CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-10 RV Bijlage 2 Rapportage doelmatigheid uitvoering Jeugdwet

Commissie Samenleving 2 februari 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Rapport rekenkamercommissie gemeente Nuenen - Beheersing uitvoering Jeugdwet4.220 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rekenkamercommissie gemeente Nuenen T.a.v. de heer drs. W.J. van Maaren Postbus 10000 5670 GA NUENEN

Datum: 28 oktober 2021 Onderwerp: Onderzoek uitvoering Jeugdwet

Behandeld door: Referentie:

M. Dekkers 20211028AS1760

Geachte heer Van Maaren, Ingevolge uw opdracht van 18 november 2019 doen wij u hierbij onze rapportage toekomen naar aanleiding van de verrichte werkzaamheden. Wij vertrouwen erop met deze rapportage voldaan te hebben aan uw opdracht. Wij hebben de inhoud van deze rapportage voor hoor en wederhoor verstrekt aan het college en van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie hebben we een reactie ontvangen op 12 augustus 2021. Mocht u nog vragen hebben, of nadere informatie willen ontvangen naar aanleiding van deze rapportage, dan kunt u contact opnemen met Aad Scheepers op 06 2337 9226 of via aad.scheepers@adlasz.nl. Met vriendelijke groet,

Drs. A.P.W.M. Scheepers RA Partner

Bijlage: •

Rapport Beheersing uitvoering Jeugdwet

Adlasz BV Saal van Zwanenbergweg 11 | 5026 RM Tilburg Plottersweg 31 | 3821 BB Amersfoort T 013-6316307 | info@adlasz.nl | www.adlasz.nl Rekeningnummer 1599.27.528 | IBAN NL44 RABO 01599275 28 | KvK nr. 52063240 | BTW nr. NL8502.84.788.B01

Rapport

Beheersing uitvoering Jeugdwet Uitgebracht aan Rekenkamercommissie gemeente Nuenen

28 oktober 2021

2

Inhoudsopgave Voorwoord....................................................................................................................................4 1. Inleiding ....................................................................................................................................5 2. Opdrachtformulering .................................................................................................................5 3. Verrichte werkzaamheden .........................................................................................................6 4. Analyse .....................................................................................................................................7 5. Conclusie en aanbevelingen ..................................................................................................... 11

Bijlagen Bijlage 1: Hoofd- en deelvragen ................................................................................................... 13 Bijlage 2: Overzicht van verstrekte documenten ........................................................................... 14 Bijlage 3: Lijst met geïnterviewden .............................................................................................. 17 Bijlage 4: Kostenoverzicht 2015 – 2019 ........................................................................................ 18 Bijlage 5: Bestuurlijke- en ambtelijke reactie hoor en wederhoor ................................................. 19

3

Voorwoord Voor u ligt de eindrapportage van het rekenkameronderzoek naar de doelmatige uitvoering van de Jeugdwet in 2018 en 2019 in de gemeente Nuenen. Het onderzoek is uitgevoerd in 2020 en 2021. Het was niet de initiële planning om het onderzoek pas in 2021 af te ronden. Eind 2019 zijn namelijk de voorbereidingen al getroffen om begin 2020 van start te gaan met dit onderzoek. Echter heeft het Coronavirus ervoor gezorgd dat het onderzoek niet van start kon gaan. Het was niet mogelijk om interviews af te nemen en de prioriteiten lagen bij de gemeente, door alle ontwikkelingen omtrent het virus, ergens anders. Hierdoor is het onderzoek pas eind 2020 van start kunnen gaan. Daarnaast is in de loop van het onderzoek de scope uitgebreid. Het bleek namelijk relevant om ook andere betrokkenen te interviewen dan op voorhand ingeschat. Om deze reden zijn ook de praktijkondersteuner, jeugd- en gezinswerkers en een jeugdige geïnterviewd.

4

1.

