2022-60 RV Bijlage 4 Toelichting Rullen 7 300622
Tekst van het document
Toelichting
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 7, GERWEN vastgesteld 30 juni 2022
Toelichting
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, HERZIENING RULLEN 7, GERWEN
documentstatus
vastgesteld
documentversie
1
IMRO-code
NL.IMRO.BPBGRRullen7-
IMRO-publicatieversie
D001
datum
30 juni 2022
projectnummer
VKL132 / 28020008
auteur
R. van Hest K. Willemsen
contact
073 623 1313 info@bureauverkuylen.nl www.bureauverkuylen.nl
2
BUREAU VERKUYLEN
INHOUDSOPGAVE Toelichting Hoofdstuk 1
7 Inleiding
9
1.1
Aanleiding en doel
9
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
9
1.3
Vigerend bestemmingsplan
12
Gebiedsanalyse
15
2.1
Bebouwing en functies
16
2.2
Ontsluiting
17
2.3
Groen en water
18
Plan
19
3.1
Stedenbouwkundig plan
19
3.2
Groen en water
22
3.3
Verkeer en parkeren
23
3.4
Duurzame en gezonde leefomgeving
25
Beleid
27
4.1
Nationaal niveau
27
4.2
Provinciaal niveau
28
4.3
Gemeentelijk niveau
36
Uitvoeringsaspecten
41
5.1
Milieu
41
5.2
Waarden
51
5.3
Waterparagraaf
58
Haalbaarheid
65
6.1
Kostenverhaal
65
6.2
Gemeentelijke grondexploitatie
65
6.3
Maatschappelijk
65
Juridische aspecten
67
7.1
Algemeen
67
7.2
Planregels
67
Procedure
71
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 8 8.1
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro en terinzagelegging
voorontwerpbestemmingsplan en Inspraak en overleg en besluit college
71
8.2
71
Terinzagelegging ontwerpbestemmingsplan
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
3
Bijlagen bij de toelichting
73
Bijlage 1
Stedenbouwkundig plan
73
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
73
Bijlage 3
Dossier ruimte-voor-ruimtewoningen
73
Bijlage 4
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek
73
Bijlage 5
Rapportage nader asbestonderzoek
73
Bijlage 6
Geuronderzoek
73
Bijlage 7
Volksgezondheid Veehouderijen
73
Bijlage 8
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
73
Bijlage 9
Cultuurhistorisch en Archeologisch onderzoek
73
Bijlage 10
Stikstofdepositie-onderzoek
73
Bijlage 11
Quickscan Flora en Fauna
73
Bijlage 12
Nota van Inspraak Rullen 7
73
Bijlage 13
Nota Zienswijzen
73
Regels
75
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
77
Artikel 1
Begrippen
77
Artikel 2
Wijze van meten
85
Bestemmingsregels
87
Artikel 3
Agrarisch met waarden - Groenblauwe mantel
87
Artikel 4
Verkeer
89
Artikel 5
Wonen
90
Artikel 6
Waarde - Archeologie 2 Archeologische waarde
96
Artikel 7
Waarde - Archeologie 4a Middelhoge verwachting
99
Artikel 8
Waarde - Cultuurhistorie akkerbouwcomplex
102
Artikel 9
Waarde - Cultuurhistorie historische verkaveling
104
Algemene regels
107
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
107
Artikel 11
Algemene bouwregels
108
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
109
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
110
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
111
Artikel 15
Overige regels
112
Overgangs- en slotregels
115
Artikel 16
Overgangsrecht
115
Artikel 17
Slotregel
116
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
4
BUREAU VERKUYLEN
Bijlagen bij de regels
117
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
117
Bijlage 2
Beeldkwaliteitplan
117
Bijlage 3
Beplantingsplan
117
Vaststellingsbesluit
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
119
5
6
BUREAU VERKUYLEN
TOELICHTING
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
7
8
BUREAU VERKUYLEN
HOOFDSTUK 1 INLEIDING Voorliggend document betreft de toelichting van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7" van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.
1.1
Aanleiding en doel
Op de locatie aan Rullen 7 - perceel B5166 - is een voormalige agrarische veehouderij gesitueerd. De Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte is voornemens om, ter plaatse van het agrarische bouwvlak, twee nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen te realiseren in een ruime groene setting, de agrarische bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is bepaald dat het toevoegen van een woning in het buitengebied alleen kan plaatsvinden op basis van de Ruimte voor Ruimteregeling. Het omzetten van een voormalige agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning is ook onder voorwaarden toegestaan. Het initiatief voldoet aan de voorwaarden uit deze regelingen. Desalniettemin kan het initiatief niet worden gerealiseerd op basis van het vigerende bestemmingsplan ''Buitengebied Nuenen'', omdat binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch met waarden - Groenblauwe mantel' de bouw van burgerwoningen niet is toegestaan. De gemeente Nuenen heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van het bestemmingsplan. Voorliggend bestemmingsplan bevat de toelichting en regels voor het realiseren van twee Ruimte voor Ruimte-woningen en het omzetten van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
9
Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.
TOPOGRAFISCHE SITUATIE
10
BUREAU VERKUYLEN
Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.
KADASTRALE SITUATIE
De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Nuenen, sectie B, nummer 5166 (gedeeltelijk). De oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 9.440 m². De gronden zijn in particulier eigendom.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
11
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan "Buitengebied Nuenen", vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 november 2018. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.
UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN
12
BUREAU VERKUYLEN
De gronden binnen het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als 'Agrarisch met waarden - Groenblauwe mantel'. De gronden zijn in deze bestemming onder andere aangewezen voor (vollegronds)teeltbedrijven; agrarisch grondgebruik, en; behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en natuur- en landschapswaarden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij' is tevens een veehouderijbedrijf toegestaan. Deze aanduiding valt samen met het bouwvlak. Tevens kent het plangebied een tweetal gebiedsaanduidingen, te weten:
milieuzone - boringsvrije zone, ter plaatse van deze aanduiding is het niet toegestaan om boringen te verrichten die de ondoorlatende laag van de bodem aantasten, en;
overige zone - schuilstallen, ter plaatse van deze aanduiding kan het bevoegd gezag de bouw van een schuilstal toestaan buiten het bouwvlak.
