2022-06 RV Bijlage 1b - Regels bestemmingsplan
Tekst van het document
8.3.4 Afrastering zwembaden en vergelijkbare recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.3 voor een afrastering voor zwembaden en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen, tot een maximale bouwhoogte van 4,00 meter, mits: a. b.
de afrastering wordt aangelegd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven.
8.3.5 Zendmasten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.2.3 voor zendmasten en bijbehorende gebouwen ten behoeve van telefonie, tot een maximale bouwhoogte van de zendmasten van 43,00 meter en van de bijbehorende gebouwen van 3,00 meter mits: a. b. 8.4
de zendmast bereikbaar blijft in verband met onder andere onderhoudswerkzaamheden; de plaatsing van de zendmast geen onveilige verkeerssituatie tot gevolg heeft. Specifieke gebruiksregels
8.4.1 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven Een niet-publieksaantrekkend aan huis verbonden beroep of bedrijf bij een (bedrijfs)woning is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
30
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of
bestemmingsplan Eeneind 2018
b. c. d. e. f.
bedrijfsactiviteiten; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; de activiteit mag niet vergunningplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
8.4.2 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; b. woondoeleinden, uitgezonderd ter plaatse van de aanduidingen 'wonen' en 'bedrijfswoning'; c. het splitsen van een (bedrijfs)woning in twee of meer zelfstandige woonruimtes; d. (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; e. een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; f. autohandel; g. horeca, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; h. detailhandel, anders dan als bedoeld in artikel 8.4.3 en 8.4.4; i. seksinrichting; j. recreatieve voorzieningen; k. buitenopslag voor de voorgevellijn; l. geluidzoneringsplichtige inrichtingen; m. risicovolle inrichtingen; n. ondergronds bouwen buiten het bouwvlak. 8.4.3 Vormen van detailhandel Detailhandel is uitsluitend in de volgende vormen toegestaan: a.
detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit in ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen.
8.4.4 Vormen van internethandel Internethandel is uitsluitend toegestaan in de vorm van niet-publieksgericht en zonder showroom of afhaalpunt. 8.4.5 Caravanstalling Caravanstalling en daarmee vergelijkbare stalling van campers, boten, aanhangers, vouwwagens, auto's in afwachting van en/of gereed na bekleding door de bijbehorende autobeklederij en auto's die slechts in een bepaalde periode gebruikt mogen worden en/of voor een bepaalde periode zijn geschorst (oldtimers), is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - caravanstalling', waarbij zowel binnen- als buitenstalling van de caravans en overige toegestane voer- en vaartuigen is toegestaan.
bestemmingsplan Eeneind 2018
31
8.5
Afwijken van de gebruiksregels
8.5.1 Recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.2, voor de aanleg van recreatieve voorzieningen, mits: a. b. c. d.
de recreatieve voorziening wordt aangelegd achter de naar de weg gekeerde bouwgrens, op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en van de achterperceelgrens; de recreatieve voorziening onderdeel uitmaakt van de tuin naar verschijningsvorm, oppervlakte en gebruiksmogelijkheden; verlichtingsmasten niet zijn toegestaan; de kortste afstand van de recreatieve voorziening tot de zijdelingse perceelsgrens en achterperceelgrens minimaal 5,00 meter bedraagt.
8.5.2 Toestaan andere bedrijfsvormen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.1.1 onder a, teneinde bedrijven die niet zijn opgenomen in de bedrijvenlijst (zie bijlage 1 bij de regels) toe te staan die qua aard, omvang en invloed op het milieu en de omgeving gelijk te stellen zijn, mits: a. b. c. d.
het geen geluidzoneringsplichtige inrichtingen betreft; omtrent de vergelijkbaarheid van de invloed op het milieu en de omgeving advies wordt gevraagd aan een onafhankelijke ter zake deskundige; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
8.5.3 Autohandel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.2 onder f, teneinde autohandel toe te staan, mits: a. b. c. d.
de omgevingsvergunning uitsluitend wordt verleend voor de uitoefening van autohandel door één bedrijf; de perceelsoppervlakte minimaal 1.000 m2 bedraagt; op eigen terrein achter de voorgevellijn voldoende ruimte is voor de handel c.q. stalling van auto's voor de verkoop; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
8.5.4 Wonen in voormalige bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.1.1 onder e, teneinde wonen in een voormalige bedrijfswoning toe te staan, mits: a. b.
