CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-05 RV Bijlage 1 Toelichting Concept gewijzigd bestemmingsplan Lieshoutseweg 6

Commissie Ruimte 1 februari 2022, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lieshoutseweg 620.545 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

38

bestemmingsplan (vastgesteld)

Uitsnede plankaart ISV Rijk van Dommel en Aa

In de ISV maakt het plangebied onderdeel uit van droge natuur en is het aangeduid als behoud en realisatie begrensde EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland (NNN) genaamd). Daarnaast wil het Rijk van Dommel en Aa een impuls geven aan de toeristische en recreatieve ontwikkeling van het gebied in een landschappelijke setting. Dit planvoornemen voorziet hier nadrukkelijk in. Verder is uit de toetsing aan het provinciale beleid (paragraaf 3.3) gebleken dat het planvoornemen op deze locatie inpasbaar is.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

39

40

bestemmingsplan (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Algemeen

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.

Het planvoornemen voorziet in de functieverandering van een woon/bosbestemming ten behoeve van de functies horeca (restaurant) met een multifunctionele ruimte en recreatie (B&B en klim-, speel- en educatiebos met avondturenpad) en bijbehorende voorziening in de vorm van parkeren. In dit hoofdstuk zal per sectoraal aspect kort worden beschreven in hoeverre het planvoornemen wordt beïnvloed.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

4.2.1 Archeologische beleidskaart De Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007) is de implementatie van het Verdrag van Malta (1998) en heeft de Monumentenwet 1988 gewijzigd. De gewijzigde Monumentenwet 1988 regelt de omgang met het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed zoveel mogelijk ter plekke te bewaren en beheermaatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. Op grond van de Monumentenwet 1988 worden gemeenten verantwoordelijk geacht voor de bescherming van archeologische waarden.

Artikel 38a van deze wet zegt: De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten).

Artikel 41 regelt verder dat: De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a. gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) kan in het belang van de archeologische monumentenzorg worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld.

In 2010 heeft de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het ´Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg´ vastgesteld. Onderdeel van dit beleidsplan is een archeologische

Lieshoutseweg 6, Nuenen

41

beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten. Deze verwachtingskaarten zijn zeer gebiedsspecifiek. In vergelijking met de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW), die voor het huidige bestemmingsplan is gebruikt, zijn deze kaarten meer geënt op de lokale omstandigheden ter plaatse en bovendien komen ook de lage en natte gebieden beter aan bod. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 6 categorieën ontstaan.

Uitsnede archeologische beleidskaart met in blauw het plangebied weergegeven

Op basis van de archeologische beleidskaart is de locatie gelegen in een gebied met hoge archeologische verwachting met esdek (categorie 3b). In deze gebieden geldt op basis van de geomorfologische en bodemkundige opbouw en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een hoge archeologische verwachting. Dat wil zeggen dat in deze gebieden sprake is van een hoge concentratie archeologische vindplaatsen met goede conserveringsomstandigheden. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van gebieden die groter zijn dan 500 m2 en dieper gaan dan 0,3 meter of 0,5 meter bij esdek onder maaiveld.

De nieuwe functies (restaurant, B&B, multifunctionele horecaruimte) worden gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing. Hiervoor zijn geen bodemingrepen nodig. Het bijbehorend terras wordt tussen deze bebouwing gesitueerd. Voor de aanleg hiervan zal de bodemingreep niet dieper reiken dan 0,3 meter. Voor het klim-, speel- en educatiebos met

42

bestemmingsplan (vastgesteld)

avonturenpad zijn geen bodemingrepen noodzakelijk. Ten aanzien van de functie parkeren moeten mogelijk wel bodemingrepen plaatsvinden. Echter deze zullen beperkt blijven tot het aanbrengen van een (half) open verharding. Voor het aanbrengen van deze verharding wordt het terrein waar de parkeerplaatsen is voorzien geëgaliseerd. Hierop wordt de (half) open verharding aangebracht. Er zijn derhalve geen bodemingrepen noodzakelijk voor de aanleg van de parkeerplaatsen.

4.2.2 Cultuurhistorische waardenkaart De provincie Noord-Brabant heeft in 2011 haar cultuurhistorisch erfgoed vastgelegd op de vernieuwde Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is in maart 2016 op kleine onderdelen herzien. De CHW bevat 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen van provinciaal belang. Binnen deze landschappen zijn waardevolle gebieden en complexen van cultuurhistorisch belang als zodanig aangeduid. Ook de meest recente erfgoedinformatie van het rijk is in de CHW opgenomen, zoals beschermde dorps- en stadgezichten, archeologische verwachtingswaarden en archeologische en bouwkundige monumenten.

Daarnaast is de CHW ook voor een deel opgenomen in de Verordening ruimte. Dit heeft als gevolg dat gemeenten in hun bestemmingsplannen de waarden en kenmerken van de cultuurhistorische vlakken moeten beschermen. Daarnaast biedt de Verordening ruimte mogelijkheden om complexen met een cultuurhistorisch belang te herontwikkelen, met functies en bouwmogelijkheden die elders in het buitengebied niet zijn toegestaan.

Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart

Op de cultuurhistorische waardenkaart is ter plaatse van het plangebied sprake van een provinciaal cultuurhistorisch belang. Het betreft de Meierij en Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa. Voor de Meierij geldt behoud door ontwikkeling of versterking van

Lieshoutseweg 6, Nuenen

43

de samenhang van de dragende structuren van de regio. En voor Dekzandeiland Tongelreep-Goote Aa geldt het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief.

Met het planvoornemen worden geen belangrijke cultuurhistorische structuren aangetast. Het betreft de functiewijziging van een woon/bosbestemming ten behoeve van de functies horeca (restaurant) met multifunctionele horecaruimte en recreatie (B&B en klim- speel- en educatiebos met avonturenpad) en bijbehorende voorziening in de vorm van parkeren. De bestaande bebouwing die hiervoor zal worden gebruikt heeft geen enkele cultuurhistorische waarden.

4.3

Bodemkwaliteit

Uitgangspunt voor een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers en van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Het planvoornemen betreft de functieverandering van een woon/bosbestemming ten behoeve van de functies horeca met multifunctionele ruimte en recreatie (B&B en klimbos) met bijbehorende voorziening in de vorm van parkeren.

