CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-70 RV Bijlage 2.1 Resultaten internetconsultatie

Commissie Ruimte 30 november 2021, gemeente NuenenBij agendapunt: Vaststellen RES 1.0 MRE23.104 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

8

Anders, namelijk

8

Acceptatie windmolenpark

We zien bij de respondenten een verdeeldheid in de bereidheid om een windpark in de directe omgeving te accepteren. 28% van hen zou dit accepteren als zij samen met andere inwoners of grondeigenaren kunnen beslissen over het ontwikkelgebied. 27% zou een windpark accepteren als zij kunnen meebeslissen waar deze geplaatst wordt. Een vijfde van de respondenten vindt een windpark acceptabel als zij kunnen investeren en daardoor meeprofiteren van de opbrengsten van het windpark (21%). Verder geeft 23% aan dat zij nooit bereid zouden zijn om een windpark in de directe omgeving te accepteren. Bij ‘anders’ benoemen respondenten dat zij bereid zijn om een windpark in de directe omgeving te accepteren als blijkt dat de hinder voor direct omwonenden en de natuur gering of volledig afwezig is of als duidelijk wordt dat de betreffende plek de beste overweging is. Ook wordt communicatie richting (direct) omwonenden als belangrijke voorwaarde benoemt. Verder benoemen sommigen dat zij altijd bereid zijn een windpark te accepteren, anderen geven aan nooit een windpark in de directe omgeving te accepteren. Enkele reacties: • • • •

“Als de wisselende schaduwen en/of geluid niet storend zijn voor omwonenden.” “Als ik weet dat dit in de regio met alle transparante belangenafwegingen de beste plek is.” “Als het maar gebeurt.. zoveel mogelijk en zo snel mogelijk!” “Windparken moeten geplaatst worden waar veel wind is. Dat is vooral op zee, aan zee en het IJsselmeer. Niet in Oost Brabant.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

20

5

Warmte Voor de gebouwde omgeving maakt elke regio, als onderdeel van de RES, een Regionale Structuurvisie Warmte met daarin een voorstel hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de bijbehorende infrastructuur op regionaal niveau met elkaar verbonden kunnen worden. In de meeste huishoudens is aardgas nu nog een vanzelfsprekende keuze voor verwarmen en koken. Daar komt de komende 30 jaar verandering in. Niet in één keer, maar geleidelijk. De komende periode maakt iedere gemeente een plan, de Transitievisie Warmte genaamd, over hoe en wanneer de eerste woningen van het aardgas af gaan. In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag hoe bewoners van Zuidoost Brabant aankijken tegen de overstap van aardgas naar andere warmtebronnen.

5.1

Van het aardgas af Tabel 12. Vraag 19a: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). A. Het is haalbaar dat alle woningen in 2050 van het aardgas af zijn

N

Koopwoning

1.391

34

13

40

13

Huurwoning

221

37

24

27

12

Anders

25

40

24

31

4

1.637

35

16

37

12

Gemiddeld RES-ZOB

(Helemaal) (Helemaal) Neutraal eens oneens

Weet niet / geen mening

Tabel 13. Vraag 19b: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). B. Ik maak mij zorgen over de monopoliepositie van grote energiebedrijven en wat dat betekent voor mijn energierekening

N

Koopwoning

1.393

56

19

14

10

Huurwoning

221

56

22

14

8

Anders

25

73

15

6

6

1.639

56

20

14

10

Gemiddeld RES-ZOB

(Helemaal) (Helemaal) Neutraal eens oneens

Weet niet / geen mening

Tabel 14. Vraag 19c: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). C. Ik maak mij zorgen over de kosten om mijn huis aan te passen

N

Koopwoning

1.363

65

14

18

3

Huurwoning

183

45

25

26

5

Anders

22

72

24

0

4

1.568

60

17

20

3

Gemiddeld RES-ZOB

(Helemaal) (Helemaal) Neutraal eens oneens

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

Weet niet / geen mening

21

Tabel 15. Vraag 19d: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). D. Ik maak mij geen zorgen als het gaat over het verwarmen van mijn woning zonder aardgas.

N

Koopwoning

1.373

40

17

39

4

Huurwoning

218

37

34

26

4

Anders Gemiddeld RES-ZOB

(Helemaal) (Helemaal) Neutraal eens oneens

Weet niet / geen mening

24

53

18

24

4

1.615

39

21

35

4

Tabel 16. Vraag 19e: Hoe kijk je naar de overstap van aardgas naar een andere warmtebron voor warm water en het verwarmen van jouw woning? Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). E. Ik vind het ingewikkeld dat ik zelf niet kan kiezen hoe ik mijn woning zonder aardgas ga verwarmen.

N

Koopwoning

1.324

42

26

21

11

Huurwoning

206

35

34

21

10

Anders

23

51

27

12

10

1.553

40

28

21

11

Gemiddeld RES-ZOB

(Helemaal) (Helemaal) Neutraal eens oneens

Weet niet / geen mening

De overstap van aardgas naar een andere warmtebron

Ongeveer een derde van de respondenten denkt dat het haalbaar is dat in 2050 alle woningen van het aardgas af zijn (35%), terwijl een vergelijkbaar percentage respondenten denkt dat dit niet haalbaar is (37%). 56% van de respondenten maakt zich zorgen over de monopoliepositie van grote bedrijven. Verder maakt 60% zich zorgen over de kosten om de eigen woning aan te passen. Dit zien we, niet verrassend, vooral terug bij respondenten met een koopwoning (65% van de woningeigenaren maakt zich hier zorgen over, tegenover 45% van de huurders). De respondenten zijn verdeeld als het gaat over de zorgen omtrent het verwarmen van de woning zonder aardgas: 39% maakt zich geen zorgen, ongeveer een vijfde staat hier neutraal in (21%) en 35% maakt zich hierover wel zorgen. 40% van de respondenten geeft daarnaast aan dat zij het ingewikkeld vinden dat je zelf niet veel te kiezen hebt als het gaat om het verwarmen van de woning zonder aardag, 28% staat hier neutraal in en 21% geeft aan zich hier geen zorgen over te maken. Bij deze stellingen konden respondenten een toelichting geven. We lezen dat zij vermoeden dat het een flinke klus gaat worden om van het aardgas af te gaan en sommigen hebben er een hard hoofd in dat het gaat lukken. Ze geven aan dat het tijd nodig heeft en dat de overheid hier een duidelijke rol in moet pakken.

Daarbij vinden ze wel dat bewoners goed betrokken moeten blijven, voor het gevoel worden veel beslissingen nu voor hen genomen. Ook zetten sommige vraagtekens; zij vinden dat aardgas een schone warmtebron is die niet vervangen hoeft te worden. Enkele reacties:

•

“Er is géén goede reden voor het afschaffen van aardgas voor huishoudens. Ons gasnetwerk is kwalitatief hoogstaand en verwarming met aardgas is een van de schoonste manieren om huizen te verwarmen. Alternatieven zijn vooralsnog duur,

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

22

• • •

werken slechter en veroorzaken overlast. Met name biomassacentrales moeten direct worden afgeschaft.” “Gas is niet perse milieutechnisch ongunstig. Zou veel meer ingestoken moeten worden op isolatie.” “De kosten gaan gigantisch hoger uitvallen dan elke leverancier ons doet geloven.” “De overheid neemt de particulier onvoldoende bij de hand in de keuze en mogelijkheden van verduurzaming.”