Inleiding

De gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet, Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Jeugdwet. Na enkele overgangsjaren zijn gemeenten nu volop bezig om de gewenste transformatie in het sociaal domein te realiseren. Tegelijkertijd zijn gemeenteraden zoekende naar manieren om sturing te houden op de uitvoering van het sociaal domein. Dat blijkt wel uit de diverse onderzoeken en evaluaties die zijn verricht123. Gemeenten lopen zowel tegen financiële- als inhoudelijke beheersingsproblemen aan. Oorzaken zouden een toename aan jeugdzorggebruik, hogere gemiddelde kosten van hulptrajecten, een achterblijvende vroegsignalering en te weinig werkzame preventie zijn. Ook de gemeente Nuenen loopt tegen beheersingsproblemen aan op het gebied van het sociaal domein. Mede om die reden is de Rekenkamercommissie verzocht een onderzoek uit te voeren in het sociaal domein. Vanwege het grote onderzoeksterrein is gekozen om het onderzoek te richten op de uitvoering van de Jeugdwet in de gemeente Nuenen.

2.

Opdrachtformulering

In samenwerking met de LEV groep (= Leven en Verbinden) voert de gemeente Nuenen de Jeugdwet uit. De administratieve verwerking verzorgt de Dienst Dommelvallei, welke inmiddels enkele jaren ervaring heeft opgedaan. De Rekenkamercommissie acht de tijd rijp voor een kritische evaluatie van de (organisatie omtrent de) uitvoering van de Jeugdwet. Uiteraard is inzicht in aanpalende taakvelden ook gewenst, maar gezien de omvang van de met de uitvoering van de Jeugdwet samenhangende (financiële) risico’s wil de Rekenkamercommissie zich met dit onderzoek vooralsnog richten op de uitvoering van de Jeugdwet. Met dit onderzoek wil de Rekenkamercommissie het inzicht in en het overzicht van de gemeenteraad in de realisatie van de doelen met betrekking tot de Jeugdwet vergroten en eventuele aanbevelingen formuleren over het proces en de resultaten. Naar aanleiding hiervan heeft de Rekenkamercommissie Adlasz de opdracht gegeven de Rekenkamercommissie te ondersteunen bij de uitvoering van het onderzoek naar de doelmatigheid van de uitvoering van de Jeugdwet.4

1

Kamerbrief n.a.v. onderzoek ‘20: Link Maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet ‘21: Link 3 Financiële tekorten in de zorg ’20: Link 4 Offerte Onderzoek Rekenkamercommissie Beheersing uitvoering Jeugdwet gemeente Nuenen, referentie 20191101AS1760 2

5

3.

Verrichte werkzaamheden

Voor het onderzoek is in afstemming met de Rekenkamercommissie de volgende hoofdvraag geformuleerd: Is de Jeugdwet in de gemeente Nuenen in 2018 en 2019 doelmatig uitgevoerd?

Ten behoeve van het onderzoek zijn deelvragen geformuleerd, die zijn opgenomen in bijlage 1. De hoofd- en deelvragen zijn door de Rekenkamercommissie op 14 januari 2020 vastgesteld. Gaandeweg het onderzoek zijn de vragen aangepast. Dat betekent dat de vragen zijn afgestemd op de geinterviewde en het onderwerp van het interview. Om de hoofd- en deelvragen te kunnen beantwoorden is de volgende aanpak gevolgd. Deze aanpak is tot stand gekomen in afstemming met de Rekenkamercommissie. •

Documentonderzoek We hebben op voorhand en naar aanleiding van de interviews een groot aantal (ca. 55) documenten ontvangen (bijlage 2). Gezien het karakter van dit onderzoek was het niet mogelijk/ noodzakelijk alle stukken grondig te bestuderen. Daarom hebben we alleen kennisgenomen van de naar onze mening meest relevante documentatie en deze op hoofdlijnen bestudeerd. We hebben ons met name gericht op de documenten waarin de doelstellingen en kaders voor het sociaal domein, i.c. de Jeugdwet zijn uiteengezet, de documentatie die inzicht geeft in de planning & controlcyclus en de documentatie over de getroffen maatregelen.

•

Interviews In overleg met de Rekenkamercommissie is een selectie gemaakt van de te interviewen personen. Het doel is vanuit verschillende invalshoeken de problematiek te belichten en te bezien of en in welke mate zij problemen hebben ervaren omtrent de oorzaken van de overschrijding, de getroffen maatregelen en de informatievoorziening. Van elk interview is een verslag gemaakt en de geïnterviewden is de mogelijkheid gegeven hierop te reageren. Alle geïnterviewden hebben gereageerd en het verslag (na eventuele aanpassingen) akkoord bevonden. In bijlage 3 treft u een overzicht van de geïnterviewden aan.