Ten behoeve van het planvoornemen wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. De nieuwe functies (restaurant, B&B, multifunctionele horecaruimte) worden uitsluitend binnen de bestaande bebouwing gerealiseerd. Het betreft slechts een interne verbouwing, waarbij de grond niet geroerd zal worden en geen bodemingrepen zullen plaatsvinden. Ten behoeve van de beoogde functiewijziging wordt geen extra bebouwing voorzien. Ook voor het aanleggen van het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad zijn geen bodemingrepen noodzakelijke. Deze functies worden gerealiseerd binnen de aanwezige natuur.

Conclusie De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Een bodemonderzoek is dan ook niet noodzakelijk.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

In de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een lijst met indicatieve richtafstanden opgenomen voor milieubelastende bedrijfactiviteiten ten opzichte van gevoelige bestemmingen. De bedrijfsactiviteiten worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale (indicatieve) hinderafstand. Deze afstand (zonering) wordt bepaald door enerzijds de aard van het bedrijf en anderzijds door het karakter van zijn omgeving. De richtafstanden zijn niet wettelijk voorgeschreven en gaan uit van een gemiddeld moderne bedrijven en zijn geschreven voor nieuwe situaties. Indien bekend is welke activiteiten concreet beoogd worden, dan kan gemotiveerd wordne afgeweken van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van richtafstanden).

44

bestemmingsplan (vastgesteld)

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een restaurant, een B&B, multifunctionele horecaruimte, een parkeerterrein en een klim- speel- en educatiebos met avonturenpad in het bestaande bos. Een klim-, speel- en educatiebos is niet expliciet benoemd in de publicatie. De activiteiten kunnen op basis van de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering', worden ingedeeld in: hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentrum (SBI2008): milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter (geur, geluid, gevaar); restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. (SBI2008): milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter (geur, geluid, gevaar); veldsportcomplex (met verlichting) (SBI931): milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter (geluid). Tevens kan voor het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad in plaats van een veldsportcomplex (met verlichting) ook uitgegaan worden van een schietinrichting: buitenbaan met voorziening boogbanen (SBI931). Een dergelijke schietinrichting wordt aangemerkt als een milieucategorie 2 met een richtafstand van 30 meter (geluid, gevaar).

Op basis van deze activiteiten zijn het restaurant met B&B en multifunctionele horecaruimte aan te merken als milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. Het klim-, speel- en exucatiebos met avonturenpad is niet expliciet opgenomen in de betreffende publicatatie. De activiteiten van een klim-, speel- en avonturenpad zijn vergelijk te stellen met de activiteiten op een veldsportcomplex, maar dan zonder verlichting. Dus het uitgaan van milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 meter voor een klim-, speel- en educatiebos is daarmee acceptabel. De richtafstand wordt gemeten vanaf de rand van de inrichting c.q. activiteit tot aan de gevel (voor, zij of achter) van het milieugevoelige object, zoals woningen.

In onderstaande afbeelding zijn de richtafstanden van 10, 30 en 50 meter in relatie tot de omgeving inzichtelijk gemaakt.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

45

Richtafstanden van respectievelijk 10 meter (zwart), 30 meter (blauw) en 50 meter (rood)

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat er geen milieugevoelige objecten in de vorm van woningen binnen de richtafstand van 10 meter gelegen zijn. De horecabestemming is daarmee niet van invloed op de nabij gelegen woningen aan de Lieshoutseweg. Ook binnen de richtsafstand voor de 50 meter als gevolg van het speel-, klim- en educatiebos zijn geen woningen gelegen, met uitzondering van de woning aan de Lieshoutseweg 31A. Echter deze woning betreft de voormalige bedrijfswoning bij het aangrenzende caravancentrum. Deze woning grenst direct aan een bedrijfsbestemming waar naast het caravancentrum ook bedrijven in milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. Hierdoor is ter plaatse van deze woning geen sprake meer van een rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied. De omgeving van deze woning kan dan ook aangemerkt worden als een gemengd gebied waardoor de richtafstand met één stap qua miliecategorie naar beneden kan worden bijgesteld. Hierdoor geldt voor deze woning vanuit het speel-, klim- en educatiebos een richtafstand van 30 meter, waardoor wordt voldaan aan de richtafstand. Het trekken van de vergelijking met een veldsportcomplex (met verlichting) kan als een worst-case benadering worden gezien, aangezien er bij een veldsportcomplex (met verlichting) sprake is van verlichting en in onderhavige situatie alle activiteiten dus in de dagperiode plaatsvinden.

Indien in dat kader uitgegaan wordt van een schietinrichting; buitenbaan met voorzieningen boogbanen wordt eveneens voldaan aan de richtafstand van 30 meter. Gezien de kleinschaligheid van het klim-, speel- en educatiebos met avondturenpad in combinatie met het voldoen aan de richtafstand kan voldaan worden aan een goed woon- en leefklimaat voor de woningen aan de Lieshoutseweg.

46

bestemmingsplan (vastgesteld)

Daarnaast is de geluidsbelasting op de woningen als gevolg de provinciale weg aanmerkelijk hoger dan de geluidsbelasting van als gevolg van de tokkelbaan. Daardoor is er in zekere zin als sprake van een 'verstoord' woon- en leefklimaat van de woningen aan de lieshoutseweg als gevolg van het wegverkeer op de provinciale weg. Dit bevestigd des te meer dat hier geen sprake is van een rustige woonwijk dan wel rustig buitengebied.

Aanvullend is akoestisch onderzoek (K&M Akoestisch Adviseurs, opdrachtnummer R2019/32025, 29 oktober 2019 Bijlage 5) uitgevoerd in het kader van de melding van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. De berekeningsresultaten zijn vervolgens getoetst aan de toetsingskaders voor buitenplanse inpassignen uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering en aan de volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer geldende grenswaarden ter voorkoming van hinder. Tevens is beoordeeld of ter plaatse van de bestaande woningen sprake is van een goede ruimtelijke ordening c.1. een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat.

Uit dit aanvullende akoestisch onderzoek is gebleken dat: Het planvoornemen voldoet zowel aan de toetsingskaders voor buitenplanse inpassingen uit deVNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering als aan de algemeen geldende grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het geluidsniveau ten gevolge van voertuigbewegingen van en naar het plangebied over de openbare weg bedraagt op weekenddagen ter plaatse van langs de Lieshoutseweg gelegenwoningen ten hoogste 54 dB(A) Letmaal. De inrichting overschrijdt hiermee de voorkeursgrenswaarde uit de VROM-circulaire van 29 februari 1996 tot +4 dB. Een dergelijke gevelbelasting leidt evenwel niet tot het treffen van aanvullende gevelmaatregelen en is bovendien volledig ondergeschikt aan de heersende geluidsbelasting van het wegverkeer over de Lieshoutseweg (N615). Het Boshuys veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor het milieu en ter plaatse van woningen in de directe omgeving is sprake van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. Conclusie Het restaurant met B&B en multifunctionele horecaruimte in combinatie met een parkeerterrein en een klim- speel- en educatiebos met avonturenpad heeft gezien de afstand tot de nabij gelegen woningen geen invloed op het woon- en leefklimaat van deze woningen. Het woon- en leefklimaat van de woningen aan de Lieshoutseweg blijft als gevolg van het planvoornemen gewaarborgd.

