Tijdige, laagdrempelige ondersteuning helpt ouders en hun kind(eren) snel weer op weg. Het is belangrijk dat zij deze ondersteuning weten te vinden. Lichte ondersteuning en preventieve activiteiten worden aangeboden door het CMD, de jeugdgezondheidszorg en het jongerenwerk. Ook kinderdagverblijven en scholen bieden deze ondersteuning. Risico’s, vroegtijdig signaleren en handelen Sommige jeugdigen lopen meer risico in hun ontwikkeling of op het gebied van veiligheid en gezondheid. Dit kan te maken hebben met de thuissituatie of door beperkingen of problemen van de jeugdige zelf. De professionals van de algemene voorzieningen spelen een belangrijke rol in het vroegtijdig signaleren van problemen of belemmeringen in de ontwikkeling. Het is belangrijk dat vroegtijdig wordt bijgestuurd door gesprekken, onderzoek, doorverwijzingen, voorlichting en onderlinge afstemming. Voor de oudere jeugd heeft het jongerenwerk een rol in het signaleren van risico’s. Door hun directe contact met de jeugd zijn de jongerenwerkers één van de partijen waar signalen binnenkomen.
Zij gaan op basis van vertrouwen met jeugdigen in gesprek, bieden ondersteuning en schakelen extra hulp in wanneer nodig. Jeugdhulp Voor ongeveer 13% van de jeugdigen zijn de algemene voorzieningen niet voldoende. Zij hebben (tijdelijk) gespecialiseerde (individuele) begeleiding of behandeling nodig. De stippellijn in figuur 1 geeft aan dat voor de bovenste delen van de piramide een indicatie nodig is. Ook bij de inzet van jeugdhulp blijven jeugdigen gebruik maken van de algemene voorzieningen. Waar nodig vindt afstemming plaats. Het CMD is de lokale toegang tot deze specialistische jeugdhulp. Elke jeugdige/ elk gezin krijgt een casusregisseur van het CMD die zorgt voor de afstemming. Er wordt gewerkt volgens het principe 1 gezin - 1 plan – 1 regisseur. Op die manier blijft een jeugdige en het gezin in beeld. Het CMD zorgt voor een goede overdracht naar een zorgaanbieder en volgt de voortgang actief. Op grond van de Jeugdwet mogen ook artsen en gecertificeerde instellingen verwijzen naar jeugdhulp. In dat geval is het van belang dat deze verwijzer goed blijft volgen hoe het met een jeugdige gaat. Veel Nuenense ouders weten wat ze willen. Zij regelen soms zelf jeugdhulp en komen alleen bij de huisarts of het CMD voor een verwijzing. Deze groep ouders is niet eenvoudig te bewegen naar lichtere hulp door de praktijkondersteuner jeugd of door een andere CMD-medewerker.
Een algemeen probleem is dat te snel vergeleken wordt met de maatschappelijke norm voor gedrag en ontwikkeling. Wanneer een jeugdige dan niet voldoet aan deze norm wordt dat direct als een probleem gezien, ook wanneer bijvoorbeeld sprake is van normaal pubergedrag.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
8
Veiligheid Wanneer sprake is van directe veiligheidsrisico’s, schaalt het CMD op naar de veiligheidsketen. In deze keten zijn onder andere politie, Veilig Thuis, het CMD, het jongerenwerk en de jeugdbescherming vertegenwoordigd. We spreken van veiligheidsrisico’s als jeugdigen bijvoorbeeld te maken hebben met direct fysiek geweld of getuige zijn van overmatig drank- en drugsgebruik. Een veiligheidsrisico is ook wanneer de emotionele ontwikkeling van kinderen onder druk staat door een vechtscheiding van de ouders. Wat hebben de jeugdigen nodig? De Nuenense jeugdigen hebben behoefte aan een goede basis: een stabiele leefomgeving en kwalitatief goede algemene voorzieningen. Er is al veel goed aanbod aanwezig dat we dan ook graag willen behouden. Er zijn ook zaken die beter kunnen. Door te investeren in de basis en de preventieve ondersteuning proberen we zoveel mogelijk te voorkomen dat jeugdigen (specialistische) jeugdhulp nodig hebben of dat een situatie escaleert. We moeten ons realiseren dat ondanks de nadruk op preventie en algemene voorzieningen de behoefte aan jeugdhulp blijft bestaan.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
9
5. Hoe gaat het met de Nuenense jeugd? Nuenen had 23.411 inwoners op 1 januari 2020. Hiervan was 18,77% (4.396 inwoners) 0 tot18 jaar. De jeugd maakt een flink deel uit van onze lokale samenleving. Zij volgen onderwijs, maken gebruik van voorzieningen en zijn lid van lokale verenigingen. Hoe is een beeld gevormd van de jeugd? Er is veel informatie gehaald uit diverse bronnen, zoals bevolkingscijfers, jeugdmonitoren en jaarverslagen van professionals die met onze jeugdigen werken. Ook de informatie die is opgehaald bij onze inwoners in het kader van de omgevingsvisie en omgevingsagenda is meegenomen. Aan collega’s die (zijdelings) betrokken zijn bij jeugd is gevraagd om informatie. Vervolgens is gesproken met groepen professionals die werken met Nuenense jeugd: • Kinderopvangaanbieders; • primair en voortgezet onderwijs en de samenwerkingsverbanden passend onderwijs; • huisartsen, jeugdgezondheidsartsen en praktijkondersteuner jeugd; • jongerenwerkers; • Centrum voor Maatschappelijke Deelname; • veiligheidspartners (politie, Halt, Veiligheidshuis, Veilig Thuis); • Adviesraad Sociaal Domein. Aan deze professionals is gevraagd wat er volgens hen speelt bij onze jeugdigen. Gevraagd is wat goed gaat in Nuenen en wat er beter kan. In de bijlage is in een aantal deelgebieden uiteengezet wat uit deze inventarisatie is gekomen.
