2022-54 RV Bijlage 01 - Nota van Inspraak RvR Blekerdijk
Tekst van het document
Nota van Inspraak en vooroverleg Voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg, kruising Blekerdijk, Ruimte voor Ruimte
Djumanummer: 999856 Zaaknummer: 157805
pagina 1 van 13
INHOUD 1. Inleiding 2. Inspraak 3. Vooroverleg 4. Ambtshalve wijzigingen 5. Aanpassingen
pagina 2 van 13
1. Inleiding Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Soeterbeekseweg, kruising Blekerdijk Ruimte voor Ruimte’ heeft vanaf 3 april 2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is aan een ieder de mogelijkheid geboden een inspraakreactie in te dienen. In die termijn zijn er twee inspraakreacties ingediend op het ter inzage gelegde voorontwerpbestemmingsplan. De inspraakreacties zijn in hoofdstuk 3 samengevat en van beantwoording voorzien. De reacties uit het vooroverleg zijn in hoofdstuk 2 samengevat en van beantwoording voorzien. De ingediende reacties zijn in deze nota samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reacties, die niet expliciet zijn genoemd, niet bij de beoordeling zijn meegenomen. De reacties zijn in hun geheel beoordeeld. Bij de beoordeling is rekening gehouden met de volledige inhoud van de ingezonden reacties. Voorafgaand aan de ter inzage legging van het voorontwerp bestemmingsplan heeft initiatiefnemer ook overleg met de direct omwonenden en de dorpsraad Nederwetten gehad. Uit dit overleg, waarvan het verslag aan het ontwerp bestemmingsplan zal worden toegevoegd, zijn geen opmerkingen of reacties gekomen.
pagina 3 van 13
2. Vooroverleg Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn de volgende vooroverlegreacties ingediend: 2.1 Het Waterschap heeft op 28 april 2021, djumanr. 297625, de volgende vooroverlegreactie ingediend: Er wordt onvoldoende rekening gehouden met de waterhuishouding in dit gebied. Tevens is het waterbeleid en -regels van het waterschap en de Provincie niet volledig opgenomen in dit plan. Het Waterschap verzoekt de volgende onderdelen op te nemen in het plan: Toelichting: a. Het plangebied ligt volgens de kaart Beschermde gebieden Keur binnen beschermd gebied, namelijk binnen Attentiegebied en binnen Beekdal; b. 1 april 2021 is de grenswaarde voor compensatie van (versnelde) afvoer van regenwater bij toename van verhard oppervlak veranderd. Omdat het verhard oppervlak binnen het plangebied toeneemt met ongeveer 500 m², dienen de bergingsvoorzieningen in het plan te voldoen aan de Algemene regels; c. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) in het plangebied is hoger dan in de waterparagraaf vermeld staat. Ter plaatse van de nieuwe woningen en tuinen is de GHG 40 tot 60 cm onder maaiveld. Bij de waterberging moet hiermee rekening worden gehouden; d. Ten oosten van het plangebied ligt een A-watergang.
Voor beplanting binnen de beschermingszone van de watergang geplant van 5m vanuit de insteek is een watervergunning nodig; Planregels: Het plangebied ligt volgens de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant in de Attentiezone waterhuishouding. Het plangebied ligt vlakbij het Dommeldal en het Nuenens Broek, twee natuurgebieden die zijn aangewezen als een Natte Natuurparel. De Interim Omgevingsverordening verlangt dan dat het bestemmingsplan regels opneemt voor: - het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; - de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; - het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; - het beperken van het buiten een agrarisch bouwperceel aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten. Beantwoording a. In artikel 5.2.2.2 van de toelichting is opgenomen dat het plangebied zich bevindt in het attentiegebied en het beekdal; b.
