CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-41 Bespreeknotitie Uitwerking kostenbeheersing bij maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp

Beeldvormende avond Samenleving 11 mei 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Kosten Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) voorziening Huishoudelijke verzorging3.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BESPREEKNOTITIE Commissie:

Samenleving

Datum commissievergadering:

11 mei 2022

Portefeuillehouder:

wethouder Stultiëns

Afdeling:

Maatschappelijke Ontwikkeling

Djumanummer

CONCEPT

Onderwerp: Uitwerking kostenbeheersing bij maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp Aanleiding Op 29 november 2021 informeerde het college de gemeenteraad door middel van een Raadsinformatiebrief (995156) over de mogelijkheden voor kostenbeheersing in de Wmo voorziening huishoudelijke hulp (HH). Op 17 februari 2022 heeft het college toegezegd een draagkrachtnorm uit te werken en te zoeken naar wat de mogelijkheden zijn, in combinatie met andere maatregelen, om de kosten binnen de Wmo-voorziening HH te beheersen. Ook werd toegezegd om suggesties uit te werken en te kijken naar de regio. De uitwerking van deze toezegging is gebundeld in de voorliggende bespreeknotitie. We wensen via deze bespreeknotitie extra informatie te verstrekken zodat we een aantal uitgangspunten kunnen toetsen en u in de gelegenheid wordt gesteld om input te leveren. De geleverde input wordt vervolgens zoveel mogelijk verwerkt zodat u bij de oordeelsvormende vergadering een advies aan de raad kunt uitbrengen (bespreekstuk met eventueel een motie of amendement of een hamerstuk). Uitgangspunt Wmo De Wmo gaat uit van zelfredzaamheid van mensen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn.

Zo worden gemeenten onder meer geacht passende ondersteuning te bieden wanneer mensen, bijvoorbeeld vanwege lichamelijke of psychische beperkingen, niet (meer) in staat zijn de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren. De wet spreekt in dit verband over het treffen van een voorziening. Dit kan een algemene (lees: collectieve) voorziening zijn, of een maatwerkvoorziening (lees: individuele voorziening). De gemeente is hiertoe verplicht. Dit in tegenstelling tot zorgwetten als Wet langdurige zorg en Zorgverzekeringswet, waar sprake is van een recht op zorg dat is uitgewerkt in zogeheten aanspraken. Ingevolge de Wmo wordt de gemeente geacht te onderzoeken op welke wijze een inwoner ondersteuning behoeft. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Wmo voorziening moet gekeken worden naar de persoonlijke omstandigheden en de mogelijkheden van de individu om zelf in de oplossing te voorzien. Hierdoor kan het zijn dat na onderzoek de gevraagde voorziening niet of niet volledig wordt verstrekt, of dat de inwoner een andere voorziening wordt toegekend dan hij/zij heeft aangevraagd. Met het oog op de financiële beheersbaarheid wordt veelal gekozen voor de goedkoopste adequate oplossing (Art 7, lid 7, Wmo verordening 2021, gemeente Nuenen c.a.).

Voorheen: eigen bijdrage systematiek 2007 – 2018 Bij de invoering van de Wmo in 2007 is de functie hulp bij het huishouden vanuit de AWBZ overgeheveld naar gemeenten. Hierbij is ook een inkomensafhankelijke eigen bijdrage ingevoerd. Voor hogere inkomens was het hierdoor niet aantrekkelijk om hulp bij het

Pagina 1 van 7 2017.12712

huishouden via de Wmo te organiseren. In de praktijk betaalde men dan immers vaak een eigen bijdrage die hoger was dan de kosten voor het zelf organiseren van hulp. Huidige situatie: vanaf 2019 abonnementstarief Vanaf 1 januari 2019 is het abonnementstarief ingevoerd. Hierbij is geen sprake meer van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage maar van een vaste bijdrage van € 19,- per maand, ongeacht het inkomen. Gemeenten, VNG en Raad van State hebben gewaarschuwd voor de aanzuigende werking van deze maatregel. Door het wegvallen van een inkomensafhankelijke bijdrage vervalt de prikkel bij inwoners om zelf beperkingen op te vangen. Dit leidt tot een toename van de Wmo aanvragen. De financiële consequenties voor gemeenten zijn tweeledig. Door het wegvallen van de eigen bijdrage zijn de inkomsten uit deze eigen bijdrage fors verlaagd. Daarnaast worden gemeenten geconfronteerd met de aanzuigende werking. In onze gemeente is de compensatie niet toereikend om het wegvallen van de inkomsten uit de eigen bijdrage te dekken. Vanwege de sociaal economische samenstelling van onze gemeente was het effect van de aanzuigende werking extra groot. Onze gemeentelijke beleidsvrijheid om de instroom op het product Wmo Hulp bij het Huishouden te beperken is minimaal;. Met de invoering van het abonnementstarief is de remmende werking van de eigen bijdrage systematiek komen te vervallen.

In de begroting 2021 hebben we een totaal bedrag van € 3.331.434 opgenomen voor de gehele Wmo. In 2021 is er in totaal een bedrag van 1.609.084 uitgegeven aan Huishoudelijke Hulp. In 2021 was dit 48,3% van het gehele Wmo budget. We zien een stijging in de kosten binnen het product HH. Dit hebben we weergegeven in onderstaande tabel. Jaar Absolute kosten (met % verschil) Kostenverschil Totaal kostenstijging (met % gemiddelde stijging) Absolute cliëntaantallen HH (met % verschil)

2018

2019*

2020

2021

2022

€ 1.279.743

€ 1.250.720 (-2.27%)

€ 1.412.786 (+12,96%)

€ 1.609.084 (+13.89%)

Begroot € 1.428.996-

nvt

- € 29.023

+ € 162.066 + € 329.341 ( +25,73%)

+ € 196.298

nvt nvt

234

306 (+23,52%)

486 (+52,35,%) 322 (okt 2021)

nvt

319 (+4,08%)

*invoering abonnementstarief

Sinds de decentralisatie van de Wmo zijn de Rijksmiddelen niet langer geoormerkt op dit onderdeel. We kunnen dus geen overzicht geven van de Rijksbijdrage op dit specifieke onderdeel. We zien dat de cliëntaantallen HH in 2021 fors gestegen zijn. Voor een groot gedeelte is deze stijging merkbaar in Q3 en Q4 van 2021. Deze stijging werkt zodoende maar voor een deel financieel door in de absolute kosten over het jaar 2021, namelijk in het vierde kwartaal. De 486 cliënten met de maatwerkindicatie Huishoudelijke Hulp komen wel ten laste van de werkelijke kosten voor het jaar 2022. Hierdoor is de verwachting dat de kosten, zonder het invoeren van beheersmaatregelen, in 2022 verder zullen stijgen. In de Tussentijdse Rapportage zal een bijstelling van de begroting worden opgenomen. Vraag 1: welke opvatting heeft u over de stijgende kosten en stijgende cliëntaantallen? Pagina 2 van 7

Maatwerkafweging op basis van persoonlijke omstandigheden Bij de beoordeling van een Wmo voorziening moet gekeken worden naar de persoonlijke omstandigheden en de mogelijkheden van het individu om zelf in een oplossing te voorzien (eigen kracht en zelfredzaamheid). Diverse gemeenten hebben in een eerder stadium (voor invoering van het abonnementstarief) geprobeerd om bij die individuele maatwerk afweging ook te kijken naar het inkomen. Deze gemeenten zijn door de Centrale Raad van Beroep (CRvB) teruggefloten. Er werd immers al rekening gehouden met het inkomen via de eigen bijdrage systematiek. Dit is geheel in lijn met de wetsgeschiedenis, waarbij staatssecretaris Ross – Van Dorp bij de behandeling van de ''oude'' Wmo in de Tweede Kamer enerzijds bevestigde dat inkomen ook medebepalend is voor iemands eigen kracht en zelfredzaamheid, maar anderzijds aangaf dat via de inkomensafhankelijke bijdrage die feitelijk al wordt meegenomen. Bij de ontwikkeling en invoering van de Wmo 2015 heeft de wetgever hierin geen wijzigingen aangebracht. Inkomensbeoordeling bij huishoudelijke hulp Het college van burgemeester en wethouders van Nuenen c.a. is van mening dat, nu er geen sprake meer is van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, de ruimte ontstaat om bij de persoonlijke omstandigheden ook het inkomen mee te wegen bij de beoordeling van de maatwerkvoorziening.

De gemeenteraad van Nuenen c.a. heeft zich uitgesproken om financiële beheersmaatregelen voor de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp te willen bespreken. De bovenstaande interpretatie is besproken met de VNG en zij ondersteunen de haalbaarheid van deze beredenering. In een ledenbrief van de VNG d.d. 23 november 2020 worden gemeenten ook geadviseerd om een dergelijke maatregel in te voeren ter beheersing van de effecten van het abonnementstarief. Vraag 2: Deelt u de bovenstaande opvatting van het college? Een aantal gemeenten heeft reeds beheersmaatregelen ingevoerd die in lijn zijn met de VNG oproep. De gemeente Krimpen aan den IJssel hanteert een inkomensgrens voor hulp bij het huishouden van 200% van het wettelijk minimum loon voor 67- en 150% voor 67+. Door het hanteren van de bovenstaande inkomensgrenzen blijft de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden toegankelijk voor de zogeheten 'middeninkomens'. Dit is conform de argumentatie van het Kabinet voor invoering van het abonnementstarief. Het betreft echter geen harde grens, het inkomen maakt onderdeel uit van de individueel afweging. Hierdoor blijft huishoudelijke hulp een maatwerkvoorziening. Dit houdt in dat als iemands inkomen boven deze grens ligt, er toch een volledig onderzoek plaats vindt en kan om redenen alsnog een voorziening worden toegewezen.

Redenen om bijvoorbeeld de voorziening toe te wijzen, ondanks dat de aanvrager boven een van de inkomensgrenzen zit kunnen zijn: - Er is beslag gelegd op het gezinsinkomen; - Er is sprake van schulden met een hoge aflossingsverplichting; - Men zit in de schuldhulpverlening; - Er zijn hoge zorgkosten; - Etc. Het sec afwijzen van een aanvraag op grond van een te hoog inkomen is niet toegestaan. Het hanteren van de inkomensgrenzen is als volgt beargumenteerd: A) 200% van het bruto wettelijk minimumloon in het geval er sprake is van een niet AOWgerechtigde. Hiermee komt de grens van het jaarinkomen waarop in principe geen aanspraak meer bestaat op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden op € 40.435,20 (2021). B) 150% van het bruto wettelijk minimumloon in het geval er sprake is van een AOWgerechtigde. Hiermee komt de grens van het jaarinkomen te liggen op € 30.326,40 (2021). Pagina 3 van 7

De reden dat we twee inkomensgrenzen voorstellen is omdat een niet AOW gerechtigde aanzienlijk meer loonheffing van het bruto-inkomen dient af te dragen dan een AOWgerechtigde en dus netto minder overhoudt. Indien onze gemeente een inkomensbeoordeling wenst toe te voegen aan het onderzoek voor hulp bij het huishouden dient dit een goede juridische grondslag te hebben. Als de commissie hiervoor kiest dient de Wmo verordening 2021 te worden aangepast en moeten aanvullende beleidsregels worden opgesteld. Daarnaast zullen wij een uitvoeringshandleiding maken voor onze consulenten en andere betrokkenen zodat binnen een duidelijk kader wordt gewerkt in de uitvoering. Vraag 3: Hoe ziet u het mogelijk invoeren van een inkomensbeoordeling bij de huishoudelijke hulp? Kamervragen en interventiemogelijkheden VWS Diverse gemeenten hebben een vorm van een inkomensbeoordeling opgenomen in het onderzoek. In alle gemeenten wordt de inkomensbeoordeling bezien vanuit het licht van eigen kracht en zelfredzaamheid. Er zijn geen gemeenten die dit gebruiken als enkele uitsluitingsgrond voor het aanvragen van een voorziening huishoudelijke hulp. De invoering van een inkomensbeoordeling in Krimpen aan den IJssel en Leusden heeft geresulteerd in Kamervragen. Hierbij werd ook de vraag gesteld of de minister voornemens was om in te grijpen.

U treft de Kamervragen en beantwoording ter kennisgeving in de bijlage aan. De minister van VWS heeft de mogelijkheid om besluiten voor te dragen bij de Kroon om deze nietig te verklaren indien deze in strijd zijn met het recht. Alvorens een minister deze stap zet vindt er eerst een ambtelijk vooronderzoek plaats. Afhankelijk van de uitkomsten volgt er een bestuurlijk overleg. Mocht het besluit (het invoeren van een inkomensbeoordeling) worden vernietigd dan heeft de gemeente volgens artikel 281a van de Gemeentewet de mogelijkheid om tegen het vernietigingsbesluit (in afwijking van artikel 8:4, onder a, van de Awb) beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voor het instellen van beroep is een besluit van de gemeenteraad vereist. Op dit moment is er nog geen jurisprudentie over het beleid in Krimpen aan den IJssel en Leusden. Wel lopen er op dit moment enkele bezwaarprocedures van inwoners. Mogelijk leidt dit tot een uitspraak en opvolgend beroep. Het ministerie van VWS heeft een bestuurlijk gesprek gehad met de gemeente Krimpen aan den IJssel, maar is vooralsnog niet voornemens om in te grijpen of het besluit te vernietigen. Het gevoerde beleid in Krimpen aan den IJssel en Leusden wordt zodoende vooralsnog uitgevoerd en gedragen binnen de gemeenteraad en het college.

Vraag 4: wenst de commissie een beleidsvoorstel te ontvangen voor de oordeelsvormende vergadering waarin een inkomensbeoordeling voor de huishoudelijke hulp is verwerkt? Indien u ervoor kiest om een uitgewerkt voorstel te ontvangen zullen wij de input die u heeft meegegeven zoveel mogelijk hierin verwerken. Het invoeren van een inkomensbeoordeling draagt bij aan het stabiliseren van de financiële uitgaven en mogelijk tot een verlaging hiervan. Normenkader Huishoudelijke Hulp Binnen de gemeente Nuenen c.a. wordt bij de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp gewerkt met het CIZ-normenkader. Dit normenkader was oorspronkelijk bedoeld voor hulp in Pagina 4 van 7

het huishouden in een verzorgingshuis en is minder geschikt voor andere woningen en mensen die zelfstandig wonen. Het CIZ-normenkader dateert uit 2006. Daar is het KPMG-normenkader een beter en actueler hulpmiddel. In 2019 is dit normenkader getoetst en in orde bevonden door gerechtelijke instanties. Het betreft dus een objectief normenkader. Voor veel inwoners zal het nieuwe normenkader een verlaging van de indicatie met zich meebrengen: waar het CIZ-normenkader standaard uitgaat van 3 uur hulp bij het huishouden per week, gaat het KPMG-normenkader standaard uit van 2 uur en 5 minuten per week. Op basis van belemmeringen, de samenstelling van een huishouden en de kenmerken van een woning kan de omvang van het aantal uren volgens het KPMG-normenkader naar boven of naar beneden worden bijgesteld. Er wordt dus ook met dit normenkader nog steeds gedaan wat nodig is. Het belangrijkste resultaat waar de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp kan worden ingezet is een 'schoon en leefbaar huis'. Een schoon en leefbaar huis betekent dat het huis niet vervuilt, dat gezondheidsrisico's worden voorkomen en dat er periodiek wordt schoongemaakt om zo een aanvaardbaar basisniveau van schoon te realiseren.

Dit betekent dat de cliënt gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer en van als vast slaapvertrek in gebruik zijnde ruimte(s) (inclusief schoon beddengoed, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap). Het betreft de zogenaamde noodzakelijke ruimtes. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat te worden schoongemaakt. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks moeten worden schoongemaakt. Er kunnen individuele omstandigheden zijn waardoor de definitie van een schoonhuis breder wordt gedefinieerd, bijvoorbeeld in geval van (ernstige) huisstofmijtallergie of astma. Dergelijke omstandigheden komen naar voren tijdens het onderzoek en wegen mee bij de indicatie. Er wordt dus rekening gehouden met individuele omstandigheden. Een leefbaar huis staat voor opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Vraag 5: Hoe kijkt de commissie tegen het invoeren van een geactualiseerd normenkader aan? Indien de commissie het geactualiseerde normenkader wenst in te voeren stellen we voor geen actieve herindicaties uit te voeren. We onderscheiden de volgende situaties: 1. Nieuwe cliënten Voor nieuwe cliënten die nog geen Huishoudelijke Hulp hebben en die vanaf [nader te noemen datum] een beroep doen op de Wmo geldt direct het nieuwe normenkader. 2. Bestaande cliënten A) De indicatie loopt in 2022 af.

Als cliënten bij de herindicatie volgens het nieuwe normenkader minder uren krijgen dan ze gewend waren, dan wordt een overgangstermijn van 3 maanden aangehouden om aan de nieuwe situatie te wennen. Een gelijke of hogere indicatie gaat gelijk in. B) De indicatie loopt na 2022 af. Ook met deze cliënten wordt in 2022 contact opgenomen voor een herindicatie op basis van het KPMG-normenkader. Een gelijke of hogere indicatie volgens dit normenkader gaat gelijk in. Wanneer blijk dat een cliënt minder uren krijgt dan voorheen, wordt een overgangstermijn gehanteerd van 6 maanden. Bij deze inwoners wordt een inbreuk op bestaande rechten meer gevoeld dan bij cliënten waarbij de indicatie in 2022 afloopt; de indicatie loopt immers een stuk langer door. Daarom wordt een langere overgangsperiode voorgesteld.

Pagina 5 van 7

Voor het invoeren van een nieuw normenkader dient het uitvoeringsbesluit Wmo aangepast te worden. Dit is relatief eenvoudig en betreft formeel een bevoegdheid van het college. Indien u besluit om over te gaan op een nieuw normenkader worden inwoners, alsmede de Adviesraad Sociaal Domein, cliëntondersteuners en andere relevante betrokkenen actief geïnformeerd. Vraag 6: Wenst de commissie een beleidsvoorstel te ontvangen voor de oordeelsvormende vergadering waarin het nieuwe normenkader voor de huishoudelijke hulp is verwerkt? Met de invoering van een nieuw normenkader is de verwachting dat de financiële uitgaven stabiliseren en mogelijk dalen. Dit is niet met zekerheid te zeggen. Beleidsinhoudelijk past het nieuwe normenkader beter bij de huidige woonomstandigheden van inwoners. Regionale ontwikkelingen We werken regionaal samen met 21 gemeenten in de regio Eindhoven. Op deze manier profiteren we van schaalvoordelen. Binnen de Dommelvallei+ gemeenten (Geldrop-Mierlo, Son en Breugel, Waalre en Nuenen c.a.) werken we intensiever samen. Ambtelijk is er periodiek afstemming over onder andere de Wmo. Tijdens dit afstemmingsoverleg worden praktijkvoorbeelden en actuele ontwikkelingen gedeeld. Geen van de Dommelvallei+ gemeenten past op dit moment een vorm van inkomensbeoordeling, binnen het maatwerkproduct Huishoudelijke Hulp, toe.

De gemeente Son en Breugel hanteert het KPMG-PLEXUS-HHM normenkader (2016) toe. Het basisaantal uren is afgerond op jaarbasis 105 uur. Daar bovenop werkt de gemeente met aanvullende resultaten. Deze extra resultaten/taken kunnen toegekend worden bovenop de 105 basisuren. De gemeente Waalre werkt met hetzelfde normenkader. De gemeente Son en Breugel heeft een pilot (proef) gehad met een was- en strijkdienst in de vorm van een voorliggende voorziening (zonder indicatie). Dit was een vrijblijvende voorziening. De pilot is niet gecontinueerd vanwege onvoldoende vraag. Het grootste aandachtspunt was de logistieke organisatie; het halen en brengen van de was en strijk. Wassen en strijken is overigens opgenomen in het KPMG-normenkader. Het college stelt voor om te onderzoeken of een was- en strijkdienst, wellicht in combinatie met een klussendienst, een mogelijke aanvulling is voor onze gemeentelijke dienstverlening. We wensen dit onderzoek uit te voeren in samenwerking met Kringloopwarenhuis het Goed. Binnen de gemeente Waalre valt het bereiden van een warme maaltijd niet tot de uit te voeren activiteiten. Hiervoor wordt verwezen naar de (warme) maaltijdservice in Waalre. Voor het doen van boodschappen wordt verwezen naar de boodschappendienst van de lokale supermarkt.

Vragen voor de commissie: Vraag 1: welke opvatting heeft u over de stijgende kosten en cliëntaantallen binnen de maatwerkvoorziening Huishoudelijke Hulp? Vraag 2: Deelt u de opvatting van het college dat er nu geen sprake meer is van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage, er nu ruimte ontstaat om bij de persoonlijke omstandigheden ook het inkomen mee te wegen bij beoordeling van de maatwerkvoorziening? Vraag 3: Hoe ziet u het mogelijk invoeren van een inkomensbeoordeling bij de huishoudelijke hulp? Vraag 4: wenst de commissie een beleidsvoorstel te ontvangen voor de oordeelsvormende vergadering waarin een inkomensbeoordeling voor de huishoudelijke hulp is verwerkt? Vraag 5: Hoe kijkt de commissie tegen het invoeren van een geactualiseerd normenkader (KPMG) aan? Pagina 6 van 7

Vraag 6: Wenst de commissie een beleidsvoorstel te ontvangen voor de oordeelsvormende vergadering waarin het nieuwe normenkader voor de huishoudelijke hulp is verwerkt? Vraag 7: Wat wenst de commissie het college nog meer mee te geven ten aanzien van kostenbeheersing binnen de maatwerkvoorziening Wmo Huishoudelijke Hulp? Bijlage 1 | Kamervragen en beantwoording VWS omtrent inkomensbeoordeling HH, nummer: 1165771

Pagina 7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11450243/1