20220203 Toezegging RKC-rapport MRE & SGE regionale opgaven - Bijlage
Tekst van het document
memo Onderwerp
: RKC-rapport MRE & SGE regionale opgaven
Van
: Marije Stoltenborg
Aan
: collegeleden
Cc
:
Datum
: 27 januari 2022
Bijlagen
:
De Nuenense rekenkamercommissie heeft samen met de rekenkamer(commissie)s van de gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre onderzoek laten doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de samenwerking binnen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Dit RKC-rapport is geagendeerd voor de commissie Algemene Zaken van 3 februari a.s. en wordt dan besproken. Het college heeft het rapport ook ontvangen en hierop nog niet kunnen reageren richting de raad. De verwachting is dat hiervoor ruimte is in de commissievergadering. Daarom deze memo, zodat voorafgaande aan de commissievergadering de inbreng van het college kan worden afgestemd. Elk collegelid is immers direct bij de beide samenwerkingsverbanden betrokken. Reflectie op RKC-rapport Onderzoek Er is waardering voor het onderzoek. Positief is dat zeven rekenkamer(commissie)s tot dit gezamenlijk initiatief zijn gekomen en dat vanuit de raden aandacht is voor het functioneren van de beide samenwerkingsverbanden. De bevindingen kunnen meegenomen worden in het proces om te komen tot een nieuw samenwerkingsakkoord MRE en actualisatie van de samenwerkingsagenda SGE. Beide processen zijn inmiddels gestart en de planning is dat eind dit jaar hierover besluitvorming plaatsvindt.
Representativiteit Kanttekening bij het RKC-rapport is dat niet alle 9 SGE-gemeenten en 21 MRE-gemeenten betrokken zijn bij het onderzoek. Daarnaast lijkt een beperkte aantal en een ogenschijnlijk willekeurige groep mensen te zijn geïnterviewd. Vanuit dit oogpunt is het onderzoek niet representatief voor het MRE en SGE. In het kader van de processen om te komen tot nieuwe samenwerkingsafspraken voor MRE en SGE, zou het goed zijn over de bevindingen en de conclusies uit het rapport met elkaar het gesprek te voeren. Als individuele gemeente en college zijn wij echter niet bij machte om de aanbevelingen in het rapport te implementeren. Beslispunt 2 lijkt er vanuit te gaan dat de aanbevelingen geïmplementeerd worden. Dit kan alleen als hiervoor breed draagvlak is. Wel kan aan de raad gerapporteerd worden hoe er binnen de beide samenwerkingen invulling wordt gegeven aan de aanbevelingen uit het RKCrapport.
Andere verdeling tussen MRE, SGE en gemeenten De constatering dat opgaven steeds meer verweven zijn, wordt gedeeld. Dat geldt zowel voor lokale als regionale opgaven. De vraag is of herverdeling van werkzaamheden de gemeenten beter in staat stelt om opgaven te realiseren. De MRE-samenwerking richt zich op bepaalde strategische opgaven op de schaal van 21 gemeenten en kent een eigen ondersteunende organisatie. Deze ondersteunende organisatie is geen uitvoeringsorganisatie. Het is aan gemeenten zelf om de opgaven te realiseren. Het rapport lijkt hieraan voorbij te gaan. De SGE-samenwerking richt zich op specifieke opgaven die spelen op de schaal van 9 gemeenten. De samenwerking vindt plaats op tactisch en uitvoerend niveau en is op een andere manier georganiseerd dan de MRE-samenwerking. De werkzaamheden worden vooral uitgevoerd door de eigen ambtenaren en bestuurders, waardoor er veel eigenaarschap wordt ervaren. De conclusies in het rapport lijken met name aan te sluiten op het algemene sentiment dat er leeft; met SGE bereiken we resultaten en MRE is een ‘praatclub’. Er lijkt onvoldoende recht te zijn gedaan aan het verschillende karakter van de beide samenwerkingen en de wijze waarop de samenwerking is georganiseerd.
In plaats van herverdeling van werkzaamheden zou ingezet kunnen worden op het binnen de opgaven scherper maken wat lokaal, subregionaal dan wel regionaal opgepakt moet worden, zodat agenda’s complementair aan elkaar zijn en blijven. Het gaat er juist om (aspecten van) opgaven op het juiste schaalniveau op te maken en uiteindelijk staat meestal het gemeentebestuur en de ambtelijke organisatie zelf aan de lat om hieraan uitvoering te geven. Regionaal Historisch Eindhoven (RHCe) en Gulbergen In verschillende zienswijzen heeft de Nuenense raad bij het Algemeen Bestuur MRE aandacht gevraagd voor de positionering van het RHCe. In het huidige samenwerkingsakkoord is afgesproken het RHCe te ontvlechten uit de MRE-samenwerking. Inmiddels is er een proces vastgesteld om aan deze afspraak nadere invulling te geven. Dat Gulbergen geen kerntaak is van MRE en voortvloeit uit het verleden, wordt algemeen erkend. Er is gestart met een proces om te onderzoeken welke ontwikkelingen op Gulbergen mogelijk en wenselijk zijn met het idee om de gronden te verkopen aan degene die het gebied gaat ontwikkelen. Daarmee zou MRE dit dossier kunnen beëindigen. Het college kan aanbeveling 4 omarmen. Er zijn al processen gestart om hieraan invulling te geven. Denk en handel regionaal Het college kan aanbeveling 5 onderstrepen.
Dit is ook onderwerp van gesprek geweest tijdens de themabijeenkomst in december 2021 over de samenwerking binnen SGE. Er zijn toen ideeën over en weer uitgewisseld om in de toekomst meer aandacht te hebben voor regionale samenwerking. In de volgende bestuursperiode moet hier actief een vervolg gegeven worden.
pagina 2 van 2