Naast de afname van het verhard oppervlak, middels de sanering van de voormalige varkensstal én het weg bestemmen van het agrarisch bouwvlak, is in de planregels (artikel 4.4.6) de voorwaardelijke verplichting van hemelwaterberging opgenomen die voorziet in de bergingsvoorziening. In de toelichting wordt dit nog nader in onderbouwd. c. De aanbevelingen ten aanzien van de gemiddelde hoogste grondwaterstand zijn in 5.3.2.1. van de toelichting aangepast; d. De A-watergang ligt buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan. Deze watergang heeft de bestemming Water in het Bestemmingsplan Buitengebied Nuenen 2018 en is daarmee reeds beschermd; pagina 4 van 13
e. In de planregels is onder 12.1 het verbod op drainage c.q. het verlagen van de grondwaterstand opgenomen. f. In de planregels onder 3.4.1 is de beperking voor het aanleggen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten opgenomen. 2.2. De Provincie heeft op 3 juni 2021, djumanr. 297623, haar vooroverlegreactie ingediend. Deze is buiten de termijn ingediend, maar wel in behandeling genomen. Het betreft de volgende onderdelen: a) de geplande ontwikkeling bevindt zich in een cultuurhistorisch waardevol gebied, waarbij de realisatie van woningen niet bijdraagt aan het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken en daarmee strijdig is met artikel 3.29 van de IOV. Tevens ontbreekt de onderbouwing voor een planologische aanvaardbare locatie in een bebouwingscluster. b) De benodigde titels t.b.v. de realisatie van de woningen ontbreken c) Artikel 3.1.d. maakt erven en parkeervoorzieningen, toegangswegen mogelijk; d) Artikel 3.3.1. maakt een paardenbak mogelijk. Voorwaarde ontbreekt dat deze direct moet grenzen aan de woonbestemming; e) Artikel 4.4.4. borgt sloop overtollige bebouwing. In dit artikel dient te worden verwezen naar een bijlage bij de planregels waarin de te slopen bebouwing is weergegeven.
Beantwoording a) Het in de Interim Omgevingsverordening (IOV) van Noord Brabant aangewezen cultuurhistorisch waardevol gebied in Nuenen omvat een omvangrijk gebied, nagenoeg het gehele buitengebied. De inspraakreactie zou betekenen dat er in dat hele gebied geen nieuwe ontwikkelingen kunnen plaats vinden. De planregels in artikel 3.29 van de IOV stellen echter dat een bestemmingsplan mede is gericht op een duurzame ontwikkeling behoud of herstel van cultuurhistorische waarde. Het ontwerpbestemmingsplan voorziet daar onder andere in door de toevoeging en borging van een beeldkwaliteitsplan. In het kader van de beoogde functiewijziging is een historische reconstructie van het landschap gemaakt. Deze is opgesteld op basis van oude kaarten in combinatie met de hoogtegegevens, bodemsoorten en veldnamen en is opgenomen in het Beeldkwaliteitplan dat als bijlage bij de planregels is opgenomen. Het plangebied maakte deel uit van het nederzettingsareaal van Nederwetten. Een nog bestaande sloot tussen de projectlocatie en Soeterbeek vormde van oudsher de grens tussen Nederwetten en Opwetten. Het gehucht het Eindje, waar het plangebied deel van uitmaakt, vormde ook werkelijk de beëindiging van het nederzettingsareaal van Nederwetten.
Dit Eindje vormt samen met de bebouwing aan de Kleine Akkers, aan de Scheerdonken, aan De Hoek en enkele losse hoeves een kransakkernederzetting met de oude kerk aan de Dommel als brandpunt. De toponiemen (veldnamen) ondersteunen de ligging en het historische landgebruik. Het Eindje lag op de overgang van een dekzandrug en een lagere dekzandvlakte. Het lag eveneens op de overgang van akker en weidegronden. Verder lag het op de overgang van open landschap (akker) en een halfopen landschap (broekland met houtwallen en bomenrijen). Zoals gebruikelijk volgden doorgaande routes zelden de kortste weg, maar rijgen ze hoger gelegen, droge plekken aaneen. Tot ongeveer 1900 wordt het Huis Soeterbeek ontsloten middels een rechte oprijlaan (de Hooge Dijk) met een brug over de Dommel bij het koetshuis en bijgebouwen. Rond 1900 wordt een nieuwe brug aangelegd die afbuigt van deze oprijlaan en via het (Soeterbeeks) Eindje aansluit op het eind van de Blekerdijk, waardoor hier een kruispunt ontstaat. In de Jaren ’20 van de 20e eeuw wordt de doorgaande verbinding naar Nederwetten verder verbeterd met een nieuw wegstuk vanaf de Blekerdijk langs pagina 5 van 13