Relatief vaak wordt genoemd dat de kosten voor het aanpassen van de woning veel te hoog zijn, al zijn er ook respondenten die aangeven dat hun huizen al zijn aangepakt. Ook verwijzen respondenten naar technologische ontwikkelingen (bijvoorbeeld warmtepompen die steeds beter en goedkoper zullen worden). Tabel 17. Vraag 20: In hoeverre hebben onderstaande warmtebronnen jouw voorkeur? (N = 1.643 / %) (Volledig) mijn voorkeur

Neutraal

(Totaal) niet mijn voorkeur

Weet niet / geen mening

Rechtstreekse warmte van de zon (via zonnecollectoren, die zonlicht omzetten in warmte)

71

16

7

6

Restwarmte uit industrie (warmte die vrijkomt bij industrieprocessen)

57

22

14

8

Warmte uit de aarde (geothermie, gebruikmakend van temperatuurverschillen in de aardoppervlakte, warmte en kouopslag)

57

22

13

9

Warmte uit water (aquathermie, bijvoorbeeld via riool-, afval-, drinken oppervlaktewater)

54

25

10

10

Warmte uit de lucht (warmtepomp)

53

21

18

8

Warmte uit afval (restafval omzetten naar warmte)

50

26

17

7

Warmte uit biomassa (grondstof uit planten, bomen, plantaardig afval dat je als bron voor energie kan gebruiken)

28

24

41

6

Alternatieve warmtebronnen

We hebben de respondenten verschillende warmtebronnen voorgelegd: 71% heeft (volledig) de voorkeur voor energie die opgewekt wordt door warmte van de zon. Daarnaast heeft 57% (volledig) de voorkeur voor restwarmte uit industrie en een even groot percentage voor warmte uit de aarde. Respondenten hebben minder de voorkeur voor warmte uit biomassa, voor 41% heeft dit (totaal) niet de voorkeur. We zien bij ongeveer alle warmtebronnen dat gemiddeld genomen een kwart van de mensen neutraal genomen hier tegenover staat. Dit kan betekenen dat zij (nog) geen goed beeld hebben van de warmtebronnen. In de concept-RES van Zuidoost Brabant wordt de huidige warmtevraag gekoppeld aan de potentie van duurzame warmtebronnen. Deze input wordt gebruikt voor de Regionale Structuurvisie Warmte (RSW)13, waarin vraag en aanbod van warmte in de regio aan elkaar gekoppeld zijn en waarin verschillende strategieën beschreven zijn voor 13

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.44 (bijlage 9).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

23

het verduurzamen van woningen. De RSW is vooralsnog voornamelijk inventariserend van aard; komende tijd worden mogelijkheden verder onderzocht. De resultaten van de RSW dienen als input voor de gemeentelijke Transitievisies Warmte. Al deze gemeentelijke Transitievisies Warmte zullen een gezamenlijk beeld moeten geven van de beste toepassing van verschillende warmtebronnen.14 Concluderend kunnen we op het gebied van warmte stellen dat respondenten zich met name zorgen maken over de afhankelijkheid van energiebedrijven en de energierekening, om de investeringskosten en om autonomie en zeggenschap. We zien daarbij een voorkeur voor rechtstreekse warmte uit de zon, restwarmte vanuit de industrie en warmte uit de aarde en water boven warmte uit biomassa. Tabel 18. Vraag 21: Welke warmtevoorziening heeft de voorkeur voor jouw woning? (N = 1.641) % Een individuele warmtevoorziening met eigen installaties

49

Een collectieve warmtevoorziening met (deels) gezamenlijke voorzieningen

20

Niet van toepassing, ik woon in een huurhuis

19

Dat weet ik niet / geen mening

13

Alternatieve warmtebronnen

Bijna de helft van de respondenten (49%) geeft de voorkeur aan een individuele warmtevoorziening met eigen installaties voor het verwarmen van de eigen woning. Een vijfde van hen geeft de voorkeur aan een collectieve warmtevoorziening met (deels) gezamenlijke voorzieningen. 13% heeft hierover (nog) geen mening en 19% geeft aan dat het niet van toepassing is, zij wonen in een huurhuis. Voor de (haalbaarheid van) de warmtetransitie betekent dit dat individuele oplossingen over het algemeen de voorkeur hebben boven collectieve oplossingen (waarbij sprake is van afhankelijkheid van grote warmteleveranciers en gebrek aan autonomie of keuzevrijheid). Respondenten die aangaven niet te weten welke warmtevoorziening de voorkeur voor hun woning heeft, konden hierop een toelichting geven. Zij benoemen bijvoorbeeld dat ze (nog) geen zicht hebben op de verschillende mogelijkheden, geen voorkeur voor individueel of collectief hebben of te weinig informatie over de voor- en nadelen hebben. Ook geven enkelen aan al een warmtepomp te hebben of het liefst bij aardgas willen blijven. We lezen bijvoorbeeld: • • •

14

“Ik de consequenties (voor/nadelen en kosten) nu niet kan overzien.” “Ik weet niet wat het meest efficiënt is. De beste oplossing voor het milieu moet worden gekozen.” “Wil dat er gewoon aardgas blijft anders gaat het veel te duur worden.”

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.11, 41.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

24

6

Betrokken worden Een belangrijk onderdeel van de RES-processen is dat bewoners betrokken worden bij en meegenomen worden in de totstandkoming of uitvoering van de RES’en. Dit lezen we ook terug in de concept-RES van regio Zuidoost Brabant. Hierin staat bijvoorbeeld dat er ingezet wordt op een grote mate van participatie in de lokale omgeving bij duurzame energie, mede omdat draagvlak en acceptatie van inwoners van cruciaal belang zijn 15. In dit hoofdstuk presenteren we de resultaten met betrekking tot betrokkenheid en participatie. Wat vinden bewoners belangrijk, waarover willen zij geïnformeerd worden of waarbij willen zij betrokken worden? En welke manier zou dan de voorkeur hebben? Ook hebben we specifiek aandacht voor de financiële participatie van bewoners.

6.1

Ondersteuning woning verduurzamen Tabel 19. Vraag 22: Op welke manier ben jij geholpen om jouw woning te verduurzamen en/of om energie te besparen? Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.637) % Door algemene informatie te ontvangen over de mogelijkheden die er zijn

41

Door algemene informatie te ontvangen over subsidiemogelijkheden

33

Door ervaringen van anderen te horen die in een vergelijkbare woning wonen

30

Door een keuzehulp of een duurzaamheidsscan van mijn woning

26

Door deel te nemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten in mijn omgeving

22

Dat weet ik niet / geen mening

18

Iets anders

9

Ik heb hier überhaupt geen behoefte aan

8

Ondersteuning woning verduurzamen

We vroegen de respondenten op welke manier(en) zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen. 41% zou graag algemene informatie willen ontvangen over de mogelijkheden die er zijn. Een derde van hen (33%) heeft baat bij algemene informatie rondom subsidiemogelijkheden. Verder geeft 30% aan dat zij graag ervaringen horen van anderen in een vergelijkbare woning. 8% van de respondenten geeft aan hier überhaupt geen behoefte aan te hebben. Respondenten konden bij ‘iets anders’ een toelichting geven. Hier noemen zij bijvoorbeeld dat zij financiële ondersteuning of (onafhankelijk) advies nodig hebben. Ook benoemen enkelen dat zij zelf initiatief nemen of dit al gedaan hebben en hier geen ondersteuning bij nodig hebben. Enkele reacties: • • •

15

“Advies over maatwerkoplossingen.” “Financiële ondersteuning.” “Ik vind mijn info zelf wel. En ik kijk gewoon wat het goedkoopste is.”