Op basis van de richtafstanden is derhalve sprake van een goede ruimtelijke ordening.

4.5

Kabels, leidingen en straalpaden

Binnen het plangebied en de directe omgeving daarvan is geen sprake van de aanwezigheid van kabels en leidingen, die om een beschermende regeling vragen in het bestemmingplan, dan wel die beperkingen opleggen aan de ontwikkelingen in de directe omgeving.

Boven

het

plangebied

Lieshoutseweg 6, Nuenen

is

geen

straalpad

aanwezig,

dat

beperkingen

aan

de

47

bouwmogelijkheden binnen het plangebied zou kunnen opleggen.

Conclusie Er zijn geen kabels, leidingen of straalpaden aanwezig die een belemmering zouden kunnen betekenen voor het planvoornemen.

4.6

Externe veiligheid

Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven. bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers. Voor de eerste doelstelling is het begrip 'plaatsgebonden risico' (PR) van belang. De norm voor het plaatsgebonden risico is 10-6, die als een contour om een risicovolle inrichting en aan weerszijden langs een transportroute of buisleiding ligt. Binnen die contour zijn ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi) geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan.

Voor beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het Bevi geldt die norm als richtwaarde. Een soortgelijke normstelling en systematiek geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen.

Bij de realisatie van de tweede doelstelling staat het begrip 'groepsrisico' (GR) centraal. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, transportas waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en van een buisleiding waardoor die stoffen worden vervoerd, is op dat punt onderzoek nodig. Daaruit volgt een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar wel een oriënterende waarde, die als ijkpunt geldt bij het zoeken naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Op grond van artikel 13 Bevi dient bij nieuwe ruimtelijke plannen die nieuwe (kwetsbare) objecten mogelijk maken een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden door het bevoegd gezag. Een soortgelijke regeling geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen.

Inrichtingen Zoals gezegd zijn de risiconormen voor inrichtingen vastgelegd in het Besluit externe

48

bestemmingsplan (vastgesteld)

veiligheid inrichtingen (Bevi). Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen rekening te houden met bepaalde eisen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn voorts regels opgenomen betreffende de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het planvoornemen betreft de functieverandering van woon/bosbestemming ten behoeve van de functies horeca met multifunctionele ruimte en recreatie (B&B en klimbos) en bijbehorende voorziening in de vorm van parkeren. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen. Conform de risicokaart Brabant is de meest dichtbijgelegen risicovolle inrichting gelegen op ongeveer 1 km. Het invloedsgebied strekt zich derhalve niet uit over het plangebied.

Transport van gevaarlijke stoffen De normen voor de risico's die burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen zijn vooralsnog niet wettelijk vastgelegd, zoals dat bijvoorbeeld voor inrichtingen gedaan is in het Bevi. Zolang deze wettelijke verankering niet heeft plaatsgevonden, wordt het huidige externe veiligheidsbeleid voor het transport van gevaarlijke stoffen vastgesteld in de Circulaire Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (CRVGS).

Conform de risicokaart Brabant is in de directe omgeving van het plangebied geen route voor transport van gevaarlijke stoffen aangegeven, noch over de weg, noch via leidingen. Het transport van gevaarlijke stoffen vindt overwegend over deze aangegeven route plaats en daarmee op grote afstand van het plangebied.

Uitsnede risicokaart met in zwart het plangebied aangegeven.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

49

Conclusie Externe veiligheid vormt geen beperking voor het planvoornemen.

4.7

Geluid

Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidbronnen. Indien een planvoornemen een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron, of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd.

In artikel 74 van de Wet geluidhinder is bepaald welke wegen zoneplichtig zijn en welke omvang een zone van de betreffende weg heeft. Indien men voornemens is nieuwe woningen of andere geluidgevoelige objecten te realiseren binnen een dergelijke zone, dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd waaruit blijkt dat aan de hoogst toelaatbare geluidbelasting op de gevel, als opgenomen in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder, kan worden voldaan.

Het planvoornemen voorziet niet in de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige functies. Het planvoornemen voorziet in de realisatie van een restaurant, een B&B, een multifunctionele horecaruimte, een parkeerterrein en een klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad. Dit zijn activiteiten die op basis van de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' (zie paragraaf 4.4) en daarin opgenomen vergelijkbare activiteiten, kunnen worden ingedeeld in een maximale milieucategorie van 2 met een, in verband met geluid, indicatief aan te houden afstand van 30 meter. De meest dichtbij gelegen woningen zijn gelegen op een afstand van ongeveer 110 meter vanaf het plangebied. Gezien deze afstand heeft de ontwikkeling geen invloed op geluidsgevoelige objecten in de omgeving, zoals woningen. De geluidsbelasting als gevolg van het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad valt weg tegen de geluidsbelasting van het verkeer als gevolg van de Lieshoutseweg. Er is dus geen toename van geluidshinder.

Conclusie Geluidhinder vormt geen beperking voor het planvoornemen.

50

bestemmingsplan (vastgesteld)

4.8

Flora en fauna

4.8.1 Inleiding Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient rekening te worden gehouden met degevolgen voor het behoud en de ontwikkeling van de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten en leefgebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In de volgende subparagrafen wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. 4.8.2 Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning.

Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning. Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale verordening.

Het plangebied is gelegen aan de N615 tussen Gerwen en Lieshout. De bebouwing ligt deels in het NNB en wordt omringd met bosgebied dat onderdeel uitmaakt van het NNB. Ingrepen in het NNB zijn op basis van de Provinciale verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant alleen onder strikte voorwaarden mogelijk. Voor de ambtshalve wijziging van de begrenzing in het NNB wordt verwezen naar paragraaf 3.3.1 en 3.3.2.