•

Analyse De in voorgaande stappen verzamelde informatie is nader geanalyseerd ten behoeve van het rapport.

•

Rapportage Het conceptrapport is voorgelegd aan het college en de ambtelijke organisatie voor hoor- en wederhoor. Na het verwerken van de reacties is de rapportage definitief gemaakt.

6

4.

Analyse

In dit onderzoek geven we antwoord op de hoofdvraag: Is de Jeugdwet in de gemeente Nuenen in 2018 en 2019 doelmatig uitgevoerd?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, gaan we achtereenvolgens in op de deelvragen. Per deelvraag geven we een toelichting van de analyse. Deelvraag 1: Wat zijn de (voorgenomen) bestedingen voor de Jeugdwet in de periode van 1 januari 2015 tot heden? Welke tussentijdse bijstellingen van het budget hebben plaatsgevonden? In bijlage 4 hebben wij het kostenoverzicht 2015 – 2019 opgenomen. Naar aanleiding van het kostenoverzicht merken wij het volgende op. De gerealiseerde kosten stijgen fors vanaf 2017. Voor 2017 waren de kosten circa € 2,5 miljoen, vanaf 2017 stegen deze naar ongeveer € 3,5 miljoen. Pas vanaf 2019 is rekening gehouden met deze stijging van kosten in de begroting. Volgens de organisatie is dit te verklaren door een striktere financiële monitoring vanaf 2019. In de monitoring is sindsdien rekening gehouden met vooruitbetaalde bedragen. Hierdoor is het mogelijk reëler te prognosticeren en begroten. Dit beeld wordt ondersteund door de verstrekte financiële gegevens. Deelvraag 2: Welke doelen heeft de gemeenteraad geformuleerd voor de Jeugdwet? Gezien de reikwijdte van dit onderzoek is gekeken naar de opzet van de doelen en niet naar de uitvoering en inhoud ervan. • Er zijn doelen gesteld in de begroting. Deze worden in de jaarrekening verantwoord. • Niet alle doelen zijn concreet en meetbaar volgens de organisatie.

Daardoor kan onduidelijkheid bestaan over de resultaten die het college moet bereiken. Ook bemoeilijkt het een beoordeling van de mate waarin het college de doelen bereikt heeft. • De geïnterviewde vertegenwoordigers van de gemeenteraad verwachten dat de doelen geconcretiseerd worden door de organisatie. • Naast de doelen in de begroting zijn er geen verdere financiële normen/ doelen opgesteld die richtinggevend zijn voor de uitvoering. Volgens de organisatie zou een reden kunnen zijn dat de noodzaak van het opstellen van deze normen niet werd gevoeld omdat de kosten binnen budget bleven. Deelvraag 3: Welke beheersmaatregelen heeft het college getroffen om de kosten te beheersen? • Vanaf 2017 worden de kosten gemonitord. Dit wordt gedaan op basis van werkelijke (historische) uitgaven ten opzichte van de begroting. Sinds 2017 is een historie opgebouwd van deze ervaringscijfers. Op basis hiervan is het mogelijk toekomstige kosten beter te voorspellen. Er wordt maandelijks gemonitord.

7

•

•

•

•

•

•

We hebben geconstateerd dat er vanaf 2019 in aanvulling op bovengenoemde monitor een verplichtingenadministratie is maar volgens de organisatie draagt dit onvoldoende bij aan de beheersing van de kosten. Vanaf 2019 wordt in aanvulling op bovengenoemde monitor inzicht verkregen in de vooruitbetaalde bedragen: bedragen die betaald zijn in het eerste en tweede kwartaal en betrekking hebben op het derde en vierde kwartaal. Hierdoor is meer (periode)inzicht in de werkelijke kosten ten opzichte van de uitgaven. Er vinden interne controles plaats om de uitgaven en verstrekkingen te controleren, monitoren en bij te sturen. Er wordt periodiek een intern controlerapport opgemaakt en in ieder geval verstrekt aan de coördinator van het CMD (Centrum Maatschappelijke Deelname). Maandelijks vindt er een informatieoverdracht plaats tussen het college en de ambtenaren. Deze informatie geeft inzicht in inhoudelijke en financiële voortgang. Het college blijft op deze manier op de hoogte van de ontwikkelingen. Er is een praktijkondersteuner werkzaam bij de huisartsen. De praktijkondersteuner is in staat gerichter door te verwijzen. Hierdoor is er minder sprake van doorverwijzingen, welke gelijkstaan aan duurdere zorg. Er is meer aandacht voor de financiering van de jeugdzorg.

Wordt namelijk alle zorg terecht gefinancierd vanuit de Jeugdwet? Of dient dit plaats te vinden onder de Wet langdurige zorg (Wlz = volksverzekering)?

Deelvraag 4: Welke maatregelen kunnen de kostenbeheersing verbeteren? • Wees meer alert op vroegsignalering door het CMD. Dit kan door een betere relatie te leggen met onderwijsinstellingen zodat zij beter in staat zijn om beginnende problemen te signaleren. Het CMD is hierbij het eerste aanspreekpunt voor onderwijsinstellingen zodat het CMD de voorzieningen in het voorliggend veld beter kan benutten en daarmee doorverwijzing naar jeugdhulp kan voorkomen. • We constateren dat er geen duidelijk zichtbare koppeling is gelegd tussen de te bereiken doelstellingen en de daarvoor benodigde beheersmaatregelen. Voor verdere beantwoording van deze deelvraag verwijzen we naar deelvraag 6. • Een andere maatregel om de kosten te beheersen is het stellen van duidelijke kaders voor de uitvoerende organisatie. We verwijzen naar deelvraag 9 voor een toelichting op deze verbetermaatregel. Deelvraag 5: In hoeverre voldoet de wijze waarop het college de relatie legt tussen de kostenbeheersing en de door de raad vastgestelde doelen voor de Jeugdwet? • Inhoudelijk gezien sluit de jaarrekening aan op de begroting. In de jaarrekening komen de doelen, opgesteld in de begroting, terug en worden ze verantwoord. • In de doelen zijn geen financiële componenten opgenomen waardoor dit niet in de jaarrekening terugkomt. Zoals reeds bij deelvraag 2 is geconstateerd zijn niet alle doelen concreet en meetbaar.

Daardoor kan onduidelijkheid bestaan over de resultaten die het college moet be-

8

reiken. Ook bemoeilijkt het een beoordeling van de mate waarin het college de doelen bereikt heeft. Deelvraag 6: Welke verbetermaatregelen zijn er voor de wijze waarop het college de relatie legt tussen de kostenbeheersing en de door de raad vastgestelde doelen voor de Jeugdwet? • De relatie tussen de doelen en de financiële gevolgen daarvan zijn onvoldoende uiteengezet in de begroting. Hierdoor is de relatie tussen inhoud en financiën niet te leggen in de verantwoording. • We constateren dat er geen duidelijk zichtbare koppeling is gelegd tussen de te bereiken doelstellingen en de daarvoor benodigde financiële middelen. Inzicht is gewenst in de samenhang tussen de financiële middelen en de te bereiken doelstellingen, en de met de doelstellingen samenhangende risico’s. Omdat er geen zichtbare koppeling is gelegd tussen de doelstellingen van de gemeente en de financiële middelen die nodig zijn geweest om deze doelstellingen te realiseren, is het niet eenvoudig om te beoordelen of de doelen, in financieel opzicht, zijn behaald. Deelvraag 7: In hoeverre voldoet de informatievoorziening aan de raad gericht op de bestedingen en de te realiseren doelen? • Het college informeert de raad via tussenrapportages over de financiële voortgang van de jeugdhulp. • De gestelde doelen zijn transparant maar niet altijd even duidelijk (concreet en meetbaar) voor de raad.

Dit terwijl de raad de kaderstellende rol heeft. Dit heeft enerzijds met de materie te maken en anderzijds met de complexiteit van de aangeleverde documenten. De informatie is soms versnipperd en daardoor lastig te begrijpen als je er niet dagelijks mee bezig bent. • We merken dat de raadsleden zoekende zijn in hun kaderstellende en controlerende rol. Eén van de redenen waarom de controlerende rol niet goed tot stand kan komen, is de communicatie vanuit het college naar de raad. Dit wordt als onvoldoende ervaren. De inhoud achter de cijfers is lastig te achterhalen. Deelvraag 8: Op welke wijze kan de informatievoorziening aan de gemeenteraad verbeterd worden? • Concrete en meetbare doelen opstellen zodat de kaderstellende en controlerende rol beter uitgevoerd kan worden. • Er zijn verschillende meningen over de kwaliteit van de informatievoorziening tussen de diverse afdelingen, raad en college. De geïnterviewde raadsleden zijn van mening dat er sprake is van een informatieachterstand, de organisatie is van mening dat ze de raad uitgebreid en breed informeert en de wethouder denkt dat juist in de overvloed van informatie de relevantie verloren gaat en daarmee de boodschap niet duidelijker wordt.

9

•

Meer aanmeldingen vanuit de gemeenteraad voor de themabijeenkomsten die georganiseerd worden vanuit het college, waarbij tevens in gesprek kan worden gegaan met de doelgroep (lees: jeugdigen). Eerdere themabijeenkomsten hebben namelijk aangetoond dat er meer animo is vanuit de gemeenteraad als er jeugdigen aanwezig zijn. Uit de ambtelijke en bestuurlijke reactie (zie bijlage 5) is gebleken dat er niet eerder jeugdigen zijn uitgenodigd voor de themabijeenkomsten. Ook is gebleken dat de bijeenkomsten voldoen aan de wensen van de gemeenteraad en goed worden bijgewoond door de raadsleden.

Deelvraag 9: Zijn er cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd en zo ja: a) Wat zijn hiervan de resultaten? b) Welke verbetermaatregelen zijn er doorgevoerd n.a.v. de cliëntervaringsonderzoeken? c) Wat zijn hiervan de resultaten? • Er zijn cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd. De opzet en resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de jaarlijkse monitor Sociaal Domein. • Aan de hand van onder andere deze onderzoeken zijn er diverse verbetermaatregelen ingezet: er is een praktijkondersteuner in dienst gekomen bij de huisartsen zodat de kosten worden gedrukt op de doorverwijzingen, er zijn volgens mededeling van de wethouder prestatieafspraken gemaakt met de uitvoerende partij (LEV groep) en er zijn (financiële) monitors ingezet. - Praktijkondersteuner: de praktijkondersteuner is de verbinding tussen de huisartsen en de gemeente. Er is goed contact tussen beide partijen. De ervaring en kennis van de praktijkondersteuner is dermate goed dat ze veel zorg zelf op kan pakken. Hierdoor zijn er minder doorverwijzingen vanuit de huisarts. Dit zorgt ervoor dat de wachttijden en kosten van de gemeente dalen. Echter is er een financiële- en capaciteitsissue. Er is slechts één praktijkondersteuner waardoor de werkdruk hoog is en het een kwetsbare functie is. Daarnaast heerst er ontevredenheid over de financiële vergoeding voor de praktijkondersteuner.

Het wegvallen van de praktijkondersteuner zou zowel voor de huisartsen, de jeugdigen en de gemeente een negatieve uitkomst hebben voor de zorg. - Prestatieafspraken met de LEV groep: vanuit het college is aangegeven dat er prestatieafspraken zijn gemaakt met de uitvoerder. Maar dit vertaalt zich niet door naar de uitvoering volgens de organisatie en de raad. De jeugd- en gezinswerkers hoeven weinig tot geen verantwoording af te leggen naar de gemeente. - (Financiële) monitors: de monitors zijn belangrijke documenten waar het college veel waarde aan hecht. Maar dat geeft onvoldoende informatie om de controlerende rol uit te voeren. • Gedurende het onderzoek van de rekenkamercommissie is één jeugdige gesproken over de ontvangen jeugdzorg. De hulp wordt als positief ervaren. Binnen het gezin zijn er meer zorgverleners maar de jeugdige heeft slechts te maken met één jeugdwerker. Dat wordt als fijn

10

ervaren. Er is geen kennis over (groeps)activiteiten vanuit de gemeente (bijv. de huiskamer), wat wel als leuk zou worden ervaren.

5.

Conclusie en aanbevelingen

Conclusie De hoofdvraag van dit onderzoek luidt: Is de Jeugdwet in de gemeente Nuenen in 2018 en 2019 doelmatig uitgevoerd? Uit de analyse van de deelvragen blijkt dat de doelmatigheid van de uitvoering van de Jeugdwet in de gemeente Nuenen voor verbetering vatbaar is. Dit blijkt uit de volgende conclusiepunten: • Financiële monitoring vanaf 2017 zodat inzicht is in de uitgaven ten opzichte van de begroting. • De informatievoorziening vanuit de ambtenaren naar het college wordt als volledig en goed ervaren. Het college heeft hierdoor meer inzicht in de uitvoering van de Jeugdwet. • Inzet van praktijkondersteuner zorgt voor kortere wachttijden bij de gemeente en de kosten zijn binnen het begrotingsbudget. • Positieve geluiden vanuit de jeugdige met betrekking tot de geleverde zorg. • Doelen gesteld in de begroting welke verantwoord zijn in de jaarrekening. Maar niet alle doelen zijn concreet en meetbaar volgens de organisatie. Ook ontbreekt de financiële verbinding. • De geïnterviewde vertegenwoordigers van de gemeenteraad verwachten dat de doelen geconcretiseerd worden door de organisatie, terwijl dit een taak is van de kadersteller zelf. • Ruimte voor verbetering wat betreft vroegsignalering van problematiek. Vroege signalering kan doorverwijzing naar jeugdhulp voorkomen. • Er heerst onduidelijkheid over de informatievoorziening en -behoefte voor en van de raad.

De controlerende rol kan hierdoor onvoldoende worden uitgeoefend. • De prestatieafspraken met de LEV groep vertaalt zich niet door naar de uitvoering volgens de organisatie en de raad. De jeugd- en gezinswerkers hoeven weinig tot geen verantwoording af te leggen naar de gemeente. Aanbevelingen Uit het onderzoek blijken de volgende aanbevelingen: • Stel concrete en meetbare doelstellingen op Bij het opstellen van duidelijke en meetbare doelstellingen is het van belang aandacht te hebben voor de wijze waarop de doelen met elkaar samenhangen. Wij stellen voor deze herijking van het beleid vooraf te laten gaan aan een onderzoek naar de mate waarin de doelen uit het huidige beleid bereikt zijn. Dit betekent het volgende voor de aanpak: a) Evalueer het beleid. Beoordeel in hoeverre de doelen bereikt zijn, zodat de resultaten van het huidige beleid als input kunnen dienen voor het nieuwe beleid. b) Herijk het beleid:

11

a. Maak de doelstellingen zo duidelijk en meetbaar mogelijk (‘SMART’) b. Breng de samenhang tussen de doelen in beeld c) Verbindt (financiële) indicatoren aan de doelstellingen om de voortgang te kunnen beoordelen •

Verduidelijk de informatievoorziening naar de raad - Analyseer de informatiebehoefte en pas hier de frequentie en inhoud op aan. - Zorg voor een volledig overzicht zodat de raadsleden niet zelf hoeven te zoeken in de berg met informatie.

•

Maak duidelijke prestatieafspraken met de uitvoerende partij De prestatieafspraken met de uitvoerende partij zijn erg vrijblijvend. Dit zorgt ervoor dat de uitvoerende partij veel vrijheid heeft in de te leveren zorg. Dit verhoogt enerzijds de kwaliteit van de zorg. Anderzijds heerst er ook behoefte aan strakkere afspraken, zodat de prestatie gemonitord kan worden en de organisatie de kosten beter kan beheersen.

•

Verbeter de positie van de praktijkondersteuner De voordelen van de inzet van de praktijkondersteuner zijn zichtbaar. Het zorgt ervoor dat wachttijden verminderen bij de gemeente en het drukt de kosten. Tot slot heeft de zorgbehoeftige één contactpersoon in plaats van directe doorverwijzing vanuit de huisarts indien er geen praktijkondersteuner is. Zorg ervoor dat de praktijkondersteuner geen kwetsbare functie meer is. Op dit moment is het namelijk een solo-positie. Heb daarnaast oog voor de financiële waardering van de praktijkondersteuner. Wellicht zijn er afspraken te maken met de huisarts over de onderlinge vergoeding hiervoor.