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.48.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

25

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

De verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. We zien met name differentiatie naar opleidingsniveau. Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven vaker dan respondenten met een hoog opleidingsniveau aan dat zij niet weten of geen mening hebben op welke manier zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen (respectievelijk 23% en 25% tegenover 5% bij hoogopgeleiden). Hoogopgeleide respondenten geven daarnaast bij bijna alle mogelijkheden vaker aan hierdoor geholpen te zijn. Bij de leeftijdsgroepen zien we voornamelijk dat jonge respondenten (16 en 30 jaar) vaker dan de andere leeftijdsgroepen (nog) niet weten op welke manier zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen (28% t.o.v. 18% gemiddeld).

6.2

Procesparticipatie Tabel 20 Vraag 23: In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? (N = 1.635/ %) Niet belangrijk / Heel Belangrijk Onbelangrijk belangrijk niet onbelangrijk

Weet niet / geen mening

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten

35

41

15

5

4

B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten

33

43

16

5

3

C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen

16

33

30

14

6

D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen

16

35

30

13

6

E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)

15

30

31

15

9

F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie)

16

33

31

12

9

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

26

Betrokkenheid en participatie

Respondenten vinden het met name (heel) belangrijk dat zij kunnen meedenken bij windprojecten en bij zonneprojecten (beide 76%). Verder vindt 51% het (heel) belangrijk dat bewoners kunnen investeren in zonneprojecten in de regio en 49% dat bewoners mede-eigenaar kunnen worden van zonneprojecten in de regio. Als het gaat om windprojecten zien we vergelijkbare cijfers: 49% van de respondenten vindt het (heel) belangrijk dat bewoners kunnen investeren in windprojecten in de regio en 45% dat zij mede-eigenaar kunnen worden van windprojecten in de regio. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

De verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. We zien op dit thema met name verschillen tussen opleidingsgroepen. Over het algemeen lijken lager en middelbaar opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, mee-investeren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij geven relatief vaak aan de stelling niet belangrijk / niet onbelangrijk te vinden, het niet te weten of geen mening te hebben. Hoger opgeleiden vinden alle stellingen vaker ‘(heel) belangrijk’. Daarnaast antwoorden de hoogopgeleide respondenten ook vaker dan de laag- en middelbaar opgeleiden ‘onbelangrijk’ op de stellingen rondom mee-investeren en mede-eigenaar worden van zon- en windprojecten. Verder zien we dat jongeren (16 t/m 30 jaar) relatief iets minder geïnteresseerd lijken in het meedenken in wind- en zonneprojecten dan de andere leeftijdsgroepen, en vooral geïnteresseerd zijn in het investeren in en mede-eigenaar worden van wind- en zonneprojecten. De leeftijdsgroepen vanaf 41 jaar vinden het alle relatief heel belangrijk om mee te kunnen denken in wind- en zonneprojecten. Respondenten tussen de 41 en 60 jaar, en van 71 jaar en ouder vinden het minder belangrijk dan de andere leeftijdsgroepen om te investeren in of mede-eigenaar te worden van zon- en windprojecten.

Respondenten tussen de 61 en 70 jaar vinden dit juist relatief heel belangrijk.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

27

Figuur 6. Vraag 28: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.621 / %).

100% 86%

90% 80%

81%

74%

74%

87%

87% 79%

70% 60% 50% 40% 30%

26%

26%

19%

14%

20%

13%

21% 13%

10% 0% 16-30

31-40

41-50

51-60 Ja

61-70

71+

Gemiddeld RES-ZOB

Nee

Figuur 7. Vraag 28: Wil je door jouw gemeente betrokken worden bij of geïnformeerd worden over plannen rondom duurzame energie? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.621 / %).

100%

88%

90% 70%

79%

77%

80% 65%

60% 50% 40%

35%

30%

23%

21%

20%

12%

10% 0% Laag

Midden

Hoog Ja

Gemiddeld RES-ZOB

Nee

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Vier op de vijf respondenten geven aan door de gemeente geïnformeerd of betrokken te willen worden over plannen rondom duurzame energie (79%). Respondenten tussen de 16 en 40 jaar oud geven vaker dan gemiddeld aan niet betrokken of geïnformeerd te willen worden door de gemeente bij plannen rondom duurzame energie. Er zijn met name verschillen naar opleidingsniveau. Laag opgeleide respondenten geven vaker dan gemiddeld aan niet betrokken of geïnformeerd te willen worden door de

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

28

gemeente bij plannen rondom duurzame energie. Van de respondenten met een hoge opleiding geeft 88% aan wel geïnformeerd of betrokken te willen worden tegenover 65% van de respondenten met een lage opleiding en 77% van de respondenten met een middelbare opleiding.

Niet betrokken blijven

De respondenten die bij deze vraag hebben aangegeven dat ze niet verder betrokken of geïnformeerd willen worden door hun gemeente over dit onderwerp hebben we gevraagd waarom zij dit niet willen. Zij geven aan dat ze dit niet willen omdat ze er niet mee bezig zijn, vinden dat ze hier te weinig kennis van hebben of het hen niet interesseert. Sommigen vinden zichzelf hiervoor te oud of zijn te druk. Daarbij geeft ook een deel van hen aan dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeente/de overheid en dat burgers toch niet echt inspraak hebben. Voor sommigen is het niet van toepassing, omdat zij in een huurhuis wonen of al veel aan hun woning verduurzaamd hebben. Enkele reacties: • • • •

“Zal uiteindelijk geen enkele invloed hebben.” “Omdat besluiten al genomen zijn en inspraak voor de bühne is.” “Geen hobby werk van inwoners aub. Laat specialisten hier naar kijken die een gecoördineerd energieplan opstellen.” “Te weinig kennis hierover.”

Tabel 21. Vraag 30: Waar wil je zeker bij betrokken worden?* Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.381 / %) % Over waar windmolens komen te staan

72

Over waar zonneparken komen te staan

70

Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente

59

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente

44

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden

43

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente

39

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)

31

Over andere zaken *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 28 ‘ja’ hebben ingevuld.

6

Betrokkenheid bij plannen rondom duurzame energie

Ruim twee derde van de respondenten die hebben aangegeven door de gemeente geïnformeerd of betrokken te willen worden, wil zeker betrokken worden bij de plaatsing (locatie) van windmolens (72%) of zonneparken (70%). Ook geeft ruim de helft aan zeker betrokken te willen worden bij het besluitvormingsproces rondom duurzame energie binnen de eigen gemeente in zijn algemeenheid (59%). De respondenten konden hier aangeven dat ze over ‘andere zaken’ geïnformeerd willen worden. Zaken die onder andere genoemd zijn: ontwikkelingen met betrekking tot

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

29

waterstof en kernenergie, alternatieven voor duurzame energie, subsidies en financiën, het tegenhouden van zonnepanelen/windmolens en over hoe de inspraak van burgers hierover geregeld is. Tabel 22. Vraag 31: Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.381 / %)16 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES-ZOB

Via een nieuwsbrief

58

64

62

61

65

61

61

Via websites

45

51

57*

42

48

42

47

Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)

53*

45

50

32

29

30

43

Via de (lokale) krant

25

45

49

50*

55*

60*

42

Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)

21

39

35

43*

48*

40

34

Via enquêtes / vragenlijsten

28

25

24

26

26

43*

28

Via persoonlijk contact

16

24*

22

14

22

19

19

Anders 1 2 5 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 28 ‘ja’ hebben ingevuld.

5

7*

4

3

Tabel 23. Vraag 31: Op welke manier wil je graag betrokken / geïnformeerd worden? Meerdere antwoorden mogelijk.** Uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.381/ %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES-ZOB

Via een nieuwsbrief

51

62

65*

61

Via websites

36

46

52*

47

Via digitale vormen (bijv. via apps, social media of online platforms)

50*

43

39

43

Via de (lokale) krant

44

38

45

42

Via bijeenkomsten (bijv. van dorps- of wijkraden)

27

27

44*

34

Via enquêtes / vragenlijsten

13

33*

29

28

Via persoonlijk contact

22

15

22*

19

4*

3

Anders 2 2 **Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 28 ‘ja’ hebben ingevuld.