het erf Achterbos richting het begin van de Nederwettensestraat. Het Eindje wordt hierdoor een kruispunt (wat het nog steeds is). Het plangebied is niet gelegen in een broekgebied, maar op de hogere gronden op overgang van akker naar broekgronden. In het beeldkwaliteitsplan is de inrichting toegelicht als onderdeel van de Ruimtelijke strategie. Deze inrichting voorziet in een duurzame ontwikkeling, behoud en herstel van cultuurhistorische waarde en van het landschap. Tevens wordt verouderde aanwezige bebouwing (een voormalige varkensstal gesloopt). De adviescommissie van de gemeente, het Team Ruimtelijke Kwaliteit, heeft het beeldkwaliteitsplan beoordeeld vanuit diverse disciplines (stedenbouw, landschap en architectuur) en akkoord bevonden. Naast een uitgebreide historische verkenning is in overleg met deze adviscommissie uiterst zorgvuldig tot deze planvorming gekomen. De gekozen inpassing van het nieuwe erf sluit aan op de bestaande landschapsstructuur en zal deze verder versterken. De historisch aanwezige bomenrij langs de Blekerdijk wordt in verkorte vorm herhaald om het nieuwe erf in de omgeving te verankeren. Aan de zuidzijde van het nieuwe erf markeert een bosje met een enkele landschapsboom de hoekpunt in het verder halfopen landschap, analoog aan een bestaand bosje ten zuiden van de bebouwing aan de overzijde van de straat.
Het nieuwe erf bestaat uit twee nieuwe ruimte-voor-ruimte-woningen met bijgebouwen die centraal worden geclusterd. Iedere woning wordt omgeven door een eigen tuin. Tussen de woningen en bijgebouwen bevindt zich een verhard erf dat toegang geeft tot hoofd- en bijgebouwen vanaf de Soeterbeekseweg. De nieuwe inrit, die aan de voorzijde een weggreppel kruist middels een duiker, is zo uitgelijnd dat deze tussen bestaande bomen uitkomt. Het ensemble krijgt de uitstraling van 1 boerenerf met 1 inrit. Het plan past daarmee binnen de cultuurhistorische landschappelijke kwaliteiten en zorgt voor een verbetering hiervan. Voor de realisatie van het plan wordt de huidige veestal gesloopt en het agrarisch bouwvlak gesaneerd. Door het planologisch schrappen van deze mogelijkheden versterkt het plan de ruimtelijke en cultuurhistorische kwaliteit van het lint en de bebouwingsconcentratie. De aanwezige waarden blijven hierdoor behouden en worden zelfs versterkt. Er vindt namelijk een aanzienlijke inkrimping van de binnenplanse planologische mogelijkheden plaats en tevens komt de mogelijkheid tot bij het bouwvlak behorende teeltondersteunende voorzieningen te vervallen. Daarnaast wordt goed rekening gehouden met de aanwezige archeologische waarden. Deze zijn, na goed overleg met de regioarcheoloog, met dit plan ook beschermd en goed in het plan ingepast.
Op basis van de planologische vergelijking wordt het lint niet opgerekt maar een verdere oprekking juist voorkomen. Met dit plan wordt de bebouwingsconcentratie ter plaatse duidelijk en kwalitatief afgebakend en zullen er geen toekomstige uitbreidingsmogelijkheden meer zijn. Daarmee wordt de openheid van het landschap ten zuiden van de twee beoogde bouwkavels gewaarborgd. Op basis van het hiervoor gestelde levert de totaalontwikkeling op de verschillende aspecten een aanzienlijke bijdrage aan kwaliteitsverbetering. Cultuurhistorie maakt hier deel van uit en er is sprake van een goede ruimtelijke ontwikkeling zoals met de Interim omgevingsverordening (IOV) en de Cultuurhistorische waardenkaart wordt voorzien. c) De benodigde ruimte-voor-ruimte titels zijn vorig jaar ingebracht en zullen aan het ontwerpbestemmingsplan als bewijsstuk worden toegevoegd. d) De mogelijkheid voor erven en parkeervoorzieningen, toegangswegen is geschrapt uit artikel 3.1.d.;
pagina 6 van 13
e) De voorwaarde dat een paardenbak direct moet grenzen aan de woonbestemming is toegevoegd aan artikel 3.3.1.; f) Er is een bijlage aan de planregels toegevoegd die de te slopen bebouwing weergeeft, inclusief de verwijzing in artikel 4.4.4
3. Inspraak 3.1.
Algemeen
Op het voorontwerpbestemmingsplan zijn twee inspraakreacties ingediend. De inspraakreacties zijn binnen de gestelde termijn ontvangen en zijn daarom ontvankelijk. De binnengekomen reacties zijn hierna samengevat weergegeven en beantwoord. 3.2.
