CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-54 RV Bijlage 04 - Toelichting vaststelling bestemmingsplan

Oordeelsvormende avond Ruimte 29 juni 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Soeterbeekseweg/Blekerdijk (RvR)23.059 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.4 Archeologie en cultuurhistorie 5.4.1 Beleidskader Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet. Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek.

Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.

5.4.2 Gemeentelijk archeologiebeleid 5.4.2.1 Inleiding De gemeente Nuenen heeft een beleidskaart ten behoeve van het behoud van archeologische waarden opgesteld. Navolgende figuur geeft een uitsnede van deze kaart voor de omgeving weer waarop het plangebied indicatief met een zwarte cirkel is aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Figuur 261: Uitsnede archeologie beleidskaart gemeente Nuenen ter hoogte van het plangebied (indicatief met een zwarte cirkel aangeduid)

Het plangebied is op de Archeologische beleidskaart aangeduid als ‘Categorie 5’, alleen aan de noordelijke rand is een gedeelte aangeduid als ‘Categorie 2’. In gebieden die zijn aangeduid als ‘Categorie 2’ is sprake van archeologische verwachtingswaarden. Bij verstoringen groter dan 100 m² is onderzoek noodzakelijk. In de gebieden die zijn aangeduid als ‘Categorie 5’ is een lage archeologische verwachting. Slechts bij bouwwerken groter dan 10.000 m² is een onderzoek noodzakelijk. De zuidelijke woning wordt gerealiseerd binnen het gebied dat is aangeduid als ‘Categorie 5’. De noordelijke woning wordt gerealiseerd in een gebied dat ook is aangeduid als ‘Categorie 2’. Omdat de bodemverstoring in het gebied dat is aangeduid als ‘Categorie 2’ mogelijk de grenswaarde van 100 m² kan overschrijden is, daar waar de noordelijke woning wordt gerealiseerd, een archeologisch onderzoek vereist.

5.4.2.2 Verkennend archeologisch onderzoek Door KSP-Archeologie is een verkennend archeologisch onderzoek uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. “Op grond van de aangetroffen landschappelijke situatie en aangetroffen bodemverstoringen in het te bebouwen deel van het plangebied en daarmee lage archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek binnen dit deel van het plangebied. Geadviseerd wordt om de dubbelbestemming archeologie voor het niet te bebouwen deel te handhaven.”

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden. In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 – 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologisch informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.

5.4.2.3 Beoordeling verkennend archeologisch onderzoek De rapportage van KSP Archeologie is door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant getoetst. Navolgend wordt hiervan de conclusie weergegeven: “Met het huidige rapport is de archeologische potentie van het plangebied nog onvoldoende duidelijk. Ongetwijfeld is dit mede het gevolg van de gehanteerde onderzoeksmethode. Boren geeft beduidend minder inzicht dan proefsleuven. Er wordt dan ook geadviseerd om archeologisch vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren in de zone met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Overal waar hier binnen het plangebied dieper dan 30 cm –MV zal worden verstoord of waar dit mogelijk wordt gemaakt op basis van het bestemmingsplan,

zal

de

gespecificeerde

verwachting

getoetst

moeten

worden.

Dit

vervolgonderzoek dient plaats te vinden aan de hand van een door het bevoegd gezag goedgekeurd programma van eisen en uitgevoerd te worden door een archeologisch bedrijf bevoegd tot het uitvoeren van archeologische opgravingen.” Er is derhalve een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. In de navolgende paragraaf wordt de conclusie hiervan weergegeven.

5.4.3 Proefsleuvenonderzoek Econsultancy heeft in opdracht van de initiatiefnemer een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd voor de Soeterbeekseweg en Blekerdijk te Nuenen. Doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals vermeld in het bureau- en booronderzoek. Het volledige rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Navolgend wordt een samenvatting gegeven van de resultaten. “Het onderzoek heeft mogelijk archeologische resten opgeleverd, die nieuw licht kunnen schijnen op de ontwikkeling van het erf vóór de 19e eeuw. Het betreft de vondst van een greppel, die grofweg te dateren is in 16e – 18e eeuw. De aangetroffen resten zijn behoudenswaardig. Er wordt geadviseerd op de vindplaats in situ te behouden. Indien behoud in situ niet mogelijk is, wordt aanbevolen om de vindplaats op te graven houd ex situ). Bovenstaand betreft het selectieadvies van Econsultancy. Het definitieve selectiebesluit zal worden genomen door de bevoegde overheid, de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten.” Het bouwplan is zodanig dat de werkzaamheden geheel buiten gronden valt waar de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 2 Archeologische waarde’ vigeert en daar waar

