2022-32 RV Bijlage 7 - WSD Oplegnotitie financiële stukken 2021
Tekst van het document
Aan:
Beleidsmedewerkers en financiële experts Participatie
Van:
Carlo Onckels, concerncontroller
Datum:
05-04-2022
Kenmerk:
H:/SEZ/Fifa/Meerjaren/../Oplegnotitie fin. stukken. WSD 2021
Betreft:
Oplegnotitie financiële stukken WSD 2021
Inleiding De financiële stukken WSD 2021 e.v. zijn op 31 maart jl. digitaal toegestuurd aan de beleidsambtenaren en financials Participatie van de 9 WSD-gemeenten. Op 12 april a.s. wordt er, voor het eerst in 3 jaar weer fysiek bij WSD, een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd waar op de financiële stukken een mondelinge toelichting wordt gegeven. Bij deze bijeenkomst zal ook onze accountant aanwezig zijn voor een toelichting op de accountantscontrole. Beleidsmedewerkers voeren de regie op het proces in hun eigen gemeente gericht op een gemeentelijke zienswijze op de financiële stukken. Deze zienswijzen moeten uiterlijk 15 juni ingediend zijn bij WSD, zodat ze in het Dagelijks bestuur van 24 juni a.s. besproken kunnen worden. Gezien de doorlooptijd van dit gemeentelijk proces is het wenselijk de oplegnotitie met een korte uitleg per financieel onderwerp zo vroeg mogelijk beschikbaar te hebben. Met deze notitie komen we hieraan tegemoet. In dit document worden voor de besproken stukken de relevante attentiepunten in beeld gebracht.
1. Jaarverslag WSD 2021
Uit de jaarrekening 2021 blijkt dat WSD ook het tweede jaar van de coronacrisis goed heeft doorstaan met weer een positief rekeningresultaat en een gezonde balanspositie. WSD heeft het jaar 2021 afgesloten met een gerealiseerd resultaat van bijna € 2,7 mln. positief. Dit is ruim € 2,4 mln. beter dan begroot. Op de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting 2021 gaan we hierna in. De voornaamste afwijkingen ten opzichte van de begroting worden als volgt toegelicht.
Een belangrijk deel van het betere rekeningresultaat wordt gevormd door de verbetering van het subsidieresultaat SW dat ruim €1,4 mln. hoger uitvalt dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door een hogere feitelijke uitstroom van SW-medewerkers dan waar het Rijk rekening mee houdt. Dit wordt in volgende jaren wel enigszins gecorrigeerd, maar bij een gelijkblijvend macrobudget per jaar is er voor 2021 sprake van een voordeel. Daarnaast is via de meicirculaire een compensatie voor de Loon- en Prijs Ontwikkeling SW toegepast die hoger is dan waarmee we in de begroting rekening hebben gehouden.
Het subsidieresultaat op de uitvoering van de Participatiewet is circa € 0,5 mln. beter dan begroot. Dit is vooral het gevolg van hogere loonkostenvoordelen op grond van de Wet Tegemoetkoming Loondomein en hogere begeleidingsvergoedingen dan begroot.
Een andere belangrijke bijdrage aan het beter dan begroot resultaat is de van het rijk ontvangen coronacompensatie Wsw over 2021 van totaal € 0,8 mln..
Het bedrijfsresultaat is € 0,9 mln. lager dan begroot. De netto toegevoegde waarde gerealiseerd met de doelgroep is in coronatijden op begroting uitgekomen. Het achterblijven van het aantal trajecten (vooral via de Academie) tijdens de coronacrisis zorgt voor lagere overige bedrijfsopbrengsten. Afgelopen jaar fors is ingezet om de ontwikkeling van de lokale plannen en de doorontwikkeling van de organisatie vorm te geven. Daardoor komen de overige bedrijfskosten hoger uit dan begroot. Tegenover deze hogere uitgaven staan vrijvallende middelen vanuit de daarvoor gevormde bestemmingsreserves. Op grond van de verslaggevingsregels wordt die vrijval verantwoord onder de onttrekkingen aan bestemmingsreserves (onderaan de rekening van baten en lasten).
