20210527 Bijlage - BMF-reactie-op-concept-RES-1 0-MRE
Tekst van het document
Tilburg, 16 april 2021
Aan: Gemeenteraad en B&W van gemeenten in Metropoolregio Eindhoven Kopie verstuurd aan Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten
Kenmerk: EN 03.10-1914-sl Betreft: reactie op concept RES 1.0 Metropoolregio Eindhoven Geachte Gemeenteraad en College, De conceptversie Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 van de Metropoolregio Eindhoven is gereed en als Gemeenteraad en College wordt u gevraagd om een zienswijze in te dienen op deze concept RES 1.0. Parallel aan deze concept RES 1.0 loopt het plan m.e.r. proces waarbij de zoekgebieden uit de Concept RES nader worden beoordeeld. De opwarming van de aarde is een urgent probleem en de CO2 uitstoot moet de komende jaren fors omlaag. De energietransitie van fossiele naar hernieuwbare elektriciteit en warmte moet dan ook voortvarend worden opgepakt, tegelijk met forse energiebesparing. Door het Klimaatakkoord en de RES staan deze onderwerpen letterlijk en figuurlijk bij uw gemeente op de agenda. Als natuur- en milieuorganisaties zijn wij voorstander van een versnelde energietransitie. Om van een echt groene en duurzame energietransitie te kunnen spreken, moeten natuur- en milieubelangen volwaardig worden meegenomen. Als natuur- en milieuorganisaties zijn we via de BMF vertegenwoordigd in de bestuurlijke klankbordgroep van de RES MRE en hebben we in voorbereiding aan de Concept RES deelgenomen aan werkateliers. De RES 1.0 kan gezien worden als de start van regionale én lokale uitvoering van de energietransitie.
In bijlage 6.2 van de concept RES 1.0 is een korte reactie van onze organisaties opgenomen. Met deze brief geven Brabants Landschap, Vereniging Natuurmonumenten en de Brabantse Milieufederatie u graag uitgebreider de volgende punten mee voor de RES 1.0 en de uitvoeringsperiode erna. Algemene punten vooraf •
De RES MRE neemt uitgebreider de tijd om te komen tot een definitief bod in de RES 1.0, in vergelijking met de andere Brabantse RES regio’s. Daardoor is een vergelijking met de andere RES-en niet eenvoudig. Door te kiezen voor een plan m.e.r. procedure, die op dit moment nog loopt, zijn de zoekgebieden voor grootschalige opwek nog niet definitief bepaald. In deze brief zullen we daarom niet ingaan op specifieke locaties, maar zullen we wel onze zorgen en aandachtspunten benoemen voor bepaalde zoekgebieden. Bij de plan m.e.r. inspraakronde zullen we als natuur- en milieuorganisaties ook apart een gedetailleerde zienswijze indienen.
•
Op 24 juli 2020 heeft u van ons een brief ontvangen over de Concept RES. We zien dat veel van de door ons genoemde punten nog niet of onvoldoende zijn verwerkt in deze concept RES 1.0. Een deel van de punten komen al dan niet aan bod in de plan m.e.r. procedure. Daar waar dat niet te verwachten is, zullen we deze hieronder nogmaals benoemen.
Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51
Positieve punten in de RES MRE en verbeteringen ten opzichte van de Concept RES We starten graag met het benoemen van de positieve punten: 1. De regio kiest voor een opwekcapaciteit van 2,0 TWh wat hoger is dan bij een evenredige verdeling van de landelijke opgave mag worden verwacht. Daarbij vraagt zo’n hogere ambitie om extra zorgvuldigheid ten aanzien van de zoeklocaties voor wind en zon vanuit het oogpunt van natuur en landschap. 2. Ten opzichte van de Concept RES is de zonneladder uitgebreid van drie naar vijf treden waarbij Natura 2000 en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) zijn uitgesloten voor zonneenergie (met een mogelijke uitzondering langs infrastructuur). Deze uitzondering langs infrastructuur is voor ons alleen acceptabel als het om zon op geluidsschermen gaat die buiten het NNB worden geplaatst. In bijlage 4.1 wordt nader ingegaan op de ‘no-regret’ maatregelen. We hopen dat u actief werk maakt van een veel hogere benutting van zon op dak. 3. U heeft als regio gekozen voor een plan m.e.r. procedure. Dat is te prijzen, omdat het een goed instrument is om het gesprek aan te gaan over de geschiktheid en wenselijkheid van zoekgebieden en locaties voor grootschalige zon- en windprojecten. 4. Er wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom, waarbij het gaat om zeggenschap in projecten (procesparticipatie) en om meeprofiteren (sociale en financiële participatie).