Manieren van communiceren

Op de vraag op welke manier mensen graag betrokken willen worden komt een duidelijke voorkeur voor een nieuwsbrief naar voren: 61% van de respondenten geeft de voorkeur aan een nieuwsbrief. Ook scoren websites (47%), digitale vormen (43%), de (lokale) krant (42%) en bijeenkomsten (34%) relatief hoog. De voorkeur gaat het minste uit naar communicatie via persoonlijk contact (19%). Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Jongere respondenten (tussen de 16 en 30 jaar) geven vaker dan gemiddeld de voorkeur aan digitale communicatievormen, zoals apps en social media (53%). Oudere

16

De sterretjes in de tabellen (*) verwijzen naar significante afwijkingen ten opzichte van het gemiddelde van RES-ZOB.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

30

respondenten van 71 jaar en ouder geven juist relatief vaak de voorkeur aan communicatie via de (lokale) krant (60%) of via enquêtes / vragenlijsten (43%). Over het algemeen geven laag opgeleiden op bijna alle voorgenoemde manieren van communicatie minder vaak dan gemiddeld aan hier de voorkeur voor te hebben. Hoog opgeleide respondenten benoemen verder bijna alle vormen van communicatie juist vaker dan gemiddeld. Tabel 24 Kruistabel tussen waarbij men betrokken wil worden (vraag 30) vs. de manier van betrokken worden (vraag 31) (N = 1.381/ %). Manier van betrokken worden

Waarbij betrokken worden? Bijeen- Websites komsten

6.3

Nieuwsbrief

Digitale vormen

(Lokale) krant

Enquêtes Persoonlijk contact

Anders

Over waar windmolens komen te staan

37

49

63

45

44

30

20

3

Over waar zonneparken komen te staan

37

50

63

45

47

29

21

3

Over het besluitvormingsproces rondom duurzame energie van mijn gemeente

39

51

69

45

47

33

21

3

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van zonne-energie in mijn gemeente

33

54

68

50

39

32

22

3

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan de omwonenden

34

51

69

49

46

36

19

4

Over hoe ik zelf kan investeren in en profiteren van windenergie in mijn gemeente

34

53

69

47

41

35

24

4

Over hoe een deel van de opbrengsten ten goede kan komen aan collectieve projecten (zoals cultuur, sport en leefbaarheid in de omgeving)

44

54

70

50

45

36

22

4

Over andere zaken

49

47

68

35

55

41

33

27

Financiële participatie Tabel 25. Vraag 24: Hoe vind je dat de opbrengsten van een zonnepark (park met zonnepanelen in het landschap) of windpark in jouw gemeente verdeeld zouden moeten worden? Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 1.627) % Een deel van de opbrengsten is voor direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis.

39

Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de regio door middel van een fonds dat wordt opgericht van waaruit investeringen in de regio worden gedaan.

33

Een deel van de opbrengsten komt ten goede aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld door te investeren in collectieve acties voor isolatie en energiebesparing (denk aan een voetbalclub).

32

Alle investeerders ontvangen de opbrengsten, ook als deze niet direct in de regio wonen.

18

De grondeigenaren ontvangen de opbrengsten.

17

Anders

10

Dat weet ik niet

15

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

31

Verdeling opbrengsten zonnepark

39% van de respondenten vindt dat een deel van de opbrengsten van een zonnepark ten goede moeten komen aan direct omwonenden. Een derde (33%) is van mening dat een deel ten goede aan alle inwoners van een regio moet komen en eveneens een derde (32%) vindt dat dit ten goede moet komen aan alle inwoners van de gemeente, bijvoorbeeld middels collectieve acties. In de concept-RES lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonne- en windparken. Dit is tweeledig. Enerzijds levert lokaal eigenaarschap geld op voor de samenleving, anderzijds kan het leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten, acceptatie van energieprojecten en grotere gemeenschapszin.17 De regio heeft de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten. Tabel 26. Vraag 25: Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windmolen. Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk (N = 1.626) % Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie

13

Ja, door stukjes van een zonnepark of windmolen te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties)

18

Nee, ik heb hier geen interesse in

24

Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten

37

Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen

2

Anders

6

Meedoen aan een zonnepark of windmolen in de omgeving

37% van de respondenten geeft aan nog niet te kunnen inschatten of zij meedoen aan een zonnepark of windmolen, mocht deze in hun omgeving geplaatst worden. 13% van de respondenten geeft aan via een lokaal samenwerkingsverband of lokale energiecoöperatie te willen deelnemen. We zien dat 18% via aandelen, certificaten of obligaties mee wil doen aan een zonnepark of windmolen in de omgeving. Een kwart van de respondenten heeft geen interesse om hierin te participeren (24%). Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Respondenten tussen de 16 en 30 jaar van energieregio Zuidoost Brabant geven vaker dan gemiddeld aan via aandelen, certificaten of obligaties mee te willen doen aan een zonnepark of windmolen in de regio of dat zij dit nog niet kunnen inschatten. Oudere respondenten van 71 jaar en ouder hebben relatief vaak geen interesse in deelname of nemen al deel in een zonnepark of windmolen. We zien dat respondenten met een laag opleidingsniveau relatief vaak aangeven geen interesse in deelname te hebben (30% van de respondenten met een lage opleiding tegenover 24% van de respondenten met een hoge opleiding). Middelbaar opgeleiden kunnen het nog lastig inschatten of zij hieraan mee willen doen (42% t.o.v. 37% 17

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.17.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

32

gemiddeld). Tegelijkertijd zien we dat respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven via een lokaal samenwerkingsverband of lokale energiecoöperatie te willen deelnemen (17% van de respondenten met een hoge opleiding tegenover 7% bij laag- en 12% bij middelbaar opgeleiden). Ook deelname via aandelen, certificaten of obligaties heeft hun voorkeur (21% tegenover 17% bij zowel laag- als middelbaar opgeleiden). Tabel 27. Vraag 26: Stel, je overweegt om deel te nemen aan een project op het gebied van duurzame energie bij jou in de gemeente. Wat heeft dan je voorkeur en waarom?* Eén antwoord mogelijk (N = 1.160) % Ik wil deelnemen aan een project met zon op grote daken

32

Ik wil deelnemen aan een zonnepark

12

Ik wil deelnemen aan een windmolen

9

Ik heb hier geen voorkeur voor

39

Ik wil niet deelnemen *Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 25 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld.

9

Participatie duurzame energie

Ongeveer een derde van de respondenten die (misschien) willen participeren in een zonnepark of windmolen, zou mee willen doen aan een project met zon op grote daken (32%). 12% geeft aan te willen deelnemen aan een zonnepark en 9% geeft de voorkeur aan een windmolen. Ruim een derde van de respondenten (39%) heeft geen voorkeur en 9% wil (toch) niet deelnemen. Ook bij deze vraag konden respondenten hun antwoord toelichten. Van de respondenten die willen deelnemen aan een project met zon op grote daken geeft een deel als reden dat dit het minste impact op de omgeving of op mensen heeft. Deelnemers aan een zonnepark noemen bijvoorbeeld dat dit voor hen het meeste effect heeft met een geringe impact, of dat ze hier al mee bezig zijn. Liefhebbers van een windproject (die zijn in de minderheid) geven als reden dat een windmolen de meeste stroom oplevert en wind vaker beschikbaar is dan zon.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

33

7

Achtergrond onderzoek

7.1

Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s De internetconsultatie voor de vier Brabantse RES’en kent een getrapte werkwijze: per RESregio wordt eerst een representatieve internetpeiling onder de inwoners van de regio georganiseerd. Om de resultaten van deze online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, nodigen we per regio respondenten uit voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie paragraaf 8.1.4). Regionaal maatwerk is nodig bij het opstellen van een RES. Dit geldt in het bijzonder voor de ruimtelijke inpassing van hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Voor elke Brabantse energieregio (West-Brabant, Hart van Brabant (HvB), Noordoost Brabant (NOB) en Zuidoost Brabant (ZOB)) is een vragenlijst opgesteld waarin juist die elementen naar voren komen die voor die energieregio van belang zijn. Om daarnaast een provinciale vergelijking te kunnen maken worden de vragen over het thema betrokkenheid en participatie in elke regio op dezelfde wijze gesteld. Hierdoor kunnen de vier Brabantse energieregio’s op dit onderwerp met elkaar vergeleken worden.

