2021-68 RV Bijlage 2 Regionale Begrippenlijst Wonen van de MRE-regio
Tekst van het document
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN 2021 Doel: De 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant vormen samen de Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven. In deze regio worden afspraken gemaakt over de regionale, subregionale of lokale woningmarkt. In de Regionale Begrippenlijst Wonen staan de definities van die begrippen die nodig zijn om die afspraken af te bakenen en/of toe te lichten. De definities zijn veelal afkomstig van wetten, beleid en recente onderzoeken, zoals de Woningwet, de BAG en de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose. Actualisatie: De begrippenlijst wordt jaarlijks vastgesteld tijdens de Regionale Ontwikkeldag Zuidoost-Brabant. De Ontwikkeldag is juridisch verankerd als regionaal omgevingsoverleg in de provinciale Interim Omgevingsverordening. INHOUDSOPGAVE Doelgroepen - Doelgroepen o Doelgroep van beleid o Primaire doelgroep o Secundaire doelgroep o Middeninkomens o Bijzondere doelgroep - Doorstromer - Internationale werknemer o Internationale kennismigrant o Arbeidsmigrant o EU-arbeidsmigrant - Starter - Woningverlater
3 3 3 3 3 3 3 2 2 2 3 6 6
Wet- en regelgeving - BAG o Pand o Verblijfsobject o Standplaats o Ligplaats - Kernvoorraad o Kernvoorraad o Sociale sector o Vrije sector - Prijsgrenzen o Prijsgrenzen huur o Prijsgrenzen koop - Woningmarktregio
2 2 2 2 2 4 4 4 4 5 5 4 6 7
Duurzaamheid - Energieneutraal/ CO2-neutraal/ klimaatneutraal e.d. - GPR Gebouw
4 4
Wonen en zorg - Levensloopbestendige woning - Mantelzorg en mantelzorgwoning - Wonen met zorg en welzijn o Beschermd wonen o Beschut wonen o Verzorgd wonen o Geschikt wonen - Zorgplaats
5 5 7 7 7 7 7 8
Overige begrippen - Bestaand stedelijk gebied - Corporatie - Scheefwonen - Woning
2 3 6 7
1
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
BAG – Basisregistratie Adressen en Gebouwen
De BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat gemeentelijke basisgegevens van alle adressen en gebouwen in een gemeente. De wet basisregistraties adressen en gebouwen schrijft voor dat alle adressen en gebouwen in de gemeente worden opgenomen in twee basisregistraties: de Basisregistratie Adressen (BRA) en de Basisgebouwenregistratie (BGR). De BAG onderscheidt vier soorten objecten. Dat zijn panden (gebouwen), verblijfsobjecten (zoals een woning, winkel of restaurant), standplaatsen (bijvoorbeeld voor een woonwagen) en ligplaatsen (voor boten). Pand Kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. Verblijfsobject met (tenminste ook) woonfunctie Kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik die: Ontsloten wordt via een eigen afsluitbare toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte, en Onderwerp kan zijn van goederenrechtelijke rechtshandelingen en In functioneel opzicht zelfstandig is (woon- slaapkamer, keuken, badkamer, toilet). In het kader van regionale woningbouwafspraken gaat het om het realiseren van ‘zelfstandige verblijfsobjecten met een woonfunctie’.