Daarbij is ook aangegeven wat er al gebeurt om onze jeugdigen zo goed mogelijk te laten opgroeien. Hoe gaat het met onze jeugd? In het algemeen gaat het goed met onze jeugd. Ook het aanbod van algemene voorzieningen is goed. Ongeveer 13% van de jeugd tot 18 jaar had vorig jaar jeugdhulp. Het landelijk gemiddelde was volgens de databank van het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) 12,2%. Hoewel het grootste deel van onze jeugdigen probleemloos opgroeit, is er zeker problematiek die extra aandacht vraagt. Enkele opvallende zaken zijn: • Het middelengebruik (alcohol, drugs en lachgas); • toename van het aantal 12-18-jarigen dat zich somber, psychisch ongezond en/of eenzaam voelt • problematiek in relatie tot autisme (gedrag, eenzaamheid); • jeugdigen die klachten hebben door de (v)echtscheiding van hun ouders; • het contact tussen een aantal scholen voor voortgezet onderwijs en de zorg- en veiligheidspartners kan beter. Deze aandachtspunten komen terug bij de doelen.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
10
6. Visie en ambities
Wij willen dat alle Nuenense kinderen kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen, gezond en veilig opgroeien en mee kunnen doen in de samenleving. en mee te doen in de samenleving. De gemeente kan dit niet alleen maar heeft hier lokale en regionale partners voor nodig. Elke organisatie heeft een eigen verantwoordelijkheid, maar moet bereid zijn om samen te werken aan dit doel. We willen samen met partners werken aan een stevige basis gevormd door onze inwoners en de algemene voorzieningen. Vandaar de titel van deze nota: Samen werken aan een stevige basis. Kansrijk, gezond en veilig opgroeien en meedoen in Nuenen. We hebben daarbij de volgende algemene wensen en uitgangspunten. Deze staan niet op zichzelf maar hangen met elkaar samen. We willen dat alle jeugdigen kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. Vanaf de geboorte tot de volwassenheid ontwikkelen jeugdigen zich. We vinden het belangrijk dat al onze jeugdigen goede kansen krijgen, ongeacht het gezin waarin zij opgroeien. Met optimaal bedoelen we ‘zo goed mogelijk’ voor deze jeugdige. Dit kan per jeugdige verschillen. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de jeugdgezondheidszorg, kinderopvang en het onderwijs. De gemeente kan ondersteunen door partijen bij elkaar te brengen of de voorwaarden te scheppen voor nieuwe ontwikkelingen.
Ook een goede aansluiting tussen deze partners en ons CMD draagt bij aan de optimale ontwikkeling. Het CMD kan ondersteunen wanneer het met een jeugdige of een gezin minder goed gaat. We willen dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien. Veiligheid is een breed begrip. Het kan gaan over veiligheid in het verkeer, maar ook over een veilige thuissituatie. In deze nota bedoelen we de veiligheid die het mogelijk maakt dat jeugdigen zo goed mogelijk opgroeien. Ook gezondheid is een breed begrip. Op het gebied van gezondheid gaat het in deze nota vooral over welbevinden en gezond gedrag. Het is niet mogelijk jeugdigen af te schermen van alle risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid. Een belangrijker doel is dan ook hen weerbaar te maken zodat zij zelf in staat zijn risico’s te verminderen. We willen dat alle jeugdigen kunnen meedoen We willen dat alle jeugdigen kunnen meedoen, zodat zij onderdeel zijn van de samenleving en contacten hebben met anderen. Meedoen is een breed begrip. We
Jeugdbeleid 2021 – 2024
11
bedoelen hier het samen met anderen mee kunnen doen aan sporten of andere vrijetijdsbesteding. Niet alleen is het voor een jeugdige prettig en goed om in zijn vrije tijd iets leuks te doen. Het draagt ook bij aan sociale contacten, het gevoel ergens bij te horen en het kan eenzaamheid voorkomen. Wij gaan hierbij uit van: Normaliseren en eigen kracht Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Niet alles is een probleem en vraagt om een diagnose en professionele zorg. Soms hebben ouders alleen extra steun nodig of de bevestiging dat lastige situaties bij iedereen voorkomen en horen bij normaal opgroeien. Eigen kracht is het vermogen van ouders en kinderen om zelf hun leven vorm te geven. Het gaat over eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en zelfregie. Uitgaan van eigen kracht betekent niet dat gezinnen geen professionele hulp kunnen krijgen als ze deze nodig hebben. Maar ook dan staat de vraag centraal wat gezinnen zelf of met hun sociale netwerk kunnen doen en wat aanvullend nodig is. Problematiek tijdig signaleren en ingrijpen wanneer nodig. Door problemen of achterstanden tijdig te signaleren kan via vroege interventie gewerkt worden aan een oplossing of wordt erger voorkomen. Voor vroegtijdig signaleren zijn onze lokale partners van groot belang.
Kinderopvang, onderwijs, jeugdgezondheidszorg, huisartsen en jongerenwerk zijn plaatsen waar vrijwel alle jeugdigen komen. Deze professionals zijn als geen ander in staat om signalen van problemen in een vroeg stadium te zien en ouders en jeugdigen te ondersteunen of waar nodig te verwijzen naar het CMD.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
12
7. Doelen voor de komende periode Het goede behouden We zijn tevreden over het werk en de kwaliteit van kinderopvang, het onderwijs en de jeugdgezondheidszorg. Over het algemeen verloopt de aansluiting en samenwerking goed. Ook de samenwerking in de veiligheidsketen is goed. Het is belangrijk dat we dit behouden en waar nodig versterken. Onderstaande doelen zijn gebaseerd op wat is opgehaald in de inventarisatie (brononderzoek en gesprekken met professionals). Hierbij is geformuleerd wat we willen bereiken en hoe we dit gaan doen. Er is geen prioritering in de doelen aangegeven. Deze hangen met elkaar samen. Wat belangrijk is voor jeugdigen is wisselend en afhankelijk van de leeftijd en/of de situatie.
We willen dat alle jeugdigen kansen krijgen om zich optimaal te ontwikkelen 1.
De aansluiting van peuters op de basisschool versterken.
We vinden dit belangrijk omdat: Niet alle peuters maken gebruik van een voorschoolse voorziening. Bovendien is een voorschoolse voorziening niet altijd gekoppeld aan de basisschool die het kind later gaat bezoeken. Soms is een door ouders gekozen school niet passend en wordt een kleuter al kort na de start naar een andere school verwezen. Zo gaan we dat doen: We stimuleren ouders om hun kind gebruik te laten maken van peuteropvang om zo de aansluiting op het basisonderwijs te verbeteren. We stimuleren waar mogelijk dat de overstap van de voorschoolse periode naar de juiste basisschool zo goed mogelijk verloopt. Peuters waarvan verwacht wordt dat de aansluiting niet eenvoudig is, brengen we tijdig in beeld, bieden we eventueel extra ondersteuning en leiden we toe naar de juiste school. Dit kan regulier onderwijs zijn, eventueel aangevuld met extra ondersteuning, of speciaal onderwijs. Ook het vormen van peuter/kleutergroepen kan de aansluiting verbeteren. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: De Jeugdgezondheidszorg registreert of kinderen in de leeftijdscategorie 0-4 jaar de opvang bezoeken. We hanteren hierbij geen streefcijfer omdat we ouders niet kunnen verplichten gebruik te maken van opvang. De voorschoolse voorziening wordt gefinancierd vanuit de Uitvoeringsregeling subsidies Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Nuenen.
Het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (SWV PO) meet het aantal indirecte plaatsingen. In 2019 gingen drie leerlingen van 6 en 7 jaar naar het speciaal onderwijs en in 2020 twee leerlingen van 4 en 5 jaar. We streven ernaar dat alle kinderen direct op de juiste school geplaatst worden.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
13
Het stimuleren van directe plaatsingen op een best passende school wordt gefinancierd door de samenwerking tussen onderwijs, voorschoolse voorzieningen en het CMD.
2.
Alle doelgroepkinderen nemen deel aan voorschoolse educatie.