Verder bevat het plangebied gedeeltelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2 archeologische waarde' en 'Waarde - Archeologie 4a middelhoge verwachting'. Deze dubbelbestemmingen verplichten archeologisch onderzoek bij bodemingrepen van bepaalde omvang. Dit staat nader beschreven in paragraaf 5.2.1. Ten slotte bevat het plangebied de dubbelbestemmingen 'Waarde - Cultuurhistorie historische verkaveling' en 'Waarde - Cultuurhistorie akkerbouwcomplex'. Ter plaatse van deze dubbelbestemmingen zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling. Dit staat nader beschreven in paragraaf 5.2.2. Conclusie Het initiatief betreft de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Groenblauwe mantel'. Binnen deze bestemming is dit niet mogelijk. Een herziening van het bestemmingsplan is derhalve noodzakelijk.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
13
14
BUREAU VERKUYLEN
HOOFDSTUK 2 GEBIEDSANALYSE Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Onderstaande afbeelding en de foto's geven de bestaande toestand van de directe omgeving en het plangebied weer.
DIRECTE OMGEVING
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
15
2.1
Bebouwing en functies
In de gemeente Nuenen zijn drie kernen gelegen, te weten Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Tevens zijn een aantal buurtschappen aanwezig, Opwetten, Boord, Eeneind, Stad van Gerwen en Rullen. De eerste nederzettingen betroffen het huidige Nuenen en Gerwen en dateren van de vijfde tot de achtste eeuw. Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Gerwen aan Rullen. Het gebied ten noorden van de kern Nuenen kan gekenmerkt worden als een gebied met nederzettingen in de vorm van gehuchten. Belangrijke gehuchten die in dit kader genoemd worden zijn Heerendonck, Spekt, Stad van Gerwen, Laar en Rullen. Het ontstaan van bebouwingsconcentraties in de gemeente Nuenen speelt een belangrijke rol in de historie van de plaatselijke bebouwingsstructuur. Bebouwingsconcentraties zoals Laar, Rullen en Wettenseind zijn ontstaan aan een 'plaatse'. Een plaatse betreft een driehoekige ruimte die ontstaat door de samenkomst van drie wegen. Rondom deze plaatse ontstonden van oudsher vaak buurtschappen, zo ook bebouwingsconcentratie 'Rullen' waarbinnen het plangebied gelegen is. De bebouwingsconcentratie Rullen maakt onderdeel uit van een krans aan bebouwingsconcentraties gelegen rondom Gerwen. Het buurtschap Rullen is rond 1900 al op kaarten terug te vinden. Op de kaarten is te zien hoe het buurtschap ter plaatse van het plangebied is ontstaan rondom de eerder beschreven kenmerkende 'plaatse'.
Rullen en Laar komen samen in een driehoekig patroon. Rondom deze ruimte is een bebouwingsconcentratie ontstaan. De historische plaatse is in de huidige situatie thans nog als zodanig te herkennen. Het buurtschap Rullen bestaat ook nu nog slechts uit een klein cluster van oude boerderijen rond een oude plaatse. De oudste boerderijen zijn alle van het zogenaamde 'langgeveltype' dat typerend is voor de gecombineerde woon- en agrarische bedrijfsvoeringfunctie in de 2e helft van de 19e eeuw in de Meierij. Naast de diverse langgevelboerderijen zijn er tevens in de omgeving van het plangebied een aantal meer recent opgerichte woningen aanwezig, allen wel uitgevoerd in landelijke stijl.
16
BUREAU VERKUYLEN
BESTAANDE SITUATIE
Het plangebied is gesitueerd aan de zuidoostkant van het buurtschap. In de huidige situatie is het plangebied functioneel ingericht als agrarisch bedrijf. Hierin is één bedrijfswoning gesitueerd direct aan de weg (adres Rullen 7). De bedrijfswoning betreft het zuidelijke deel van een langgevelboerderij (noordelijke deel betreft Rullen 7a). Naast de bedrijfswoning staan er een drietal schuren uit verschillende tijdsperiode die ver het landschap in reiken.
2.2
Ontsluiting
Het buurtschap is ontstaan rondom de plaatse. De drie wegen die hier samen komen heten allen Rullen. Via de zuidoost gelegen straat (De Huikert) is het buurtschap direct ontsloten op de kern Gerwen. Er is momenteel één inrit aanwezig op het perceel, deze bevindt zich aan Rullen. Rullen heeft, ter plaatse van het plangebied, een lage verkeersintensiteit, omdat de weg na het adres Rullen 5 doodloopt.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
17
2.3
Groen en water
Rullen is gelegen in het Dommeldal. In dit deel van het Dommeldal heeft in de 20e eeuw schaal- en kavelvergroting plaatsgevonden. De oorspronkelijke historische kleinschaligheid, zoals nog zichtbaar op 19e-eeuwse kaarten, gekenmerkt door de oude verkavelingsstructuur en kleinschalige boerenerven, is veelal verdwenen. De perceelsrandbegroeiing is op veel plaatsen gerooid; grote agrarische bedrijven kenmerken het landschap. Het landschap heeft daardoor een veel opener karakter dan in de 19de eeuw. Voor het plangebied en directe omgeving geldt dit ook: de kleine percelen zoals zichtbaar op de kadastrale minuut rondom Rullen, ook in het akkerlandgebied direct ten westen van het plangebied, zijn veelal verdwenen. In de huidige situatie is het plangebied functioneel ingericht als agrarisch bedrijf. Enkel langs de perceelsgrenzen staan bomenrijen (voornamelijk dennen) die zorgen voor een afscherming van het plangebied. De inrit wordt begeleid door een bomenrij. Ten westen van het plangebied loopt een A-watergang. Binnen het plangebied liggen enkele schouwsloten.
18
BUREAU VERKUYLEN
HOOFDSTUK 3 PLAN 3.1
Stedenbouwkundig plan
3.1.1
Hoofdopzet
Rullen is in het landschap nog steeds herkenbaar als zelfstandig buurtschap. Het ligt in een kleinschalig landschap dat door de ruilverkaveling en de verdwenen perceelbeplanting een meer open karakter heeft gekregen. De structuurvisie voor dit gebied voorziet in het herstel van het kleinschalige landschap van omstreeks 1900. De ontwikkeling van Rullen 7 kan ter plaatse dienen als een van de eerste bouwstenen van het te ontwikkelen landschap. Dit wordt bewerkstelligd door de huidige achterste bebouwingsgrens fors terug te dringen richting de bebouwingslijn van de twee naastgelegen percelen en een landschappelijk ensemble te creëren dat aansluit bij de structuur van het buurtschap. In de nieuwe situatie blijven de twee direct aangrenzende bestaande langgevelboerderijen aan Rullen 5 en Rullen 7 herkenbaar als historische volumes aan Rullen. Ook Rullen 3, ten noorden van de planlocatie, betreft een dergelijk historisch volume en doet nu en straks mee in het historische beeld van Rullen. Op de planlocatie is niet geprobeerd om een nieuwe langgevelwoning tussen Rullen 5 en 7 te situeren omdat dat afbreuk zou doen aan de historische karakteristiek. Daarnaast is de frontbreedte van het perceel te smal om een dergelijke woning in een groene setting te situeren en zou het teveel afbreuk doen aan het woongenot van de omliggende woningen.