Indien niet aan de eisen van een zelfstandig verblijfsobject met een woonfunctie wordt voldaan (bijvoorbeeld bij studentenkamers of instellingsplaatsen) dan wordt het hele gebouw, of het gedeelte dat wel als functioneel zelfstandig kan worden gezien, als 1 verblijfsobject met een woonfunctie geregistreerd. Standplaats Door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen terrein of gedeelte daarvan dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en niet duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige, of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. Ligplaats Door het bevoegde gemeentelijke orgaan als zodanig aangewezen plaats in het water al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, die bestemd is voor het permanent afmeren van een voor woon-, bedrijfsmatige of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. Bron: Ministerie BZK - wet basisregistraties adressen en gebouwen
Bestaand stedelijk gebied
Bestaand stedelijk gebied zoals dat is vastgelegd op de thema-kaart stedelijke ontwikkeling van de Verordening ruimte provincie Noord-Brabant
(Economisch actieve) internationale werknemer Een economisch actieve, internationale werknemer is een persoon (in de leeftijdscategorie 15 t/m 66 jaar) in loondienst bij een in Nederland gevestigde organisatie waarvoor loonheffing is betaald aan de Belastingdienst. Daarnaast geldt dat deze persoon alleen een buitenlandse nationaliteit heeft; oftewel deze persoon heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Bron: ministerie EZ
Binnen deze groep internationale werknemers zijn verschillende categorieën te onderscheiden: Internationale kennismigrant Een hoog opgeleide economisch actieve werknemer met alleen een buitenlandse nationaliteit. Voor deze kennismigranten geldt een minimale looneis voor twee leeftijdsgroepen. De minimale (fiscale) looneisen bruto per maand (excl. vakantiegeld) zijn € 4.752 voor kennismigranten van 30 jaar of ouder en € 3.484 voor kennismigranten jonger dan 30 jaar (prijspeil 2021). Bron: Immigratie- en Naturalisatiedienst
Arbeidsmigrant Een economisch actieve werknemer met alleen een buitenlandse nationaliteit die niet binnen de definitie van ‘internationale kennismigrant’ valt. Bron: ministerie EZ
2
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
EU-arbeidsmigrant Arbeidsmigrant van 18 jaar en ouder, die afkomstig is uit Bulgarije, Hongarije, Slovenië, Polen, Roemenië, Estland, Letland, Litouwen, voormalig Tsjecho-Slowakije (incl. Tsjechië en Slowakije), Portugal, Spanje, Italië of Griekenland en in Nederland verblijft. Bron: ministerie BZK
Corporatie
Een woningbouwcorporatie of woningcorporatie is een privaatrechtelijke instelling (stichting of vereniging) die uitsluitend werkzaam is op het gebied van de volkshuisvesting, voor mensen die niet of onvoldoende in staat zijn in hun eigen huisvesting te voorzien (de doelgroep). Bij koninklijk besluit worden corporaties toegelaten als instelling. Als synoniem voor ‘toegelaten instelling’ wordt ook vaak de term ‘sociale verhuurder’ gebruikt. Bron: Ministerie BZK
Doelgroepen
Doelgroep van beleid De primaire en secundaire doelgroep vormen samen de doelgroep van beleid. Primaire doelgroep De primaire doelgroep zijn huishoudens met een belastbaar inkomen beneden € 40.024 (prijspeil 2021, zie ook Regels voor toewijzen | Diensten van algemeen economisch belang (DAEB) | Woningmarktbeleid) Bron: Ministerie BZK - MG-circulaire over parameters huurtoeslag, inkomensgrenzen staatssteun, verkoopregels en inkomensafhankelijke huurverhoging en liberalisatiegrens per 2021
Secundaire doelgroep De secundaire doelgroep bestaat uit huishoudens met een belastbaar inkomen tussen de inkomensgrens voor de primaire doelgroep (€ 40.024) en € 44.655 (prijspeil 2021, zie ook Regels voor toewijzen | Diensten van algemeen economisch belang (DAEB) | Woningmarktbeleid). Middeninkomens De groep huishoudens met een belastbaar inkomen van 1,5 maal de DAEB-norm (DAEB-norm: de inkomensgrens bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Woningwet ofwel de inkomensgrens primaire doelgroep). Voor 2021 is 1,5 maal de DAEB-norm € 60.036 Bijzondere doelgroep Het gaat hier om personen uit de doelgroep van beleid die om verschillende redenen onvoldoende in staat zijn om zelfstandig huisvesting te verkrijgen en/of te gaan wonen. De bijzondere doelgroepen krijgen hulp bij het verkrijgen van een zelfstandige woning. Voor hen wordt een (bepaald) deel van de kernvoorraad beschikbaar gesteld. Dat geldt ook voor asielzoekers die een verblijfsvergunning (vergunninghouders) hebben ontvangen.