7.1.1

Werving, respons en representativiteit Vanuit de wens om de vragenlijsten laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om in iedere regio te werken met een open link. Deze link wordt verstuurd via de gemeenten die vallen binnen de betreffende energieregio. Zij verspreiden de link via verschillende (social media) kanalen (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Werving via een open link vanuit verschillende (social media) kanalen impliceert dat mensen met een zekere interesse in of affiniteit met het onderwerp reageren. De representativiteit van de responsgroep is afhankelijk van het aantal respondenten en van de achtergrondkenmerken van deze respondenten. De respons bij open source onderzoek is meestal geen juiste afspiegeling van de verdeling naar de gehele populatie. Om de representativiteit te borgen, wordt gedurende de campagne tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie (Bron: CBS)18. Wanneer de respons onder bepaalde leeftijds-en/of opleidingsgroepen achterblijft wordt de vragenlijst additioneel uitgezet onder Brabantse panelleden van PanelClix met specifiek deze leeftijds-of opleidingskenmerken in de betreffende regio.

Dit om de representativiteit van de responsgroep te vergroten. Alle percentages die in de rapportages zijn opgenomen, betreffen de gewogen en dus naar leeftijd, geslacht en

18

Voor de weging naar leeftijd zijn de volgende categorieën gehanteerd: 16 tot en met 30 jaar; 31 tot en met 40 jaar; 41 tot en met 50 jaar; 51 tot en met 60 jaar; 61 tot en met 70 jaar en 71 jaar en ouder. De opleidingsniveaus18 zijn onderverdeeld in de categorieën ‘laag’, ‘midden’ en ‘hoog’.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

34

opleiding gecorrigeerde gegevens. De (gewogen) resultaten zijn voor wat betreft deze achtergrondkenmerken representatief en betrouwbaar voor de betreffende regio.19 In Bijlage A zijn de verdelingen van de respondenten naar achtergrondkenmerken te vinden. 7.1.2

Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Om te onderzoeken of mensen uit verschillende leeftijds- en opleidingsgroepen en uit verschillende gemeenten anders antwoorden op de verschillende vragen en stellingen, maken we gebruik van de chi-kwadraattoets. Het gemiddelde van de ene groep wordt vergeleken met het gemiddelde van andere groepen. Deze toets beoordeelt of het verschil tussen groepen daadwerkelijk (met 95% betrouwbaarheid) in de populatie bestaat, of dat het verschil berust op de toevallige samenstelling van de responsgroep. Daar waar zich significante en relevante verschillen tussen groepen voordoen, wordt een beschrijving hiervan opgenomen in de rapportages. De tabellen met uitsplitsing van de resultaten naar leeftijds- en opleidingsgroepen zijn te vinden in bijlage B. Daar zien we bijvoorbeeld (tabel 35) dat respondenten met een laag opleidingsniveau in vergelijking met respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker aangeven nog niet van de RES op de hoogte te zijn (68% t.o.v. 33%).

7.1.3

Research Community Om de resultaten van de online peilingen te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien, worden de respondenten uitgenodigd voor deelname aan een gesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’. Een Research Community is een besloten platform (afgeschermde website) waarop alleen de (uitgenodigde) leden van de Research Community toegang toe hebben. In de Research Community is het mogelijk met een groep mensen gedurende een bepaalde periode in gesprek te gaan over verschillende onderwerpen. Een community bestaat uit een groep van 50 tot 70 inwoners uit de betreffende regio. Zij delen gedurende een periode van 8 dagen online ideeën en gedachten over de resultaten van de peiling, over knelpunten en oplossingsrichtingen. Hiervoor worden verschillende technieken gebruikt. In de community worden vragen gesteld, stellingen voorgelegd of deelnemers worden gevraagd te reageren op een casus. De onderwerpen die aan bod komen in de Research Community zijn mede gebaseerd op de resultaten van de internetpeiling.

19

De weegfactoren voor leeftijd, opleidingsniveau en gemeente zijn opgenomen in Bijlage A, Achtergrondkenmerken.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

35

. Achtergrondkenmerken Achtergrondkenmerken respondenten

Hieronder geven we in tabellen de achtergrondkenmerken van de 1.711 respondenten van de internetpeiling weer. De gegevens zijn ongewogen. Tabel 28. Respons naar gemeenten (vraag 0) Asten

Abs

%

34

2

Bergeijk

35

2

Best

556

32

Bladel

35

2

Cranendonck

30

2

Deurne

46

3

Eersel

9

1

Eindhoven

220

13

Geldrop-Mierlo

98

6

Gemert-Bakel

17

1

Heeze-Leende

55

3

Helmond

107

6

Laarbeek

54

3

Nuenen

67

4

Oirschot

78

5

Reusel-De Mierden

8

0

Someren

57

3

Son en Breugel

10

1

Valkenswaard

63

4

Veldhoven

102

6

Waalre

30

2

Totaal

1.711

100

Tabel 29. Weegfactoren naar gemeente20 Weegfactor

20

Asten

1,0779501382

Bergeijk

1,1670156912

Best

0,1182192101

Bladel

1,2769224547

Cranendonck

1,5443935584

Deurne

1,5472239332

Eersel

4,7035154371

Eindhoven

2,3352810345

Geldrop-Mierlo

0,8885136523

Gemert-Bakel

3,9612298421

Heeze-Leende

0,6436932561

We hebben de resultaten gewogen naar gemeente, leeftijd en

opleidingsniveau. Hierbij is de totale weegfactor per respondent een vermenigvuldiging van deze drie variabelen, waarbij we aftoppen op 5. Een respondent krijgt daarmee nooit een hogere weegfactor dan 5.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

36

Helmond

1,8932659592

Laarbeek

0,9142138990

Nuenen

0,7649635990

Oirschot

0,5258808608

Reusel-De Mierden

3,5924794808

Someren

0,7447752971

Son en Breugel

3,7967620236

Valkenswaard

1,0852553575

Veldhoven

0,9770165457

Waalre

1,2753777063

Tabel 30. Respons naar leeftijd (vraag 3) Abs

%

16 tot en met 30 jaar

200

12

31 tot en met 40 jaar

248

14

41 tot en met 50 jaar

241

14

51 tot en met 60 jaar

342

20

61 tot en met 70 jaar

432

25

71 jaar en ouder

248

14

Tabel 31. Weegfactoren naar leeftijd Weegfactor 16 tot en met 30 jaar

1,9367858407

31 tot en met 40 jaar

1,0161500904

41 tot en met 50 jaar

1,0843558408

51 tot en met 60 jaar

0,8730817618

61 tot en met 70 jaar

0,5630721189

71 jaar en ouder

1,0825271528

Tabel 32. Respons naar hoogst afgeronde opleiding (vraag 4) Abs

%

Lagere school / basisonderwijs / geen onderwijs

18

1

Vmbo / mavo

110

6

Havo / vwo

151

9

Middelbaar beroepsonderwijs (mbo)

376

22

Hoger beroepsonderwijs (hbo)

701

41

Wetenschappelijk onderwijs (universiteit)

334

20

Wil ik niet zeggen / weet ik niet

21

1

Tabel 33. Weegfactoren naar opleidingsniveau Weegfactor Laag

3,6586972892

Middelbaar

1,2639661383

Hoog

0,5367889779

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

37

Tabel 34. Respons naar woningtype (vraag 1) Abs

%

Koopwoning

1.451

85

Huurwoning van een woningcorporatie

168

10

Huurwoning via particulier

67

4

Anders

25

1

Abs

%

Landelijk gebied / in het buitengebied (buiten de bebouwde kom)

193

11

Aan de rand van de bebouwde kom met vrij uitzicht (op weilanden, natuur, etc.)

