20221103 W70 - Snelfiets oversteekplaats
Tekst van het document
Schriftelijke vragen met betrekking snelfiets oversteekplaats: Inleiding: Bij het lezen van diverse stukken en het volgen van de raadsbijeenkomsten in Eindhoven en Nuenen, zijn er diverse vragen bij W70 ontstaan m.b.t. deze casus. We begrijpen dat veel vragen beantwoord zullen moeten worden opgehaald bij de gemeente Eindhoven, gemeente Helmond en ProRail. Er zal tijd over de beantwoording heen zal gaan, maar wij hopen dat het college onze vragen snel uitzette bij betreffende partijen en op zo’n kort mogelijke termijn de antwoorden presenteren. BESLUITVORMING Inmiddels zijn de werkzaamheden voor het snelfiets pad al in volle gang op het Nuenens grondgebied. Het zijn nogal ingrijpende verkeersingrepen die betaald gaan worden door Eindhoven en Helmond. Echter, in de vergadering van 18 mei jl. gaf de verantwoordelijk wethouder aan dat de raad nog aan zet is m.b.t. de oversteek Parallelweg – Collse Hoefdijk. Dit terwijl het traject Collse Hoefdijk – Eindhoven uiteindelijk nog in de gemeenteraad definitief besloten moet worden. Echter wordt er nu al voorgesorteerd op de keuze. Ook heeft de wethouder gezegd dat er over de oversteek Collse Hoefdijk er een aparte rapportage is. Daarom enkele schriftelijke vragen.
Vraag 1: Waarom is de raad op 18 mei 2022 (en daarvoor) verteld dat de raad nog aan zet zou komen, terwijl de oversteek al gemaakt is? Vraag 2: Waarom heeft de raad de aparte rapportage van de Collse Hoefdijk niet ontvangen, en zouden we deze alsnog mogen ontvangen? De Wethouder gaf aan dat de Gemeente Nuenen geen financiële bijdrage aan dit fietspad hoeft te doen. In de stukken van de raad van de gemeente Eindhoven van 15 juni staat echter: ”Uit een eerste becijfering is gebleken dat de financiële bijdrage vanuit Nuenen niet toereikend is om de kosten voor de aanleg van het fietspad op Nuenens grondgebied, inclusief verwerving, te bekostigen. Uiteindelijk is het aan alle deelnemende partijen om te komen tot een sluitende financiële opzet.” Hieruit zou men op kunnen maken dat er wel een bijdrage van Nuenen door Eindhoven wordt verwacht. Vraag 3: Wat is of wordt de bijdrage voor de gemeente Nuenen nu werkelijk?
Inleiding: AFSTAND & VALSTRIKSITUATIE
Er is in de aanloop veel onduidelijkheid over de afstand tussen het spoor en de oversteekplaats van het snelfietspad. Dit lezen we in diverse stukken terug. Dit is een passage uit het raadsvoorstel van de gemeenteraad in Eindhoven van 15 juni 2021:
“3.1 Het ontwerp Loostraat-Collse Hoefdijk moet nog worden afgerond. Het ontwerp Loostraat-Collse Hoefdijk bevindt zich nog in de VO-fase. De belangrijkste reden hiervoor is dat ProRail nadere eisen heeft gesteld ten aanzien van de afstand tussen het spoor en het fietspad. Naar aanleiding hiervan wordt op dit moment een nieuw ontwerp opgesteld. ProRail moet uiteindelijk instemmen met het ontwerp. Ook verschillende onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd, moeten geactualiseerd dan wel opnieuw uitgevoerd worden. Verder hebben we opnieuw overleg gevoerd met de aanwonenden in Eeneind over de inpassing van het fietspad ter hoogte van hun woningen.”
Vraag 4: Wat was de uitkomst van dit overleg met de aanwonenden van Eeneind? Inleiding: In het Eindhovens Dagblad van 16 januari 2020 konden we het volgende lezen: ”De betrokken
wethouders in Nuenen en Geldrop-Mierlo reageren resoluut en zeggen dat hen niks te verwijten valt. Ze wijzen allebei naar spoorbeheerder ProRail die gaandeweg strengere veiligheidseisen heeft gesteld aan de bufferzone tussen het fietspad en het spoor.