Naast de invloed van het klim- en educatiebos met avondturenpad op het eigen perceel is tevens gekeken naar de gevolgen van het klim- en educatiebos met avondturenpad ten opzichte van de omliggende percelen. Door een zone van 5 tot 10 meter tot de perceelsgrens aan te houden en binnen deze zone geen voorzieningen voor het klimpark aan te brengen is er sprake van een overgangszone naar de omliggende percelen. Daarnaast vormt de weg Moorven nog voor een extra overgangszone voor de aan de overzijde van deze zandweg gelegen percelen. Tevens is uit het akoestisch onderzoek gebleken dat de Lieshoutseweg voor een dusdanige geluidshinder zorgt dat reeds sprake is van een verstoord akoestisch klimaat. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat in voldoende mate rekening wordt gehouden met de aanwezige natuurwaarden in de directe omgeving van het plangebied.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

51

4.8.3 Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn gedeputeerde staten van de provincie. Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan.

In dat kader is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Tritium (Tritium, 1608/036/RV-02, 31 augustus 2016).

In deze quickscan wordt eveneens ingegaan op het NNB. Hieruit blijkt dat vanwege de aard en de relatief beperkte omvang van de ingreep er echter geen negatief effect te verwachten is op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB.

Voor Natura-2000 gebieden geldt dat het plangebied op relatief grote afstand hiervan is gelegen. Samen met de aard en de relatief beperkte omvang van de ingreep zorgt dit ervoor dat eveneens geen negatief effect te verwachten is op de wezenlijke kenmerken en waarden van Natura-2000 gebieden. Er is geen noodzaak voor toetsing aan zowel de Natuurbeschermingswet 1998 als het NNB (gebiedsbescherming). Tevens is uit de afzonderlijk stikstofberekening (aeriusberekening, Bijlage 7) gebleken dat er geen sprake is van nadelige stikstof effecten op de Natura 2000-gebieden (Strabrechtse Heide en Beuven, en Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux). De Aerius calculator geeft aan dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. zijn. Er is daarmee sprake van een uitvoerbaar initiatief in het kader van de Wet natuurbescherming. Er is geen sprake van vergunning of meldingsplicht.

In het plangebied komen mogelijk verschillende beschermde soorten dieren voor uit de verschillende beschermingsregimes. Deze soorten zijn echter niet waargenomen tijdens het veldbezoek. En sporenonderzoek naar de aanwezigheid van vraat-, loop- en veegsporen, nesten, holen, uitwerpselen, prooiresten en haren heeft eveneens weinig opgeleverd.

De eindconclusie van Tritium luidt als volgt: De omschreven werkwijzen (protocollen) met betrekking tot zowel de algemene zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen, zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen. Daarnaast zullen de werkzaamheden in relatie tot het planvoornemen voor de overige soortgroepen geen overtreding van de natuurwetgeving tot gevolg hebben. De quickscan flora en fauna is als Bijlage 6 bijgevoegd.

52

bestemmingsplan (vastgesteld)

Er zal uiteraard een verkeersaantrekkende werking van het plan uitgaan, maar van een significante toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zal geen sprake zijn zoals eveneens blijkt uit de nu volgende paragraaf 4.9.

Notitie Bosgroep Zuid Nederland In de notitie van de Bosgroep Zuid Nederland zijn de ecologische effeten van het gebruik als klim-, speel- en educatiebos met avonturepad bekeken. Door de Bosgroep is hierbij gekeken naar de huidige begrenzing van het NNB en GBM op basis van de aanwezige waarden. Vervolgens is in deze notitie een hebegrenzingsvoorstel gemaakt op basis van de ecologische waarden in het gebied. Tevens is door de Bosgroep gekeken naar de effecten van de activiteiten op het bosgebied. Naar aanleiding hiervan is er aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd door Tritium (Bijlage 3) om te bepalen in hoeverre de geluidproductie van de activiteiten wegvallen binnen de geluidcontur van de Lieshoutseweg.

Voor de inrichting van het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad wordt er geen bos vernietigd. Er is dan ook geen sprake van een kwantitatieve vermindering. Van versnippering is sprake als een ontwikkeling een onoverbrugbare barriere vormt voor planten- en diersoorten. Gezien de ligging aan de noordrand van een bestaand boscomplex is er geen sprake van een schakel in een verbinding. Daarnaast is in de huidige situatie als een barriere voor grotere zoogdieren door de aanwezigheid van een gaashekwerk rondom. Het klim-, speel-, en educatiebos leidt daardoor niet tot een (grotere) onoverburgbare barriere, waardoor er geen versnippering optreedt.

Daarnaast is uit het aanvullend akoestisch onderzoek van Tritium gebleken dat de geluidsbelasting als gevolg van het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad weg valt tegen de geluidsbelasting van het verkeer als gevolg van de Lieshoutseweg. Er is dus geen toename van geluidshinder.

Voor het betreden van bos zelf voor het klim-, en educatiebos alsmede de aanleg van het avonturenpad wordt gebruik gemaakt van de bestaande paden. De bosbodem wordt intact gelaten. Het speelbos is voorzien op de open plek waardoor er geen aantasting van de bosbodem plaats vindt.

Conclusie Op basis van de quickscan flora en fauna,de notitie van de Bosgroep Zuid Nederland en het aanvullende akoestisch onderzoek kan geconcludeerd worden dat de verstoring van de NNB als gevolg van het klim-. speel,-, en educatiebos met avondturenpad tot een minimum beperkt.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

53

4.9

Luchtkwaliteit

Bij de Wet luchtkwaliteit zijn de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Als gevolg van het planvoornemen neemt de verkeersaantrekkende werking toe. De verkeersgeneratie wordt aan de hand van kengetallen inzichtelijk gemaakt.

Op basis van een inschatting van de inititiatiefnemer moet rekening worden gehouden met een toename van maximaal 100 verkeersbewegingen op doordeweekse dagen en maximaal 300 verkeersbewegingen op weekend dagen. Daarbij kan rekening worden gehouden met een aandeel vrachtverkeer van 3%. Dit komt neer op gemiddeld één vrachtwagen per dag voor de bevoorrading van onder andere het restaurant.

De bepaalde verkeersgeneratie van de nieuwe functies wordt gebruikt voor het invullen van de Niet in betekenende mate Tool.