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

behoudenswaardige resten zijn aangetroffen. De nieuwe woningen dienen te worden gebouwd binnen het bouwvlak en er is een aanduiding opgenomen on ongewenste situering van bijgebouwen uit te sluiten. De vigerende dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2 Archeologische waarde’ en ‘Waarde Archeologie 5 Lage verwachting’ blijven van toepassing. Ter plaatse van de archeologische vindplaats is middels de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 1 Archeologische Waarde’ de bescherming daarvan geborgd. Verstoring van archeologische resten kan derhalve worden uitgesloten.

5.5 Cultuurhistorie 5.5.1 Regio Op

de

Cultuurhistorische

Waardenkaart

van

de

provincie

zijn

de

cultuurhistorische

(landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het plangebied is gelegen in het gebied dat is aangeduid als ‘Meierij’. De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 's Hertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is. In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd. Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap.

Ook is een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen. Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige

kleinschaligheid

verleent

dit

het

gebied

een

grote

landschappelijke

en

cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

63

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Dragende structuren in de regio zijn:

-

De

oude

agrarische

cultuurlandschappen

met

akkercomplexen,

beemden,

broekgebieden.

-

De dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; De woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; De kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; De populieren.

Ontwikkelingsstrategie: 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio. 2. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”.

5.5.2 Cultuurhistorisch vlak Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart is het plangebied eveneens gelegen in het Broekgebied tussen Breugel en Nuenen. Het broekgebied tussen Breugel en Nuenen is een kleinschalig landschap met graslanden, broekbossen en geïsoleerde oude akkers. Het gebied bestaat uit laaggelegen broekgebieden met graslanden en loofbossen, geflankeerd door hogere gronden met kleine oude akkercomplexen. De graslanden hebben een kleinschalige strookvormige percelering. Sommige percelen hebben perceelrandbegroeiing in de vorm van houtsingels of boomrijen. Veel perceelsscheidingen worden nog gemarkeerd door greppels en (resten van) houtsingels. In het gebied liggen veel zandpaden. Door de broekgebieden lopen de Breugelsche Beek en de Hooidonksche Beek. De percelering kan deels nog dateren uit de periode 1250-1500, toen delen van het gebied werden ontgonnen vanuit enkele verspreid gelegen hoeven. In het gebied staan verschillende oude (langgevel)boerderijen. In de broekbossen zijn

percelen met populieren op rabatten,

aangelegd in de jaren '30 van de vorige eeuw. Hier en daar zijn restanten van hakhout. Bij de aanleg van het Wilhelminakanaal (1910-1923) is het gebied doorsneden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

64

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

De waarden en kenmerken worden gevormd door:

-

de

-

De historische boerderijen;

samenhang

van

de

oude

akkercomplexen

met

de

percelering

en

de

landschapselementen in het beekdal; De kleinschalige strookvormige percelering; De kleine akkercomplexen met bolle ligging en het esdek; De broekbossen; De bossen op rabatten; De populierenbossen; De zandpaden.

5.5.3 Soeterbeek en de Soeterbeekseweg Soeterbeek ligt in het westen van de gemeente Nuenen en is ontstaan uit een middeleeuwse route oostelijk van de Dommel. Het gebied is vernoemd naar het voormalige klooster. De Soeterbeekseweg is de ruggengraat van deze agrarische nederzetting met een groen karakter vanwege de laanbomen, hagen, siertuinen, moestuinen en boomgaarden. De panden zijn dicht tegen en evenwijdig aan de weg gebouwd. De gebouwen zijn grotendeels éénlaags en anderhalve bouwlaag voorzien van een zadeldak. Het materiaalgebruik en de aan te brengen beplanting is traditioneel. Volgens de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart is de Soeterbeekseweg aangemerkt als historische geografische lijn van redelijk hoge waarde. De beoogde ontwikkeling is dermate kleinschalig dat deze geen invloed zal hebben op voorgenoemde cultuurhistorische waarden.