•

Verbeter de positie/kwaliteit van onderwijsinstellingen voor vroegsignalering Scholen spelen een belangrijke rol in de vroegsignalering van problematiek. Om deze rol beter te kunnen benutten, dient er een goede relatie te zijn tussen het CMD en de onderwijsinstellingen. Onderhoud daardoor het contact met onderwijsinstellingen, geef hen voorlichting over vroegsignalering en waar ze op kunnen letten en leg korte lijntjes met het CMD. Het CMD is hierdoor eerder op de hoogte van eventuele problematiek en kan voorzieningen uit het voorliggend veld beter benutten. Een betere relatie met de onderwijsinstellingen kan ook de bekendheid van georganiseerde activiteiten vanuit de gemeente bevorderen. Uit de reactie in het kader van de hoor en wederhoor van de ambtelijke en bestuurlijke organisatie (zie bijlage 5) is aangegeven dat er twee pilots volgend jaar van start gaan in het basisen voortgezet onderwijs om vroegsignalering te bevorderen.

12

Bijlage 1: Hoofd- en deelvragen Hoofdvraag Is de Jeugdwet in de gemeente Nuenen in 2018 en 2019 doelmatig uitgevoerd?

Deelvragen 1. Wat zijn de (voorgenomen) bestedingen voor de Jeugdwet in de periode van 1 januari 2015 tot heden? Welke tussentijdse bijstellingen van het budget hebben plaatsgevonden? 2. Welke doelen heeft de gemeenteraad geformuleerd voor de Jeugdwet? 3. Welke beheersmaatregelen heeft het college getroffen om de kosten te beheersen? 4. Welke maatregelen kunnen de kostenbeheersing verbeteren? 5. In hoeverre voldoet de wijze waarop het college de relatie legt tussen de kostenbeheersing en de door de raad vastgestelde doelen voor de Jeugdwet? 6. Welke verbetermaatregelen zijn er voor de wijze waarop het college de relatie legt tussen de kostenbeheersing en de door de raad vastgestelde doelen voor de Jeugdwet? 7. In hoeverre voldoet de informatievoorziening aan de raad gericht op de bestedingen en de te realiseren doelen? 8. Op welke wijze kan de informatievoorziening aan de gemeenteraad verbeterd worden? 9. Zijn er cliëntervaringsonderzoeken uitgevoerd en zo ja: a) Wat zijn hiervan de resultaten? b) Welke verbetermaatregelen zijn er doorgevoerd n.a.v. de cliëntervaringsonderzoeken? c) Wat zijn hiervan de resultaten?

13

Bijlage 2: Overzicht van verstrekte documenten 2014 • • • • • • • • • •

Leeswijzer opbouw begroting voor deel 1 2014 Programmabegroting deel 1 2014-2017 Programmabegroting deel 2 2014-2017 Programmabegroting deel 3 2014-2017 Programmabegroting deel 4 2014-2017 Jaarrekening 2014 Tussentijdse financiele rapportage tweede kwartaal 2014 Tussentijdse rapportage 1e kwartaal 2014 Tussentijdse rapportage 3e kwartaal 2014 Tussentijdse rapportage 4e kwartaal 2014

2015 • • • • • • • • • • • •

Beleidsplan jeugd Visiedocument - Persoonlijk en dichtbij Sturingsvisie inkoop jeugdhulp en Wmo begeleiding 20141106 Motie Wmo Monitoring sociaal domein aangenomen Jaarstukken 2015 Programmabegroting Nuenen 2015 - 2018 Tussentijdse rapportage 1e kwartaal 2015 Tussentijdse rapportage 2e kwartaal 2015 Tussentijdse rapportage 3e kwartaal 2015 Tussentijdse rapportage 4e kwartaal 2015 Monitor Sociaal Domein 2015 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2015