,,Het is erg makkelijk om naar ons te wijzen, maar wij hebben onze stinkende best gedaan. De regels zijn tijdens de wedstrijd veranderd en daar kunnen we niks aan doen. We hebben er veel last van en dat levert behoorlijke vertraging op’’, aldus de Geldropse wethouder. Traagste fietspad ,,ProRail houdt strikt vast aan de afstand tussen het fietspad en het spoor’’, zegt de Nuenense wethouder Caroline van Brakel over de complicaties.”
Ook de Wijkraad Eeneind uit grote zorgen vanwege de korte afstand tussen het fietspad dat parallel aan het spoor ligt en de Collse Hoefdijk oversteekt. De gemeente Eindhoven hanteert bij haar overgangen daarom een afstand van 17 meter naar de snelfietspad-oversteek, om gevaarlijke situaties tegen te gaan. Dit wordt bevestigd door de wethouder van Eindhoven tijdens de raadsvergadering van 15 juni 2021. Gelet ook op de diverse gevaarlijke stoffen die over dit spoor worden vervoerd. Vraag 5: Wat zijn nu de werkelijke eisen van ProRail over de afstand tussen fietspad en spoor bij de 3 spoorwegovergangen op Nuenens grondgebied? Vraag 6: Hoe wordt op de Collse Hoefdijk rekening gehouden met een valstriksituatie? Vraag 7: Is de risicoanalyse beoordeeld door ambtenaren van de gemeente Nuenen? Inleiding: In de Nadere toelichting bij raadsvoorstel (18 juni 2021) van de gemeente Eindhoven betreffende het snelfietspad staat:
“Voor alle spoorwegovergangen langs het tracé is door een extern bureau een risicoanalyse overwegveiligheid opgesteld. Dit is een voorwaarde van ProRail om mee te werken aan de plannen om een fietspad langs het spoor te realiseren. De spoorwegovergang Loostraat en Eeneind vallen onder de (project-)verantwoordelijkheid van de gemeente Eindhoven. De gemeente Helmond is verantwoordelijk voor eventuele aanpassingen bij de overige spoorwegovergangen langs het tracé Eindhoven-Helmond. Voor alle spoorwegovergangen waar de fietsverbinding op aansluit, geldt dat het fietsverkeer voorrang moet verlenen aan het verkeer dat het spoor oversteekt. Dit om te voorkomen dat verkeer onverhoopt op de spoorwegovergang stil komt te staan. Ook buigt het fietspad bij de spoorwegovergangen uit, om het theoretische risico tegen te gaan dat automobilisten de fietser tóch voorrang verlenen en daarmee op de spoorwegovergang stil komen te staan. De uitbuiging is bij de overweg Eeneind ruimtelijk niet inpasbaar, maar de parallelweg waar het fietspad in overgaat, ligt op een dusdanige afstand van de overweg dat ook hier de verkeersveiligheid op de spoorwegovergang maximaal is geborgd. Bovendien wordt een spoorwegovergang afgesloten voor gemotoriseerd verkeer (Schoutse Vennen in Nuenen). Met al deze maatregelen wordt voldaan aan de strenge eisen van Prorail t.a.v. overwegveiligheid.
Het ontwerp is dan ook getoetst door de veiligheidsspecialisten van Prorail en akkoord bevonden.”
