2021-70 RV Bijlage 7.3 Reacties - Stakeholders
Tekst van het document
De MRE staat bekend als technologische topregio. Een regio bij uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte. Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met kennisinstellingen en bedrijven.
Het is van belang de zeggenschap over en opbrengsten van investeringen in de regio te houden zodat deze weer benut kunnen worden voor verdere ontwikkelingen. Dit betekent dat initiatieven van buiten, die de resultaten wegsluizen naar (buitenlandse) investeerders geen structurele bijdrage leveren en dus voorkomen moeten worden. Bovendien moeten opbrengsten vanuit gebieden waar initiatieven relatief makkelijk te realiseren zijn gebruikt worden om moeilijker initiatieven in de regio tot ontwikkeling te brengen. Dit vraagt een regionale sturing en uitvoeringsorganisatie die uitgaat boven gemeentelijke verantwoordelijkheden.
In de RES 1.0 reiken we een financieel model aan om investeringen mogelijk te maken en zeggenschap te behouden. Het voorstel voor het flexibele model gaat uit van de oprichting van een stichting/ontwikkelfonds per gemeente en/of project om minimaal 50% van het eigen vermogen in een project in te brengen. Opbrengsten vloeien terug naar de stichting/in het ontwikkelfonds en naar de investeerders in het project. De stichting/het ontwikkelfonds kan hiermee vervolgens maatschappelijke projecten, bij voorkeur op het gebied van de energietransitie, financieren. Er is echter altijd sprake van maatwerk per gemeente/initiatief.
Dit zal worden nagegaan.
De huidige inzichten m.b.t. de netcongestie zijn verwerkt in de RES 1.0. Richting RES 2.0 zullen we hier steeds beter zicht op krijgen.
Stakeholder NVDE Reactie externe partner
Hoe wordt dit meegenomen in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
Fijn dat de tijd wordt genomen voor de MER-procedure. Aandachtspunt Dit is meegenomen in de PlanMER. is dat de berekeningen wel worden gedaan met de nieuwste technieken, en dat ook belemmeringen in kaart worden gebracht. Zorg uitgesproken over haalbaarheid en betaalbaarheid van alle Terecht punt. Hier zal meer duidelijkheid over komen in de volgende plannen voor de zoekgebieden. fase.
Stakeholder TU/e
Reactie externe partner
Hoe wordt dit meegenomen in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
De vraag is of we de uiteindelijke ambitie hoger kunnen stellen. We hebben nu al 1,1 TWh, dus meer dan 2TWh moet haalbaar zijn. Goed om het totaalplaatje onderdeel te laten zijn van het geheel. Opslag van energie is nu nog onderbelicht, maar zal in de toekomst een belangrijke plek te krijgen.
Op basis van alle input en zienswijzen willen we vasthouden aan de eerder gestelde ambitie van 2 TWh.
Goed om meer aandacht te besteden aan de uitwerking van de diverse onderwerpen. Warmte is nu nog onderbelicht.
Een verdere uitwerking van de thema's wordt meegenomen in het op te stellen samenwerkings- en uitvoeringsprogramma. Bij de uitwerking van de RES gaan we uit van onze leidende principes waarin we RES gebruiken als hefboom voor versterking van de regio.
Thema's RES MRE
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen.
Stakeholder ZLTO
Reactie externe partner
Hoe wordt dit meegenomen in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
Inzetten op, het behouden van en het inrichten van de agrarische structuur. Je hebt goede grond en goede agrarische structuur nodig. De agrarische structuur zou een plek moeten krijgen in het afwegingskader. Duurzame landbouw heeft meer grond nodig.
Samen de energieambitie realiseren
Participatie en Ontwikkelfonds: Hoe kunnen we de participatie van boeren en burgers vergroten door te kijken naar een ontwikkelfonds, bijv. voor verdere verduurzaming in de landbouw?
Volgens de zonneladder van de Metropoolregio Eindhoven is grootschalige opwek te prefereren op (grootschalige) daken, daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied en daarna pas in het gebied buiten de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is er een voorkeur voor het combineren van functies. Dit kunnen landbouwgronden zijn met een meervoudig ruimtegebruik. Een van de leidende principes van de RES is dat er focus is op het maximaal behouden van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij wordt gekeken naar de draagkracht van het landschap en er wordt een koppeling gelegd met de andere ruimtelijke opgaven (landbouw, natuur, klimaat, etc.). In de PlanMER is dit verder uitgewerkt. Het mogelijk inzetten van een ontwikkelfonds wordt verder verkend in de uitwerking van het samenwerking- en uitvoeringsprogramma en betreft een uitwerking van het financiële model voor financiële participatie wat we in de RES 1.0 opnemen.
Regie: Lokaal worden al allerlei besluiten genomen voor kleinere In het op te stellen Samenwerkings- en uitvoeringsprogramma werken projecten, maar past dit allemaal ook in de RES? Meer aandacht voor de we verder uit welke taken we vanuit het regionale perspectief kunnen samenhang tussen regionaal-lokaal. oppakken en hoe de beschikbare capaciteit en middelen het beste kunnen worden ingezet.
Duurzame warmte
Verbinding, meedoen, gehoord worden: Landbouw/landelijk gebied Het thema landbouw/landelijk gebied is meegenomen in de RES 1.0 wordt haast niet benoemd, het gaat voornamelijk over innovatie en (bijvoorbeeld in hoofdstuk 2, bladzijde 14). stedelijk gebied. De kansen in landelijk gebied worden echt onderbelicht. Hier graag meer aandacht voor samenwerking, en het ontdekken van mogelijkheden. Glastuinbouw: de combinatie van warmte en CO2 lijkt een voor de hand We brengen de zienswijze in bij de ambtelijke werkgroep warmte. liggende combinatie maar is in RES onderbelicht
Stakeholder Reactie externe partner Woningcorporaties MRE Op pagina 21 beschrijft u participatie en samenwerking. ‘vanzelfsprekend… concessies gedaan moeten worden’. Onze ervaring
Hoe wordt dit meegenomen in de RES 1.0 en verder
Wij onderschrijven dat vroegtijdige betrokkenheid leidt tot overleg, begrip en beweging. Vanuit de werkgroepen betrekken wij alle stakeholders waaronder de woningcorporaties.
tot nu toe is dat vroegtijdige betrokkenheid leidt tot begrip, overleg en beweging. Wij benadrukken lokaal maatwerk. Lokaal maken we afspraken over doelen, samenwerking, kennisuitwisseling. Wij vragen ons af hoe zich dat verhoudt tot uw uitspraak op pagina 30: ‘we gaan met de woningcorporaties in gesprek om afspraken te maken over kansen en uitdagingen’. Op pagina 28 is een aanpak genoemd. Graag vernemen wij welke modules u ontwikkeld heeft. Met interesse kijken wij naar uw module wijkopgave.
We gaan met de woningcorporaties in gesprek om te kijken op welk niveau we afspraken kunnen maken over kansen en uitdagingen. Bijvoorbeeld op lokaal niveau, regionaal niveau of anders.
Wij gaan met u in gesprek over de modules, waaronder de wijkaanpak, in het kader van de verdere uitvoering van de RES.