In plaats daarvan is gekozen om de twee nieuwe woningen als een soort tweedelijns bebouwing behorend bij de naastgelegen langgevelboerderij te situeren en vorm te geven als volumes die verwijzen naar een erfgebouw, behorende bij de langgevelboerderij aan Rullen 7. Het behoud van de langgevelboerderij met de huidige woning 7 met aanliggende tuin (circa 575 m²) staat hierbij voorop. Vanaf Rullen zal men in eerste instantie de langgevelboerderijen ervaren. De fruitboomgaard direct aan Rullen versterkt dit beeld en zorgt voor een zachte overgang van Rullen naar de enigszins verscholen twee Ruimte voor Ruimte-woningen. Het stedenbouwkundig plan is als bijlage 1 toegevoegd en op onderstaande afbeelding weergegeven.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
19
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
Via de smalle erftoegangsweg passeer je de fruitboomgaard en rijd je richting de twee woningen. Vanaf deze toegang heb je een directe zichtlijn op het buitengebied begeleid door de gevels van beide woningen die bestaan uit één laag met een kap. De knik in de toegangsweg geeft nog een extra zichtlijn naar het buitengebied richting Gerwen en maakt de weide gelegen achter de woningen toegankelijk. De twee woonpercelen gaan over in het landschap dat als zone om de kavels heen loopt. Door een onderscheid te maken in een gebruikstuin direct aan de woning en een landschapstuin daar omheen, ontstaat een nieuwe zachte overgang van het landschap naar het buurtschap. Binnen de landschapstuin is geen bebouwing toegestaan, maar is de ruimte wel door bewoners te gebruiken. Om deze zone te beschermen tegen vergunningsvrije bouwwerken is de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschapswaarden' opgenomen. Het zuidwestelijke deel van het plangebied wordt onderdeel van het buitengebied en wordt gebruikt als weide. Door perceelbeplanting toe te passen op de originele perceelcontouren wordt er een deel van het oude kleinschalige essenlandschap hersteld. De landschappelijke inpassing staat nader beschreven in paragraaf 3.2.
20
BUREAU VERKUYLEN
3.1.2
Beeldkwaliteit
Met de beoogde herontwikkeling wordt de huidige agrarische bestemming ter plaatse van het plangebied omgezet naar een woonbestemming ten behoeve van de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning. Voor de Ruimte voor Ruimte-woningen is een ruimere inhoud toegestaan dan voor reguliere woningen. De nieuwe bebouwing dient qua stedenbouw en beeldkwaliteit te passen bij de reeds aanwezige bebouwing in de omgeving. De bebouwingsconcentratie ‘Rullen’ kenmerkt zich als bebouwingscluster met voornamelijk (voormalige agrarische bedrijfs)woningen in de vorm van langgevelboerderijen in landelijke stijl. Tevens zijn in de omgeving van het plangebied een aantal meer recent opgerichte woningen aanwezig, allen wel uitgevoerd in landelijke stijl. Voor wat betreft de beeldkwaliteit van de beoogde Ruimte voor Ruimtewoningen zal op een eigentijdse manier aangesloten worden op de architectonische stijl in de directe omgeving. Om regie te houden op de beeldkwaliteit is een beeldkwaliteitplan opgesteld (zie bijlage 2). Hierbij wordt ingezet op landelijke gebouwen met gebiedseigen materialen; zoals pannen, baksteen en hout. Daarnaast dienen de woningen geen letterlijke vertaling te worden van een schuur of langgevelboerderij, maar moet het een landelijke type uitstralen.
Het beeldkwaliteitplan dient als leidraad voor het bereiken van de een gewenste stedenbouwkundige ruimtelijke samenhang en kwaliteit. Het beeldkwaliteitplan wordt afzonderlijk vastgesteld door de gemeenteraad conform artikel 12a van de Woningwet en vormt daarmee een verplichte leidraad voor de welstandstoetsing. Het beeldkwaliteitplan betreft in alle gevallen een bindende aanvulling op de gemeentelijke welstandsnota. De inhoud van het beeldkwaliteitplan krijgt een juridische doorwerking in de planregels (nadere eisen). Voor de beoogde Ruimte voor Ruimte-woningen ter plaatse van het plangebied gelden de navolgende stedenbouwkundige voorwaarden. Deze bebouwingsvoorschriften zijn in de regels van het bestemmingsplan verankerd.
De goothoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 3,5 meter;
De nokhoogte van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 7,0 meter;
De inhoud van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 900 m³, met uitzondering wanneer hoofdgebouw een inpandig bijgebouw bevat, dan geldt een maximale inhoud van 1.300 m³;
De afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 meter;
De dakhelling moet tussen de 12º en 55º bedragen;
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
21
De goothoogte van de bijgebouwen bedraagt maximaal 3,0 meter;
De nokhoogte van de bijgebouwen bedraagt maximaal 6,0 meter;
De totale oppervlakte van aan-, uit- en bijgebouwen bedraagt maximaal 100 m²;
3.2
Groen en water
In het stedenbouwkundig plan blijft de nog beperkt zichtbare historische percelering behouden. Ook wordt er gestreefd naar het terugbrengen van de vroegere kleinschaligheid door middel van de aanplant van gebiedseigen perceelbeplanting en het behoud van de perceelsloten. Binnen het initiatief zijn de tuinen opgesplitst in twee delen. Het ene deel bestaat uit een individueel ingerichte gebruikstuin (direct gelegen aan de woning). Het andere deel bestaat daar omheen uit een collectief ingerichte landschapstuin en wordt ingericht met gras en enkele solitaire bomen. De opzet van deze verdeling is dat de woningen een losse relatie met het landschap krijgen en dat het ensemble opgaat in de rand van het buurtschap. Rondom de gebruikstuin komt eenzelfde soort haag mogelijk afgewisseld met landelijke houten hekwerken of poortjes. Voor het gras in de landschapstuin is het streven om een bloem- en kruidenrijk grasland te realiseren met waarden voor bijen, libellen, insecten en vogels. Deze landschapstuin grenst aan de perceelsgrenzen, waardoor het open landschap behouden blijft. Ter hoogte van de entree aan Rullen wordt een kleine boomgaard met robuuste fruit- en notenbomen gerealiseerd. Dit is een veelvoorkomend landschapselement in een van oorsprong agrarisch buurtschap als Rullen. De boomgaard flankeert de entree en zorgt voor een aantrekkelijke groene nutsruimte aan de straat.
