2022-07 RV Bijlage 4 Advies van de onafhankelijke commissie voor de bezwaarschriften
Tekst van het document
Zaaknummer: 151184 Gemeente Nuenen c.a.
Advies van de algemene kamer van de commissie voor de bezwaarschriften betreffende het bezwaarschrift ingediend door de heer en mevrouw Goossens(-Beekers) Onderwerp van geschil Bij brief van 1 maart 2021 is door de heer L. Goossens en mevrouw M. Goossens-Beekers (hierna: reclamanten) bezwaar gemaakt tegen de beschikking van 10 februari 2021 waarbij de gemeenteraad op 4 februari 2021 besloten heeft de nader aangeduide percelen op Landgoed Gulbergen aan te wijzen als gronden waarop een voorkeursrecht gelegd is. Procedure Op maandag 14 juni 2021 heeft een hoorzitting plaatsgevonden waarbij reclamanten, en vertegenwoordigers van de gemeenteraad in de gelegenheid zijn gesteld hun standpunten toe te lichten ten overstaan van de algemene kamer van de commissie voor de bezwaarschriften (hierna: commissie). Van de hoorzitting is een verslag gemaakt. Het verslag maakt deel uit van dit advies.
Ontvankelijkheid Beoordeeld moet worden of reclamanten in het bezwaar kunnen worden ontvangen. Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid zijn de volgende bepalingen van belang: • op grond van artikel 8:1 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan een belanghebbende beroep instellen bij de rechtbank; • artikel 1:2 Awb geeft een omschrijving van het begrip belanghebbende; • op grond van artikel 7:1 Awb dient degene die gerechtigd is tot het instellen van beroep op een bestuursrechter eerst bezwaar te maken tegen het bestreden besluit; • op grond van artikel 6:7 Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift 6 weken na bekend maken van het besluit; • in artikel 7:11 Awb is bepaald dat in de bezwaarschriftenfase op grondslag van het bezwaarschrift een volledige heroverweging dient plaats te vinden van het bestreden besluit.
De commissie constateert dat het bezwaarschrift binnen de gestelde termijn is ingediend en reclamanten belanghebbenden zijn omdat eigenaren zijn van een perceel waarop het voorkeursrecht (mede) gelegd is, ter plaatse bekend als Vaarle 8 te Nuenen. De commissie concludeert dat reclamanten in het bezwaar kunnen worden ontvangen, nu van enig andere ontvankelijkheidsbelemmering niet is gebleken.
Samenvatting van de bezwaren Reclamanten stellen samenvattend het volgende. 1. Reclamanten verkeren al jarenlang in onzekerheid. Met de bestemmingswijziging van agrarisch gebied in recreatiegebied weten zij nog steeds niet wat de concrete plannen zijn met het gebied waarin zij wonen. De gemeenteraad kan geen voorkeursrecht opleggen omdat nog niet duidelijk is wat er precies op het perceel gaat komen, hetgeen zijn weerslag vindt in de waarde van het perceel. 2. Reclamanten vrezen dat zij geen invioed hebben op het tempo van de onderhandelingen, waarbij een derde, de MRE, mogelijk als koper zich aandient. Reclamanten wensen duidelijkheid omtrent de te verwachten verkoopprijs bij eventuele onteigening omdat zij geen grip menen te hebben op de onderhandelingen. Reclamanten hebben eerder al vruchteloos tijd verspild aan onderhandelen en wensen dit niet nog eens mee te maken.
pagina 1 van 3 Bezwaar Goossens; zaaknr. 151184
Samenvatting verweer van de gemeenteraad De gemeenteraad (hierna de raad) is samenvattend het volgende van oordeel. 1. Het toekomstige grondgebruik van het onderhavige perceel hoeft na vestiging van het voorkeursrecht nog niet vastomlijnd te zijn. Niettemin dient de raad binnen drie jaar na het opleggen van het voorkeursrecht duidelijkheid te verschaffen omtrent de concrete ruimtelijke invulling op onderhavig perceel anders vervalt het (hier bestreden) aanwijzingsbesluit van rechtswege. Tegen de eventuele wijziging van het bestemmingsplan staan overigens ook rechtsmiddelen open. 2. Met de gewijzigde bestemming zal de waarde van de grond beinvioed worden. De familie Goossens hebben wel degelijk invioed omdat zij het initiatief kunnen nemen in de verkoop van hun grond. Daarnaast kunnen zij als het college niet voortvarend in de onderhandelingen optreedt, de rechtbank verzoeken een prijsvaststellingsprocedure te starten ex artikel 13, eerste lid, van de Wet voorkeursrechten gemeenten (verder Wvg). Verder zijn zij niet gehouden om te vertrekken; het voorkeursrecht behelst slechts dat bij verkoop het perceel eerst aan de gemeente aangeboden moet worden. Tot slot mag de gemeente na verkrijging van het perceel, waarop het voorkeursrecht thans gevestigd is, dit perceel weer doorverkopen aan een derde, wat niet ongebruikelijk is.
Wettelijke regelingen Wet voorkeursrecht gemeenten (verder: Wvg) Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb)
Overwegingen De commissie dient te beoordelen of het genomen besluit terecht en op goede gronden is genomen en aldus in stand kan blijven. De commissie heeft kennis genomen van de inhoud van de stukken. Gelet op de inhoud van de stukken en het verhandelde tijdens de hoorzitting, ovenveegt de commissie het volgende.