De afwijking tussen de resultaten over 2021 (€2,7 mln.) en 2020 (€ 4,2 mln.) wordt veroorzaakt door de aanzienlijk hogere coronacompensatie over 2020: € 2,6 mln. versus € 0,8 mln..
1
2. Accountantsverslag De controlewerkzaamheden door BDO Accountants voor het jaarverslag 2021 zijn afgerond. Het concept-accountantsverslag is opgeleverd. In het verslag geeft de accountant aan voornemens te zijn een goedkeurende controleverklaring af te geven over de getrouwheid en de rechtmatigheid. Door aanscherpingen in de regels voor accountants vindt feitelijke afgifte van de controleverklaring sinds enige jaren plaats bij de formele vaststelling van de jaarrekening door het Algemeen bestuur. In het accountantsverslag zijn daarnaast een analyse van de financiële prestaties in 2021, een update van de ontwikkelingen rondom de rechtmatigheidsverantwoording en de beoordeling van de naleving van BBV-voorschriften, WNT-regels en de begrotingsrechtmatigheid opgenomen.
3. Bestemming voordelig exploitatieresultaat WSD 2021 In het licht van de ontwikkeling en uitwerking van de koers van WSD is met de gemeenten afgesproken dat na de bestuurlijke vaststelling van de Koers van WSD ook het totaal construct rond weerstandsvermogen, reserves, bestemming en besteding van het resultaat, alsmede verdeling en besteding dividend, tegen het licht wordt gehouden en daarover (nieuwe) besluiten worden genomen. Op initiatief van het Dagelijks bestuur is in de tweede helft van 2021 het gesprek over het weerstandsvermogen en dividendbeleid van start gegaan. Na een gedegen proces met bestuurders en ambtelijke ondersteuning heeft het Algemeen bestuur in haar vergadering van 9 maart 2022 besluiten genomen rondom de wijze van bepaling van weerstandsvermogen en daarop aansluitend beleid rondom de bestemming en besteding van het resultaat. Uit die besluitvorming volgt dat het geschoond resultaat als volgt wordt bestemd: Primair moet het weerstandsvermogen van WSD op orde zijn t.b.v. risico afdekking en benodigd werkkapitaal/liquiditeit. Hieruit volgt (zie punt 5.) een toevoeging aan de algemene reserve van WSD van € 0,22 mln. waarmee het weerstandsvermogen op het vereiste niveau wordt gebracht. Daarna wordt bezien welke reserves nodig zijn om de koers en lokale plannen te kunnen uitvoeren.
Hierbij wordt gekeken naar hetgeen de gemeenten nodig hebben en wat WSD nodig heeft. Ten behoeve van de gemeenten dient de Stimulusreserve te worden aangevuld met € 0,32 mln. om ook in 2026 het Stimulusprogramma te kunnen realiseren. Ten behoeve van WSD dient de innovatiereserve permanente bedrijfsontwikkeling te worden aangevuld met € 0,46 mln. om de continuïteit van dit programma te waarborgen. Van het dan vrij beschikbaar resultaat worden middelen gereserveerd voor het vormen van een personeelsfonds (25%; voor 2021 € 0,42 mln.) en het resterende bedrag van € 1,25 mln. wordt volledig beschikbaar gesteld voor de Algemene gemeentelijke reserve (AGR). NB. Tijdens het proces om te komen tot dit nieuw beleid ontstond de behoefte om een andere naam voor de reserve dividend te gaan gebruiken. Dit heeft erin geresulteerd dat we vanaf de bestemming resultaat 2021 spreken van AGR (Algemene Gemeentelijke Reserve). Het Algemeen bestuur heeft besloten de verdeling van de AGR aan te passen op zodanige wijze dat zowel omzet werk als realisatie volume PW in personen elementen zijn die het aandeel in de AGR bepalen. Vanaf 2021 wordt de AGR-verdeling voor 2/3 op de omzet werk en voor 1/3 op de totale realisatie volume PW in personen gebaseerd.