Bovendien camoufleert de boomgaard de achterliggende bebouwing enigszins. De gronden ten westen van het nieuwe erf worden ingericht als weide. De huidige naaldbomen langs de bestaande perceelsgrenzen zullen worden vervangen door gebiedseigen bomen (zwarte populieren). De westelijke perceelgrens, gelegen aan de watergang, blijft vrij van beplanting om zichtlijnen op het buitengebied te houden. Het planvoornemen omvat geen aanleg van nieuw oppervlaktewater. De bestaande perceelssloten blijven behouden en worden gebruikt voor de afvoer van het hemelwater. Voor de zekerstelling van de landschappelijke inpassing is een beplantingsplan opgesteld dat als voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsregels is opgenomen. Het beplantingsplan is als bijlage 3 bij de regels toegevoegd.
22
BUREAU VERKUYLEN
3.3
Verkeer en parkeren
3.3.1
Verkeer
De realisatie van twee Ruimte voor Ruimte-woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De verkeersaantrekkende werking van het plan is berekend met behulp van de kengetallen uit de digitale publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren" van het CROW. In de nieuwe situatie worden binnen het plangebied twee Ruimte voor Ruimte-woningen gerealiseerd. De voormalige bedrijfswoning betreft een bestaande situatie en wordt derhalve buiten beschouwing gelaten. De Ruimte voor Ruimte-woningen vallen, om de verkeersgeneratie te bepalen, onder het onderdeel koop, vrijstaand. De gemeente Nuenen wordt aangeduid als matig stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente tot het buitengebied behoort. In de onderstaande tabel is de berekening van de verkeersaantrekkende werking uiteengezet. Onderdeel
Verkeersgeneratie
Aantal
Totaal
Koop, vrijstaand
7,8 - 8,6 per woning
2 woningen
15,6 - 17,2
Totaal
15,6 - 17,2
Op basis van bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de nieuwe woningen, in een worst-case scenario, zorgen voor 17,2 verkeersbewegingen per etmaal. Conclusie De verkeersaantrekkende werking van dit initiatief bedraagt, in een worst-case scenario, 17,2 verkeersbewegingen per etmaal. Voor de impact op Rullen moet je daar nog de huidige verkeersbewegingen die het agrarische bedrijf genereerde vanaf trekken. Rullen heeft echter al een lage verkeersintensiteit. Dit betekent dat de verkeersafwikkeling van onderhavig plan zonder meer via Rullen en omliggende wegen kan plaatsvinden.
3.3.2
Ontsluiting
De woningen binnen het plangebied worden ontsloten via een erftoegangsweg die gebruik maakt van de thans aanwezige ontsluiting op Rullen. Hierdoor zorgt onderhavig plan niet voor een extra ontsluiting op Rullen.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
23
Uitgangspunt voor het ontwerp is een smalle toegangsweg om het onderscheid tussen het de nieuwe woningen en de bestaande langgevelboerderijen te vergroten. De toegangsweg gaat derhalve als eenrichtingsweg dienen. Het minimale en ideaal profiel hiervoor is 3,85 – 4,40 meter. De toegangsweg in het plan betreft 4,5 meter. De bestaande weg Rullen is circa 4 meter breed en heeft een profiel zoals alle wegen in de nabije omgeving. Volgens de richtlijnen dient een tweerichtingsweg een minimale en ideaal profiel van 4,80-5,80 meter te hebben. Het betreft hier echter een bestaande situatie waarbij de toename van het verkeer door onderhavig plan laag is. De inrichting van de openbare ruimte en het feit dat de straat Rullen doodloopt, nodigt niet uit tot hard rijden of onveilige situaties. Het huidige profiel van Rullen is daarmee toereikend voor de ontwikkeling. Voor de hulpdiensten geldt dat er rekening gehouden moet worden met de nodige manoeuvreerruimte. Dit betekent dat er voldoende ruimte op de aantakking van de toegangsweg en Rullen moet zijn. Met een toegangsweg van 4,5 meter breed en de beschikbare ruimte in de openbare ruimte is hier voldoende rekening mee gehouden.
3.3.3
Parkeren
Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor goed functioneren van het initiatief en voorkomt overlast voor de omgeving. De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwettten heeft geen Nota parkeernormen vastgesteld. Daarom worden bij het opstellen van de parkeerbalans de digitale publicatie 381 "Toekomstbestendig parkeren" van het CROW aangehouden. In de nieuwe situatie worden binnen het plangebied twee Ruimte voor Ruimte-woningen gerealiseerd en blijft de voormalige bedrijfswoning gehandhaafd. De Ruimte voor Ruimtewoningen vallen, om de parkeerbehoefte te bepalen, onder het onderdeel koop, huis, vrijstaand. De bestaande woning valt onder het onderdeel koop, huis, twee-onder-een-kap. De gemeente Nuenen wordt aangeduid als matig stedelijk gebied, waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente tot het buitengebied behoort. In de onderstaande tabel is de berekening van de gemiddelde parkeerbehoefte uiteengezet (inclusief bezoekersparkeren). Onderdeel
Parkeernorm
Aantal
Totaal
Koop, huis, vrijstaand 2,4 per woning
2 woningen
4,8
Koop, huis, t-o-e-k
1 woning
2,2
2,2 per woning
Totaal
7
Per Ruimte voor Ruimte-kavel zijn drie parkeerplaatsen op eigen terrein opgenomen.
24
BUREAU VERKUYLEN
Conform de begripsomschrijving 'parkeerplaats' in onderhavig bestemmingplan tellen deze parkeerplaatsen echter als 1,7-1,8 parkeerplaats afhankelijk van de aanwezigheid van een garage. Omdat er geen regeling voor drie parkeerplaatsen is opgenomen wordt derhalve uitgegaan van 2,7-2,8 parkeerplaats. Op het kavel van Rullen 7 zijn ook twee parkeerplaatsen ingetekend; deze tellen als 1,3 parkeerplaats. In totaal voorziet onderhavig plan daarmee in (2,7 + 2,8 + 1,3 =) 6,8 parkeerplaats op eigen terrein. De theoretische 0,2 parkeerplaats kan worden opgevangen op het erf/inrit.
3.4
Duurzame en gezonde leefomgeving
Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid.
3.4.1
Energietransitie
Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:
de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd;
de woningen zijn geschikt voor zonne-energie;
er kan gebruikt worden gemaakt van aardwarmte, warmte-koude opslag, lucht warmtekoude opslag, of andere vormen van duurzame energie. Bij de aanleg van bodemenergiesystemen gelden aanvullende voorwaarden uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) in relatie tot de Boringsvrije zone (zie ook 4.2.2.2).
