CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-16 RV Bijlage 1a - Toelichting bestemmingsplan

Commissie Ruimte 1 februari 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Woningbouw inbreiding Hoekstraat-Eikelkampen24.873 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbende (water)partijen in Brabant. Beleid waterschap (De Dommel) Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Het waterbeleid van Waterschap De Dommel is neergelegd in het waterbeheerplan 2016-2021 'Waardevol water samen meer waarde geven aan water' en is gebaseerd op Europese, nationale en provinciale regelgeving. Het waterbeheerplan is een strategisch document, afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Hierin staan de doelen en de wijze om deze te behalen weergegeven. De belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode zijn de volgende: Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

53

•

•

•

•

•

Voldoende water voor landbouw en natuur: gestreefd wordt naar voldoende water voor alle functies. Niet te veel en niet te weinig. Verdroging is een probleem voor zowel landbouw als natuur. De focus lag al op de aanpak van verdroging van natuurgebieden, maar wordt nu verbreed omdat ook de landbouw in toenemende mate kampt met verdroging. Dit vraagt om een integrale aanpak. Juist door de samenhang binnen een gebied als uitgangspunt te nemen en met alle stakeholders naar oplossingen te zoeken. Kringloopdenken: het kringloopdenken wint steeds meer terrein in de maatschappij, ook op watergebied. Duurzaam ontwikkelen is van belang: voldoende en schoon water voor nu en later door op een andere manier met het water om te gaan. Van lineair naar circulair. Schoon regenwater niet meer op het riool, grondstoffen halen uit het afvalwater, slootmaaisel gebruiken als organische stof voor de aangrenzende landerijen en gezuiverd afvalwater van bedrijven als aanvulling van het grond- en oppervlakte water. Dit is een nieuwe manier van werken. Wateroverlast en hittestress: steeds vaker zien we foto's in de media van straten die blank staan na een hevige stortbui. Een direct gevolg van de klimatologische omstandigheden en steeds verdergaande verstening. Perioden van te veel (en te weinig) water doen zich steeds vaker voor.

In de stedelijke omgeving is er voor plotselinge wateroverlast alleen een uitweg via het riool. Zoveel water kan het riool niet aan, waardoor straten en pleinen onder water komen te staan en riolen overstorten op het oppervlaktewater. Tegelijkertijd hebben steden in toenemende mate te kampen met hittestress. Op zomerse dagen wordt het zo warm dat mensen hier last van krijgen in hun functioneren. De gemeente gaat over de riolering en de inrichting van de leefomgeving. Het waterschap over de zuivering van het rioolwater. Gemeente en waterschap moeten op zoek naar de beste oplossing voor de watervraagstukken in de bebouwde omgeving. De vraag is hoe stedelijke inrichting en water met elkaar verbonden kunnen worden. Dat biedt volop kansen; water als inspiratiebron voor stedelijke vernieuwingen een hoogwaardige leefomgeving. Steeds meer ongewenste stoffen in het water zoals medicijnen: van elk medicijn dat we inslikken komt een deel in het riool terecht. Omdat we steeds meer medicijnen tot ons nemen, is hierdoor een potentiële bedreiging voor de waterkwaliteit ontstaan. Het waterschap is belast met de zuivering van het rioolwater, maar het medicijnvrij maken van rioolwater vergt vergaande technische aanpassingen en miljoeneninvesteringen. Het probleem bij de bron aanpakken betekent dat ook partijen als de farmaceutische industrie, verzorgingstehuizen en apothekers aan zet zijn.

Dit is een voorbeeld van hoe het waterschap ook met andere partners zoekt naar duurzame oplossingen. Dit geldt ook voor andere ongewenste stoffen in het water, zoals gewas- en beschermingsmiddelen en nieuwe stoffen zoals microplastics en nanodeeltjes. Vergroten waterbewustzijn: het waterbewustzijn in Nederland is laag (volgens het OESOrapport van maart 2014 'Water governance in the Netherlands: fit for the future'). Het is van belang dat gebruikers zich bewust zijn van de waarden van het water en de inspanningen die hiervoor nodig zijn. Dit begint in de eigen leefomgeving.

De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben in de NoordBrabantse Waterschapsbond (NBWB) besloten om de keuren te uniformeren en tegelijkertijd te dereguleren. Hierbij is aangehaakt bij het landelijke uniformeringsproces van de Unie van Waterschappen. Er is conform het nieuwe landelijke model een sterk gedereguleerde keur opgesteld, met bijbehorende algemene regels en beleidsregels. Deze zijn voor de drie waterschappen gelijkluidend.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

54

In de keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: • het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; • de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m² is (wijziging 1 april 2021), of; • de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; • de toename van het verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel Benodigde retentiecapaciteit (in m³) = toename verhard oppervlak (in m²) x gevoeligheidsfactor x 0,06. Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; • de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; • daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

Beleid gemeente Waterplan Nuenen Het waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. is vastgelegd in het Waterplan Nuenen middels een aantal basisprincipes : • zo weinig mogelijk waterverontreiniging; • op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; • beken behoeden voor te grote toestroom van neerslag in korte tijd. Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) In het gemeentelijk rioleringsplan 2019 – 2023 is vastgelegd dat, om wateroverlast te voorkomen, aan de volgende zaken aandacht wordt geschonken: • Bij nieuwbouw klimaatbestendig ontwerpen: bij de dimensionering van de riolering wordt gerekend met extremere buien. Daarnaast wordt ingezet op voldoende ruimte voor water en zo mogelijk zorgen dat het regenwater bij overbelasting van het rioolstelsel over het maaiveld kan afstromen naar oppervlaktewater en nergens kelders of laaggelegen woningen en winkels kan instromen. Vloerpeilen van woningen en bedrijven liggen voldoende hoog boven het peil van de weg.