aangetoond is dat de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredig nadelige gevolgen voor bedrijven in de omgeving; aangetoond is dat er bij de betreffende woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
8.5.5 Toevoegen bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.2 onder b, teneinde een nieuwe bedrijfswoning toe te staan, mits:
32
bestemmingsplan Eeneind 2018
a. b. c. d. e.
de nieuwe bedrijfswoning op de verdieping wordt gerealiseerd, boven het betreffende bijbehorende bedrijf; per bestaand bouwperceel niet meer dan één bedrijfswoning wordt gerealiseerd; aangetoond is dat er bij de betreffende bedrijfswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
8.5.6 Publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, mits: a.
b. c. d. e. f.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroepsof bedrijfsactiviteiten aan huis; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
8.5.7 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.2, ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast tot maximaal 2 slaapplaatsen, mits: a. b. c. d.
de vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen niet meer bedraagt dan 50 m²; het gebruik ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast gekoppeld en ondergeschikt is aan de woonfunctie ter plaatse; de woning als zodanig herkenbaar blijft; de bed & breakfastvoorziening: 1. binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 2. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan; 3. de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig beïnvloedt; 4. geen onevenredige nadelige gevolgen oplevert voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.
8.5.8 Detailhandel in lunch of diner gerelateerde producten Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.3, voor het toestaan van detailhandel in lunch of diner gerelateerde producten, mits: a.
b.
de detailhandel in hoofdzaak is gericht op de bedrijven op het omliggende bedrijventerrein, met daarop afgestemde openingstijden, die beperkt blijven tot maximaal 8 uur per dag in de periode tussen 10.00 uur en 20.00 uur; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse;
bestemmingsplan Eeneind 2018
33
c. d.
34
de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 9 9.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
9.1.1 Algemeen De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
beplantingen; sport- en spelvoorzieningen; extensieve recreatieve voorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen ter ontsluiting, zoals toegangswegen en fietspaden; beeldende kunstwerken; kapellen; gedenktekens; een jongeren ontmoetingsplek; geluidwerende voorzieningen; retentievoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’; een en ander met de bijbehorende voorzieningen. 9.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Gebouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde voor de in artikel 9.1 genoemde bestemming. 9.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b. c.
de oppervlakte van een overkapping voor een jongeren ontmoetingsplek mag maximaal 10 m² bedragen; het aantal vlaggenmasten binnen de bestemming mag ten hoogste 3 bedragen; de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de hoogte van erfafscheidingen maximaal 1,00 meter mag bedragen; 2. de hoogte van gedenktekens en reclamezuilen maximaal 2,00 meter mag bedragen; 3. de hoogte van vlaggenmasten maximaal 6,00 meter mag bedragen; 4. de hoogte van voorzieningen voor verlichting en verkeersgeleiding, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, maximaal 8,00 meter mag bedragen.
bestemmingsplan Eeneind 2018
35
9.3 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; recreatiedoeleinden, behoudens extensief recreatief medegebruik en sport- en speldoeleinden.
9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden 9.4.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de als 'Groen' aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone groenblauwe mantel' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden.
9.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 9.4.1 is niet van toepassing voor: a. b. c.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
9.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 9.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 9.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 9.5
Wijzigingsbevoegdheid
9.5.1 Wijziging in de bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Wonen' voor de vergroting van een aan de bestemming 'Groen' grenzende tuin, met dien verstande dat: a.
b. c.
d. e.
36
het zogenaamd snippergroen of restgroen betreft c.q. groen dat geen deel uitmaakt van grotere groenstructuren of anderszins van geen of nauwelijks nut voor de gemeente is. Gronden voor leidingen en waterberging vallen hieronder niet; het groen gelegen is direct grenzend aan een (bebouwd) perceel met de bestemming 'Wonen' en heeft of krijgt hiermee een functionele relatie; openbaar groen dat binnen de zogenaamde hoofdstructuur ligt of dat beeldbepalend is voor een wijk of straat, niet voor wijziging in aanmerking komt. Onder beeldbepalend wordt verstaan dat het groen een substantiële bijdrage levert aan het karakter en de kwaliteit van de woonomgeving en dat aantasting van deze elementen leidt tot verarming daarvan; de wijziging geen problemen mag opleveren vanuit het oogpunt van sociale en verkeersveiligheid; indien het snippergroen grenst aan een rij percelen met woningen, de wijziging betrekking dient te hebben op de gehele, aan de rij percelen grenzende, strook snippergroen.
bestemmingsplan Eeneind 2018
bestemmingsplan Eeneind 2018
37
Artikel 10 10.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
10.1.1 Algemeen De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met uitzondering van uitvaarthuizen; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
tuinen, paden en erven; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; voorzieningen voor verkeer en verblijf; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; sport- en spelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; beeldende kunstwerken.
