20210309 Beantwoording vragen Afwegingskader zonne- en windenergie
Tekst van het document
memo Onderwerp Van Aan Cc Datum Bijlagen Documentnr.
: Beantwoording technische vragen agendapunt 9, onderwerp ‘Afwegingskader zonne- en windenergie’ : wethouder Pernot : commissie Ruimte : n.v.t. : 9 maart 2021 : n.v.t. : 157667
Vragen commissie Ruimte Onderwerp: Afwegingskader zonne- en windenergie
Vragen fractie CDA Vraag: Hebben de toetsingskaders een wettelijke grondslag want we zien nu restrictieve en subjectieve kaders? Antwoord: Het afwegingskader dient als een ambtelijke voortoets van principeverzoeken. Het is geen beleid in formele zin, dus het heeft geen wettelijke grondslag. Het college kan dus ook in het besluit over het principeverzoek afwijken van de randvoorwaarden in het afwegingskader. Het afwegingskader dient juist om objectieve kaders te geven zodat er een zekere lijn zit in de ambtelijke beoordeling van principeverzoeken. Evaluatie van het afwegingskader kan leiden tot aanpassing van de voortoets en vormt de basis voor uitwerking van beleid. Vraag: In hoeverre zijn deze toetsingskaders in lijn met landelijke of provinciale richtlijnen? Antwoord: In het afwegingskader staat opgenomen (pagina 1, punt III) dat ook wordt getoetst op landelijk, provinciaal en bovengemeentelijke beleid en wetgeving. Vraag: Hanteren de SGE-gemeentes dezelfde toetsingskaders
Antwoord: In zekere zin hanteren de SGE-gemeentes, die beleid hebben gemaakt, op hoofdlijnen dezelfde uitgangspunten als in ons afwegingskader. Elke gemeente kan echter op lokaal niveau haar invulling geven.
Vragen fractie PvdA Vraag: Veel gemeenten hebben minimaal 50% lokaal eigendom in het beleid staan. Waarom is ervoor gekozen geen absolute kaders met een minimale eis voor participatie op te nemen als voorwaarde? Antwoord: Lokaal eigendom is een vorm van financiële participatie. Maar financiële participatie kan bijvoorbeeld ook worden ingevuld met een duurzaamheidsfonds (waarbij een deel van de opbrengsten ten goede komt aan alle inwoners van Nuenen). Een initiatiefnemer kan dus kiezen voor een vorm van financiële participatie, maar hoe dit er precies uitziet, laten we aan de initiatiefnemer. Financiële participatie wordt in het afwegingskader geborgd onder participatie en maatschappelijke meerwaarde. Wordt financiële participatie onvoldoende meegenomen, dan betekent dit dat een initiatief een ‘nee’ of een ‘nee, mits’ scoort. Bij een ‘nee, mits’ betekent dit dat ze op andere voorwaarden dermate goed moeten scoren zodat gecompenseerd wordt. Vraag: Waarom is er een evaluatie na het beoordelen van 10 principeverzoeken? Wanneer denkt de gemeente dit bereikt te hebben? Antwoord: Na het beoordelen van 10 principeverzoeken verwachten we een goed beeld te hebben van hoe ons afwegingskader functioneert . Mochten we hier al eerder een beeld bij hebben, dan kan eerder worden geëvalueerd.
Vraag: Wordt er onderscheid gemaakt in begeleiding bij lokale, kleinschaliger initiatiefnemers en initiatiefnemers die van buiten soms zelfs uit het buitenland komen? Antwoord: Er wordt wel onderscheid gemaakt door verzoeken te beoordelen op maatschappelijke meerwaarde. Het faciliteren van lokale initiatiefnemers scoort hoger op maatschappelijke meerwaarde in vergelijking met buitenlandse initiatiefnemers. Vraag: Gaat de gemeente iets doen om het aantrekkelijk te maken voor Nuenense ondernemers om een initiatief te nemen? Antwoord: Momenteel niet. Mocht die wens vanuit de ondernemers bestaan, dan gaan wij daarmee het gesprek aan. Vraag: Na het indienen van het afwegingskader is er een deskundigenpanel bestaande uit vakambtenaren. Waarom wordt er niet voor gekozen dit altijd aan te vullen met externe adviseurs en inwoners?