Conclusie Rekening houdende met een ruim aandeel van het vrachtverkeer van 3% en de voertuigbewegingen van maximaal 300 op weekend dagen volgt uit de Niet in betekende

54

bestemmingsplan (vastgesteld)

mate Tool dat het planvoornemen niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

4.10

Verkeer en parkeren

Het planvoornemen is voorgelegd aan de verkeerskundigen van de gemeente Nuenen. De zicht- en stopafstanden zijn voldoende, maar er bestaan zorgen over de hoeveelheid terugslag dat kan ontstaan bij de bocht na Lieshoutseweg 8 als afslaande auto's moeten wachten ter plaatse van Lieshoutseweg 6. Ook wordt door de gemeente aangegeven dat door de ontwikkeling van een horecagelegenheid, de kruising met de N615 meer zal worden belast. De aspecten ontsluiting en parkeren zijn in dat kader dan ook nader bezien. Tevens zal het planvoornemen worden voorgelegd aan de provincie in haar rol als wegbeheerder.

Ontsluiting Het plangebied is gelegen aan de N615 (Lieshoutseweg) en wordt door middel van de Moorven aangesloten op deze provinciale weg. Middels de provinciale gegevens van het aantal verkeersbewegingen op de N615 is aangetoond dat het planvoornemen niet leidt tot een noemenswaardige extra verkeersbelasting op de kruising met de N615.

Het restaurant en het klim- speel- en educatiebos met avonturenpad heeft haar bezoekers piek in het weekend en in vakantieperioden, terwijl de bezoekers op doordeweekse dagen zeer gering zijn. In onderstaande analyse wordt uitgegaan van 100 verkeersbewegingen op een doordeweekse dag en 300 verkeersbewegingen op een dag in het weekend.

De verkeersintensiteit op de N615 bedraagt op een doordeweekse dag 8.930 bewegingen (provincie Noord Brabant/verkeersintensiteiten). Relateren we dit aan het aantal verkeersbewegingen van 100 per dag en 12,5 per uur (10/8 uur) als gevolg van het planvoornemen dan betreft dit een stijging van 1,1% van het aantal verkeerbewegingen op de N615. Wordt dit gerelateerd aan de drukste periode van de doordeweekse dag (908 verkeersbewegingen tussen 17.00 uur en 18.00 uur) dan betreft dit een stijging van 1,4%. Gesteld kan worden dat dit een minimale stijging betreft en niet leidt tot een noemenswaardige extra verkeersbelasting op het kruispunt met de N615 op doordeweekse dagen.

De verkeersintensiteit op de N615 bedraagt op weekend dagen 6.230 bewegingen. Tellen we daar de maximale toename van 300 verkeersbewegingen bij op dan blijft het aantal beduidend lager dan de verkeersintensiteit op een doordeweekse dagen. Ook als we de stijging relateren aan het totaal van verkeersbewegingen op een dag in het weekend is de stijging nog altijd kleiner dan 5%. In de drukste periode in het weekend (gemiddeld 557 verkeersbewegingen/uur tussen 13.00 uur en 15.00 uur op zaterdag) betreft dit een stijging van 6,7%. Hiervan kan ook gesteld worden dat dit een geringe stijging betreft en niet leidt tot een noemenswaardige extra verkeersbelasting op het kruispunt met de N615 op weekend dagen. Te meer omdat in de weekend dagen de de verkeersbeweging op de N615 meer dan 2.500 bewegingen minder bedraagt dan op doordeweekse dagen en de doorstroomfunctie van de N615 qua capaciteit hierop is afgestemd.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

55

Bovenstaande percentages (1,1%/1,4% op doordeweekse dagen en < 5%/6,7% op weekend dagen) laten zien dat door de ontwikkeling van het planvoornemen de kruising met N615 niet noemenswaardig zwaar zal worden belast. De percentages en de gemiddelde verkeersbewegingen per uur als gevolg van het planvoornemen zijn zowel op een doordeweekse dag of op een weekend dag dusdanig laag dat deze er niet toe zullen leiden dat er meer opstoppingen ten opzichte van de huidige situatie gaan plaatsvinden ten gevolge van het afslaande verkeer. Mede ook gelet op deze lage percentages is de kans niet aannemelijk dat het planvoornemen zal leiden tot verkeersonveilige situaties ten gevolge van het afslaande verkeer.

Aansluiting Moorven Het Moorven is momenteel een zandpad waarvan alleen de eerste paar meters verhard zijn aansluitend op de provinciale weg N615. Om te voorkomen dat het bezoekend verkeer aan het planvoornemen onvoldoende doorstroomt worden er maatregelen getroffen aan de aansluiting van het Moorven op de provinciale weg N615. De maatregelen bestaan uit: Het verharden van de aansluit van het Moorven op de provinciale wet N615. Dit houdt in dat het Moorven volledig verhard wordt tot aan de inrit van de parkeerplaats. Daarbij dient de verharding/inrichting van het Moorven te voldoen aan de richtlijnen van de ASVV 2012 (aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom, CROW). De inrit van de parkeerplaats voldoende breed wordt gemaakt en de boogstralen de juiste straal hebben zodat het verkeer zonder problemen de parkeerplaats c.q. het terrein kan opdraaien. Door het treffen van deze maatregelen wordt voorkomen dat het afslaand verkeer vanaf de provinciale weg N615 richting het planvoornemen stil komt te staan op deze provinciale weg en daarmee eventueel voor terugslag veroorzaakt. Door de aansluiting van het Moorven te verharden en op juiste wijze in te richten tot aan de inrit van de parkeerplaats wordt dit voorkomen.

Uitzicht c.q. verkeersveiligheid Het uitrijdend verkeer heeft vanaf het Moorven naar rechts ongeveer 225 meter zicht en naar links ongeveer 300 meter over de N615. De aanwezige vangrail belemmert het uitzicht niet, hier kan overheen gekeken worden. Voor de beoordeling van het oprijzicht is gebruik gemaakt van het handboek Wegontwerp 2013. Hierin staat dat op gebiedsontsluitingswegen type II (enkelbaansweg met 1 x 2 rijstroken) het oprijzicht minimaal 125 meter moet bedragen voor rechts afslaand verkeer en 145 meter bedragen voor links afslaand verkeer. De verkeersaansluiting van het Moorven op de N615 voldoet aan deze norm. De aanwezige bushalte belemmert daarbij het uitzicht eveneens niet voor het verkeer.

Parkeren In het kader van parkeren is er nu volgend per onderdeel van onderhavig initiatief een parkeerbehoefte berekening gemaakt. De gemeente hanteert voor de bepaling van de parkeerbehoefte de richtlijn van de CROW publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie', oktober 2012. Het plangebied ligt in een niet stedelijke zone in het

56

bestemmingsplan (vastgesteld)

buitengebied. Indien voor de betreffende functie voor het buitengebied geen parkeernorm is aangegeven is de parkeernorm van rest beboude kom gehanteerd. De gemeente Nuenen gaat daarbij de berekening van het parkeercijfer uit van de gemiddelde norm.