10.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b.
gebouwen voor de in artikel 10.1 genoemde bestemming; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.
10.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c.
d. e. f.
binnen het bouwvlak mogen gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; in afwijking van het bepaalde onder b. mag ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwd oppervlak' de oppervlakte van gebouwen binnen de aanduiding 'bouwvlak' ten hoogste de aangeduide oppervlakte bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter; in geval van een kap is de dakhelling tussen de 30 en 50o gelegen.
10.2.3 Nutsvoorzieningen Voor gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. b.
de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m². de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3,00 meter.
10.2.4 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels:
38
bestemmingsplan Eeneind 2018
a. b. c.
10.3
buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd; per gebouw mogen maximaal 3 vlaggenmasten worden opgericht; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met uitzondering van: 1. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de voorgevel van het hoofdgebouw maximaal 1,00 meter en achter de voorgevel maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. kunstwerken, waarvan de bouwhoogte maximaal 4,00 meter mag bedragen; 3. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; 4. lichtmasten, voor zover noodzakelijk voor een veilige verkeersafwikkeling, waarvan de bouwhoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen. Afwijken van de bouwregels
10.3.1 Afwijken bouwhoogte erfafscheiding vóór de voorgevellijn Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 10.2.4 onder c teneinde een erfafscheiding toe te staan van maximaal 2,00 meter, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
10.4
Het uitzicht wordt niet dusdanig belemmerd dat daardoor de verkeersveiligheid in gevaar wordt gebracht. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven. De afwijking leidt niet tot een onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving. Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Verboden gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. b. c. d. e.
het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen, van wagens, geschikt en bestemd voor de uitoefening van handel; (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; ondergronds bouwen buiten het bouwvlak; zelfstandige horeca; detailhandel.
bestemmingsplan Eeneind 2018
39
Artikel 11 11.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
11.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; sport- en spelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; beeldende kunstwerken; gedenktekens; geluidwerende voorzieningen; retentievoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden ter plaatse van de aanduiding ‘groenblauwe mantel’, een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 11.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. b.
de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen.
11.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd voor de in artikel 11.1 genoemde bestemming. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 3,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de verkeersgeleiding en wegverlichting maximaal 8,00 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gedenktekens maximaal 2,00 meter mag bedragen. 11.3 Specifieke gebruiksregels Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor: a.
40
het parkeren en/of stallen van voertuigen die zijn bedoeld voor handel en/of reparatie.
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 12 12.1
Verkeer - Railverkeer
Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Algemeen De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen en de daarbij behorende bermen, taluds en spoorwegovergangen; b. voorzieningen voor verkeer en verblijf; c. parkeervoorzieningen; d. groenvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. bruggen; g. wildbegeleidings- en -beschermingsvoorzieningen; h. beeldende kunstwerken; i. gedenktekens; j. geluidwerende voorzieningen; k. retentievoorzieningen; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. 12.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Gebouwen Op de voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen voor nutsvoorzieningen, met dien verstande dat: a. b.
de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen.
12.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde a. Op de voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd voor de in artikel 12.1 genoemde bestemming. b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het spoorwegverkeer, mag maximaal 3,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde voor de verkeersgeleiding en wegverlichting maximaal 8,00 meter mag bedragen en de bouwhoogte van gedenktekens maximaal 2,00 meter mag bedragen.
bestemmingsplan Eeneind 2018
41
Artikel 13 13.1
Water
Bestemmingsomschrijving
13.1.1 Algemeen De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
de aanleg en/of instandhouding van waterhuishoudkundige voorzieningen, zoals watergangen, waterbergingen met de bijbehorende bermen en taluds; behoud en ontwikkeling van ecologische waarden in relatie tot de waterhuishoudkundige voorzieningen; verkeer en verblijf.
13.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Gebouwen Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 13.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Op de voor 'Water' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd bouwwerken, geen gebouw zijnde die ten dienste staan van of een relatie hebben met de bestemming; De hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag maximaal 3,00 meter bedragen.