We vinden dit belangrijk omdat: We gunnen alle peuters gelijke ontwikkelkansen. Bij een aantal peuters met een taalof ontwikkelachterstand kan voorschoolse educatie helpen deze achterstand deels in te lopen. Zo gaan we dat doen: We zorgen voor een dekkend aanbod voor voorschoolse educatie in Nuenen. Alle peuters waarbij voorschoolse educatie kan zorgen voor het (deels) inlopen van deze achterstand krijgen een indicatie van de jeugdgezondheidszorg. Op verschillende locaties in Nuenen wordt voorschoolse educatie aangeboden. Hierbij wordt een Vroeg- en voorschools educatieprogramma gebruikt dat is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. De jeugdgezondheidszorg en de aanbieders van voorschoolse educatie stimuleren dat alle peuters met een indicatie ook daadwerkelijk deelnemen aan het aanbod. We zorgen voor een goede overdracht aan het basisonderwijs. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: De jeugdgezondheidszorg meet periodiek de (taal)ontwikkeling van de jonge kinderen. Wanneer sprake is van een achterstand krijgt de peuter een indicatie. We streven naar 100% deelname van kinderen met een indicatie aan voorschoolse educatie. We volgen bij de doelgroepkinderen in hoeverre de achterstand is ingelopen De uitvoering wordt gefinancierd vanuit de Uitvoeringsregeling subsidies Peuteropvang en Voorschoolse Educatie Nuenen.
3.
Alle jeugdigen volgen onderwijs en verzuimen zo min mogelijk.
We vinden dit belangrijk omdat: Het is belangrijk dat jeugdigen naar school gaan. Onderwijs draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling en leert jeugdigen om mee te doen in de samenleving. Op school leren kinderen de kennis en vaardigheden die ze later in de maatschappij nodig hebben, Jeugdigen brengen op school veel tijd door. Naast het gezin en de buurt is school een belangrijk aspect van hun leefomgeving. We willen dat alle jeugdigen zoveel en zo lang mogelijk een passende school bezoeken. We vinden het belangrijk dat ook jeugdigen met een beperking of gedragsproblematiek zoveel mogelijk passend onderwijs volgen, eventueel aangevuld met dagbesteding of begeleiding vanuit jeugdhulp. Zo gaan we dat doen: We zetten in op zo min mogelijk schoolverzuim en thuiszitters. Hieraan werken in regionaal verband onder andere leerplichtambtenaren, trajectbegeleiders en loopbaanbegeleiders. Wanneer ouders hun kind vaak ziekmelden, zoeken we naar de oorzaak. We volgen jeugdigen die school verlaten zonder startkwalificatie. Deze jeugdigen worden gestimuleerd weer naar school te gaan of te gaan werken.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
14
Zonder de verantwoordelijkheid van het onderwijs over te nemen kan jeugdhulp ondersteunen. Wanneer een jeugdige (tijdelijk) fysiek geen onderwijs volgt stimuleren we waar mogelijk digitaal onderwijs. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: In het jaarlijkse regionale leerplichtjaarverslag staan de cijfers van verzuim en trajectbegeleiding. We hanteren hierbij geen streefcijfer maar verwachten wel een afname van het schoolverzuim en het aantal thuiszitters. Door deelname aan een evidenced base pilot verwachten we regelmatig geoorloofd ziekteverzuim in het voortgezet onderwijs terug te dringen. Deze pilot betalen we uit maatwerkuren van de GGD en het uitvoeringsbudget. We streven naar een afname van minimaal 20% van het geoorloofd ziekteverzuim. De kosten van leerplichtambtenaren, trajectbegeleiders en loopbaanbegeleiders zijn opgenomen in de programmabegroting 2021-2024. Stichting Leergeld kan ouders met een laag inkomen ondersteunen bij de aanschaf van digitale leermiddelen.
4.
De negatieve gevolgen voor kinderen van een moeizame partnerscheiding van de ouders nemen af.
We vinden dit belangrijk omdat: Een groot aantal jeugdigen krijgt te maken met de scheiding van ouders. Dit heeft altijd gevolgen voor de kinderen, omdat hun vaste basis wegvalt. Wanneer de scheiding moeizaam verloopt, zijn de gevolgen nog groter. Kinderen kunnen in een loyaliteitsconflict komen en zich onveilig voelen. Dit uit zich vaak in gedrag maar kan ook lichamelijke gevolgen hebben. Zo gaan we dat doen: We ondersteunen jeugdigen bij voorkeur zo vroeg mogelijk. Signalen worden vaak het eerst opgemerkt op school. We starten een pilot waarbij we inventariseren bij scholen bij hoeveel jeugdigen sprake is van een scheiding van ouders en aan welke ondersteuning zij behoefte hebben. We bieden op school een preventief programma aan. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: In beide jeugdmonitoren van de GGD wordt gevraagd naar de gezinssituatie, dit zegt echter niets over de gevolgen van een scheiding voor kinderen. Na afloop evalueren we de pilot met jeugdigen, ouders en onderwijs. De kosten voor de pilot betalen we uit het uitvoeringsbudget.
5.
Jonge mantelzorgers zijn in beeld en krijgen passende ondersteuning.
We vinden dit belangrijk omdat: We willen jonge mantelzorgers beter ondersteunen. We verwachten dat niet alle jonge mantelzorgers bij ons in beeld zijn, omdat zij zich niet actief melden bij de gemeente. Op scholen en bij verenigingen is waarschijnlijk beter in beeld welke jeugdigen mantelzorg verlenen.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
15
Zo gaan we dat doen: Wij gaan via het jongerenwerk, scholen en verenigingen actief op zoek naar jonge mantelzorgers. Door met hen zelf te bespreken waar zij behoefte aan hebben ontvangen zij passende ondersteuning. Het nieuw op te stellen mantelzorg beleid geeft prioriteit aan het vinden, ondersteunen en waarderen van jonge mantelzorgers (JMZ). We starten de beleidsvorming van de nieuwe mantelzorgnota halverwege 2021. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: In beide jeugdmonitoren meten we het percentage jonge mantelzorgers. Van de 8- tot en met 11-jarigen verleende 3% mantelzorg 1 Van de 12- tot en met 18-jarigen was dat 10%. 2 Het ondersteunen van mantelzorgers is opgenomen in de taakomschrijving van de LEVgroep met bijbehorende jaarlijkse subsidie. Wij willen het aantal geregistreerde mantelzorgers in onze gemeente verhogen, hierdoor neemt ons bereik toe en kunnen we hen beter van advies en ondersteuning voorzien.
We willen dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien. 6.
Jeugdigen zijn weerbaarder.
