2021-70 RV Bijlage 7.2 Reacties - Overige overheden
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie 1.0 Metropoolregio Eindhoven 7. Reacties op de (concept) RES 1.0
Bijlage 7.2 Overige Overheden
Metropoolregio Eindhoven
7.2 Overige overheden
Waterschap Aa en Maas
Reactie andere overheid
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Duurzame opwek
Een aandachtspunt bij het criterium effect grond- en oppervlaktewater in de effectbeoordeling is dat nu per definitie een positieve score toegekend wordt voor zoekgebieden met een onttrekkingsverbod grondwater. Terwijl de daadwerkelijke inrichting van het zonnepark uiteindelijk bepalend is voor de mate waarin (on)gunstige effecten op het grondwater optreden. Dit wordt ook door u bevestigd in de mitigerende maatregelen voor bodem en water (par. 9.2.1 en 9.2.1). Daarom zouden wij deze mitigerende maatregelen in de definitieve RES 1.0 graag verankerd zien als ontwerpuitgangspunten voor de inrichting specifieke locaties voor zonneparken.
De zienswijze wordt meegenomen bij het opstellen van het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma.
Waterschap De Dommel
Reactie andere overheid
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Duurzame opwek
Uit de PlanMER maken we op dat in de MRE beperkt ruimte is voor windenergie. Dit betekent dat we een relevant aandeel van de 2TWh gaan invullen met zonnevelden. De locatie van zonnevelden kan zowel positief als negatief bijdragen aan de regionale klimaatopgave. Door in een vroeg stadium de juiste keuzes te maken kunnen we ervoor zorgen dat de benodigde zonneweiden zowel direct als indirect bijdragen aan de infiltratie en het vasthouden van het water op de hogere zandgronden en het verbeteren van de sponswerking van de bodem. Een integrale aanpak en beoordeling van de zoekgebieden aan de bredere thema's uit de PlanMEr dragen daar aan bij. Een uitwerking hiervan zien we graag terug in de RES 1.0. Vanuit het waterschap worden we graag betrokken bij deze fase.
De invulling van zoekgebieden wordt uitgewerkt na de RES 1.0. Hierna zullen we nog met gemeenten verkennen waarin we regionaal met elkaar optrekken en wat tot lokaal maatwerk behoort.
1
Provincie Noord- Reactie andere overheid Brabant Opgave en kader
Thema's RES MRE
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
De ervaring leert dat er wind- en zonprojecten kunnen afvallen Zowel in de RES 1.0 als in de RES 2.0 bezien we of het opnemen van gedurende het verdere proces. Alleen al om deze reden is enige enige mate van overprogrammering realiseerbaar is. overprogrammering wenselijk. Wij roepen u daarom op om in de verdere uitwerking en de ontwikkeling naar de RES 2.0 te bezien of het opnemen van enige mate van overprogrammering realiseerbaar is. Wij voelen ons hierbij gesteund door het onderzoek van het PBL naar de realiseerbaarheid van de concept-RES’en. PBL constateert dat de RES’en een verschillende mate van concreetheid kennen, maar is van mening dat het te behalen doel (duurzame opwek op land van 35 TWh in 2030) gerealiseerd kan worden. Kernpunten zijn de ruimtelijke consequenties van de RES in relatie tot Dit nemen we mee in de uitwerking van het samenwerking- en ruimtelijke consequenties van het water en bodem beleid, en de rol van uitvoeringsprogramma. bodemenergiesystemen in de energietransitie. Deze afstemming is vooral van belang om op tijd in te kunnen spelen op het benutten van kansen door combinatie van verschillende functies als energieopwekking en natuurontwikkeling.