De realisatie en borging van 50% lokaal eigendom moet nog wel concreter uitgewerkt worden. Naast deze positieve punten vragen we aandacht voor de volgende 10 aspecten. 1. Duidelijke ambitie op besparen In de concept RES 1.0 is een heel hoofdstuk opgenomen over besparing. Het is goed dat besparing zo’n prominente plek heeft in deze RES 1.0. Er staan veel kwalitatieve ambities beschreven, maar geen kwantitatieve doelstelling. Dat maakt het heel lastig voor gemeenteraden om de voortgang te monitoren. We roepen u op om voor uw gemeente een duidelijk besparingsdoel vast te stellen voor elektriciteit én voor warmte en hierover actief te communiceren met uw inwoners. De autonome ontwikkeling is een energiebesparing van 11% in 2030 ten opzichte van 2019 (volgens de Klimaat en Energieverkenning 2020). Volgens Urgenda is in 2030 een besparing mogelijk van 40-50%. We roepen u op om ambitieus te zijn. 2. Start vandaag nog met het verduurzamen van woningen De warmteparagraaf van de concept RES 1.0 gaat met name over beschikbare warmtebronnen en het warmtenet in de regio. Voor uw gemeentelijke Transitievisie Warmte die eind dit jaar gereed moet zijn, vragen wij om vooral aandacht te hebben voor participatie en het verduurzamen van woningen. Met isoleren kunt u vandaag al beginnen. Wacht daar niet mee tot de eerste proefwijk die van het aardgas af moet. 3.
Zet sterk in op zon-op-dak De concept RES 1.0 heeft duidelijk aandacht voor zon-op-dak en de zogenaamde ‘no-regret’ locaties, zeg maar de eerste drie treden van de zonneladder, met 14% van de opgave (volgens bijlage 4.1). Echter, het totale aandeel van zon-op-dak is nog onduidelijk. Andere Brabantse RES-en streven naar minimaal 35% van de totale opgave op minimaal 25% van de grote daken als inzet voor zon-op-dak in 2030. Als Brainport regio met innovatie hoog in het vaandel kunt u niet achterblijven. Dus pleit voor een daadkrachtige aanpak van zon-op-dak en zon-op-gevels, zodat de druk op het buitengebied beperkt blijft. Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51
4. Bescherm het Natuurnetwerk Brabant De biodiversiteit staat in Brabant onder druk, terwijl we soortenrijkdom hard nodig hebben voor onze gezondheid, welzijn, voedselproductie en natuurbeleving. Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) beschermt kwetsbare natuur, heeft een hoge landschappelijke waarde en biedt ruimte voor ontspanning en recreatie. Windturbines vormen een bedreiging voor vogels en vleermuizen die juist in én rondom NNB hun leefgebied vinden. In de concept RES 1.0 zien we veel zoekgebieden die dichtbij of rondom omsloten zijn door NNB (onder andere HeezeLeende, Valkenswaard, Gemert-Bakel, Reusel-De Mierden, Best).Ter bescherming van de aanwezige waarden zien we geen ruimte voor zon- en windprojecten binnen het NNB en pleiten we voor een minimale afstand van 500 meter tussen windturbines en de grenzen van het NNB. 5. Bescherm de ongerepte natuurpanorama’s Windturbines hebben een onmiskenbare impact op het landschap en als natuur- en milieuorganisaties realiseren we ons dat een energielandschap er anders uitziet. Echter, op een aantal plaatsen is de landschapsbeleving zo waardevol, dat deze behouden moet blijven.
Voor de MRE regio zijn de natuurpanorama’s: het gebied ten zuiden van de A67 (tussen Veldhoven en Lierop) tot aan de Belgische/Limburgse grens, de Peelnatuurgebieden met omgeving, Dommeldal/Het Groene Woud, de zone van natuurgebieden vanaf de Oirschotse Heide in zuidwestelijke richting tot en met De Utrecht/Belgische grens, Cartierheide en ruime omgeving. De veelal ongestoorde horizon is een belangrijke kwaliteit van deze grotere natuurgebieden en hoge windturbines dienen op grote afstand te blijven (wij denken aan vijf kilometer). 6. Natuurcompensatie is géén zorgvuldige beleidsoptie De concept RES 1.0 geeft aan dat de invulling van de zoekgebieden lokaal maatwerk vraagt, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van grootschalige opwek langs snelwegen en spoorwegen. Hierbij wordt gemakkelijk gesteld dat de ‘natuurcompensatie wordt gerealiseerd in de aanliggende natuurgebieden’. Wij wijzen deze beleidsoptie nadrukkelijk af. Ten eerste omdat natuurcompensatie nooit kan plaatsvinden in bestaand natuurgebied, dat is immers al natuur. Ten tweede moet voor een goede locatiekeuze de ‘biodiversiteit mitigatie-hiërarchie’ gevolgd worden met vier stappen: 1. schade voorkomen, 2. schade beperken (mitigatie), 3. schade herstellen, en 4.