Antwoord: Doel van de randvoorwaarden in het afwegingskader is dat de initiatiefnemer bij het opstellen van het principeverzoek externe adviseurs en inwoners consulteert en hun advies meeneemt in het verzoek. De gemeente verifieert waar nodig dit advies. Mocht het beeld dan nog niet compleet zijn, dan worden adviseurs of inwoners aanvullend geconsulteerd. Vraag: Worden ook deskundigen en ambtenaren betrokken uit gemeenten die ervaring hebben met zonne- en windparken en met de RES? Antwoord: Indien noodzakelijk, wordt dit gedaan. Er wordt, wanneer een initiatief als positief wordt beoordeeld, sowieso afgestemd met de werkgroep grootschalige opwek van RES. Vraag: De participatie wordt in handen gelegd van de initiatiefnemer. Kan deze zelf de stakeholders in het proces bepalen? Antwoord: De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor het consulteren van de stakeholders. Echter, als de gemeente constateert dat belangrijke stakeholders missen, dan adviseren wij de initiatiefnemer deze ook te consulteren. Mocht hun advies niet zijn meegenomen in het principeverzoek, dan wordt dit meegewogen in de beoordeling van het principeverzoek. Vraag: Bij de maatschappelijke meerwaarde is de rol van de initiatiefnemer respectievelijk de gemeente niet beschreven.
Hoe is deze rolverdeling? Antwoord: De initiatiefnemer kan een ‘ja’ of een ‘ja, mits’ scoren door in hun plan voldoende in te zetten op maatschappelijke meerwaarde. Dit kan in verschillende vormen. De gemeente beoordeelt in hoeverre maatschappelijke meerwaarde in het plan zit. Vraag: Is de gemeente van plan inwoners van de gehele gemeente te betrekken, bijvoorbeeld in de vorm van burgerpanels? Antwoord: De gemeente is dit vooralsnog niet van plan, uiteraard is dit ook afhankelijk van de omvang van een plan. Wij zetten voor nu in op het consulteren van de nabije omgeving. Vraag: Hoe wordt “Nuenense stroom voor Nuenense inwoners” concreet meegewogen? Is dat een absoluut kader? Antwoord: Dit is een vorm van maatschappelijke meerwaarde. Als de initiatiefnemer kan waarborgen en aantonen dat de opgewekte stroom ten goede komt aan de Nuenense inwoners, dan scoren zij hoger op maatschappelijke meerwaarde. Initiatiefnemers moeten op meerdere vormen van maatschappelijke meerwaarde scoren om een ‘ja’ of een ‘ja, mits’ als beoordeling te ontvangen.
Vraag: In Zienswijze 2 betoogt de indiener “Voor de burgers van Nuenen dient in ieder geval de best mogelijke oplossing te worden gekozen. Daarom zou ik willen aandringen op een zo optimaal mogelijk democratisch besluitvormingsproces, bij voorkeur via een (bindend) referendum”. Hoe denkt het college hierover? Antwoord: Het college is geen voorstander voor een (bindend) referendum. Voor nu wordt met dit afwegingskader ingezet op het betrekken van de nabije omgeving.
Vragen fractie VVD Vraag: Waarom eerst een afwegingskader vaststellen en pas later een beleid gaan vormen? Is dit niet eigenlijk de omgekeerde wereld? Wij kunnen ons voorstellen dat dit een gevolg is van reeds ingediende aanvragen, maar als de aanvragers bijvoorbeeld stoppende boeren zijn, dan is spoed wel op zijn plaats, zeker in gevallen waarbij energieopwekking een vervangend inkomen gaat zijn. Als het gaat om andersoortige bedrijven voor wie energieopwekking een reguliere business is, is spoed minder aan de orde. Antwoord: Dit is inderdaad een andere insteek dan gebruikelijk. Grootschalige energieopwekking is voor Nuenen een nieuw onderwerp. Door nu in de praktijk aan de slag te gaan met het beoordelen van verzoeken doen we ervaring op en ontdekken we wat lokaal belangrijke voorwaarden voor in het beleid voor grootschalige opwek. Vraag: Waarom wordt er niet voor gekozen om op korte termijn met verstand de spoedeisende aanvragen te beoordelen en door te leiden naar een omgevingsvergunning en de industriële indieners even op hold te zetten tot er een gedragen beleid is ontwikkeld. Antwoord: We kiezen er voor om verschillende principeverzoeken te beoordelen, omdat we op deze wijze meer ervaring op doen. Ervaring die weer kunnen meenemen in het opstellen van beleid.
Handtekening portefeuillehouder
wethouder Pernot