5.5.4 Team Ruimtelijke Kwaliteit Het Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) is een onafhankelijk adviesorgaan van de gemeente Nuenen. Zij adviseert het college van burgemeester en wethouders op het gebied van landschap, stedenbouw en architectuur. Het TRK speelt een belangrijke rol in het streven van de gemeente om de ruimtelijke inrichting van Nuenen naar een hoger niveau te tillen. Het TRK geeft adviezen ten aanzien van de nieuwe bouw- en inrichtingsplannen. Deze adviezen zijn zorgvuldig opgebouwd met als doel om samen tot een goed ontwerp te komen. Het TRK bestaat uit drie inhoudelijke specialisten, de dorpsbouwmeester, een onafhankelijke voorzitter en een ambtelijk secretaris. De leden hebben ieder een eigen expertise en kijken vanuit hun verschillende disciplines naar nieuwe bouw- en inrichtingsplannen. Deze plannen worden door bijvoorbeeld ontwikkelaars of particuliere initiatiefnemers ter goedkeuring aan de gemeente voorgelegd. Leden van het TRK worden voor de duur van vijf jaar benoemd. Op dit moment bestaat het TRK uit zes leden

met

respectievelijk

landschapsdeskundige,

de

functies

voorzitter,

architect/dorpsbouwmeester

en

architect, ambtelijk

stedenbouwkundige,

secretaris.

Het

Team

Ruimtelijke Kwaliteit is betrokken geweest bij de totstandkoming van onderhavig plan en heeft het beeldkwaliteitplan beoordeeld op diverse disciplines zoals stedenbouw, architectuur en landschapsontwikkeling. De nieuw toe te voegen woningen worden met respect voor het bestaande landschap vormgegeven in een bijpassend erfensemble. Een nader onderbouwing hiervan is opgenomen in paragraaf 3.3. Hier is eveneens een cultuurhistorische verantwoording van het plan opgenomen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

65

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.6 Bedrijven en milieuzonering De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten. In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn afgestemd op twee omgevingstypen: ‘rustige woonwijk’ en ‘gemengd gebied’. Het kan in dergelijke gebieden gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld om een grotere levendigheid tot stand te brengen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend (grootschalige) agrarische bedrijvigheid wordt hieronder verstaan. Het plangebied kan door de ligging in een bebouwingscluster in het buitengebied, met in de omgeving zowel bedrijfs-, agrarische- als niet-agrarische locaties, worden gezien als gelegen binnen het ‘gemengd gebied’. De richtafstanden in de VNG-publicatie kunnen in ‘gemengd gebied’, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verlaagd worden.

Binnen een afstand van 500 meter zijn geen niet-agrarische bedrijven gelegen, die in het kader van bedrijven en milieuzonering van invloed zijn op de beoogde ontwikkeling.

5.7 Geurhinder 5.7.1 Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor de geurbelasting op geurgevoelige objecten gelden wettelijke geurnormen. Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Anders dan voorheen is het mogelijk maatwerk te leveren, niet per bedrijf of object, maar per gebied. De gemeente Nuenen heeft geen afwijkende geurnormen vastgesteld. Voor dieren waarvoor geen emissiefactoren zijn vastgesteld gelden vaste afstanden. Voor het buitengebied geldt dat er sprake is van een vaste afstand van 50 meter van de rand van het bouwvlak tot een geurgevoelig object. Voor plannen in de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 100 meter van de rand van het bouwvlak tot een geurgevoelig object.

5.7.2 Veehouderijbedrijven in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het plangebied zijn drie veehouderijbedrijven gelegen. Het betreft de veehouderijbedrijven aan Soeterbeekseweg 33, Soeterbeekseweg 37 en Soeterbeekseweg 52. Navolgende figuur geeft een beeld van de ligging van deze veehouderijbedrijven ten opzichte van het plangebied. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

66

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Soeterbeekseweg 33

Soeterbeekseweg 37

Plangebied

Soeterbeekseweg 52

Figuur 22: Ligging plangebied ten opzichte van het veehouderijbedrijven in de omgeving

Het bedrijf aan Soeterbeekseweg 52 is gesitueerd op een afstand van circa 230 meter tot het plangebied, het bedrijf Soeterbeekseweg 33 bevindt zich op een afstand van circa 110 meter, het bedrijf aan Soeterbeekseweg 37 bevindt zich direct ten noorden van de Blekerdijk. Op de veehouderij aan Soeterbeekseweg 52 zijn navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 273: Milieuvergunning Soeterbeekseweg 52 te Nuenen (Bron: BVB-Brabant)

Op de veehouderij aan Soeterbeekseweg 37 zijn navolgende dieraantallen vergund:

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

67

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Figuur 284: Milieuvergunning Soeterbeekseweg 37 te Nuenen (Bron: BVB-Brabant)

Op de veehouderij aan Soeterbeekseweg 33 zijn navolgende dieraantallen vergund:

Figuur 29: Milieuvergunning Soeterbeekseweg 33 te Nuenen (Bron: BVB-Brabant)

5.7.3 Voorgrondbelasting Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting verstaan van díe individuele veehouderij (de dominante veehouderij) welke de meeste geur bij het geurgevoelige object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dichtbij het geurgevoelige object gelegen is. Op het veehouderijbedrijf Soeterbeekseweg 33 worden slechts dieren gehouden waarvoor bij ministeriële regeling geen geuremissie is vastgesteld. Derhalve geldt een vaste afstand van 50 meter. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. De afstand van de woningen tot het agrarisch bedrijf aan Soeterbeekseweg 37 bedraagt ten minste 57 meter, het agrarisch bedrijf Soeterbeekseweg 52 bedraagt meer dan 270 meter. Op de veehouderijbedrijven aan Soeterbeekseweg 37 en Soeterbeekseweg 52 worden ook dieren gehouden waarvoor een geuremissie is vastgesteld. Derhalve dient de voorgrondbelasting te

worden

berekend.

Met

behulp

van

het

programma

V-Stacks-vergunning

is

de

voorgrondbelasting voor beide bedrijven berekend.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

68

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

De resultaten van deze berekening zijn navolgend weergegeven: Soeterbeekseweg 37: Berekende ruwheid: 0,24 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord. Y-coord. EP

nr. 1

5674NJ37

164 012 387 736

Gem.geb.

EP

EP

Uittr. E-

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Aanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

3 307

Geurbelasting

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

2

NW

163 934

387 457

10,0

0,4

3

NO

163 989

387 448

10,0

0,4

4

ZO

163 977

387 367

10,0

0,3

5

ZW

163 937

387 367

10,0

0,2

Tabel 1: Voorgrondbelasting Soeterbeekseweg 37

Uit de berekening blijkt dat de geurbelasting op de planlocatie maximaal 0,4 oue/m³ bedraagt. Soeterbeekseweg 52: Berekende ruwheid: 0,42 m Meteo station: Eindhoven Brongegevens: Volg

BronID

X-coord.

Y-coord.

nr. 1

5674NL

163 834

387 311

EP

Gem.geb.

EP

EP

Hoogte

hoogte

Diam.

snelh.

Uittr. EAanvraag

6,0

6,0

0,50

4,00

7 654

Geur gevoelige locaties: Volgnummer GGLID

Xcoordinaat

Ycoordinaat

Geurnorm

Geurbelasting

2

NW

163 934

387 457

10,0

2,4

3

NO

163 989

387 448

10,0

1,6

4

ZO

163 977

387 367

10,0

2,5

5

ZW

163 937

387 367

10,0

4,0

Tabel 2: Voorgrondbelasting Soeterbeekseweg 52

Uit de berekening blijkt dat de geurbelasting op de planlocatie maximaal 4,0 oue/m³ bedraagt. Ontwikkeling van het plangebied is in het kader van de voorgrondbelasting derhalve geen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

69

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

bezwaar. Op basis van de voorgrondbelasting is ter plaatse van de planlocatie dan ook sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

5.7.4 Achtergrondbelasting Ter plaatse van het plangebied dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten behoeve van de bepaling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied dient de achtergrondbelasting berekend te worden. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is berekend met het programma V-Stacks gebied. De XY-coördinaten van de geurgevoelige objecten betreffen hierbij de hoekpunten van de Ruimte voor Ruimte kavels. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven in de gemeente Nuenen ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven voor het programma V-Stacks gebied zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 2 september 2019). Navolgend zijn de resultaten van de berekening van achtergrondbelasting weergeven.

Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 163 437 m Rasterpunt linksonder y: 386 867 m Gebied lengte (x): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 1000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 163934 387457 3,011 1002 163989 387448 2,057 1003 163977 387367 2,861 1004 163937 387367 4,242 Tabel 3: Berekening V-Stacks Gebied voor de achtergrondbelasting geur van het plangebied

Ter plaatse van de twee beoogde Ruimte voor Ruimte kavels, is sprake van een achtergrondbelasting van maximaal 4,2 oue/m³. Gesteld kan daarmee worden dat sprake is van een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Beoogde herontwikkeling is in het kader van de achtergrondbelasting derhalve geen bezwaar.