Dit doet recht aan het belang van werk en het realiseren van de gezamenlijke ambitie om tenminste 2.100 inwoners uit de negen gemeenten van WSD passend werk te bieden. Per gemeente wordt op basis van bovenstaande verdeelmodel een AGR reserve gevormd.
4. Begroting WSD 2023 en Financiële meerjarenraming WSD 2024-2026 De basis voor de begroting 2023 e.v. vormt het door het bestuur vastgesteld koersdocument “Gezamenlijk doorontwikkelen”. Op basis van dit koersdocument zijn door de deelnemende gemeenten in nauwe samenwerking met WSD lokale plannen opgesteld. Met het koersdocument is door het Algemeen bestuur ook het financiële kader vastgesteld. Dit is de groei naar een breakeven scenario voor de exploitatie van WSD in 2025 bij een bezetting van 2.100 personen uit de doelgroep (Wsw en PW). Daarmee vormt het koersplan het financiële kader voor de komende 2
jaren, dat met de uitwerking van de lokale plannen zal worden ingevuld en nader onderbouwd. Met dit collectieve ambitieniveau van 2.100 personen is WSD in staat de basisdienstverlening inclusief het expertisecentrum te financieren. Overtuiging is er dat er voldoende werkzoekenden beschikbaar zijn om invulling te geven aan deze plaatsingsbehoefte. In Nederland en ook in de WSD regio is er nog veel onbenut arbeidspotentieel. Teveel mensen staan onbedoeld langs de kant terwijl ze wel willen en kunnen werken. Veelal gaat het hier om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Toeldeiding naar WSd zal een forse inspanning vn alle betrokken partrijen vragen. Om de gezamenlijke ambitie van 2.100 banen eind 2025 waar te kunnen maken is het wel noodzakelijk dat gemeenten over voldoende middelen beschikken om zowel de LKS als de begeleiding te kunnen financieren. Voor wat betreft de financiering van de LKS waren al wel door de rijksoverheid per 1-1-2022 wijzigingen aangekondigd waarbij voortaan realisatie de basis wordt voor budgetverdeling voor LKS-banen. Dit laatste zal voor de WSD-regio, die relatief veel banen met LKS realiseert naar alle waarschijnlijkheid positief uitpakken. De beschikbare middelen voor de begeleiding van personen in een LKS-baan worden helaas (nog) niet verdeeld op basis van realisatie.
Op basis van geactualiseerde gegevens over de uitstroom SW en de achtergebleven instroom PW is in 2021 een berekening gemaakt van de benodigde middelen om de begeleiding tot en met 2025 te kunnen betalen: het Stimulusprogramma. Het Stimulusprogramma koppelt de ambitie om te groeien naar 2.100 banen uit het koersdocument aan de aangekondigde verruiming van de rijksfinanciering. Door slim investeren in mensen is de het ambitieniveau voor de bezetting in 2025 haalbaar. De deelnemende gemeenten hoeven geen eigen middelen of dividend in te zetten. Met name de gemeenten die al meer arbeidsplaatsen realiseren dan het referentieaantal betekent het zelfs een financieel voordeel. Zij betaalden de begeleiding van deze extra arbeidsplaatsen uit eigen middelen of uit het dividend. Ter bekostiging van het Stimulusprogramma is een bestemmingsreserve gevormd die bedoeld is als dekking van de begeleidingskosten van LKS-banen boven het afgesproken referentieaantal. Het Algemeen bestuur heeft in de vergadering van 14 juli 2021 ingestemd met het Stimulusprogramma en de vorming van de bijbehorende bestemmingsreserve. Het Stimulusprogramma is basis voor de meerjarenbegroting 2022 e.v.