42
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 14 14.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
14.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
wonen; instandhouding, bescherming en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden van een pand ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gemeentelijk monument' c. een webwinkel / internetdetailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - webwinkel'; met daaraan ondergeschikt: 1. 2. 3. 4. 5.
aan huis verbonden beroepen of bedrijven, overeenkomstig het bepaalde in artikel 14.4; tuinen, erven en paden; groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
14.1.2 Dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de aangewezen dubbelbestemmingen en aanduidingen zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. b. c.
woningen; de daarbij behorende bijgebouwen; de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde.
14.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
f. g.
binnen het bouwvlak mogen zowel woningen, als bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; het bouwvlak mag voor maximaal 100% worden bebouwd; per bouwvlak is maximaal het bestaande aantal woningen toegestaan; in afwijking van het bepaalde onder c. is ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' maximaal het aangeduide aantal woningen toegestaan; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tezamen mag maximaal 60 m2 bedragen, indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van in totaal 120 m²; zwembaden (en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen) mogen worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de voorgevel van de woning wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens tot maximaal 3 m uit die bouwgrens;
bestemmingsplan Eeneind 2018
43
h.
i.
j.
de goothoogte mag maximaal 7,00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte' de aangeduide maximale goothoogte geldt; 2. de goothoogte van bijgebouwen maximaal 3,30 meter mag bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 12,00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte' de aangeduide maximale hoogte geldt; 2. de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 6.50 meter mag bedragen, uitgezonderd binnen een afstand van 3 m tot de perceelsgrens waar de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 3,30 m mag bedragen; de dakhelling mag minimaal 20° en maximaal 55° bedragen, met dien verstande dat dit vereiste niet geldt voor maximaal 40% van de oppervlakte van het hoofdgebouw.
14.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding'bijgebouwen' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' gelden de volgende regels: a. b.
c.
d.
e. f. g. h.
ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; in afwijking op het bepaalde onder a geldt bij vrijstaande woningen dat aan één zijde van de woning de afstand van bijgebouwen voor zover gelegen voor het verlengde van de achtergevel van de woning tot de zijdelingse perceelgrens minimaal 3 meter moet bedragen; zwembaden (en daarmee vergelijkbare voorzieningen) mogen enkel worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' op een afstand van minimaal 1,00 meter van de zijdelingse perceelsgrens en tot de achterperceelgrens; de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en overkappingen in het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' tezamen mag maximaal 60 m2 bedragen, indien de oppervlakte van de gronden gelegen achter de achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan meer bedraagt dan 200 m², mag de genoemde oppervlakte van 60 m² worden vermeerderd met 10% van de overmaat tot een maximum van in totaal 120 m²; de grond voor maximaal 50% mag worden bebouwd; de goothoogte maximaal 3,30 meter mag bedragen; de bouwhoogte maximaal 6,50 meter mag bedragen; bijgebouwen plat of met een kap van maximaal 55° worden afgedekt.
14.2.4 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. b. c.
14.3
buiten de aanduidingen 'bouwvlak' en 'bijgebouwen' mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd; bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 2,00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen; 2. de bouwhoogte van pergola's maximaal 3,00 meter mag bedragen. Afwijken van de bouwregels
14.3.1 Bouwen anders dan ter plaatse van de aanduiding'bijgebouwen' Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 en 14.2.3 voor het bouwen van bijgebouwen buiten het bouwvlak en de aanduiding 'bijgebouwen', mits: a.
44
de bijgebouwen zijn gelegen achter de voorgevelrooilijn;
bestemmingsplan Eeneind 2018
b. c.
de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
14.3.2 Grotere bouw- c.q. goothoogte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 en 14.2.3 teneinde een grotere bouw- c.q. goothoogte van de bijgebouwen toe te kunnen staan, mits: a. b.
vanwege de architectonische samenhang tussen hoofdgebouw en bijgebouw een grotere bouw- c.q. goothoogte wenselijk is; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven.
14.3.3 Afrastering zwembaden en vergelijkbare recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.4 voor een afrastering voor zwembaden en daarmee vergelijkbare recreatieve voorzieningen, tot een maximale bouwhoogte van 4,00 meter, mits: a. b.
de afrastering wordt aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven.