218

13

Aan de rand van de bebouwde kom zonder vrij uitzicht

428

25

Midden in de bebouwde kom

851

50

Anders

21

1

Tabel 35. Respons naar woonplek (vraag 2)

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

38

. Significantie naar leeftijdsen opleidingsgroepen In deze bijlage zijn de significante verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen van de vragen 5a, 5b, 6, 14, 22, 23 en 25 te vinden. Daar waar zich significante verschillen van een groep respondenten ten opzichte van het gemiddelde voordoen, is dit aangegeven met een *. Vraag 5a - Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? Eén antwoord mogelijk. Tabel 36. Vraag 5a – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.711/ %). 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

Gemiddeld RES ZOB

71+

Zeer negatief

3

3

10*

6

5

5

5

Negatief

10

10

6

8

10

19*

10

Neutraal

36*

31

28

26

31

30

31

Positief

34

37

33

34

28

22

33

Zeer positief

17

19

23

25

27*

23

21

Tabel 37. Vraag 5a – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.711 / %). Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Zeer negatief

4

5

4

5

Negatief

8

12*

7

10

Neutraal

45*

33

22

31

Positief

26

35*

33

33

Zeer positief

16

15

33*

21

Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 16 en 30 jaar oud staan over het algemeen vaker neutraal tegenover de energietransitie dan gemiddeld (36% t.o.v. 31% gemiddeld). Respondenten tussen de 41 en 50 jaar staan vaker dan gemiddeld zeer negatief staan tegenover de energietransitie (10% tegenover 5% gemiddeld). Respondenten tussen de 61 en 70 jaar oud staan vaker dan gemiddeld zeer positief hier tegenover (27% t.o.v. 21% gemiddeld), respondenten van 71 jaar en ouder zijn vaker dan gemiddeld negatief hierover (19% t.o.v. 10% gemiddeld). Respondenten met een laag opleidingsniveau staan vaker neutraal ten aanzien van de energietransitie dan respondenten met een middelbaar of hoog opleidingsniveau (45% tegenover 33% bij middelbaar opgeleiden en 22% bij hoogopgeleiden). Respondenten met een middelbaar opleidingsniveau geven vaker dan zowel negatief (12% t.o.v. 10% gemiddeld) als positief (35% t.o.v. 33% gemiddeld) tegenover de energietransitie te staan. Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven staan vaker dan gemiddeld zeer positief tegenover de energietransitie (33% t.o.v. 16% bij laag- en 15% bij middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

39

Vraag 5b - Als je kijkt naar wat je nu weet over duurzame energie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover het stimuleren van duurzame energie in Zuidoost Brabant? Tabel 38. Vraag 5b – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.711 / %). 16-30

31-40

41-50

51-60

Zeer negatief

1

3

11*

6

Negatief

4

9

8

12*

Neutraal

29

25

31

25

Positief

39*

36

27

30

Zeer positief

27

27

24

27

71+

Gemiddeld RES ZOB

6

7

5

10

21*

9

25

28

27

29

21

33

30

24

27

61-70

Tabel 39. Vraag 5b – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.711 / %). Hoog

Gemiddeld RES ZOB

4

5

5

7

10

9

29

32*

19

27

35

35

30

33

22

22

36*

27

Laag

Midden

Zeer negatief

4

Negatief

10

Neutraal Positief Zeer positief

Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 16 en 30 jaar staan vaker dan gemiddeld positief tegenover duurzame energie (39% t.o.v. 33% gemiddeld). Respondenten tussen de 41 en 50 jaar geven vaker dan gemiddeld aan zeer negatief tegenover duurzame energie te staan (11% t.o.v. 5% gemiddeld). Respondenten tussen de 51 en 60 jaar, en van 71 jaar en ouder staan vaker dan gemiddeld negatief tegenover duurzame energie (respectievelijk 12% en 21% tegenover 9% gemiddeld). Middelbaar opgeleiden staan vaker dan laag- en hoogopgeleiden neutraal tegenover duurzame energie (32% ten opzichte van 29% bij laagopgeleiden en 19% bij hoogopgeleiden). Hoogopgeleiden staan, evenals bij de houding tegenover de energietransitie, vaker zeer positief als het gaat om duurzame energie (36% t.o.v. 27% gemiddeld). Vraag 6 - Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)? Eén antwoord mogelijk. Tabel 40. Vraag 6 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.711/ %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud

10

13

21

28*

25*

33*

18

Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud

20

29

34

31

39*

34

28

Nee, ik was hiervan niet op de hoogte

70*

58

46

41

37

33

54

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

40

Tabel 41. Vraag 6 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.711/ %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud

14

11

30*

18

Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar geen idee van het proces of de inhoud

27

25

32*

28

Nee, ik was hiervan niet op de hoogte

59*

63*

38

54

Verschillen naar leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten met de leeftijd tussen de 16 en 30 jaar geven vaker dan gemiddeld aan nog nooit gehoord te hebben van de Regionale Energiestrategie (70% tegenover 54% gemiddeld). De leeftijdsgroepen vanaf 51 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de RES. Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet van de RES op de hoogte te zijn (respectievelijk 59% en 64% t.o.v. 38% bij respondenten met een hoog opleidingsniveau). Dit terwijl respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker dan gemiddeld aangeven weleens van de RES te hebben gehoord (32% t.o.v. 27% bij laag- en 25% bij middelbaar opgeleiden) of bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (30% t.o.v. 14% bij laagopgeleiden en 11% bij middelbaar opgeleiden). Vraag 14 - Het is de bedoeling dat in 2030 op de helft van alle daken van huizen zonnepanelen liggen. Liggen er dan ook zonnepanelen op jouw dak? Eén antwoord mogelijk. Tabel 42. Vraag 14 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.684 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Ja, ik heb ze nu al

28

40

47*

57*

57*

40

41

Ja

15

14

17

16

10

8

14

Weet ik niet, ik woon in een huurhuis

28*

19

0

2

3

11

15

Misschien

18*

16

14

12

11

17

16

Nee

10

11

21*

13

18

25*

14

Tabel 43. Vraag 14 – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.684/ %)

Ja, ik heb ze nu al

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

38

35

51*

41

Ja

12

13

17*

14

Weet ik niet, ik woon in een huurhuis

19*

21*

5

15

Misschien

17

17

12

16

Nee

13

14

15

14

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 41 en 50, 51 en 60 jaar en 61 en 70 jaar geven vaker dan gemiddeld aan al zonnepanelen op hun daken te hebben liggen (respectievelijk 47%, 57% en 57% t.o.v. 41% gemiddeld). Respondenten tussen de 16 en 30 jaar geven vaker dan gemiddeld aan dat zij misschien in 2030 zonnepanelen op hun dak hebben liggen (18% t.o.v. 16% gemiddeld) of dit niet te weten omdat zij in een huurhuis wonen (28% t.o.v. 15%