5.7.5 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven De ontwikkeling van het plangebied naar een locatie voor Ruimte voor Ruimte woningen mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. De omliggende veehouderijen worden echter al belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden door de aanwezigheid van burgerwoningen die gelegen zijn in de nabijheid van het plangebied en de betreffende veehouderijen. De nieuwe woningen worden opgericht op een afstand van minimaal 50 meter van het agrarisch bouwvlak van omliggende veehouderijbedrijven. Ontwikkeling van het

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

70

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

plangebied naar een woningbouwlocatie belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven dan ook niet meer dan thans het geval is.

5.8 Gezondheid in relatie tot de veehouderij 5.8.1 Inleiding De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. Op basis van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid 2.0 versie mei 2018 opgesteld door het ondersteuningsteam BPO speerpunt veehouderij kan worden afgewogen of een advies van de GGD nodig is voor het plan.

5.8.2 Toets van de ontwikkeling aan de handreiking In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen varkens- of pluimveehouderijen gesitueerd.Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2, toename emissies, is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden: 

5 ou/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;

10 ou/m3 voor de achtergrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;

100 meter voor de afstand tussen de rand van een bedrijf en de gevel van het geurgevoelige object.

Er wordt voldaan aan de vaste afstand in het kader van de Wgv. Zoals aangegeven wordt voldaan aan stap 3.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

71

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden: 

Varkens en pluimvee;

Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);

Kleine herkauwers onderling.

Op het melkveebedrijf aan de Soeterbeekseweg is eveneens een vergunning aanwezig voor het houden van 37 schapen. Het realiseren van twee woningen op meer dan 50 meter afstand draagt niet bij aan een verhoogd volksgezondheidsrisico. In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij en pluimveebedrijf. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen geiten- of pluimveehouderijen. Er wordt voldaan aan de normen voor fijn stof en de concentratie endotoxine. Een GGD-advies is hierom niet noodzakelijk. Er zijn tevens geen maatregelen op te leggen bij de omliggende veehouderijen in het kader van dit plan. Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking plaats. Ook is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan stap 6 en 7 wordt daarmee voldaan.

5.9 Geluid Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke woonfuncties is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. Het plangebied is gelegen aan een weg waar een maximum snelheid van 60 km/u geldt. Door Tritium Advies is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit onderzoek weergegeven. Het volledige onderzoek is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. “In opdracht van Van Rijssel Agro BV is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ten behoeve van de beoogde herontwikkelingslocatie aan Soeterbeekseweg ong. (direct ten zuiden van de Blekerdijk) te Nuenen. Deze locatie betreft een agrarisch bouwvlak met een stal. Beoogd wordt om deze stal te saneren en ten zuiden daarvan twee nieuwe woningen te realiseren. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd vanwege de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de wegen Heuvelakkers, Groenstraat, Blekerdijk en Soeterbeekseweg.

Aangezien de Heuvelakkers, Groenstraat en Blekerdijk zandpaden betreft, is enkel de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Soeterbeekseweg onderzocht.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

72

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Voor de Soeterbeekseweg geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wordt niet overschreden, behalve ter plaatse van de voorgevel van het zuidelijke bouwkavel. Derhalve is het mogelijk voor deze gevels om een beschikking hogere waarde aan te vragen bij de gemeente indien de toepassing van overdrachts- of bronmaatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend is dan wel overwegende bezwaren ontmoet en wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid. Op de westgevel van de woning op het zuidelijke bouwkavel wordt de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor nieuwbouw in buitenstedelijk gebied wel overschreden. Een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde wordt in principe niet toegestaan door de Wgh. Om toch woningbouw te kunnen realiseren is het mogelijk de westgevel als “dove gevel” conform artikel 1b, lid 4 van de Wgh uit te voeren. Een “dove gevel” is namelijk geen gevel volgens de Wgh. Dit betekent derhalve dat er geen te openen delen (ramen en deuren) in deze gevels zijn toegestaan, met uitzondering van eventuele incidenteel te openen delen (zoals een verhuisraam), mits deze delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte.