Restaurant met multifunctionele horecaruimte De parkeercijfers met betrekking tot het restaurant worden berekend per 100 m2 bvo. De oppervlakte van het restaurant met multifuntionele horecaruimte bedraagt 200 m2, waarbij een parkeernorm geldt van 14 - 16 parkeerplaatsen. In deze parkeernorm is de terrasfunctie verdisconteerd. Dit betekent dat er gemiddeld 15 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo benodigd zijn voor voor het restaurant met multifunctionele horecaruimte en bijbehorend terras van dezelfde omvang.

Bed and Breakfast 'Het Boshuys' biedt plaats aan twee kamers in de vorm van een Bed and Breakfast. Uitgegaan kan worden van 1 parkeerplaats per kamer, waarmee 2 parkeerplaatsen benodigd zijn voor de Bed and Breakfast.

Klim- speel- en educatiebos met avonturenpad Voorzien wordt in het realiseren van een klim-, speel- en educatiebos met een omvang van 0,775 hectare. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt de norm van een attractie- en pretpark gehanteerd. Bij het toepassen van de cijfers dient een forse marge in acht te worden genomen. De parkeercijfers liggen tussen de 4 en 12 per hectare. Gemiddeld zijn 8 parkeerplaatsen benodigd voor het klim-, speel en educatiebos. De bedrijfswoning Het bestaande huis krijgt naast een horecagedeelte op de begane grond ook een woonfunctie op de eerste verdieping of in één van de bestaande panden op het terrein. Hiervoor wordt de parkeernorm voor koop, etage, midden gehanteerd. Hiervoor geldt een parkeernorm tussen de 1,5 en 2,3 per woning, hetgeen gemiddeld neerkomt op een parkeernorm van 1,9 voor de bedrijfswoning.

Betreft

Oppervlakte / aantal kamers Restaurant met 14,0 -16,0 pp per 100 200 m2 multifunctionele ruimte m2 bvo (gem 15 pp) Bed and Breakfast 1 pp per kamer 2 kamers Klimspeelen 4,0 - 12,0 pp per ha 0,721 ha. educatiebos (gem 8 pp) Bedrijfswoning 1,5 - 2,3 pp per won 1 woning (gem 1,9 pp) Totaal

Lieshoutseweg 6, Nuenen

Parkeernorm

Parkeerbehoefte/ parkeerplaatsen 30,0 pp 2,0 pp 5,8 pp 1,9 pp

39,7 pp

57

In totaliteit dient initiatiefnemer maximaal te voorzien in 39,7 parkeerplaatsen, afgerond 40 parkeerplaatsen. Er zal dan ook worden voorzien in 41 parkeerplaatsen inclusief 3 invalideparkeerplaatsen, waarmee in voldoende mate in de parkeerbehoefte wordt voorzien.

Fietsers Het Boshuys krijgt een aparte voorziening voor fietsers bestaand uit een sanitaire ruimte met de mogelijkheid tot opfrissen, een gratis watervulpunt voor bidons, het opladen van accu's van elektrische fietsen, een EHBO-uitrusting en een verkooppunt van fietskaarten uit de regio. Tevens wordt er voldoende ruimte gereserveerd voor het stallen van de fietsen van bezoekers. Deze ruimte is aan de voorzijde direct aan de weg en entree voorzien. Dit betreft een oppervlak van 50 m2 waar ruimte is voor de stalling van 32 fietsen. Mochten dit niet toereikend zijn dan wodt extra ruimte gereserveerd voor de stalling van fietsen aan de achterzijde van het gebouw waar de bed & breakfast is voorzien.

4.11

Geur

De Wet geurhinder en veehouderij vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Geen nieuwe voor geurgevoelige functies mogen worden opgericht binnen een geurcontour van een agrarisch bedrijf. Op de planlocatie is geen sprake van de toevoeging van een geurgevoelig object. Daarbij zijn er in de omgeving van de planlocatie geen veehouderijbedrijven gelegen. Het dichtsbijzijnde Veehouderijbedrijf is op meer dan 1 km gelegen.

4.12

M.e.r.-beoordeling

Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen.

Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen.

Een belangrijke wijziging die in het Besluit m.e.r. is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Dit is het indicatief maken van de gevaldefinities in kolom 2 in de D-lijst. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of

58

bestemmingsplan (vastgesteld)

belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van Uitwerking Doorsteek Centrum 39 dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten.

In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaarde toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op D-lijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarde liggen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit de toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten. In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.(beoordelings)plichtig in het andere geval dient een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure te worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije-m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen:

Op deze planlocatie is spake van een functiewijziging. Deze houdt in de realisatie van Het Boshuys, bestaande uit een restaurant met een multifunctionele horecaruimte, Bed & Breakfast (B&B), een klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad en bijbehorende parkeervoorzieningen. Deze wijziging geldt niet als een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. In dit bestemmingsplan is in voorgaande paragrafen de ontwikkeling getoetst aan milieuplanologische randvoorwaarden. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang in voldoende mate is afgewogen en dat er geen nadelige effecten zijn te

Lieshoutseweg 6, Nuenen

59

verwachten.

4.13

Aanpassingen bestuurlijke lus

4.13.1

Verkeer en Parkeren

Verkeer en Verkeersveiligheid Een (her)berekening voor de verkeersafswikkeling N615/ Moorven/Lieshoutseweg is uitgevoerd. De uitkomst van de (her)berekening is positief, in de zin dat de verkeersafwikkeling/wachttijd op kruispuntniveau (N615/Moorven/Lieshoutseweg) voor alle rijrichtingen 'acceptabel' is. Zie daarvoor bijgevoegde herberekening in Bijlage 9.