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
25
3.4.2
Klimaatbestendigheid
Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Onderhavig plan voorziet hier op de volgende wijze in:
waterberging op eigen terrein;
zo min mogelijk verharding / halfverharding;
aantrekkelijk verblijfsklimaat voor de gebruikers, gebiedseigen planten en dieren;
groen / bomen aanleggen ten behoeve van opname van stikstof en CO2, het vast houden van water en het tegengaan van hittestress.
26
BUREAU VERKUYLEN
HOOFDSTUK 4 BELEID In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:
nationaal niveau;
provinciaal niveau;
gemeentelijk niveau.
4.1
Nationaal niveau
4.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijk beleid en mobiliteitsbeleid op rijksniveau, en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR worden de ambities van het Rijk tot 2040 geschetst, alsmede doelen, belangen en opgaven tot 2028. In de SVIR kiest het Rijk voor minder nationale belangen en eenvoudiger regelgeving. De reeds ingezette trend om aan de provincies en gemeenten ruimte te laten inzake de ruimtelijke ontwikkelingen wordt versterkt in de SVIR. De SVIR bevat 13 nationale belangen die worden beschermd middels het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het gaat onder meer om militaire objecten en terreinen, de grote rivieren en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig plan zijn geen van de nationale belangen aan de orde. Er hoeft daarom ook geen toetsing aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening plaats te vinden.
4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking
Met het doel de ruimte zorgvuldig en duurzaam te gebruiken, is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking opgesteld. Deze is verankerd in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (versie 1 juli 2017). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet worden aangetoond dat deze voorzien in een behoefte, en moet - in geval van de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt - een motivering worden opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
27
Onderhavig initiatief voorziet in de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning. Projecten die minder dan twaalf woningen bevatten worden op basis van jurisprudentie niet als stedelijke ontwikkeling gezien. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is derhalve niet nodig. Conclusie Het initiatief voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
4.2
Provinciaal niveau
Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:
Omgevingsvisie Noord-Brabant;
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Het plan wordt aan deze nota's getoetst.
4.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse Onderhavig plan betreft de bouw van twee Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning. Deze relatief kleinschalige ontwikkeling draagt op de volgende wijze bij aan de 'grote' hoofdopgaven.
28
BUREAU VERKUYLEN
ad 1.
De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en de eventuele gemeentelijke energieprestatie-eisen moeten voldoen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de woningen. Daar komt dan ook de verduurzaming van de energie aan bod, bijvoorbeeld door het aanleggen van een eigen energievoorziening.
ad 2.
Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt. Daarnaast is er sprake van een afname van verharding. Het plan draagt dus bij aan de ontstening van het buitengebied.
ad 3.
Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. De twee woningen worden gerealiseerd ter vervanging van een agrarisch bedrijf. Er is derhalve geen sprake van uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied.
ad 4.
Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat.
Conclusie Het plan geeft invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
4.2.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
De Interim Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet die naar verwachting op 1 januari 2021 in werking zal treden. De Interim omgevingsverordening (IOV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
29
afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies;
afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken;
afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.
4.2.2.1 De toedeling van functies Het plangebied is onderdeel van het landelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.68 IOV uitsluitend bestaande woningen toegestaan, maar er zijn enkele uitzonderingen zoals Artikel 3.80 IOV voor Ruimte voor Ruimte-woningen. Voor de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning is Artikel 3.69 van toepassing. Beide artikelen zijn hieronder integraal overgenomen en getoetst. Artikel 3.69 afwijkende regels (burger)woningen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c.
in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.
In onderhavig plan is sprake van een omzetting van de voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning. Hiervoor is alleen sub c van Artikel 3.69 IOV van toepassing: ad c-1. De omzetting betreft behoud van de huidige situatie waarbij de woning op 7 al onderdeel is van een gesplitste langgevelboerderij. Verdere splitsing is niet mogelijk en niet gewenst. ad c-2. Bij de omzetting blijft er een perceel over van 575 m² waarop conform het vigerende beleid 100 m² bijgebouw mag worden opgericht. De overtollige bebouwing wordt gesloopt.
30
BUREAU VERKUYLEN
Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a. er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c.
een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd;
d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2, 3 en 4 hebben betrekking op de voorwaarde die samenhangen met de garantstelling die de Ruimte voor Ruimte-titels en Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte dekken. Derhalve wordt hier alleen aan Lid 1 getoetst: ad a.
Met het plan wordt de kwaliteitswinst behaald door het wegnemen van de oude agrarische stallen die ver het landschap in staan en niet passen bij de schaal van het buurtschap. Met de inzet van ruimte-voor-ruimtetitels is verzekerd dat deze ontstening heeft plaatsgevonden door de sloop van de agrarische bedrijfsgebouwen. Daarnaast zijn een aanzienlijke hoeveelheid fosfaatrechten weggenomen. De dossiers behorende bij genoemde kwaliteitswinst zijn opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. In de plaats van de de agrarische bedrijfsgebouwen wordt als nieuwe afronding van het buurtschap twee woningen ingepast op het 'achtererf' van de langgevelboerderijen. De twee woningen liggen in een stevige groene setting die bijdraagt aan het herstel van het voormalige essenlandschap.
ad b.
Een bebouwingsconcentratie wordt gevormd door een kernrandzone, een bebouwingscluster of bebouwingslint. Het plangebied is onderdeel van de buurtschap 'Rullen' dat als bebouwingscluster wordt gezien.
ad c.
De landschappelijke inpassing van de Ruimte voor Ruimte-woningen wordt verzorgd door het gebruik (privé- en landschapstuin) en de aanleg van nieuwe beplanting middels dit bestemmingsplan vast te leggen. Voor de landschappelijke inpassing is een beplantingsplan opgesteld die als voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsregels is opgenomen. Het beplantingsplan is als bijlage 3 bij de regels toegevoegd.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
31
ad d.
De ontwikkeling zal beperkt blijven tot de voorgenomen twee woningen. Er is daarmee geen sprake van een aanzet voor stedelijke ontwikkeling.
4.2.2.2 De bescherming van gebiedskenmerken Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende gebiedskenmerken:
boringsvrije zone;
cultuurhistorisch waardevol gebied;
stalderingsgebied.