We vinden dit belangrijk omdat: Met weerbaarheid wordt bedoeld dat jeugdigen voor zichzelf kunnen opkomen. Niet alle jeugdigen zijn even weerbaar. Dit kan problemen opleveren op het gebied van middelengebruik. Ook bij pesten en seksualiteit is het belangrijk dat jeugdigen weerbaar zijn. Zo gaan we dat doen: Scholen en ouders spelen een belangrijke rol bij het weerbaar maken van jeugdigen. Wij bieden ondersteunende trainingen aan die de weerbaarheid verhogen. We gaan hierbij in gesprek met jongerenwerkers om de juiste aansluiting met de doelgroep te creëren en overleggen met de GGD over hun rol in deze. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: Er is al aanbod in weerbaarheidstrainingen bij het jongerenwerk en de LEVgroep. Dit is opgenomen in de subsidie-afspraken. We meten het aantal deelnemers en evalueren bij jeugdigen en ouders in hoeverre de training resultaat heeft gehad. In beide jeugdmonitoren wordt de weerbaarheid gemeten via vragen zoals: ‘kan voor zichzelf opkomen’ en ‘heeft zelfvertrouwen’. Bij de 4- tot en met 11-jarigen heeft 10% volgens de ouders een lage weerbaarheid. Dit percentage is gelijk aan de monitor van 2013 en is gelijk aan de regio. Van de 12- tot en met 18-jarigen geeft 6% zelf aan een lage weerbaarheid te hebben. Dit is hoger dan in de monitor van 2011 (2%).
1 Bron: Jeugdmonitor 0 tot en met 11 jaar (2017-2018) 2 Bron: Jeugdmonitor 12 tot en met 18 jaar (2019-2020)
Jeugdbeleid 2021 – 2024
16
We streven naar het verlagen van de percentages jeugdigen met een lage weerbaarheid. Voor de jeugd tot en met 11 jaar streven we naar 8% en voor de jeugdigen vanaf 12 jaar naar 3%.
7.
Jeugdigen, ouders en verenigingen kennen de risico’s van middelengebruik voor veiligheid en gezondheid.
We vinden dit belangrijk omdat: Het gebruik van alcohol (onder de 18 jaar), drugs en lachgas brengt risico’s met zich mee. Zowel de ontwikkeling en gezondheid als de veiligheid loopt gevaar. Het alcoholen drugsgebruik van Nuenense jeugdigen wijkt niet significant af van de regio. Drugs zijn goedkoper en makkelijker te verkrijgen dan alcohol. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen. Veel Nuenense ouders keuren alcoholgebruik van hun kinderen goed wanneer zij nog geen 18 jaar zijn. Ouders laten zich hier moeilijk op aanspreken. De gemeente kan alleen bij overlast handhaven bij inwoners thuis. Zo gaan we dat doen: We combineren preventie met regelgeving en handhaving. We blijven ouders regelmatig informeren over de gevolgen van middelengebruik van hun kinderen en hun eigen voorbeeldfunctie, hierbij speelt de GGD een rol. We adviseren lokale sportverenigingen en handhaven waar nodig. We maken hierbij gebruik van landelijke en regionale initiatieven. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: We streven naar het verder verhogen van de startleeftijd van alcoholgebruik. In de jeugdmonitor 0 tot en met 11 jaar wordt aan ouders met kinderen vanaf 4 jaar gevraagd welke leeftijd zij verantwoord vinden voor het eerste glas alcohol. Van de ondervraagde ouders vindt 38% dat 16-17 jaar een verantwoorde leeftijd is.
Dit percentage is lager dan in 2008 (65%) en lijkt afgenomen te zijn ten opzichte van 2013 (41%, niet significant lager). Hieruit maken wij op dat de combinatie van Rijksbeleid (wetgeving en voorlichting) in combinatie met onze lokale inzet effect heeft. We streven ernaar dit percentage te verlagen naar 25%. We streven naar het verhogen van de startleeftijd voor alcoholgebruik: Jeugdmonitor 2019-2020
streef cijfer
jonger dan 12 jaar
0.8%
0%
12-13 jaar
3%
0%
14-15 jaar
19%
5%
16-17 jaar
15%
10%
18 jaar
2%
hoger
Jeugdbeleid 2021 – 2024
17
We streven naar een verlaging van het percentage jeugdigen dat drugs gebruikt tot 8%. Uit de jeugdmonitor 12 tot en met 18 jaar blijkt dat 14% ooit soft- of harddrugs of lachgas heeft gebruikt. Dit is de eerste monitor waarbij het lachgasgebruik is gemeten. In eerdere jeugdmonitoren (2011 en 2015) was het percentage jeugdigen dat ooit drugs gebruikt had 12%. De inzet van de GGD is opgenomen in de Progammabegroting 2021-2024.
8.
De professionals herkennen de signalen van kindermishandeling en weten hoe te handelen.
We vinden dit belangrijk omdat: Een aantal jeugdigen krijgt te maken met kindermishandeling. Hieronder wordt verstaan: lichamelijke of psychische mishandeling, seksueel geweld of verwaarlozing. Signalen van kindermishandeling zijn het eerst zichtbaar bij kinderopvang en scholen. We willen dat professionals de signalen herkennen en weten hoe ze moeten handelen. Zo gaan we dat doen: De Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling bepaalt dat onder andere het onderwijs, gezondheidszorg, kinderopvang, maatschappelijke ondersteuning en sport een meldcode moeten hebben. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling is een stappenplan waarin staat hoe bijvoorbeeld een huisarts, kinderopvangmedewerker, leerkracht of hulpverlener moet omgaan met het signaleren en melden van (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling. We zorgen ervoor dat lokale organisaties regelmatig de juiste voorlichting ontvangen. We sluiten hierbij aan op het regionale project ‘Geweld hoort nergens thuis, ook niet in Zuidoost-Brabant’. In het CMD is een aandachtfunctionaris huiselijk geweld. Deze is aanspreekpunt voor professionals. De vaste contactpersoon van Veilig Thuis werkt periodiek fysiek in het CMD, waardoor de contacten direct zijn.
Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: Via de jaarverslagen van Veilig Thuis meten we het aantal meldingen, adviezen en onderzoeken over Nuenense inwoners (niet alleen jeugdigen). We hanteren hierbij geen streefgetal. De middelen voor Veilig Thuis en het regionale project zijn opgenomen in de Progammabegroting 2021-2024.
9.
Als meer professionals betrokken zijn bij een jeugdige stemmen zij de hulp op elkaar af.
We vinden dit belangrijk omdat: Soms zijn er bij meerdere professionals zorgen om dezelfde jeugdige, bijvoorbeeld op school, bij de BSO en bij een jeugdhulpaanbieder. Het is belangrijk dat men dat van elkaar weet en dat de hulp op elkaar wordt afgestemd. Hierdoor bereiken we dat de hulp in samenhang wordt aangeboden en men niet langs elkaar heen werkt.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
18
Zo gaan we dat doen: Wij zorgen ervoor dat professionals van elkaar weten dat er zorgen zijn en dat de hulp op elkaar wordt afgestemd. Hiervoor gebruiken we als middel het regionale meldsysteem Zorg voor Jeugd. Door regelmatige en goede contacten tussen de partners die met onze jeugdigen werken weet men elkaar tijdig te vinden. In het wekelijkse casusoverleg van het CMD kunnen alle professionals problematiek bespreken. Wanneer wij signalen ontvangen dat zorg niet op elkaar is afgestemd spreken wij organisaties daarop aan. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: Periodiek ontvangen wij overzichten van het aantal meldingen dat in Zorg voor Jeugd gedaan worden. Wanneer het CMD van mening is dat een signaal eerder gemeld had moeten worden, gaat deze het gesprek aan met deze organisatie om afspraken te maken voor de toekomst. De kosten van Zorg voor Jeugd zijn opgenomen in de Programmabegroting 20212024.
10. Het onderwijs en de veiligheidspartners werken nauw samen om de veiligheid te verbeteren. We vinden dit belangrijk omdat: Het is belangrijk dat het onderwijs en de veiligheidspartners (politie, Veilig Thuis, Halt, de gemeente en het jongerenwerk) goed samenwerken. Scholen moeten bereid zijn om signalen van onveiligheid tijdig te delen. Het gaat hierbij over fysiek geweld en vandalisme in en rondom school. Het gaat ook over digitale onveiligheid (pesten, afpersing etc.) De veiligheidspartners ondersteunen actief. Zo gaan we dat doen: Er is regelmatig afstemmingsoverleg tussen de politie, BOA’s en het jongerenwerk. Bij bijzonderheden is er direct contact. We zorgen dat de scholen weten waar zij signalen van onveiligheid kunnen melden en wat de veiligheidspartners dan kunnen betekenen. Het Nuenens College heeft onlangs een coördinator schoolveiligheid aangesteld. Er wordt direct actief gereageerd op signalen. We vragen de scholen om mee te werken aan het geven van voorlichting aan leerlingen, ouders en personeel over actuele onderwerpen. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: We registreren het aantal casussen dat door het onderwijs wordt ingebracht in het afstemmingsoverleg. Dit legt geen beslag op beschikbaar budget. Volgens de jeugdmonitor 12 tot en met 18 jaar heeft 4% van de jeugdigen weleens een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf naar iemand anders gestuurd.
Dit percentage gelijk aan de regio en niet in eerdere monitoren gevraagd. We streven naar verlaging van dit percentage naar 2%.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
19
We willen dat alle jeugdigen kunnen meedoen 11. Alle jeugdigen kunnen meedoen op een manier die past bij wat zij nodig hebben. We vinden dit belangrijk omdat: We willen dat alle jeugdige inwoners kunnen meedoen. We gunnen het hun om erbij te horen en fijne contacten te hebben. Voor veel jeugdigen gaat dit vanzelf, hun ouders regelen en begeleiden dit. Voor een aantal jeugdigen is dit niet vanzelfsprekend en is wat extra nodig. Dit kan meerdere oorzaken hebben: financieel, beperkingen van hun ouders, moeite met sociale aansluiting, een lichamelijke of verstandelijke beperking of door de cultuur van het gezin. Soms zijn (kleine) aanpassingen voldoende om jeugdigen deel te laten nemen aan reguliere activiteiten. Bij voorkeur vinden activiteiten in Nuenen zelf plaats, maar aansluiten bij een activiteit buiten de gemeente kan ook. Zo gaan we dat doen: Voor deze jeugdigen stimuleren we passend aanbod naar behoefte. Bij voorkeur bedenkt de gemeente de activiteiten niet zelf maar stimuleren en ondersteunen we initiatieven van jeugdigen, ouders en organisaties. Zij weten als geen ander waar behoefte aan is.
We stimuleren aanbieders van reguliere activiteiten om ook deze groep jeugdigen te betrekken en hebben een meedenkende houding bij het wegnemen van eventuele drempels Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: Het jongerenwerk richt zich op een brede doelgroep en betrekt waar mogelijk jongeren en ouders bij het bedenken en uitvoeren van activiteiten. De activiteiten van het jongerenwerk en het aantal deelnemers wordt geregistreerd. We streven naar meer activiteiten die aansluiten bij een bredere doelgroep. We hebben geen streefgetal maar willen een stijgende lijn zien in de komende jaren. In de begroting is een activiteitenbudget voor jeugd opgenomen. Via (incidentele) subsidie ondersteunen we activiteiten. Subsidie is hierbij een middel om het beleid te ondersteunen. In de regio blijkt dat 5% van de kinderen vanwege geldgebrek geen lid is van een vereniging of club. In Nuenen is dit 2%. We lijken het dus beter te doen dan het regionaal gemiddelde maar dit verschil is niet significant. We vinden dat ieder kind moet kunnen sporten en dat geld geen belemmering mag zijn. Wij ondersteunen de (sport)participatie van jeugdige inwoners via diverse regelingen en organisaties, zoals Stichting Leergeld.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
20
We gaan uit van normaliseren en eigen mogelijkheden 12. We gaan uit van de eigen mogelijkheden van jeugdigen en ouders en problematiseren niet onnodig. We vinden dit belangrijk omdat: We willen dat ouders uitgaan van hun eigen vermogen en niet van recht op voorzieningen. Dit laatste vraagt om een omslag in denken. We beseffen dat de gemeente dit niet eenvoudig en op korte termijn kan beïnvloeden. Door ouders en kinderen in een vroeg stadium te helpen hun krachten te versterken, kan dit in een later stadium problemen voorkomen. We streven ernaar dat jeugdigen en ouders op de hoogte zijn van normale (opvoed)problematiek en oplossingen. We helpen hen inzicht te krijgen in de eigen mogelijkheden. Normaal gedrag wordt niet gezien als een probleem waar jeugdhulp nodig is. Zo gaan we dat doen: We versterken de eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en zelfregie van jeugdigen, hun ouders en hun netwerk door informatie en ondersteuning van de jeugdgezondheidszorg (GGD) en het CMD. De informatie en ondersteuning is gericht op allerlei gebieden: van slaapproblemen bij peuters tot social mediagebruik van pubers. Ook artsen, de praktijkondersteuner jeugd en professionals van kinderopvang en scholen bieden deze ondersteuning of verwijzen door, bij voorkeur naar het CMD.
Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: De kosten van de jeugdgezondheidszorg en het CMD staan in de Programmabegroting 2021-2024. De jeugdgezondheidszorg meet periodiek de tevredenheid van de ouders. In de jeugdmonitoren wordt gevraagd waar ouders en jeugdigen naar toe gaan met hun vragen. Uit de monitor 0 tot en met 11 jaar blijkt dat 44% van de ouders hulp heeft gezocht bij een of meerdere professionele hulpverleners. Van de jeugdigen van 12 tot en met 18 jaar weet 7% niet hoe ze professionele hulp moeten regelen als daar behoefte aan is. In 2015 was dat nog 23%. Van de groep die wel weet hoe ze professionele hulp moeten regelen wanneer daar behoefte aan regelt 13% zelf hulp, en/of vraagt 81% dit aan de ouders of verzorgers, en/of gaat 31% naar een professional of formele instantie. We streven ernaar dat alle ouders en jeugdigen weten waar ze terecht kunnen voor hulp en ondersteuning.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
21
We signaleren problematiek tijdig en grijpen in wanneer nodig 13. Meer kwetsbare ouders zijn toegerust voor het ouderschap en de opvoeding.
