2021-70 RV Bijlage 1.1 Onze leidende principes en afwegingskader
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie Metropoolregio Eindhoven
1. Leidende principes en afwegingskader
Bijlage 1.1 Onze leidende principes en afwegingskader
Metropoolregio Eindhoven
1.0
Onze leidende principes en afwegingskader De RES wordt uitgewerkt op basis van onze leidende principes: een kader van (maatschappelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen. Voor de Metropoolregio Eindhoven hebben we de volgende leidende principes benoemd: 1. Een toekomstgerichte strategisch visie 2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit 4. De energietransitie als kans voor de regio 5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal De leidende principes vormen de basis voor beleids- dan wel uitvoerings-afspraken die de komende periode worden uitgewerkt.
1. Een toekomstgerichte strategische visie Met de RES bieden wij een strategische visie, met oog voor de korte (2030) en middellange termijn (2050). Daarbij gaat het zowel om de inhoudelijke keuzen en fasering, als om hoe we de samenwerking vormgeven en borgen. Het vormgeven en borgen van de samenwerking werken we verder uit richting RES 1.0.
2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij De energietransitie is een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij, waarbij voor de RES Metropoolregio Eindhoven de regiogemeenten, de provincie en de waterschappen nadrukkelijk aan zet zijn. • Vanwege de grote maatschappelijke investeringen en de impact op inwoners en leefomgeving nemen de 21 gemeenten, de provincie en de waterschappen de regie in de realisatie van de energietransitie en is de netbeheerder hierbij een belangrijke adviseur en sparring-partner. • De opgaven zijn regionaal geformuleerd en worden door de 21 gemeenten gezamenlijk opgepakt, verdeeld en ingevuld. Voor de RES Metropoolregio Eindhoven komen de 21 gemeenten tot onderlinge afspraken. Daarbij realiseren wij ons dat de mogelijkheden en kansen en fasering per gemeente kunnen verschillen. • Iedere gemeente is verantwoordelijk voor een deel van de opgave, maar gaat zelf over invulling en realisatie van de uitvoeringsagenda, binnen de afgesproken kaders (‘verbondenheid in vrijheid’). • De 21 gemeenten, provincie, waterschappen en netbeheerder communiceren vanuit één gezamenlijke boodschap, waarbij de regionale opgave in de energietransitie voorop staat. Iedere gemeente gaat zelf over de vertaling van deze boodschap naar de lokale gemeenschap.
3. Focus op maximaal behoud van ruimtelijke kwaliteit We bewaken de ruimtelijke kwaliteit door expliciet te streven naar: • maximale inzet op besparing, zuinig en meervoudig ruimtegebruik; • h et benutten van de gebiedspecifieke meekoppelkansen; • w aar mogelijk energievraag en -aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar te houden; • h et hanteren van de ‘zonneladder’ bij het bepalen van de locaties voor zonne-energie. De provincie heeft samen met de vier Brabantse regio’s een aantal Brabantbrede ruimtelijke/landschappelijke principes bepaald (geza-menlijke principes omgevingskwaliteit (landschap) voor de Brabantse energietransitie). Zie bijlage 7. De zonneladder wordt weergeven in figuur 2.2. Deze zonneladder geeft de voorkeursvolgorde weer van de realisatie van zonnepanelen. De voorkeurs-volgorde start bij trede 1 en loopt vervolgens via trede 2 naar trede 3. Dit betekent niet dat de volgende trede pas wordt ingezet als de voorgaande trede ten volste is benut. Het betekent dat er wordt gekeken naar wat er mogelijk is op de eerste trede. De vraag die nog over is zal dan op de volgende trede moeten worden gerealiseerd. Zo voorkom je dat de gehele opgave enkel op de laatste trede wordt ingevuld en de voorgaande tredes worden overgeslagen.
4. De energietransitie als kans voor de regio We willen de energietransitie benutten om de Metropoolregio Eindhoven te versterken. Daarbij zoeken we de verbinding met lopende initiatieven en met regionale ambities en opgaven in aanpalende beleidsterreinen (meekoppel-kansen): economie & innovatie, ecologie, mobiliteit & infrastructuur, wonen, klimaatadaptatie, enzovoort.
5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn centraal Om tot een succesvolle ontwikkeling én realisatie te komen van de RES Metropoolregio Eindhoven streven wij naar maatschappelijk draagvlak en bewustzijn, onder andere door: • de opbrengsten, in bijvoorbeeld duurzame energie en/of geld, zoveel mogelijk ten goede te laten komen aan de inwoners, bedrijven en instellingen in onze regio, hetzij aan de ontwikkeling van de regio; • zorgvuldige participatie op lokaal en regionaal niveau bij de totstand-koming van de RES. Dit kunnen we via een heldere communicatie en doelgroepenbenadering continu versterken; • t e zorgen dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is; • l okaal eigenaarschap van energieprojecten, waarbij we streven naar maximale lokale participatie; • samenwerking tussen de diverse stakeholders en overheden en het gezamenlijk ontwikkelen van (ruimtelijke) scenario’s. Een energietransitie voor iedereen betekent ook dat we iedereen de kans willen bieden om te profiteren van de wind- en zonne-energie die we in onze regio opwekken. In het Klimaatakkoord staat het uitgangspunt/streven naar 50% lokaal eigendom van de nieuwe zonne- en windparken benoemd. Lokaal eigenaarschap levert geld op voor de samenleving en kan ook leiden tot een grotere betrokkenheid van mensen bij lokale projecten, acceptatie van energieprojecten en grotere gemeenschapszin.
We hebben als regio de ambitie om te streven naar maximale lokale participatie en het maximaal lokaal benutten van de opbrengsten.
Afwegingskader De bovenstaande leidende principes zijn gekoppeld aan een afwegingskader. De keuzes die we maken analyseren en
Kw a
W a
t
t
r
• K wantitatieve bijdrage
rm
Afw eg in
de ka gs
meegegeven:
er ad k gs e
i te
Afw Elek eg t in
ci
em ie nt cië
het Nationaal Programma RES (NP RES) aan de regio’s zijn
ri
Sy ste
e
toetsen we op vier hoofdcriteria die als handreiking vanuit
it ite t n
• R uimtelijke kwaliteit • Energiesysteemefficiëntie
dat er een goede benutting van regionale warmtebronnen tot stand komt en dat er in elke regio afzonderlijk voor een goede balans tussen de vier onderdelen is gekozen.
uu
rlij
kd
raa
ik
ru eb
r de ka s g
Af w eg in
bijdraagt en de RES’en gezamenlijk optellen tot 35 TWh,
st
r de ka gs
elke regio uniek. Uiteindelijk gaat het erom dat elke regio
be
Afw e gi n
afweging. De afweging tussen de vier onderdelen is voor
en
afwegingskader van NP RES helpt bij het maken van deze
jk eli
bestuurlijk draagvlak en energiesysteemefficiëntie. Het
pp
de doelen kwantiteit, ruimtegebruik, maatschappelijk en
cha
In deze concept-RES maken we een integrale afweging tussen
M aa t s
• B estuurlijk en maatschappelijke draagvlak
R
g v la k
uim
te
g