Boringsvrije zone (artikel 3.12 IOV) Een bestemmingplan ter plaatse van de aanduiding ‘Boringsvrije zone’ strekt tot behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Graafwerkzaamheden en boringen zijn in deze gebieden onder een bepaalde diepte aan banden gelegd. Er dient voor bodemenergiesystemen rekening gehouden te worden met diepte beperkingen (max 90 meter) en beperkingen in circulatievloeistof. Daarnaast moet het plaatsen van dergelijke systemen gemeld worden bij de provincie. Voor het plaatsen van bodemenergiesystemen moet tevens voldaan worden aan de regels voor het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). De regels voor bouwen binnen een boringsvrije zone zijn verankerd in de regels bij dit bestemmingsplan middels de gebiedsaanduiding ‘overige zone – boringsvrije zone’, artikel 14.1. Cultuurhistorische waarden (artikel 3.29 IOV) De ligging binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied, is van invloed op de aanvaardbaarheid van de locatie. Artikel 3.29 van de IOV geeft voorwaarden waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als deze is gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied. Het bebouwingscluster Rullen bevindt zich volgens de provinciale cultuurhistorische waardenkaart in het cultuurhistorisch vlak “Broekgebied tussen Breugel en Nuenen”. Hieronder is Rullen in relatie tot het gehele cultuurhistorisch vlak aangeduid.
32
BUREAU VERKUYLEN
CULTUURHISTORISCH VLAK “BROEKGEBIED TUSSEN BREUGEL EN NUENEN”
Het broekgebied tussen Breugel en Nuenen is een kleinschalig landschap met graslanden, broekbossen en geïsoleerde oude akkers. Het gebied bestaat uit laaggelegen broekgebieden met graslanden en loofbossen, geflankeerd door hogere gronden met kleine oude akkercomplexen. De graslanden hebben een kleinschalige strookvormige percelering; sommige percelen hebben perceelrandbegroeiing in de vorm van houtsingels of boomrijen. Veel perceelsscheidingen worden nog gemarkeerd door greppels en (resten van) houtsingels. In het gebied liggen veel zandpaden. Door de broekgebieden lopen de Breugelsche Beek en de Hooidonksche Beek. De percelering kan deels nog dateren uit de periode 1250-1500, toen delen van het gebied werden ontgonnen vanuit enkele verspreid gelegen hoeven. Bij de aanleg van het Wilhelminakanaal (1910-1923) is het gebied doorsneden. In het gebied staan verschillende oude (langgevel)boerderijen. In de broekbossen zijn percelen met populieren op rabatten, aangelegd in de jaren '30 van de vorige eeuw. Hier en daar zijn restanten van hakhout. De strategie voor het broekgebied luid ''Planologische bescherming van de waarden/kenmerken''. Hieronder staan de beschreven waarden en kenmerken met daaronder het effect van/op onderhavig plan.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
33
Waarden en kenmerken:
De samenhang van de oude akkercomplexen met de percelering en de landschapselementen in het beekdal: Het betreffende beekdal ligt aan westzijde van het cultuurhistorisch val, Rullen helemaal aan oostzijde en derhalve niet van toepassing.
De historische boerderijen: In Rullen staan diverse historische boerderijen die niet direct onderdeel zijn van de ontwikkeling maar wel een relatie aan gaan. Om de uitstraling van Rullen met deze langgevelboerderijen niet te verstoren worden de nieuwe woningen teruggelegd achter een boomgaard. Hierdoor blijft de nadruk vanaf de straat op de langgevelboerderijen en zijn de woningen als het waren de teruggelegen schuren behorend bij deze kenmerkende boerderijen. Daarnaast is met omvang van twee woningen en de gooten bouwhoogte rekening gehouden met de omvang van het cluster Rullen en speelt de beeldkwaliteit in op een landelijke type.
De kleinschalige strookvormige percelering: Vanaf de jaren 50 van de 20e eeuw is het kleinschalige karakter (kleine percelen, beperkte bebouwing) rondom de buurtschap aangetast door de bouw van grote stallen en vergroting van de akkerbouwpercelen. Een deel van de oorspronkelijke voor deze omgeving kenmerkende oorspronkelijke percelering, is nog aanwezig in en nabij het plangebied. In het stedenbouwkundig plan blijft deze zichtbare historische percelering daarom behouden en zorgt de aanplant van gebiedseigen beplanting voor behoud en versterking van dit beeld. Daarnaast wordt de bebouwing teruggedrongen richting het buurtschap.
De kleine akkercomplexen met bolle ligging en het esdek: Er is ter plaatse van het plangebied geen sprake van een klein akkercomplex met bolle ligging. Vanwege de agrarische activiteiten en uitbreiding is het esdek mogelijk verstoord daar waar de nieuwe woningen komen. Het westelijke deel blijft in tact en wordt landschap .
De broekbossen: Niet van toepassing ter plaatse van onderhavig plangebied.
De bossen op rabatten: Niet van toepassing ter plaatse van onderhavig plangebied.
De populierenbossen: Niet van toepassing ter plaatse van onderhavig plangebied.
De zandpaden: Niet van toepassing ter plaatse van onderhavig plangebied.
34
BUREAU VERKUYLEN
Een bestemmingsplan van een gebied dat is gelegen binnen de aanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’ is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Derhalve zal dit bestemmingsplan worden voorzien van een beschermende regeling middels de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling'. De gronden binnen deze dubbelbestemming zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap. Verankerd is dat uitsluitend mag worden gebouwd indien de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap niet onevenredig worden geschaad of mogelijk schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen nadere regels te verbinden. Het plan ligt in het cultuurhistorisch vlak “Broekgebied tussen Breugel en Nuenen”. Ontwikkelingen in dit cultuurhistorisch vlak dienen de kernwaarden ervan te behouden en versterken. Het plan voldoet aan de toetsing van deze kernwaarden. Middels het opnemen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling' de de verplichte landschappelijke inpassing blijft de historische verkavelingsstructuur behouden.
De beoogde herbestemming tast geen cultuurhistorische waarden aan zoals benoemd in het cultuurhistorisch vlak “Broekgebied tussen Breugel en Nuenen”. Stalderingsgebied (artikel 3.52 IOV) Binnen het ‘Stalderingsgebied’ gelden extra voorwaarden voor de ontwikkeling van veehouderijen gericht op het voorkomen van een verdere regionale concentratie van vee en het tegengaan van (verdere) leegstand. De toename van de oppervlakte dierenverblijf binnen een bouwperceel is alleen mogelijk als er elders dierenverblijven verdwijnen; het zogenaamde stalderen. De beoogde herontwikkeling heeft geen toename van dierenverblijven tot gevolg. De beoogde herontwikkeling is niet in strijd met de regels die gelden binnen het ‘Stalderingsgebied’.
4.2.2.3 De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies De voor het plan relevante basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zijn:
zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit;
kwaliteitsverbetering van het landschap.
Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
35
Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, omdat gebruik wordt gemaakt van een locatie gelegen binnen een bebouwingsconcentratie waarbij een flinke hoeveelheid overtollige bebouwing wordt weggenomen. Er heeft een zorgvuldige situering van de woningen plaatsgevonden, die rekening houdt met en uitgaat van de bestaande stedenbouwkundige, landschappelijke, natuurlijke en aardkundige waarden in het gebied. Het plan neemt een verrommelde situatie weg en leidt tot een landschappelijk ingepaste afronding van het buurtschap. Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang. Kwaliteitsverbetering landschap Conform artikel 3.9 IOV moeten ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk gebied gepaard gaan met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze kwaliteitsverbetering is beschreven in paragraaf 4.3.6 waarin het project aan de gemeentelijke 'Landschapsinvesteringsregeling Nuenen c.a. 2015' wordt getoetst.
4.2.2.4 Conclusie Het plan is niet in strijd met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
4.3
Gemeentelijk niveau
4.3.1
Omgevingsvisie Nuenen
De Omgevingsvisie Nuenen is vastgesteld op 30 september 2021. De eerder vastgestelde Structuurvisie Nuenen maakt onderdeel uit van dit gemeentelijk beleid. Hieronder wordt onderhavig plan aan deze Structuurvisie getoetst. Structuurvisie Nuenen c.a. wijziging 2020 De gemeenteraad van Nuenen heeft op 28 mei 2020 de 'Structuurvisie Nuenen c.a. wijziging 2020’ vastgesteld. In de structuurvisie worden de visie en ambities voor de toekomst van de gemeente Nuenen uiteengezet. De bebouwingsconcentratie Rullen is aangeduid als ‘Versterken kleinschalig landschap’ en ‘Bebouwingslinten behouden en versterken’. Het bebouwingslint, dat hier gezien wordt als buurtschap, zal met de bouw van twee Ruimte voor Ruimte-woningen door stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing behouden blijven. In de structuurvisie worden de bebouwingslinten beschreven, maar voor mogelijkheden tot nieuw- of herbouw wordt verwezen naar het bestemmingsplan buitengebied. Hierin wordt geen uitsluitsel
36
BUREAU VERKUYLEN
gegeven over de mogelijkheid tot woningbouw binnen bebouwingsconcentraties. Wel wordt aangegeven dat niet-agrarische bedrijvigheid binnen bebouwingsconcentratie Rullen niet gewenst is door haar ligging op korte afstand van belangrijke groenstructuren. De oprichting van twee Ruimte voor Ruimte-woningen kunnen daarentegen wel gecombineerd worden met een ligging op korte afstand van groenstructuren. Conclusie Het plan past binnen de 'Structuurvisie Nuenen c.a. wijziging 2020’.
4.3.2
Landschapsstudie Buitengebied Nuenen 2020
Landschap is een belangrijk onderdeel van de gemeente. Veel ontwikkelingen vinden plaats in dit landschap of maken juist gebruik van het landschap. In mei 2020 is de 'Landschapsstudie Buitengebied Nuenen' afgerond. Deze studie beschrijft het landschap in Nuenen en geeft richtlijnen hoe ruimtelijke projecten dienen te worden ingepast. De studie vormt een onderdeel van de toets bij aanvragen om Ruimte voor Ruimte woningen, grootschalige energieopwekking en andere bestemmingsplanwijzigingen. Het landschap van de gemeente in onder te verdelen in landschapseenheden. Onderhavig plangebied ligt binnen het 'Kampen- en hoevenlandschap'. Dit gebied is te kenmerken als een gebied met een relatief open landschap met blokverkaveling waarbinnen slingerende wegen met wegbeplanting lopen. De bebouwing is vaak geconcentreerd rondom (frankische) driehoeken, linten of kransen. Deze kenmerken zijn ook terug te zien in Rullen. In de schetsmatige visiekaart is het gebied rondom Rullen aangeduid als 'kleinschalige landschapskern met ‘ensembles’'. De visie berust hier op het versterken van het contrast tussen buurtschappen en het achterland.
UITSNEDE VISIEKAART
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
37
Op bovenstaande visiekaart ligt onderhavig plangebied aan occupatiepatroon 'Linten'. Binnen dit patroon wordt ingezet op het versterken van de bebouwingslinten en het versterken van de frankische driehoeken. Een belangrijk doel van de landschapsvisie is om aanvullend aan eerder opgestelde beleidsstukken een adequaat antwoord te kunnen geven op actuele inpassingsvragen. Deze vragen kunnen op basis van de karakteristiek van de ingreep en de te verwachten impact op de omgeving ingedeeld worden in drie categorieën: relatief kleinschalig met ruraal karakter,relatief grootschalig met overwegend ruraal karakter en relatief grootschalig met industrieel karakter. Ruimte voor Ruimte valt onder de eerste categorie. Een belangrijke afweging bij deze inpassingsvraagstukken betreft het gebied waarvoor inpassing wordt gevraagd. Voor onderhavig initiatief wordt derhalve gebruik gemaakt van Toolbox 3 Kampen- en hoevenlandschap uit de landschapsstudie. De nadruk ligt zoals eerder genoemd op het versterken van het contrast tussen buurtschappen en het achterland. In dit geval het buurtschap Rullen in relatie tot het landschap. Hierbij geldt dat er bij kleinschalige initiatieven gebruik gemaakt wordt van landschappelijke middelen die de ecologie en de landschappelijke structuur versterken.
Onderhavig plan voorziet met de sloop van de agrarische bebouwing in een sterker contrast tussen het buurtschap en het landschap. De bebouwing reikt niet meer diep het landschap in en de nieuwe gebiedseigen beplanting draagt bij aan de landschappelijke structuur van blokverkaveling met perceelsbeplanting. De grens van het buurtschap komt hierdoor meer in verhouding tot het omliggende landschap te staan. Ook de beoogde beeldkwaliteit van de woningen en de fruitboomgaard aan Rullen dragen bij aan het versterken van het buurtschap.
4.3.3
Woonvisie 2020-2030
De gemeenteraad heeft op 9 juli 2020 het Programma Wonen vastgesteld. Daarin staan de opgaven en ambities voor de woningmarkt in de gemeente voor de komende jaren. Het programma Wonen vertolkt de visie van de gemeente over de toekomstige woonopgaven. De gemeente zet qua woningvoorraad in op:
Kleiner, betaalbaarder, levensloopgeschikter
Nieuwbouw zorgt voor doorstroming
Kwaliteit boven aantallen, wel versnellen
Nieuwbouw is levensloopgeschikt en energieneutraal
Accenten per dorp
38
BUREAU VERKUYLEN
De bouw van nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning levert een bijdrage aan het behoud van het dorpse karakter van de gemeente. De ontwikkeling voorziet daarnaast niet in nieuw ruimte beslag, maar in een transformatie. Er wordt in zekere zin gebruik gemaakt van 'bestaand vastgoed'. De twee nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen vallen binnen de harde plancapaciteit voor Gerwen 2020-2024 (Peildatum: voorjaar 2020). De woningen zijn levensloop geschikt en worden energieneutraal gebouwd. Dit type woning zorgt daarnaast doorgaans voor doorstroming binnen de kern. Het plan past daarmee binnen de kaders van de Woonvisie 2020-2030. Conclusie Het plan past binnen de 'Woonvisie 2020-2030'.