Inspraakreacties
3.2.1. Bewoner Soeterbeekseweg 37, 5674 NJ Nuenen, ingekomen op 7 mei 2021. Djumanr. 213730 De inspraakreactie heeft betrekking op de navolgende onderdelen: a) het plan sluit niet aan bij de omgevingsvisie van Nuenen, waarbij natuur en waardevolle groenstructuren dienen te worden versterkt; b) het aangezicht van de cultuurhistorische Soeterbeekseweg wordt aangetast; c) er is geen sprake van een goed woon- leefklimaat vanwege de afstand van het beoogde bouwvlak t.o.v. de stankcirkel van de Soeterbeekseweg 37 en de afstand tot de elektriciteitsmast; d) er kan niet aan de beplantingsvoorwaarden worden voldaan; e) het plan in strijd is met de bouwstop die voor het buitengebied is aangekondigd; f) de af te breken schuur is niet meer in gebruik en er is al jaren geen vergunning meer voor het houden van dieren. Het slopen van de schuur heeft geen meerwaarde. Beantwoording a) De Omgevingsvisie Nuenen bevat ambities ten aanzien van natuurontwikkeling, maar geeft ook ruimte voor landelijk en rustig wonen in een groene omgeving. Deze ruimte voor ruimte ontwikkeling is kleinschalig van aard en doet geen afbreuk aan de ambities in de omgevingsvisie. Zowel met de positionering van de twee landelijke woonkavels, als met de landschappelijke inpassing is rekening gehouden met de kavel- en landschapsstructuur in dit gebied en worden de landschapselementen versterkt.
Gedurende de termijn van ter inzage legging voor het voorontwerp bestemmingsplan was sprake van een ontwerp Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Nuenen is gewijzigd vastgesteld op 30 september 2021 en op 26 oktober 2021 in werking getreden; b) Met de inrichting van het plan is rekening gehouden met de cultuurhistorische waarden van het plangebied en van de directe omgeving. Het beeldkwaliteitsplan bevat een uitgebreide analyse van de (cultuur)historische waarden en de historische opbouw van de Soeterbeekseweg en de kwaliteiten ter plaatse. Het stedenbouwkundig ontwerp borduurt hierop voort en maakt gebruik van kansen voor pagina 7 van 13
behoud en versterking van deze waarden. Zie eveneens de beantwoording onder 2.2.a. c) In de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan is de afstand tot het agrarisch bedrijf, Soeterbeekseweg 37 tot aan het beoogde plangebied, toegelicht. Deze bedraagt tenminste 57 meter en valt daarmee buiten de vereiste afstand van 50 meter van de rand van het bouwvlak tot het geurgevoelig object. Daarnaast valt het plangebied volledig buiten de gehanteerde veiligheidsafstand voor onderhoud en het in standhouden van de bovengrondse leidingen van 40, respectievelijk 25 meter, vanaf de hoogspanningslijnen “Geertruidenberg-Eindhovenoost” en “Eerde-Eindhoven-oost”. Bij een ligging op een afstand van minder dan 100 meter dient er vanuit een zorgplicht aanvullend onderzoek te worden gedaan naar de magneetveldzone. Dit onderzoek heeft aangetoond dat de magneetveldzone van hoogspanningsleiding 80 meter bedraagt. De dichtstbij gelegen woning ligt op een afstand van 90 meter vanaf de hoogspanningsleiding. Hiermee is een goed woonleefklimaat is gegarandeerd. d) Met de voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing onder artikel 4.4.3 van de Regels, waarbij rekening is gehouden met de beperking vanuit het archeologisch onderzoek, is realisatie én de instandhouding van het beplantingsplan, inclusief de boomgaard, gewaarborgd.