Aangezien draaiende delen voor de vereiste spuiventilatie noodzakelijk zijn, dient hier in de plattegrond rekening mee te worden gehouden. Het aanleggen van een geluidwal of geluidscherm (overdrachtsmaatregelen) gericht op het terugbrengen

van

de

geluidbelasting

ten

gevolge

van

het

wegverkeer

tot

de

voorkeursgrenswaarde ontmoet in de onderhavige situatie overwegende bezwaren van stedenbouwkundige en landschappelijke aard. Het vergroten van de afstand tussen geluidbron en ontvanger is tevens niet doeltreffend in onderhavige situatie. Voor het toepassen van stiller wegdek (bronmaatregel) geldt dat de voorkeursgrenswaarde nog altijd wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde wordt niet langer overschreden. Het toepassen van een stiller wegdek ontmoet echter overwegende bezwaren van financiële aard. Derhalve wordt onderbouwd verzocht hogere waarde te verlenen conform artikel 110a, lid 5 van de Wgh. Aangezien in onderhavige situatie sprake is van een procedure hogere waarde, is voor de woningen een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Tevens blijkt uit de rekenresultaten dat de woningen kunnen beschikken over ten minste een geluidluwe gevel dan wel buitenruimte. Aan deze geluidluwe gevel dient een verblijfsruimte te zijn gelegen.” De maximale ontheffingswaarde wordt ter plaatse van de voorgevel van de zuidelijke woning overschreden. Deze gevel dient als “dove gevel” conform artikel 1b, lid 5 van de Wet geluidhinder te worden uitgevoerd.

Dit is vastgelegd in de regels van onderhavig bestemmingsplan.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

73

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.10 Luchtkwaliteit 5.10.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Deze wet implementeert de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen. Het doel van de Wet luchtkwaliteit is het verbeteren van de luchtkwaliteit, zodat in het jaar 2015 voldaan wordt aan de Europese eisen en zodat huidige belemmeringen verdwijnen. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer

in

een

gebiedsgerichte

aanpak

van

de

luchtkwaliteit

via

het

Nationaal

Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. De 3% grens is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Aangezien het plan de bouw van slechts twee nieuwe woningen mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip ‘Niet in betekenende mate’ valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet Luchtkwaliteit.

5.10.2 Blootstelling aan verontreiniging In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: -

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³.

-

de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM 10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde .

-

de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³.

Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM 10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer. Het plangebied is aangeduid met een zwarte cirkel.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

74

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Figuur 30: Fijnstof 2017 PM10 (bron: Atlas leefomgeving)

Figuur 31: Fijnstof 2017 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving)

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 18-19 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 11-12 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

75

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.11 Bodemkwaliteit 5.11.1 Inleiding Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient te zijn aangetoond dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie. Ten behoeve van realisatie van de woningen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgend wordt de conclusie van dit rapport weergegeven. Het volledige rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

5.11.2 Verkennend bodemonderzoek “Resultaten NEN5740 Op het erf voor de schuur is een puinverhard terrein aanwezig. Het puin uit deze verharding is niet gecertificeerd. Er heeft geen asbestonderzoek plaatsgevonden conform NEN5897. In de sporen baksteenhoudende bovengrond (BG1) zijn gehaltes aan cadmium en lood gemeten boven de achtergrondwaarden. De verhoogde gehaltes zijn gerelateerd aan de waargenomen bijmengingen van baksteen en het agrarisch gebruik van het erf door de jaren heen. De verhoogde gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In de bovengrond van het weiland is een gehalte aan cadmium aangetoond boven de achtergrondwaarde. Uit de analyse van de bovengrond van het weiland op gehaltes aan PFAS blijkt dat enkele gehaltes aan PFOS boven de gestelde achtergrondwaarden (1,1 t.o.v. 0,9 microgram/kgds) zijn gemeten. De gehaltes vormen geen aanleiding voor aanvullend onderzoek. In de zintuiglijk schone ondergrond binnen de onderzoekslocatie (OG1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 17 is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde.