4.3.4
Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa
De Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa is vastgesteld op 29 september 2011 door de raad van Nuenen. Doel van de structuurvisie is om het Rijk van Dommel en Aa te ontwikkelen tot een regionaal landschapspark met een aantrekkelijke landschappelijke inrichting waarin natuur en recreatie de belangrijkste functies zullen zijn. De Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa zet voor het buitengebied in op de volgende doelen:
het ontwikkelen van een vrijetijdseconomie;
het behoud en realisatie begrensde EHS (tegenwoordig NNB);
het behoud en de versterking van de landschappelijke kwaliteiten;
het herstel van de milieukwaliteit.
De beoogde herbestemming is passend binnen de Intergemeentelijke Structuurvisie en doet geen afbreuk aan de uitgangspunten daarvan. In samenhang met realisatie van de beoogde Ruimte voor Ruimte-woningen en de omzetting van de agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning worden landschappelijke kwaliteiten versterkt. Conclusie Het plan past binnen de 'Intergemeentelijke structuurvisie Rijk van Dommel en Aa'.
4.3.5
Bouwen in het buitengebied van Nuenen
Nieuwe verzoeken voor ontwikkelingen van ruimte voor ruimte-woningen, die na maart 2021 zijn ontvangen, zijn mede vanwege de gedeelde zorg, “on-hold” gezet in afwachting van een aanvullende visie voor ontwikkelingen van ruimte voor ruimte woningen in het
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
39
buitengebied. Deze (ontwerp)visie “Bouwen in het buitengebied van Nuenen,” geeft richtlijnen voor het bouwen van ruimte-voor-ruimte initiatieven in bebouwingsconcentraties waar het buurtschap het Rullen ook onderdeel van uitmaakt. De beoordeling van het principeverzoek voor voorliggende plan én overige plannen rondom het Rullen heeft plaats gevonden op basis van het op dat moment geldende provinciale en gemeentelijk beleid, waarbij nieuwe bebouwing niet mag leiden tot het volbouwen van het cluster Rullen of het buitengebied. Voorliggend plan is in derhalve in de (ontwerp)visie “Bouwen in het buitengebied van Nuenen,” opgenomen. De ontwerpvisie ligt vanaf 3 februari 2022 gedurende zes weken ter inzage. Een ieder kan gedurende deze termijn zijn zienswijze op de visie kenbaar maken.
4.3.6
Regeling Kwaliteitsverbetering van het landschap
De kwaliteitsverbetering van het landschap dient conform de 'Landschapsinvesteringsregeling Nuenen c.a. 2015' van de gemeente Nuenen plaats te vinden. Voor het bepalen van de benodigde kwaliteitsverbetering is de categorie-indeling van de ruimtelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied van toepassing:
categorie 1: geen ruimtelijke impact; geen tegenprestatie nodig;
categorie 2: beperkte impact; landschappelijke inpassing volstaat;
categorie 3: grote impact; landschappelijke inpassing én berekende kwaliteitsverbetering van het landschap, tezamen tenminste 20% van de waardevermeerdering van de grond bedragende.
Voorliggend initiatief valt onder een categorie 1-ontwikkeling: 1. De realisatie van de Ruimte voor Ruimte-woningen, waarbij de Ruimte voor Ruimtetitels zijn ingebracht door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte voor Ruimte. 2. En de omzetting van de bestaande agrarische bedrijfswoning naar burgerwoning. Voor beide ontwikkelingen is derhalve geen tegenprestatie vereist en volstaat een landschappelijke inpassing. In paragraaf 3.2 staat de landschappelijke inpassing voor de woning beschreven. Voor de zekerstelling van de landschappelijke inpassing is een beplantingsplan opgesteld dat als voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsregels is opgenomen. Het beplantingsplan is als bijlage 3 bij de regels toegevoegd.
40
BUREAU VERKUYLEN
HOOFDSTUK 5 UITVOERINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.
5.1
Milieu
Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.
5.1.1
Bodemkwaliteit
5.1.1.1 Inleiding Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.
5.1.1.2 Analyse Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Tritium een verkennend en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport "Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek Rullen 7 te Nuenen'' (23 april 2021, 2003/016/KB-01). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 4. Tritium concludeert dat er op de locatie sprake is van meerdere gevallen van zowel ernstige als niet ernstige gevallen van bodemverontreiniging. Er op diverse plaatse sterke bijmengingen met puin in de bodem aangetroffen en er is sprake van een asbestverontreiniging. Geadviseerd wordt om de sterke grondverontreinigingen met koper, lood en zink voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie te saneren. Hiertoe dient een BUS-melding of saneringsplan te worden opgesteld, welke goedgekeurd moet worden door het bevoegd gezag. De sanering dient uitgevoerd te worden onder milieukundige begeleiding door een gecertificeerde aannemer. Voor het bepalen van de formele asbestconcentratie en de eventuele omvang van een asbestverontreiniging (in de grond en het met puin verharde toegangspad) is een nader asbestonderzoek noodzakelijk.
Bestemmingsplan buitengebied, herziening Rullen 7 | vastgesteld
41
Hierop heeft Tritium een nader bodemonderzoek asbest uitgevoerd: rapport "Nader bodemonderzoek asbest Rullen 7 te Nuenen'' (23 april 2021, 2003/111/KB-01). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 5. Tritium concludeert dat er sprake is van een met asbest verontreinigde toegangsweg. Tevens dient bij herontwikkeling van de locatie de met asbest verontreinigde grond (ter plaatse van deellocatie B) te worden gesaneerd. Hiervoor dient voorafgaand aan werkzaamheden een saneringsplan te worden opgesteld of een BUS-melding te worden verricht. Dit dient vooraf ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het bevoegd gezag. De verontreiniging dient onder milieukundige begeleiding te worden gesaneerd. Om deze onderzoeksplicht geborgen te hebben, is er een voorwaardelijke verplichting onder de bestemming Wonen opgenomen.
5.1.1.3 Conclusie Indien de bovenstaande bodem- en puinsaneringen uitgevoerd kunnen worden dan is de locatie geschikt te maken voor de toekomstige functie.
5.1.2
Bedrijven en milieuzonering
5.1.2.1 Inleiding Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:
de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;
bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling.