2022-39 RV Bijlage 2 - Gewijzigd Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen-West - Toelichting Bijlagen toelichting ex artikel 6.10 Awb, 1
Tekst van het document
rooilijn 0-1,5 m, verspringing minimaal 0,5 m rooilijn is 3 m wisselende rooilijn > 3 m (niet noodzakelijk evenwijdig aan de weg) rooilijn ≥ 3 m rooilijn ≤ 3 m rooilijn ≥ 5 m rooilijn vrij
93
2.6
Oriëntatie
Het basisprincipe voor de oriëntatie van de woningen is dat de woningen gericht zijn op de openbare ruimte waar de woning aan grenst. Er is extra aandacht voor de hoekwoningen, omdat hierbij sprake is van een meerzijdige oriëntatie. In het ontwerp van de hoekwoningen dient daarom nadrukkelijk rekening te worden gehouden met het feit dat de gevel, die grenst aan het openbaar gebied, dient te worden vormgegeven als zijnde een aantrekkelijke gevel. Bij de dubbele oriëntatie is het belangrijk dat beide zijden met name op maaiveld een aantrekkelijk beeld bieden. Dat betekent dat als de entree naar de zijgevel wordt verplaatst er toch een opening in de voorgevel blijft. Voorkomen moet worden dat er blinde gevels aan de openbare ruimte staan. Op verschillende markante hoeken langs de ruimtelijke dragers dient de dubbele oriëntatie versterkt te worden door verbijzondering van de bebouwing. Gedacht kan worden aan: extra bouwhoogte; verdraaiing van de kap; een markant vormgegeven entree; verspringing in de rooilijn, etc. Bij de uitwerking van de stedenbouwkundige deelplannen mogen in het oog springende hoekwoningen geen blinde gevel hebben.
functionele voorzijde; behandelen als voorgevel markante hoek; verbijzondering van bebouwing oriëntatie vrij
Voorbeelden markante hoek; verbijzondering van bebouwing
Oriëntatie 94