In overleg met de regioarcheoloog is het gebruik van boompalen toegestaan, omdat de toepassing hiervan maar een heel beperkte verstoring in de bodem veroorzaakt en de schade die hierdoor ontstaat te verwaarlozen is. e) Er is geen sprake van een bouwstop in het buitengebied van Nuenen. In afwachting van een aanvullende visie voor ruimte voor ruimte ontwikkelingen zijn andere, recentere nieuwe aanvragen voor ruimte voor ruimte ontwikkelingen “on-hold” gezet, hetgeen door de wethouder in de commissie Ruimte van 13 april 2021 aan de raad is medegedeeld. Het verzoek voor het nu voorliggende plan is in 2017 al positief beoordeeld op basis van het vigerende gemeentelijk beleid. Overigens zal het voorliggende plan wel worden meegenomen in de op handen zijnde aanvullende visie. f) Voor de ontwikkeling van ruimte-voor-ruimtewoningen is het niet noodzakelijk dat er een directe relatie is tussen de bouwlocatie voor ruimte-voor-ruimtewoningen en te slopen stallen en gesaneerde agrarische bedrijven. Ruimte voor ruimte bouwtitels kunnen worden aangekocht. De toegevoegde waarde van dit plan wordt op verschillende manieren bereikt. Enerzijds door de sloop van de voormalige stal én het weg bestemmen van een agrarisch bouwvlak aan de Soeterbeekseweg, kadastraal bekend onder A4268. Zie tevens de toelichting hierover bij de beantwoording onder 2.2.a.
Anderzijds zijn door de aankoop van twee titels voor dit plan, door de sanering van een intensieve veehouderij elders in de provincie ruim 7000 kg fosfaatrechten doorgehaald en nog eens 2000 m2 stal gesloopt vanwege de ruimte voor ruimteregeling. Dit levert een aanzienlijke milieukundige kwaliteitswinst op. 3.2.2 Bewoners Soeterbeekseweg 25, tevens namens bewoners Soeterbeekseweg 27 en bewoner Soeterbeekseweg 37 5674 NJ Nuenen, ingekomen op 12 mei 2021. Djumanr. 217428 De inspraakreactie is binnen de gestelde termijn ontvangen en is daarom ontvankelijk. De binnengekomen reactie is hierna samengevat weergegeven en beantwoord.
De inspraakreactie heeft betrekking op de navolgende onderdelen:
pagina 8 van 13
a) Er wordt gesteld dat bij dit plan geen gebruik kan worden gemaakt van de ruimte voor ruimte-regeling, omdat het in dit plan een meer dan 10 jaar leegstaande stal betreft en er geen sprake is van sanering van stallen; b) Het voorontwerpbestemmingsplan niet voldoet aan de provinciale regelgeving Ruimte voor Ruimte, waaronder de voorwaarde voor kwaliteitswinst en zorgvuldig ruimtegebruik. Ook past de ontwikkeling volgens de reactie niet binnen de doelstellingen van de ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte; c) Het plan draagt niet bij aan het behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van ecologische waarden en kenmerken. Daarmee is het plan in strijd met uitgangspunten Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en de “Landschapsstudie Buitengebied Nuenen 2020”. De kwaliteitsverbetering van het landschap is onvoldoende gewaarborgd. d) Dat er sprake is van een beschermd dorpsgezicht in een zeer bijzonder cultuurhistorisch waardevol gebied. e) Er geen certificaten voor de bouwtitels aanwezig zijn. f) Uit de omgevingsvisie, structuurvisie Nederwetten en programma Wonen 2020-2030 blijkt dat er geen behoefte is aan dit type woningen in Nederwetten en dat “inbreiden” voor “uitbreiden” gaat. g) Dit plan draagt niet bij aan het beleid dat gericht is op toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap in het kader van “groene ruimte van Brainport”.
h) De aangegeven omvang en maatvoering zou in strijd zijn met de bestaande en van toepassing zijnde regelgeving. Tevens wordt er getwijfeld of de bestemmingsplanregels voldoende borging geven voor de eisen ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering van het landschap , verbetering en versterking van de natuur en de cultuurhistorische situatie. Hiertoe worden een aantal artikelen aangehaald t.a.v. en vorm, afwijken van de bouwregels, archeologie in relatie tot plantgaten en voorzieningen voor het hobbymatig houden van paarden. i) De veronderstelling dat de planregels (art. 4.4.3) de mogelijkheid geven voor het creëren van 4 woningen en de relatie voor mogelijkheden voor bed & breakfast; j) De tegenstrijdige maximale hoogte voor overige bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde van 2 versus 3 meter de mogelijkheid biedt voor het bouwen van een of meerdere (paarden)stallen. k) Het toestaan van een mogelijke overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen of verandering van gebruik kan leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluiting en parkeersituatie ter plekke.
