20210628 Beantwoording Technische vragen VVD - Jaarrekening 2020
Tekst van het document
memo Onderwerp Van Aan Cc Datum Bijlagen Zaaknummer
: Beantwoording technische vragen agendapunt Jaarrekening 2020 : wethouder Pernot : Gecombineerde commissie : College : 28 juni 2021 : : 139639
Vragen gecombineerde commissie jaarrekening 2020 - fractie VVD Nr. 1
Pag. 36
Vraag Voor taakveld 8.2 Grondexploitatie zien we dat zowel de baten als de lasten ongeveer 40% zijn van de begrote bedragen (ongeveer 8 miljoen t.o.v. 21 miljoen begroot). Graag in hoofdlijnen toelichten waardoor dit verschil wordt veroorzaakt en waarom dit niet voorzienbaar was bij het opstellen van de begroting en ook niet bij de laatste wijziging van de begroting.
Antwoord Deze afwijking is veroorzaakt doordat de geprognotiseerde grondverkopen in met name de exploitaties Eeneind West en Nuenen West niet zijn gerealiseerd. De uiteindelijke baten zijn daardoor een stuk lager dan begroot. Het saldo van de gerealiseerde baten en lasten worden bij de jaarafsluiting van de grondexploitaties naar de boekwaarde op de balans geboekt. Deze boeking aan de lastenkant is zodoende dan ook lager. De grondexploitaties worden eenmaal per jaar geactualiseerd en dat is bij de jaarrekening (conform afspraken met de raad, nota Grondbeleid juli 2019).
2
62
In de tabel van de financiële kengetallen zien we dat de realisatie 2020 ongeveer 28% hoger uitvalt dan begroot. Graag een verklaring van dit verschil. Bij het kengetal voor de grondexploitatie zien we een dergelijk verschil; gerealiseerd ongeveer 50% hoger dan begroot. Ook hier graag een verklaring van het verschil (in beide gevallen geeft de realiteit een stijging van risico t.o.v. de begroting).
Er is altijd verschil tussen begroting en realisatie. Zie daarvoor ook de toelichtingen onder de conclusie bij de kengetallen. Daaruit blijkt dat er een causaal verband is tussen het verloop van de kengetallen netto schuldquote en grondexploitatie. De ratio grondexploitatie is hoger dan begroot doordat minder grondverkopen zijn gerealiseerd dan begroot. Met name project Eeneind West heeft vertraging opgelopen. De boekwaarde van de grexen (voorraad onderhanden werk) is daardoor hoger dan begroot en dus ook de ratio.
3
71
4
75
5
105
6
142
7
159
In relatie met de status onderhoud gebouwen stelt U dat bij een aantal gebouwen nog politieke besluitvorming moet plaatsvinden over het toekomstige gebruik en/of eigendom van de gebouwen. Graag toelichten over welke gebouwen dit gaat. De risiconorm is vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. In de laatste tabel op deze pagina blijkt dat de risiconorm met ruim 15 miljoen wordt overschreden (ongeveer 100%). Wat voor conclusies kunnen we hier uit trekken en wat voor consequenties kan dit hebben?
In de balans zien we onder langlopende leningen een bedrag staan van ongeveer 50 miljoen. Daarnaast zien we onder kortlopende leningen een bedrag staan van 25 miljoen. Een dergelijk beeld zien we ook in 2019. We lazen eerder dat in de financieringsbehoefte deels wordt voorzien met kortlopende leningen vanwege het rentevoordeel. Het lijkt ons dat met herhaalde kortlopende leningen de financieringsbehoefte wordt afgedekt; in feite dus acteert als een langlopende lening. Graag uw commentaar hier op. Past dit formeel binnen de mogelijkheden die de BBV geeft? Bij de overzichten van projecten en investeringen zien we een aantal genoemd als af te sluiten. De resterende budgetten (of tekorten) vallen denkelijk daarbij vrij. Waar gaan die bedragen na afsluiting naar toe?
We zien nog steeds een voorziening milieuschade Schenkels, 368 duizend euro. We hebben bij eerdere jaarrekeningen hier ook al naar gevraagd en steeds was het antwoord; het is bijna geregeld. Wanneer wordt dit nu eindelijk geregeld?
Dit betreft Sporthal de Hongerman en gymzaal Mgr. Cuytenlaan.
De renterisiconorm is in 2020 overschreden omdat er een geldlening is afgelost van € 20 miljoen die als vaste geldlening is aangemerkt omdat die voor iets langer dan 1 jaar is aangegaan. Theoretisch valt die onder vaste schulden, in de praktijk is het een kortlopende lening. Uit het toetsingskader van de provincie blijkt dat zij via de jaarrekening toetsen of de vastgestelde norm wordt overschreden. Wanneer dit het geval is zal via overleg met de provincie een oplossingsrichting worden afgesproken. Wij handelen hierbij altijd binnen de kaders van BBV en de wet Fido. Bij het afsluiten van geldleningen kijken wij steeds naar de rente en looptijd om het rendement zo optimaal mogelijk te laten zijn. Daarnaast gebruiken we de mogelijkheden van het overschrijden van de kasgeldlimiet voor maximaal 3 kwartalen. Dit doen we in goed overleg met de provincie.
Waar het gaat om investeringsprojecten: deze worden geactiveerd voor het gerealiseerde bedrag. De kapitaallasten worden vervolgens herrekend naar het juiste bedrag, in de meeste gevallen verlaagd. Dit is verwerkt in de bijgevoegde 8e begrotingswijziging 2021 (waarbij per saldo de lasten structureel verlaagd zijn). Bij de projecten ten laste van (onderhouds-) voorzieningen vallen de resterende budgetten terug in de bijbehorende voorziening, zodat ze behouden blijven voor uitvoering van groot onderhoud in het volgende jaar. Een en ander conform de beheerplannen. De gesprekken met betrokkenen verlopen nog steeds langzaam. Vanwege de coronapandemie hebben de gesprekken op uitdrukkelijk verzoek van de externe partij de afgelopen 16 maanden stilgelegen. Deze zijn recent weer opgestart en op 28 juni is een vervolggesprek gepland over de sanering en de wijze waarop betrokkene deze graag vorm wil geven.
Handtekening portefeuillehouder
wethouder Pernot