schade compenseren (compensatie).1 De redenatie dat met natuurcompensatie in de toekomst natuurgebieden worden versterkt is wrang, zeker als men bedenkt dat hiervoor eerst bestaande natuur wordt vernietigd. Kortom, een groene energietransitie begint bij een locatiekeuze voor hernieuwbare energie die geen schade aanricht aan biodiversiteit (stap 1), en begint zeker niet met natuurcompensatie (stap 4). 7. Plaats opwekking en verbruik bij elkaar en wees zorgvuldig met windbossen In de concept RES 1.0 wordt nadrukkelijk de verbinding gezocht tussen de energietransitie en andere maatschappelijke opgaven, zoals klimaatadaptatie, landbouwtransitie en de natuurversterking. Maar de meest logische verbinding is die tussen energieverbruik- en opwekking. Ofwel, plaats zon- en windparken in eerste instantie nabij stedelijke gebieden en niet in het buitengebied. Als er kansrijke gebieden zijn voor windbossen, dan steunen wij deze windbossen (niet in bestaande bossen, alleen in nieuw aan te leggen bos) in beginsel, maar 1
Zie de publicatie “Mitigating biodiversity impacts associated with solar and wind development. Guidelines for project developers” (2021), van de IUCN (International Union for Conservation of Nature) Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51
alleen als de bossen én de windturbines, ook onafhankelijk van elkaar, geschikt zijn op die plek. Het kan namelijk niet zo zijn dat bos als een groen excuus wordt gebruikt om windturbines mogelijk te maken. 8. Neem als gemeente de regie en voorkom een confetti van zon- en windparken Op basis van de in de RES 1.0 bepaalde zoekgebieden gaat u op lokaal niveau bezig met nadere invulling hiervan. We pleiten ervoor dat u binnen uw gemeente hierin de regie neemt vanuit een gedegen gebiedsvisie en dat u de invulling niet laat bepalen door de toevallige afspraken tussen projectontwikkelaars en grondeigenaren. De regie overlaten aan de markt leidt tot een confetti van zon- en windparken die het mooie Brabantse landschap voor vele jaren kunnen aantasten. Wanneer u als College en Gemeenteraad de plaatsen aanwijst waar zon en wind lokaal gewenst zijn, én waar niet, blijft u in control en kunt u invulling geven aan een democratisch en participatief besluitvormingsproces en kunt u borgen dat projecten natuurpositief worden uitgevoerd. 9. Betrek kennis van lokale natuur- en milieuorganisaties In lijn met punt 8 roepen wij u op om vooral gebruik te maken van de kennis en kunde van lokale natuur- en milieuorganisaties. Zij kennen de landschappelijke en ecologische waarden van een gebied als geen ander.
Dat stelt u in staat om de juiste keuzes te maken voor geschikte locaties voor zon- en windprojecten in uw gemeente, dan wel om de juiste randvoorwaarden te stellen. Natuurlijk zijn wij als natuur- en milieuorganisaties graag bereid om met u in gesprek te gaan. 10. Ga voor natuurpositieve, landschapsinclusieve en multifunctionele energieprojecten We zijn van mening dat de energietransitie en natuurontwikkeling/biodiversiteit elkaar kunnen versterken, mits de goede locaties worden gekozen en de inrichting van het gebied op de juiste manier plaatsvindt. We adviseren om altijd een gedegen landschapsontwerp uit te voeren in unieke cultuurhistorische landschappen. De ecologische invulling gaat verder dan het inzaaien van kruidenrijk grasmengsel voor bijen en vlinders en het laten grazen van schapen tussen zonnepanelen. Door een uitgekiend ontwerp dat afgestemd is op de natuur -, cultuurhistorische -, landschappelijke- en recreatieve waarden kan een energiepark een gebied verrijken en versterken. Graag delen we met u onze inzichten en goede voorbeelden over wat mogelijk is, zoals bij Energietuinen (www.energietuinen.nl). We hopen dat we met deze brief een constructieve bijdrage leveren aan uw beoordeling van de concept RES 1.0 van Metropoolregio Eindhoven en u suggesties hebben gegeven voor verdere uitwerking naar gemeentelijk beleid en uitvoering.
We hebben ook een publieksvriendelijke online infographic gemaakt met een rapportcijfer voor de concept RES 1.0 van de MRE regio 2. Voor inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met Sandor Löwik, beleidsadviseur Energie, van de Brabantse Milieufederatie: sandor.lowik@brabantsemilieufederatie.nl of op telefoonnummer 06-15350211. Met duurzame groet, mede namens Brabants Landschap en vereniging Natuurmonumenten, <<handtekening>>
Femke Dingemans, directeur Brabantse Milieufederatie 2
Link naar infographic: https://www.brabantsemilieufederatie.nl/nieuws/huiswerk-voor-res-1-0-van-metropoolregio-eindhoven/ Spoorlaan 434 | 5038 CH Tilburg 013-535 6225 | bmf@brabantsemilieufederatie.nl | www.brabantsemilieufederatie.nl Kamer van Koophandel: 41095498 | Triodosbank: NL22 TRIO 0212 4972 51