• Aanleg van regenwaterstructuren op het moment dat in het bestaande stelsel de riolering vervangen moet worden. Kan dit niet, dan wordt ingezet op het vervangen van buizen in Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

55

bestaande rioolstelsels door grotere diameters om zwaardere buien beter op te vangen. Bij bestaande stelsels dienen knelpunten, waar nu al water-op-straat of wateroverlast optreedt bij hevige buien, te worden aangepakt. Bij voorkeur door het regenwater over het maaiveld naar lager gelegen delen te leiden waar het water geen schade aanricht. • De aanvoer van afstromend hemelwater van percelen naar het gemeentelijke riool is groter wanneer tuinen volledig bestraat zijn. Door groen op eigen terrein kan water worden vastgehouden (sponswerking van de ondergrond) en wordt het gemeentelijke riool minder belast. Door voorlichting en communicatie wil de gemeente het afkoppelen van verhard oppervlak bij particulieren stimuleren en ook de steeds verdergaande verharding van tuinen tegengaan. • Doorgaan met het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde rioolstelsels om zo de belasting van het rioolstelsel door zwaardere buien op te heffen, is ook een goed alternatief. Voorwaarde is wel dat de afkoppelsystemen klimaatbestendig worden ontworpen en niet zelf voor overbelasting en overlast zorgen. Bij nieuwbouw mag het hemelwater niet worden aangesloten op het vuilwaterstelsel. De gemeente Nuenen zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, wanneer dit doelmatig is en het niet redelijkerwijs verwacht kan worden van dat de initiatiefnemer het hemelwater zelf verwerkt.

De doelmatigheid en de redelijkheid is afhankelijk van: • de ligging in stedelijk dan wel landelijk gebied; • de mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater; • de grootte van de percelen; • de aanwezigheid van een regenwaterriool op straat; • de nabijheid van oppervlaktewater. Infiltratie van hemelwater in de bodem wordt verondersteld mogelijk zijn als de bodem voldoende doorlaatbaar is (>1 m/d) en de grondwaterstand voldoende laag is ( > 1,2 m –mv). Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. In principe dient er 60 mm retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). Als hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt ligt hier geen zorgtaak voor de gemeente. Als decentrale voorzieningen niet doelmatig zijn en bodeminfiltratie en/of lozing op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan ontvangt de gemeente het afstromende hemelwater en verwerken van afvloeiend hemelwater. In dit geval wordt een bedrag in rekening gebracht per m³ die niet op eigen terrein geborgen kan worden. De hoogte van de bijdrage bedraagt momenteel € 200 euro per m³. Beschrijving huidig en toekomstig watersysteem plangebied Bestaand watersysteem In de huidige situatie is het gehele plangebied onverhard.

In het plangebied is aan de Noord Oost zijde een watergang aanwezig die afstroomt na de Hooijdonksebeek. Het plangebied is verder niet gelegen in een gebied dat is aangewezen als boringsvrije zone, reserveringsgebied waterberging of ecologische verbindingszone.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

56

Afbeelding 30. Oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied

Verhardingen Er is sprake van nieuwbouw waardoor het verhard dak- en/ of terreinoppervlak toeneemt. De toename van de verharding zal circa 5.715 m2 bedragen, bestaande uit hoofdbebouwing en bijbehorende terreinverharding (2.903 m2), wegen en parkeren (2.639 m2) en verharde achterpaden (172 m2). Het afvoerend verhard oppervlak van de percelen is geschat op 60%. Hierbij is op basis van de grootte van de tuinen een inschatting gemaakt van het toekomstig verhard oppervlak en welk deel daarvan een afvoer zal geven richting het hemelwatersysteem (en dus niet afwatert op het aangrenzende groen). Teneinde te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal bouwen zijn mitigerende maatregelen noodzakelijk. Deze worden onder het onderdeel ‘Toekomstig watersysteem’ in deze paragraaf omschreven. Grondwater Gemiddelde hoogste grondwaterstand is volgens het model in de watertoetsviewer ca 1,20m-mv. De gemiddelde grondwaterstand die gemeten is middels peilbuizen is 1,80m – mv. Uit grondonderzoek is gebleken dat op 1,75 – 2,00 –mv een leemlaag aangetroffen is van gemiddeld 50 cm dik. Onder deze leemlaag is een lagere grondwaterstand aangetroffen. De gemeten grondwaterstand was het water op deze leemlaag. Toekomstig watersysteem Conform beleid van gemeente en waterschap de Dommel moet een waterberging gemaakt worden met een grootte van 60mm t.o.v. de toename verhard oppervlak.

Bij een toename verhard oppervlak 5.715 m² resulteert dit in een waterberging opgave van 343 m³.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

57

Het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden ingezameld. Het hemelwater wordt ingezameld d.m.v. een infiltratie-riool (IT-riool) Ø400mm. In het pakket van drainagezand om de IT-buis wordt water vastgehouden en geïnfiltreerd. Deze infiltratie-riolering ligt boven de GHG. Het IT-riool heeft een lengte van 321 meter, geheel omgeven door drainzand. Daarnaast zijn in dit systeem 50 meter dichte leiding en 15 hemelwaterafvoer putten aanwezig. De totale bergingscapaciteit van het ITriool bedraagt 295 m3. Naast de infiltratie via het IT-riool is in beperkte mate sprake van infiltratie via de onbebouwde en onverharde delen van de percelen. Het betreft het hemelwater dat bijvoorbeeld via de verharding de tuin in loopt. In totaal is hiermee een bergings- en infiltratiecapaciteit van bijna 312 m3 aanwezig. Het systeem is ontworpen op het zoveel mogelijk behouden en infiltreren van hemelwater binnen het plangebied. De resterende bergingsopgave wordt gevonden in een nieuw te graven wadi ten noordoosten van het plangebied (zie ook afbeelding 30). Het IT-riool is via een overloop gekoppeld aan de wadi. De wadi heeft een noodoverlaat naar de bestaande c-watergangen ten oosten van het plangebied, langs de Eikelkampen. De wadi heeft een inhoud van 40 m3 (lengte ca. 35 meter, breedte tot max. ca. 7 meter) waarmee een totale bergingscapaciteit van 352 m3 ontstaat.

Gezien de benodigde capaciteit op grond van de beoogde ontwikkeling is hiermee sprake van voldoende infiltratieruimte (352 – 343 = +9 m3). Vervuiling van het hemelwater wordt voorkomen door het gebruik van duurzame materialen en productiewijzen voor te schrijven. Dit wordt getoetst bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

58

Afbeelding 31. Toekomstig systeem hemelwaterafvoer

Afvalwater Het vuilwater wordt aangesloten op de bestaande riolering in Nederwetten. Deze heeft voldoende capaciteit voor het verwerken van het vuilwater van de extra woningen. Vooroverleg waterschap en gemeente Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Op 17 oktober 2019 heeft overleg met het Waterschap plaatsgevonden. Namens het waterschap was aanwezig de heer H. Roelofs en namens de gemeente Nuenen de heer G. Vrijhoeven. De uitkomsten van dit overleg zijn verwerkt in deze waterparagraaf. Het concept ontwerpbestemmingsplan is op 25 januari 2021 voorgelegd aan het waterschap. Bij brief van 26 februari 2021 (kenmerk Z62614/U133340. Bijlage 13) heeft Waterschap De Dommel haar reactie gegeven op de planuitwerking. In het advies is opgenomen dat enkele aspecten van de planuitwerking nadere aandacht behoeven. De belangrijkste opmerkingen hebben betrekking op de bergings- en verwerkingsmogelijkheden voor het hemelwater. Naar aanleiding van deze opmerkingen en de finetuning van het plan is de berekening van de infiltratiebehoefte en -capaciteit opnieuw uitgevoerd en verduidelijkt in voorliggende waterparagraaf. Aanvullend merkt het waterschap op, dat per 1 april 2021 een gewijzigde grenswaarde voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak geldt. Ook deze wijziging is verwerkt in deze waterparagraaf.