14.3.4 Aan- of uitbouw voor de voorgevel Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde sub 14.2.2 ten behoeve van aan- en uitbouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de diepte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 1,50 meter; de breedte mag niet meer bedragen dan 2/3 van de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw; de goothoogte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 3,30 meter; de bouwhoogte van de aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan 6,50 meter; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot onevenredige aantasting van de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
14.3.5 Overschrijding bouwvlak in zijwaartse richting Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.2.2 teneinde overschrijding van het bouwvlak in zijwaartse richting toe te kunnen staan, ten behoeve van het vergroten c.q. uitbreiden van het hoofdgebouw in zijwaartse richting buiten het bouwvlak, mits: a. b. c.
de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3 meter bedraagt; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de naburige erven; de omgevingsvergunning niet leidt tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke structuur en daarmee kwaliteit van de woonomgeving.
bestemmingsplan Eeneind 2018
45
14.4
Specifieke gebruiksregels
14.4.1 Aan huis verbonden beroepen en bedrijven Een niet-publieksaantrekkend aan huis verbonden beroep of bedrijf is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
b. c. d. e. f.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - webwinkel', waar het vloeroppervlak in gebruik voor de webwinkel/internetdetailhandel en voor aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten samen maximaal 50 m² mag bedragen; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit dient qua aard, omvang en uitstraling te passen in een woonomgeving; de activiteit mag niet vergunningplichtig ingevolge de Wet milieubeheer zijn; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
14.4.2 Verboden gebruik Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik: a. b. c. d. e. f.
van (vrijstaande) bijgebouwen voor zelfstandige bewoning; van ruimten binnen een woning en/of bijgebouwen voor de uitoefening van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis; als seksinrichting. voor recreatie; voor ondergronds bouwen buiten het bouwvlak; van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit.
14.4.3 Webwinkel / internetdetailhandel Het uitoefenen van een webwinkel / internetdetialhandel is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - webwinkel', mits daarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. b. c. d.
14.5
de oppervlakte van de ruimte in gebruik voor de webwinkel / internetdetailhandel bedraagt maximaal 30 m²; er mag uitsluitend detailhandel in producten gekweekt in de aangrenzende kwekerij plaatsvinden; de publieksaantrekkende werking mag niet leiden tot meer dan 10 klanten per week; de detailhandel mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de benodigde parkeerplaatsen dienen op eigen terrein gerealiseerd te worden. Afwijken van de gebruiksregels
14.5.1 Recreatieve voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.2 voor de aanleg van recreatieve voorzieningen, mits: a.
46
de recreatieve voorziening wordt aangelegd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen';
bestemmingsplan Eeneind 2018
b. c. d.
de recreatieve voorziening onderdeel uitmaakt van de tuin naar verschijningsvorm, oppervlakte en gebruiksmogelijkheden; verlichtingsmasten niet worden toegestaan; de kortste afstand van de recreatieve voorziening tot de zijdelingse perceelsgrens en achterperceelgrens minimaal 5,00 meter bedraagt.
14.5.2 Publiekaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van een publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis, maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis; a.
b. c. d. e. f.
maximaal 35% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen, met een maximum van 50 m² mag worden gebruikt voor publieksaantrekkende beroepsof bedrijfsactiviteiten aan huis; degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren, dient tevens de bewoner van de woning te zijn; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
14.5.3 Huisvesting anders dan een huishouden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.2, voor het binnen een woning en/of bijgebouwen toestaan van: 1. 2. 3. 4.
de huisvesting van maximaal 4 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 6 arbeidsmigranten; de huisvesting van maximaal 8 ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; de huisvesting van maximaal 8 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning, mits: a. b. c.
er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en bedrijven; het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in de woonomgeving.
14.5.4 Bed & breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 14.4.2, ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast tot maximaal 2 slaapplaatsen, mits: a. b. c.
de vloeroppervlakte aan logeereenheden en zelfstandige sanitaire voorzieningen niet meer bedraagt dan 50 m²; het gebruik ten behoeve van de vestiging van een bed & breakfast gekoppeld en ondergeschikt is aan de woonfunctie ter plaatse; de woning als zodanig herkenbaar blijft;
bestemmingsplan Eeneind 2018
47
d.
de bed & breakfastvoorziening: 1. binnen de bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; 2. door de bouwkundige opzet, indeling en maatvoering niet kan functioneren als een zelfstandige woning. Een aparte kookgelegenheid bij de voorziening is niet toegestaan; 3. de parkeerbalans in de directe omgeving niet nadelig beïnvloedt; 4. geen onevenredige nadelige gevolgen oplevert voor het woon- en leefklimaat van omwonenden en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven.