En om spanningen te voorkomen die kunnen ontstaan wanneer te realiseren initiatieven vanuit de RES op dezelfde ruimte worden gepland als de ruimte die nodig is voor het nemen van klimaat adaptieve maatregelen. Wij vragen u om goed aan te sluiten bij de uitvoeringsagenda’s die, onder andere met inzet van de provincie en andere partijen, als uitwerking van klimaatadaptatie in de betreffende werkregio’s worden gemaakt door de gemeenten en het waterschap. Wij geven u in overweging om bij de doorontwikkeling van de RES 1.0 Dit nemen we mee in de RES 2.0. naar de RES 2.0 ook rekening te houden met de uitrol van (publieke) laadinfrastructuur voor personen- en vrachtvervoer. Deze is omschreven in de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) en wordt door vertaald in regionale aanpakken. Het opnemen van deze aanpak in de besluitvormingsstructuur van de RES zorgt voor een goede afstemming van duurzame lokale energieopwekking met een planmatige uitrol van de laadinfrastructuur. Daarnaast kan dit op termijn ook kostenbesparingen en synergievoordelen opleveren. 2
Samen de energieambitie realiseren
In het bestuurlijk overleg tussen de RES-regio’s, de provincie, Enexis en TenneT is afgesproken om samen meer en beter te zoeken naar oplossingen. In dit licht onderstrepen wij het belang van programmering en vragen wij u hieraan actief deel te nemen: een samenwerking waarbij gemeenten, provincie en netbeheerder samen de planning en prioritering van de uitvoering van RES-projecten bepalen en afstemmen met de uitbreidingen in de netcapaciteit. Waarbij er tevens aandacht is voor de kostenefficiëntie. Wij vragen u dit op te pakken en gebruik te maken van de ervaringen in andere regio’s.
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Wij roepen u op om hier in de verdere uitwerking en uitvoering van de RES 1.0 invulling aan te geven. Sociale participatie, het uitgangspunt dat iedereen mee moet kunnen doen/ profiteren, vinden we in dit licht een van de belangrijkste onderdelen van de energietransitie. Wij zien dat u hier op hoofdlijnen al een invulling aan heeft gegeven. In uw concept RES 1.0 streeft u naar 50% of meer lokaal eigenaarschap bij nieuwe zonen windprojecten. Uw regio heeft de intentie om hierbij te werken vanuit een model voor financiële participatie en lokaal eigendom van zonne- en windparken. Wij vinden het van belang dat burgers direct kunnen participeren en adviseren dat gemeenten het streven naar 50% lokaal eigenschap opnemen in hun beleid. Verder vinden wij het van belang dat lusten en lasten eerlijk worden verdeeld. Door de demografische ontwikkelingen (ca.15% terugloop van het aantal mbo-studenten in Brabant over een periode van 5 jaar) is een integraal, breed gedragen en proactief arbeidsmarkt- en scholingsbeleid nodig om de energietransitie mogelijk te maken en de werkgelegenheidskansen hiervan te verzilveren. Wij bevelen u aan om hier, in samenspraak met onder meer de arbeidsmarktregio en de onderwijs- en kennisinstellingen, bij de verdere uitwerking van uw concept RES 1.0 nader invulling aan te geven.
Met het opnemen van het flexibele model (voor financiering) spreken we af wat het uitgangspunt is voor lokaal beleid van gemeenten. Wat betreft de verdeling van lusten en lasten zijn leidende principes binnen de RES "iedereen draagt bij" en "ervoor zorgen dat iedereen meeprofiteert".
We zijn in overleg met de arbeidsmarktregio's, provincie en andere RES regio's over het thema arbeidsmarkt en onderwijs in relatie tot de energietransitie.
3
Besparing
Wij willen u aanmoedigen om in de RES 2.0 te bezien of er kansen zijn om de inzet op energiebesparing nog verder te verstevigen. Enerzijds door te bezien of er een concrete ambitie kan worden vastgesteld, anderzijds door in te zetten op meer samenwerking. In de provinciale begroting 2022 zullen we aangeven hoe we invulling geven aan de aangenomen motie.
Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing. Het is een bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor besparing in de concept RES 1.0. Het besparingspercentage is per individuele woning of bedrijf namelijk verschillend en is achteraf niet te meten in relatie tot de genomen maatregelen. Daarom is ervoor gekozen om geen kwantitatieve doelstelling voor het onderdeel besparing op te nemen in de concept RES 1.0, maar om de besparingsaanpak af te stemmen op zowel de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. De RES werkgroep Besparing heeft de besparingsplannen inmiddels verder uitgewerkt in specifieke doelgroepmodules, voor de doelgroepen Wonen (bewoners en woningcorporaties), Bedrijven (kantoren en bedrijventerreinen) en Maatschappelijk vastgoed (ambtelijke huisvesting, onderwijs en sport). Gemeenten kunnen zelf bepalen aan welke modules ze meedoen, aansluitend bij de prioriteiten.
Ook andere sectoren als de industrie en de glastuinbouw hebben een De suggestie wordt meegegeven aan de ambtelijke werkgroep besparingsopgave. Conform de afbakening van de RES worden besparing. afspraken over deze sectoren niet in de RES gemaakt, maar in andere trajecten en samenwerkingsverbanden. Wij adviseren u te bezien of het nuttig is de uitkomsten van deze afspraken te verwerken in de RES 2.0.