De aangepaste paragraaf is op 14 april 2021 voorgelegd aan het waterschap, waarop op 26 april per e-mail de reactie is ontvangen dat met de planopzet en waterparagraaf kan worden ingestemd (zie bijlage 15). De paragraaf is integraal overgenomen in dit deel van de toelichting. Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

59

Conclusie Met de voorgestelde invulling van het watersysteem voldoet de onderhavige ontwikkeling aan het beleid van de gemeente en het waterschap. Nadere dimensionering en civieltechnische uitwerking zal in overleg met de gemeente en het waterschap plaatsvinden. Hierbij zal ook worden bepaald of ter plaatse van de wadi een leemlaag aanwezig is. Indien dat het geval is en dit voor de infiltratie noodzakelijk is, wordt deze doorbroken. Eén en ander wordt in onderlinge afstemming opgenomen op een werktekening ten behoeve van de uitvoering.

4.12.

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect ‘archeologie’ in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: • •

De archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard. Er dient vroeg in het proces van ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect ‘archeologie’.

De wet bepaalt tevens dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun eigen bodemarchief. De gemeente is dus het bevoegde gezag indien het gaat om het toetsen van de archeologische onderzoeken en Programma’s van Eisen. De gemeente Nuenen c.a. heeft in 2010 haar ‘Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg’ vastgesteld. De kaart, behorende bij dit beleidsplan, geeft voor het overgrote deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachting, categorie 4a. De noord-zuid verbinding tussen het nieuwe woongebied en de Hoekstraat heeft deels de verwachting ‘hoge verwachting met esdek, categorie 3b’. In 2016 is een Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd in het plangebied (Aeres, ISSN 2214-5656, datum 12 augustus 2016. Zie bijlage 4). Op basis van het uitgevoerd booronderzoek kan worden gesteld dat er veldpodzolgronden aanwezig zijn binnen het plangebied, er is geen sprake is van een esdek. Bij een aantal boringen is sprake van een redelijk intacte bodem, bij anderen is sprake van een verstoord bodemprofiel.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

60

Afbeelding 32. Uitsnede archeologische verwachtingenkaart (bron: gemeente Nuenen c.a.)

Aangezien de geplande nieuwbouw waarschijnlijk dieper zal reiken dan 50 cm -mv, worden eventuele archeologische waarden binnen het plangebied bedreigd door de geplande ingreep. Daarbij wordt gesteld dat de eventuele archeologische resten binnen het plangebied kwetsbaar zijn, omdat een dik afdekkend landbouwdek (esdek) ontbreekt. Met deze reden luidt het advies dat vervolgonderzoek noodzakelijk is binnen het plangebied. Gezien de omvang van het plan en het vrij toegankelijke plangebied (onbebouwd) is een vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven het meest geschikt. Dit onderzoek kan betrekking hebben op het volledige of een deel van het plangebied. Voor een volledige omschrijving van het bureau- en verkennend onderzoek en de onderzoeksresultaten wordt verwezen naar bijlage 4. Het onderzoek is beoordeeld door het bevoegd gezag en met enkele op- en aanmerkingen akkoord bevonden. Deze op- en aanmerking zijn, evenals de uitbreiding van het plangebied, meegenomen bij het opstellen van het Programma van Eisen. Het Programma van Eisen (PvE, 19 november 2020. Zie bijlage 5) richt zich op een proefsleuvenonderzoek.

Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting en gebeurt door middel van waarnemingen in het veld, waarbij (extra) informatie wordt verkregen over bekende en/of verwachte archeologische waarden binnen het

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

61

onderzoeksgebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, de aard, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. De onderzoeksvragen gaan over de aard, omvang en fysieke kwaliteit van de mogelijk aan te treffen sporen en vondsten. Daarnaast kunnen deze sporen en vondsten in relatie worden gebracht met de bewoningsgeschiedenis van het gebied, eerder uitgevoerde onderzoeken in de omgeving en met historische kennis over dit gebied. Op verschillende onderzoeksterreinen zijn in totaal 20 onderzoeksvragen geformuleerd. De methoden en technieken van het proefsleuvenonderzoek zijn in het PvE vastgelegd. Ook de strategie is hierin omschreven. Rekening houdend met de locatie, is een puttenplan gemaakt. In het veld kan gemotiveerd van dit plan worden afgeweken. Het vervolgonderzoek richt zich op het gehele plangebied. Indien tijdens het onderzoek een vindplaats wordt aangetroffen dient tijdens het veldwerk contact op genomen te worden met de bevoegde overheid om overleg te plegen. Indien sporen of structuren aangetroffen worden, die zich buiten de bouwput voortzetten, wordt de opgravingsput ter plekke uitgebreid, voor zover dat zinvol en noodzakelijk is voor de beantwoording van de onderzoeksvragen.

Afbeelding 33. Puttenplan PvE (bron: Aeres Milieu)

Bij bijzondere en/of in situ behoudenswaardige vondsten dient overleg plaats te vinden met de bevoegde overheid, diens adviseur en de opdrachtgever over de te volgen strategie, vóórdat deze verwijderd mogen worden. Bij alle aan te leggen proefsleuven moet met de vondst van vuursteenconcentraties rekening worden gehouden.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

62

Voor de overige randvoorwaarden voor het onderzoek, de uitwerking en verslaglegging wordt verwezen naar het PvE (bijlage 5). Het vervolgonderzoek is uitgevoerd op 31 augustus (voorbereiding) en 2 en 3 september 2021 (veldwerk). De resultaten zijn vastgelegd in het document ‘Rapportage archeologisch proefsleuvenonderzoek Hoekstraat te Nederwetten in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten’ (Econsultancy bv, 11 oktober 2021) – bijlage 17. Doel van het proefsleuvenonderzoek is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting zoals vermeld in het bureau- en booronderzoek middels veldonderzoek. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn enkele esgreppels of tuinbedden aan de meest noordelijke rand van een plangebied aangetroffen. Bovendien zijn daar enkele kuilen uit de Nieuwe tijd gevonden die in een opgebrachte laag zand lijken te zijn ingegraven die boven een verstoord pakket ligt. De profielen laten op enkele plaatsen een restant van een podzol zien, waarbinnen in enkele gevallen hak- of spitsporen zichtbaar zijn. Er is geen sprake van een vindplaats binnen het plangebied. Het selectieadvies is dan ook om het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Het bevoegd gezag heeft overeenkomstig dit selectieadvies besloten, waardoor vervolgonderzoek niet noodzakelijk is.