Vraag 8: In de bovenstaande passage uit de raadsvergadering van 18 juni 2021 staat dat er een risicoanalyse is opgesteld en getoetst is en akkoord bevonden. Er wordt dus voldaan aan de strenge eisen van ProRail. Hoe verklaart men bovenstaand besluit, als de risicoanalyse die de raad van Nuenen heeft ontvangen dateert van 8 maart 2022? Vraag 9: Kunnen wij als raad ook de risicoanalyse ontvangen waaraan gerefereerd wordt in de vergadering van Eindhoven, 18 juni 2021, omdat het ook over Nuenen gaat? Vraag 10: Volgens deze toelichting staat ook dat bij alle spoorwegovergangen het fietspad uitbuigt, behalve bij de overweg Eeneind. Waarom is er bij de spoorwegovergang Collse Hoefdijk geen uitbuiging van het fietspad tov de spoorwegovergang?
Vraag 11: Wat is nu de status van de spoorwegovergang Schoutse Vennen. Gaat deze nu dicht of blijft deze open? Inleiding:
Passage uit de Risicoanalyse van Movaris, 8 maart 2022 pag. 14+15: “ProRail heeft een specifieke richtlijn opgesteld die wordt gebruikt bij wegverkeerskundig (her)ontwerpen van overwegen. In deze Richtlijn wordt ook ingegaan op de gewenste ontruiming van de overweg. Daarbij wordt de term ‘valstriksituatie’ gebruikt. Van een valstriksituatie is sprake als het wegverkeer na de overweg voorrang of doorgang moet verlenen aan het overige verkeer en daardoor niet in staat is om de overweg veilig en vlot te ontruimen. Het verkeer komt dan onbedoeld op de overweg tot stilstand. Indien op dat moment de overweg gaat sluiten, kan het wegverkeer geen kant meer op: Het zit dan in een valstrik. In die gevallen moet er gekozen worden voor een oplossing. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een verkeersmaatregel (afslagverbod, regeling voorrang of doorgang) of door een regeling met ontruimingslichten/verkeerslichten die een veilige ontruiming wel mogelijk maken. De oplossing kan zo nodig ondersteund worden door een filewaarschuwingsbord of een filewaarschuwingsinstallatie. Als maat voor het zich niet mogen voordoen van een valstrik, geldt een minimale afstand van 25 meter tussen het Profiel van vrije ruimte (PVR) van het spoor en de voorrangssituatie. Bij een route voor LZV voertuigen is deze afstand tenminste 31meter.”
In de Risicoanalyse van 8 maart 2022 m.b.t. overweg Collse Hoefdijk wordt niet gesproken over: - de schoolgaande jeugd die naar het Strabrecht College gaat. De school ligt inderdaad niet in de buurt, maar is wel dé weg er naartoe waar álle Nuenense jongeren fietsen. - Vrachtwagens (en opleggers) worden niet eens benoemd. Terwijl er diverse grotere industrieterreinen van deze overweg gebruik moeten maken (Eeneind I+II en Spaarpot). Dan hebben we het nog niet over het mogelijke grootschalige Eeneind West gehad, wat mogelijk een zeer grote verkeersintensiteit van vrachtwagens gaat opleveren. Een vrachtwagen met oplegger mag maximaal 18,75 m zijn en er is slechts een ruimte van ± 8 meter voor een valstriksituatie. Dit zou betekenen dat bij een mogelijke aanrijding met een fietser beide sporen geblokkeerd kunnen worden. Vrachtverkeer en vrachtauto’s worden voor de Collse Hoefdijk-overweg niet eens benoemd in de risicoanalyse. Terwijl het woord ‘vrachtverkeer’ 33x in de risicoanalyse wordt genoemd, behalve bij de overweg Collse Hoefdijk. Vraag 12: Is vrachtverkeer (en de waarschijnlijke toename daarvan) meegenomen in de risicoanalyse m.b.t.