14.5.5 Zelfstandige praktijkruimte Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde dat degene die de publieksaantrekkende beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis in de woning of het bijgebouw uitvoert ook de bewoner van de woning is, mits: a. b. c. d.
het gebruik niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitings- en parkeersituatie ter plaatse; de activiteit qua aard, omvang en uitstraling dient te passen in een woonomgeving; de activiteit niet vergunningplichtig mag zijn ingevolge de Wet milieubeheer; er geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
14.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en van werkzaamheden 14.6.1
Vergunningplicht
Het is verboden op of in de als 'Wonen' aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding 'groenblauwe mantel' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a.
het verwijderen van houtgewas en het vellen of rooien van houtopstanden.
14.6.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 14.6.1 is niet van toepassing voor: a. b. c.
normale onderhoudswerkzaamheden; werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning of anderszins mogen worden uitgevoerd.
14.6.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 14.6.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 14.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind.
48
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 15 15.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
15.1.1 De op de verbeelding als zodanig aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringenstroken. 15.1.2 De regels van deze dubbelbestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze dubbelbestemming samenvalt. 15.2 Bouwregels Op of in de in 15.1.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 15.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. 15.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. van inspectie en onderhoud van de gastransportleiding.
15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Vergunningsplicht Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Gas zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
15.5.2 Uitzonderingen vergunningsplicht Het onder 15.5.1 genoemde verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden: a.
die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan;
bestemmingsplan Eeneind 2018
49
b. c. d.
die het normale onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; die mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
15.5.3 Toepassingscriteria Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden kan worden verleend indien de betreffende werken en/of werkzaamheden de belangen van de leiding niet schaden. 15.5.4 Advies Alvorens te beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in 15.5.1, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen van de leiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen.
50
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 16 16.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
16.1.1 De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' bestemde gronden zijn, in afwijking van alle andere bepalingen, primair bestemd voor aanleg, aanpassing, het beheer en instandhouding van een hoogspanningsverbinding, met de daarbij behorende veiligheidszone en masten en (veiligheids)voorzieningen. 16.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 16.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 16.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
16.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 16.2 onder b, met dien verstande dat: a. b. c.
de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; het belang van de leiding(en) niet onevenredig wordt geschaad; schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.
16.4 Specifieke gebruiksregels Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de hoogspanningsleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 16.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Hoogspanningsverbinding 2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanbrengen en/of rooien van hoogopgaande beplantingen en bomen; het opslaan van materialen of stoffen, die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; het wijzigen van maaiveld- of weghoogte; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen;
bestemmingsplan Eeneind 2018
51
e. f.
het aanbrengen en/of slopen van bovengrondse constructies, installaties, opstallen op apparatuur anders dan ten dienste van de in artikel 16.1.1 omschreven bestemming; het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden.
16.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 16.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. b. c.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 16.3 bedoeld; normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
16.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 16.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien uit het verkregen schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
52
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 17
Leiding - Riool
17.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor een rioolleiding. 17.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 17.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag – met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels – uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
17.3 Afwijken van de bouwregels Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van lid 17.2 onder b, met dien verstande dat: a. b. c.
de bij de betrokken bestemming(en) behorende bouwregels in acht worden genomen; het belang van de leiding(en) niet onevenredig wordt geschaad; advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.
17.4 Specifieke gebruiksregels Het opslaan van goederen, met uitzondering van het opslaan van goederen ten behoeve van inspectie en onderhoud van de rioolleiding, is niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door de leidingbeheerder. 17.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 17.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Leiding - Riool' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.
het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; het vellen of rooien van houtgewas; het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
17.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 17.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a.
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend,
bestemmingsplan Eeneind 2018
53
b. c.
zoals in lid 17.3 bedoeld; normaal onderhoud en beheer ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
17.5.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 17.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
54
bestemmingsplan Eeneind 2018
Artikel 18 18.1
Waarde - Archeologisch waardevol
Bestemmingsomschrijving
18.1.1 De voor 'Waarde - Archeologisch waardevol' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. 18.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 18.2 Bouwregels Binnen gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologisch waardevol', is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.
b. c.
verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 100 m²; bouwwerken ten dienste van de in artikel 18.1.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld en met een oppervlakte van ten hoogse 100 m².