In het ontwerp van dit bestemmingsplan waren ter bescherming van mogelijke archeologische resten twee dubbelbestemmingen opgenomen. Deze dubbelbestemmingen zijn gezien de resultaten van het archeologisch onderzoek verwijderd bij de vaststelling. Er is geen sprake van potentiële archeologische resten in de bodem die bescherming behoeven. De beoogde ontwikkeling in het plangebied wordt dan ook niet beperkt door het aspect ‘archeologie’. Cultuurhistorie Aan de hand van de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) is bekeken of in of in de directe omgeving van de projectlocatie cultuurhistorische waarden aanwezig zijn.

Afbeelding 34. Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart omgeving plangebied (bron: provincie NoordBrabant) Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

63

Uit deze kaart blijkt dat de locatie is gelegen in de regio ‘Meierij’, die van provinciaal cultuurhistorisch belang is. Ook is het gebied aangewezen als provinciaal cultuurhistorisch landschap ‘Groene Woud’. De Hoekstraat en Nieuw Ervensestraat zijn op de kaart aangeduid als lijn van redelijk hoge historisch geografische waarde. Ook de Eikelkampen is aangeduid; hiervoor geldt een zeer hoge waarde. Voor het overige is geen sprake van cultuurhistorisch waardevolle elementen. Op forse afstand van het plangebied liggen enkele monumenten en beeldbepalende panden. Met de realisatie van de woningen wordt geen significante wijziging veroorzaakt in het landschap of de regio. Met de ontwikkeling wordt aangesloten bij de karakteristiek van het gebied. Ook wijzigen door de ontwikkeling de ligging, structuur en karakteristiek van de Hoekstraat, Nieuw Ervensestraat en Eikelkampen niet. Het initiatief heeft dan ook geen gevolgen voor cultuurhistorische waarden in de omgeving.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het woongebied in Nederwetten.

4.13.

Natuur

Bij iedere ontwikkeling dienen de eventuele gevolgen ten aanzien van de natuurbescherming inzichtelijk gemaakt te worden. Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en Fauna wet (soortenbescherming) en de Boswet zijn opgegaan in deze ‘nieuwe’ wet. De strekking van de wet blijft gelijk: de beschermde gebieden en soorten mogen niet aangetast worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige en in de omgeving gelegen natuurwaarden is een ecologisch onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Natuurwetgeving Hoekstraat – Driesterrendreef te Nederwetten’. Aeres Milieu, 1 september 2020. Zie bijlage 6). Uit het onderzoek blijkt dat de locatie op ruim 10 km van de Natura 2000-gebieden ‘Strabrechtse Heide & Beuven’ en ‘Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux’ is gelegen. Overige Natura 2000gebieden liggen op grotere afstand. Op circa 350 meter ten noordoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype ‘Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting)’. Hoewel in voornoemde rapportage ook conclusies en aanbevelingen voor het aspect ‘gebiedsbescherming’ zijn opgenomen, richt het onderzoek zich met name op soortenbescherming.

De gebiedsbescherming is separaat getoetst in een stikstofdepositie-onderzoek (‘Stikstofdepositieonderzoek woningbouwontwikkeling Hoekstraat – Eikelkampen Nederwetten’. NOX advies, 16 augustus 2021. Zie bijlage 7). Onderstaand wordt allereerst ingegaan op de resultaten van de quickscan flora en fauna en vervolgens op de gebiedsbescherming. Tenslotte wordt aandacht besteed aan houtopstanden.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

64

Soortenbescherming In Nederland komen ongeveer 30.000 soorten dieren en planten voor. De Wnb regelt de bescherming van circa 300 in het wild voorkomende soorten inheemse planten en dieren. In de Wnb is onder meer bepaald dat beschermde diersoorten niet mogen worden gedood, gevangen of verontrust en beschermde plantensoorten niet geplukt, uitgestoken of verzameld mogen worden. Bovendien dient iedereen voldoende zorg in acht te nemen voor in het wild levende dieren en planten. Daarnaast is het niet toegestaan om hun directe leefomgeving, waaronder nesten en holen, te beschadigen, te vernielen of te verstoren. In hoofdstuk 3 van de Wnb zijn de beschermingsregimes omschreven. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing en vrijstelling kan worden verleend. Er zijn drie beschermingsregimes, de soorten op basis van de Vogelrichtlijn, de soorten op basis van de Habitatrichtlijn en de andere soorten genoemd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is voornoemde quickscan uitgevoerd. Voor het aspect ‘soortenbescherming’ zijn in dit onderzoek de volgende conclusies en aanbevelingen opgenomen: In het plangebied komen mogelijk algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten) zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd.

Voor deze soorten geldt in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. In één van de bomen in het westelijk deel van het plangebied is bij de veldinventarisatie een eekhoornnest aangetroffen. De eekhoorn is een algemeen voorkomende soorten (zogenaamde Asoorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant geen algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Het is daarom noodzakelijk een ontheffing op de Wnb aan te vragen. Om die te kunnen krijgen, is het nodig een activiteitenplan op te stellen waarin onder meer wordt aangegeven op welke wijze er wordt gemitigeerd, gecompenseerd en hoe er met een aangepaste werkwijze zal worden voorkomen dat er (jonge) eekhoorns worden gedood of verwond. In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen.

Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

65

Vanuit de meeste algemeen voorkomende soorten die in het plangebied kunnen voorkomen gelden geen beperkingen voor de ontwikkeling. In het belang van de bescherming van vogelsoorten in de opgaande vegetatie wordt geadviseerd werkzaamheden buiten de periode van 15 maart – 15 juli uit te voeren. Voor de eekhoorn is een ontheffing noodzakelijk en worden de nodige maatregelen getroffen. Terwijl de ontheffingsaanvraag in voorbereiding was en noodzakelijke nestkasten voor de eekhoorn al in de omgeving waren opgehangen, is medio februari 2021 tijdens een storm de boom met het eekhoornnest omgewaaid. De ecoloog heeft de situatie ter plaatse geïnventariseerd en geconstateerd dat als gevolg van deze calamiteit de boom niet meer geschikt was als nestgelegenheid voor de eekhoorn. Eén en ander is verwoord in een memo ‘Aanvullende bevindingen Hoekstraat Driesterrendreef te Nederwetten’ (Fauna consult, 9 maart 2021. Bijlage 14). De ontheffingsaanvraag is niet ingediend, nu geen overtreding meer kan ontstaan door de geplande werkzaamheden. Gebiedsbescherming Door het Rijk zijn in Nederland Natura 2000-gebieden aangewezen. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de Vogelen Habitatrichtlijnen. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald.

Het is verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000 gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Voor het aspect ‘gebiedsbescherming’ zijn in het stikstof-depositieonderzoek de volgende conclusies en aanbevelingen opgenomen: Bij een effectbeoordeling op Natura 2000-gebieden kunnen ook andere effecten aan de orde zijn, zoals effecten als gevolg van geluid, trillingen, licht, wateronttrekking etc. Gezien de afstand van ten minste 9,5 kilometer tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, is het aannemelijk dat dergelijke effecten uitgesloten kunnen worden. Het onderzoek voor de gebiedsbescherming richt zich dan ook uitsluitend op de effecten van eventuele stikstof- en ammoniakdepositie. In het onderzoek zijn zowel de aanleg- als de gebruiksfase getoetst, waarbij op grond van het besluit van 14 juni 2021 de tijdelijke bouwfase per 1 juli 2021 is vrijgesteld van de Wnb-vergunningsplicht. De Aerius-berekening is uitgevoerd met diverse worstcase uitgangspunten.

Uit het onderzoek blijkt dat de berekende emissie niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Voor beide fases is een resultaat van 0,00 mol/ha/jaar berekend. Omdat de rijlijnen zijn gelegen op meer dan 5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied en het rekenprogramma Aerius emissies van lijnbronnen ‘wegverkeer’ afkapt op 5 kilometer, zijn volledigheidshalve eigen rekenpunten gelegd op 4 en 4,9 kilometer van de rijlijnen. Uit deze berekening blijkt dat de emissie als gevolg van lijnbronnen wegverkeer op 4,9 kilometer niet leidt

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

66

tot stikstofdepositie. Om die reden is het aannemelijk gemaakt dat ook op grotere afstand (ten minste 9,5 kilometer) geen stikstofdepositie te verwachten is. Om die reden zijn significante gevolgen op Natura 2000-gebieden uit te sluiten en is het project geen bedreiging voor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor de ruimtelijke procedure zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect stikstofdepositie of Natura2000. Voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning bouwen is een vergunningsplicht Wet natuurbescherming niet aan de orde.

Afbeelding 35. Ligging plangebied ten opzichte van Natura2000 gebied (bron: www.natura2000.n/gebieden)

Houtopstanden In het plangebied komen houtopstanden (bomen en struiken) voor. Op grond van het geldend bestemmingsplan ‘Nederwetten’ is geen van de bomen in of in de directe omgeving van het plangebied aangewezen als ‘waardevolle boom’. De Algemene plaatselijke verordening gemeente Nuenen c.a. 2020 (APV), in werking getreden 1 september 2020, bevat een aantal bepalingen omtrent ‘Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente’ (hoofdstuk 4). Op grond van artikel 4:11 van de APV is het verboden om zonder omgevingsvergunning houtopstanden te vellen die zijn opgenomen op een door het college vastgestelde Bomenlijst. Op de lijst van Monumentale bomen zijn geen bomen genoemd die in of in de directe omgeving van het plangebied staan. Op de lijst van Waardevolle en Gelegenheidsbomen Gemeente Nuenen 2010 zijn geen bomen opgenomen aan de Driesterrendreef, Willem Sengershof en Nieuw Ervensestraat. Wel zijn aan de Hoekstraat een aantal bomen opgenomen. Ten behoeve van het plan hoeven aan de Hoekstraat geen bomen gekapt te worden. De planontwikkeling heeft dan ook geen invloed op deze bomen. Er is dan ook geen sprake van een vergunningplicht op grond van de APV op het gebied van houtopstanden. Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

67

Conclusie De ontwikkeling van de woningen in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen is getoetst aan de verschillende aspecten van de natuurbescherming, te weten soortenbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden. De ontwikkeling zorgt niet voor een overtreding van de Wet natuurbescherming op het gebied van soortenbescherming, indien buiten het broedseizoen wordt gekapt. Uit de AERIUS-berekening blijkt dat er door het project geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie op gevoelige natuurgebied. Ook is met de ontwikkeling geen sprake van kap van beschermde of beeldbepalende bomen en worden geen beschermde boomgroepen verwijderd. Het plan wordt dan ook niet belemmerd door de regelgeving uit de Wet natuurbescherming.

4.14.

Verkeer en parkeren

Ontsluiting Het plangebied wordt in de toekomst primair ontsloten vanuit de Hoekstraat en Willem Sengershof. De op dit moment doodlopende Willem Sengershof wordt daartoe doorgetrokken. Het huidige toegangspad voor het weiland, tussen de bestaande woningen Hoekstraat 12 en 14, wordt eveneens ingericht als toegangsweg. Naast deze ontsluitingen voor gemotoriseerd verkeer blijft de ontsluiting voor langzaam verkeer via de Driesterrendreef in tact en wordt voor voetgangers en fietsers een doorgang aangelegd naar de Spoorenberghof. In het plangebied is uitsluitend sprake van verblijfsactiviteiten. OV-routes en routes voor bevoorradingsverkeer zijn in het gebied niet aan de orde. De straten in het plangebied worden uitgevoerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met klinkerverharding. Het plangebied valt binnen de aanwezige 30 km/ uur zone. Bij de inrichting wordt voldaan aan de inrichtingseisen van wegen/ dwarsprofielen uit de landelijke richtlijnen (ASVV 2012, CROW). Parkeren Het parkeren ten behoeve van de nieuwe woonfunctie is voorzien in openbaar gebied en op privé terrein. Daar waar ruimte beschikbaar is, worden de eigen auto’s op eigen terrein geparkeerd. Voor de woningen zonder parkeerruimte op eigen terrein en voor bezoekers wordt voorzien in parkeerplaatsen in het openbaar gebied.