de Collse Hoefdijk? Vraag 13: Waarom geldt de minimale afstand van 25 meter en 31 meter niet op de oversteek Collse Hoefdijk? Inleiding: Rapport: Bepaling risiconiveaus op overwegen, 22 november 2005 bron: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-29893-20-b3.pdf
“In de afgelopen jaren is er verscheidene keren gevraagd naar risico-inschattingen op overwegen. De risico’s op overwegen zijn voor velen onvoldoende inzichtelijk. Tegelijkertijd is er bij maatschappelijke organisaties onvrede ontstaan over de barrièrewerking door spoorwegen voor met name het langzame verkeer. Spoorwegovergangen voorzien in een grote verscheidenheid van verkeersfuncties. Ondanks de grote verschillen, moet de besluitvorming consistent zijn. Op 28 april 2005 is door de Tweede Kamer in de motie Hofstra (motie 29 893) gevraagd om nadere criteria, aan de hand waarvan de veiligheid op gelijkvloerse spoorkruisingen kan worden beoordeeld. 1.1 Doel Het ontwikkelen van een methode voor het beoordelen van het veiligheidsniveau van individuele of groepen van overwegen, zodat de niveaus onderling vergelijkbaar zijn en dat de gevolgen van veranderingen op specifieke
overwegen eenduidig gewaardeerd en getoetst kunnen worden. Dit is een systeem waarmee op een inzichtelijke manier een discussie is te voeren over de te nemen besluiten ten aanzien van de veiligheid op overwegen. Een consistente methode voor het verzamelen van gegevens, risico-inventarisatie, interpreteren en beoordelen moet zorgen voor inzichtelijke, herleidbare beslissingen”.
De spoorwegovergang Collse Hoefdijk staat op 41e plaats van gevaarlijkste spoorwegovergangen in Nederland en is gekwalificeerd tot de risico overwegen. De hoogste risico waardering. Qua uitvoering is er sinds 2005 niets veranderd aan deze overweg. Collse Hoefdijk is dus verreweg de gevaarlijkste overgang waar het snelfietspad langs gaat, op slechts 8 meter. De intensiteit is na 2005 ook nog eens verhoogd met uitbreiding van industrieterrein Eeneind en de grootschalige uitbreiding die ons nog te wachten staat. Vraag 14: Wat is er gedaan om deze spoorwegovergang aan de Collse Hoefdijk veiliger te maken, omdat deze in 2005 is geclassificeerd als “risico overweg?” Inleiding: Enkele passages uit het stuk van raadsvergadering Eindhoven 18 mei 2022: Ontwerp snelfietsroute Eindhoven-Helmond (tracé Dorgelolaan-Loostraat) 3.1 Het ontwerp Loostraat-Collse Hoefdijk moet nog worden afgerond Het ontwerp Loostraat-Collse Hoefdijk bevindt zich nog in de VO-fase. De belangrijkste reden hiervoor is dat ProRail nadere eisen heeft gesteld ten aanzien van de afstand tussen het spoor en het fietspad. Naar aanleiding hiervan wordt op dit moment een nieuw ontwerp opgesteld. ProRail moet uiteindelijk instemmen met het ontwerp. Ook verschillende onderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd moeten geactualiseerd dan wel opnieuw uitgevoerd worden.
3.3 Het ontwerp Loostraat-Collse Hoefdijk moet voldoen aan de eisen van ProRail Het nieuwe fietspad Loostraat-Collse Hoefdijk wordt parallel aan het spoor aangelegd. Omdat het fietspad in de nabijheid van het spoor ligt, stelt ProRail eisen aan het ontwerp en voorschriften ten aanzien van de uitvoering. Het eerste ontwerp is na afstemming met ProRail over de bijbehorende risico’s bijgesteld. Het tweede ontwerp is bij ProRail aan een review onderworpen en onder voorbehoud van verwerking van de reviewpunten akkoord bevonden. ProRail is direct betrokken bij het opstellen van het ontwerp wat uiteindelijk moet leiden tot een door alle partijen gedragen ontwerp. Deze bovenstaande passages komen uit stukken van de Eindhovense gemeenteraad, maar gaan over het grondgebied van Nuenen. Vraag 15: Wanneer heeft ProRail het ontwerp over de bijbehorende risico’s bijgesteld, zoals hierboven aan de Eindhovense raad is medegedeeld? Vraag 16: Welke risico’s zijn bijgesteld? Vraag 17: Wat zijn de reviewpunten van ProRail?