Doorstromer
Huishouden dat binnen Nederland verhuist naar een zelfstandige woning en daarbij een zelfstandige woning achterlaat voor een volgende bewoner. Bron: Ministerie BZK
Energieneutraal/ CO2-neutraal/ klimaatneutraal e.d.
Energieneutraal Een situatie waarbij over een jaar gemeten de som van het gebruik en het opwekken van energie van een woning nul is of zelfs negatief. De woning levert dan dus uit duurzame bronnen zelf minstens net zoveel energie op als uit het gas- en elektriciteitsnet wordt betrokken. CO2-neutraal Alle uitstoot van CO2 door fossiel energiegebruik wordt gecompenseerd, door duurzame energieopwekking binnen het gebied of door invoer van groene stroom en duurzame warmte van buiten. Klimaatneutraal Geen netto uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen door het directe en indirecte energiegebruik (bijv. materiaalgebruik), door duurzame materialen, duurzame energieopwekking binnen het gebied of door invoer van groene stroom en duurzame warmte van buiten. 3
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
BENG Bijna Energie Neutraal Gebouw: BENG kent drie eisen, te weten maximale energiebehoefte (kWh/m2/jaar), maximaal primaire fossiele energiegebruik (kWh/m2/jaar) en minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie (%). Vanaf 2021 verplicht voor alle nieuwbouw. NOM Nul-op-de-meterwoning: het netto energiegebruik van de woning wordt tot nul gereduceerd door slim gebruik te maken van energiebesparende en energieopwekkende voorzieningen. EPC De EPC (Energie Prestatie Coëfficiënt) geeft aan hoe energiezuinig een nieuwbouwwoning is. Het is een waarde die berekend wordt aan de hand van bouwkundige en installatietechnische gegevens. Hoe lager de waarde, des te beter is de energieprestatie. In de EPC berekening wordt het gebouwgebonden energieverbruik bepaald. Daarbij gaat men uit van een standaard bewoner of gezin. Verwarmen, koelen, warm water, ventileren en verlichting zijn onderdeel van de EPC berekening. Huishoudelijk gebruik hoort er niet bij. De toegestane EPC bij nieuwbouw wordt wettelijk steeds verder aangescherpt. Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
GPR Gebouw®
GPR Gebouw® is een instrument dat in de regio wordt gebruikt om de kwaliteit van een gebouw op vijf thema’s in rapportcijfers uit te drukken. Via het Regionaal Convenant hebben de convenantpartijen binnen de regio Eindhoven afgesproken om voor alle projectmatige nieuwbouw (woningen én gemeentelijke gebouwen) een ambitie van minimaal een score 7 op elk thema (Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit, Toekomstwaarde) binnen GPR Gebouw te realiseren.