l) De locatie van dit plan maakt geen deel uit van een concentratie van bebouwing; m) Gesteld wordt dat de landschappelijke inpassing en de erfbebouwing niet past in het gebied, dat het beoogde beeld vanaf de straat niet aansluit bij de lintbebouwing aan de Soeterbeekseweg, dat het beeldkwaliteitsplan niet aansluit bij de gebiedsidentiteit, de bebouwingsmogelijkheden niet passend zijn bij het landschap en de cultuurhistorische waarde en het plan niet bijdraagt aan een verbetering of versterking van het landschap en niet aansluit bij de gemeentelijke welstandsnota; n) Versterking van de beplanting door aanplant van extra bomen langs de Blekerdijk ontneemt het doorzicht vanaf de Soeterbeekseweg naar het achterland. o) Er wordt melding gemaakt dat er onterecht gesteld wordt dat er geen officiële wandelroute langs de locatie loopt. p) In tegenstelling tot boomgaarden bij andere boerderijen bevindt zich deze boomgaard aan de voorzijde en niet aan de achterzijde van de hoofdbebouwing. q) Er wordt verwezen naar de archeologisch onderzoek en - waarden van de locatie en de beperking hiervan dat niet dieper dan 45 cm gegraven mag worden.
Beantwoording: pagina 9 van 13
a) Voor dit plan wordt gebruik gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling. Voor de ontwikkeling van ruimte voor ruimtewoningen is het niet noodzakelijk dat er een directe relatie is tussen de bouwlocatie voor ruimte voor ruimtewoningen en te slopen stallen en gesaneerde agrarische bedrijven. Ruimte voor ruimte titels kunnen ook worden aangekocht. b) Omdat het bouwen van een woning niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan Buitengebied is het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan getoetst aan de ruimte voor ruimteregeling uit Interim Omgevingsverordening van de provincie, waarbij: er sprake is van een toename van de omgevingskwaliteit (zowel ter plekke van het nieuwe plan als evt. elders waar in Brabant waar stallen zijn gesloopt). Zie tevens de beantwoording onder ad a); de ruimte-voor-ruimtekavel bevindt zich op een planologisch aanvaardbare locatie binnen een bebouwingsconcentratie ligt; een landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd. In de planregels is een voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing opgenomen; er geen sprake is van een aanzet voor een verdere stedelijke ontwikkeling. Het toevoegen van twee woningen is dusdanig kleinschalig dat dit niet leidt tot verdere stedelijke ontwikkeling. Het plan is aan deze voorwaarden getoetst en staat daarmee de beoogde ontwikkeling niet in de weg.
Zie tevens de beantwoording onder 2.2. De doelstellingen die de ontwikkelmaatschappij op haar website omschrijft zijn geen toetsingskader of beleidskader voor de ruimte voor ruimteregeling. De toelichting, planregels en het beeldkwaliteitsplan is beoordeeld en voldoet aan de regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap en zorgvuldig ruimtegebruik zoals hiervoor vermeld. Door de inzet van ruimte voor ruimtetitels is elders in Brabant een veehouderij gesaneerd en zijn fosfaatrechten doorgehaald. Dat leidt tot een kwaliteitsverbetering. Door sloop van bebouwing wordt kwaliteitswinst gerealiseerd; Op de projectlocatie wordt eveneens overtollige agrarische bebouwing (oude varkensstal) gesloopt en wordt door middel van een landschappelijk inpassingsplan, dat onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan, het landschap versterkt. Daarnaast wordt het aanwezige agrarische bouwvlak op desbetreffende locatie weg bestemd. Door gebruik te maken van een bestaand agrarisch bouwvlak wordt voldaan aan de regels van zorgvuldig ruimtegebruik.
