20210702 Toezegging Jaarstukken 2020.pdf
Tekst van het document
memo Onderwerp Van Aan Cc Datum Bijlagen Zaaknummer
: Toezegging gecombineerde commissie 29 juni 2021 : wethouder Pernot en burgemeester Houben : Raads- en burgercommissieleden : College : 2 juli 2021 : : 139639
Toezegging gecombineerde commissie 29 juni 2021 - agendapunt Jaarstukken 2020
Vraag: Als gevolg van de achterblijvende grondopbrengsten dekken de langlopende leningen niet meer de financieringsbehoefte af. Dit gat is de afgelopen jaren steeds opgevuld door herhaald afsluiten van kortlopende geldleningen, gebruik makend van de rentevoordelen die hierdoor ontstaan. Waarom worden deze kortlopende leningen niet vermeld onder de rubriek leningen met een looptijd korter dan 1 jaar in de begroting? Dan zou immers het verschil tussen begroting en jaarrekening vrijwel verdwijnen. Antwoord: In de geprognosticeerde balans van de begroting wordt de geraamde financieringsbehoefte gesplitst in kortlopende en langlopende geldleningen. Voor de kortlopende geldleningen wordt, conform het BBV, rekening gehouden met de kasgeldlimiet. Na aftrek van die limiet wordt het restant van de geraamde financieringsbehoefte als langlopende leningen geraamd. In de loop van het jaar is financieringsbeleid erop gericht om de totale financieringsbehoefte zo veel mogelijk af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Daarom blijkt de afgelopen jaren uit de jaarrekeningen dat de geraamde langlopende geldleningen niet of voor een lager bedrag zijn afgesloten.
In de toekomst wordt deze werkwijze toegelicht bij de kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing en bij de kasgeldlimiet in paragraaf financiering. Vraag: Heeft de onzekerheid met betrekking tot de TOZO regeling (accountantsverklaring) financiële consequenties? Antwoord: Nee. De accountant heeft voor de jaarrekening 2020 een goedkeurende verklaring afgegeven. Die verklaring is ook van toepassing op de SiSa-bijlage, waar de Tozo-regeling onderdeel van is.
Vraag: uitleg over de stijging van de beleidsindicator overhead (pag. 12 van de Jaarstukken) en wat die overhead precies inhoudt. Antwoord: De beleidsindicator overhead wordt berekend als de overheadlasten ten opzichte van de totale lasten. De overheadlasten betreffen (salaris)kosten van leidinggevenden, financiën, planning & control, P&O/HRM, inkoop en aanbesteding, interne en externe communicatie, algemeen-juridische zaken, bestuurs- en managementondersteuning, ICT, facilitaire zaken en huisvesting. Het verschil met de begroting 2020 komt doordat de berekening herzien is, in de begroting 2020 waren de totale lasten verkeerd opgenomen (dus de noemer van de formule). De overheadkosten (de teller van de formule) zijn licht hoger dan begroot, 3%. Zie ook taakveld 0.4 in de tabel “wat heeft het gekost” op pag.13. Dit komt doordat er minder overhead kon worden toegerekend aan projecten en er meer kosten als overhead ‘achterbleven’, zie toelichting op pag. 13.
Handtekening portefeuillehouders
wethouder Pernot
burgemeester Houben