We vinden dit belangrijk omdat: De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor een gezonde ontwikkeling en kansen op latere leeftijd. Door vroegsignalering en snel ingrijpen bij beginnende problematiek, is bijsturing in de ontwikkeling mogelijk.
Zo gaan we dat doen: We hebben extra aandacht voor de groep kwetsbare ouders en hun kinderen in deze leeftijdscategorie. Waar nodig ontvangen zij extra ondersteuning en begeleiding. We sluiten aan op het landelijke programma Kansrijke start. De jeugdgezondheidszorg heeft een periodiek opvoedspreekuur bij het peuterwerk. Op deze wijze kunnen zowel ouders als professionals laagdrempelig vragen stellen.
Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: De jeugdgezondheidszorg registreert jeugdigen van 0 tot 4 jaar met risico’s op lichamelijke, sociaal emotionele of ontwikkelingsproblemen als aandachtskind. In Nuenen gaat het om een kleine 10% van de 0-4-jarigen. Via het jaarverslag van de jeugdgezondheidszorg monitoren we het aantal kinderen. Het aantal ouders dat vragen stelt tijdens het opvoedspreekuur wordt geregistreerd. De kosten voor de jeugdgezondheidszorg is opgenomen in de Programmabegroting 2021-2024.
14. Signalen worden tijdig opgepakt en waar nodig besproken met het CMD. We vinden dit belangrijk omdat: Op plaatsen waar jeugdigen regelmatig komen (kinderopvang, onderwijs, jongerenwerk) zijn signalen vaak het eerst zichtbaar. De professionals zien als eerste of er iets aan de hand is met een jeugdige of in de thuissituatie. Snel ondersteuning bieden is belangrijk. Zo gaan we dat doen: Kinderopvang, onderwijs en jongerenwerk bieden zelf ook ondersteuning. Wanneer een probleem te complex is, er een onveilige situatie is of wanneer de aanwezige kennis niet toereikend is, kan het CMD ondersteunen of zorg overnemen. Regelmatig contact en vertrouwen tussen CMD, onderwijs en kinderopvang is hierbij van belang. Op scholen nemen medewerkers van het CMD en de jeugdgezondheidszorg daarom periodiek deel aan de zorgteams. Doordat de scholen vaste contactpersonen hebben is tussentijds contact snel mogelijk. Het CMD reageert zo snel mogelijk, uiterlijk twee weken nadat het signaal is binnengekomen. Voor de kinderopvang en het peuterwerk zijn ook vaste contactpersonen bij het CMD en de jeugdgezondheidszorg.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
22
Ook het voortgezet onderwijs heeft een vaste contactpersoon bij het CMD. Omdat 90% van de jeugdigen een school voor voortgezet onderwijs buiten Nuenen bezoekt, investeren we extra in deze samenwerking. Jongerenwerk is er voor alle jongeren van Nuenen. Het jongerenwerk is laagdrempelig, heeft een signalerende functie en werkt preventief. We streven ernaar om het bereik van het jongerenwerk, zowel fysiek als digitaal, te vergroten. Zo hebben we inzicht en zo gaan we het betalen: We registreren het aantal ouders dat gebruik maakt van opvoedondersteuning bij het peuterwerk. We registreren het aantal casussen dat via de zorgteams bij de jeugdgezondheidszorg en het CMD terecht komt. We vragen jaarlijks aan de scholen of hun signalen tijdig zijn opgepakt. Op dit moment heeft het jongerenwerk 10% van de 10-23-jarigen structureel in beeld, We streven naar een bereik van 25% van deze groep over vier jaar. De inzet van het CMD, de LEVgroep (waaronder jongerenwerk) en de jeugdgezondheidszorg is opgenomen in de begroting. Om het bereik van het jongerenwerk te vergroten is mogelijk uitbreiding van de capaciteit en ruimere openstelling van de jongerenhuiskamer nodig. We nemen dit mee in de reguliere begrotingscyclus. De jeugdmonitor 12 tot en met 18 jaar laat zien dat 30% van deze groep eenzaam is. Dit percentage wijkt niet significant af van voorgaande monitoren.
We streven naar afname van dit percentage tot 20%.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
23
8. Meten en financieel Meten Preventie is niet altijd goed te meten. Een voorbeeld is de voorschoolse educatie. We streven ernaar dat peuters met een indicatie vier dagdelen per week voorschoolse educatie bezoeken en meten dit ook. Na anderhalf jaar kijken we of de achterstand is ingelopen. Als dit het geval is weten we echter niet zeker of dit volledig te danken was aan de voorschoolse educatie. Het kan ook (mede) aan andere factoren liggen. We kunnen deze periode ook niet opnieuw doen. Preventie doen we vooral omdat we ervan overtuigd zijn dat het goed is. Het is altijd beter om wel tijdig hulp te bieden of bij te sturen dan niets te doen. Het is lastig ‘hard te maken’ wat er gebeurd zou zijn als we niets hadden gedaan. Zoals aangegeven is brononderzoek gedaan. Dit doen we over vier jaar opnieuw. We kijken naar de cijfers en praten met professionals. We kunnen dan beoordelen wat de verschillen zijn. We moeten ons wel realiseren dat bijvoorbeeld de volgende jeugdmonitoren weer door andere jeugdigen worden ingevuld. Wanneer er verbetering optreedt op bepaalde gebieden gaan we er van uit dat onze preventieve aanpak daar een positieve bijdrage aan heeft geleverd. Waar mogelijk maken we bij de uitvoering gebruik van cijfers en evalueren we de resultaten van de inzet. Financieel De uitvoering van activiteiten die bijdragen aan bovenstaande doelen is aan het college.
Een aantal activiteiten past binnen huidige budgetten. We vragen ook de inzet van onze partners, zoals bijvoorbeeld het onderwijs, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. De regie op de uitvoering gebeurt binnen de beschikbare ambtelijke capaciteit. Omdat we het belangrijk vinden om samen met de professionals en de doelgroep zelf te bepalen hoe de uitvoering eruit ziet kunnen we nog niet inschatten hoeveel extra kosten dit met zich meebrengt. Door een uitvoeringsbudget van € 15.000 per jaar bestaat ruimte om pilots uit te voeren. In onderstaand overzicht is per doel weergegeven op welke plaats in de Programmabegroting 2021-2024 de middelen zijn opgenomen en waarvoor wij het uitvoeringsbudget nodig denken te hebben. We sluiten niet uit dat er in de komende jaren (tijdelijk) extra middelen nodig zijn. In dat geval wordt dit via de reguliere wijze aangevraagd.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
24
1 2 3
4
5 6
7
8
9
10
11
12
13
14
Doel
Betalen we uit
Fcl
De aansluiting van peuters op de basisschool versterken Alle doelgroepkinderen nemen deel aan voorschoolse educatie. Alle jeugdigen volgen onderwijs en verzuimen zo min mogelijk.