Het aantal woningen is tevens beperkt tot 2 en deze woningen zijn geclusterd in een erfensemble; c) In de toelichting van het bestemmingplan is onderbouwd waarom er geen strijdigheid is met het beleid ten aanzien van natuurontwikkeling, de groenblauwe mantel, bescherming van natuur en natuurwaarden, het behoud van waardevol landschap en beekdalen en behoud van de gebiedsidentiteit. Middels de voorwaardelijke verplichtingen in de planregels zijn deze beleidsregels geborgd. d) Zoals in het bestemmingsplan buitengebied is aangegeven betreft de status “beschermd dorpsgezicht” een deel van de Soeterbeekseweg (huisnummer 24 t/m 42). Voorliggende planlocatie valt niet onder deze status. In de beoordeling van het plan is echter wel rekening gehouden met het historische karakter van de Soeterbeekseweg. e) De benodigde bouwtitels zijn pas vereist bij de vaststelling van het bestemmingsplan, maar zijn als bewijsstuk aan het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd. f) Het gemeentelijk programma wonen sluit ruimte voor ruimte ontwikkelingen niet uit. Naast het bestaande provinciaal en gemeentelijk beleid zijn in 2002 tussen de Brabantse gemeenten en de provincie afspraken gemaakt om in beginsel medewerking te verlenen aan verzoeken voor ruimte voor ruimte ontwikkelingen.
Verzoeken en beoordelingen van mogelijke locaties voor ruimte voor ruimte woningen bevinden zich alleen maar in het buitengebied. Voor andere type pagina 10 van 13
woningen, voor andere doelgroepen waar momenteel veel vraag naar is, zijn (vooralsnog) op basis van ruimte voor ruimte nog geen initiatieven. Voor dit type woningen wordt gezocht naar andere oplossingen. g) Op de schaal van brainport worden geen uitspraken over Ruimte voor Ruimte ontwikkelingen gedaan. Het betreft hier een lokale afweging. h) Ten aanzien van volume en bouwhoogtes is hier waarschijnlijk sprake van een verkeerde interpretatie: daar waar “m2” wordt vermeld, betreft het “m3”, hetgeen een acceptabele grootte/volume van de hoofd- en bijgebouwen betekent. De planregels bevatten voorwaardelijke verplichtingen, regels en voorwaarden. De bebouwingsmogelijkheden zijn juridisch geborgd in de planregels en daarmee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. De verbeelding bevat twee bouwvlakken waarbinnen een hoofdgebouw kan worden gerealiseerd. De afwijkingsregels zijn gelimiteerd en slechts onder voorwaarden toepasbaar. De planregels bevatten voorwaardelijke verplichtingen die borgen dat kwaliteitswinst en landschappelijke inpassing worden gerealiseerd. De bestemming Wonen laat enkel (conform het huidige gemeentelijke beleid) het hobbymatig houden van paarden toe. Voorzieningen dienen aan het bestemmingsvlak wonen te grenzen. Hergebruik als een veehouderij of paardenhouderij is niet aan de orde en strijdig met het bestemmingsplan.
Met onderhavig bestemmingsplan wordt aangehaakt op de huidige systematiek van het bestemmingsplan buitengebied. Het plan voldoet daarmee, ook vanuit het gelijkheidsbeginsel en willekeur gezien, aan de gemeentelijke beleidsuitgangspunten die voor het hele buitengebied gelden. i) In de verbeelding zijn twee bouwvlakken opgenomen. De planregels 4.2a geven aan dat slechts één woning per bouwvlak gebouwd mag worden. Er kunnen derhalve maximaal twee woningen gerealiseerd worden. bed & breakfast is alleen toegestaan in maximaal 2 slaapkamers per woning. j) Artikel 3.2.2.d heeft betrekking op de bestemming “agrarisch met waarden, waarbij de toegestane hoogte van 2 meter beperkter is als in de bestemming “wonen” van 3 meter. De mogelijkheden voor het hobbymatig houden van paarden zijn gelijk als aan de huidige mogelijkheden in het bestemmingsplan buitengebied en kan alleen door middel van een omgevingsvergunning worden aangevraagd. k) Het toestaan van een mogelijke overschrijding (van maximaal 10%) van bouw- of bestemmingsgrenzen of verandering van gebruik is niet vanzelfsprekend. Dit kan alleen maar door een vergunningsaanvraag die per locatie wordt beoordeeld zonder dat dit leidt tot negatieve effecten voor de directe omgeving, zoals verkeersontsluiting en aan de norm voor parkeren blijft voldaan; l) Zie beantwoording onder 2.2.a.