Kernvoorraad
Kernvoorraad Alle sociale huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens. tabel 1: kernvoorraad
huur
Sociaal
Midden
Duur
Kernvoorraad
koop Sociale sector (= sociale voorraad) Alle sociale huurwoningen + goedkope koopwoningen + betaalbare koopwoningen [zie ook prijsgrenzen] Vrije sector Alle middenhuur woningen + dure huurwoningen + middeldure koopwoningen + dure koopwoningen. [zie ook prijsgrenzen] tabel 2: sociale sector en vrije sector
huur koop
Sociale sector Goedkope huur + Betaalbare huur Goedkope koop + Betaalbare koop
Vrije sector Middenhuur + Dure huur Middeldure koop + Dure koop
4
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
Levensloopbestendige woning
Zelfstandige woning die geschikt is (of eenvoudig geschikt te maken) voor bewoning tot op hoge leeftijd, ook in geval van fysieke handicaps of chronische ziekten van bewoners. De woning past in alle levensfasen bij de behoeften die de bewoner op dat moment heeft. Een levensloopbestendige woning voldoet aan de eisen van Woonkeur. Het aanbod wordt volgens de eisen van Woonkeur onderscheiden in vier klassen. Deze klassen geven de mate van toegankelijkheid van de woning aan voor mensen met de hierboven genoemde mobiliteitsbeperking, te weten: Nultredenwoning. Bij deze woning is de entree zonder traptrede(n) te bereiken. De primaire vertrekken (hoofdslaapkamer, woonkamer, keuken, toilet en badkamer) zijn eveneens zonder traplopen te bereiken. Dit type woning is geschikt voor bewoners die gebruik maken van een wandelstok (mobiliteitsklasse A); Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rollator te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse B- en B+). Nultredenwoning met voldoende bewegingsruimte en zonder obstakels binnenshuis om met een rolstoel te kunnen manoeuvreren (mobiliteitsklasse C). Bron: Woonkeur; ABF Research
Mantelzorg en mantelzorgwoning
Intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. Van een mantelzorgwoning spreken we als een zorgvrager bij de mantelzorger gaat wonen of andersom en hiervoor een aan- of bijgebouw bij de woning van de mantelzorger geschikt wordt gemaakt, een tijdelijke mantelzorgunit aan de woning wordt gekoppeld, dan wel een aparte woning of woonunit op het erf van de mantelzorger wordt gerealiseerd. Het Besluit omgevingsrecht gaat ervan uit dat een mantelzorgwoning bedoeld is voor de huisvesting van een huishouden van maximaal twee personen van wie tenminste één persoon zorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de hoofdwoning. Bron: Ministerie VWS
Prijsgrenzen
Prijsgrenzen huur Deze worden jaarlijks bepaald door het ministerie van BZK. Voor de periode van 01/01/2021 tot 01/01/2022 zijn de prijsgrenzen voor huurwoningen vastgesteld op: Tabel 3: prijsgrenzen huur ministerie van BZK
Kwaliteitskortingsgrens (voor jongeren tot 23 jaar) 1e Aftoppingsgrens 2e Aftoppingsgrens Liberalisatiegrens (maximale huurprijsgrens sociale huurwoning)
Huur tot € 442,46 Huur tot € 633,25 Huur tot € 678,66 € 752,33
De volgende huurprijsgrenzen worden gehanteerd in de regio Zuidoost-Brabant: Tabel 4: prijsgrenzen huur Regio Zuidoost-Brabant
Goedkope huur Betaalbare huur Sociale huur Lage middenhuur Hoge middenhuur Dure huur
Huur tot € 442,46 Huur van € 442,46 tot € 752,33 Goedkope + betaalbare huur tot € 752,33 Huur vanaf € 752,33 tot € 850 Huur vanaf € 850 tot € 1.000 Huur vanaf € 1.000
De prijsgrens van € 752,33 betekent in de praktijk dat een nieuwbouwhuurwoning die een maandhuur heeft van € 752,33 of minder, gerekend wordt tot de sociale sector. Een nieuwbouwwoning met een hogere maandhuur, rekenen we bij de vrije sector. Bron: Ministerie BZK - MG-circulaire over parameters huurtoeslag, inkomensgrenzen staatssteun, verkoopregels en inkomensafhankelijke huurverhoging en liberalisatiegrens per 2021
5
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
Prijsgrenzen koop De prijsgrenzen worden jaarlijks geïndexeerd conform de meest recente door het ministerie bepaalde maximale huurverhoging voor de doelgroep van beleid in de sociale sector. Voor 2021 wordt de indexering daarmee vastgesteld op 5,1% (2,6% inflatie 2019+2,5%) conform de huurverhoging per 1 juli 2020. De bedragen worden afgerond op € 5.000 Voor de periode van 01/01/2021 tot 01/01/2022 zijn de prijsgrenzen voor koopwoningen vastgesteld op: Tabel 5: prijsgrenzen koop
Goedkope koop Betaalbare koop Sociale koop Lage middeldure koop Midden middeldure koop Hoge middeldure koop Dure koop
Koop tot € 175.000 Koop van € 175.000 tot € 210.000 Goedkope + betaalbare koop Koop van € 210.000 tot € 250.000 Koop van € 250.000 tot € 290.000 Koop van € 290.000 tot € 360.000 Koop vanaf € 360.000
Voorwaarden Een koopwoning is een woning die in gebruiksklare toestand inclusief grond aan de koper wordt overgedragen. Onder gebruiksklaar wordt verstaan: voorzien van alle benodigde installaties (keuken, sanitair en elektra, warmtevoorziening, water, en riool) en inrichtingen die onmiddellijke bewoning mogelijk maken. Voor alle prijsklassen geldt dat in geval van verplichte afnames van ‘extra's’ bij nieuwbouwwoningen (zoals garages of parkeerplaatsen) deze kosten meegerekend worden bij het bedrag dat de koper voor aankoop van de woning bij de notaris moet betalen. Als de ontwikkelaar/verkoper van een woning een koopconstructie toepast die tot gevolg heeft dat een duurdere woning (marktwaarde) toch onder de prijsgrens van een sociale koopwoning kan worden overgedragen, mag deze woning NIET tot de sociale sector gerekend worden.