4
Duurzame warmte
Bij de verdere doorontwikkeling van de RES vragen wij u op zoek te gaan In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op naar toepassingsmogelijkheden voor (Brabantse) innovaties die de ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van energietransitie mede kunnen vormgeven. Zoals bijvoorbeeld de netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is beloftevolle innovaties op het gebied van dunne film PV - te benutten een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een op geluidschermen en in bouwcomponenten (BIPV) - en innovaties op samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht het gebied van opslag en conversie, ontwikkeld in de triple helix opstellen van de relevante innovaties. De netbeheerders rekenen ons samenwerking tussen kennispartners, innovatief (MKB)bedrijfsleven en bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, overheden. Ook vragen wij u te bezien elke innovaties er mogelijk zijn ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en om eventuele nadelige effecten van windturbines te mitigeren, zoals het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren geluid, verlichting en faunaslachtoffers. Dit is enerzijds een kwestie van en prioriteren van energieprojecten.
Dit zal ook meegenomen worden het inpassen van de innovatie in een systeem (van energie, mobiliteit, in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, bouw etc.) en anderzijds een kwestie van het realiseren van een inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) productieschaal die industrialisatie rechtvaardigt. Denk hiervoor onder of andere oplossingen. meer aan gezamenlijk aanbesteden of inkopen. In uw concept RES 1.0 geeft u aan nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te volgen en verbinding te blijven zoeken met innovaties. Innovaties op het gebied van energieopslag en -conversie kunnen een bijdrage leveren aan het oplossen van de transportschaarste op het netwerk. Slimme benutting van de huidige netcapaciteit is een deel van de oplossing. Dit vraagt om inzet van innovaties, bijvoorbeeld op het gebied van uitwisseling van energie tussen afnemers onderling (bewoners en/of bedrijven).
5
Duurzame opwek
Wij zien in de RES 2.0 graag een nadere concretisering van de regionale Er komt een regionaal afwegingskader voor bovenlokale aanpak van de warmtetransitie. Naast duurzame elektriciteitsopwekking warmtebronnen. en energiebesparing, beschrijft u in de concept RES 1.0 ook een eerste aanzet voor een regionale aanpak van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De Regionale Structuur Warmte (RSW) brengt de uitdaging in kaart en legt afspraken vast voor regionale samenwerking rondom deze opgave. De RSW geeft de regio duidelijkheid en een kader om de warmtetransitie efficiënt en doelgericht vorm te geven. De aard van de opgave bij warmte is anders dan bij elektriciteit. Waar de opgave bij elektriciteit concreet is (landelijk 35 TWh aan duurzame opwekking), kent de warmtetransitie nog veel onzekerheden. Bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van bronnen, de ontwikkeling van nieuwe technieken en de betaalbaarheid. Gemeenten bepalen de beste duurzame warmteoplossing voor hun buurten en wijken in de Transitievisie Warmte (TVW) en de wijkuitvoeringsplannen. De afspraak is dat elke gemeente deze Transitievisie uiterlijk in 2021 vaststelt. De gemeentelijke keuzes voor de lokale warmtevoorziening hangen samen met regionale energiekansen en keuzes.
Wij willen u daarom oproepen om de komende periode de RES en de TVW’s regelmatig op elkaar af te stemmen en te bezien welke koppelkansen er zijn. Bij de uitwerking van zoekgebieden naar zoeklocaties roepen wij u op De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in om daarin vooral ‘breed, rond en diep’ te kijken, zoals in onze Brabantse de RES 1.0. Omgevingsvisie beschreven. Wanneer de ruimte schaars is, is het de opgave om zoveel mogelijk functies in een gebied te combineren. Zowel binnen als buiten Brabant (met de omliggende gebieden). Liggen zoekgebieden logisch gepositioneerd ten opzichte van elkaar en zijn er slimme koppelingen te maken? Op die manier wordt omgevingskwaliteit in het hart van de energieopgave gepositioneerd. Uiteraard in het besef dat het komen tot een geschikte zoeklocatie altijd een afweging is van de belangen ‘ruimte’, ‘draagvlak’, ‘systeemefficiëntie’ en ‘kwantiteit’ (in willekeurige volgorde), met oog voor de kwaliteit van Brabant (zoals verwoord in de Brabantse Omgevingsvisie en vervat in de IOV) en meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik.