Peuterwerk
6430005
Peuterwerk
6430005
GGD Coördinatie lokale zorg jongeren (trajectbegeleiding) Stichting leergeld Uitvoeringsbudget
6710000 6610017
Subsidie LEVgroep
6610000
Subsidie LEVgroep GGD Uitvoeringsbudget GGD Coördinatie lokale zorg jongeren (Project denormalisering drugsgebruik) Alcohol en drugsbeleid Veilig Thuis
6610000 6710000
Signaleringssysteem zorg voor jeugd (Coördinatie lokale zorg jongeren)
6610017
Subsidie LEVgroep Veilig Thuis Halt Uitvoeringsbudget Subsidie LEVgroep Budget Jeugd- en jongerenwerk (Subsidie jeugdverenigingen en activiteitenbudget jeugd) Stichting leergeld GGD
6610000 6682001 6120000
GGD
6710000
Subsidie LEVgroep GGD GGD
6610000 6710000 6710000
De negatieve gevolgen voor kinderen van een moeizame partnerscheiding van de ouders nemen af. Jonge mantelzorgers zijn in beeld en krijgen passende ondersteuning. Jeugdigen zijn weerbaarder.
Jeugdigen, ouders en verenigingen kennen de risico’s van middelengebruik voor veiligheid en gezondheid. De professionals herkennen de signalen van kindermishandeling en weten hoe te handelen. Als meer professionals betrokken zijn bij een jeugdige stemmen zij de hulp op elkaar af. Het onderwijs en de veiligheidspartners werken nauw samen om de veiligheid te verbeteren. Alle jeugdigen kunnen meedoen op een manier die past bij wat zij nodig hebben.
We gaan uit van de eigen mogelijkheden van jeugdigen en ouders en problematiseren niet onnodig. Meer kwetsbare ouders zijn toegerust voor het ouderschap en de opvoeding. Signalen worden tijdig opgepakt en waar nodig besproken met het CMD. Algemeen: meten via de jeugdmonitoren GGD
Jeugdbeleid 2021 – 2024
25
6610000
6710000 6610017 6610021 6682001
6610000 6610001
6610000 6710000
Bijlagen Wet- en regelgeving Jeugdhulp Op grond van de Jeugdwet zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp. Hierbij is het uitgangspunt altijd de eigen kracht van jeugdigen, gezinnen en hun sociale netwerk. Ouders hebben de regie, de gemeente moet normaliseren, ondersteunen en coördineren. In de Verordening jeugdhulp 2020 is vastgelegd welke stappen het CMD doorloopt bij het bepalen van de inzet van hulp. De Jeugdwet is ook gericht op het voorkomen van problemen en vroegtijdige inzet van hulp en zorg om zo zwaardere vormen van jeugdhulp te voorkomen. Preventieve activiteiten die onder de Jeugdwet vallen, zijn onder andere: vroege interventie bij opgroeiproblemen en het faciliteren van informatie en advies in de vorm van folders of een adviesgesprek. Ook preventieve activiteiten door welzijnswerk of het jongerenwerk vallen onder de Jeugdwet. Wet langdurige zorg (Wlz) Een deel van de individuele voorzieningen jeugdhulp is bestemd voor jeugdigen die de rest van hun leven zorg nodig zullen hebben. Zij vallen op termijn onder de Wlz. Dit gaat om kinderen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking. Behandeling voor psychische klachten valt tot 18 jaar onder de Jeugdwet. We hebben er aandacht voor dat we geen jeugdhulp inzetten als de zorg ook onder de Wlz kan vallen.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Begeleiding op basis van de Wmo en begeleiding vanuit de Jeugdwet zijn twee verschillende producten. Opvoedondersteuning is een vorm van jeugdhulp. Het maakt daarbij niet uit of de ouder opvoedondersteuning nodig heeft ten gevolge van zijn eigen problematiek. In de praktijk kan het voorkomen dat een ouder zowel begeleiding ontvangt vanuit de Wmo als vanuit de Jeugdwet. De begeleiding die de ouder uit de Jeugdwet ontvangt beperkt zich tot de verzorging en opvoeding van het kind. Zorgverzekeringswet (Zvw) In de zorgverzekeringswet is vastgelegd dat geïndiceerde en zorg gerelateerde preventie deel uitmaken van het basispakket van een verzekerde. De zorgverzekeraar is dan verplicht om een vergoeding van kosten van de zorg te bieden. Er moet sprake zijn van een vastgesteld verhoogd risico op gezondheidsschade om geïndiceerde of zorg gerelateerde preventie in te zetten. Wet publieke gezondheid (Wpg) Gemeenten zijn vanuit de Wpg verantwoordelijk voor de jeugdgezondheidszorg. Hier valt vroegtijdige opsporing en preventie van specifieke stoornissen onder. Ook vallen onder deze wet algemene taken publieke gezondheidszorg, zoals het voorkomen van
Jeugdbeleid 2021 – 2024
26
alcoholmisbruik bij jeugdigen en het geven van prenatale voorlichting aan ouders. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale invulling en uitvoering. Passend onderwijs Passend onderwijs is de naam voor de manier waarop vanaf 1 augustus 2014 extra ondersteuning voor leerlingen wordt georganiseerd. Het is geen aparte schoolsoort en het geldt voor het basis- en voortgezet onderwijs. Het doel van passend onderwijs is te zorgen dat leerlingen onderwijs krijgen dat bij hen past, dat ze ondersteuning krijgen als dat nodig is en dat er geen leerlingen meer thuiszitten. Het is de bedoeling dat meer kinderen op een school in de buurt ondersteuning krijgen. Er worden dan minder kinderen doorverwezen naar speciaal onderwijs. Om dit voor elkaar te krijgen, werken scholen samen in samenwerkingsverbanden. Nuenen hoort voor het primair onderwijs bij het Samenwerkingsverband Primair onderwijs Helmond-Peelland. Voor het voortgezet onderwijs hoort onze gemeente bij het Samenwerkingsverband Voortgezet onderwijs Eindhoven – De Kempen. Deze samenwerkingsverbanden werken met ondersteuningsplannen, waarin staat hoe de taken worden vormgegeven. Elke school heeft een eigen ondersteuningsprofiel. Hierin staat welke ondersteuning de school biedt. Dit profiel kan helpen om een keuze te maken voor een passende school.