De

verhoging

is

toe

te

schrijven

aan

een

natuurlijk

verhoogde

achtergrondwaarde. De overschrijding is marginaal en behoeft geen nader onderzoek. Resultaten NEN5707 Tijdens inspectie van maaiveld en gaten ter plaatse van de druppelzone naast de schuur, is geen asbestverdacht plaatmateriaal visueel waargenomen. Analyse heeft derhalve niet plaatsgevonden. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1 is een concentratie asbest aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 55 mg/kgds. In het geanalyseerde grondmengmonster mm1a is een concentratie respirabele asbestvezels aangetroffen. Uit de berekening van het gewogen gehalte blijkt een gehalte van 2,7 mg/kgds. Het gecombineerd asbestgehalte aan asbest bedraagt 57,7mg/kgds. Dit gehalte vormt formeel aanleiding voor nader asbestonderzoek. In het geval van een asbestverontreiniging in de druipzone van een asbesthoudend dak zonder dakgoot op de toplaag (0,0- 0,1 m-mv) wordt nader onderzoek niet zinvol geacht. De toplaag tot maximaal 1 meter uit de muren raakt verontreinigd door de hemelwaterafspoeling met asbestvezels door verwering van golfplaten. Als gevolg van de wijze waar op de toplaag verontreinigd raakt met asbest, wordt verondersteld dat in de bovenste 10 cm direct onder de

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

76

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

druiplijn de maximale concentraties aan asbest worden gemeten. Zowel in de bodem onder de bewuste toplaag, als ook de bodem op meer dan 50 cm van de druiplijn zal geringe concentraties aan asbest bevatten. Van een ernstig geval van bodemverontreiniging is geen sprake. Conclusie en advies Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De druppelzone rond de schuur is onverdacht op aanwezigheid van asbest in de toplaag in een gehalte boven interventiewaarde. Het gehalte aan respirabele vezels overschrijdt de risiconorm van10

mg/kgds

niet.

Er

is

derhalve

geen

sprake

van

een

ernstig

geval

van

bodemverontreiniging en sanering van de druppelzone is niet aan de orde. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde sanering van de bestaande stal en realisatie van twee woningen op het weiland. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit vormt geen bezwaar voor de beoogde herontwikkeling. Het hergebruiken van grond valt onder de regels van de Besluit bodemkwaliteit. Indien als gevolg van graafwerkzaamheden op de locatie (bijv. bij het bouwrijp maken van het terrein en het graven van een kelder) grond vrijkomt die niet op locatie kan worden hergebruikt, dan dient deze te worden afgevoerd conform de regels van het Besluit Bodemkwaliteit.

5.12 Externe veiligheid 5.12.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: -

Bedrijven;

-

Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water en via buisleidingen);

-

Hoogspanningslijnen.

5.12.2 Bedrijven Het plangebied is op de risicokaart van de Provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart externe veiligheid met daarop het plangebied aangeduid.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

77

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Figuur 27: Uitsnede risicokaart externe veiligheid voor de omgeving van het plangebied

Ten noorden van het plangebied is conform de risicokaart een locatie aanwezig met gevaarlijke stoffen (categorie overig). Het betreft hierbij een bovengrondse propaantank met een inhoud van 3 m³. Hiervoor geldt een veiligheidsafstand 10 meter. Het plangebied bevindt zich op meer dan 50 meter. Dit aspect vorm derhalve geen bezwaar.

5.12.3 Transport 5.12.3.1 Vervoer over het spoor In de omgeving van het plangebied is geen spoortracé gelegen. De afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde spoortracé bedraagt circa 3.200 meter. Interactie kan normaliter dan ook niet plaatsvinden.

5.12.3.2 Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande weg in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden is de autosnelweg A270. Het plangebied ligt op een zodanige afstand, circa 2.500 meter, van deze route dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden.

5.12.3.3 Vervoer over het water Transport over water kan binnen de gemeente Nuenen alleen plaatsvinden over het Wilhelminakanaal, noordelijk van het plangebied. Het plangebied ligt op een zodanige afstand, circa 3.300 meter, van deze route dat beïnvloeding normaliter niet plaats zal vinden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

78

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.12.3.4 Vervoer via buisleidingen In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. Er kan dus ook geen interactie plaatsvinden.

5.12.3.5 Hoogspanningslijnen In de nabijheid van het plangebied bevinden zich twee hoogspanningslijnen: - Geertruidenberg – Eindhoven-oost (380 kV) - Eerde - Eindhoven-oost (150 kV) Geertruidenberg – Eindhoven-oost Westelijk van het plangebied ligt de hoogspanningslijn Geertruidenberg-Eindhoven-oost. Dit is een

hoogspanningsleiding

tussen

de

plaatsen

Geertruidenberg

en

Eindhoven.