18.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats, de fundering en de afmetingen van bouwwerken, voor zover die worden gebouwd op of, binnen een afstand van 30 m tot gebieden, die op de verbeelding zijn aangeduid als 'Waarde - Archeologisch waardevol', zulks ter voorkoming van onevenredige aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van de betreffende waardevolle terreinen, maar ook omdat de exacte begrenzingen van archeologische terreinen niet in alle gevallen vaststaan. 18.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 18.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, mits uit archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
bestemmingsplan Eeneind 2018
55
18.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 18.5.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologisch waardevol' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag, de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren, over een oppervlakte van 100 m² of meer: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 meter onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,3 meter onder maaiveld.
18.5.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in artikel 18.5.1 is niet van toepassing op het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.
in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; waarmee is of mag worden begonnen op het tijdstip van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. het normale onderhoud en beheer betreffende.
Het bepaalde in artikel 18.5.1 ter zake vrijstelling voor werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden over een oppervlakte van minder dan 100 m² geldt niet indien voor de datum van voorgenomen werken of werkzaamheden een vrijstelling van aanlegvergunning is verleend voor aangrenzende terreinen of terreinen op een afstand van minder dan 25 m van het onderhavige terrein. 18.5.3 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 18.5.1 zijn slechts toelaatbaar indien: a.
b.
56
door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, één of meer archeologische waarden van de betreffende gronden, niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en vooraf door aanvrager van de aanlegvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat in de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld dat: 1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of
bestemmingsplan Eeneind 2018
3.
de archeologische waarden hierdoor niet (in geval van op de plankaart aangegeven - hoge archeologische waarden) of niet onevenredig worden geschaad.
18.5.4 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning Alvorens een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 18.5.1 winnen burgemeester en wethouders advies in van een door hen aan te wijzen ter zake deskundige. Indien burgemeester en wethouders afwijken van een in de vorige zin bedoelde advies kan een omgevingsvergunning slechts worden verleend, indien vooraf van gedeputeerde staten de verklaring is ontvangen, dat zij tegen het verlenen van de vergunning geen bezwaar hebben. 18.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologisch waardevol', als bedoeld in 18.1: a. qua ligging te verschuiven, danwel b. qua omvang te vergroten of te verkleinen, danwel c. te verwijderen, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. Alvorens een wijziging wordt uitgevoerd wordt archeologisch advies ingewonnen.
bestemmingsplan Eeneind 2018
57
Artikel 19 19.1
Waarde - Archeologie hoog
Bestemmingsomschrijving
19.1.1 De voor 'Waarde - Archeologie hoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond verwachte archeologische waarden. 19.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 33.2. 19.2 Bouwregels Binnen gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie hoog', is het niet toegestaan te bouwen, met uitzondering van: a.
b. c.
verbouw en/of nieuwbouw van bestaande gebouwen, voor zover bij de bouw de bestaande oppervlakte van het gebouw niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) ten opzichte van het maaiveld; de bouw van een bijgebouw van of uitbreiding van een bestaand hoofdgebouw met ten hoogste 500 m²; bouwwerken ten dienste van de in artikel 19.1.1 genoemde doeleinden en ten dienste van een overige aan deze gronden toegekende bestemming, voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,3 meter (0,5 meter bij esdek) ten opzichte van het maaiveld en met een oppervlakte van ten hoogste 500 m².
19.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de plaats, de fundering en de afmetingen van bouwwerken, voor zover die worden gebouwd op of, binnen een afstand van 30 m tot gebieden, die op de verbeelding zijn aangeduid als 'Waarde - Archeologie hoog', zulks ter voorkoming van onevenredige aantasting van het zicht op en de landschappelijke inpassing van de betreffende waardevolle terreinen, maar ook omdat de exacte begrenzingen van archeologische terreinen niet in alle gevallen vaststaan. 19.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 19.2 voor bouwwerken ten behoeve van samenvallende bestemmingen, indien en voor zover met een archeologisch onderzoek is vastgesteld dat archeologische waarden daarmee niet onevenredig worden geschaad en in voldoende mate is gegarandeerd dat de middels archeologisch onderzoek vastgestelde archeologische waarden worden veiliggesteld door technische maatregelen of een archeologische opgraving. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning de volgende verplichtingen worden verbonden: a. b. c.