Scheefwonen
Met scheefwonen bedoelen we de situatie dat het inkomen van de bewoner niet overeenstemt met de prijs van de woning waarin hij woont. Twee groepen ‘scheefwoners’ worden onderscheiden: Dure scheefwoner: huishouden dat wel tot de (primaire) doelgroep behoort, maar dat niet in de kernvoorraad woont. [Zie ook doelgroep en kernvoorraad] Goedkope scheefwoner: huishouden dat niet behoort tot de (primaire) doelgroep, maar dat wel in de kernvoorraad woont. [Zie ook doelgroep en kernvoorraad] Bron: Ministerie BZK
Starter
Starter op de woningmarkt: huishouden dat na verhuizing voor het eerst in een zelfstandige woning gaat wonen en dat geen zelfstandige woning leeg achterlaat. Starter op de koopwoningmarkt: huishouden dat na verhuizing voor het eerst in een zelfstandige koopwoning gaat wonen en dat nog niet eerder een koopwoning in zijn of haar bezit heeft gehad.
Woning
Een zelfstandig verblijfsobject met een woonfunctie. Indien niet aan de eisen van een zelfstandig verblijfsobject met een woonfunctie wordt voldaan (bijvoorbeeld bij studentenkamers of instellingsplaatsen) dan wordt gesproken over onzelfstandige woonruimten. [Zie ook BAG] Bron: Ministerie BZK - wet basisregistraties adressen en gebouwen
Woningverlater
Huishouden dat uit een zelfstandige woning verhuist naar een niet-zelfstandige woning (bijvoorbeeld naar een zorgplaats). Bron: Ministerie BZK
6
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
Woningmarktregio
Op grond van de Woningwet 2015 heeft de Minister voor Wonen en Rijksdienst de 19 woningmarktregio’s in Nederland vastgesteld. Een van de regio’s is de Metropoolregio Eindhoven. In deze zitten 21 gemeenten en 13 woningcorporaties. Het betreft de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-de Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre. En de corporaties Stichting Woonbedrijf SWS. Hhvl, Woonstichting ‘thuis, Wooninc., Stichting woCom, Stichting woonpartners, Stichting Trudo, woningbouwvereniging Bergopwaarts, Bouwvereniging Woningbelang, Woningstichting de Zaligheden, Woningbouwvereniging Compaen, Woningbouwvereniging Volksbelang, Stichting Goed Wonen en Woningbouwvereniging Helpt Elkander. Bron: Ministerie BZK
Wonen met zorg en welzijn Onder de noemer ‘wonen met zorg en welzijn’ wordt onderscheid gemaakt in beschermd wonen, beschut wonen, verzorgd wonen en geschikt wonen. Het gaat hierbij grotendeels om ouderen. Beschermd wonen Het ‘beschermd wonen’ omvat de woon- en verblijfsvormen met 24-uurs nabije zorg. Dit betekent dat de zorg permanent aanwezig is. Veelal gaat het om vormen van niet-zelfstandig wonen in intramurale instellingen (ZZP 5-8; ZZP staat voor zorgzwaartepakket). Ook verschillende kleinschalige vormen van groepswonen – veelal in niet-zelfstandige wooneenheden – vallen onder het beschermd wonen. Kleinschalige woonprojecten voor dementerende ouderen zijn voorbeelden hiervan. De 'overige intramurale plaatsen' (ZZP 9-10), waartoe bijvoorbeeld revalidatiecentra en hospices behoren, zijn eveneens tot het beschermd wonen gerekend. Beschut wonen