Uit de bezwaren leidt de commissie af dat reclamanten niet of nauwelijks zijn gei'nformeerd omtrent hun rechtspositie na vestiging van het voorkeursrecht. Ook in het aanwijzingsbesluit wordt niet gemotiveerd wat de rechtsgevolgen zijn in het bijzonder voor reclamanten als eigenaar van een perceel in het aangewezen gebied. Het bestreden besluit heeft naar het oordeel van de commissie dan ook een motiveringsgebrek dat in bezwaar geheeld dient te worden (art. 6:22 Awb). Hetgeen verweerder namens de raad in diens verweerschrift heeft toegelicht (onder 1.), dient als motivering in de beslissing op bezwaar opgenomen te worden, zodat voornoemd gebrek geheeld is: Een voorkeursrecht kan worden opgelegd ook als nog geen zekerheid bestaat over de verwezenlijking van de beoogde uitwerking (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de ABRvS) van 26 September 2012, ECLI:NL;RVS:2012:BX8248). Inherent aan de vestiging van een voorkeursrecht op basis van een structuurvisie is derhalve dat nog niet vaststaat hoe de precieze invulling op een specifiek perceel eruit zal zien. Op basis van artikel 4 van de Wvg is het namelijk mogelijk om een voorkeursrecht op te leggen op basis van een structuurvisie waarin (slechts) “aanwijzingen zijn gegeven voor de bestemming”.
De toegedachte recreatieve bestemming staat omschreven in de in 2020 laatstelijk gewijzigde Structuurvisie Nuenen c.a. en wijkt af van de huidige agrarische bestemming. De gemeenteraad benadrukt dat uit het stelsel van de Wvg voIgt dat binnen drie jaar na het opleggen van het voorkeursrecht duidelijkheid moet bestaan over de precieze invulling. Immers, binnen die termijn moet er een bestemmingsplan worden vastgesteld om de working van het voorkeursrecht te laten voortduren. Terecht wordt gesteld dat het uiteindelijke toegestane grondgebruik bepalend is voor de waarde van het perceel. Dat heeft echter niets te maken met het opgelegde voorkeursrecht, maar met het pagina 2 van 3 zaaknr. 151184
vaststellen van een bestemmingsplan waarin lucratieve of niet lucratieve bestemmingen voorkomen. Die zekerheid wordt pas verkregen als het nieuwe bestemmingsplan is vastgesteld. Tegen de wijziging van het bestemmingsplan staan dan ook rechtsmiddelen open.
Reclamanten hebben als eigenaren van het perceel wel degelijk invioed op het tempo van de onderhandelingen. Zo kunnen zij zelf het moment bepalen wanneer zij het perceel te koop aanbieden. Anderzijds kunnen reclamanten wanneer zij de onderhandelingen niet voortvarend genoeg vinden gaan, de rechtbank verzoeken om binnen vier weken een zgn. prijsvaststellingsprocedure te starten (art. 13 lid 1 Wvg). Tot slot zijn reclamanten niet gehouden om na vestiging van het voorkeursrecht te vertrekken. Het voorkeursrecht bepaalt louter dat zij bij voorgenomen verkoop van het desbetreffende perceel dit eerst aan de gemeente moeten aanbieden. Een en ander om te voorkomen dat een eigenaar zijn perceel verkoopt aan een derde die vervolgens de planologische ontwikkeling kan frustreren. De strekking van de Wvg is dat met het vestigen van het voorkeursrecht het algemeen belang prevaleert boven het individuele financiele belang van rechthebbenden.
Reclamanten hebben wel degelijk invioed op het tempo van de onderhandelingen, omdat zij het initiatief kunnen nemen in de verkoop van hun grond. Daarnaast kunnen zij als het college niet voortvarend in de onderhandelingen optreedt, de rechtbank verzoeken een prijsvaststellingsprocedure te starten ex artikel 13, eerste lid. Wvg. Verder zijn zij niet gehouden om te vertrekken; het voorkeursrecht behelst slechts dat bij verkoop het perceel eerst aan de gemeente aangeboden moet worden. Dat de gemeente een perceel dat zij via een voorkeursrecht heeft verkregen weer doorverkoopt aan een derde is niet ongebruikelijk. De gemeente Nuenen c.a. mag dit doorverkopen aan de Metropoolregio Eindhoven (MRE) aangezien dit een openbaar lichaam is, dat op grond van een Gemeenschappelijke Regeling is ingesteld door meerdere gemeenten waaronder de gemeente Nuenen c.a. De MRE kan zelf geen voorkeursrecht vestigen aangezien de gemeenteraad van desbetreffende gemeente daartoe bevoegd is (art. 2 Wvg). Voor het overige kunnen de bezwaren niet leiden tot een andersluidend besluit, zodat het bezwaarschrift ongegrond verklaard wordt en het besluit - onder verbetering van de motivering - in stand kan blijven. Advies De commissie adviseert de bezwaren ongegrond te verklaren en het bestreden besluit onder verbetering van de motivering te handhaven.
Nuenen, 12 augustu?. 2020. De algemene kapFrbr van de commissie voornoemd, de secretaris, Z X de voorzitter,
BEHANDELD 2 7 SEP. 2121 ihi
•. A. Spaan
'hr. m
Iwars
pagina 3 van 3 zaaknr. 151184
’’