Het openbaar gebied krijgt een erf-achtige inrichting met multifunctioneel gebruik van rijden, wandelen, parkeren en spelen. Gebruiksvormen lopen hier in elkaar over en zijn, voor zover mogelijk, subtiel maar functioneel afgebakend. Langzaam verkeer, verblijf en groen zijn in het gebied niet ondergeschikt aan gemotoriseerd verkeer. Daarbij is de insteek om (geparkeerde) auto’s zoveel mogelijk uit het straatbeeld te weren. Voor de west- en noordzijde van het plangebied is dan ook gekozen voor parkeerkoffers aan de randen van het plangebied. In deze groen aangeklede zones wordt het parkeren geconcentreerd. Daarnaast is aan de oostzijde ruimte voor 7 à 8 parkeerplaatsen. Dit cluster heeft een losse opzet, waarbij een markante boom de blikvanger vormt. De boom wordt omgeven door groen dat eventueel geschikt is voor verblijf of recreatie en

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

68

daarom heen is ruimte voor parkeren. Uitgegaan wordt van 7 plekken, gezien de omvang kunnen hier echter ook 8 auto’s geplaatst worden. Voor de ontwikkeling zijn door de gemeente Nuenen parkeernormen bepaald, afgeleid uit de gemiddelde parkeernormen in de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ (CROWpublicatie 317). Het plangebied wordt getypeerd als ‘rest bebouwde kom’ gelegen in matig stedelijk gebied. Voor de verschillende type woningen gelden verschillende normen. Ook is er een onderscheid tussen het parkeren voor de eigen bewoners, dat waar mogelijk op eigen terrein plaats dient te vinden, en bezoekersparkeren, waarvoor plekken in openbaar gebied beschikbaar moeten zijn. In de kencijfers is rekening gehouden met 0,3 bezoekersparkeerplaatsen per woning. Voor de ontwikkeling van het plangebied gelden de volgende normen:

Type woning Vrijstaand 2 onder 1 kap Tussen/hoek Huur: vrije sector Huur: sociale huur

Woningtype CROW Vrijstaand 2 onder 1 kap Tussen/ hoek Vrije sector huur Sociale huur

Parkeerkencijfer gemiddeld 2,2 2,1 1,9 2,0 1,6

Ook het aantal parkeerplaatsen dat op eigen terrein gerekend mag worden bij de verschillende woningtypen is vastgelegd door de gemeente: Type woning Enkele oprit zonder garage Lange oprit zonder garage/ carport Dubbele oprit zonder garage Garage zonder oprit bij woning Garagebox Enkele oprit met garage Lange oprit met garage Dubbele oprit met garage

Factor 0,8 1,0 1,7 0,4 0,5 1,0 1,3 1,8

Het totaal aantal parkeerplaatsen, de plekken op eigen terrein opgeteld bij de parkeergelegenheid in de openbare ruimte, dient (minimaal) aan te sluiten bij de normen uit bovenstaande tabellen (zoals vastgelegd in artikel 11.3 van de planregels). Op grond van een totale behoefte bij het beoogd woningbouwprogramma van 57,1 parkeerplaatsen en 12,4 parkeerplekken op eigen terrein, dient in de openbare ruimte binnen het plangebied ruimte te zijn voor (afgerond) 45 parkeerplaatsen. In het ontwerp is sprake van 45 aangewezen parkeerplaatsen in openbaar gebied, waarmee aan de normen wordt voldaan. De openbare parkeerplaatsen worden merendeels geclusterd in 3 ‘parkeerkoffers’. De overige openbare parkeerplaatsen worden op langs de nieuw aangelegde weg aangelegd. De openbare parkeerplaatsen worden subtiel in/ op de bestrating aangegeven.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

69

De parkeernormen zijn in de planregels verankerd. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied (bouw of functiewijziging) dient aan deze normen getoetst te worden. Op deze manier is geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen zijn en blijven voor de functies in het plangebied. Conclusie Bij de realisatie van het woongebied wordt aangesloten bij de bestaande verkeersstructuur. Vanuit de Hoekstraat en Willem Sengershof worden toegangen gecreëerd voor gemotoriseerd verkeer en via de Driesterrendreef is de Nieuwervensedreef bereikbaar voor langzaamverkeer. Het parkeren wordt opgelost op eigen terrein en in openbaar gebied. Met de beoogde invulling van het plangebied wordt aan de parkeernorm voldaan.

4.15.

Duurzaamheid

Om voor toekomstige generaties de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen te garanderen, is duurzaam voorraadbeheer noodzakelijk. Niet-vernieuwbare grondstofvoorraden (zoals fossiele brandstoffen en ertsen) worden niet of nauwelijks aangevuld en raken als gevolg daarvan bij voortdurende winning ooit op. Bij de realisatie van (ruimtelijke) ontwikkelingen wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het zorgvuldig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en grondstofvoorraden. Binnen het plangebied zijn geen natuurlijke hulpbronnen aanwezig die benut kunnen worden bij de realisatie en/ of exploitatie van het woongebied. Wel wordt bij de realisatie van de woningen nadrukkelijk aandacht besteed aan het duurzaamheidsaspect. In de overeenkomst die is gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer zijn afspraken vastgelegd over het thema ‘duurzaamheid’. Op grond van deze afspraken is initiatiefnemer gehouden aan het toepassen van de eisen van het Bouwbesluit. De woningen dienen aardgasvrij te worden gebouwd. In het Bouwbesluit is de EPC-norm per 1 januari 2021 vervangen door de BENG-norm (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Deze laatste is dan ook de (minimale) norm bij de ontwikkeling van de woningen. In het realisatietraject wordt altijd gekeken naar optimalisatie, waar de mogelijkheden zich voordoen.

De gemeente Nuenen heeft haar duurzaamheidsbeleid uitgewerkt in de Nota duurzaamheid Nuenen 2019-2023. In de nota ligt de focus op de door het Rijk verplichte onderdelen, zijnde: • • •

Het opstellen van een Regionale Energiestrategie (RES); Het opstellen van een gemeentelijk warmteplan en Het laten uitvoeren van een klimaatstresstest.