m) De toelichting van het ontwerpbestemmingsplan en het beeldkwaliteitsplan bevat een uitgebreide analyse van de (cultuur)historische, abiotische en natuurkundige waarden, de opbouw van de Soeterbeekseweg en de kwaliteiten ter plaatse. Het stedenbouwkundig ontwerp borduurt hierop voort en maakt gebruik van kansen voor behoudt en versterking van deze waarden. Zie ook beantwoording onder 2.2.a. Dit beeldkwaliteitsplan is door het team ruimtelijke kwaliteit (TRK) beoordeeld. Zij adviseert over ruimtelijke kwaliteit in brede zin, zoals stedenbouw, landschap, architectuur, cultuurhistorie en duurzaamheid. Het advies van TRK is in het beeldkwaliteitsplan meegenomen, waarmee het plan voorziet in kwaliteitsverbetering. Het Beeldkwaliteitsplan dient door de gemeenteraad gelijktijdig met het bestemmingsplan vastgesteld te worden als onderdeel van de welstandsnota. n) Het beleid van de gemeente is zowel gericht op het behoud van open akkers, naast het in stand houden, versterken van laanbeplanting en andere gebiedseigen beplantingen. o) Er loopt inderdaad een wandel/struinpad over de Blekerdijk. Dit behoort echter niet tot het plangebied.
pagina 11 van 13
p) De locatie van de boomgaard is op uitdrukkelijke wens van het Team Ruimtelijke Kwaliteit op deze locatie gesitueerd. q) De conclusies van het archeologisch onderzoek én de aanplant van de boomgaard zijn akkoord bevonden door de regioarcheoloog en hebben geleid tot het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Archeologische Waarden 1’ en ‘Archeologische Waarden 5’ (lage verwachting) op de verbeelding. De planregels voorzien in bescherming van de archeologische waarden. Daarmee is dit aspect juridisch goed geborgd in dit bestemmingsplan. Wortels van bomen of boompalen veroorzaken maar een heel beperkte verstoring. De schade die hierdoor kan ontstaan is, volgens de regioarcheoloog, te verwaarlozen.
4. Ambtshalve wijzigingen Om de kwaliteit van het plan te waarborgen en het vergunningsvrij bouwen in te perken is de functieaanduiding “bijgebouwen uitgesloten” aangepast in functieaanduiding “specifieke vorm van wonen-landschapswaarden” en zijn de planregels “wonen” aangevuld met: - er plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschapswaarden' zijn geen bouwwerken toegestaan; - gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen landschapswaarden' kunnen niet aangemerkt worden als erf
5. Aanpassingen t.o.v. het voorontwerp bestemmingsplan 1) Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van het waterschap is het ontwerpbestemmingsplan aangepast en is in artikel 12.1 van de planregels een voorwaardelijke verplichting t.a.v. hemelwaterberging en het verbod op drainage opgenomen. 2) In de toelichting is de onderbouwing dat het plan onderdeel uitmaakt van een bestaand bebouwingscluster nader uitgewerkt. 3) Op welke wijze deze ontwikkeling bijdraagt aan het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken is verder onderbouwd in de toelichting; 4) De bouwcertificaten zijn als bijlage aan de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan toegevoegd; 5) De mogelijkheid voor erven en parkeervoorzieningen, toegangswegen is geschrapt in artikel 3.1; 6) De voorwaarde dat een paardenbak direct moet grenzen aan de woonbestemming is toegevoegd aan artikel 3.3.1.; 7) In artikel 4.4.4 is de voorwaardelijke verplichting voor het slopen van de oude bebouwing opgenomen. Tevens is de bijlage aan de planregels toegevoegd die de te slopen bebouwing weergeeft. 8) 5.12.3.5 van de toelichting is aangevuld met de onderbouwing van een goed woonleefklimaat in verband met de magneetveldzone van de aanwezige hoogspanningsleiding.
9) Naar aanleiding van de ambtshalve wijziging is in de verbeelding de functieaanduiding “bijgebouwen uitgesloten” gewijzigd in functieaanduiding “specifieke vorm van wonen-landschapswaarden” en zijn de planregels “wonen” aangevuld met: - ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landschapswaarden' zijn geen bouwwerken toegestaan;
pagina 12 van 13
-
gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen landschapswaarden' kunnen niet aangemerkt worden als erf
pagina 13 van 13