6
Wij constateren dat nog in veel gevallen de initiatiefnemer bepaalt wat een geschikte locatie is. Wij wijzen op het advies van de werkgroep Netimpact van het NPRES2 waarin onder andere gewezen wordt op een actieve rol van gemeenten om samen met de omgeving op zoek te gaan naar de beste locatie, de optimale netaansluiting en mogelijkheden van initiatiefnemer en grondeigenaar. Zeker met de huidige transportschaarste kunnen gemeenten van de nood een deugd maken. Wij zien hierbij nadrukkelijk noodzaak voor afstemming binnen de regio, maar in een aantal gevallen ook tussen regio’s. Gezamenlijk als regio’s dient gezocht te worden naar een goede ruimtelijke inpassing van duurzame opweklocaties, waarbij er tevens aandacht is voor thema’s als klimaatadaptatie, de ontwikkeling van bedrijventerreinen, bodem, (grond)water, landbouw, cultuurhistorie, natuur en planologie & ruimtelijke ontwikkeling. De door uw regio uitgevoerde plan m.e.r. kan hier in onze ogen een belangrijke bijdrage aan leveren. Wij willen uw regio oproepen om de opgedane ervaringen en geleerde lessen te delen met de drie andere Brabantse RES-regio’s.
In dit verband attenderen wij u, wellicht ten overvloede, graag op de mogelijkheid die nieuwe wetgeving gemeenten gaat bieden om bij nieuwe gebouwen die niet onder de voorgenomen BENG-eisen vallen (onverwarmde industriehallen) en bij bestaande gebouwen zonder zonPV het duurzaam gebruik van het dak (zoals de opwek van zonneenergie) te eisen. Voortvloeiend uit deze motie hebben we alle gemeenten een brief gestuurd waarin we hebben opgeroepen de zonneladder strikt te blijven toepassen. Wij roepen u op in te zetten op het zo mogelijk verder beperken van de ontwikkeling van zon op land. Waarbij er ruimte blijft voor maatwerk (zoals innovatieve toepassingen) met meerwaarde.
Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de route die we volgen om te komen tot een overzicht van zoekgebieden houden we ook rekening met criteria vanuit systeemefficiëntie. De afwegingen vinden plaats met behulp van het landelijke afwegingskader, rekening houdende met kwantiteit, ruimtegebruik, systeemefficiëntie en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak.
De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking.
7
Graag benadrukken we nogmaals het belang van zowel een effectieve Een van de afwegingen bij ons bod is systeemefficiëntie en daarmee verhouding tussen zonne- en windenergie als van zoekgebieden in de wordt rekening gehouden. nabijheid van de energiehoofdinfrastructuur. Voor de uitwerking van de RES 1.0 bevelen wij u aan om ‘zon’ en ‘wind’ zoveel als mogelijk op één locatie te combineren. Door goede combinaties van zon en wind te maken, worden de kosten van de energietransitie aanzienlijk beperkt. Wij constateren op verschillende plaatsen dat er een groot aantal relatief kleine zonnevelden zijn of worden aangelegd die daarmee onevenredig duur zijn en niet systeemefficiënt. De energierekening voor inwoners loopt hiermee onnodig op. Juist een actieve en uitnodigende rol van de gemeente is gewenst om te komen tot een optimale ligging, clusteren van initiatieven en netwerkkosten/ systeem.
Stap voor stap naar uitvoering
Wij vragen u bij de keuze en uitwerking van zoekgebieden nadrukkelijk De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in te bezien of er sprake is van cultuurhistorisch waardevolle gebieden in de RES 1.0. (delen van) het zoekgebied en te beoordelen of opwekking van winden/of zonne-energie wel of niet verenigbaar is met de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. Indien dit onverenigbaar is, moeten de zoekgebieden hierop worden aangepast. Tevens doen wij u de suggestie om cultuurhistorisch waardevolle gebieden als laatste optie te verwerken in de zonneladder. Dit schept voor initiatiefnemers aan de voorkant duidelijkheid. Conform de opdracht vanuit NP RES zal in de RES 2.0 aandacht moeten In de RES 2.0 zal een overkoepelende regionale visie worden worden gegeven aan de voortgang van de afspraken uit de RES 1.0, opgenomen. maar zal ook moeten worden ingegaan op onder andere het warmtevraagstuk. Dit jaar leveren gemeenten hun lokale transitievisie Warmte op. In regionaal verband zult u daarvoor een overkoepelende regionale visie op moeten ontwikkelen. In dit proces willen wij als partner van de regio betrokken blijven. Richting de RES 2.0 en verder is het de uitdaging te zoeken naar een meer integrale gebiedsgerichte benadering van duurzame opwek, besparing, laadinfrastructuur en warmte.
8