Elke school biedt basisondersteuning, bijvoorbeeld voor kinderen met dyslexie of ADHD. Voor sommige leerlingen is extra ondersteuning nodig, zoals bij een autisme spectrum stoornis of een chronische ziekte. Ook aanpassingen en ondersteuning voor hoogbegaafde leerlingen is onderdeel van passend onderwijs.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
27
Omgevingsvisie en omgevingsagenda 2020 Nuenen stelt een omgevingsvisie op. Dit beleid op het fysieke domein heeft een nadrukkelijke verbinding met het sociale domein. Om tot een omgevingsvisie te komen, is een omgevingsagenda vastgesteld. Daarin staan de uitgangspunten voor de visie. Voor de omgevingsvisie zijn de inwoners van de gemeente Nuenen geïnterviewd. Gevraagd is wat zij waarderen aan hun woonplaats, wat ze willen veranderen en waar ze aan denken bij het horen van de naam Nuenen. De kernkwaliteiten van Nuenen volgens de ondervraagden zijn: rustig, dorps, groen, levendig, stad dichtbij en goede sociale voorzieningen. De hoofdboodschap van inwoners is: houd het goede van Nuenen. Naar aanleiding van de interviews en bijeenkomsten zijn er 7 wensen geformuleerd. Onderstaande drie hebben ook betrekking op onze jeugd: • Wij willen jeugdigen trekken en zorgen voor onze ouderen Het gaat om betaalbare woningen voor deze doelgroepen, maar ook om locaties en activiteiten voor jeugd. • Wij willen samen kunnen blijven sporten en leuke dingen doen Nuenen heeft veel accommodaties. Inwoners willen die behouden, goed beheren en breed inzetten voor onder andere de jeugd. Ook kijken hoe we bestaande accommodaties wellicht anders kunnen gebruiken, denk aan Klooster. Daarvoor zijn wel activiteiten nodig.
• Wij willen buiten kunnen spelen en bewegen Inwoners willen de buitenruimte van Nuenen ook benutten voor spelen, bewegen en ontmoeten. Dit is voor alle leeftijden, maar men wil meer jeugd op straat. Daarvoor zijn voorzieningen en activiteiten nodig die hen aanspreken. Als idee wordt ook geopperd om generaties aan elkaar te binden. De omgevingsagenda op het gebied van de jeugd: Bij de wensen zien we meer en diversiteit speelvoorzieningen en meer woningen voor jongeren. Een van de opgaven en uitgangspunten is ‘iedereen doet mee’. De sociale cohesie binnen de Nuenense gemeenschap is sterk; meedoen en bijdragen zijn vanzelfsprekend. De gemeenschap speelt hierin zelf een belangrijke rol. De gemeente is faciliterend voor de ondersteuning van het verenigingsleven, mantelzorgers en vrijwilligers. De gemeente is ook (mede)verantwoordelijk voor voldoende voor iedereen toegankelijke sport- en multifunctionele accommodaties. Een vitale samenleving is ook een gezonde samenleving. De gemeente wil daarom dat er in de openbare ruimte voldoende, gevarieerde en veilige ruimte voorhanden is om elkaar te ontmoeten en te spelen en bewegen.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
28
De Nuenense jeugd Bevolkingscijfers 2018
%
2019
%
2020
%
0 tot 4
856
3,7
847
3,7
866
3.7
4 tot 13
2.077
9,0
2.106
9,1
2.160
9.2
13 tot 18
1.417
6.2
1.411
6.1
1.370
5.9
18 tot 23
1.161
5.0
1.201
5.2
1.236
5.3
23 tot 65
11.702
50,9
11.694
50,4
11.723
50.1
65 tot 80
4.535
19,7
4.572
19,7
4.620
19.7
80+
1.261
5,5
1.343
5,8
1.436
6.1
totaal
23.009
23.174
23.411
Op 1 januari 2020 waren 4.396 inwoners 0 tot 18 jaar, dat is 18,77%. Bijna 26% is 65 jaar of ouder. Ruim 55% is tussen 18 en 65 jaar oud Prognose 0 tot 4
2025 954
% 3,9
2030 985
% 3,9
4 tot 13
2.438
9,8
2.602
10,2
13 tot 18
1.285
5,2
1.415
5,5
18 tot 23
1.216
4,9
1.160
4,5
23 tot 65
12.098
48,8
11.990
46,9
65 tot 80
5.172
20,9
5.225
20,5
80+
1.615
6,5
2.163
8,5
totaal
24.778
25.540
Op grond van de prognose verwachten we dat het percentage jeugdigen gelijk blijft.
Jeugdbeleid 2021 – 2024
29
Voorschoolse periode 2018 0 tot 4
856
% 3,7
2019 847
% 3,7
2020 866
% 3.7
Nuenen had op 1 januari 2020 in totaal 866 inwoners van 0 tot 4 jaar, waarvan 220 0-jarigen. Deze groep maakt 3,7% van de totale bevolking uit. Jeugdgezondheidszorg Volgens de jeugdarts van het consultatiebureau is Nuenen een welvarende gemeente met relatief hoogopgeleide, kritische inwoners. Er is een groeiend aantal gezinnen dat extra ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld expats, vergunninghouders en Sinti. ln 2019 was er een toename van het aantal hulpvragen bij het CMD. Niet alleen de aantallen maar ook de complexiteit nam toe. ZuidZorg werkt nauw samen met de consulenten van het CMD. Het contact met de ketenpartners binnen de gemeente Nuenen is goed. De VVE kinderen worden op locatie bezocht en er is een goede overdracht naar de GGD. 99,7% van de kinderen was in zorg bij het consultatiebureau van ZuidZorg. De cliënt tevredenheid is anoniem gemeten en is hoog. Bij alle kinderen wordt een risicotaxatie gedaan. Alle risico en beschermende factoren van ouders en kind worden in beeld gebracht. Kinderen met risico’s op lichamelijke, sociaal emotionele of ontwikkelingsproblemen worden geregistreerd als aandachtskind. In Nuenen waren dat 85 kinderen in 2019, 9,6% van het totaal aantal 0-4-jarigen. In 2018 was dat 6,4%. Het percentage is ongeveer gelijk aan Son en Breugel en Waalre, in Geldrop-Mierlo was het 15%.
Zwangere vrouwen in een risicogroep worden in een huisbezoek geïnformeerd. Hiervoor wordt samengewerkt met verloskundigen in de regio. In Nuenen zijn twee huisbezoeken afgelegd in 2018 en één in 2019. Vanuit de signalerende rol verwijst de JGZ vaak door naar andere partners, grotendeels naar specialisten op lichamelijk gebied. Ongeveer 80% van de ouders die gebruik maken van het telefonisch spreekuur hebben een kind van 0 of 1 jaar. De meeste vragen gaan over programma’s Stevig ouderschap en Video Home Training worden ingezet. Daarnaast zijn er groepsbijeenkomsten over positief opvoeden en borstvoeding. Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) Sommige peuters hebben extra stimulans nodig. Uit onderzoek blijkt dat vooral peuters van laagopgeleide ouders het risico lopen op (taal)achterstand. Er zijn programma’s beschikbaar waarmee deze achterstanden via een speelse methodiek kunnen worden teruggedrongen. Deze VVE-programma’s zijn gericht op kinderen van 2,5 (soms 2) tot en met 6 jaar. Op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is de gemeente sinds 2010 verplicht te zorgen voor een dekkend aanbod van VVE-plaatsen bij voorschoolse