Tot het 'beschut wonen' worden gerekend de plaatsen in intramurale instellingen - veelal verzorgingshuisplaatsen - ten behoeve van personen met een ZZP- indicatie 1-4. Als gevolg van 'extramuralisering' wordt uitgegaan van een afname van de vraag naar beschut wonen. Geschikt wonen Tot het ‘geschikt wonen’ behoren zelfstandige woningen, waarvan diverse kenmerken maken dat ze meer geschikt zijn voor ouderen en mensen met beperkingen dan gebruikelijke woningen.
Er wordt onderscheid gemaakt in drie woningtypen (informatie hierover is ontleend aan het WoON2015). Geclusterde ouderenwoningen Woningen die deel uitmaken van een complex of een groep van woningen, speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Aangepaste (ouderen)woningen Een woning is een aangepaste woning als er ten behoeve van personen met een handicap of lichamelijke beperking speciale voorzieningen zijn aangebracht in de woning of als de woning daarvoor bouwkundig is aangepast. Hierbij kan het gaan om een traplift, hellingbaan, aan- of uitbouw, maar ook om kleinere aanpassingen. Nultredenwoningen Een woning is een nultredenwoning als de woonkamer van de woning of de woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen (externe toegankelijkheid) én vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste 1 slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn. Mobiliteitsbeperkingen Deze typering is gebaseerd op het gebruik van hulpmiddelen voor mobiliteit en de door het hoofd en de eventuele partner ervaren mobiliteitsbeperkingen (informatie hierover is ontleend aan het WoON2015). Mobiliteitsklasse 0 (geen) Huishoudens met geen of slechts zeer lichte mobiliteitsbeperkingen.
Mobiliteitsklasse A (licht) Huishoudens waarin zowel het hoofd als de eventuele partner een mobiliteitsbeperking heeft, en met moeite kan lopen en/of traplopen. Mobiliteitsklasse B (matig)
7
Woningmarktregio Metropoolregio Eindhoven
REGIONALE BEGRIPPENLIJST WONEN Geldig: 1 januari 2021 tot 1 januari 2022
-
Huishoudens die gebruik maken van een scootmobiel, rollator of rolstoel, maar binnenshuis geen hulpmiddel voor mobiliteit gebruiken. - Huishoudens waarvan het hoofd en/of de partner een ernstige mobiliteitsbeperking heeft en zonder hulp niet kan lopen en/of traplopen. Mobiliteitsklasse C (zwaar) Huishoudens die binnenshuis gebruik maken van een rolstoel of een rollator.
Bron: Bevolkings- en woningbehoefteprognose provincie Noord-Brabant.
Zorgplaats
Een woonruimte met zorg, zonder eigen adres, die deel uitmaakt van een wooneenheid in een gebouw met één adres. Een zorgplaats heeft geen eigen keuken; om te kunnen koken is er een gemeenschappelijke kookvoorziening. Volgens de BAG is een zorgplaats dus een onzelfstandig verblijfsobject. Deze definitie is van belang omdat in het Regionaal woningbouwprogramma afspraken staan over het aantal nieuwbouwwoningen. In de praktijk is het onderscheid tussen een woning en zorgplaats niet altijd eenvoudig te maken. Een (zorg-)woning telt mee als woning in het Regionaal woningbouwprogramma; een zorgplaats niet.
8