Concreet zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd (voor het drukste uur): Verkeersgeneratie klimbos – max. 120 bezoekers per dag (waarvan minimaal de helft kind, dus max. 60 auto's heen én terug) en max. 50 bezoekers tegelijk; 1. 60 heen (30 vanuit noord linksaf + 30 vanuit zuid rechtsaf); 2. 60 terug (30 rechtsaf richting noord + 30 linksaf richting zuid); Verkeersgeneratie restaurant met multifunctionele horecaruimte o.b.v. CROW – 30 auto's á eenmalig bezoek (dus heen én terug); 1. 30 heen (15 vanuit noord linksaf + 15 vanuit zuid rechtsaf); 2. 30 terug (15 rechtsaf richting noord + 15 linksaf richting zuid); Verkeersgeneratie B&B o.b.v. CROW – 2 auto's á eenmalig bezoek (dus heen én terug); 1. 2 heen (1 vanuit noord linksaf + 1 vanuit zuid rechtsaf); 2. 2 terug (1 rechtsaf richting noord + 1 linksaf richting zuid); Verkeersgeneratie bedrijfswoning o.b.v. CROW – verkeersgeneratie 6,0 verkeersbewegingen per woning (totaal, dus heen en terug gecombineerd); 1. 3 heen (1 vanuit noord linksaf + 2 vanuit zuid rechtsaf, want meer Nuenen georiënteerd); 2. 3 terug (1 rechtsaf richting noord + 2 linksaf richting zuid, want meer Nuenen georiënteerd); Bovenstaande (her)berekening betreft een weergave van piekbelasting (klimbos) op piekbelasting (horeca) op piekbelasting (B&B) op piekbelasting (bedrijfswoning). Er is dus geen rekening gehouden met gecombineerde bezoeken aan bijv.

het klimbos én de horeca, en natuurlijk de spreiding die in de praktijk gaat plaatsvinden. In de praktijk zal de verkeersafwikkeling dus gunstiger uitvallen en de wachttijd bij het oprijden nog minder zijn dan de berekening. Bovendien is de Moorven (qua verkeersfunctie/doorstroming) duidelijk ondergeschikt aan de N615, en zou in theorie een langere wachttijd (zelfs tot onacceptabel) toch door de gemeente geaccepteerd kunnen worden. Van dit laatste is dus echter geen sprake. Daarop gelet, en afgezet tegen de weginrichting conform CROW, is de verkeersveiligheid niet in het geding.

De herberekening is overeenkomstig de tussenuitspraak ECLI:NL:RVS:2021:2184 van 29 september 2021 (Bijlage 11) opgesteld. De herberekening toont aan dat bij bezoek van maximaal 120 personen per dag gedurende de openingstijden van het klim- speel- en

60

bestemmingsplan (vastgesteld)

educatiebos met avonturenpad, waarvan maximaal 50 personen gelijktijdig aanwezig zijn de verkeersafwikkeling geen probleem oplevert voor de verkeersveiligheid en -doorstroming N615/ Moorven/Lieshoutseweg.

Parkeren De parkeerberekening van de gehele ontwikkeling is gebaseerd op de kencijfers van het CROW. In het geval van het klim-, speel- en educatiebos met avonturenpad betreft dit een toets op basis van functie en omvang in oppervlakte. Door het expliciet hanteren van een maximum aantal bezoekers verandert de functie en omvang in oppervlakte echter niet, en blijft de parkeerberekening (en uitkomst) daardoor ongewijzigd.

De parkeerberekening in 4.10 Verkeer en parkeren is overeenkomstig de tussenuitspraak ECLI:NL:RVS:2021:2184 van 29 september 2021 (Bijlage 11). 4.13.2

Geluid

Rapporten Tritium en K&M De rapporten van Tritium 1808/025/RV-01 v2 van 12 september 2018(ontwerpbestemmingsplan) en 1808/025/RV-01 v3 van 10 oktober 2019 (gewijzigde vaststelling) zien op de op de verstoringseffecten van de inrichting op de natuurwaarden van het NNB-gebied.

Met het akoestisch rapport van K&M R 2019/32025 van 30 september 2019, gewijzigd 29 oktober 2019 (gewijzigde vaststelling) zijn de omgevingseffecten geluid (directe en indirecte hinder) in beeld gebracht en getoetst op de woonomgeving van de inrichting.

Maximaal bezoekersaantal en kleinschaligheid In het bestemmingsplan wordt de kleinschaligheid van het klim-, speel- en educatiebos (geopend tussen 9 en 18 uur) voldoende geborgd door het bezoekersaantal te begrenzen. In de regels (artikel 3.1 lid e Horeca en 4.1 lid c Natuur) wordt vastgelegd: een maximum van 120 unieke bezoekers per dag, en een maximum van 50 gelijktijdige bezoekers. De akoestische effecten van het gebruik van 120 bezoekers/dag op de woonomgeving zijn onderzocht in het rapport K&M R 2019/32025 van 30-9-2019, gew. 29-10-2019. De berekeningen zijn in dit model gebaseerd van 120 bezoekers, die worst case de hele dag in het educatiebos kunnen verblijven én het klimparcours afleggen én de tokkelbaan nemen. In het rekenmodel wordt het effect berekend wanneer wordt uitgegaan van het gebruik van het klim- speel- en educatiebos op een representatieve weekenddag tussen 9 en 18 uur door: 120 bezoekers, die continu 9 uur in het educatiebos verblijven PLUS 120 bezoekers die met stemverheffing klimparcours 1 én klimparcours 2 afleggen, elk 1 uur, PLUS 120 bezoekers die alle zeer luidroepend gebruik maken van de tokkelbaan.

Lieshoutseweg 6, Nuenen

61

Het rekenmodel gaat uit van 120 bezoekers die per onderdeel gelijktijdig ofwel na elkaar, maar steeds op één dag, aanwezig zijn. Deze aantallen zijn in combinatie meer dan de maximale planologische mogelijkheden die in de regels zijn geborgd. Daarmee zijn de akoestische gevolgen worst case berekend, en zal de geluidbelasting in de praktijk lager zijn. Voor het klimparcours wordt gerekend met het combinatiegetal van 240 uur, waarbinnen 120 x 2 uur maar ook 60 x 4 uur past. Bovenstaande uitgangspunten zijn reëel voor een kleinschalig initiatief, met dien verstande dat een bezoeker van het educatiebos in de praktijk (veel) minder dan 9 uur in het bos zal verblijven.

Uit de berekeningen blijkt dat de akoestische effecten van dit initiatief geen aantasting is van het woon- en leefklimaat en is overeenkomstig de tussenuitspraak ECLI:NL:RVS:2021:2184 van 29 september 2021 (Bijlage 11). 4.13.3 Natuurnetwerk Brabant Door Tritium advies is een effectenanalyse Natuurnetwerk Brabant voor het Klim-, speel- en educatiebos aan de Lieshoutseweg 6 te Nuenen uitgevoerd (Bijlage 10). Dit om te bepalen of voldaan kan worden aan artikel 3.15 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hiermee is voldaan aan de tussenuitspraak ECLI:NL:RVS:2021:2184 van 29 september 2021 (Bijlage 11).