Op het moment van opstellen van de begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is de omvang van de beschikbare bestemmingsreserves ultimo 2021 beoordeeld tegen de noodzakelijke middelen om ook in 2026 de begeleiding boven het referentiegetal te kunnen betalen. Dit leidt tot de extra noodzakelijke dotatie ad € 0,32 mln. zoals hiervoor bij 3. benoemd. Met de nadere uitwerking van de lokale plannen krijgt de invulling van de samenwerking tussen WSD en de gemeenten, over het expertisecentrum en over de ontwikkeling van plusdiensten vorm. In de praktijk wordt de samenwerking gestaag verder uitgebouwd en verstevigd. Het tempo waarin dit gebeurt bepalen gemeenten in afstemming met WSD. Gezamenlijk streven is om einde 2025 het einddoel te bereiken. Dit kan onder de huidige vooruitzichten met een degelijk sluitende begroting.
5. Notitie weerstandvermogen
Zoals eerder onder 3 vermeld is door het Algemeen bestuur op 9 maart jl. een aantal besluiten genomen rondom weerstandsvermogen en dividend. De meest relevante besluiten ten aanzien van het weerstandsvermogen zijn: De door Deloitte voor SW bedrijven ontwikkelde methode voor risico inschatting en berekening van het benodigde weerstandsvermogen blijft gehandhaafd. De methode berekent een minimumpositie van het weerstandsvermogen t.b.v. tijden van hoogconjunctuur en een laag tot gemiddeld risico niveau in de omgeving van WSD en een maximumpositie in tijden van laagconjunctuur en een hoog risiconiveau. Van dit hoge risiconiveau was b.v. sprake bij de invoering van de PW toen het hele stelsel inclusief financiering veranderde, er fors bezuinigd werd en de gemeenten nog geen positie en koers hadden bepaald voor WSD. Bij de bespreking van de financiële stukken van WSD in het beleids- en financieel overleg met de gemeenten wordt er nadrukkelijk meer aandacht gegeven aan de risico-inschattingen en de berekening van de risico’s, zoals opgenomen in de jaarlijkse “Notitie weerstandsvermogen”.
3
(Concern control van WSD zorgt naar de toekomst toe voor een meer inzichtelijke en meer toegankelijke wijze van presenteren). De instabiliteit van het landelijke stelsel en de financiering van de PW is gebleven. Niettemin is met de vaststelling van de koers van WSD en de lokale plannen van de gemeenten het risico van WSD afgenomen naar een gemiddeld niveau. Dat betekent dat het uitgangspunt voor de risicoberekening de minimum positie wordt (voor 2021 berekend op € 10,7 mln.) Op grond van deze besluitvorming is de methodiek van Deloitte ook voor 2022 toegepast Daaruit blijkt dat het risicoprofiel van WSD onder de huidige stand van de coronacrisis redelijk stabiel is. Grote onbekenden in de risicobeoordeling zijn het uiteindelijk financiële effect van de coronacrisis, indien deze weer ernstiger en langduriger vormen aanneemt, en het uiteindelijke (financiële) effect van (op dit moment) de oorlog in de Oekraïne. Hiermee is in de risico-analyse geen rekening gehouden. Uit de geactualiseerde risico-inventarisatie volgt dat het totale minimumrisico van WSD afneemt met € 0,2 mln. ten opzichte van 2021 naar € 10,5 mln. De reserve bedroeg begin 2021 € 10,3 mln, zodat met de reservering van € 0,22 vanuit de resultaatbestemming 2021 de algemene reserve op het vereiste niveau wordt gebracht.
6. Verslag over de rechtmatigheid
Het interne controleprogramma “WSD in Control” is gericht op de objectieve vaststelling dat WSD geen materiële risico’s loopt op het gebied van rechtmatigheid en getrouwheid. Daarvoor zijn door de divisies van WSD over 2021 interne controles uitgevoerd en geëvalueerd. Geconcludeerd is dat WSD geen materiële risico’s heeft gelopen en loopt op het gebied van rechtmatigheid en getrouwheid. Er zijn in 2021 wel, net als in voorgaande jaren, een aantal begrotingsonrechtmatigheden aan de orde. Dit betreffen kostenoverschrijdingen die worden gecompenseerd door meer opbrengsten dan begroot. Dergelijke onrechtmatigheden zijn inherent aan de bedrijfsmatige inrichting van de bedrijfsvoering en tellen dan ook niet mee in de oordeelsvorming door de accountant.
4