2016 • • • • • • • • • • •

Beleidsplan sociaal domein 2016 - 2019 20160707 Amendement Monitor Scoiaal Domein - rapportage, aangenomen 20151105 Amendement Programmabegroting 2016 Sociaal Domein Aangenomen Jaarstukken 2016 Programmabegroting 2016 Tussentijdse rapportage 1e kwartaal 2016 Tussentijdse rapportage 2e kwartaal 2016 Tussentijdse rapportage 3e kwartaal 2016 Tussentijdse rapportage 4e kwartaal 2016 Monitor Sociaal Domein 2016 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2016

14

2017 • • • • • • • • • • • • •

Verordening jeugdhulp 2017 Financiële verordening gemeente Nuenen 2017 2018-58 Amendement Monitor sociaal domein 2017 2017-41 Motie Monitor Sociaal Domein 201711019 Amendement Begroting A5 Vangnet transities sociaal domein Jaarstukken 2017 Programmabegroting 2017-2020 Tussentijdse rapportage 1e kwartaal 2017 Tussentijdse rapportage 2e kwartaal 2017 Tussentijdse rapportage 3e kwartaal 2017 Tussentijdse rapportage 4e kwartaal 2017 Monitor Sociaal Domein 2017 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2017

2018 • • • • • • • • • •

Visie inkoop sociaal domein Dommelvallei+ Actualisering beleid sociaal domein 2018 - 2019 Jaarstukken 2018 Meerjarenbegroting 2018-2021 Tussentijdse rapportage 1e kwartaal 2018 Tussentijdse rapportage 2e kwartaal 2018 Tussentijdse rapportage 3e kwartaal 2018 RIB Tussentijdse rapportage 4e kwartaal 2018 Monitor Sociaal Domein 2018 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2018

2019 • • • • • • • • • • • • •

Concept contouren inkoopstrategie jeugdhulp Programmabegroting 2019 Programmabegroting 2020 en meerjarenraming 2021-2023 Tussentijdse rapportage najaar 2019 Tussentijdse rapportage voorjaar 2019 Kostenoverzicht en beeld spelers jeugdzorg Omgevingsvisie intakefase 2019 Omgevingsagenda omgevingsvisie 2019 Omgevingsagenda participatieverslag 2019 Monitor Sociaal Domein 2019 Rapport interne controle Jeugd 2019 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2019 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers en verplichtingen 2019

15

2020 • •

Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers t.o.v. begroting 2020 t/m q3 Financiële monitoring o.b.v. werkelijke cijfers en verplichtingen 2020 t/m q3

16

Bijlage 3: Lijst met geïnterviewden • •

• • • • • •

Portefeuillehouder sociaal domein: Ralf Stultiëns Vertegenwoordigers van de gemeenteraad: John geven (W70), Ronald Thomassen (PvdA) en Tineke Wieringa (Groenlinks) Eindverantwoordelijke voor het beleid van het sociaal domein: Maya van Dongen Coördinator CMD: Rolien Leenhouts Financieel controller: Henk Meulendijks Praktijkondersteuner: Annemarie Kok Jeugd- en gezinswerkers: Ivo Drissen, Monique Verheijen en Dian Linders Jeugdige: naam bekend bij onderzoekers

17

Bijlage 4: Kostenoverzicht 2015 – 2019 Onderstaande cijfers zijn niet inhoudelijk beoordeeld en gecontroleerd. Budget Jeugd vanuit gemeentefonds 2015 2016 2017 2018 2019 N.v.t

€ 3.473.590 € 2.838.222 € 2.847.661 € 3.013.338

Budget in primaire begroting € 2.977.343 € 2.391.385 € 2.443.657 € 2.502.532 € 2.492.364

Budget in begroting na wijziging

Gerealiseerde kosten Jeugd in jaarrekening

€ 2.977.343 € 2.551.910 € 2.434.244 € 2.504.998 € 2.409.854 € 3.364.399 € 2.595.610 € 3.619.454 € 3.462.364 € 3. 436.423 realisatie tot 1 november 2019

18

Bijlage 5: Bestuurlijke- en ambtelijke reactie hoor en wederhoor In het kader van de hoor en wederhoor is bestuurlijk en ambtelijk een reactie gegeven op de conceptrapportage. Deze bijlage is naast het rapport aangeboden.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11009059/1