De gemeente heeft niet de ambitie koploper te zijn op het gebied van duurzaamheid, maar wil wel haar verantwoordelijkheid nemen op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie en haar inwoners daarin zoveel mogelijk meenemen en ondersteunen. Vooruitlopend op de beleidsnota is een quickscan uitgevoerd, om zicht te krijgen op kansen en aandachtspunten. Vanuit de resultaten van de quickscan zijn 4 focuspunten voor het beleid benoemd. Voor voorliggend initiatief is één daarvan relevant: “Het stimuleren van particuliere woningeigenaren om aan de slag te gaan met energiemaatregelen waarbij de nadruk ligt op energie besparen door isolatie. Redenen: belangrijke bijdrage aan het

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

70

energiegebruik in Nuenen, grote doelgroep, no-regret maatregelen, focus op warmte. Aanvullend op de isolatie-opgave blijft de gemeente Nuenen het leggen van zonnepanelen op daken aanmoedigen.” Voor zowel het isoleren als het leggen van zonnepanelen zet de gemeente in op informeren, faciliteren en financiering eenvoudiger maken om haar burgers te ondersteunen. De woningen in het project Hoekstraat – Eikelkampen worden gebouwd met de nieuwste en hoogwaardige materialen en isolatie. Vanuit de BENG-norm is isolatie een belangrijk aandachtspunt. In het project zal ook de kracht van de zon benut worden. Vooralsnog wordt uitgegaan van de toepassing van zonnepanelen (hoeveel en waar in de verdere planuitwerking te bepalen), maar mocht de techniek snel met betere opties komen (bv. heatpipes), dan worden deze ook in overweging genomen. In de Nota duurzaamheid wordt ook kort aandacht besteed aan acties die kunnen bijdragen aan duurzaamheid, maar die vallen onder een ander beleidsterrein. Duurzaamheid is immers breder dan het bouwen en het energieverbruik. Ook biodiversiteit, laadpalen en elektrisch vervoer, lokale waterberging en levensloopbestendige woningen leveren een bijdrage aan duurzaamheid.

Voor de ontwikkeling in het gebied Hoekstraat – Eikelkampen geldt dat bij de uitwerking van het inrichtingsplan extra aandacht wordt besteed aan de groeninrichting, waarbij gekozen wordt voor soorten die mooi zijn én een bijdrage leveren aan het plaatselijk ecosysteem. Een aantrekkelijke groene omgeving nodigt inwoners uit naar buiten te gaan en te bewegen en elkaar te ontmoeten.

Afbeelding 36. Impressie toekomstige inrichting plangebied; zicht op de nieuwe oost-west woonstraat met groene parkeervoorziening en aan de rechterzijde de sociale woningen

Een gezonde leefwijze levert een bijdrage aan vitale inwoners, hetgeen eveneens gezien kan worden als bijdrage aan het aspect ‘duurzaamheid’. Daarnaast zorgt de groenaanplant tevens voor de reductie van hittestress. Onbebouwde/ onverharde terreinen kunnen veel meer warmte absorberen en reduceren daarmee de temperatuur op en direct rond de bebouwing en verharding.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

71

Het plaatsen van laadpalen is in het gebied op eigen terrein mogelijk en kan eventueel ook in openbaar gebied gerealiseerd worden. Het hemelwater wordt afgekoppeld (zie ook paragraaf 4.11) en het plangebied wordt ingevuld met een mix van woningen, waaronder ook levensloopbestendig. Een zuinige woning en groene buurt kunnen er voor zorgen dat ‘duurzaamheid’ gaat (of blijft) doorwerken in het dagelijks gebruik van de toekomstige bewoners. Met de woningen die voldoen aan de eisen van deze tijd is een goede basis gelegd, het overige resultaat kan bereikt worden door een blijvend bewustzijn bij de gebruikers van het gebied.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

72

5.

Juridische planopzet

Het bestemmingsplan is een juridisch-planologische regeling die zowel overheid als burger rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindend deel en dienen gezamenlijk te worden beschouwd. De toelichting is niet juridisch bindend, maar biedt een omschrijving van het plan, de beleidskaders en milieuaspecten en geeft inzicht in de aanwijzing van bestemmingen. Om inzicht te geven in de juridische opzet zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht.

5.1.

Standaardregeling vergelijkbare bestemmingsplannen

De SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Wel geeft de SVBP gemeenten de mogelijkheid hier zelf een standaard voor te ontwikkelen. De gemeente Nuenen ca. heeft geen handboek voor bestemmingsplannen. De verbeelding van het bestemmingsplan bestaat uit een ondergrond waaraan objectgericht de bestemmingen en aanduidingen zijn toegevoegd. De regels zijn hieraan gekoppeld. Deze regels bepalen de gebruiks- en bouwmogelijkheden van de gronden en bouwwerken binnen het plangebied.

5.2.

Planopzet

Op de verbeelding zijn de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen die gelden voor het plangebied aangegeven: • • • • • •

5.3.

de grens van het plangebied; de enkelbestemming ‘Verkeer’; de enkelbestemming ‘Wonen’; ‘bouwvlak’ binnen de bestemming ‘Wonen’; vlak ‘bijgebouwen’ binnen de bestemming ‘Wonen’; bouwaanduidingen betreffende het minimum en maximum aantal woningen per bouwvlak en de bijbehorende minimum en maximum hoogtes.

Regels

De voorschriften zijn opgesteld conform SVBP. Enkele recent door de gemeente Nuenen ca. vastgestelde en in procedure gebrachte bestemmingsplannen dienen als format, om uniformering van de bestemmingsplannen en -regelingen te bereiken. De regels zijn als volgt opgebouwd: • • • •

inleidende regels; bestemmingsregels; algemene regels; overgangs- en slotregels.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

73

De eerste twee artikelen in de regels vormen de inleidende regels: de begripsbepalingen en de regels omtrent de wijze van meten. Vervolgens zijn artikelen van de afzonderlijke bestemmingen opgenomen. Deze bevatten de specifieke regels voor de desbetreffende bestemming. De bestemmingsregels worden onderstaand nader toegelicht. Daarna volgen de algemene regels. Deze regels zijn meer algemeen van aard en merendeels op het gehele plangebied van toepassing, ongeacht de bestemming. In voorliggend plan betreft het: • • • • • • •

de antidubbeltelregel, algemene bouwregels met bepalingen over ondergronds bouwen, algemene gebruiksregels, waarin de expliciet verboden gebruiksvormen zijn vastgelegd; algemene afwijkingsregels op grond waarvan kleine afwijkingen kunnen worden toegestaan (‘10%-regel’), algemene wijzigingsregels die het mogelijk maken de bestemmingsgrenzen binnen het plangebied beperkt te verschuiven, algemene procedureregels met de beschrijving van de procedure indien nadere eisen worden gesteld, overige regels waarin onder meer wordt bepaald welke bestemming voorrang heeft indien sprake is van een enkel- en dubbelbestemming en waarin is geborgd dat bij nieuwe functies en/ of bebouwing voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

Het laatste hoofdstuk van de regels wordt gevuld door het overgangsrecht en de citeertitel.