In de effectenanalyse is getoetst aan de criteria zoals die door de provincie Noord-Brabant zijn opgesteld. De eindconclusie is dat het plan de beoogde ontwikkeling van het Natuurnetwerk Brabant niet in de weg staat. Hierbij geldt wel de voorwaarden van tussen zonsondergang en zonsopkomst geen licht of geluidbronnen aanwezig zijn in het Klim-, speel- en educatiebos aanwezig zijn. Dit wordt in de regels van het bestemmingsplan niet toegestaan.

Daarnaast blijft de zorgplicht vanuit de Wet natuurbescherming bestaan.

62

bestemmingsplan (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Waterparagraaf

Waterbeleid

Het beleid ten aanzien van het aspect water komt in diverse beleidsdocumenten terug op verschillende schaalniveaus. Zo is er op zowel nationaal als provinciaal niveau een waterplan van kracht, dat uiteindelijk geland is in een waterbeheerplan van het verantwoordelijke waterschap, in dit geval De Dommel. Daarnaast beschikt het waterschap over andere relevante plannen met betrekking tot het aspect water. Deze plannen worden hieronder besproken.

Waterbeheerplan De Dommel Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Het waterbeleid van Waterschap De Dommel is neergelegd in het Waterbeheerplan 2016-2021 'Waardevol Water - samen meer waarde geven aan water' en is gebaseerd op Europese, nationale en provinciale regelgeving. Het Waterbeheerplan is een strategisch document, afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Stroomgebiedsbeheerplan Maas, het Nationaal Waterplan en het Provinciaal Waterplan. Hierin staan de doelen en de wijze om deze te behalen weergegeven. De belangrijkste uitdagingen voor de komende planperiode zijn de volgende: Voldoende water voor landbouw en natuur: gestreefd wordt naar voldoende water voor alle functies. Niet te veel en niet te weinig. Verdroging is een probleem voor zowel landbouw als natuur. De focus lag al op de aanpak van verdroging van natuurgebieden, maar wordt nu verbreed omdat ook de landbouw in toenemende mate kampt met verdroging. Dit vraagt om een integrale aanpak. Juist door de samenhang binnen een gebied als uitgangspunt te nemen en met alle stakeholders naar oplossingen te zoeken. Kringloopdenken: het kringloopdenken wint steeds meer terrein in de maatschappij, ook op watergebied. Duurzaam ontwikkelen is van belang: voldoende en schoon water voor nu en later door op een andere manier met het water om te gaan. Van lineair naar circulair.

Schoon regenwater niet meer op het riool, grondstoffen halen uit het afvalwater, slootmaaisel gebruiken als organische stof voor de aangrenzende landerijen en gezuiverd afvalwater van bedrijven als aanvulling van het grond- en oppervlakte water. Dit is een nieuwe manier van werken. Wateroverlast en hittestress: steeds vaker zien we foto's in de media van straten die blank staan na een hevige stortbui. Een direct gevolg van de klimatologische omstandigheden en steeds verder gaande verstening. Perioden van te veel (en te weinig) water doen zich steeds vaker voor. In de stedelijke omgeving is er voor plotselinge wateroverlast alleen een uitweg via het riool. Zoveel water kan het riool niet aan, waardoor straten en pleinen onder water komen te staan en riolen overstorten op het oppervlaktewater. Tegelijkertijd hebben steden in toenemende mate te kampen met hittestress. Op zomerse dagen wordt het zo warm dat mensen hier last van krijgen in hun functioneren. De gemeente gaat over de riolering en de inrichting van de leefomgeving. Het waterschap over de zuivering van het rioolwater. Gemeente en waterschap moeten op zoek naar de beste oplossing voor de watervraagstukken in de bebouwde omgeving. De vraag is hoe stedelijke inrichting en water met elkaar verbonden kunnen worden. Dat biedt volop kansen; water als inspiratiebron voor stedelijke vernieuwingen een hoogwaardige leefomgeving.

Steeds meer ongewenste stoffen in het water zoals medicijnen: van elk medicijn dat we

Lieshoutseweg 6, Nuenen

63

inslikken komt een deel in het riool terecht. Omdat we steeds meer medicijnen tot ons nemen, is hierdoor een potentiële bedreiging voor de waterkwaliteit ontstaan. Het waterschap is belast met de zuivering van het rioolwater, maar het medicijnvrij maken van rioolwater vergt vergaande technische aanpassingen en miljoeneninvesteringen. Het probleem bij de bron aanpakken betekent dat ook partijen als de farmaceutische industrie, verzorgingstehuizen en apothekers aan zet zijn. Dit is een voorbeeld van hoe het waterschap ook met andere partners zoekt naar duurzame oplossingen. Dit geldt ook voor andere ongewenste stoffen in het water, zoals gewas- en beschermingsmiddelen en nieuwe stoffen zoals microplastics en nanodeeltjes. Vergroten waterbewustzijn: het waterbewustzijn in Nederland is laag (volgens het OESO-rapport van maart 2014 'Water gouvernance in the Netherlands: fit for the future'). Het is van belang dat gebruikers zich bewust zijn van de waarden van het water en de inspanningen die hiervoor nodig zijn. Dit begint in de eigen leefomgeving. Beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk' Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem.

De beleidsnotitie 'Ontwikkelen met duurzaam wateroogmerk' maakt inzichtelijk welke hydrologische consequentie(s) ruimtelijke ontwikkelingen kunnen hebben op het watersysteem. Het bevat beleidsuitgangspunten, voorwaarden en normen om de negatieve hydrologische consequenties te compenseren.

Één van de beleidsterreinen die aan de orde komen is het stedelijk waterbeheer. Gemeenten hebben op basis van het provinciale beleid een verantwoordelijkheid om duurzaam om te gaan met hemelwater. Uitgangspunt is maximaal afkoppelen, mits doelmatig. Hierbij wordt de volgende voorkeursvolgorde gehanteerd: hergebruik – infiltratie in de bodem – afvoer naar oppervlaktewater – afvoer naar de riolering. Bij afvoer naar de riolering wordt de voorkeur gegeven aan een verbeterd gescheiden stelsel. Afkoppelen van verhard oppervlak levert de nodige voordelen op, zoals minder riooloverstortingen, een betere werking van zuiveringsinstallaties, een natuurlijker afvoerregime van de waterlopen, aanvulling van het grondwater en een vermindering van kosten door schoon hemelwater niet te transporteren en te zuiveren. Afhankelijk van de lokale mogelijkheden, aard en gebruik van het oppervlak en mogelijke verontreinigingen, wordt bepaald wat de meest duurzame oplossing is voor de afvoer van het hemelwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10999426/1