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

41

gemiddeld). Respondenten tussen de 41 en 50 jaar, en van 71 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan dat er in 2030 geen zonnepanelen op hun dak zullen liggen (respectievelijk 21% en 25% t.o.v. 14% gemiddeld). Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven vaker dan hoogopgeleiden aan nog niet te weten of er in 2030 zonnepanelen op hun dak liggen omdat zij in een huurhuis wonen (respectievelijk 19% en 21% tegenover 5% bij hoogopgeleiden). Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven daarentegen vaker aan dat ze al zonnepanelen hebben (51% tegenover 38% bij laag- en 35% bij middelbaar opgeleiden) of dat deze er dan zullen liggen (17% tegenover 12% bij laag en 13% bij middelbaar opgeleiden). Vraag 22 - Op welke manier ben jij geholpen om jouw woning te verduurzamen en/of om energie te besparen? Meerdere antwoorden mogelijk. Tabel 44. Vraag 22 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.637) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Door algemene informatie te ontvangen over de mogelijkheden die er zijn

37

33

42

42

51*

53*

41

Door algemene informatie te ontvangen over subsidiemogelijkheden

24

36

43*

39

43*

33

33

Door ervaringen van anderen te horen die in een vergelijkbare woning wonen

29

26

35

26

38*

27

30

Door een keuzehulp of een duurzaamheidsscan van mijn woning

23

24

30

25

32*

28

26

Door deel te nemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten in mijn omgeving

17

19

29*

26

27

25

22

Dat weet ik niet / geen mening

28*

18

11

10

10

4

18

Iets anders

5

12

12

10

11

14*

9

Ik heb hier überhaupt geen behoefte aan

4

11*

8

13*

5

12*

8

Tabel 45. Vraag 22 – uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.637) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Door algemene informatie te ontvangen over de mogelijkheden die er zijn

38

41

42

41

Door algemene informatie te ontvangen over subsidiemogelijkheden

23

31

42*

33

Door ervaringen van anderen te horen die in een vergelijkbare woning wonen

23

26

39*

30

Door een keuzehulp of een duurzaamheidsscan van mijn woning

14

24

35*

26

Door deel te nemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten in mijn omgeving

10

18

34*

22

Dat weet ik niet / geen mening

23*

25*

5

18

Iets anders

8

7

13*

9

Ik heb hier überhaupt geen behoefte aan

7

7

9

8

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

42

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 16 en 30 jaar geven vaker dan gemiddeld aan niet te weten op welke manier zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen (28% t.o.v. 18% gemiddeld). Inwoners tussen de 31 en 40 jaar, tussen de 51 en 60 jaar en van 71 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan hier überhaupt geen behoefte aan te hebben (respectievelijk 11%, 13% en 12% tegenover 8% gemiddeld). Verder hebben respondenten tussen de 41 en 50 jaar vaker dan gemiddeld behoefte aan algemene informatie over subsidiemogelijkheden (43% t.o.v. 33% gemiddeld) of aan deelname aan collectieve duurzaamheidsprojecten in de omgeving (29% t.o.v. 22% gemiddeld). Respondenten tussen de 61 en 70 jaar geven vaker dan gemiddeld aan behoefte te hebben aan algemene informatie over de mogelijkheden (51% t.o.v. 41% gemiddeld), algemene informatie over subsidiemogelijkheden (43% t.o.v. 33%), ervaringen van anderen te horen (38% t.o.v. 30% gemiddeld) of een keuze hulp of duurzaamheidsscan van de woning (32% t.o.v. 26% gemiddeld). Tot slot geven inwoners van 71 jaar en ouder ook vaker dan gemiddeld aan behoefte te hebben aan algemene informatie over de mogelijkheden die er zijn (53% t.o.v. 41% gemiddeld).

Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven vaker dan respondenten met een hoog opleidingsniveau aan dat zij niet weten of geen mening hebben op welke manier zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen (respectievelijk 23% en 25% tegenover 5% bij hoogopgeleiden). Hoogopgeleide respondenten geven daarnaast bij bijna alle mogelijkheden vaker dan gemiddeld aan hierdoor geholpen te zijn. Dit is het geval bij het ontvangen van algemene informatie over subsidiemogelijkheden, ervaringen van anderen te horen, een keuzehulp of duurzaamheidsscan, en bij het deelnemen aan collectieve duurzaamheidsprojecten in de omgeving. Vraag 23 - In hoeverre vind je de volgende aspecten belangrijk? Tabel 46. Vraag 23– uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

20

30

46*

55*

51*

48*

35

Belangrijk

53*

40

37

28

34

34

41

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

18*

20*

12

8

10

11

15

Onbelangrijk

5

7*

3

6

4

3

5

Weet niet / geen mening

6*

4

2

2

2

5

4

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten.

Tabel 47. Vraag 23 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

17

26

44*

56*

51*

46*

33

Belangrijk

53*

41

41

29

37

37

43

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

21*

22*

9

8

8

12

16

Onbelangrijk

4

7*

4

5

3

2

5

Weet niet / geen mening

5*

4

2

1

1

3

3

B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

43

Tabel 48. Vraag 23 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

16

18

14

16

21*

10

16

Belangrijk

42*

34

24

27

28

20

33

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

31

33

32

24

27

33

30

Onbelangrijk

6

11

20*

24*

19

30*

14

Weet niet / geen mening

5

4

11*

10*

4

7

6

Tabel 49. Vraag 23 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

15

16

15

17

21*

11

16

Belangrijk

42*

37

25

27

37

22

35

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

33

30

31

24

25

36

30

Onbelangrijk

6

11

21*

24*

13

23*

13

Weet niet / geen mening

5

5

8

8

4

8

6

Tabel 50. Vraag 23 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

13

16

15

15

27*

9

15

Belangrijk

37*

31

26

26

25

17

30

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

35*

33

29

24

22

36

31

Onbelangrijk

5

12

19

26*

19

31*

15

Weet niet / geen mening

10

7

12

8

7

7

9

Tabel 51. Vraag 23 – uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.635 / %) F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

13

15

16

16

30*

11

16

Belangrijk

41*

32

28

29

30

19

33

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

33

34

29

24

21

36

31

Onbelangrijk

5

11

17*

23*

11

24*

12

Weet niet / geen mening

9

8

9

8

7

10

9

Tabel 52. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

31

27

50*

35

40

47*

35

41

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

14

18*

10

15

Onbelangrijk

8*

4

4

5

Weet niet / geen mening

7*

4

2

4

A. Inwoners kunnen meedenken bij windprojecten.

Laag

Heel belangrijk Belangrijk

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

44

Tabel 53. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

25

27

47*

33

Belangrijk

51*

45

37

43

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

12

20*

11

16

Onbelangrijk

4

5

4

5

Weet niet / geen mening

7*

3

1

3

B. Inwoners kunnen meedenken bij zonneprojecten.

Tabel 54. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) C. Inwoners kunnen investeren in windprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

13

14

21*

16

Belangrijk

36

34

31

33

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

26

36*

25

30

Onbelangrijk

15

11

18*

14

Weet niet / geen mening

10*

5

5

6

Tabel 55. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) D. Inwoners kunnen investeren in zonneprojecten in mijn regio en er zo geld aan verdienen.

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

10

13

23*

16

Belangrijk

37

37

31

35

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

27

36*

25

30

Onbelangrijk

16

9

17*

13

Weet niet / geen mening

10*

5

5

6

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

9

13

22*

15

Belangrijk

34

28

32

30

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

30

39*

21

31

Onbelangrijk

14

12

19*

15

Weet niet / geen mening

14*

8

7

9

Tabel 56. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) E. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van windprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

Tabel 57. Vraag 23 – uitgesplitst naar opleidingsniveau (N = 1.635 / %) F. Inwoners kunnen mede-eigenaar worden van zonneprojecten in mijn regio (bijv. via een energiecoöperatie).

Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Heel belangrijk

10

12

24*

16

Belangrijk

36

33

32

33

Niet belangrijk / niet onbelangrijk

31

37*

21

31

Onbelangrijk

10

10

16*

12

Weet niet / geen mening

12*

9

6

9

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

45

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Jongeren (16 t/m 30 jaar) lijken relatief iets minder geïnteresseerd in het meedenken in wind- en zonneprojecten dan de andere leeftijdsgroepen. Zij zijn vooral meer geïnteresseerd in het investeren in of mede-eigenaar worden van wind- en zonneprojecten. De leeftijdsgroepen vanaf 41 jaar vinden het allen relatief heel belangrijk om mee te kunnen denken in wind- en zonneprojecten. Respondenten tussen de 41 en 60 jaar, en van 71 jaar en ouder vinden het minder belangrijk dan de andere leeftijdsgroepen om te investeren in of mede-eigenaar te worden van zon- en windprojecten. Respondenten tussen de 61 en 70 jaar vinden dit juist relatief heel belangrijk. Over het algemeen lijken lager en middelbaar opgeleiden een wat minder sterke mening te hebben over het meedenken, mee-investeren of mede-eigenaar worden in wind- en zonneprojecten. Zij antwoorden relatief vaak ‘niet belangrijk / niet onbelangrijk’ of ‘weet niet / geen mening’ op bovengenoemde stellingen. Hoger opgeleiden antwoorden op alle voorgenoemde stellingen significant vaker ‘(heel) belangrijk’. Daarnaast antwoorden de hoogopgeleide respondenten ook vaker dan de laag- en middelbaar opgeleiden ‘onbelangrijk’ op de stellingen rondom mee-investeren en mede-eigenaar worden van zonen windprojecten. Vraag 25 - Stel, er komt in jouw omgeving een zonnepark of een windmolen. Zou je daaraan willen meedoen? Eén antwoord mogelijk.

Tabel 58. Vraag 25 - uitgesplitst naar leeftijdsgroepen (N = 1.626 / %) 16-30

31-40

41-50

51-60

61-70

71+

Gemiddeld RES ZOB

Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie

15

10

16

17

11

7

13

Ja, door stukjes van een zonnepark of windmolen te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties)

25*

15

15

11

13

15

18

Nee, ik heb hier geen interesse in

18

23

26

28

20

39*

24

Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten

41*

44*

29

30

39

31

37

Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen

0

2

1

1

7*

2

2

Anders

1

5

14*

13*

10*

7

6

Tabel 59. Vraag 25 - uitgesplitst naar opleidingsgroepen (N = 1.626/ %) Laag

Midden

Hoog

Gemiddeld RES ZOB

Ja, via een lokaal samenwerkingsverband of een lokale energiecoöperatie

7

12

17*

13

Ja, door stukjes van een zonnepark of windmolen te kopen (via aandelen, certificaten of obligaties)

17

17

21*

18

Nee, ik heb hier geen interesse in

30*

22

21

24

Misschien, dat kan ik niet nog niet inschatten

39

42*

30

37

Ik neem al deel in een zonnepark of windmolen

1

1

2

2

Anders

5

6

8

6

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

46

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

Respondenten tussen de 16 en 30 jaar van energieregio Zuidoost Brabant geven vaker dan gemiddeld aan door stukjes te kopen via aandelen, certificaten of obligaties mee te willen doen aan een zonnepark of windmolen in de regio (25% t.o.v. 18% gemiddeld), of dat zij dit nog niet kunnen inschatten (41% t.o.v. 37% gemiddeld). Respondenten tussen de 31 en 40 jaar geven ook vaker dan gemiddeld aan nog niet te kunnen inschatten of zij hieraan mee willen doen (44% t.o.v. 37% gemiddeld). Respondenten tussen de 61 en 70 jaar nemen al vaker dan gemiddeld deel in een zonnepark of windmolen (7% t.o.v. 2% gemiddeld). Tot slot geven respondenten van 71 jaar en ouder vaker dan gemiddeld aan geen interesse in deelname te hebben (39% t.o.v. 24% gemiddeld). Respondenten met een laag opleidingsniveau geven relatief vaak aan geen interesse in deelname te hebben (30% t.o.v. 24% gemiddeld). Respondenten met een middelbaar opleidingsniveau stellen relatief vaak dat zij dit nog niet kunnen inschatten (42% t.o.v. 37% gemiddeld).

Hoog opgeleiden respondenten geven vaker dan gemiddeld aan via een lokaal samenwerkingsverband of lokale energiecoöperatie te willen deelnemen (17% tegenover 7% bij laag- en 12% bij middelbaar opgeleiden) of deel willen nemen door stukjes van een zonnepark of windmolen te kopen, via aandelen, certificaten of obligaties (21% tegenover 17% bij zowel laag- als middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

47

. Vragenlijst internetconsultatie RES Zuidoost Brabant Vragen energietransitie in Zuidoost Brabant Fijn dat je wilt meedoen aan dit onderzoek over duurzame energie in Zuidoost Brabant. Onze gemeenten, de provincie, de waterschappen en de netbeheerder maken een gezamenlijk plan voor de energietransitie in onze regio: de Regionale Energiestrategie (RES). Dit doen ze samen met inwoners, bedrijven, energiecoöperaties en maatschappelijke organisaties. De conceptversie van dit plan (de concept-RES) is afgerond. Momenteel geven de partijen invulling aan de volgende versie, de RES 1.0. In deze vragenlijst leggen we je graag enkele keuzes voor die voor de RES 1.0 relevant zijn. Daarom zijn we benieuwd hoe jij hier tegen duurzame energie aankijkt. We nemen de resultaten mee in nog te maken keuzes voor de RES 1.0. Het invullen van deze vragenlijst duurt ongeveer 15 minuten. Alvast hartelijk dank voor je moeite! 0. In welke gemeente woon je? Enkelkeuze: > routing naar goede sectie (regiospecifieke). Regio Hart van Brabant Regio Noordoost Brabant

         

Dongen Gilze en Rijen Goirle Haaren Heusden Hilvarenbeek Loon op Zand Oisterwijk Tilburg Waalwijk

               

Bernheze

Regio West Brabant Altena

Regio Zuidoost Brabant Asten

Boekel

Alphen-Chaam

Bergeijk

Boxmeer

Baarle-Nassau

Best

Boxtel

Bergen op Zoom

Bladel

Cuijk

Breda

Cranendonck

Grave

Drimmelen

Deurne

Haaren

Etten-Leur

Eersel

’s-Hertogenbosch

Geertruidenberg

Eindhoven

Landerd

Halderberge

Geldrop-Mierlo

Meierijstad

Moerdijk

Gemert-Bakel

Mill en Sint Hubert

Oosterhout

Heeze-Leende

Oss

Roosendaal

Helmond

Sint Anthonis

Rucphen

Laarbeek

Sint-Michielsgestel

Steenbergen

Nuenen

Uden

Woensdrecht

Oirschot

Vught

Zundert

Reusel-De Mierden Someren Son en Breugel Valkenswaard Veldhoven Waalre

Ik woon in een andere (Brabantse) gemeente > einde vragenlijst tekstblok: “Deze vragenlijst is alleen bedoeld voor inwoners van een gemeente in Zuidoost Brabant. Je valt helaas buiten deze doelgroep. Je kunt dit venster nu sluiten.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796553/1