De

bedrijfsspanning van de lijn bedraagt 380 kV, en de huidige transport-capaciteit is 3 × 1,645 MVA. De gemeente Nuenen heeft in het Bestemmingsplan Buitengebied regels gesteld ten aanzien van bouwen in de nabijheid van hoogspanningslijnen. Hiervoor is de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 1’ toegekend aan de gebieden die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en de veiligheidsafstand voor deze bovengrondse leidingen. Dit betreft een strook van 2 x 40 meter, parallel aan het tracé. Het plangebied valt volledig buiten deze bestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 1’. De magneetveldzone van deze hoogspanningsleiding bedraagt 80 meter. De dichtstbij gelegen woning ligt op een afstand van 90 meter vanaf de hoogspanningsleiding. Hiermee is een goed woon- leefklimaat is gegarandeerd. Eerde – Eindhoven-oost Oostelijk van het plangebied ligt de hoogspanningslijn Eerde-Eindhoven-oost. Dit is een hoogspanningsleiding tussen de plaatsen Eerde en Eindhoven. De bedrijfsspanning van de lijn bedraagt 150 kV. De gemeente Nuenen heeft in het Bestemmingsplan Buitengebied regels gesteld ten aanzien van bouwen in de nabijheid van hoogspanningslijnen.

Hiervoor is de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 2’ toegekend aan de gebieden die zijn bestemd voor de aanleg en instandhouding van bovengrondse hoogspanningsverbindingen en de veiligheidsafstand voor deze bovengrondse leidingen. Dit betreft een strook van 2 x 25 meter, parallel aan het tracé. Het plangebied valt volledig buiten deze bestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 2’. Beide woningen worden geprojecteerd op een afstand van meer dan 300 meter tot het hart van de leiding en vallen daarmee buiten het invloedsgebied van de hoogspanningslijn. Conclusie De hoogspanningslijnen vormen geen bezwaar voor onderhavig plan. De berekening ten aanzien van de magneetveldzones is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

79

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

6.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

6.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

6.2 Algemene toelichting verbeelding De

verbeelding

heeft

een

belangrijke

rol

bij

het

bepalen

van

de

gebruiks-

en

bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functie-aanduidingen en bouwvlakken opgenomen.

6.3 Algemene toelichting regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen);

-

Gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen);

-

Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels);

-

Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving;

-

Nadere detaillering van de bestemming;

-

Bouwregels;

-

Afwijken van de bouwregels;

-

Specifieke gebruiksregels;

-

Afwijken van de gebruiksregels;

-

Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

80

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

6.4 Toelichting bestemmingen 6.4.1 Agrarisch met waarden - Groenblauwe mantel De voor 'Agrarisch met waarden - Groenblauwe Mantel' aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch grondgebruik. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden opgericht.

6.4.2 Wonen Binnen het plangebied wordt een woonbestemming toegevoegd. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep. Er zullen twee bouwvlakken worden toegevoegd aan het plangebied waarop per bouwvlak één Ruimte voor Ruimte woning is toegestaan met een inhoud van maximaal 1.000 m³ en maximaal 90 m² aan bijbehorende bijgebouwen.

6.4.3 Waarde - Archeologie 1 Archeologische waarde De voor 'Waarde - Archeologie 1 Archeologische waarde' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

6.4.4 Waarde - Archeologie 2 Archeologische waarde De voor 'Waarde - Archeologie 2 Archeologische waarde' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

6.4.5 Waarde - Archeologie 5 Lage verwachting De voor 'Waarde - Archeologie 5 Lage verwachting' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden.

6.4.6 Waarde - Cultuurhistorie historische verkaveling De voor 'Waarde - Cultuurhistorie historische verkaveling' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap.

6.4.7 Waarde - Cultuurhistorie akkerbouwcomplex De voor 'Waarde - Cultuurhistorie akkerbouwcomplex' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de openheid en het reliëfrijke karakter van het akkerbouwcomplex.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

81

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

7.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

7.1 Economische uitvoerbaarheid en Grondexploitatiewet In de Grondexploitatiewet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Nuenen zal in het kader van het bepaalde in de Grondexploitatiewet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hiervoor is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.

7.2 Economische gevolgen bestemmingsplan De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komt.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

82

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

8.

OVERLEG EN INSPRAAK

8.1 Inspraakprocedure In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In het kader van de deze inspraakverordening wordt dit bestemmingsplan als voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

8.2 Overleg ex artikel 1.3.1. Bro Artikel 1.3.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg.

8.3 Omgevingsdialoog Door initiatiefnemer is een zorgvuldige omgevingsdialoog gevoerd. Een verslag hiervan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

8.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 23 november 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In die periode zijn er twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in de Nota van zienswijzen samengevat en van beantwoording voorzien.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11576858/1