5.3.1.

Opbouw bestemmingsregels

De opbouw van de bestemmingen (hoofdstuk 2 van de regels) is als volgt (met dien verstande dat een specifieke bestemming niet alle genoemde elementen hoeft te bevatten): • • • • • • • • •

bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid.

5.3.2.

Invulling bestemmingsregels

In het plangebied zijn 2 enkelbestemmingen en 2 dubbelbestemmingen opgenomen. Bestemming Verkeer (artikel 3) De openbare gronden binnen het plangebied worden bestemd als ‘Verkeer’. De gronden kunnen binnen deze bestemming daadwerkelijk worden ingericht als wegen en paden, maar ook het groen en de parkeervoorzieningen behoren tot de bestemming ‘Verkeer’. Door de keuze voor één bestemming voor het openbaar gebied wordt enige flexibiliteit geboden voor het vormgeven van de informele erf-achtige inrichting.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

74

Voor de gronden staat ontsluiting en verblijf voorop. Naast de mogelijke wijzigingen tussen infrastructuur, parkeren en groen zijn water en nutsvoorzieningen eveneens toegelaten binnen de bestemming. Alleen het bouwen van kleine nutsgebouwtjes is toegestaan, indien dit noodzakelijk is voor het functioneren van het aangrenzend woongebied of openbaar gebied. Bestemming Wonen (artikel 4) De bestemming 'Wonen' is de meest voorkomende bestemming binnen het plangebied en maakt de realisatie van de beoogde 30 woningen planologisch-juridisch mogelijk. Het beleid voor deze bestemming is gericht op het bieden van passende bouwmogelijkheden ter realisering van het, naar de eisen van de tijd, gewenste woongenot. Het beleid is gericht op het bouwen van nieuwe woningen volgens de principes van aanpasbaar en levensloopbestendig, duurzaam en energiebewust bouwen. Voor de woningen wordt binnen de bestemming ‘Wonen’ een bouwvlak toegekend waarbinnen het hoofdgebouw gerealiseerd moet worden. De maximale hoogtematen worden op de verbeelding opgenomen, evenals het minimum en maximum aantal woningen per bouwvlak. In en buiten het bouwvlak kunnen bijgebouwen opgericht worden, voor zover de gronden zijn aangeduid als ‘bijgebouwen’. Voor bijgebouwen en overkappingen geldt in principe een maximale omvang van 60 m2. Onder voorwaarden kan dit worden verhoogd. Ten minste 25 m2 dient onbebouwd te blijven.

Door het vastleggen van een minimum en maximum aantal woningen per bouwvlak bestaat enige flexibiliteit voor de definitieve invulling. In de regels van het bestemmingsplan wordt het maximum aantal woningen in het plangebied geborgd, 30 stuks. Hiermee ligt het maximum voor het totale gebied vast.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

75

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het woongebied in Nederwetten betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, die eigenaar van de betreffende gronden is, fungeert als financiële drager van het onderhavige project en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot de benodigde bestemmingsplanprocedure en het verlenen van vergunningen voor de ontwikkeling. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Met de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin wordt vastgelegd dat de verantwoordelijkheid voor gemaakte kosten betreffende exploitatiekosten en eventuele planschade bij de initiatiefnemer ligt.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het planvoornemen betreft het wijzigen van de bestemmingen om de bouw van de woningen en realisatie van bijbehorende voorzieningen mogelijk te maken. De dubbelbestemmingen voor het plangebied blijven gehandhaafd. Dialoog Voorafgaand aan de formele procedure is er diverse malen contact gezocht en overleg geweest met de omgeving van het plangebied. Medio mei 2020 zijn omwonenden schriftelijk geïnformeerd over het plan en is hen de gelegenheid geboden hun reactie te geven. Als gevolg van de beperkingen en richtlijnen ten gevolge van de COVID19-uitbraak was een fysieke bijeenkomst destijds niet mogelijk. Deze bijeenkomst heeft wel plaatsgevonden op 17 september 2020. Tijdens deze avond is het plan plenair toegelicht en zijn aanwezigen vervolgens in kleine groepjes in de gelegenheid gesteld vragen te stellen en opmerkingen te uiten. Naar aanleiding van de input van mei 2020 en september 2020 zijn enkele onderdelen van het plan aangepast. Inspraak In de periode van 5 september tot en met 16 oktober 2020 heeft het Inspraakdocument Woningbouwontwikkeling Hoekstraat – Eikelkampen ter inzage gelegen. In deze periode zijn 6 inspraakreacties ingediend. Door de gemeente Nuenen c.a. is een Nota van inspraak opgesteld, waarin de reacties zijn samengevat en van een standpunt voorzien. Deze Nota is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting.

Naar aanleiding van de inspraakreacties is het plan beperkt aangepast ten opzichte van de planopzet in het Inpraakdocument.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

76

Vooroverleg De gemeente voert op grond van de bepalingen uit het Bro vooroverleg met omliggende gemeenten, waterschap, provincie en eventueel het rijk. Zij worden in de gelegenheid gesteld hun reactie op het plan te geven. Via het Coördinatieteam Wonen heeft afstemming plaatsgevonden met de omliggende gemeenten. De resultaten van het vooroverleg met het waterschap zijn verwerkt in de waterparagraaf (zie paragraaf 4.11). Wettelijke procedure Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ doorloopt de procedure van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf 5 juni 2021 tot en met 16 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend tegen het plan. De raad stelt het bestemmingsplan vast. Het plan wordt bij de vaststelling op enkele onderdelen ambtshalve gewijzigd. Deze aspecten zijn per plandeel beschreven in bijlage 18. Het vastgestelde bestemmingsplan wordt vervolgens nog zes weken voor een ieder ter inzage gelegd. Tijdens deze ter inzage termijn hebben belanghebbenden de mogelijkheid hun bezwaren kenbaar te maken middels een beroep bij de Raad van State.

Bestemmingsplan ‘Nederwetten, herziening Hoekstraat – Eikelkampen’ | toelichting

77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11047992/1